ME en emoties

Leven met ME biedt uitdagingen op veel verschillende niveaus. Een van de uitdagingen waar ik tegenaan loop, figuurlijk dan, is het omgaan met emoties.

Voorheen toen ik nog normaal fysiek functioneerde, was mijn manier van omgaan met emoties simpel. Even goed huilen en dan de zinnen verzetten. Bij voorkeur door iets te koken of te bakken. Hoe slechter ik me mentaal voelde, hoe voller het aanrecht stond als Mischa thuis kwam.

Ooit de scène gezien uit Grey’s Anatomy waar Izzie Stevens haar rouw uit door dwangmatig muffins te bakken? Dat ben ik ten voeten uit.

Nu is een van de eerste dingen die mensen geadviseerd krijgen in geval van ernstig verdriet, om de emoties niet te onderdrukken. En vervolgens gaan we massaal uren onder de douche staan, tv kijken, dwangmatig muffins bakken, snoepen, drinken, sporten of ruzie zoeken. Alles om maar niet te voelen of de emotie op zijn minst om te zetten in iets anders.

Niet goed, ik weet het. Maar het andere uiterste waar ik mij nu bevind, is hels. Ik lig en buiten af en toe wat online kunnen zijn, is er geen ontsnappen aan emoties.

Mijn vader had longemfyseem en op mijn vraag of hij nooit eens wilde gillen, antwoordde hij nuchter dat hij daar geen lucht voor had. In die situatie bevind ik mij ook. Ik heb weliswaar lucht zat maar niet voldoende energie om mijn emoties echt te uiten op een manier die bij mij past.

Onlangs verloor ik een van mijn katten. Het verdriet is overdonderend. En ik kan er niet aan ontsnappen, liggend in het donker. Ik draai me om in bed, tast naar de lege plek en schiet vol. Ik probeer naast het voelen, af en toe afleiding te zoeken maar dat is moeilijk aangezien er weinig kan.

Met een accu die voor 5% gevuld is, betekent het bovendien kiezen tussen me wassen of huilen. Elke huilbui doet mij in PEM belanden. Maar onderdrukken maakt het nog erger. Het knalt er soms toch uit.

In mijn wereld die voor het merendeel van de dag bestond uit een bed met vier katten erop, is het overlijden van Smoes alsof ik uit bed ben verdreven en de weg terug niet meer vind. Niets voelt goed en ik kan helaas geen muffins meer bakken om uiting te geven aan die rouw. Jammer, want ik weet zeker dat ze verdomd goed zouden hebben gesmaakt.

Smoes

Voor degenen die ooit mijn blog lazen vanwege de kattenverhalen:

Ons bijzondere viertal werd vandaag een drietal. Niet onverwacht, wel heel pijnlijk.

Smoes, ons kleine opdondertje met zijn staart altijd omhoog is op een maand na 15 jaar geworden.

Een grote pechvogel met een traumatische start die zorgde dat hij altijd naar vreemde mensen toe op zijn hoede bleef. Maar op ons, zijn mensen, was hij hartstikke dol.

Hoe terughoudend hij ook was naar mensen, andere katten waren geweldig. Hij vond iedereen lief en speelde met elke kat uit de buurt. Hij leerde onze ex-zwervers hoe ze kat moesten zijn.

Wat een feest was het met hem. Altijd blij, altijd spelen en altijd aan komen rennen als hij de auto van oma hoorde. De laatste maanden van zijn leven had hij een grote crush op de vriendin van Sem.

Twee maanden geleden werd er bij hem ernstig hartfalen geconstateerd en sindsdien hebben we het per dag aangekeken.

Sinds woensdag ging hij ineens razendsnel achteruit en vandaag hebben we hem laten gaan.

Dag Smoeske, dag lieverdje ❤️💔.

Kattige zaken

Na vier weken schildkliermedicatie toedienen gingen we afgelopen zaterdag met Smoes naar de dierenarts om opnieuw zijn bloed te laten testen. Ik was vol goede moed want aan alles merkte ik vooruitgang. Hij eet rustiger en minder, als ik hem optil voel ik zijn hart niet meer zo tekeer gaan, zijn spieren zijn weer wat meer ontwikkeld en hij is overduidelijk wat aangekomen.

Dat positieve beeld werd bevestigd door de dierenarts. Zijn schildklierwaarden zijn van 121 gedaald naar 13! Voor een kat is een waarde tussen de 10 en 30 optimaal heb ik begrepen. Zijn gewicht was 4,4 en is nu 4,77. Dat is een mooie stijging in zo’n korte tijd. We moeten zelfs uit gaan kijken dat hij niet verder aan gaat komen. Extra bijvoeren is zeker niet meer nodig, tot groot verdriet van Smoes.

Tijdens het wachten op de uitslag zijn we even naar mijn moeder gegaan, die boven de dierenartsenpraktijk woont. Smoes vond het maar raar.

Hij heeft zeker een half uur gewacht voor hij de mand uit durfde te komen. Uiteindelijk deed hij een voorzichtig rondje huiskamer, gaf overal wat kopjes tegen en kroop weer terug in de mand.

Terug bij de dierenarts bespraken we de waarden en dat was het. Over een maand of twee, drie laten we nog eens testen, misschien is het dan mogelijk om over te stappen op uiteindelijk een pil per dag, in plaats van twee. Allemaal zeer positief dus!

Thuis in zijn eigen vertrouwde mandje is het veel fijner natuurlijk

Vorige week kregen wij via mijn schoonouders veel kattenvoer. Hun kat is overleden en ineens stond er een enorme zak met kattenbrokjes in ons huis en veel nat voer. De brokjes bleken voor katten met blaasgruis problemen te zijn en zijn gedoneerd aan het asiel. De blikjes nat voer waren Hills a/d, voer met veel eiwitten en calorieën, bedoeld voor katten die moeten aansterken. Daar is bij Smoes geen sprake meer van ook al probeert hij me van het tegendeel te overtuigen. Dus besloot ik het te doneren aan het kleine weeshuis, een kattenopvang waar ik al eens eerder over schreef.

Zij waren hartstikke blij met de 20 blikjes. Dat voer is bijzonder prijzig (bijna 3 euro voor een een blik van 185 gram) en niet aan te slepen, want zeer geschikt voor zogende verzwakte moederpoezen. Dus fijn dat dit ook een goede bestemming kreeg!

Smoes en zijn schildklier

Vorig jaar juli ging onze kat Smoes onder het mes om aan zijn schildklier te worden geopereerd. Hij had last van hyperthyreoïdie, een te snel werkende schildklier. Dit is een aandoening die veel voorkomt bij oudere katten. Omdat ik eerder een schildklierkat heb gehad, herkende ik de symptomen: vraatzucht, afvallen, onrust, diarree, snelle hartslag, weinig spiermassa, overgeven. Het drong toen niet meteen tot mij door want Smoes is altijd al gefixeerd op eten geweest omdat hij als kitten overduidelijk te weinig heeft gekregen en een slechte start heeft gehad. Maar toen ik op een dag zag dat het hem niet lukte op ons bed te springen ging er een alarm bij mij af.

Afijn, de te snel werkende schildklier is verwijderd. Voorafgaand aan de operatie heeft hij ca. 8 weken medicatie geslikt. Op zich werkte dat prima. Dat wij toch voor een operatie kozen was omdat we het een fijner idee vonden dat hij na een operatie niet meer levenslang twee keer per dag pillen toegediend moest krijgen.

Na de operatie knapte hij goed op. Zijn ademhaling en hartslag waren beduidend rustiger en na een tijdje zagen en voelden we dat zijn spieren ook weer sterker werden. Op bed springen was geen probleem meer. Sterker nog, hij klom weer over de schutting in de tuin alsof hij een kitten was. Het is altijd een hyperactieve druistige kat geweest. Gefixeerd op eten was hij nog steeds, maar ja, eten is zijn hobby.

Deze week drong het tot me door dat er toch weer iets aan de hand is met Smoes. Hij is weer wat afgevallen en in eerste instantie vond ik dat niet vreemd. Al onze katten zijn dit voorjaar wat afgevallen. Ze zijn immers nachten de hort op. Maar hij voelt zo fragiel en toen ik hem van de week optilde om hem te wegen, schrok ik ervan hoe zijn hart tekeer ging.

Op naar tante dierenarts dan maar weer. En jawel, de overgebleven schildklier werkt ook te snel. Echt pech! Ook nu werden de opties weer besproken. Dat zijn er vier:

  • radioactieve therapie: een injectie met radioactief jodium. Dit heeft een slagingspercentage van 80 % maar ook veel nadelen. Het is een dure behandeling (ca €2000), kan niet bij onze eigen dierenarts worden gedaan maar moet in Amsterdam, de kat moet na de injectie een aantal dagen opgenomen worden, na thuiskomst moet de kat een flinke tijd binnen blijven. Gebruikte kattenbakkorrels moeten drie maanden worden bewaard voordat ze mee kunnen worden gegeven met de vuilophaaldienst.
  • Jodiumvrije voeding geven
  • schildklier verwijderen, en daarna levenslang pillen slikken
  • schildklier laten zitten en levenslang behandelen met medicatie die de schildklier afremt. Dat kan met pillen of met oorzalf.

We hebben vorig jaar natuurlijk al deze opties uitgebreid besproken. Nu weer opereren heeft geen zin, aangezien we daarna evengoed toch levenslang pillen moeten geven. Jodiumvrije voeding is zinloos in een huis met vier katten. Smoes loopt bovendien ook regelmatig bij de buren naar binnen om daar kattenbrokjes te jatten. Dat gaat dus niet lukken. Een radioactieve injectie gaat ook niet lukken. Ik vind het de stress van een opname niet waard en het is onhoudbaar om in een huis met vier katten drie maanden kattenbakkorrels te moeten bewaren. Alle katten kunnen hier gebruik maken van de kattenbak. Hij zou dan bovendien ook een flinke tijd niet naar buiten kunnen. Daar doen we hem geen plezier mee.

We kiezen er dus voor om medicatie geven die de hormoonproductie afremt. Ook dat kent nadelen. De pillen kunnen voor bijwerkingen zorgen en kunnen op lange termijn zorgen voor andere gezondheidsproblemen. De oorzalf zorgt vaak voor ontstekingen. We hebben gekozen voor de pillen. Het is de optie die hem de minste stress oplevert, hij laat het toedienen vrij makkelijk toe. Ik heb ook dit keer wel geprobeerd om de pil in kaas of leverworst te stoppen maar dan kan ik het in mijn haar smeren, hij rent keihard weg. Vreemd, want met de driemaandelijkse wormenpil lukt dit wel altijd. Ook jammer, want dat was voor de vakantieoppas een stuk makkelijker geweest.

Onze vaste kattenoppas is niet iemand aan wie ik kan vragen pillen toe te dienen. Ik help haar juist meestal als er iets met haar katten is. Gelukkig is vriendin D. bereid het te doen als wij op vakantie zijn. Zij woont hier om de hoek en kent onze katten goed. Ik kan haar leren wat het trucje is met Smoes. Hij laat zich namelijk niet zomaar optillen en rent keihard weg als hij denkt dat je dat gaat doen. Als een echte kat heeft hij een inwendig pillenalarm. Zodra hij vermoedt dat het zover is, rent hij weg. Maar nat voer kan hij niet weerstaan! Je zet een bak met eten voor zijn neus en nét voordat hij zijn kop erin stopt, til je hem op, zet hem op het aanrecht, hop die pil erin en meteen weer met zijn neus voor die bak met eten zetten. Hij heeft het dan vrijwel niet door wat er gebeurt.

Dus, zo gaan we het maar doen.

Onrecht

Eten! Nu!

Hoi, Smoes hier. Ik moet even vertellen over het onrecht dat mij wordt aangedaan.

Er was een tijd dat ik 8 keer per dag te eten kreeg. Eten in grote porties. Nu niet meer. Ik begrijp er niets van. Het verhaal dat het komt doordat mijn schildklier weer goed werkt, is onzin, een afleidingsmanouvre. Ze wil me gewoon uithongeren.

Blijkbaar is mijn gewicht bepalend voor wat ik te eten krijg. Erg hè?

Mijn wanhopige blik, mijn rammelende buik, mijn goed doordachte gestaar, het wordt allemaal genegeerd.

Eten van de andere katten wordt zorgvuldig afgedekt zodat ik het niet kan jatten. En dat terwijl iedereen weet dat ik het meer nodig heb dan die goed doorvoede sukkels. Vind ik dan toch.

Als ik dan eindelijk eten krijg, stop ik mijn kop meteen in de bak. Dan moppert het mens dat ze de bak niet normaal kan vullen. Dat het is omdat ik bang ben dat ik helemaal niets krijg, snapt ze niet. Het is een mens hè, die zijn wat beperkt in mogelijkheden. Kan ze ook niets aan doen, maar kwalijk is het wel.

Tegenwoordig tilt ze de bak helemaal op om te vullen met brokken maar dan zet ik snel mijn poot erin. Voor je het weet komt die bak niet meer terug. Gaat ze wéér staan mopperen op me!

En trouwens, die weegschaal, daar wil ik het ook even over hebben, die manipuleert ze. Ze zegt dat ik ben aangekomen. Kan niet! Onmogelijk! Met dat hongerdieet dat ik nu volg?

Dus, wil iemand een schrijfactie voor mij opzetten, zoals ze dat doen bij Amnesty of zo. Dat jullie naar de dierenbescherming allemaal kaarten sturen om aandacht te vragen voor mijn verschrikkelijke situatie. En dat die dan haar op het matje roept en dat ze tot inkeer komt en ik gewoon weer 8 keer per dag krijg waar ik recht op heb. Iemand? Please?


Smoes

Lekker gespeeld joh!

‘Gaat het wel goed met Smoes’, vroeg een lezer over de mail, ‘want ik lees niets meer over hem?’ Kan ik kort over zijn: Smoes gaat goed!

Voor wie net is aangehaakt op het blog: ik heb vier katten die allemaal wel iets mankeren, vooral door de gevolgen van het leven op straat en de trauma’s die daardoor zijn ontstaan. Maar soms ook gewoon door ouderdom.

Smoes is nu 12 jaar oud en in kattentermen is dat bejaard. Nu merkten we daar altijd weinig van want hij was altijd heel druistig, hyper en speels.

Smoes is als kitten gevonden in een doos in een sloot en nét op tijd gered en naar een opvangadres gebracht. Daar zagen wij hem voor het eerst, een heel klein bang cypers katje, samen met zijn zusje tussen een heleboel andere katten, totaal verloren.

Hij stal ons hart en kwam een paar weken later bij ons wonen. Na een aarzelende start, alles was eng en hij had continu diarree, werd het leven allengs beter en dat is het eigenlijk altijd gebleven. Op die ene darmoperatie na, 6 jaar geleden. Zijn eerste drol na de operatie werd met gejuich ontvangen en het leven ging weer verder met spelen en rennen en eten en op de pergola klimmen en het te druk hebben om langer dan een minuut te blijven liggen. Opzij, opzij, opzij!

Dit voorjaar viel het mij op dat hij niet meer over de pergola heen en weer rende. Springen op bed ging ook moeizaam, hij zakte zo door zijn voorpoten en hing dan aan de zijkanten van de dekbedhoes. Kan natuurlijk, hij is inmiddels een bejaarde kat.

Maar hij werd ineens ook wel heel erg mager. En dat terwijl hij als een dokwerker at. Toen hij drie ons zalm die lag te ontdooien had gejat en opgevreten en na een uur al weer om eten kwam bedelen, ging het alarm af en maakten we een afspraak bij de dierenarts. 

Omdat poes Dorrit ook een te snel werkende schildklier had, herkende ik de symptomen. De dierenarts vermoedde het ook en zei stoer dat ze haar schoen zou opeten als het dat niet zou zijn. Gelukkig voor haar hoefde dat niet, al had ik dat wel graag willen zien.

Meneer kreeg pillen en werd flink bijgevoerd en dat hielp iets maar niet voldoende. Dus besloten we in juli hem te laten opereren. Het deel van de schildklier dat verdikt was, is weggehaald. Bij katten kan dat, bij mensen niet. Na de operatie moet het overgebleven deel dan de hormoonproductie overnemen.

Sindsdien gaat het goed met Smoes, wat zeg ik, uitstekend! Al moest hij er wel aan wennen dat hij niet meer acht keer per dag eten kreeg. Dát was hem uitermate goed bevallen.

Wat wel vreemd is om te zien is dat hij sinds hij pillen kreeg en geopereerd is, veel rustiger is. Door de verhoogde schildklierproductie was zijn hartslag altijd heel hoog en dat zal ongetwijfeld hebben bijgedragen aan het hyper gedrag wat hij vaak vertoonde. Nu is hij in één klap veel rustiger geworden. Hij haalt veel rustiger adem en is toch ineens echt wel een bejaarde kater geworden die veel ligt te pitten. Met veel speelse momenten, dat gelukkig nog wel.

Schuldig

En dat terwijl óók de klok is terug gezet. Ik zie geen zichtbare signalen van schaamte bij de heren. Alleen onvrede dat ik niet meteen wakker werd, brokjes gaf en de deur opendeed. Tssss.

Hè hè

Hoewel ik hoopte op een hele rustige week, ging ik deze week uiteindelijk toch nog twee keer naar de dierenarts. Dinsdag voelde ik dat de poot van Moos weer iets verdikt was en zijn voet was ook nog best dik. De zaterdag ervoor had de dierenarts een ontstoken nagelbed geconstateerd en hij kreeg sindsdien pijnstilling en antibiotica.

Zus was afgelopen dinsdag weer in Hoorn, om een high tea te maken ter ere van de 80ste verjaardag van onze moeder. Maar ze was bereid tussen de voorbereidingen door met mij naar de dierenarts te rijden. ’s Middags sprong ze weer in de auto om de kat van  vriendin D. op te halen, waar het even niet zo lekker mee ging en die de nacht bij een dierenkliniek had moeten doorbrengen. Zus staat dus nu met stip op nummer 1 van de top 10 van  lieve mensen die super zijn in noodsituaties.

Afijn, Moos weer in de mand en het gejammer begon weer. Want als er iets erg en onjuist is, dan is het als Moos in de mand moet. Katonwaardig! En dat laat hij merken.

De dierenarts constateerde dat het voetbed inderdaad nog wel erg dik was. Er zat ook weer wat vuil in de wond en dat is schoongemaakt. De verdikking in zijn poot die ik voelde was echt minimaal. Gelukkig geen ontsteking of een abces maar waarschijnlijk het gevolg van anders gebruiken van zijn spieren om zijn voet te ontzien. Spieren reageren heel snel op dat soort dingen.

Zaterdag terugkomen en tot die tijd hem nog steeds binnenhouden en zijn voetje regelmatig weken in een ontsmettend spulletje was het advies.

Moos binnen houden was niet eenvoudig want hij was afwisselend depressief en razend en heeft ons goed wakker gehouden omdat hij uit pisnijd en bij uitbraakpogingen letterlijk in de gordijnen hing.

De lijst met katten die zaterdag mee moesten werd dus steeds langer en gisteren gingen we uiteindelijk met Moos, Smoes en Droppie, de kat van vriendin D. wiens poot tien dagen geleden is geamputeerd,  op controle.  De poot van Moos zag er weer prima uit en we kregen groen licht. Meneer stapte meteen na het dierenartsbezoek dol gelukkig door de deur de tuin in en is sindsdien weer geheel zichzelf.

Smoes gaat ook goed. Het was de laatste controle na de schildklieroperatie van 3 weken geleden. Zijn ontlasting is goed, hartslag is normaal en hij valt niet meer af. Sterker nog, hij is aangekomen. Hij heeft de groeicurve van een kitten vertelde de dierenarts en dat is nu net niet de bedoeling willen we niet met een tientonner Smoes eindigen.

Want meneer vraagt nog steeds heel vaak om eten. Hoewel hij absoluut niet meer zo veel eet als tijdens het hoogtepunt van de schildklierellende – toen at hij zo 600 tot 800 gram nat voer per dag én daarnaast droge brokken – eet hij nog steeds wel twee keer meer dan de andere katten.

Dat is dus een gewoonte volgens de dierenarts. Eten is altijd wel een ding geweest voor Smoes – als kitten en jong katje heeft hij honger geleden – maar hij krijgt nu meer binnen dan hij nodig heeft. Dus moet ik streng zijn en echt overgaan tot normale porties. Smoes kan nogal dwingend kijken dus krijg ik nu het merendeel van de dag dé blik:

Kat Droppie werd verlost van het merendeel van zijn hechtingen en mag nu gaan wennen aan lopen op drie poten. Natuurlijk niet mijn kat maar omdat wij hem haalden en brachten de afgelopen tijd en D. bijstonden met toedienen van medicatie en zo, was het ook voor ons fijn nieuws dat zijn wond goed is genezen. Het wordt nog wel een lang traject want hij ervaart nog pijn – waarschijnlijk fantoompijn, de zenuwen moeten wennen aan een nieuwe situatie – maar voor ons (vooral voor M. ) zit het er op wat heen en weer rijden betreft.

Dus. Nu gaan we hopelijk weer over op normaal want ik ben er goed klaar mee. Ik hoop ook dat ik snel uit de zorgmodus kan stappen want vooral Smoes heeft mij flink beziggehouden en ik vind het moeilijk loslaten. Ik blijf tobben en ben bang dat het toch weer misgaat en vind het ook moeilijk om op vakantie te gaan. Volgens de dierenarts is er geen enkele aanleiding om thuis te blijven en kan ik met een gerust hart gaan. Dat ga ik dus ook maar proberen.

Over dierenartsbezoek gesproken, deze reactie kreeg ik onlangs:

Waarover ik mij dan verbaas (zonder te oordelen) hoe kun je bv wel tig keer per week naar de dierenarts hollen en ben je niet in staat om ‘eén keer naar de bibliotheek te gaan. Snap je dat dat raar is, voor een blog-lezer?
Dat wil niet zeggen dat ik je veroordeel, maar het rijmt niet.

Ik snap dat zeker wel en ben blij met die vraag want het geeft me de gelegenheid dit uit te leggen. Mijn antwoord aan haar was dit:

Dat snap ik wel dat dit verwarrend is. Dat komt deels doordat naar de dierenarts gaan moet omdat er dan een noodsituatie is, zoals de afgelopen weken. Met de auto, terwijl de man rijdt. Dus zeker niet hollend. 😉 Dierenartsbezoek gebeurt meestal op energie die er niet is. En zorgt vrijwel altijd voor een terugslag. Ik weet dat het slimmer zou zijn om M. alleen te laten gaan. Aan de andere kant ben ik degene die de katten het meeste verzorgt en dingen signaleert als het niet goed gaat. Dus vind ik het prettiger als ik dan meega.
En naar de bieb ga ik als er energie voor is. Wat dus de laatst tijd helaas niet voorkomt.
Het gaat dus om keuzes maken. Vanwege de vele dierenartsbezoeken heb ik douchen bijvoorbeeld vele malen over geslagen en vrijwel niet gekookt. Het is nog steeds het één of het ander hier.

Onverwacht dierenartsbezoek gebeurt dus op energie die er niet is en zorgt ervoor dat ik ‘in het rood’ kom te staan en veroorzaakt dan een terugslag. Gepland dierenartsbezoek (zoals een jaarlijkse controle en enting) is anders omdat ik dan in mijn planning daar rekening mee houd, al een paar dagen voordat ik ga. Hetzelfde geldt voor een trip naar de bieb. Dat kan ik doen op een dag dat ik voel dat er ruimte voor is.

De reden dat een trip naar de bieb de laatste tijd dus zo weinig voorkwam, is simpelweg omdat er dus steeds iets tussen kwam wat meer urgentie had. Ik ben de afgelopen weken uiteindelijk letterlijk van terugslag naar terugslag gegaan en hoop van harte dat het nu klaar is en ik weer wat kan herstellen. Het zou fijn zijn als ik op vakantie iets meer kan doen dan voor pampus op een ligbed liggen. Aan de andere kant, dat ligbed staat aan de rand van een privézwembad, boek binnen handbereik, dat is ook helemaal niet verkeerd.

Ik snap best dat het soms onbegrijpelijk is wat ik nu wel en niet kan doen. Zelf begrijp ik het trouwens ook vaak niet omdat de grenzen nogal eens opschuiven. Soms lukt iets wat normaal buiten mijn bereik ligt. En soms ga ik onderuit van iets simpels als een telefoongesprek.

Nou ja, dat was het wel. Ga ik nu ontbijten en kijken of er iemand al wakker genoeg is om een verjaardagsliedje voor me te zingen want ik ben jarig vandaag. 😉

Smoes en zijn schildklier (of wat er van over is)

Precies een week geleden lag onze Smoes op de operatietafel, waar hij een schildklieroperatie onderging. Het was tot het laatste moment spannend of de operatie door kon gaan. Hij moest namelijk wel in een redelijke conditie zijn.

Maandagochtend rond een uur of 9 vertrokken wij met een nuchtere en daarom zéér verontwaardigde kat richting dierenarts. Indien de bloedtest positief was, zouden we hem daar meteen achter kunnen laten voor de operatie. Die was voor de zekerheid al ingepland voor in de middag.

Bloed werd afgetapt, meneer werd gewogen (iets afgevallen), hartslag gemeten (te snel en te dreunend) en we deden ons verhaal. We mochten op de uitslag wachten in de wachtkamer.

Een klein half uur later kwam de dierenarts de uitslag bespreken. Wat volgde was een best negatief verhaal en daarom zag ik het vonnis niet aankomen: toch opereren ondanks waarden die niet positief zijn. Na 6 weken schildkliermedicatie waren zijn schildklierwaarden weliswaar gedaald maar nog steeds op het randje. Zijn leverwaarden zijn nog schrikbarend hoog. De medicatie verder verhogen was niet mogelijk aangezien hij al op de hoogst mogelijke dosering zat. Opereren leek de enige mogelijkheid om de boel tot rust te brengen.

Het verhaal kwam erg negatief op mij over, zeker omdat ze benadrukte dat we drie weken na de operatie wéér de bloedwaarden moesten laten testen om te zien of vooral de leverwaarden zich dan wel hebben genormaliseerd en de overgebleven schildklier een normale hoeveelheid hormonen produceert. Maar het was wel een beetje van  “ach en wee en maar hopen dat….

Na het kattenkind gedag te hebben gekust vertrokken we richting huis waar ik probeerde me niet al te druk te maken. Een te hoge hartslag in combinatie met een narcose is natuurlijk niet echt prettig.

Eind van de middag mochten we hem weer halen en spraken we C., de dierenarts die hem had geopereerd. Dat was ineens een heel ander verhaal. Ik vertelde eerlijk dat ik wat somber was geworden van het gesprek met Y, de andere arts. C. heeft veel meer ervaring en vertelde dat ze soms wat van zienswijze verschillen. Volgens haar denkt Y, de jongere arts, nog erg vanuit het standaard protocol dat ze op de opleiding heeft geleerd. Maar zij zag geen enkele reden waarom het niet goed zou komen en vond een bloedtest over drie weken alleen nodig als er daadwerkelijk symptomen zijn die te denken geven. Als de stofwisseling te snel gaat dan merk je dat aan de hartslag, zijn gewicht, ontlasting en eetgedrag. Kortom als die allemaal normaal zijn, dan is testen nergens voor nodig. Ze opereert al jaren katten met schildklierproblemen en had eigenlijk nooit mee gemaakt dat het erna niet goed gaat.

Oké, dát klonk veel beter. Smoes was inmiddels voldoende bijgekomen, al ging dat wat moeizaam, maar uiteindelijk mocht hij mee naar huis met een flinke jaap in zijn keel en de belofte een week later terug te komen om de hechtingen te laten verwijderen.

eenmaal thuis wilde hij meteen naar buiten, wat natuurlijk niet mocht

De afgelopen week herstelde hij goed en snel. Zijn eetgedrag is normaal. Zijn ontlasting is dat nog niet, maar dat kan ook door de antibiotica komen en die is inmiddels op. Zijn gewicht is wel stabiel.

Zaterdag hebben wij hem voor het eerst weer naar buiten gelaten. De wond is mooi geheeld en we zagen geen reden hem nog te straffen door hem langer binnen te houden. Het is een senior en zijn gedrag buiten is vooral beetje scharrelen en snuffelen en middagdutjes doen. In de nacht houden we hem nog wel binnen.

Dus daar ging meneer met de staart omhoog, dolgelukkig. Elke struik in de tuin is besnuffeld. Zijn manier van lezen wat er de afgelopen week is gebeurd, zonder hem.

Morgen laten we de hechtingen verwijderen en 6 augustus is dan een nacontrole, waar we dus al of niet nog een bloedtest laten doen. Afhankelijk van de uitslag ga ik wel of niet mee op vakantie. Op zich heb ik goede hoop maar je weet maar nooit. Hij geeft nu toevallig al een paar dagen achter elkaar over. Kan door de hitte komen, kan iets anders zijn. Even afwachten maar weer. Ik ben er nog niet helemaal gerust op. Een combinatie van mijn gewone zwartgalligheid met nog wat oververmoeidheid van de afgelopen tijd.

Nou ja voor Smoes is in ieder geval het ergste nu achter de rug. En voor ons ook. Want een kat binnenhouden met die hitte en dus alle ramen en deuren dicht moeten houden, was niet echt fijn.

 

 

Over een hysterisch brein en een kat

Een verhaal over een zieke kat, in de avond iets doen en wat dat met mijn brein doet. Hou jij niet van katten en heb je niets met ME/CVS of persoonlijke verhalen, dan raad ik je aan op het kruisje in de rechterbovenhoek te klikken. Poef, weg ben ik dan! Zo simpel kan het zijn.

Gisteren was het zo ver: we moesten de schildklier- en leverwaarden van kat Smoes laten controleren. Na drie weken medicatie was er de hoop dat hij stabiel is en dat hij zo snel mogelijk geopereerd kan worden.

Vooraf zag ik het wat somber in. Hoewel ik best vaak gebeurtenissen optimistisch benader, kan ik bij vlagen echt een enorme zwartkijker zijn. Een van mijn grootste talenten is toch wel het bedenken van allerlei doemscenario’s in de categorie ‘als dit, dan dat’. Dat heeft voordelen en nadelen. De nadelen zullen duidelijk zijn. Het voordeel is er toch ook. Krijg ik dan tegenvallend nieuws dan is het in de meeste gevallen véél minder erg dan ik had bedacht en heb ik er bovendien ook al een planning op losgelaten en schakel ik vrij makkelijk over op de nieuwe realiteit.

Dus schakelde ik gisteravond na de uitslag moeiteloos over op plan B: niet nu opereren maar over drie weken, als de uitslag dan gunstiger is.

Wat daaraan vooraf ging was dat ik gedurende de dag steeds meer hyper werd. Dat kwam door een combinatie van me zorgen maken om mijn kat én het vooruitzicht van een activiteit in de avond. Na 6 uur de deur uitgaan doet mijn brein veranderen in een discotheek vol herrie, discobollen en lichtflitsen. De wetenschap dat een avondactiviteit vrijwel altijd voor een terugslag zorgt én dat die terugslag soms weken duurt, maakt me dan niet heel relaxt. Natuurlijk hadden we beter overdag een afspraak kunnen maken maar het kwam nu zo uit vanwege allerlei redenen – die ik niet ga uitleggen anders wordt dit stuk nog onleesbaar langer-  om naar het inloopspreekuur in de avond te gaan.

Vanzelfsprekend weet ik dat het slimmer is om me geen zorgen te maken over een activiteit in de avond. Je zorgen maken voegt niets toe. Ik weet tóch wel dat die terugslag komt, dus mens maak je niet druk ! Zeg ik wel 100 x tegen mijzelf. Maar ik ben niet voor niets doof hè. En hardleers.

Dus veranderde ik in de loop van de dag in een stuiterbal. Dan ga ik volslagen ongecontroleerd dingen doen. Maar bedenk me ook ‘ineens’ dat we moeten eten voor we naar de dierenarts gaan en dat ik niets heb bedacht dus soep uit de vriezer haal. En die vergeet te ontdooien.

De drie rustmomenten die ik toch had, zorgden niet voor een kalmer brein. Rusten of mediteren als ik zo hyper ben heeft dan soms juist een averechts effect. Dus zorgde ik voor afleiding en keek een hele zielige film op Netflix. Ik had vooraf niet verwacht dat het zo’n tearjerker zou zijn en ik had voor een goed gevoel beter naar oude afleveringen van de Gilmore Girls kunnen gaan kijken. Want nu was ik én hyper én down. En óók nog ongesteld, over leed gesproken.

Op naar de dierenarts. Omdat ik al zo doorgedraaid was, was ik totaal niet alert op mijn eigen gedrag. Dus was jij gisteravond bij de dierenarts? Ik was die praatzieke vrouw die met iedereen stond te ouwehoeren alsof ik energie had voor tien. Ik deelde mijn energie en aandacht uit alsof het niets was. Hier, pak aan! Jij ook wat? Komt het!

Ergens registreer ik mijn eigen gedrag nog wel maar toch ook weer niet. Of zo.

Dus tegen de tijd dat we de behandelkamer binnen kwamen was ik al helemaal doorgedraaid en toen moest het feest nog beginnen. Als in alert kunnen zijn, de vragen kunnen stellen die we nog hadden over de operatie.

En je vriend dan? hoor ik jullie roepen. Ja, die was mee. Stelde ook vragen. M. is bepaald geen watje maar heeft wel in de loop der tijd geleerd dat er met mij op dit soort momenten niets valt te beginnen, laat staan dat ik me laat corrigeren. Wat zeg ik, de kans is groot dat als hij dan zou vragen of ik niet wat rustiger aan zou moeten gaan doen – als in hou jij je klep eens –  ik besluit om in de lampen te hangen. Uit pure recalcitrantie. Dat is mijn hysterische brein hè. Op andere momenten ben ik zo mak als een lammetje (kuch).

Goed, de behandelkamer en de dierenarts. We hadden een goed gesprek, we konden al onze vragen stellen, het bloed werd afgenomen, de schildklier gepalpeerd (voelde beduidend minder dik), hij werd gewogen (150 gram aangekomen, jeej!) en toen gingen we weer op huis aan.

Later die avond belde de dierenarts op met de uitslag. Wat ze zag was een aanzienlijke verbetering maar niet voldoende om nu te opereren. Eerst nog 3 weken medicatie, nu 3 pillen in plaats van 2. Zijn ontlasting in de gaten houden. Slappe brij duidt op slechte vertering en komt door de vraatzucht en op hol geslagen stofwisseling. De verwachting is dat als deze lijn zich doorzet, hij half juli kan worden geopereerd en hij voldoende tijd heeft om te herstellen voor onze vakantie. Duimen maar.

Natuurlijk zou ik na dat gesprek moet inzakken als en plumpudding. Taak volbracht, koppen dicht en instorten maar. Maar zo werkt dat niet. Mijn brein geeft naar verwachting pas overmorgen ‘sein veilig’. Wat dat betreft geldt ‘ervaringen uit het verleden zijn helaas zeker een garantie voor het heden’. Dus de komende tijd blijf ik nog hyperalert. Tot ik overmorgen waarschijnlijk doodmoe en inmiddels minder alert tegen een deurpost oploop en dan in één klap instort.

Niet vreemd dat ik nauwelijks sliep vannacht. Mijn lijf lag letterlijk na te schokken. En vandaag weet ik dat ik moe ben maar ik voel het niet. Omdat de impulsen dat ik iets moet doen groter zijn. Moet wat doen! Ramen lappen, keuken reorganiseren. Liefst iets groots.

Gelukkig weet ik wat er gebeurt als ik dat doe. Ik til namelijk nog geen wasmand op. Dat heeft een reden dus ik moet zeker niet zomaar het huis gaan reorganiseren. In plaats daarvan deed ik wat regeldingen, schreef dit stukje en rekende uit waar dat geld voor de operatie nu weer vandaan moet komen. Deed ik toch iets 😉 .

En Smoes? Die leeft nog steeds in de zevende hemel met zijn vele eetmomenten en de extra aandacht die hij krijgt. Ieder geval iemand helemaal blij in dit huis.