
Op LinkedIn verscheen onlangs een bericht over een tekort aan ALK-artsen in Nederland en daar wond ik me over op.š
Volgens de auteur krijgen 122.500 mensen met aanhoudende lichamelijke klachten jarenlang geen passende zorg. Integrale, multidisciplinaire behandeling ontbreekt vrijwel volledig, terwijl verkeerde of versnipperde zorg bij 44% van de patiƫnten zelfs leidt tot schade. Ze pleitte ervoor te investeren in gezamenlijke ALK-zorg onder ƩƩn dak.
Tja.
Het probleem is volgens mij niet dat er te weinig ALK-artsen zijn maar dat er te weinig wetenschappelijk biomedisch onderzoek wordt gedaan en te weinig biomedisch onderbouwde zorg beschikbaar is voor mensen die de pech hebben vast te lopen in de ALK-categorie. Dat is naar mijn mening een medisch niemandsland waarin denken blijkbaar ophoudt zodra iets niet meteen verklaarbaar is.
Wie daar eenmaal belandt, komt terecht in een systeem van psychologische duiding en gedragsinterventies. ALK is voor veel patiƫnten geen zorgmodel, maar een beerput waar je moeilijk uitkomt als je er eenmaal in ligt en met mogelijk schadelijke gevolgen.
š¹ALK is een eindstation
Soms is het goed om even stil te staan bij de woorden die artsen gebruiken. Neem termen als ALK (Aanhoudende Lichamelijke Klachten), SOLK (Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten) of de Engelstalige variant MUS (Medically Unexplained Symptoms).
Op het eerste gezicht lijken het neutrale termen, ooit bedoeld als een soort tussenstations op weg naar meer duidelijkheid. Maar in de praktijk zijn het eindstations geworden, met grote gevolgen voor mensen met ziektes zoals ME.
š¹Een lange traditie van labels
Het idee dat lichamelijke klachten zonder duidelijke oorzaak een psychische achtergrond zouden hebben, is al eeuwenoud. In de Oudheid hadden we het over hysterie, veroorzaakt door een āzwervende baarmoederā.
In de 19e eeuw kreeg je als uitgeputte, onverklaarbare zieke of enigszins van de sociale norm afwijkend persoon (meestal een vrouw) al snel het label neurasthenie of zenuwzwakte. Ik geloof dat het bij mannen melancholie werd genoemd.
In de 20e eeuw kwamen termen als psychosomatisch, conversiestoornis en somatisatiestoornis op.
Dan vergeet ik er vast nog een paar.
Elke nieuwe generatie gaf het beestje een andere naam, maar de onderliggende boodschap bleef hetzelfde: je klachten zijn echt of voelen echt, maar de oorzaak ligt waarschijnlijk in je psyche en je houdt ze in stand met je gedrag.
š¹Wat was de bedoeling van SOLK en ALK?
De term SOLK werd in Nederland bij mijn weten ingevoerd rond 2010. Het idee achter SOLK was om ƩƩn term te gebruiken voor zeer verschillende lichamelijke klachten waarvoor artsen (nog) geen duidelijke medische oorzaak konden vinden. In 2021 werd die term vervangen door ALK.
De termen waren helemaal niet bedoeld om te blijven; het was meer een soort wachtkamerlabel voor klachten waarvoor de wetenschap nog geen goede verklaring had. Maar in de praktijk pakte dat heel anders uit.
š¹Het psychologiseren van onbekende ziekten
In plaats van een open houding, “we weten nog niet voldoende van bepaalde ziektes af, maar we doen er onderzoek naar”,Ā worden patiĆ«nten met het label ALK of SOLK vaak benaderd alsof de oorzaak wĆ©l bekend is. Er is een aanname dat het psychisch is. Een ziekte zonder biomarker? Dan zal het wel ātussen de orenā zitten.
Het wringt extra omdat de naam āonvoldoende verklaardā toch echt de suggestie wekt dat klachten automatisch āopschuivenā naar een andere categorie zodra er wĆ©l een verklaring is. Maar in de praktijk gebeurt dat niet. PatiĆ«nten blijven dat label houden, óók als er nieuwe inzichten of biomedische verklaringen bijkomen, zoals de laatste jaren met ME toch echt is gebeurd.
Het systeem houdt zichzelf in stand. Niet omdat de wetenschap stilstaat, maar omdat het denken eromheen niet meebeweegt.
Dat is een situatie die veel mensen met ME maar al te goed kennen. Een ziekte waarvoor inmiddels meer dan genoeg bewijs bestaat dat het om een ernstige biomedische aandoening gaat, met immuunafwijkingen, verstoringen in de energiehuishouding, neuro-inflammatie, en specifieke afwijkingen in inspanningsfysiologie. En toch blijft ME, vooral in Nederland, inĀ diezelfde vage categorie hangen. Alsof niemand eraan toe komt om het etiket te vervangen.
š¹Wat verdwijnt er allemaal in de categorie?
In de praktijk worden onder ALK een brede waaier aan aandoeningen gepropt, waaronder:
āŖļøME/cvs
āŖļøFibromyalgie
āŖļøPOTS (Posturaal Orthostatisch Tachycardie Syndroom)
āŖļøPrikkelbare Darm Syndroom (PDS/IBS)
āŖļøChronische pijnsyndromen
āŖļøChronische duizeligheid / functionele evenwichtsstoornissen
āŖļøFunctionele neurologische stoornissen
āŖļøChronische tinnitus
āŖļøPost infectieuze klachten (zoals na COVID of Pfeiffer)
Sommige van deze ziektes worden steeds beter onderzocht en deels verklaard, maar zolang het niet met een bloedtest zichtbaar is, blijven ze onder het ALK-label vallen.
š¹Rommel in het laatje
Het probleem is niet alleen dat het verkeerde label wordt gebruikt, maar dat het hele idee van een restcategorie fundamenteel wringt. Want zoān categorie werkt als een rommellaatje.
Alles waar je even geen raad mee weet, wordt erin gegooid. Chronische pijn, onverklaarde uitputting, darmklachten, duizeligheid, cognitieve uitval, hup, het laatje in.
En als je het daar maar lang genoeg in laat liggen, ga je vanzelf geloven dat die klachten bij elkaar horen. Dat maakt het risico groot dat je de onderliggende reden van dat laatje uit het oog verliest. Het label wordt de werkelijkheid. Alsof de patiƫnt thuishoort in dat laatje, alleen omdat je hem daar ooit hebt neergelegd.
š¹Twee maten
Er wordt bovendien met twee maten gemeten. Voor ziektes als depressie of burn-out bestaan óók geen objectieve biomarkers. De diagnose wordt gesteld op basis van een gesprek en een vragenlijst. Geen enkele psycholoog zal ooit zeggen: “maar waar is het bewijs dat deze meneer of mevrouw depressief is?” Die psycholoog vertrouwt op zijn klinisch oordeel en ervaring.
Maar als iemand met ME of POTS binnenkomt zonder afwijkende bloedwaarden, dan wordt het ineens een ander verhaal. Onverklaard, dus psychisch. Een klinisch oordeel gebaseerd op uitsluiting, internationale consensus criteria en een uitgebreide anamnese is dan ineens niet genoeg.
Die dubbele standaard is niet alleen onlogisch maar ook schadelijk. Het legt de verantwoordelijkheid volledig bij de patiĆ«nt. “Volg CGT en denk vooral positief,” terwijl de biomedische realiteit wordt genegeerd.
Deze hele ontwikkeling heeft wetenschappelijk onderzoek naar ME beperkt, de erkenning vertraagd, en de toegang tot passende zorg geblokkeerd.
Maar het meest treurige en schandelijke is dat de behandeling van ME-patiƫnten met CGT en GET onvoorstelbaar veel schade heeft aangericht. Patiƫnten zijn erdoor getraumatiseerd, leren hun eigen signalen negeren, en zijn daar vaak alleen maar zieker van geworden.
š¹Eenheidsworst
ALK lijkt een handig model: ƩƩn label voor veelvoorkomende klachten, ƩƩn zorgpad en ƩƩn behandelvisie.
Maar het werkt niet als je tientallen uiteenlopende aandoeningen op ƩƩn hoop gooit. ME is geen POTS. Fibromyalgie is geen prikkelbare darm. Toch worden ze allemaal ondergebracht in hetzelfde systeem, alsof het varianten zijn van ƩƩn en dezelfde stoornis.
Het gevolg is zorg die een eenheidsworst is. Iedereen krijgt hetzelfde behandeladvies, gebaseerd op algemene aannames over gedrag, cognities en stress. Daarmee worden de specifieke biomedische kenmerken van elk ziektebeeld genegeerd. Het belemmert, zoals eerder gezegd, gerichte zorg en onderzoek, omdat men blijft doen alsof het over één categorie gaat, terwijl het in werkelijkheid gaat om tientallen verschillende aandoeningen met elk hun eigen kenmerken.
De verzamelbak ALK is een verdienmodel en patiƫnten betalen daar de prijs voor.
š¹Tijd voor verandering
Het is hoog tijd dat we stoppen met werken vanuit dit soort vage verzamelbakken. Stop met alles wat nog niet verklaard is automatisch psychologisch te duiden. Soms vraagt het gewoon om meer geduld, meer onderzoek en meer nieuwsgierigheid.
Een ziekte als ME hoort niet thuis in een la waar ook functionele buikklachten, spanningshoofdpijn en hyperventilatie liggen. Het enige wat deze klachten gemeen hebben, is dat ze complex zijn. Maar complex is niet hetzelfde als psychisch.
Het wordt tijd dat behandelaars erkennen dat niet weten niet betekent dat iets psychisch is en dat patiƫnten niet gebaat zijn bij deze vooringenomenheid.

Kan deze blog ( en vele anderen) in een vakblad geplaatst worden? Hoog tijd zgn artsen eens flink wakker te schudden š«Ø
LikeGeliked door 1 persoon