Drijfveren, motivaties, angst en gedrag


Afbeelding Pixabay

Nu ik me iets beter voel, word ik weer geconfronteerd met bekend gedrag. Ik wil te veel, te snel, te hard. Voordat jullie mij nu allemaal met een opgeheven vingertje hoofdschuddend toespreken: ik vind dat ik een medaille moet krijgen voor goed gedrag. Want ik lig nog steeds zeker 23 van de 24 uur per dag plat. Ik kom alleen in beweging om te plassen/poepen en handen te wassen. Drie keer per dag zit ik wat meer overeind in bed om te eten. Daarnaast lees ik wat, schrijf ik wat en hang ik weer wat rond op social media. Probeer dat maar eens vol te houden maand in, maand uit in dezelfde ruimte, in dezelfde hoek leven. Ook al kan ik niet anders en vermaak ik me met wat lukt, het went niet.

Maar buiten dat permanente liggen is er nog wat ruimte. Een héél klein beetje ruimte. Om bijvoorbeeld te douchen op een dag dat ik me goed genoeg voel. Of om even in de tuin te zitten waar ik, zoals mijn arts dat noemt “lekker kan gaan luisteren hoe het gras groeit“. Of om wat spierversterkende beenoefeningen te doen, waar ik ook groen licht voor kreeg. Maar het is natuurlijk wel of of. Ik moet keuzes maken. En dat vind ik moeilijk. Ik ben op dit moment net een ex-suikerjunk die een hap caramelijs naar binnen heeft gewerkt en in een impuls de bak leeg vreet. Ik wil inhalen en vooruitlopen tegelijk.


Bij alles wat ik wil doen moet ik me afvragen:
– kan dit wel?
– kan dit nu?
– is dit niet te kort op…. (vul maar iets in)?

En verder moet ik afgaan op signalen van mijn lijf. Soms voel ik me prima maar is mijn hartslag verhoogd. Soms maar iets verhoogd. Maar toch is dat een signaal dat niet genegeerd mag worden.

“Die drang om vooruit te komen wordt ingegeven door angst om stil te vallen, door doodsangst”. 



En dan nog kan ik braaf het hele rijtje afgaan, afstrepen en afvinken en braaf iets niet doen om ineens in een impuls zelf mijn kop onder de kraan van de wastafel te stoppen, omdat mijn haar baggervet is en mijn hoofdhuid jeukt. Zoals altijd lukt dat prima op het moment zelf maar kan ik twee dagen later nauwelijks mijn bed uitkomen, ik zak letterlijk door mijn benen heen.

Al die impulsen, al die drijfveren komen ergens vandaan. Ik besef dat ik me vaak forceer omdat daar een grote angst achter zit. Angst om één van de vele ME-patiënten te worden die permanent in bed ligt. Nu er iets meer kan en ik heel gedoseerd keuzes moet maken wáár ik me op ga richten, kan ik niet kiezen. Nu meer dan ooit moet ik heel geduldig zijn. Maar ook nu meer dan ooit heb ik het gevoel dat ik geen tijd heb. Ik ben bang dat ik straks met stralend weer nog steeds opgesloten zit in mijn slaapkamer. Dat het zomer en weer herfst en winter wordt zonder dat ik dat zelf ervaar.

De angst dat het niet beter wordt dan dit, maakt dat ik te vaak onverstandige keuzes maak die op korte termijn voor veel geluk zorgen. Douchen na drie maanden niet kunnen douchen is beter dan sex. Buiten in de tuin zitten na gewoon de hele herfst en winter te hebben overgeslagen om buiten te komen, is een genot, zó groot, daar zijn geen woorden voor.

Het is goed om daar bewust van te zijn. Om te zien dat die drang om vooruit te komen wordt ingegeven door angst om stil te vallen, door doodsangst. Misschien kan ik visualiseren dat ik word overgenomen door een vrouw die wél dat geduld heeft om ondanks alle angsten rustig de tijd te nemen in een tempo dat goed voor haar is activiteiten op te pakken. Zonder belemmerende gedachten als “ik moet dit voorjaar in de tuin kunnen zitten anders wordt het nooit meer wat“.

Dus als jullie me nu even excuseren, dan laat ik me instralen door een betere versie van mezelf.

Meer ruimte voor jezelf

Laatst schreef ik een logje over een dag dat ik me niet goed voelde en dat slechtere dagen tegenwoordig zo makkelijk voorbij glijden omdat ik die omroeper in mijn hoofd heb ontslagen. Wat een rust. Ik kreeg nogal wat reacties, ook per mail, waarbij de strekking was:  
– Doe mij ook eens zo’n recept voor meer rust in je hoofd.
– Geef eens een voorbeeld van de ontslagbrief zodat mijn commentator ook opstapt.

Het is blijkbaar heel herkenbaar voor veel mensen. We zijn ons eigen ergste criticus. Genadeloos becommentariëren we onszelf over ons uiterlijk, gedrag, niet gezond zijn, onze gedachten. Soms is het maar op één gebied, maar als je pech hebt leef je samen met een commentator in je kop, die de hele dag brult wat voor nietsnut en sukkel je bent. En het erge is dat we dat dan soms ook gaan geloven.

Dat kan er toe leiden dat bij alles wat we doen een gevoel van onzekerheid meereist en dat we onze successen niet kunnen waarderen of niet kunnen genieten van wat goed gaat. Wanneer word ik ontmaskerd? Ik heb dit of dat wel goed gedaan maar toch voelt het alsof er straks een grote pijl op mij wordt gericht, met veel herrie en lawaai en dan ziet iedereen dat ik eigenlijk een mislukking ben, dat ik maar doe alsof….

Ik ben jaren lang heel streng voor mezelf geweest. De licht manische trekjes van mijn geest in combinatie met een neiging tot perfectionisme en ‘een het moet wel allemaal kloppen’- neiging hadden tot gevolg dat ik nooit aan mijn eigen standaard kon voldoen. Dus leefde ik continu met de teleurstelling van nooit waar gemaakte torenhoge verwachtingen, in combinatie met die omroeper in mijn kop die steeds harder ging brullen wat voor een loser ik was.

Toen werd ik ziek. Nou als dat geen falen was! Dus tetterde die omroeper nóg harder: je kunt niet eens de trap oplopen, lig je hier een beetje op de bank slap te doen terwijl je moeder/kind/man je moet verzorgen. Wat ben jij nou voor moeder dat je elke voorstelling/judo-examen/voetbalwedstrijd of rapportgesprek mist. Gek werd ik er van. En erger: ik geloofde die stem.

Totdat ik ermee stopte. Dat gebeurde niet van de ene op de andere dag. Maar het gebeurde wel. Van een keer tegen die commentator zeggen dat ie zijn snater moest houden, tot het moment dat ik ‘ineens’ dacht, wat een rust en later dat ik merkte dat ik tegen mezelf kon zeggen dat ik iets goed had gedaan. Hoe deed ik dat?

Word fan van jezelf
Ik heb geen commentator met negatieve opmerkingen meer in mijn hoofd. In plaats daarvan ben ik mijn eigen grootste fan geworden. Dat is iets anders dan mezelf geweldig vinden, dat bedoel ik niet. Maar in plaats van te benoemen wat slecht ging, ging ik aandacht vestigen op wat goed ging. Dat ging heel kort gezegd zo:
Ik heb 5 minuten gelopen vandaag, wauw!
in plaats van:
Ik heb maar 5 minuten gelopen vandaag en buurvrouw van 90 haalde me in.

Dat scheelt echt een slok op een borrel! In het begin gaat het misschien wat krampachtig en moet je soms heel hard nadenken om het positief om te draaien, maar het went snel.

Stel verwachtingen bij
Mijn verwachtingen bleken heel vaak niet realistisch te zijn of gebaseerd op wat ik dacht dat anderen van mij verwachten. Ja, dat is vragen om moeilijkheden. Nu verwacht ik niet meer zoveel en daardoor word ik regelmatig blij verrast.

Wees realistisch in wat kan
Lijkt op wat hierboven staat maar is net wat anders. Tegenwoordig werk ik niet meer met te-doenlijstjes en hobbel ik gewoon achter mijn eigen energie aan. Ik heb geleerd dat een te-doenlijst mij een heel erg opgejaagd gevoel geeft. Toen ik nog wel te-doenlijstjes maakte, zag ik op een bepaald moment dat wat ik dacht te kunnen doen, niet matchte met wat ik kan doen op een dag. Niet alleen qua energie maar vooral ook qua tijd dat het kost om een taak uit te voeren. Ik onderschatte de meeste activiteiten in tijdsduur. Ja, zo krijg je een te-doenlijst nooit af…

Doe lekker rustig aan en maar één ding tegelijk.
Hoe langzamer je dingen doet, hoe meer er lukt en hoe rustiger je blijft. Niet meer alles ‘snel snel’ en ‘even tussendoor’ en liefst ook nog alles tegelijk maar gewoon één ding per keer doen met je volle aandacht en in een prettig tempo. Hoe gejaagder ik was, hoe meer die stem in mijn hoofd begon te brullen. Waarschijnlijk stapte mijn commentator gewoon van pure verveling op, omdat ik alles zo traag en rustig ging doen. 

Stop met jezelf te straffen
Wat ik daarmee bedoel? Nou, bijvoorbeeld niet in de zon gaan zitten omdat je werkloos of arbeidsongeschikt bent en bang bent voor het commentaar van anderen op je bruine hoofd. Stop daarmee! Ook als je werkloos of ziek bent mag je genieten. Ik vond dat in het begin héél moeilijk. Tegenwoordig denk ik: die paar zonnige maanden dat ik in de tuin kan zitten terwijl anderen aan het werk zijn is mijn beloning voor die ellenlange winter dat ik me meestal beroerd voel en soms dagen niet buiten kom.

Schep ruimte
Vraag je bij alles af: moet dit echt? Wat gebeurt er als ik dit niet nu doe? Hoe kan ik het makkelijker voor mezelf maken?

Ontspanning
Voorheen ging ik pas ontspannen als ik klaar was met alles. Maar die situatie kwam nooit, er bleef altijd wel iets te doen ook al kon ik het helemaal niet doen. Dus bleef het brein voortdurend malen en actief denken over alles wat er moest gebeuren. Nu zorg ik tijdens de dag heel bewust voor momenten van ontspanning. Of iets nu af is of niet, dat boeit me niet zo. Wel dat ik elke dag een paar momenten heb dat ik echt ontspan. Door te lezen, te mediteren, muziek te luisteren, onder de douche te staan of wat dan ook.

Compassie en zachtheid
De belangrijkste wat mij betreft. Met mildheid en zachtheid voor je zelf zorgen en naar jezelf kijken. Kijk wie er in jouw omgeving compassie bij jou opwekt en projecteer dat gevoel op jezelf. Klinkt compassie en zachtheid je te wollig in de oren, vervang dat dan voor vriendelijkheid. Wees vriendelijker voor jezelf. Oefen jezelf in mildheid. Wordt niet boos als je iets vergeet of fout doet maar constateer in plaats daarvan dat je blijkbaar je dag niet hebt of dat je misschien wat veel aan je hoofd hebt. Vat het als een signaal op dat je misschien even een pauze moet nemen. Het zegt niets over wie je bent. Je zou toch ook niet tegen een kind van 8 dat met een slecht cijfer voor rekenen thuis komt zeggen dat hij een nietsnut en een sukkel is en dat dit maar weer bewijst dat hij niets waard is en iemand op wie niemand kan bouwen? Waarom dan wel tegen jezelf? Niet alles in het leven is een bevestiging van dat je niets waard bent. Die omroeper in je hoofd heeft gewoon continu een slechte dag en hoe meer jij hem gelooft, hoe harder hij gaat gillen.  Dus heb compassie met jezelf en stuur hem de laan uit.

Voor mij was een combinatie van het bovenstaande voldoende om de omroeper in mijn hoofd langzaam te laten verdwijnen. Ik heb geleerd dat te veel overprikkeling en te weinig ontspanning leidt tot meer stress en meer vatbaarheid voor negatief commentaar. Dus probeer ik dat te vermijden. Nu is mijn positie anders dan veel anderen. Ik kan verplichtingen vermijden omdat ik niet werk. De meeste mensen hebben wel verplichtingen en dingen die ze dagelijks moeten. Maar ook dan kun je met meer compassie met jezelf omgaan. Dat kan soms net het verschil maken tussen iets volhouden of niet. Bovendien vind ik het voordeel van compassie en zachtheid dat je veel meer beseft waarom je ergens voor kiest. Kies voor jezelf in plaats van dat je de verwachtingen van anderen waarmaakt.

Dit was mijn recept. Wat voor mij werkt hoeft natuurlijk niet voor jou te werken. Maar wie weet pik je er wél iets uit of heb ik je op een idee gebracht.

Heb jij nog tips die je wilt delen met anderen?

Het aardigheids-syndroom

Afbeelding Pixabay

Soms zou ik wensen dat ik meer kon loslaten van wat anderen van mij vinden. In mijn zoektocht naar eenvoudiger leven en loslaten stuit ik vaak – te vaak – op de hobbel van ‘aardig gevonden willen worden’. Ik ben 47 en nóg heb ik dat niet helemaal afgeleerd. Ik ben weinig onder de mensen en als ik dat dan ben, dan ga ik nog té vaak uit van verwachtingen die wel of niet kloppen maar die in ieder geval niet matchen met wat voor mij mogelijk is. Of – nog erger – ik geef mijn grenzen niet duidelijk aan als die niet gerespecteerd worden.

Het is niet helemaal bagger, ik ben geen konijntje waar je overheen walst. Mensen die ‘aan mijn energie komen’ weet ik inmiddels redelijk te sturen. Ik weet wat ik kan zeggen in dat soort situaties: ‘Ik hang nu op, ik besef ineens dat ik nog niet geluncht heb, ik ga nu even ‘dit of dat doen/’de muffins uit de oven halen’. Dát deel heb ik inmiddels aardig onder de knie.

Ook laat ik me niet meer overvallen door mensen die me iets vragen te doen. Ik heb mezelf aangeleerd te zeggen ‘daar kom ik op terug’. Ik heb er flink op geoefend en inmiddels kan ik wel zeggen dat dit me vaak lukt en vooral dat het me ruimte geeft. Soms lukt het me niet en ben ik niet alert genoeg maar in de praktijk blijkt dat ‘ik heb er nog eens over nagedacht maar het lukt niet/kan niet’ ook vaak werkt als je eerder wel ja zei.

Tot zover de successen. Er is echter nog een heel deel dat niet goed lukt. Het voor mezelf opkomen als mensen niet luisteren, geen rekening met me houden of erger: als mensen me kwetsen,  vind ik veel moeilijker. Als blijkt dat mensen geen inlevingsvermogen hebben, lijkt het juist nóg moeilijker om te zeggen dat ik iets niet kan of dat er iets niet lukt, zo lijkt het wel. Zeker nu ik sinds 2 jaar meer energie heb en nu toch ineens weer een vette terugslag heb, speelt dat. Ik kon immers een half jaar geleden wél iets, waarom nu dan niet? Zelf heb ik geleerd dat ME geen tot weinig logica kent. Een ander ziet of snapt dat niet. Door de afstand of door het mij niet dagelijks meemaken. Mensen zien en horen dat ik iets opknap en daarmee komen er ook verwachtingen. Dat ik blijkbaar weer mee kan doen. Soms is dat een onuitgesproken verwachting maar soms wordt het echt uitgesproken. En wanneer het wordt uitgesproken, zó onachtzaam en totaal niet rekening houdend met mijn situatie, dan kwetst me dat enorm. En wat doe ik dan? Ik zeg niets. Waarom niet? Waarom is dat toch zo moeilijk! Stel dat mensen me niet meer aardig vinden! Och guttegut, och en wee, wat dan nog?

Ik ben nu 47 jaar en het wordt misschien tijd dat ik eens leer nee te zeggen zonder schuldgevoel en zonder het gevoel dat ik iemands feestje verpest. Ik wil mijn energie, die zo verschrikkelijk kostbare en bevochten energie, stoppen in wat voor mij van belang is en niet in wat een ander behaagt of van mij verwacht.

Dus oefen ik maar weer. In nee zeggen tegen mensen die dat wel begrijpen. In niet altijd ingaan op lezersverzoeken per mail. In niet ingaan op Facebookuitnodigingen van lezers. Door mensen die me iets vragen niet meteen en per omgaande een antwoord sturen. Ik heb dit al vaker geoefend maar de vaardigheid zakt telkens weer weg. Omdat ik weinig mensen zie of omdat dit gewoon echt een zwak punt is, dat weet ik niet. Maar ooit krijg ik het onder de knie. Ik vind niet iedereen aardig en niet iedereen vindt mij aardig. Zo dus.

Gelukkig sta ik niet alleen in mijn aardig gevonden willen worden. Tik dit in op Google en er zijn 492.000 hits. 60 % van de mensen heeft hier last van. Ik ben dus in goed gezelschap, namelijk die van de meerderheid. Ik ben niet raar, ik heb last van iets waar heel veel mensen last van hebben. Grote kans dus dat de mensen die ik niet wil teleurstellen maar die wel over mijn grenzen heen denderen, precies hetzelfde voelen of meemaken. Dat is goed om in mijn achterhoofd te houden. Nee zeggen is wat de ander ook zou willen doen maar niet durft omdat hij bang is niet aardig gevonden te worden en een conflict te veroorzaken.

Heb jij wel eens last van het aardigheidssyndroom?

Het losse leven

Vorige week schreef ik een stukje over mijn lijstjesmanie en hysterische overprikkelde brein.  Het plan was om geen plan meer te hebben. Hoe staat het daarmee, met het doelloze bestaan?

Nou best redelijk eigenlijk! Ik voel me vrijer en opgelucht. Ik leef meer volgens wat mijn lichaam aangeeft. Geen lijstje maken bij het opstaan (of al klaar te hebben liggen) geeft rust. Ik hoef niet meteen iets van mezelf. Ik merk dat ik vooral in de ochtend veel tijd nodig heb om op te starten. Die tijd had ik eigenlijk altijd al nodig met een lijf dat vooral in de donkere tijd van het jaar iets minder soepel is en wat meer aandacht en rust vraagt. Maar dat negeerde ik meestal. Dus moest ik opstaan, en na het uitzwaaien van man en kind begon mijn dag. Dat betekende dat ik me meteen moest gaan aankleden en dan mediteren/lopen/wat huishouden doen/ en vergeet vooral niet te lezen en dan niet alleen ontspanning maar ook-iets-waar-we-beter/slimmer/gezonder-van-worden-et cetera-bladibla. De helft van de tijd lukte dat natuurlijk niet want ik zit niet thuis wegens zweetvoeten en zo kwam ik meestal nog voor de eerste bak koffie al heftig in de knel. En voelde ik me schuldig omdat het niet liep zoals gepland.

Nu ik niet in de ochtend een plan maak maar gewoon wakker word, merk ik dat ik sommige dagen heel traag ben en op andere dagen sta ik al om half negen in de ochtend een bed te verschonen. Net zoals het uitkomt. Soms loop ik nog heel lang in  pyjama rond en hang ik op de bank met de gordijnen dicht en een dvdtje op, soms duik ik weer mijn bed in en soms kleed ik me gewoon meteen aan en ga ik iets doen. Net zoals ik voel dat het nodig is op dat moment. Zo heb ik vandaag bijvoorbeeld uitgeslapen en ben ik net uit bed, omdat het wat lijf en geest betreft best wel pokkuh is vandaag. Het feit dat ik die ruimte neem (en doorgeef aan de huisgenoten) is een grote vooruitgang.

Curieus genoeg krijg ik nu meer gedaan dan met lijstjes. Er is de afgelopen week in een heel gezapig tempo toch wat geruimd en weggegooid. Ik kom ergens in een ruimte en doe gewoon wat, zoals het in me opkomt, hooguit een minuut of 5. De reden dat ik dit nooit zo deed was dat ik bang was als een kip zonder kop tekeer te gaan als ik eenmaal bezig was, want dat manische zat er echt in bij mij. Maar ik merk nu dat ik toch meer in contact ben met mezelf dan vroeger. Dus doe ik iets en voel ik het ook als het te veel wordt, soms net iets te laat maar dat maakt dan niet uit. Ik heb toch geen plan dus kan er ook niets in de soep lopen.

Dus ga ik zo zonder plan kriskras mijn huis door, lees lekker veel, ga elke dag even naar buiten al is het maar in een tuinstoel zitten met een deken om me heen en houd me bezig met de adoptie en het socialiseren van de nieuwste aanloper. En geniet van wat kan en wat lukt. Ik kan het wel, het losse leven!

Brengt me op het volgende punt. Zo lang als ik ziek thuis ben – zeven jaar komende februari –  ben ik aan het denken over wat ik ga doen als ik niet meer ziek ben. Ik kom regelmatig tot inzichten en handel daar dan naar. Voeding, het wordt iets met voeding! En haal een cursus voedingstherapie in huis. Maar kan het niet opbrengen het te gaan doen, want de mate van gezondheid en concentratie wisselen te sterk. En dan bedenk ik later: ik wil schrijven, ik word schrijfster! En bestel voor de zekerheid alvast maar even het Basisboek Journalistiek en een goed grammaticaboek, want aan dat Nederlands van mij mankeert nog wel wat.

Bij alles wat ik bedenk (budgetcoach, schrijver, eigenaar van een paleo-eettent, bakworkshops geven, workshops geven over goedkoop en glutenvrij koken en bakken, o nee toch schrijven) volg ik steeds dezelfde routine: in mij floept een ideeballonnetje omhoog en van idee ontwikkelt zich dat razendsnel tot iets mega groots dat me verplet waar ik bij sta. Volgens mij wordt het tijd dat ik daar eens mee stop. Dus: kappen nu!

Ik hield mezelf voor dat het denken hierover mijn worst was. Het hield me gemotiveerd en ik had een doel om naar toe te werken. Maar het denken over de toekomst en de onzekerheid over wat ik zou kunnen gaan doen, genereert zó veel onrust in mij. Het wordt tijd dat ik onder ogen zie dat het nog lang niet zo ver is. Dromen mag, concrete plannen maken niet. Niet zo lang ik zoals nu, al sinds eind september, niet eens de energie heb om een wandelingetje van 15 minuten te maken. Laten we wel wezen: ik kook alle dagen, douche drie keer per week, ga twee keer per week naar de fysio, doe twee keer in de week een kleine boodschap in winkels en lig om half 8 in de avond volledig uitgepoept op bed. First things first! Het denken over straks zit me nu in de weg. Ik moet stoppen met altijd maar denken over later, later als ik groot ben, gezond ben en alles het weer doet. Want ik leef nu en verspil door al dat denken over later kostbare energie, die ik nu goed kan gebruiken.

Wat een inzicht toch weer op deze vrijdagochtend! Heb jij nog voornemens om gedrag waar je last van hebt te veranderen?

Terug in de tijd

Een paar weken geleden had ik een reünie van mijn lagere schoolklas. Eigenlijk waren er bij aanvang van de schoolcarrière twee eerste klassen en het lukte ons ongeveer de helft van die mensen te bereiken. 25 mensen kwamen, van wie ik het merendeel toen ik de deur achter me dichtdeed aan het eind van de zesde klas, echt nooit meer heb gezien. Juf Mieke, onze favoriete juf uit de 3e en 4e klas kwam ook. En was nog net zo leuk en aansprekend als in mijn herinnering.

Het was een heerlijke middag, de zon deed flink mee, we zaten buiten op een terras aan het water op een plek waar alle oud-Wormenezen wel herinneringen hebben liggen, het oude Weromeri dat nu De Hofjes heet. Wat hapjes, wat drinken en warme maaltijd ter afsluiting. Wat grappig dat je zoveel vertrouwdheid kunt voelen met mensen die je 35 jaar niet hebt gezien. Vooraf twijfelde ik, wat moet ik daar, ik heb toch niets meer met deze mensen? Maar dat bleek niet te kloppen. We hebben een gezamenlijke jeugd gehad en dat bindt, ook nog na zoveel tijd blijkbaar.

Ik heb een vriendin die ik al vanaf mijn 5e ken. De vriendschap kende verschillende fasen, afhankelijk van waar we zelf mee bezig waren in het leven. Soms was er overlap en soms ook niet. Maar wat altijd bond was dat ik nog haar opa en oma heb gekend, weet hoe het daar vroeger thuis was en zij ook met één woord van mij genoeg weet over mijn vroegere thuissituatie.

Dat vond ik terug in de ontmoeting met mijn oude klas. Waarbij het opviel dat sommigen helemaal niet veranderd leken. F. ziet er nog steeds uit alsof hij net iets stouts heeft gedaan en K. houdt zich nog steeds wat afzijdig met zijn kalme en wijze uitstraling. Grappig genoeg gingen de mensen als vanzelf zitten bij degenen waarmee ze vroeger ook het meeste optrokken maar dat werd losgelaten naarmate de middag vorderde. Misschien meer dan vroeger bereid om verder te kijken dan de neus lang is?

Eén jongen uit mijn klas was altijd heel sloom. Hij vertelde zelf dat hij vaak een wekker zette om wakker te blijven in de klas. Die wekker kon ik me niet herinneren maar wel wist ik nog dat hij weinig zei en soms in slaap viel. Ik heb nog wel eens aan hem gedacht. Wat zou hij in het leven zijn gaan doen? Van de slaapkop van toen was weinig over. Het was nu een hele drukke praatgrage man die heel succesvol is met betrekking tot geld  verdienen en die duidelijk gewend is in het middelpunt van de belangstelling te staan. Hij kwam binnen of ‘hij maakte zijn entree’ is misschien een betere omschrijving en als vanzelf kwamen er mensen om hem heen staan. De ene na de andere lachsalvo, niets deed nog denken aan die slaapkop van vroeger.

Ouder worden kan heel bevrijdend zijn. Mensen hebben een beeld van je en misschien is het heel moeilijk om je daaraan te ontworstelen. Passen we ons eigen gedrag aan naar het beeld dat anderen van ons hebben? De meeste klasgenoten vonden mij trouwens helemaal niet veranderd. Wat dit over mij zegt? Juf Mieke vertelde dat ik altijdzo leergierig was, altijd vragen stelde en altijd het naadje van de kous wilde weten. Ja, daar herken ik me wel in, dat gedrag vertoon ik nog steeds.

De reünie was in ieder geval zo’n succes dat hij volgend jaar weer wordt gehouden. Dan gaan we zeilen op de Friese meren. Leuk, kan ik nu al naar uitkijken.

Heb jij nog contact met mensen van vroeger?