Hoe het gaat

Tijd voor weer eens een update.
De afgelopen maanden waren een emotionele rollercoaster. Vriendin kanker, beste vriend Corona, kat ziek en kind uit huis. Dat is best veel natuurlijk.

Evengoed ben ik redelijk stabiel. Ik douche om de week en dat lukt zonder grote terugslag. Natuurlijk wel met in achtneming van veel extra rust.

De pijn is onder controle zolang ik niet in PEM zit en dat is iets om dankbaar voor te zijn.

Eerder deze week plaatste ik een video van mezelf tijdens een PEM. Een PEM kent voor mij verschillende opeenvolgende fasen. En ik filmde mezelf op het moment dat denken en praten gewoon niet goed lukt.

Het blijft elke keer een afweging, wat laat ik zien en wat houd ik privé? Want natuurlijk word ik er niet vrolijk van mezelf zo te tonen.

Toch merkte ik ook dat het effect had. ME-patiënten kunnen op papier heel wat lijken, maar de realiteit is natuurlijk anders. De activist en schooljuf in mij winnen het dan toch van de schaamte.

Buiten dat verstrijken de dagen in een gekmakende maar tegelijkertijd geruststellende eentonigheid die maakt dat ik van moment naar moment kan leven en het daardoor vol kan houden.

Vanmiddag heb ik een telefonisch consult met mijn behandelaar. Eén medicijn (LDN) doet niets bij mij in de huidige dosis en als ik ophoog zijn de bijwerkingen te heftig. Dus hopelijk tovert hij iets anders uit zijn hoed.

Ik heb in de mail voorafgaand wel wat middelen genoemd die ik graag zou willen proberen (Abilify, Piracetam), dus wie weet.

Mischa is hard aan het klussen en ik verwacht dat dit weekend mijn dagkamer gereed komt. Dan kan ik elke morgen na ’t ontbijt “vertrekken” en na ’t avondeten “terugkomen”. Ik hoop dat t me lukt dit dagelijks te doen. Zo niet, af en toe is ook al fantastisch.

Bloggen ligt nog steeds zo goed als stil. Maar dat komt wel weer. Er zijn andere prioriteiten 🙏.

De kleine kapsalon

Mijn haar was te lang. Dat betekent klitten. Ik kan geen paardestaart maken want mijn linkerarm doet het niet goed. En gefrut door een ander aan mijn hoofd verdraag ik niet.

Dit zijn allemaal zachte bezwaren. Het hoofdbezwaar tegen lang haar is geur. Ik kan het niet zo vaak laten wassen als wenselijk is en dus lig ik in bed in de geurwolk van mijn eigen haar. En die geur is niet engeltjesfris zullen we maar zeggen.

Onlangs hadden we operatie douchen en haren wassen en nu ik toch bezig was, werd de kleine kapster besteld. Dat is mijn moeder. Die heeft de gave in 10 minuten mijn haren te kunnen knippen.

Dus eerst douchen en toen rust. De oplettende lezer denkt nu, douchen? Ja, douchen! Tegenwoordig lukt dat eens per twee weken in plaats van per drie maanden.

In de namiddag kwam mijn moekie, braaf met mondkapje voor. Ik had de prikkelarme knipbeurt besteld en vooraf aangegeven wat ik wilde.

Na vijf minuten werd ik niet goed en moest ik even liggen. Mijn moeder vertrok naar beneden. Toen ze terugkwam was ik nét in het stadium aanbeland van spierspasmes in mijn gezicht. Dat gebeurt altijd aan een kant. Dus dacht ze dat ik knipoogde.

Toen het tot haar doordrong wát het was, knipte dat zo mogelijk nog gestresster voor haar. Maar ze knipte, en daar ging het om.

Daarna werd Mischa geroepen om me naar de badkamer te brengen, zodat mijn haar even afgespoeld kon worden. Tegen die tijd was ik veranderd in een schuddend en huilend wezen.

Terug in bed nam ik afscheid van een aangeslagen moeder. “Dag mama, was gezellig, doen we snel nog eens.”

In de avonds rukte de pijn op. Slapen? Ammehoela. Maar mijn haar is weer kort. Dat wel. En ik zag mijn moeder weer even.