Niet nodig

Vreemd hoe het werkt. Zelfs nu ik bedlegerig ben valt mijn ogen op advertenties die voorbij komen op Facebook en Instagram. Het meeste negeer ik. Ik ben nooit iemand geweest die modebewust is, was nooit erg bezig met wat ik aandeed. Ik voelde me snel overdressed. Voor mij liever makkelijk zittende kleding die kapot geprakt kon worden door de katten, want dat gebeurde toch wel.

Maar schoenen en laarzen, dát was een ander verhaal. Je kon mij bij wijze van spreken elke dag de stad insturen en ik kon zonder problemen inslaan. Niet dat ik dat deed, maar ik heb toch wel een indrukwekkend aantal in de kast staan.

Op 23 december 2019 droeg ik voor het laatst laarzen. Mijn veganistische (van ananasleer gemaakt) stoere grijze met nep schapenwol gevoerde laarzen, tijdens het bezoek aan Cardiozorg. Daarna ben ik niet meer in de buitenwereld geweest.

Ik heb een kast vol met laarzen die ik niet meer draag. Vreemd genoeg kan ik zonder problemen al mijn kleding wegdoen en vervangen voor pyjama’s. Maar afscheid nemen van mijn laarzen lukt niet.

Bizar genoeg valt mijn oog nog steeds op schoenen die ik mooi vind en voel ik aandrang om ze te kopen. Zoals deze, dat is een echte “Martineschoen”.

Natuurlijk koop ik ze niet. Ik weet, het is slechts materie, ik heb het niet nodig. Maar het is ook afscheid van het idee dat ik überhaupt schoenen nodig heb. En dat schrijnt.

Alles is anders maar blijft toch hetzelfde

Soms voelt het alsof mijn wereld
is gestopt met draaien.
Alles sterft af en gaat verloren.
Mijn leven glipt door mijn vingers.

Ik voel me soms zo aangetast,
niets lijkt nog hetzelfde.
Niets is nog hetzelfde!

Maar als het lukt even te staan
dan kijk ik gewoon naar buiten
en zie ik het hetzelfde uitzicht
wat ik al jaren mag zien.

Het park blijft het park.
In elk seizoen, met elk weertype,
het blijft het park.
Het blijft mijn uitzicht.

Alles is veranderd.
Niets in mij bleef hetzelfde.
Niets in mij voelt nog enigszins vertrouwd.
Ik verblijf continu op onbekend terrein
zonder besef hoe het verder gaat.

Maar het park is er nog steeds.
Ik kan er nog steeds naar kijken.
Het park is er nog, en ik ook.

Ik zie mezelf


Heel vaak kijken we
Genadeloos naar onszelf
Neem deze foto
Ik zie een vrouw met ontploft haar
Zie de lijnen in haar gezicht
De wallen onder haar ogen
En het feit dat ik weet
Dat zij maanden niet heeft gedoucht
Kleurt ook hoe ik naar haar kijk
Best treurig, maar wel waar

Maar ik zie ook dat ze lacht

En ze zit overeind!
Al was het maar 5 seconden
Om deze foto te maken
Ik zie dat ze op haar gemak is
Dat ze lekker in haar vel zit
Ik zie een vrouw die zichzelf is

Ik zie mezelf
En dat is fijn
Want ik was mezelf
Zo verschrikkelijk lang kwijt

Hier en daar

Repost uit de 2012:

Soms moet het even
Voelen waar ik sta
Ik wil naar daar
Maar ik ben nu hier
En weet nooit zo goed
Hoe ik daar moet komen

Dus probeer ik maar wat
Soms met grote stappen
Soms met een hinkstapsprong
Maar nog vaker met veel vallen

Wát ik ook doe
Ik blijf altijd hier
In plaats van daar

Toch is ook hier veel mogelijk
Misschien net zo veel als daar
De kunst is te blijven zien
Wat hier is en wat daar
En met een beetje geduld
Wordt hier vanzelf daar

Zo overdenk ik liggend in bed
Gevloerd omdat ik
Te snel naar daar liep
Terwijl ik hier achterbleef


©MinofMeer 🍀

(afbeelding Pixabay)

Bevrijd

Als wanhoop verandert in overgave
Dan kan ik zijn wie ik ben
Zonder mezelf nog af te vragen
Wie ik zou kunnen zijn of ben geweest

Als verdriet verandert in berusting
Dan kan ik eindelijk loslaten
Wat mijn hart zo lang vasthield
En de brokstukken oprapen

Als ik de werkelijkheid omhels
Al verafschuw ik wat er gebeurt
Dan kom ik in beweging
Ook al lig ik de hele dag stil

Als ik grapjes maak over mijn leven
Ook al is de realiteit inktzwart
Dan stijg ik uit boven mezelf
En lach zelf het hardst

Als ik droom van de toekomst
Weet ik dat het meeste niet gaat gebeuren
Maar toch fluistert mijn ziel
‘Niemand zegt dat dromen niet mag’

Als ik als hoogvlieger
Telkens weer ter aarde stort
Dan is dat geen gebrek aan realiteitszin
Het getuigt van levenslust en kracht

Als ik nu in de spiegel kijk
Dan zie ik een vrouw
Die vreemd en vertrouwd is
En die van mij eindelijk erkenning krijgt

Ik zie nu wat er is
En wat er overblijft
Maar de angst voor wat komt
Laat ik nu los

Bevrijd van een ondragelijk gewicht
Maar dát kan ook komen
Omdat de 12 kilo kat die op mij lag
Inmiddels is opgestaan

Drijfveren, motivaties, angst en gedrag


Afbeelding Pixabay

Nu ik me iets beter voel, word ik weer geconfronteerd met bekend gedrag. Ik wil te veel, te snel, te hard. Voordat jullie mij nu allemaal met een opgeheven vingertje hoofdschuddend toespreken: ik vind dat ik een medaille moet krijgen voor goed gedrag. Want ik lig nog steeds zeker 23 van de 24 uur per dag plat. Ik kom alleen in beweging om te plassen/poepen en handen te wassen. Drie keer per dag zit ik wat meer overeind in bed om te eten. Daarnaast lees ik wat, schrijf ik wat en hang ik weer wat rond op social media. Probeer dat maar eens vol te houden maand in, maand uit in dezelfde ruimte, in dezelfde hoek leven. Ook al kan ik niet anders en vermaak ik me met wat lukt, het went niet.

Maar buiten dat permanente liggen is er nog wat ruimte. Een héél klein beetje ruimte. Om bijvoorbeeld te douchen op een dag dat ik me goed genoeg voel. Of om even in de tuin te zitten waar ik, zoals mijn arts dat noemt “lekker kan gaan luisteren hoe het gras groeit“. Of om wat spierversterkende beenoefeningen te doen, waar ik ook groen licht voor kreeg. Maar het is natuurlijk wel of of. Ik moet keuzes maken. En dat vind ik moeilijk. Ik ben op dit moment net een ex-suikerjunk die een hap caramelijs naar binnen heeft gewerkt en in een impuls de bak leeg vreet. Ik wil inhalen en vooruitlopen tegelijk.


Bij alles wat ik wil doen moet ik me afvragen:
– kan dit wel?
– kan dit nu?
– is dit niet te kort op…. (vul maar iets in)?

En verder moet ik afgaan op signalen van mijn lijf. Soms voel ik me prima maar is mijn hartslag verhoogd. Soms maar iets verhoogd. Maar toch is dat een signaal dat niet genegeerd mag worden.

“Die drang om vooruit te komen wordt ingegeven door angst om stil te vallen, door doodsangst”. 



En dan nog kan ik braaf het hele rijtje afgaan, afstrepen en afvinken en braaf iets niet doen om ineens in een impuls zelf mijn kop onder de kraan van de wastafel te stoppen, omdat mijn haar baggervet is en mijn hoofdhuid jeukt. Zoals altijd lukt dat prima op het moment zelf maar kan ik twee dagen later nauwelijks mijn bed uitkomen, ik zak letterlijk door mijn benen heen.

Al die impulsen, al die drijfveren komen ergens vandaan. Ik besef dat ik me vaak forceer omdat daar een grote angst achter zit. Angst om één van de vele ME-patiënten te worden die permanent in bed ligt. Nu er iets meer kan en ik heel gedoseerd keuzes moet maken wáár ik me op ga richten, kan ik niet kiezen. Nu meer dan ooit moet ik heel geduldig zijn. Maar ook nu meer dan ooit heb ik het gevoel dat ik geen tijd heb. Ik ben bang dat ik straks met stralend weer nog steeds opgesloten zit in mijn slaapkamer. Dat het zomer en weer herfst en winter wordt zonder dat ik dat zelf ervaar.

De angst dat het niet beter wordt dan dit, maakt dat ik te vaak onverstandige keuzes maak die op korte termijn voor veel geluk zorgen. Douchen na drie maanden niet kunnen douchen is beter dan sex. Buiten in de tuin zitten na gewoon de hele herfst en winter te hebben overgeslagen om buiten te komen, is een genot, zó groot, daar zijn geen woorden voor.

Het is goed om daar bewust van te zijn. Om te zien dat die drang om vooruit te komen wordt ingegeven door angst om stil te vallen, door doodsangst. Misschien kan ik visualiseren dat ik word overgenomen door een vrouw die wél dat geduld heeft om ondanks alle angsten rustig de tijd te nemen in een tempo dat goed voor haar is activiteiten op te pakken. Zonder belemmerende gedachten als “ik moet dit voorjaar in de tuin kunnen zitten anders wordt het nooit meer wat“.

Dus als jullie me nu even excuseren, dan laat ik me instralen door een betere versie van mezelf.

Er mogen zijn

Ooit keek ik in de spiegel en zei tegen de vrouw die ik daar zag: “wie ben ik als ik niet meer kan wat ik altijd kon?Als ik niet meer doe wat ik altijd deed? ” Een vraag die speelde in de begintijd van mijn ziekte. Toen ik moest leren accepteren dat wat ooit was, niet meer terugkwam. Een periode van accepteren, afscheid en rouw.

In een samenleving waarin we ons vaak definiëren aan de hand van wat we doen, is dat ook geen vreemde vraag. Sterker nog, het is de eerste vraag die we aan elkaar stellen als we elkaar tegenkomen. “Wat doe jij tegenwoordig?” En dan vertellen mensen dat zij een eigen bedrijf hebben, werken als communicatiemedewerker, gepensioneerd zijn of dat ze even ‘in between jobs’ zitten. Wat we doen, wordt opgehangen aan datgene waar we geld mee verdienen.

Of we staan anders in het leven en we beantwoorden de vraag met het laten zien van foto’s van onze kinderen. Omdat die voor een groot deel van de dag bepalen hoe we deze indelen.

Als in bed liggen of op de bank zitten je hoofdactiviteit is, dan kan dat dus enorm schuren. Ooit was ik ook iemand met een druk bestaan, die van hot naar her rende en die altijd verhalen paraat had over wat er nu weer op het werk was gebeurd. Want daar speelde altijd wel wat.

Dat ik op de bank lig betekent niet dat er niets in mijn leven gebeurt. Mijn leven is vaak vol. Ook omdat de dingen van de dag de energie opslokken die er is. Maar het is niet iets waar je makkelijk over praat. Het is nu eenmaal niet zo boeiend om te zeggen dat je hebt gedoucht. Ook al betekent dat in sommige weken dat dit een grote overwinning is.

Patiënt ben je helaas 24 uur per dag. Ik heb om die reden nooit vakantie en ook nooit een parttime dag, kan mezelf niet uitzetten. Ik kan ook niet naar de winkel gaan en zeggen  “doe nu maar een tijd een ander lijf, dit hier ben ik zat.” Het is niet zo vreemd dat ik vaak het gevoel heb gehad mezelf kwijt te zijn geraakt. Dat gebeurt als de spelregels in je leven ineens veranderen en je daar schijnbaar weinig invloed op hebt.

Wat ik  nog wel deed op een dag was vaak óf niet echt de moeite waard van een gesprek óf zo beladen dat het me uitputte. Het is gewoon niet fijn praten over pijn of over wat ziekzijn met je doet. Het zorgt bovendien ook vaak voor ongemak bij de ander. Ik vond het moeilijk eerlijk antwoord te geven op de vraag van een ander hoe het met mij ging. Bang dat mensen wegliepen. Wat ook wel is gebeurd.

Als de rol die je altijd vervulde verandert, dan duurt het een tijd voordat er weer een balans is. Gaandeweg heb ik ontdekt, al zoekend naar zingeving, dat schrijven maakt dat ik mezelf kan helen. Dat het dan voelt alsof mijn stukjes weer in elkaar passen. Weliswaar allemaal op een andere plek, maar toch een soort van geheel. Ik ben een  IKEA zelfbouwpakket waarvan er hier en daar wat schroefjes missen en waarvan de gebruiksaanwijzing zoek is. Maar, ik sta. Nou ja, soort van.


“Ring the bells (ring the bells) that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack in everything 
That’s how the light gets in”

(Leonard Cohen, Anthem)

Nu ik regelmatig gebruik maak van een rolstoel, lijkt het alsof alle onderdelen van mij weer door elkaar liggen en opnieuw een plekje moeten zoeken. Ik moet toch weer afstand nemen van een beeld van mezelf. Van een hoop die ik had en verwachtingen van mezelf.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben heel, héél, blij met de rolstoel. Om wat het me geeft: ik kan nu aanwezig zijn, daar waar ik eerder schitterde door afwezigheid. Maar het heeft ook een andere kant.

Omdat ik moet wennen aan hoe mensen naar mij kijken.
Wat ze tegen me zeggen.
Of juist niet zeggen.
Ik moet wennen aan de blik die mensen heel erg niet op mij werpen.
En wennen aan de kinderen die juist lekker staren.

Ik moet wennen aan mijn eigen ongemak, aan het gevoel dat ik mezelf echt toestemming moet geven om in de rolstoel te gaan zitten. Omdat ik voel en weet dat veel mensen niet begrijpen waarom ik erin zit. En het daardoor bijna lijkt alsof het niet mag. Van mezelf. Want ik ben mijn eigen grootste commentator.

De grootste stap was niet de aanschaf van de rolstoel of er de eerste keer in gaan zitten. De grootste stap is dit te blijven doen. Mezelf toestemming te geven ergens naar toe te gaan, ondanks mijn eigen ongemak met het ding. Dat heeft te maken met ‘er mogen zijn’ van mezelf en raakt heel erg aan zelf-liefde. Mezelf omarmen in alle imperfectie. Dat het goed is zoals het is, ongeacht van wat ik daarvan vind of denk. Of een ander.

Dat zijn grote stappen. Dus ik ben nog even aan het puzzelen. En op zoek naar mezelf. 😉