Altijd honger

Waarschuwing vooraf: kattenspam. Al weer? Ja!

Smoes heeft altijd honger. Dat zit zo. Als kitten heeft hij een tijd te weinig eten gekregen. Dat was voor hem heftig genoeg om  daar een levenslange honger aan over te houden. Hij wil altijd eten, altijd. Het is een hyper kat, vol levenslust ondanks zijn inmiddels senior leeftijd van 12 jaar en prachtig op gewicht. Waar de drie andere katten worstelen met overgewicht, is Smoes altijd de slankste van de klas.

Omdat die andere drie op dieet zijn, worden ze regelmatig gewogen. En dan weeg ik Smoes ook meteen mee. Hij is in vrij korte tijd 500 gram afgevallen en er zat al niet veel vet aan die botten. Ondanks dat hij veel eten krijgt en vaak nog tussendoortjes of zelfs een complete maaltijd van mij krijgt, valt hij af.

Afgelopen week viel me op dat hij minder spierkracht heeft dan voorheen. Hij wilde op bed springen en dat lukte niet goed. Hij trok zich uiteindelijk heel moeizaam aan zijn voorpoten op. Toevalstreffer dacht ik eerst, maar een dag later zag ik dit weer. Ook bleek hij aan de diarree te zijn.

Ik telde één en één bij elkaar op en bedacht dat hij hoogstwaarschijnlijk last van zijn schildklier heeft. Ik heb eerder een kat gehad met deze aandoening en herken de symptomen. Veel oudere katten vanaf een jaar of 12 krijgen dit.

Op naar tante dokter dus. Zij voelde de schildklier meteen al zitten met een flinke verdikking. Ook bleek zijn spiermassa in voor- en achterpoten inderdaad aangetast en zijn hartslag te snel en te heftig. Samen met de uitslag van een bloedonderzoek en mijn verhaal over diarree en eetgedrag was het snel duidelijk. Hij heeft een te snel werkende schildklier en dus een stofwisseling die veel te snel gaat. Met razende honger tot gevolg. Het arme beest.

Er zijn wat opties:

  • Radiotherapie: een injectie met radioactief jodium dat de te actieve schildklierhormonen doodt. Dit is duur ( €1250) en er kleven buiten de prijs ook wel nadelen aan. Namelijk dat het niet altijd aanslaat en dan moet de kat nóg een keer à €1250.  Je kat is wel ook radioactief na de behandeling en moet een tijd opgenomen blijven bij de kliniek. En na thuiskomst moet hij weken binnen blijven, zo min mogelijk worden aangehaald. Ook heeft het gevolgen voor de kattenbak, die moet meteen worden verschoond nadat hij erop is geweest en de korrels moeten 4 weken in een aparte ruimte worden bewaard voordat ze mogen worden meegegeven met huisvuil. Een No Go wat mij betreft. Ik zie me al met 30 vuilniszakken met allemaal data erop genoteerd, een complete administratie bijhouden van wanneer welke poep veilig mag worden weggedaan. En het arme beest al die tijd niet knuffelen! De dierenarts raadde dit niet aan.
  • Pillen. 2 keer daags pillen geven de rest van zijn leven. Ook dit heeft een nadeel, namelijk twee keer per dag een grote worstelpartij.  Ook kunnen de pillen flinke bijwerkingen geven en op den duur heel belastend voor het lichaam worden. Als hij al veel ouder was, zouden pillen wel een goede optie zijn. Maar zoals de dierenarts aangaf, Smoes is nu net 12, kan met gemak misschien nog wel 6 jaar mee. Dat is erg lang pillen slikken.
  • Jodiumvrije voeding: geen optie voor ons. Met vier katten in huis gaat dat niet.
  • De vierde optie is een operatie. De schildklier wordt dan verwijderd. Indien nodig links en rechts. Ook hier kleven nadelen aan: de bijschildklieren kunnen worden aangetast tijdens de operatie en dat leidt tot ‘levensbedreigend calciumtekort’ (bron: mcvoordieren). Het weg gesneden schildklierweefsel kan bovendien terugkomen. Het voordeel hiervan is wel dat indien succesvol er geen medicatie meer nodig is.

Veel om te overdenken dus. We hebben nu afgesproken dat Smoes eerst een maand op medicatie wordt gezet om hem te stabiliseren. Dan wordt er weer een test gedaan om te kijken of de pillen zijn aangeslagen en zijn waarden normaliseren. Daarna zou hij dan een operatie ondergaan. De operatie is ook pittig aan de prijs maar dat is levenslang pillen slikken ook. Dan ben je uiteindelijk nóg duurder uit leerde een snelle rekensom (uitgaand van nog 6 jaren). Het voordeel van pillen zou wel zijn dat de kosten worden gespreid.

Wat me wel verbaast is dat we bij ons vorige kat al deze opties niet kregen. Nu is dit ook al jaren geleden dus wellicht waren er toen minder opties. Poes Dorrit kreeg toen gewoon pillen en klaar. Nooit meer iets getest. Ze werd wel tonnetje rond maar ook heel oud. Ze was al een jaar of 18 toen ze aan de medicatie ging en overleed op haar 20e.

Ik zal Smoes in ieder geval niet meer uitschelden voor vreetzak. En tot die pillen aanslaan krijgt hij zo veel en zo vaak eten als hij wil.

Oud zeer en drama’s die nergens over gaan

Hoewel het niet vaak voorkomt hier, zaten wij vorige week helemaal klaar om te bbq-en. Ik ben er niet dol op, vind het veel gedoe voor niet heel bijzonder eten – ik gooi net zo lief mijn eten in een grillpan – maar M. en S. zijn er dol op. Bovendien was M. jarig op een stralend zonnige dag, dus staken we de bbq in de fik.

Nét toen we zover waren om de eerste lading vlees dan wel groentespiesjes op het bord te deponeren, kregen we vanuit een buurtuin het dringende verzoek de katten naar binnen te doen. Er was gespoten door een onkruidverdelger en na het spuiten bleek dat het gespoten goedje ‘hoogstwaarschijnlijk niet goed was voor katten, er is nog nooit iets gebeurd, maar toch’. Zei de verdelger dus na het spuiten.

Lekker dan! Ik kan hier nu een heel boos verhaal houden over gif en dat we beter vooraf hadden kunnen worden gewaarschuwd maar dat doe ik niet, daar gaat dit stuk niet over.

Katten meteen naar binnen dus. Dat gaat hier niet zo makkelijk. Als je namelijk katten iets wil laten doen, gebeurt er meestal het tegenovergestelde. Toch hadden we na vijf minuten drie van de vier katten naar binnen gedreven. Waarbij Gerrie wel meteen weer door het afgesloten kattenluik naar buiten probeerde te breken. Dus dwong ik de man het luik er snel uit te halen en een houten plank voor het gat te timmeren. Terwijl het eten op de bbq lag te verpieteren. En de sfeer er niet beter op werd.

Drie van de vier dus. Dibbes ontbrak. Dibbes kent drie standen:

  1. ik ben relaxt, hang de clown uit en voel me heel blij met alles en iedereen
  2. ik slaap, laat me met rust
  3. dit klopt niet, ik vertrouw dit niet, NOOD, Groot Alarm!

Dibbes schoot van mijmeren onder een struik in één klap in standje drie, dat van groot alarm. Hij stoof de tuin uit en was weg.

Dit maken we helaas een paar keer per jaar mee. Hij schrikt heel erg van iets en gaat ervan door. Het duurt dan meestal uren voor hij weer naar binnen durft te komen door het kattenluik. Bij voorkeur als wij ons niet laten zien. Maar dát ging nu niet want dat luik was afgesloten.

Bovendien weet ik uit ervaring dat hij zich meestal verstopt op een plek vlak in de buurt, bijvoorbeeld de tuin van de buren. Waar net gif was gespoten.

Die bbq was dus geen succes. Ik kreeg geen hap meer door mijn strot. De man wel maar die ergerde zich aan mijn hysterische gedrag. En terecht want net als Dibbes ken ik ook maar drie standen:

  1. ik ben moe maar redelijk relaxt
  2. ik ben moe en lig in bed
  3. ik ben moe, zwaar overprikkeld en kleine gebeurtenissen doen in mijn brein een Groot Alarm afgaan.

U ziet, veel overeenkomsten met exzwerver Dibbes. Gaat het niet goed met Dibbes, dan gaat het zeker ook niet goed met mij.

Na een tijdje had ik hem gespot in de voortuin onder en struik waar hij heel stil zat te doen of hij daar niet zat. Dat lukte goed, ik zag hem eerst niet tot het me opviel dat achter een beste dunne struik een heel dikke witte kont heftig zijn bestaansrecht ontkende.

Toen ik hem riep stoof hij ervan door, jammerend de straat op, naar de overkant, een steeg in.

Dibbes lijkt na 5 jaar huisleven heel wat. Hij lijkt gelukkig en zo veel meer zelfvertrouwen te hebben. Maar er hoeft maar iets te gebeuren en dat hele dunne laagje vertrouwen verdwijnt. Oud zeer komt naar boven drijven. Wat overblijft is een hele angstige achterdochtige kat die niemand vertrouwt. In tegenstelling tot Gerrie. Die heeft dezelfde achtergrond en is ook nog snel onzeker. Maar als er iets engs is, rent Gerrie juist naar mij toe. Ik ben zijn duidelijk zijn mammie die hem moet redden.

Afijn, terug naar de steeg. Daar zag ik hem niet meer. Ik weer naar binnen. Na een uur toch weer gekeken. En jawel daar zat hij weer in de voortuin, onder dezelfde struik. Omdat roepen dus niet werkte ging ik op de stoep zitten en negeerde ik hem. Na een minuut of wat ging ik heel zacht praten. En praten. Ik zei al die dingetjes die mensen tegen hun huisdier zeggen als er niemand in de buurt is omdat het té gênant is. Zoals ‘ben jij dan mijn kleine lekkere schetepoeperdje, mijn Dibbesbeertje, mijn mooi Dibbesman‘.

Dit had effect. Wie kan dit weerstaan? Dibbes niet. Na een half uur lieve praat kwam hij heel voorzichtig overeind. Gapen. Ik kreeg een knipoog. En op de opmerking ‘kom maar jochie‘ volgde een jammerkreet. En nog één. Hij miauwde zijn ellende mijn kant uit. En toen hij begreep dat ik begreep hoe erg het allemaal was, stapte hij onder de struik vandaan.

Daarna was het goed. Er werd een buik aangeboden. Ik bood mijn oprechte excuses aan voor het feit dat hij zo vanuit het niets overstuur was geworden. Die werden gretig in ontvangst genomen, waarna hij aangaf naar binnen te willen. Parmantig liep hij over de bij wijze van spreken rode loper naar binnen terwijl ik, zijn nederige en inmiddels zwaar overspannen dienaar, zó diep boog dat mijn neus zowat de grond raakte.

Dat was echt een drama om niets. Maar wel eentje die er inhakte, bij mens en dier.

 

Over raadsels en scooters

img_20180505_1524056171900724436.jpg

Het cookieraadsel van gisteren is opgelost. Ik kreeg de cookiemelding op mijn eigen blog niet meer weg geklikt en dat is verdomd irritant. Want niet alleen ik had daar last van maar ook alle lezers. Het is na veel gevloek en getier opgelost maar nu verschijnt er volgens mij helemaal geen cookiemelding meer. Er valt niets meer weg te klikken. Om dat op te lossen heb ik in de sidebar een kleine tekst geplaatst. En nu maar hopen dat ik op vrije voeten blijf 😉 .

Over naar andere zaken. Een tijdje geleden – nou ja dat klinkt als een ver verleden, maar volgens mij was het gewoon vorige week – schreef ik dat ik wilde kijken hoe ik ‘wát niet meer goed kan, tóch kan laten doorgaan maar dan anders’. Dit vanwege de lichamelijke beperkingen die gestaag aan het oprukken zijn. Onder meer het meerdere keren per dag rusten is nu voor mij een manier om uiteindelijk meer te kunnen doen.  Of liever: om wat ik deed te kunnen blijven doen. Zoals douchen, koken, er af en toe een was in te gooien en energie over te houden om te bloggen/lezen/gezin en katten te knuffelen. Ik verdeel de energie die er is door het vele rusten op een andere manier. Maar hoe doe ik dat buitenshuis?

In 2010 kocht ik mijn eerste elektrische fiets en het ding zorgde jarenlang voor veel vrijheid. Want ook op een slechte dag kon ik dan tóch zelfstandig naar een behandelaar fietsen of even naar de winkel als het maandverband op was, om maar even een noodgeval te noemen. Een elektrische fiets geeft best veel trapondersteuning en ik riep altijd dat het me geen enkele moeite kostte.

Tot het tot me doordrong dat elke keer nadat ik even op de fiets naar de bieb was geweest, of de apotheek of een winkel, ik dagen bij moest komen. Ook al hebben we het hier over stukjes van maximaal 10 minuten fietsen. Langzaam drong het tot me door dat én fietsen én dan even in de bieb zoeken naar een boek nu niet meer kan.

Om toch dat ene boek uit te kunnen zoeken en toch zelfstandig naar de fsyio te kunnen gaan (die zit wel wat verder weg dan 10 minuten fietsen), overwoog ik een scooter te kopen. Maar ja, dát is een hele nieuwe wereld. Wat voor één? Hoe weet je wat een goede scooter is? Waar bieden ze goede niet volledig afgeragde tweedehands scooters aan? En ook, best belangrijk, waar halen we dan nu weer het geld vandaan in een jaar dat de kosten echt de pan uitrijzen?

Mijn moeder gaf een beslissende klap op het geheel door te verklaren liever warm te geven dan koud nergens meer lol aan te beleven. Ik mocht van haar een nieuwe scooter uitzoeken. Ze ziet mij ook worstelen met mijn steeds kleiner wordende leven en wordt blij van het idee dat ik nu meer zelfstandigheid heb.

Dus zocht en vond ik een snorscooter:

img-20180510-wa0003-22106659594.jpg

Hier op de foto nog even geplaatst in de achtertuin maar inmiddels staat hij voor aan een goed art-wandslot vastgeketend. Want telkens de scooter uit de achtertuin rijden de super smalle steeg door, voordat ik mijn vrijheid tegemoet tuf, leek me niet ideaal.

Iedereen blij en ik vooral. Nou ja, de katten vinden het maar niets. Zij zitten graag in de voortuin, lekker onder een struik te gluren naar al wie voorbij komt. Zodra ik de hoes er vanaf haal, rennen ze al geagiteerd weg.

Ik ben er dolblij mee en het maakt echt een wereld van verschil. Het is natuurlijk niet zo dat ik nu ineens energie heb om van alles te gaan ondernemen. Maar ik kan wel, zoals vorige week, ook op een slechte dag vrij spontaan besluiten mijn brillen op te gaan halen, nadat ik een mail kreeg dat ze klaar waren.

Het enige waar ik wél nog aan moet wennen is de giftige blikken van altijd dezelfde soort bejaarden. Met van die bruine gespierde kuiten, blakend van gezondheid. Ik snap heus dat mensen een scooter vinden stinken. Maar het is jammer dat er meteen een oordeel wordt geveld en dat mensen het nodig vinden vervelende opmerkingen te maken als ik bij een stoplicht sta.

Ik was er helemaal mee aan. Hoe te reageren? Moet ik me verdedigen? Uitleggen waarom ik zo’n milieu onvriendelijke stinkbak heb in die 30 seconden dat je staat te wachten tot het licht van rood op groen springt?

Zeer effectief bleek een stralende blik te werpen naar zo’n pinnige bejaarde rechter op de fiets en zo vrolijk mogelijk te roepen ‘wat stinkt dat hè!‘ Zeg nu zelf, het is moeilijk een stralende lach te negeren. Zeker die van een dolgelukkig mens dat haar vrijheid terug heeft.

 

Help! Vervelende cookies

Het is jullie vast opgevallen dat de cookiemelding op mijn blog zich permanent heeft geïnstalleerd. Heel irritant. Ik kom er niet achter waarom dit ineens zo is, maar vermoed dat het iets met de nieuwe privacywetgeving te maken heeft. Alleen een ronde bij collegabloggers leverde op dat ik blijkbaar het enige kneusje van de klas ben

Afijn, ik hoopte het op te lossen maar een urenlange zoektocht op diverse WordPress hulpsites leverde niets op. Waarbij ik moet zeggen dat ik een nitwit ben op dit gebied.

Wie heeft ook een wordpressblog en de oplossing voor mij? Want hier word ik niet vrolijk van 🤔.

Hè hè

Hoewel ik vast van plan was weer regelmatiger te bloggen, is het ‘ineens’ toch weer een week verder. Dat had diverse redenen.

Uitje
Donderdag 17 mei hadden wij een uitje! Met man en puber ging ik naar de schouwburg, naar een voorstelling van Sara Kroos. Wie hier langer meeleest weet dat dit heel uitzonderlijk is voor mij. Op zich kan ik wel makkelijk – mits ik het goed voorbereid en niet te vaak- naar de film of theater/cabaret. Het is immers zitten en over je heen laten komen. Er wordt van mij geen interactie verwacht. Qua prikkels heb ik wel erg last van de dingen erom heen: het theaterpubliek, het geroezemoes, alle kleuren en geuren van wat mensen dragen en opspuiten. Qua herrie heb ik tegenwoordig natuurlijk wel het voordeel dat ik mijn gehoorapparaten op stil kan zetten als ik door de foyer loop. Fijn!

Wat uitgaan moeilijk maakt voor mij is dat de meeste schouwburgvoorstellingen ’s avonds zijn en bij mij is de koek dan meestal volledig op. Het voordeel van de bioscoop is natuurlijk dat er ook overdag voorstellingen zijn. In de schouwburg is dat helaas niet zo, of je moet zin hebben in de voorstelling overdag ‘Juf Roos gaat op vakantie’. Ik schat zo in dat ik niet tot de doelgroep hoor. 😊

Maar helemaal nooit iets doen is ook niet leuk, dus kochten we toch aan het begin van het theaterseizoen twee kaarten voor mij. De mannen zijn bijna elke maand wel een keer ergens naar toe gegaan. Ik ging eind november mee naar een optreden van Frederique Spigt en nu dan naar Sara Kroos. Ik durfde het niet aan meer kaarten te kopen want de kans dat het niet lukt is altijd aanwezig.

Elke keer moet ik een afweging maken of het me waard is om vooraf een paar dagen te rusten en achteraf een terugslag te krijgen. Ik zal eerlijk zeggen dat ik nu vooral ging voor het idee van ‘er samen als gezin op uit’ want echt jofel voelde ik me niet die dag. Maar ik genoot van het samenzijn, ergens anders dan thuis te zijn met man en kind. En Sara Kroos is een aanrader, weet ik nu.

Ik heb preventief woensdag en donderdag plat gelegen. Donderdagavond was de voorstelling. Vrijdagochtend ben ik nog snel even mijn brillen gaan halen die bij de opticiën lagen en ben ik weer plat gaan liggen. Geheel in de lijn der verwachtingen kwam de reactie met een vertraging, pas op maandag. En was ik even een weekje uitgeschakeld.

Heel positief is dat het dit keer geen vette P.E.M. was maar een redelijk milde. Misschien door het pre-emptive resting dat ik tegenwoordig doe? Of het feit dat ik twee dagen vooraf helemaal plat was gaan liggen? Desalniettemin leek het me beter om, ook al was het redelijk mild, het tóch gewoon uit te liggen en vooral prikkels te vermijden.

De bril

Een tweede reden was de nieuwe bril, of liever gezegd de vier nieuwe brillen die ik er in één klap bij heb. Ik had altijd al een bril voor veraf. Mijn ogen bleken achteruit te zijn gegaan en ik moest een andere sterkte. Maar ik heb nu ook voor het eerst een leesbril nodig. Ik had al maanden moeite met lezen en veel last van hoofdpijn en vermoeide ogen.

Dus een bril voor veraf, voor dichtbij en ook van beiden een zonnebril versie. En rib uit het lijf maar ik had wel het geluk dat er toevallig een megakortingsactie was bij mijn opticien.

Het duurde wel even voor ik gewend was aan de nieuwe brillen. Zeker de leesbril was heftig in het begin en de eerste paar dagen had ik het idee dat ik überhaupt niets meer zag 😉 . Echt zin in bloggen had ik niet door de koppijn. Ook weet ik nu dat een leesbril niet werkt op een computer. Beetje suf van mij maar ik dacht hiervoor van wel. Om dat op te lossen heb ik nu de beeldscherminstellingen gewijzigd. Voor mij prettig maar voor de man iets minder. Maar om nu meteen een computerbril aan te schaffen vind ik ook weer zo wat. Wij hebben sinds begin januari – even checken – €2218,43 aan zorgkosten gehad voor mij. Onvergoed. Aan dieetbegeleiding, darmflora-analyses, parasietentesten, supplementen, beugel verwijderen, nachtbeugel, brillen en ga zo maar door. Nog een bril erbij trekt Bruin even niet.

Maar goed, lang verhaal & veel geouwehoer om te zeggen dat ik er weer ben en dat er van alles aan stukjes in de pijplijn zit. Maar ook dat ik deze week wel héél goed moet uitkijken wat ik doe en weer vooraf moet gaan rusten. We hebben namelijk van vrijdagmiddag tot maandagochtend een familie-uitje omdat Oma 80 jaar wordt. Met twee gezinnen, oma en een hond in een verbouwde boerderij vlakbij Roermond. Leuk, maar wel een enorme uitdaging voor mij! Daarover later meer.

Zelf glutenvrij brood bakken

Sinds ik de parasiet in mijn darmen probeer te bestrijden, eet ik koolhydraatarm. Parasieten leven immers op suikers. Maar langdurig koolhydraatarm zie ik niet zitten. Ik beleef toch erg veel vreugde aan brood of rijst. De natuurdiëtist waar ik nu onder behandeling ben is dat gelukkig met mij eens en ik mag – wel beperkt – koolhydraten eten.

Dus heb ik mij weer gestort op brood bakken, iets wat een tijdje stil lag. Glutenvrij brood bakken is moeilijk. Want de gluten die je dus niet toevoegt, zorgen in brood normaal voor de elasticiteit. Daarom is glutenvrij brood vaak zo brokkelig.

Glutenvrij eten. Heb ik coeliakie dan? Nee. Maar ik ben wel glutensensitief zoals ze dat noemen. Ik krijg heftige klachten na het eten van gluten. Recent is gebleken uit een darmflora-analyse dat mijn vertering heel slecht is. Inmiddels heb ik problemen met eiwitten, vetten en alle koolhydraten. Best een gedoe maar ik ben op de goede weg dit nu op te lossen. Omdat ik niet kan stoppen met eiwitten, vetten én koolhydraten eten, eet ik gewoon alles, behalve gluten en lactose want daar reageer ik buitensporig op. De truc zit er verder voor mij in om nu andere voedselcombinaties te eten en op een andere manier het eten klaar te maken (koken/stomen/stoven), maar dát is voer voor een ander stukje.

Ik was al sinds ik begon met glutenvrij eten – nu 5 jaar geleden – op zoek naar hét perfecte broodrecept. Glutenvrij brood dat je kunt kopen heeft twee nadelen: het is heel duur en bepaald niet gezond. Het zit bomvol toevoegingen die niets voor je gezondheid doen. En het is nog niet eens echt lekker.

Zelf experimenteren dus. Ik heb lang met een broodmix van onder meer teffmeel gebakken. Maar toen veranderde er iets in de samenstelling van het broodmeel en mislukte het 9 van de 10 keer.

Gaandeweg ben ik het zelf gaan uitvogelen. Dat ging echt op de manier van ‘een beetje van dit en een beetje van dat’. En nu heb ik dan het perfecte recept uitgewerkt. Een mengeling van meerdere melen. Want je kunt niet met bijvoorbeeld boekweit alleen een brood bakken. De meeste glutenvrije meelsoorten moeten gemengd worden om een echt brood te krijgen.

Wat zit erin?

  • Boekweitmeel. Heel voedzaam, eiwitrijk meel dat je bloedsuikerspiegel uren stabiel houdt. Officieel geen graan maar een zaad. Ik moest erg wennen aan de smaak en om die reden vind ik brood dat bijvoorbeeld uit boekweit en maar één andere meelsoort bestaat, nog steeds niet lekker. Maar zo verstopt tussen meerdere melen is het prima.
  • Sorghummeel, ook al zo’n bloedsuikerspiegel verlagend meel. Waar bovendien allerlei gezondheidsvoordelen aan worden toegeschreven. Voor mij vooral interessant omdat sorghum een probiotisch effect heeft op de darmen.
  • Volkoren rijstmeel: heel voedzaam, vol mineralen en vezels.
  • Havermout (vlokken of gemalen): goedkoop, lekker en gezond, vol antioxidanten en ook al zo bloedsuikerspiegel verlagend.

Nou, klaar met dat ouwehoeren, nu het recept!

Wat heb je nodig voor 1 brood:

  • 125 gram boekweitmeel
  • 125 gram sorghummeel
  • 125 gram volkoren rijstmeel
  • 125 gram havermoutmeel (of vlokken)
  • 10 gram zout
  • 10 gram psyllium vezels (zorgt voor de elasticiteit)
  • 8 gram xanthaangom (zorgt voor de elasticiteit)
  • 10 gram droge gist
  • 1 thl. suiker of honing/ahornsiroop
  • 10 ml olijfolie
  • 1 ei
  • 5 eetlepels gebroken lijnzaad
  • 300 ml water

en ook: eventueel een broodblik en een keukenmachine om het deeg te mengen.

Meng alle droge ingrediënten in de kom van de keukenmachine en zet deze aan. Giet langzaam het water, de olie en het los geklopte ei er bij. Meng goed. In tegenstelling tot normaal brooddeeg hoeft dat niet langdurig. Zodra je ziet dat het een samenhangend geheel is, ben je klaar met mengen. Is het te droog, voeg dan wat water toe.

Glutenvrij deeg ziet er totaal anders uit dan gewoon brooddeeg en gedraagt zich ook anders. Dat is goed om te onthouden als je gaat bakken.

Strooi wat meel op je aanrecht en schraap het deeg uit de kom. Rol het voorzichtig wat heen en weer (niet kneden). Maak er eerst een bol van en druk dat voorzichtig wat uit, rol wat heen en weer, zodat het een langwerpige vorm krijgt en leg het op een bakplaat bekleed met bakpapier.

Snij de bovenkant in met een broodmes, gewoon drie of vier inkepingen. Laat het in een oven met open deur op 50 graden 1 uur rijzen. Na dat uur zet je de temperatuur op 180 graden en bak je het brood in 40 tot 50 minuten af. (Als je het liever in een blik afbakt, moet je het na 40 minuten bakken uit het blik halen en dan nog even 10 minuten afbakken, voor een lekkere knapperige korst.)

Laat het goed afkoelen voor je het snijdt. Het brood laat zich goed invriezen. Het is een compact, stevig en goed vullend brood.

Opmerkingen:

  • Je kunt natuurlijk ook experimenteren met verschillende glutenvrije meelsoorten. Wel lukt glutenvrij brood altijd beter als je met minimaal 3 soorten meel tegelijk bakt. Mijn favoriete combi is boekweit-sorghum-rijstmeel-havermout, zoals hierboven staat. Maar ik vervang ook wel eens de havermout voor amandelmeel of teffmeel. Als je andere soorten gebruikt, zul je soms wat minder of meer water moeten toevoegen.
  • Als je iets in de verhoudingen verandert, moet je ook meer of minder water toevoegen. Ik bak altijd met 125 gram per meelsoort. Als je bijvoorbeeld meer sorghummeel wil toevoegen moet je ook meer water toevoegen, omdat het anders te droog wordt. Het deeg moet iets droger zijn dan klei.
  • Ik koop boekweitmeel en havermout gewoon in de supermarkt. Het sorghummeel en volkoren rijstmeel koop ik online bij Pit & Pit.

Eindelijk

Waar ik ook kom, daar heb ik binnen de kortste keren contact met katten. Stuur mij op vakantie en ik word vriendjes met de plaatselijke zwerfkatten. Laat mij los op straat en ik struikel over katten die aandacht willen.

Katten vinden mij snel leuk. Ze zoeken toenadering. In kattentermen word ik door veel katten geschikt bevonden voor ‘de dienst’. Iets in mij maakt dat ik jaar in jaar uit goed scoor tijdens de beoordelingsgesprekken, al blijven er natuurlijk altijd aandachtspunten.

Van onze eigen kattentroep scoren Dibbes en Gerrie denk ik het hoogst op de schaal van mogelijkheden om van een mens, en dan specifiek van mij, te houden. Dat heeft denk ik vooral met bezitsdrang te maken. Met hun achtergrond – een zwervend bestaan vol ellende en honger – promoveerde ik vrij snel van ‘eng maar wel oké’ naar ‘dit mens is van mij’ . In de praktijk vertaalt dit zich in onhebbelijk gedrag naar anderen toe. Loopt Gerrie op mij af, dan gooit Dibbes zich snel tegen mij aan. Van mij!

Echte liefde dus. Of wat daar bij een kat voor door gaat. Behalve Moos. Moos en ik hebben een ietwat getroebleerde relatie. Hoe dat komt? Geen flauw idee. Ook hij komt van de straat. In 2006 kwam hij als klein katertje van hooguit vier maanden aanlopen met een forse navelbreuk. Hij bleef. Zo gaat dat hier.

druk aan het werk als plantenpletter

Ik werd op zijn hoogst getolereerd. Maar Moos en ik begrepen elkaar niet. Ik ben best geduldig. Maar jaar in jaar uit liep Moos regelmatig beledigd weg als ik hem aanhaalde. Ik mocht hem eten geven. Op zijn tijd en alleen als hij in een héél goed humeur was, aaien. Maar daar hield het ook op.

‘Mama, je moet zo kriebelen bij Moos’. S. heeft het me wel 1000 x voor gedaan. Want Moos vertoonde zijn mood swings vooral bij mij. Op S. en M. is hij altijd al dol geweest.

Moos gaf mij altijd het idee dat ik het verkeerd deed. De kriebel op de verkeerde manier, op het verkeerde moment, te hard, te zacht, met te weinig respect. Best frustrerend voor iemand die zich een echte kattenmoeder voelt.

Maar ouder worden doet ook milder worden. Moos heeft zijn eisen bijgesteld en mij in dienst genomen. Ik ben eindelijk goed bevonden om tegenaan te liggen. Hij biedt zijn buik regelmatig aan mij aan. Hij loopt niet meer beledigd weg als ik hem benader. Hij geeft mij kopjes en aandacht. Moos heeft ontdekt dat ik eigenlijk best wel oké ben. Na 12 jaar.

Bezinning en rust

Omdat mijn hoofd heel vol was, besloot ik vorige maand een pauze in te lassen van het bloggen. Dat heb ik ruim vier weken vol gehouden, ongehoord lang voor mijn doen. Waar had ik al die tijd voor nodig?

Het was een schoonmaak in mijn hoofd. En tevens een tijd waarin ik even opnieuw moest zoeken naar wat kan en vooral wat niet meer kan. Zoeken naar manieren om wát niet meer kan, tóch mogelijk te maken, maar dan anders (als jullie het nog snappen).

ME is een aandoening met een grillig verloop. Heel vaak kan vandaag niet wat gisteren wel kon en kan ik volgende week ineens meer. Maar het is wel vaak zo dat ik op een bepaald niveau zit van kunnen. Ik weet meestal wel dat ik bepaalde activiteiten niet moet combineren op een dag. Dat als ik bijvoorbeeld naar de fysio ben geweest, ik dan niet ook iemand nog op de thee kan hebben die dag.

Als ik een terugslag heb gehad, is het altijd weer spannend of ik erna weer terug kom op het mij bekende niveau, of dat ik een stap achteruit ben gegaan in mogelijkheden. Vaak dringt het best laat tot mij door dat ik achteruit ben gegaan en blijf ik als een robot telkens weer dat doen wat eerst nog wél lukte, tot het kwartje valt.

Eigenlijk ben ik al sinds vorig jaar maart achteruit gegaan in mogelijkheden. En drong dat dit voorjaar pas echt goed tot mij door. Ik had even tijd nodig om dat te laten bezinken en ook om te bekijken wat ik daar aan kan doen. Niet zozeer qua behandelingen maar meer wat ik dan wel kan doen op een dag.

Wat wil ik, wat kan ik, en hoe graag wil ik dat. Op die vragen heb ik wat zitten kauwen. Hoe verdeel ik de energie die er is en wat kan ik buitenshuis doen als fietsen en lopen niet goed lukt?

Over hoe ik de energie verdeel zal ik nu wat vertellen. De rest – activiteiten buitenshuis – is voer voor een ander blog.

Ik ben in april gestart met pre-emptive resting, zoals dat heet. Ik stuitte op dit begrip op een Engelstalige site voor ME-patiënten. Ik was tot nu toe vooral bekend met de tactiek van herstellend rusten. Dat gaat zo: je doet wat, stort in en crasht in bed. En dat elke dag 😉 . Weinig tactiek dus en veel herhaling. Sommige dagen voel je je beter en kan je meer doen. Tot je weer instort en weer over gaat op het crashsysteem.

Pre-emptive resting is alle dagen op vaste tijden rusten. Ook op goede dagen. En rusten is plat liggen met ogen dicht en gordijnen dicht. Nul prikkels.

Nu lag ik meestal wel een keer per dag plat. De laatste maanden was dat over het algemeen in de middag. Maar ik weet niet of dit echt rusten genoemd kon worden. Het was meer plat liggen omdat iets anders niet goed lukte. Ik lag vaak vanaf een uur of 2 tot het avondeten in bed en las dan of keek wat op de laptop. Op slechte dagen lag ik de hele dag in bed en was mijn bed een verzameling van katten, boeken, de laptop en andere noodzakelijkheden. Maar is dit rusten? Ik dacht lang van wel omdat ik de spieren niet gebruikte.

Maar pre-emptive resting is de symptomen vóór zijn. Je rust een met jezelf afgesproken tijd op vaste tijdstippen op alle dagen. Het is dus een vast onderdeel van een dagelijkse routine en eentje die niet achter de symptomen aanhobbelt.

Dus ging ik hiermee experimenteren. Na wat gezoek en gevloek zit ik nu op 3 keer per dag een half uur rusten, om 11 uur, 14 uur en 17 uur. Het grote voordeel van vooral die ochtendrust is dat ik mij dan meestal nog wel redelijk voel. De dag is nog te kort onderweg om over de grenzen te zijn gegaan en te crashen. Ik ben dan meestal net klaar met mijn ochtendriedel (opstarten, ontbijten, douchen) en ga dan dus al weer rusten. Dat doet goed. Ik merkte meteen na een week al dat je hiermee punten verdient.

Als de tijden niet uitkomen, bijvoorbeeld omdat ik een fysio-afspraak om 14 uur heb, verschuif ik de eerste rust zo dat ik wel uitkom. Dan rust ik bijvoorbeeld om 10 – 13 – 16 uur.

Ik doe dit nu ruim een maand en merk nu al de voordelen. Ik heb niet zozeer meer energie maar de energie die er is, wordt anders verdeeld. Ik kan nu makkelijker in de namiddag koken, iets wat voorheen echt niet lukte, dat moest echt al in de ochtend gebeuren voor ik instortte.

‘Scheduled rests are a useful part of pacing, a strategy of gaining control over chronic illness by living according to a plan rather than in response to symptoms’.(bron:cfidsselfhelp).

Het grootste voordeel is dat ik het gevoel heb weer iets van grip te hebben. Natuurlijk hoop ik dat het op den duur ook leidt tot meer energie en meer activiteiten kunnen doen.

Buiten het geplande rusten, heb ik nu ook rustmomenten als ik op stap ga. Dus moet ik naar de fysio? Voorafgaand ga ik even 15 minuten plat. Kom ik terug, doe ik dat meteen weer.

Leuk? Mwah, niet echt natuurlijk. Maar er is zoveel niet leuk en ik kan me vrij makkelijk over dit soort gevoelens heen zetten. Ik zie er vooral de voordelen van. Het brengt duidelijkheid en rust in de tent.

Een volgende keer: activiteiten buitenshuis en zelfstandigheid.

Activisme

Laatst was er een discussie in de FB groep voor ME-patiënten waar ik lid van ben, of je een persoonlijke post over ME kon plaatsen op 12 mei, wereld ME-awarenessdag. Zoals bij jullie inmiddels wel bekend, is dit de dag dat wereldwijd ME-patiënten aandacht vragen voor hun zwaar onderschatte aandoening en oproepen tot meer biomedisch onderzoek.

Best veel mensen in deze FB-groep durfden niets te plaatsen. Bang om zielig gevonden te worden. Of van aandachttrekkerij te worden beschuldigd. Eén vrouw schreef dat ze wel eens iets had geplaatst maar dat het haar kwetste dat vrijwel nooit iemand van haar gezonde FB-vrienden reageerde. Dus was ze er mee gestopt.

Ja, dat komt best hard binnen natuurlijk. Plaats je een lullige of grappige foto van je kind, kat, vakantie of een gebroken poot, dan regent het likes en sterkte icoontjes. Plaats je iets over ME dan blijft het vaak stil. Dat heb ik zelf ook ervaren.

Maar, nu komt het. Dat is aan het veranderen. Zelf plaats ik al sinds ruim een jaar foto’s op Instagram en op FB van mijn dagelijkse leven. Daar komen dus foto’s van katten, boeken en onze tuin voorbij. Mijn dagelijkse leven. Maar ik kom ook op die foto’s voorbij, vaak in min of meer deplorabele toestand. Omdat dit nu eenmaal mijn dagelijkse toestand is, is het voor mij normaal. Ik verdom het om mij nog langer te verstoppen.

En ook juist omdat het niet normaal zou moeten zijn, plaats ik het. Steeds meer word ik een activist vanuit bed. Want steeds vaker kan ik boos zijn. Niet zozeer omdat ik ziek ben, ik voel me evengoed vaak hartstikke gelukkig. Maar omdat mensen die er toe doen en over de zorg in dit land gaan, niet door hebben of geloven dat ik ziek ben en dus geen geld vrij maken voor onderzoek.

Dan kan ik wel besluiten net als sommige mensen in deze overigens hele fijne ondersteunende FB groep niets meer te plaatsen, omdat toch niemand reageert. Maar zo verandert er nooit iets. Dus plaats ik wel foto’s en soms blogberichten, ook op mijn persoonlijke FB account. En toch, steeds vaker, reageert er wél iemand (buiten de mensen die wel altijd reageren omdat ze zelf ook ME hebben).

Dit jaar had ik op 12 mei voor het eerst het gevoel dat er echt iets gaat veranderen. Want het blogbericht over ME dat ik deelde op mijn Min of Meer FB-account én mijn persoonlijke account is 20 keer gedeeld. Dat is veel, gezien de resultaten uit het verleden. En de statistieken van mijn blog rezen de pan uit die dag. Ik heb die dag veel mensen bereikt. Als die allemaal iets ervan hebben opgestoken, al is het alleen maar de gedachte ‘joh, best klote dit, daar moet meer onderzoek naar worden gedaan’, heb ik een prachtig resultaat bereikt. Het is namelijk een eerst stap in de goede richting.

Ook schreef ik mijn gemeente aan. Vanuit de actie MillionsMissing stonden er 12 mei wereldwijd gebouwen in een blauw licht geplaatst in de avond. Rotterdam, Amsterdam, Bergen op Zoom deden hier aan mee. Ik had de gemeente Hoorn ook gevraagd of ze hun solidariteit wilden tonen met ME-patiënten door mee te doen aan deze actie en een gebouw blauw te laten verlichten. Helaas nam de gemeente niet de moeite überhaupt te antwoorden, anders dan een bevestiging dat mijn verzoek ‘intern is doorgezet’. Dat ligt nu of in de prullenbak óf ze zijn nu nog steeds aan het vergaderen en concluderen eind december dat ze meer informatie nodig hebben 🤣.

Teleurstellend? Ja. Ontmoedigend? Nee, dan kennen ze mij nog niet. Volgend jaar stuur ik gewoon wéér een mail naar mijn gemeente. Verandering neemt tijd in beslag. De grootste hobbel die moet worden genomen is het veranderen van de beeldvorming over deze aandoening. Daar kan ik aan bijdragen. Elk steentje dat je in het water gooit, brengt uiteindelijk een beweging teweeg. Van bewustwording en verandering. En dat voelt goed. Hebben al die foto’s en blogs vanuit bed toch hun nut.

Tactieken om je kat te bedotten en hem alles te laten eten

Mooie titel hè. Die kwam laatst voorbij toen ik op internet zat. Natuurlijk las ik het bijbehorende stuk. Dat ging over iets heel herkenbaars: je kat blieft ineens het dure kwaliteitsvoer niet meer en gaat over op een hongerstaking. Gekwetste blikken als je het etensbakje telkens opnieuw voor zijn neus zet en vervolgens mag je tegen die parmantige kont aankijken met zwiepende staart als hij weg loopt, diep beledigd.

De oplossing volgens de schrijver van dat stuk: leg wat lekkere snoepjes in het bakje bovenop het voer. Je lieveling eet het dan zo op. Yeah right, as if! De schrijver van dit stuk heeft of geen kat óf een kat die wat chromosomen mist en denkt dat hij een hond is, maar een echte kat trapt hier niet in.

Mijn katten:

  • eten dan precies die 5 lekkere snoepjes die ik in de bak op het voer heb gelegd en lopen daarna boos weg
  • eten zorgvuldig om het stukje vlooienpil/wormenpil heen wat ik in een stuk worst/kaas heb verstopt
  • eisen dat de bak met droge brokken bijgevuld wordt ook al is de bak in mijn wereld vol. In hun wereld is een volle bak minus 3 gegeten brokjes leeg. Urgent! Leeg! Hongersnood!

Je kunt katten niet goed manipuleren of in de maling nemen, dat doen ze met jou. Ze hebben allemaal hun eigen tactieken en manieren of te voorkomen dat je iets doet wat hun niet zint. Zo probeerden M. en ik laatst Gerrie een wormenpil toe te dienen. Toen Gerrie hier net was, was hij heel bedeesd en dingen als een pil toedienen lukte best goed. Hij was dan gewoon verstijfd van angst en durfde niet echt tegen te stribbelen. Tegenwoordig heeft hij wat zelfvertrouwen en laat hij niet alles meer met zich doen. Voorbij is die tijd.

Dus het plan werd vooraf besproken, inclusief taakverdeling en tijdspanne als was het een militaire operatie. Gerrie heeft namelijk een tactiek van vervelende dingen ontwijken die ik nog bij geen enkele kat heb meegemaakt en die bijzonder effectief is: als je hem pakt, springt hij met vier poten tegelijk de lucht in. Dat is nog eens een Houdini-achtige methode om ongewenste dingen te voorkomen.

Maar goed, na een potje vrij worstelen hadden we hem in de houdgreep. Pil erin, meteen water in zijn bek spuiten, mond dicht klappen en over de keel wrijven. Zo blijven staan. Nog even over die keel wrijven. Hem zichtbaar zien slikken. Man aanmoedigen iets lekker voor Gerrie te pakken want dat heeft hij verdiend. Gerrie loslaten. Gerrie spuugt de pil weer uit. En dat nog drie keer tot het zweet in je bilnaad staat.

Uiteindelijk de pil of wat daarvan over was, gemengd met nat voer en door het eten gemengd dat door kat Smoes naar binnen werd gewerkt toen ik even niet oplette. Smoes, die als ik een pil door zijn eten meng hard wegrent, alsof er een verschrikkelijke noodtoestand is uitgebroken.

Er bestaan helemaal geen tactieken om je kat te bedotten. Er bestaan wel tactieken van katten om hun mens te bedotten.