Een paar jaar geleden kwam ik in aanraking met Kaizen. Voor wie niet weet wat dit is: Kaizen is de kunst van kleine stappen zetten, om zo grote veranderingen te kunnen bewerkstelligen. Want wie grote stappen zet, activeert een deel van het brein waar ook weerstand, verzet en angst vandaan komen. Kleine stappen zetten bedot het brein want het heeft dan niet door dat je toewerkt naar een doel. Maar die kleine stappen maken wel noodzakelijke verbindingen aan in je brein, waardoor de weg naar je doel toe wordt bereid.
Kaizen is voor mij heel interessant. Van nature pak ik alles groots en meeslepend aan en met een aandoening als ME/CVS wordt mijn brein voortdurend overprikkeld en in staat van alarm gebracht. Dus loont het de moeite om kaizen toe te passen in mijn dagelijkse leven.
Gisteren schreef ik: ‘ik wil worden wie ik ben in dit lichaam’ . Dat klinkt nogal dramatisch. Maar het klopt wel. Wie ziek is, wil beter worden. Dus was de focus heel lang gericht op dingen doen: ‘als ik dit of dat doe, word ik vast beter’. Veel later kwam het besef dat beter worden misschien niet iets doen is, maar vooral iets niet doen. Geen grenzen overschrijden maar luisteren naar mijn lijf.
Beter werd ik niet maar er was sindsdien wel een significante verbetering. Ik heb geleerd dat heel veel behandelingen allemaal wel iets hebben dat ik kan gebruiken. Dus schoof mijn toestand langzaam op van volledig plat liggen naar iets meer kunnen doen in het dagelijkse leven.
Toen ik dat punt bereikte probeerde ik ook mijn conditie te verbeteren en spieren sterker te maken. Onder begeleiding van een fysiotherapeut en ook zelf in het dagelijkse leven. Maar hier stokte de vooruitgang. Mijn lijf blijft reageren alsof er een noodtoestand is na het doen van wat spierversterkende oefeningen.
Dus was het ritme van de afgelopen jaren, proberen op te bouwen, onderuit gaan, wonden likken, doorgaan, plannetje maken, weer proberen op te bouwen, onderuit gaan. Afijn, zo dus, het is jullie vast duidelijk.
Nu kind weer terug naar school is, is het ook weer makkelijker een vast dagritme te hanteren van kleine klusjes, mediteren, wat lezen, etc. Ik heb de afgelopen jaren geleerd om actie en ontspanning af te wisselen en daar ook naar te handelen. Ik voel tegenwoordig ook goed aan of ik voldoende energie heb om bijvoorbeeld even naar de bieb te gaan of dat ik dat beter een dag kan opschuiven.
Met dat in gedachten wil ik ook weer gaan lopen. Want alle dagen naar buiten gaan is goed, niet alleen voor mij maar voor iedereen. Het lopen gaat tot nu toe altijd zo: ik doe een loopje, dat gaat goed en besluit dat om de dag te gaan doen. Na een week raak ik in een hallelujahstemming en ga meteen voor de grote loop (een wandeling van 25 minuten langs het IJsselmeer). Dan stort ik in. Niet zozeer vanwege die wandeling maar omdat ik denk dat het goed ging en ik in de adrenalinekick die volgt ga stofzuigen of dweilen of wat dan ook.
Die adrenalinekick moet ik zien te vermijden weet ik nu. Met kaizen in gedachten, kies ik voor de kleinste stap op weg naar meer verbetering. De kleinste stap is een loopje vanuit mijn huis naar het park hierachter, ik loop een paar meter het park in en draai me dan om en ga weer terug. Dat is 8 minuten lopen (voor mij dan want ik heb het tempo van een slak, als kind en man dit lopen zijn ze met 4 minuten terug). Deze wandeling is zo klein dat het geen wandeling mag heten. Zo klein dat het vergelijkbaar is qua energie met douchen of aankleden. Dat kan ik wel, ook op mindere dagen, als ik het maar zo klein blijf aanpakken.
Wat ik moeilijker vind, maar wel doe is de stemmen in mijn hoofd negeren. Want doorlopen als ik in het park ben is heel verleidelijk. Het is mooi weer, het gras is groen, ik zie mooie vogels, ladidadila. Zo dus. En er is ook een stem die brult dat ik een loser ben, omdat ik maar zo kort kan wandelen. En een stem die zegt dat vast iedereen in het park naar me kijkt, ‘wat doet die vrouw nou, die loopt een paar meter het park in en dan draait ze zich om. En dat doet ze elke dag. Ja, logisch dat overgewicht’.
Jullie zien, ik ben mijn eigen strengste criticus. Wie heeft een vijand nodig, met zulke stemmen in zijn hoofd? Dus negeer ik ze, en als dat niet lukt zet ik gewoon het geluid uit. Want ik doe het toch, die kleinste stap die ik kan zetten zonder terugslag, ook op slechte dagen.
En ik bepaal geen doel. Het doel is het lopen zelf en het alle dagen even buiten zijn, niet de uitbreiding. Vandaar uit zie ik wel verder. Ik meld me in ieder geval niet aan voor de dam-tot-dam-loop ;-).
Wat is jouw valkuil als je iets wilt aanpakken? En wat zou dan jouw kleinste stap zijn?
ps: voor wie meer wil weten, ik schreef een paar jaar geleden een blog over een boek dat ingaat op kaizen, dat lees je hier.




















