Dibbes maakte deze week grote sprongen door ZwerfGerrit meer te tolereren. Zo vond ik ze een paar keer samen in de keuken, waarbij de zwerver brokken at en Dibbes toekeek, ietwat verontrust, maar niet in oorlogsstemming.
Dat gaf moed en nu komt ZwerfGerrit ineens twee keer per dag langs. Hij gaat dan onder de tuintafel zitten en wacht netjes tot ik hem zie. Zo maakten we elke dag kleine vorderingen. Dat geluk duurde tot Kasper de Verschrikkelijke – de kater van de buren die eerder ook Dibbes de stuipen op het lijf joeg – van onder een tuinligbed toesloeg. Een paar fikse meppen en weg was Gerrit. Gelukkig vatte hij twee dagen later weer moed en kwam hij weer buurten.
Inmiddels heb ik hem zover dat hij eet terwijl ik naast hem zit. Mijn tactiek is continu praten in combinatie met lekkere brokjes gooien. Eerst ver weg en dan steeds dichter bij. Een spoor van brokjes en dan ineens staat hij naast me en dan geef ik hem een bak met voer. Dat dit hem zo wel bevalt, merk ik ook aan zijn gedrag na het eten. Rende hij eerder meteen de tuin uit, nu blijft hij soms nog even een paar minuten liggen. En kijken. Continu mij in de gaten houdend. Je ziet die hersens kraken…..
Cruciaal tijdens het voeren van de zwerver, is dat ook Dibbes continu aandacht krijgt. Hij voelt zich nog niet zeker van zijn plek en laat dat merken. Maar hij wordt uitbundig geprezen en geknuffeld en krijgt ook lekkers toegestopt. En Moos en Smoes vinden alles best. Die blijven volkomen stoïcijns onder al dat extra kattenbezoek.



