Zaterdag

De week stond in het teken van opruimen en gisteren brachten M. en ik 5 grote tassen, 2 vuilniszakken, 1 doos en 1 krat weg. Bijna vergaten we dat we het krat en de tassen wél weer leeg terug wilden nemen (best handig omdat we daarna meteen boodschappen gingen doen). Dus renden we weer naar de afleverhal om de tassen en het krat leeg te gooien en mee te nemen. Dát viel niet in goede aarde bij het ‘opperhoofd chef verdeler binnengekomen goederen’ en we kregen een standje. Tja, ze hoeven natuurlijk niet diep buigend in nederige dankbaarheid alles in ontvangst te nemen. Aan de andere kant, vergissen is menselijk dus je omdraaien zeggen: ‘o ja al die tassen en het krat krijgen jullie niet gratis en voor niets van ons en moeten wel weer mee terug’ moet toch kunnen zonder dat we dan weg gaan met het gevoel dat we iets stouts deden.

Om even bij het onderwerp te blijven, via de Verdubbeldame die nu ook door het leven gaat als de Biobloghurt, kwam ik op het blog van de zinkende surfer terecht, die een stukje schreef over het boek ‘Weg met de warboel’. Over dat boek had ik die week al een paar keer gelezen. Dus toen bleek dat het boek als give-away werd verloot kon ik dat toeval niet negeren en besloot ik dat het boek nodig had om daarna te kunnen besluiten wat ik niet meer nodig heb in het leven. Ik stuurde een mail en krijg nou wat! Vanmorgen kreeg ik een mail terug dat deze gulle dame had besloten iedereen die zich had opgegeven, blij te maken met het boek. Is dat lief of is dat lief? Ze heeft buiten dat ze gul is trouwens ook een echt leuk blog, dus bezoek het eens.

Over naar de katten: ondanks de drugs waar onze heren ex-zwervers nu op zitten bleef de sfeer zeer grimmig. Gelukkig zag ik ineens dat de feliway – die hier standaard in het stopcontact zit – op was en bestelde het meteen. En nog geen half uur na de nieuwe voorraad te hebben ingeplugd zag je de agressie weer verdwijnen. Na vier knokpartijen in één week waren we daar allemaal flink aan toe. Inmiddels is de sfeer weer zo opgeklaard dat er twee keer samen op bed werd gelegen en dat de moeilijke plekken in huis minder stress opleveren. Wat is een moeilijke plek? Alles waar de ene kat kan gaan liggen om de andere kat de vrije doorgang te belemmeren.

Verder weinig te melden mensen, fijn weekend allemaal!

Kattengedoe

Wat niet zo lekker liep deze week was ons kattenhuishouden. 1,5 week geleden schreef ik nog dat het redelijk ging tussen Dibbes en Gerrie maar vlak daarna werden we ’s nachts wakker van een knokpartij tussen de heren. Daarna bleef er spanning in de lucht hangen.

Dinsdag ging dat helemaal mis. Eerst gaf ik Gerrie een standje omdat hij Moos opzij duwde en diens bak ging leeg eten. Gerrie schrok zo van de terechtwijzing (ik zei best hard:nee!) dat hij nogal panisch reageerde. En dát triggert Dibbes op de één of andere manier enorm. Daarna zag ik een vlo bij Gerrie en beging ik de stomme fout hem een pipetje te geven. Net als de vorige keer dat ik dat deed, ging het toedienen prima maar daarna werd hij erg angstig. Hij vloog weg naar buiten en was erg bang voor me. Toen ik naar bed ging durfde hij weer binnen te komen maar toen viel Dibbes hem aan, als in in een hoek drijven, aanvallen en meppen. M. greep in maar kon niet voorkomen dat Dibbes Gerrie het huis uitjoeg.Ik weer naar beneden om me ermee te bemoeien, maar zonder enig effect.

Gerrie kwam niet meer binnen ondanks geroep en gerammel met brokjes. Het was best koud buiten en ik deed geen oog dicht omdat ik in gedachten Gerrie met een knapzakje huilend op straat zag lopen, op zoek naar andere mensen. Ik weet het, ik ben een overgevoelige troela. Dus ging ik om 3 uur én 5 uur naar beneden om nogmaals te roepen (de buren waren vast blij met mij die nacht). Echt slim om dat midden in de nacht te doen, buiten in de tuin gaan staan op sokken en in pyjama als ik net hersteld ben van een luchtweginfectie en een beginnende blaasontsteking.

In de ochtend was hij er nog niet maar deed hij wel snel pogingen om weer naar binnen te komen. Alleen Dibbes bleef erg agressief gedrag vertonen. Door die streng aan te pakken was tegen het einde van de dag alles enigszins normaal.

Dibbes zit heel diep bij mij. Ik heb vanaf het eerste moment een enorme zwak voor deze kat. Daarom is het voor mij soms moeilijk om toe te geven dat hij naast geweldig ook heel onhebbelijk, jaloers en bezitterig is. Ik besef dat het nare gedrag van Dibbes uit dezelfde bron komt als het angstige gedrag van Gerrie, die het huis niet meer in durfde te komen en toen hij dat wel weer deed, verstopt achter de gordijnen ging zitten. Beide heren hebben als voormalige zwervers trauma’s én bovendien een verleden met elkaar. Op straat waren ze echt elkaars concurrenten en dat betekende waarschijnlijk ook letterlijk vechten met elkaar om het eten en om in leven te blijven. Gezellig samenleven onder één dak kan ik wel willen, maar is iets wat tijd nodig heeft. Misschien is bovendien wel het hoogst haalbare dat ze elkaar negeren en tolereren en meer ook niet, maar dat zou al veel rust geven.

Dibbes blijft een zorgenkatje. Hoeveel aandacht en liefde en eten ik ook geef, in dat hart zit een gat dat nooit kan worden gevuld. Ik bedacht me laatst dat Dibbes pas echt ontspannen zal worden als hij alleen met mij woont zonder andere katten, zodat hij me helemaal voor zichzelf heeft. Maar toen bedacht ik dat het geluk niet lang zou duren. Voor je het weet tuurt hij de hele dag naar buiten om te kijken of er geen kapers op de kust zijn. Zo zit hij in elkaar, jammer genoeg. Niet van natuur maar door ervaring, dankzij de mensen die hem hebben afgedankt.

Omdat het me in december opviel hoe relaxt Dibbes werd van de pillen die we hem gaven om vuurwerkangst tegen te gaan, besloot ik beide heren voorlopig maar op de zylkene te zetten. Dibbes zodat hij dan weer wat relaxter en aardiger wordt en Gerrie omdat ik hem dan beter kan benaderen, aangezien het doel nog steeds is hem in februari te laten castreren. Die zylkene werkt echt goed en kan ook voor iets langere tijd gegeven worden dus ik bestelde meteen een lading. Donderdag kwam dat binnen en de heren hebben meteen hun ‘drugs’ gekregen. Het feit dat dit midden op de dag gebeurde middels een extra maaltijd, deed de sfeer trouwens meteen flink verbeteren!

Zeikverhaal

Ja, je leest het goed, vandaag een heus zeikverhaal. Ik rende meerdere keren per uur met een kolerevaart naar de wc. Omdat ik ook buikpijn had, extreem rillerig was en wat andere klachten had die ik herkende, haalde ik een potje bij de huisarts, vulde het de volgende dag met de ochtendplas en leverde het af. Uurtje later kreeg ik al de uitslag: niets. Geen ontsteking.
Huh, maar eh die pijn dan en die aandrang?
Nou nu was er niets te zien, wat we niet zien bestaat niet, kom na het weekend maar terug en als het dan wél te zien is, dan krijg je een kuurtje.

ja, dát kennen we! Nu zit ik niet op een kuurtje te wachten hoor. Ik heb al heel veel kuurtjes gehad, ook al heel veel blaasontsteking. In de winter voor ik ME kreeg had ik 5 of 6 keer achter elkaar een antibioticakuur, ik sleepte me letterlijk van kuur naar kuur. De pest met blaasontsteking is dat het na het begin van de klachten soms echt een tijdje duurt voordat het aan te tonen is en als ze het eindelijk zien is het ‘ineens’ een woekerend gedoe daar beneden waar je niet meer van afkomt.

Mijn immuunsysteem is juist de laatste jaren iets beter. Ik ben beduidend minder vatbaar voor infecties.Waar ik best van baal is dat dit najaar en deze winter mijn weerstand het iets laat afweten. En dát met een (neo)paleodieet. Ik eet echt stapels groenten en fruit mensen, véél meer dan de meesten mensen, slik supplementen, slaap voldoende en dan tóch zo kwakkelen. Soms word ik daar echt wel wat door ontmoedigd. Ik besef me goed dat het zonder het gezonde eetpatroon misschien nog meer kwakkelen was, maar toch. Je hebt toch een idee: ik gooi er aan de bovenkant de goede benzine in en dan moet alles weer lekker lopen. Blijkbaar heeft een lichaam langer de tijd nodig om zichzelf weer helemaal goed af te stellen.

Iedereen roept altijd dat je met een blaasontsteking cranberriesap moet drinken, maar dat helpt echt geen ene moer bij mij. En ook niet cranberriepillen of extra vitamine C. Bij de groene vrouw las ik over Beredruif. Dat is een kruid waar je een drankje van maakt en dat drink je dan 3 keer per dag, met vooral véél water, zo stond er bij. Inderdaad is er héél véél water nodig om de gifsmaak weg te spoelen. Als ik een beginnende blaasontsteking was, zou ik ook echt op de vlucht staan van dit gif. Sodeknetter, wat is dát goor. Ik heb al veel smerigs naar binnen gewerkt in het verleden in de hoop op verbetering van de gezondheid, maar dit slaat echt alles. Maar het werkt wel mensen! Na drie dagen verdwenen de klachten!

Dus de tip van de week: denk bij een beginnende blaasontsteking eens aan beredruif, smerig als de hel, maar het werkt wél!

ps: ik ben geen dokter hè, dus vermoed jij een blaasontsteking, ga dan eerst even naar de huisarts om je urine te laten testen! Komt daar niets uit en heb je wel last, probeer dan eens Beredruif.

Katten

De komende tijd ga ik proberen Gerrie aan de kattenmand te laten wennen. Hoe sneller dat lukt, hoe sneller we hem kunnen laten castreren en chippen. Moet wel voor het voorjaar, anders gaat hij de hort op met alle gevolgen van dien. Ik heb geen flauw idee of het in de mand stoppen makkelijk zal gaan. Hij laat zich wel heel makkelijk optillen door mij maar haalt ook nog steeds regelmatig uit. Dat zijn reflexen die hij nog niet kan onderdrukken.

Hij is nog onbetrouwbaar. Van Dibbes weet ik inmiddels precies wat kan en wat niet kan (niet zoveel, alleen hij zal nooit uithalen), bij Gerrie wisselt het per keer. Wel is het zo dat hij meer van het neuzen en kopjes geven is dan van het aaien. Maar aaien vind hij wel fijn als hij met zijn rug naar me toe ligt. Behalve als hij op de grond ligt, dan grijpt hij me. En als hij op de bar zit mag neuzen wel maar moet ik mijn armen stijf langs mijn lijf houden, anders gaat het mis. Begrijpen jullie het nog? Ik niet.

Een kat met een gebruiksaanwijzing dus en die aanwijzing is helaas per keer anders. Dat gaat soms dus fout. Laatst zat hij op tafel met zijn neus tegen mijn neus aan, hij genoot. Toen draaide hij zich om en drukte zijn zijkant helemaal tegen mij aan, ik zat op een stoel. Ik maakte een inschattingsfout en aaide hem voorzichtig, zonder te veel druk. Even begon hij heel hard te knorren en toen ineens haalde hij uit met zijn nagels, naar mijn gezicht. En het was raak. Ik ben er goed van afgekomen, wat halen op mijn neus en vlak onder mijn oog. De huid is daar teer, dus het bloedde nogal. Tja. Hij schrok net zo erg als ik en heeft zich onder het bed verstopt, waar hij de hele dag bleef zitten.

Nu ben ik wel voorzichtiger geworden. Ik zet vaker een bril op als ik hem aai, dat voelt veiliger, want een millimetertje meer naar links of rechts en zijn nagels hadden in mijn oog gezeten. Ik loop nu ook meteen weg als hij uithaalt en geef hem dan even geen aandacht meer. Zo hoop ik hem ongewenst gedrag af te leren. Dat gaat vast lukken, op zich zit er geen kwaad bij. Hij zoekt een conflict nooit op en is heel rustig van aard. Alleen als hij zich bedreigd voelt haalt hij uit en soms schat hij dat dus nog niet goed in.

Een kat die onbetrouwbaar of vals is kan dat echt afleren, al moet je wel veel geduld hebben. Gelukkig heb ik het eerder meegemaakt. Mijn eerste kat Joris was zo vals dat ik in het begin regelmatig op een stoel stond met een bezem in mijn handen om hem van me af te houden. Ook dat was een kat met een verleden. Hij was zo heftig en onbetrouwbaar dat niet iedereen bij mij thuis durfde te komen en de verhalen over hem waren legendarisch. Na een paar jaar was Joris de grootste lieverd ooit. Ik kon echt alles met hem doen, bij wijze van spreken optillen en onderste boven hangen, hij vond alles best. Dát houd ik nu maar voor ogen, gaat met Gerrie ook vast lukken ;-).

Met Dibbes en Gerrie gaat het redelijk. Dibbes heeft nog wel last van jaloerse aanvallen en onhebbelijk gedrag. Maar er zijn ook momenten van nieuwsgierigheid en pogingen tot aftasten, wat voor elkaar rollen en zo. Dus ook dat gaat vast goed komen. En met de andere katten en Gerrie gaat het allemaal erg makkelijk tot nu toe.

Dibbes kan het niet meer aanzien…

Opkrabbelen

Heel langzaam knap ik weer op. Ik had een fikse luchtweginfectie die aan het begin van de kerstvakantie begon. En het duurde maar en duurde maar. Nu ben ik wel af van het gehoest en gerochel en kan ik weer bouwen. Helaas stak ik M. aan. Die werd vlak na kerst beroerd. Alleen hij liep er mee door, met als gevolg dat hij het erger te pakken heeft. Deze week bleef hij maandag en dinsdag thuis, woensdag sleepte hij zich naar het werk in verband met niet te missen en heel belangrijke zaken en gisteren werkte hij thuis en stortte toch weer in . Nu ligt hij – terwijl ik dit schrijf – weer plat. Hij voelt zich echt strontberoerd.  Op mijn vriendelijke verzoek – je gaat nu de dokter bellen! – belde hij toch maar de huisarts en daar kan hij straks al terecht. Als hij een kuurtje krijgt kan hij daar dan nog voor het weekend mee beginnen en voelt hij misschien volgende week weer wat beter.

Zijn koppige doorwerken met ziek zijn doet me realiseren dat ik veranderd ben. Vroeger liep ik ook altijd door. Moet moet moet en jammer dat ik me niet zo lekker voel maar moet moet moet. Daar heb ik geen last meer van. Ik heb met mijn WIA-uitkering natuurlijk geen dwingende verplichtingen meer, dat scheelt enorm en daar kan ik dan nu ook echt dankbaar voor zijn. Maar ook toen ik net met ME thuis zat, kon ik me niet aan het ziek zijn overgeven. Ik maakte me echt enorm druk over alles en kon nauwelijks platliggen. En als ik plat lag dan werkte mijn brein nog op volle toeren zodat rusten en reserves bouwen nog steeds een utopie waren. Dat is nu echt anders besef ik. En dat is winst. En ik ben daardoor toch ook sneller op een punt dat ik me weer wat beter voel. Dus nu ga ik weer verder waar ik gebleven was.

De kerstvakantie viel hierdoor wel een beetje in het water en dat was vooral sneu voor S. We hadden gehoopt toch wel iets meer tijd samen door te brengen, beetje wandelen, spelletjes doen, maar dat ging niet. Maandag vertrok hij weer naar school en de regelmaat begon half half met een zieke man thuis en een kind dat een paar keer het eerste uur kon uitslapen wegens uitval.

Oudejaarsavond verliep heel rustig hier. Er werd niet heel erg veel geknald. Het viel me echt reuze mee. Normaal is het een enorme takke herrie vanaf het moment dat knallen mag maar nu bleef het bij een knal hier en daar en tussen 12 en 1 even heel veel.

De katten waren dit jaar wekenlang getraind met een vuurwerkcd en dat scheelde aanzienlijk. De periode voor 12 uur was voorheen al voldoende om ze met een halve zenuwinzinking door het huis te zien rennen en dan rond 12 uur was de paniek compleet. Nu reageerden ze eigenlijk nauwelijks op het knallen voor 12 uur en lieten ze lieten zich goed afleiden met spelletjes.

Dibbes vertoonde vorig jaar echt volledig hysterisch gedrag. Hij bleef maar rennen door het huis, echt helemaal over de rooie. Nu ging hij op het hoogtepunt van het geknal even onder een tafeltje zitten, samen met Gerrie, maar meer ook niet. Het scheelde ook vast dat ik Dibbes een paar weken lang pillen tegen angst gaf. Ik deed wat ‘voorwerk’ met feliway en Bach Bloesem Rescue en vanaf 3 weken voor oudjaar kreeg hij via de dierenarts zylkène. Dit vermindert angstgevoelens en hij reageerde er heel goed op. Hij was beduidend meer ontspannen dan normaal. Het is zelfs een punt van overweging om hem dit te blijven geven, want nu de voorraad op is, is hij weer zijn schrikkerige zelf.

Die tactiek, een combi van pillen en een vuurwerktraining, houden we er voortaan in. Ik ga volgend jaar gewoon weer zo rond half november beginnen met trainen. Ik kan het iedereen met angstige huisdieren echt aanbevelen.

Tot zover, fijne dag en doe voorzichtig in het verkeer, de storm is echt enorm!

Stille wereld

Al zo lang als ik me kan herinneren ben ik doof. Net iets te vaak als kind een oorontsteking gehad blijkbaar. De bewijzen daarvan zijn nog te vinden in een oud fotoalbum. De foto’s zijn wat verschoten maar er is goed te zien dat ik daar als klein kind van pak em beet een jaar of 6,7 voor de prachtige jaren 70 bungalowtent van mijn ouders lig, ondanks de hitte goed ingepakt en met een gezicht als een oorwurm. Want wat een onrecht was dat toch, op een camping mét zwembad zijn en daar mocht ik dan alleen naar kijken, maar niet in zwemmen. Want dat is geen goed idee met een oorontsteking.

Die ontstekingen zijn een rode draad in mijn leven gebleven, net als het doof zijn. Maar waar de ontstekingen gepaard gaan met veel ongemak, heb ik het doof zijn nooit als vervelend ervaren. Niet omdat ik niet beter weet (ik weet wel beter want ik had jaren een gehoorapparaatje) maar omdat ik prijs stel op mijn stille wereld.

Aan die stille wereld kwam ruw een eind toen ik een gehoorapparaatje kreeg. Hoewel ik zelf best tevreden was in mijn stille cocon, scheen ik onhandelbaar te zijn in de omgang. En dat was onhandig. Op kantoor tijdens vergaderingen bijvoorbeeld. Ja, je moet mij natuurlijk ook geen notulen laten schrijven en veel gemaakte afspraken en voornemens ontgaan mij volledig. Ik ben daarentegen wel kampioen in gezichtsuitdrukkingen peilen, tussen de zinnen door lezen en ook liplezen gaat me aardig af, mits de spreker me aankijkt en geen onverstaanbaar dialect spreekt waarbij alle klinkers worden ingeslikt of een snor heeft.

Met mij uit eten gaan zonder apparaatje is een uitdaging, daar kwam M. ook snel achter. Romantisch fluisteren in mijn oor is er niet bij, je kunt beter een luidspreker meenemen of met gebaren uitbeelden wat ik in je oproep. En voor M. zijn intrede deed in mijn stille wereld, raakte ik regelmatig betrokken bij allerlei onhandige toestanden en bleek ik op feesten afspraken te hebben gemaakt met wezens van allerlei afkomst omdat mijn tactiek jaren dezelfde was: ik riep 3 keer boven de muziek uit: ‘ik hoor je niet goed, ik ben heel erg doof’ en als dat niet het gewenste resultaat had (en mensen door bleven praten over hun hobby/vriendin/kat/trauma’s) antwoordde ik gewoon op alles met 2 keer ja en 1 keer nee. Dat is overigens een tactiek die ik iedereen aanbeveel, als je meer avontuur in het leven wenst.

Mensen die doof zijn, kijken je altijd aan. Doe ik ook. Als iemand iets zegt tegen mij, kijk ik naar de mond en de ogen, héél aandachtig. De meeste mensen doen dat niet heb ik inmiddels geleerd. En dat luisteren met aandacht wekt soms verwachtingen op en doet wat met de vertellende partij. Mensen vertellen me alles, storten hun leven uit over mijn wereld en dat ik de helft niet hoor, ontgaat ze.

Aan mijn stilte kwam een eind toen ik erachter kwam dat ik bij elkaar maar één goed oor had. Ik had altijd een doof oor en een héél doof oor en toen het beetje dove oor er tijdelijk mee ophield door een ontsteking, was ik hermetisch afgesloten  van de wereld en was communicatie niet te doen. Op naar de dokter die na het oplossen van de ontsteking nog maar eens een testje deed en concludeerde dat ik inmiddels bij elkaar maar één goed oor had en dat dit wellicht wat weinig is.

Op naar de gehoorapparaatjesmakermeneer. Er werd gepast en gemeten en hop, ineens had ik een apparaatje in mijn oor. Als dove liep ik naar binnen en ingeplugd liep ik naar buiten. Dat was nog best een traumatische ervaring want op het moment dat ik voet buiten de deur zette in Amsterdam kwam de tram voorbij, vloog er een vliegtuig over en knalden er twee auto’s bijna op elkaar wat gevolgd werd door veel gescheld en getoeter. Ik wou plat op de grond gaan liggen en dekking zoeken. Later ontdekte ik dat dit de normale geluiden van het leven van alledag zijn. Niets om je druk over te maken dus. Om me gelegenheid te geven rustig te wennen aan de geluiden, zou ik nog bellen voor het passen en meten van het apparaatje voor het andere oor.

Er ging een wereld voor me open. Faxapparaten piepten. Ik hoorde collega’s in zichzelf mopperen. Ik moest ineens gaan notuleren. Sociale gebeurtenissen bleken energieopslorpers waaraan geen ontsnappen mogelijk was. En zelf een sleutel in een deurslot steken maakt geluid! Zo veel geluiden die ik liever niet wil horen!

Het eerste apparaatje was geen succes. Ik heb het weken geprobeerd maar toen een collega aan me vroeg of ik wist dat er bloed uit mijn oor kwam, was de maat vol. Die maat daar ging het trouwens om, ze maken bij het meten een mal van je oor en die van mij was verwisseld met die van iemand anders. Dus ik liep met iemand ander zijn maten in mijn oor, en dat deed pijn.

Na een paar weken wachten, kwam het nieuwe apparaatje en dat paste.Nou ja paste, ik heb er nooit aan kunnen wennen. Niet aan de teringherrie die mijn leven insloop en ook niet aan het apparaatje zelf. Ken je het gevoel van onder water zwemmen, de druk die op je oor ontstaat? Zó voelt dat apparaatje voor mij. Het apparaatje bracht ook problemen met zich mee. Om de haverklap had ik weer ontstekingen. Als ik de telefoon tegen mijn oor deed om een gesprek te voeren, dan kwam er een keiharde penetrante piep uit dat ding. Zo ook als ik in de winter een muts opzette of oorwarmers opdeed. En trouwens, ik hoorde dan wel beter en meer, één van de grootste problemen van mijn doof zijn, loste het niet op. Ik ben atypisch doof. Dat betekent dat de gehoorstoornis links van een andere orde en oorzaak is dan rechts.Bij elkaar zorgt dat ervoor dat ik onder meer niet kan onderscheiden waar een geluid vandaan komt. Kom je mij tegen op straat en ga je hard gillen om mijn aandacht te trekken, dan heb je grote kans dat ik de andere kant op loop. Ik hoor niet waar het geluid vandaan komt. Een apparaatje lost dat niet op, ik hoor alleen maar meer en harder geluid maar nog steeds niet waar het vandaan komt.

En zo bleek het apparaatje weinig op te lossen. Communicatie met mij bleek nog steeds moeizaam te gaan want na het opnemen van de telefoon moest ik eerst het apparaatje eruit halen omdat ik door de piep niets hoorde. Zonder apparaatjes hoorde ik geen piep en wel iets, wat meer is dan niets. Nog steeds vooral vervelend voor de andere partij. Maar ja, wie zegt dat communiceren mijn sterkste kant moet zijn? Is toch ook maar zo’n overtrokken gedoe vinden jullie ook niet? Zonder apparaatje is er bovendien meer ruimte voor nuances en misverstanden kunnen trouwens heel prettig uitpakken, het laat ook nog wat over voor de fantasie. En bovendien, mijn gezin lacht zich dagelijks een breuk om wat ik meen te horen. Dus deed ik het apparaatje uit en legde het in een schaal. Van de schaal verhuisde het naar een la. Voor in de la, achter in de la. Ineens zijn we 8 jaar verder en vinden we een oud apparaatje in de la. Zou hij het nog doen? Batterijtje erin, inpluggen, schrikken!!!! Snel weer uit doen. Terug naar de stille wereld.

Mis ik dan niets? Nee niets, of wel heel veel maar dat weet ik niet. Behalve de vogeltjes, die mis ik soms wel. Die hoorde ik ineens toen ik was ingeplugd. Het was toentertijd een aangename verrassing dat ik ontdekte dat er vogeltjes waren in Amsterdam die ik kon horen als ik naar mijn werk fietste. Nu woon ik niet meer in Amsterdam en kijk ik uit op een park met veel vogels. Ik denk de geluiden er wel bij, dat voldoet ook, voor mij.