straks
als het zover is?
Het is najaar, de dagen worden korter, we krijgen minder licht en hoppa, ik heb het gevoel door stroop te lopen. Dat is niet onverwacht, ik heb elk jaar rond deze tijd een terugslag. Dit keer is het iets sneller en feller. Een oorzaak kan zijn dat mijn jaarlijkse opleving deze zomer wat minder was. De start van een beugeltraject én het stoppen met slaapmedicatie hakten er denk ik toch wel behoorlijk in.
Spijt heb ik daar niet van. In de spiegel zie ik nu al resultaten, na slechts 3 maanden. Natuurlijk ben ik nog lang niet klaar, maar de scheve boventand waar het me allemaal om te doen is, staat inmiddels recht. De tand staat nu braaf tussen zijn buurtanden in en niet half verstopt achter een andere tand.
En zonder slaapmedicatie voelt het voor mij ook veel beter. Ik ben nu in de ochtend sneller alert en veel minder suf. Ik werd wel nog vaak en veel wakker, dat was immers de reden dat ik ooit slaapmedicatie kreeg voorgeschreven. Maar ook daar heb ik een oplossing voor: mijn nieuwe behandeling.
Ik ben nu drie keer bij de Buteykotherapeut geweest. Het is nog te vroeg om conclusies te trekken maar ik ben wel positief over wat ik tot nu toe voel in mijn lijf. Het is een ademhalingstherapie die uitgaat van de gedachte dat veel mensen te vaak en te diep ademhalen. Hierdoor houden ze te weinig koolzuur binnen. En dat koolzuur hebben we nodig voor heel veel dingen onder meer voor zuurstoftoevoer naar de spieren maar ook voor een ontspannen zenuwstelsel.
Een tekort aan koolzuurgas kan de oorzaak zijn van op het eerste gezicht verschillende aandoeningen: van het zenuwstelsel, het endocriene systeem, het systeem van hart en bloedvaten, het spijsverteringssysteem, het systeem van botten en spieren en van welke stofwisselingsstoringen dan ook. (citaat: de buteykomethode).
Genezen van ME/CVS is een eindeloze zoektocht en uitproberen van behandelingen. Het is geen duidelijk afgebakende aandoening, het is veeleer een cluster van klachten dat samen het label ME draagt. Dus is het telkens weer uitproberen. Soms help ik mezelf een stapje vooruit, soms doet een behandeling niets en blijkt het weggegooid geld te zijn maar echt slechter word ik er nooit van. En ik leer toch steeds meer over wat werkt voor mij. Dat is gunstig.
Ik doe nu twee keer per dag een ademhalingsoefening, doe als het zo uitkomt ook wat aandachtsoefeningen (als ik merk dat de ademhaling niet goed is) en in de nacht adem ik ook zo veel mogelijk alleen door de neus, want dat is de bedoeling. De effecten van alleen door de neus ademen, merkte ik al heel snel: ik heb warmere handen en voeten en voel me behoorlijk ontspannen. Om ook in de nacht door de neus te ademen, plak ik mijn mond af met van dat schilders-afplaktape. Natuurlijk schrok ik wel even van deze opdracht, maar ik heb nu bijna 2 weken zo geslapen en verdomd: ik slaap door en ik slaap veel dieper. Mijn spieren zijn veel meer ontspannen dan voorheen bij het wakker worden! Wauw, wat een vooruitgang! Als ik verder geen progressie maak en het hier bij blijft, dan ben ik al tevreden. Iedereen die regelmatig slapeloze nachten kent, begrijpt vast waarom.
Beter slapen dus. Maar nog wel moe. Zó snel verdwijnt dat natuurlijk niet en ik heb echt een terugslag. De fysiotherapeut heb ik afgezegd want er valt niet zo veel te revalideren als douchen weer een activiteit is waar ik van bij moet komen. Kortom, de terugslag, de net doorgemaakte griep en de vallende blaadjes die op mijn gemoed inwerken, maken dat ik door stroop loop.
Och en wee, het is toch wat. Nee hoor, het is zoals het is. Het betekent vooral dat ik gewoon weer even flink moet schakelen. Wat lang wel kon, kan nu niet meer. Ik moet opnieuw zoeken naar waar de grens ligt, meer doseren en beter vooruit kijken.
Volgende week hebben we een begrafenis, de opa van M. is gaan hemelen. De man was ver in de negentig dus dat kwam natuurlijk niet onverwacht. Een begrafenis hakt er voor mij erg in. Het is niet naast de deur en met het heen en weer rijden en het afscheid, koffie plus maaltijd dan wel samenzijn, zijn we wel een dag kwijt.
Dus schakel ik nu naadloos over op de noodstand (kijk eens hoe flexibel ik ben!). Bij elke activiteit bedenken: moet dit nu? Is dit echt nodig? Die vragen stellen én beantwoorden, levert mij altijd veel op. Bijvoorbeeld het inzicht dat ik het blog dus even laat voor wat het is.
Dus: fijn weekend allemaal en ik ben er even niet.
Bloglezeres Loes stelde me de volgende vraag:
Hoi Martine ik heb een ME vraag. Hoe pak jij Pacing aan? Ik vind het moeilijk blijven hoe lang ik het ook al doe.
Om deze vraag voor jullie begrijpelijk te beantwoorden – aangezien het merendeel van de lezers geen ME heeft – moet ik eerst uitleggen wat pacing is.
Wat is pacing?
Je kunt het zien als een vorm van energiemanagement bedoeld voor ME-patiënten die snel uitgeput raken en vaak over hun grenzen gaan.
Het is geen behandeling maar meer een manier van omgaan met de aandoening. Wel is het zo dat als je pacing goed onder de knie hebt, je minder vaak over je grenzen gaat en je je daardoor wel beter kunt gaan voelen.
Pacing is zo actief mogelijk blijven binnen de grenzen die er zijn. Te grote inspanningen worden vermeden. Een activiteit wordt gestopt zodra de normale vermoeidheid of spierspanningen verandert in een onaangenamer gevoel, of eigenlijk liefst nog voor dat moment. Dat geldt niet alleen voor fysieke activiteiten – de was ophangen, stofzuigen, douchen – maar ook voor mentale activiteiten of emoties. Niet te veel stressvolle dingen op een dag plannen maar deze meer spreiden over de week. En voor de duidelijkheid: een telefoongesprek voeren is voor veel ME-patiënten een zeer stressvolle bezigheid vanwege de vele prikkels.
Veel ME-patiënten hebben last van een vertraagde reactie, dat wordt post-exertional malaise genoemd: PEM is hét kenmerkende symptoom van de ziekte Myalgische Encefalomyelitis (ME): na een fysieke, mentale of emotionele inspanning hebben ME-patiënten een (vaak vertraagde) terugslag én/of een verergering van symptomen. Doe vertraging kan oplopen tot 48/72 uur
Specifiek bij ME is dat die verergering pas na 24-72 uur na de inspanning zelf optreedt en dus niet te voorzien is. Bovendien kan dit dagen, weken en zelfs maanden aanhouden. Er kan zelfs een blijvende verergering van een of meer symptomen optreden.
Tel daarbij op dat wat er gedaan kan worden soms per dag verschilt – zo is mijn ervaring – en jullie begrijpen misschien hoe moeilijk het kan zijn om te voelen wat kan en wat niet kan.
Toch, als je je aan de principes van pacing houdt, leer je gaandeweg je grenzen kennen en kun je ze ook langzaam opschuiven, zo is de idee erachter.
Om mensen te leren waar hun grenzen liggen of om ze überhaupt te voelen, wordt er vaak met een timer of kookwekker gewerkt. Bijvoorbeeld je gaat de was ophangen en je stopt als het alarm van de kookwekker gaat na 5 minuten. Dan ga je bewust ontspannen en voelen hoe het zit: ging je te ver of had je juist even door kunnen gaan? Hoe voelt dat in je lijf?
Ook wordt er geleerd om inspanning en ontspanning beter af te wisselen en de belasting van spieren te verdelen. Dat noemen ze switchen. Na een inspanning ga je bewust ontspannen of in ieder geval iets heel anders doen waarbij je andere spiergroepen gebruikt dan in je voorgaande activiteit.
Pacing is behoorlijk moeilijk onder de knie te krijgen. Veel ME-patiënten zijn het contact met hun lichaam volledig kwijt en voelen geen grenzen. Bovendien zijn we (de meeste mensen, niet alleen zieke mensen) immers gewend om ook als we moe zijn in activiteiten als geheel te denken: ik hang de was op, ik stofzuig de kamer, ik doe een boodschap. Een activiteit opsplitsen om het behapbaar te maken maakt dat alles veel langer duurt (en soms niet meer kan worden gedaan, tenzij je onderweg naar de winkel even op straat een dutje kunt doen). Je moet trouwens ook niet alleen voelen dat je moet stoppen, je moet daadwerkelijk kunnen stoppen.
En kunnen stoppen is heel moeilijk. Nu denk je misschien dat stoppen juist makkelijk gaat als je altijd moe bent maar veel ME-patiënten kennen hun grenzen niet en zijn gewend altijd moe te zijn. Het verschil tussen ‘moe/pijn en toch even kunnen douchen‘ en ‘moe/pijn en als ik nu doorga lig ik 2 weken plat‘ is heel moeilijk te voelen.
Bovendien hebben veel mensen de neiging om te denken: ik voel me redelijk, laat ik nu alles maar even doen. Dus niet alleen even het aanrecht afnemen, maar hop het gasfornuis ook en voor je het weet sta je de keukenkastjes leeg te ruimen en uit te soppen. En vind je jezelf een uur later jankend op de bank terug, komt je man om half 7 in de avond thuis in een ontploft huis en heb je geen puf meer om eten te koken dus moet er iets worden gehaald…Jullie zien, ik was kampioen grenzen negeren 😉
Ik heb zelf ook pacing gedaan. Met bovenstaande regels maar ook met een puntensysteem onder begeleiding van een ergotherapeut. Het lukte me niet. Ik voelde mijn grenzen niet en werd altijd overvallen door pijnen en extreme aanvallen. Tot ik me ging verdiepen wat er gebeurt in het brein van een ME-patiënt. (Ik schreef daar van het weekend een klein verhaaltje over). Met wat ik heb geleerd en nu weet, begrijp ik goed waarom pacing toen niet lukte. Als jij een dolgedraaide stier ziet rondrennen, zeg je ook niet: ‘ho, stop even en ga eens zitten’. Nee, die stier die dendert door, hoort niets en ziet niets, behalve die rode lap die hem triggert.
Pacing lukt bij mij alleen als ik de rode lap weghaal. Dat is de clou. ME-patiënten liggen soms de hele dag plat, kunnen niets, doen niets maar als je een scan maakt van hun brein zie je daar een activiteit die vergelijkbaar is met de drukte op Schiphol tijdens de zomermaanden. Dát maakt dat je geen grenzen voelt en er overheen gaat en dat maakt ook dat je lichaam buiten proporties reageert op kleine inspanning.
Hoe kalmer het brein, hoe beter pacing lukt. Voor mij betekende het concreet dat ik aan de slag ging met meditaties, mindfulness en het leren loslaten van ‘moeten’ dingen. Ik denk gedurende de dag niet meer in een eindresultaat maar in kleinere handelingen. Ik zet niet zozeer een timer maar doe alles in etappes. Dus was afhalen en opvouwen is bij mij:
alle was van het rek halen – rust – was sorteren van soort bij soort – rust – broeken opvouwen – rust – shirts opvouwen – rust…. Soms op een goede dag wordt er minder gehakt in een activiteit en soms op een slechte dag juist meer of doe ik de activiteit juist niet. Omdat ik dat voel tegenwoordig.
Hoe kalmer mijn brein, hoe beter het gaat. Ik zeg dus ook regelmatig tegen mezelf of anderen dat ik eerst even mijn hysterische brein moet kalmeren voordat ik überhaupt iets kan gaan doen. Zo doe ik dat en voor mij werkt het goed.
Voor je nu denkt dat ME vergelijkbaar is met een wat overspannen toestand: nee, dat is het niet. Het is een neurologische aandoening die maakt dat bepaalde verbindingen in het brein verkeerd zijn afgesteld. Als gevolg daarvan krijgt iemand in de loop der tijd steeds meer fysieke en neurologische klachten, waarvan de bekendste extreme vermoeidheid en pijn zijn. Ik schreef er hier wat uitgebreider over.
Het kalm krijgen en houden van het brein is wel een eeuwigdurend proces. Ik maak nog steeds fouten en heb nog steeds momenten dat die rode lap ineens weer in mijn brein wappert en die stier weer op hol slaat. Maar omdat ik nu weet hoe het werkt, kan ik ook meestal wel ingrijpen. En omdat ik vaker weet in te grijpen ga ik minder vaak over mijn grenzen en herstel ik daarom ook sneller dan voorheen. En weet ik niet in te grijpen (soms mis ik toch wat signalen, juist als ik me goed voel), dan ga ik door tot ik letterlijk omval en pak daarna mijn rust. Ik weet nu dat in de manier waarop ik die rust neem, veel winst valt te behalen. Hoe enthousiaster ik die rust pak zonder oordeel over mijn eigen gedrag, hoe sneller ik weer in mijn normale routine zit. Dat is ook een heel groot verschil met vroeger, toen grensoverschrijdend gedrag ‘ineens’ een totaal ineenstorten tot gevolg had en ik daarna mezelf ook nog eens minutieus de grond moest inboren met verwijten en boosheid over mijn ‘gedoe’.
Ik moet wel alert blijven. Het is nu niet meer zozeer moeilijk, dan wel alert blijven. En juist in periodes dat ik me beter voel, zit een gevaar. Voor je het weet ga ik iets meer doen, maak ik afspraken, maak ik plannetjes. Dat voelt als een vrolijk fladderend vlindertje in mijn brein. Maar voor ik het weet is het ‘ineens’ een rode lap met een stier…
Omdat ik het nu al zo lang doe heb ik wel meer besef van wat gevaar oplevert en wat veilig is. En kan ik soms ook spelen met de grenzen. Dus ga ik soms wel uit eten met het gezin en lig ervoor en erna gewoon standaard 2 dagen plat, ongeacht hoe ik me voel en pak dus niet pas de rust als ik voel dat het nodig is. En zo schuif ik heel langzaam de grenzen op van wat kan en wat niet kan.
Ik verzet me niet meer maar ga mee met de stroom en kom zo verder dan voorheen. Kennis van wat mijn rode lap doet groeien heb ik inmiddels wel, misschien heb jij ook wel iets aan onderstaande tips die voor mij goed werken:
Dus Loes, om terug te komen op de vraag ‘hoe pak jij pacing aan? Dat lukte pas nadat ik eerst iets anders aanpakte. Om pacing te beheersen, moet je ook impulsen kunnen beheersen, de dwang van moeten opzij kunnen zetten en je verwachtingen van wat kan volledig bijstellen.
Dit zijn mijn tips. Misschien hebben anderen ook tips of ervaringen om te delen met Loes?
Kat Gerrie woont nu precies één jaar bij ons. Hij kwam vorig jaar eind augustus de keuken binnenwandelen, na ruim 2 jaar voorverkenningen te hebben gedaan en sindsdien is het snel gegaan. Vanaf oktober sliep hij ook in de nacht binnen en in maart werd hij gecastreerd en gechipt. En daarvoor en daarna werkten we hard aan zijn socialisatie. Hij was niet gewend om aangeraakt te worden, had overduidelijk nog nooit in een huis gewoond en was niet gewend om met andere katten om te gaan. Hij keek dan ook zijn ogen uit om te achterhalen hoe de interactie tussen mens en dier en kat en kat hier ging in huis. En hij leerde snel. Heel snel.
Deze kat lijkt echt helemaal niets te hebben overgehouden aan zijn toch behoorlijk heftige verleden. Oké, hij wantrouwt nieuwe mensen die hier op bezoek komen en houdt gepaste afstand. Maar kom je hier regelmatiger langs, dan komt hij uiteindelijk toch wel even snuffelen. Maar buiten dat vind ik hem buitengewoon sociaal en relaxt geworden. Hij speelt, knuffelt, ligt tegen ons aan en tussen ons in, kletst ons de oren van de kop, laat zich kammen en ontvlooien, eet alles wat hem voorgezet wordt met smaak op (en vraagt onmiddellijk om meer) en straalt 24 uur per dag uit dat hij Heel Erg Gelukkig Is. En dat is zo fijn om te merken. Want hoewel ik dol ben op al onze katten zal Moos altijd zijn moodswings houden,, is Smoes altijd nerveus en is Dibbes nu eenmaal enorm hysterisch. Maar Gerrie is gewoon Gerrie. Helemaal zichzelf en heel erg gelukkig.
Net als anderen heb ik grote moeite met wat er in de wereld gebeurt momenteel. Dat had ik al – er is altijd wel ergens iets heel erg aan de hand – maar door de sociale media worden we steeds beter op de hoogte gehouden van alle drama’s. De persoonlijke vakantiehoogtepunten van vrienden staan in steeds scherper contrast met de drama’s die er op de tijdlijn van mijn FB-account binnenkomen. Want een FB-account is niet alleen een manier om contact te houden met de (vaak schijn)wereld van onze kennissen en vrienden maar ook een manier om op de hoogte te blijven van wat je interesseert. Dus komt er dagelijks een curieuze spagaat mijn wereld binnen van vluchtelingenleed, dierenleed, gezondheidsnieuws en paleorecepten naast de vakantiekiekjes van de GEWELDIGE VAKANTIE WAT IS CHILI TOCH MOOI!- van mensen waar ik vroeger veel mee omging.
Met die vakantiekiekjes kan ik vaak niets, het voelt toch als gluren in andermans foto-album, soms is het zó intiem. Het getoonde leed op mijn tijdlijn is meestal iets waar ik actie tegen moet ondernemen. Dus teken ik tegen de praktijk om de wil van olifanten te breken, tegen hond-zwijngevechten in de VS, volg ik op de amivedipagina welk dier in mijn omgeving wordt vermist en soms ook weer wordt gevonden en zie ik soms foto’s waarvan ik lang en hard moet huilen.
De inmiddels wereldberoemde en schokkende foto van de 3-jarige kleuter Aylan is niet meer van mijn netvlies te halen. Zonder de foto was mijn inlevingsvermogen ook al wel voldoende. Neemt niet weg dat dit ene beeld meer zegt dan 1000 woorden. Het komt allemaal zo hard binnen. En dan zit ik nog droog en veilig met een dak boven mijn hoofd. Dat levert een schurend gevoel op. Het gevoel overheerst dat ik niet weet wat ik hier aan kan doen. Geld geven voor opvang, ja natuurlijk. Maar verder? Ik heb niet de illusie dat ik een getraumatiseerde vluchteling kan opvangen in eigen huis. De realiteit is dat je denkt aan een schattige kleuter die hulp nodig heeft maar die blijkt in het echie een volwassene te zijn die je hoogstwaarschijnlijk niet verstaat en hulp nodig heeft die je niet kan bieden. Neemt niet weg dat ik respect en bewondering heb voor de mensen die wel vluchtelingen in huis nemen.
Daarbij komt dat ik niet in de situatie ben om iemand in huis op te nemen. Bezoek trek ik net, als ze niet te lang blijven. Dat besef draagt bij aan een machteloos gevoel wat als ik niet uitkijk omslaat in boosheid. Het lijkt allemaal zo zinloos. Dat maakt ook dat ik nu zoveel moeite heb met het gewone dagelijkse leven. Maar ik besef me ook dat het september is. En dat ik gewoon braaf mijn vitamine D pillen moet gaan slikken. Want vallende blaadjes en het gemoed, dát verhaal. Misschien is het ook al weer tijd voor de daglichtlamp. En dat ik ongesteld ben zal ook niet echt meehelpen.
Neemt niet weg dat het drama groot is en moeilijk te vatten. Hoe vind je als gewoon individu hier een omgang mee? We verkeren niet allemaal in de situatie dat we een stichting kunnen oprichten en met een bus vol spullen naar Kos kunnen rijden. Hoe zoek jij die balans?