Dibbesdingen

Als we het partijtje van Sem vieren, maak ik me vooraf zorgen over Dibbes. Gaat dat wel goed? Rent hij niet in paniek het huis uit als er een meute jongens van 12 het huis komt binnenvallen? Ik maak me druk om niets, blijkt later. Ik heb nog altijd het beeld van de kwetsbare schuwe zwerfkat op mijn netvlies en zie daardoor de werkelijkheid niet altijd even goed.

De realiteit is dat hij nieuwsgierig de jongens tegemoet loopt. Als ze hem niet zien, dan zorgt hij er wel voor dat hij gezien wordt, werpt zich voor een voet en biedt zijn buik aan. Geeft kopjes tegen benen. Is zeer aanwezig. Trek zich weinig tot niets aan van herrie. Alleen onverwachte bewegingen zijn niet prettig, maar hee, even aaien en hij is het zo weer vergeten.

Dibbes heeft niets nodig in het leven, buiten ons en zijn eten en dat laat hij merken. Zijn wereld is heel klein geworden. Liep hij vroeger de hele dag zijn eten bij elkaar te scharrelen, nu komt hij tot het tuinhek. Heel soms loopt hij verder, wandelt door de steeg, gaat de hoek om en zit dan voor de voordeur. Als hij ziet dat ik hem zie door het raam, dan begint hij onbedaarlijk te miauwen. Laat me erin! Nu! Belangrijk! Binnengekomen volgt een ritueel van op tafel springen, rollen, buik aanbieden en neusjes geven. Dan probeert hij me naar de keuken te lokken, wellicht ben ik vergeten dat hij net nog eten kreeg. Je kunt het altijd proberen toch?

Toen we een paar dagen weg gingen, had ik bijna buikpijn van de zorgen. De door mij ingeschakelde kattenoppas had hij weliswaar al vaker gezien maar toch. Hoe zou hij reageren? De andere katten weten van de hoed en de rand en schakelen zodra wij weg zijn over op de ‘het is weer zover modus’. Dat betekent kopjes geven aan ‘die ander’, zodat de bakken netjes gevuld worden en blijven. Dibbes kende het fenomeen weekendje weg of vakantie nog niet. Ook hier bleek dat hij veel relaxter is dan ik dacht. Hij vond het allemaal prima, al was hij bij thuiskomt wel erg jaloers naar de anderen toe. Die kwamen ook extra knuffels halen en dat trok hij bijna niet.

Dat hij vooruit gaat, is te merken aan zijn gedrag naar mij toe. Waar hij me eerst continu achtervolgde en belaagde, wordt dat minder. Eerst durfde hij alleen op bed te springen langs mijn kant. Dan knuffelde hij mij langdurig en zeer zorgvuldig, met zijn neus tegen mijn neus, om zich vervolgens uitgebreid te poetsen. Pas als die boeddhabuik echt drie keer schoon gelikt was, ging hij liggen en slapen. Nu springt hij vanaf alle kanten op bed. Soms krijg ik voor de vorm nog even een kopje tegen mijn neus, maar nog vaker gaat hij meteen liggen. Het was wél even wennen na al die maanden op een voetstuk te zijn geplaatst door deze kat maar het is natuurlijk een zeer gezonde ontwikkeling dat hij nu meer zijn eigen gang gaat.

Zoals Vlasje laatst omschreef:
de mooiste bloem in de tuin

Hoewel hij grote sprongen maakt, moet hij nog veel leren. Alles wat onverwacht is, maakt hem gestrest. Wij wonen aan een park. Sinds twee weken wordt er aan de weg gewerkt die langs het park loopt. Om 7 uur in de ochtend beginnen grote machines te brullen en te graven. De eerste paar dagen was Dibbes helemaal geflipt. En elke beweging van ons, maakte ineens weer dat hij een meter de lucht in sprong. Hij had pupillen waar een junk nog een puntje aan kan zuigen. Maar na een paar dagen zakte de stress en had hij weer wat geleerd: ‘harde continu geluiden zijn niet eng en ik krijg nog steeds eten en knuffels….’

Zijn ogen staan door de operatie wat eigenaardig. Mooi zeegroen zijn ze maar de ooghoeken staan wat vreemd en trekken een beetje. Hij ziet er wat verdrietig uit door die rare stand van zijn ogen en dat past helemaal niet bij zijn uitbundige karakter. Zijn vacht glanst en hij is zeer gesteld op het onderhoud ervan. Poetsen is echt een hobby, iets wat ik hem nooit zag doen toen hij nog een zwerver was, geen tijd voor. Ook zag ik hem niet rollen, spelen, achter vliegjes aan huppelen of contact hebben met anderen. Ik hoorde hem nooit miauwen, nu kletst hij de oren van mijn kop. Er is zoveel veranderd. Het leven is goed voor Dibbes en het leven met hem is top.

Succes

Al zo lang als ik me kan herinneren, wil ik trots zijn op mezelf. Dat is natuurlijk voer voor psychologen. Ik kreeg te véél aandacht, te weinig aandacht, de verkeerde aandacht, vul maar in. Ik zal best onzeker zijn en dat willen compenseren door perfectionisme. Maar de helft van de tijd is het streven naar succes volgens mij ook gewoon een ingesleten patroon, waar ik overigens héél hard van af probeer te komen want veel leverde het tot nu toe niet op, een overprikkeld zenuwstelsel niet mee gerekend.

Met verbazing kijk ik soms naar mezelf. Als ik ergens ga werken, dan wil ik degene zijn die de minste fouten maakt, het beste van de afdeling is. Als ik ziek ben, wil ik degene zijn die het beste herstelt, ook al is het een aandoening waar maar 7 % van herstelt. Hoe dan ook, ik ga bij die 7 % horen! Start ik een blog en zie ik dat de bezoekersaantallen stijgen, dan wil ik per se dat de aantallen blijven stijgen. En een blog is dan natuurlijk niet voldoende. Een boek! Ik moet een boek schrijven! Liefst een boek dat goed verkoopt.

Al het mediteren en ademhalingsoefeningen ten spijt, dat streefgedoe van mij levert stress op. Nu was er natuurlijk eerst het streven, toen de stress en toen pas het mediteren. Bijna als mosterd na de maaltijd. Maar de stress verdwijnt niet alleen omdat je het wilt, ook niet na veel mediteren, want gedrag verandert niet meteen.

Toch lukt het wel. Heel langzaam ontdek ik dat ik niet ben wat ik doe, maar dat ik ben omdat ik euh, nou ja, ademhaal. Ik ben die ogen die me aankijken in de spiegel. Het probleem met het gevoel nooit goed genoeg te zijn, is dat ik weet wat de intenties zijn van die vrouw in de spiegel. Een ander kijkt veel platter naar mij. Die denkt: daar ligt die vrouw op de bank die stukjes schrijft. Ze zien wat ik doe. Wat ze niet zien is alle bagage, dromen, intenties en verlangens die ik wél (de hele tijd) voel. Die berg shit is soms zó hoog en zó zwaar dat het geen wonder is dat ik soms bijna niet van de bank af kan komen.

Het enige dat mij tot nu toe redelijk moeiteloos afgaat is moeder zijn (even afkloppen natuurlijk want we staan aan de rand van de puberteit). Ik ben niet de leukste, beste en zeker niet de meest energieke moeder. Maar ik voel vreemd genoeg geen of weinig stress over mijn eigen functioneren. Natuurlijk twijfel ook ik regelmatig of ik de opvoeding wel goed aanpak maar over het algemeen geniet ik er gewoon van. Ik geniet enorm van mijn kind en ik geniet van het moeder zijn.

Laat het moeder zijn nou toevallig het enige in mijn leven zijn waar ik vooraf geen beeld bij had. Al zo lang als ik me kan herinneren, hoorden kinderen niet bij het plaatje van mezelf ‘als ik later groter zou zijn’ wat ik voor ogen had. Ik zag mezelf niet als moeder en was ook helemaal niet van plan moeder te worden. Ik heb dus jaren in mijn dagdromen en fantasieën mijn toekomst ingevuld zonder gedachte aan een kind.

Dat ik tóch moeder ben geworden is werkelijk waar de grootste verrassing van mijn leven. En omdat ik daar vooraf helemaal geen plaatje of beeld bij had, ben ik maar als het ware meegedreven met wat er gebeurde. En dan bedoel ik niet passief gedobber – S. was geen moetje en juist zeer gewenst na een voor mij volkomen uit de lucht vallende behoefte om toch moeder te worden – maar gewoon mee gaan met de stroom zonder te denken dat ik eigenlijk 20 meter verderop moet zijn of dat ik per abuis in het verkeerde water zwem. Ik ben eindelijk eens bezig met wat ‘is’ en niet met hoe het zou moeten zijn. En dat kan ik best wel een groot succes noemen. Mijn grootste succes is dat waarvan ik niet wist dat het er zou zijn.

Het leert me dat verwachtingen een grote belemmering kunnen zijn en dat het echte leven hier en nu is. En dat succes misschien wel het loslaten van het streven naar succes is. Althans mijn succes. Misschien is dat voor een ander niet het geval. Misschien heb jij juist wel een duwtje in de rug nodig.

Wat belemmert jou? Ben jij ook een perfectionist?