Leven in het moment (met 2 opdringerige katten)

Het is ochtend,
ik lees de krant
en drink mijn koffie.
Het huis is leeg,
op mij en 2 katten na.
Het is tijd
om wat te gaan doen.
Het lijf voelt goed.
Aankleden dan maar.
Misschien een boodschap.
Of een was erin.
De katten denken
daar heel anders over.
Die zien een schoot
en strijden om die plek.
Gerrie hangt over me heen
en in antwoord daarop
kruipt Dibbes op schoot.
Ze zitten kont aan kont.
En maar duwen met die kont.
Hé jij daar,
ik was eerst!
Ga weg!
Na wat geduw en gedoe,
is de vrede gesloten.
Twee knorrende tevreden katten.
Daar zit ik dan.
Eigenlijk wilde ik opstaan.
Nog even blijven zitten dan maar.
De koffie is op,
de krant gelezen.
Ik zit nog steeds op de bank.
Niets te doen.
Nou ja, niets.
Noem het maar niets.
Zó veel geluk op schoot.
Het was hard werken hoor
die twee katten zover krijgen!
Nou.
Zit ik dan.
Te zitten.
Ik aai.
Ik kijk wat,
mijmer wat.
Eigenlijk wel heel prettig,
zo zitten en niets doen.

Meer ruimte voor jezelf

Laatst schreef ik een logje over een dag dat ik me niet goed voelde en dat slechtere dagen tegenwoordig zo makkelijk voorbij glijden omdat ik die omroeper in mijn hoofd heb ontslagen. Wat een rust. Ik kreeg nogal wat reacties, ook per mail, waarbij de strekking was:  
– Doe mij ook eens zo’n recept voor meer rust in je hoofd.
– Geef eens een voorbeeld van de ontslagbrief zodat mijn commentator ook opstapt.

Het is blijkbaar heel herkenbaar voor veel mensen. We zijn ons eigen ergste criticus. Genadeloos becommentariëren we onszelf over ons uiterlijk, gedrag, niet gezond zijn, onze gedachten. Soms is het maar op één gebied, maar als je pech hebt leef je samen met een commentator in je kop, die de hele dag brult wat voor nietsnut en sukkel je bent. En het erge is dat we dat dan soms ook gaan geloven.

Dat kan er toe leiden dat bij alles wat we doen een gevoel van onzekerheid meereist en dat we onze successen niet kunnen waarderen of niet kunnen genieten van wat goed gaat. Wanneer word ik ontmaskerd? Ik heb dit of dat wel goed gedaan maar toch voelt het alsof er straks een grote pijl op mij wordt gericht, met veel herrie en lawaai en dan ziet iedereen dat ik eigenlijk een mislukking ben, dat ik maar doe alsof….

Ik ben jaren lang heel streng voor mezelf geweest. De licht manische trekjes van mijn geest in combinatie met een neiging tot perfectionisme en ‘een het moet wel allemaal kloppen’- neiging hadden tot gevolg dat ik nooit aan mijn eigen standaard kon voldoen. Dus leefde ik continu met de teleurstelling van nooit waar gemaakte torenhoge verwachtingen, in combinatie met die omroeper in mijn kop die steeds harder ging brullen wat voor een loser ik was.

Toen werd ik ziek. Nou als dat geen falen was! Dus tetterde die omroeper nóg harder: je kunt niet eens de trap oplopen, lig je hier een beetje op de bank slap te doen terwijl je moeder/kind/man je moet verzorgen. Wat ben jij nou voor moeder dat je elke voorstelling/judo-examen/voetbalwedstrijd of rapportgesprek mist. Gek werd ik er van. En erger: ik geloofde die stem.

Totdat ik ermee stopte. Dat gebeurde niet van de ene op de andere dag. Maar het gebeurde wel. Van een keer tegen die commentator zeggen dat ie zijn snater moest houden, tot het moment dat ik ‘ineens’ dacht, wat een rust en later dat ik merkte dat ik tegen mezelf kon zeggen dat ik iets goed had gedaan. Hoe deed ik dat?

Word fan van jezelf
Ik heb geen commentator met negatieve opmerkingen meer in mijn hoofd. In plaats daarvan ben ik mijn eigen grootste fan geworden. Dat is iets anders dan mezelf geweldig vinden, dat bedoel ik niet. Maar in plaats van te benoemen wat slecht ging, ging ik aandacht vestigen op wat goed ging. Dat ging heel kort gezegd zo:
Ik heb 5 minuten gelopen vandaag, wauw!
in plaats van:
Ik heb maar 5 minuten gelopen vandaag en buurvrouw van 90 haalde me in.

Dat scheelt echt een slok op een borrel! In het begin gaat het misschien wat krampachtig en moet je soms heel hard nadenken om het positief om te draaien, maar het went snel.

Stel verwachtingen bij
Mijn verwachtingen bleken heel vaak niet realistisch te zijn of gebaseerd op wat ik dacht dat anderen van mij verwachten. Ja, dat is vragen om moeilijkheden. Nu verwacht ik niet meer zoveel en daardoor word ik regelmatig blij verrast.

Wees realistisch in wat kan
Lijkt op wat hierboven staat maar is net wat anders. Tegenwoordig werk ik niet meer met te-doenlijstjes en hobbel ik gewoon achter mijn eigen energie aan. Ik heb geleerd dat een te-doenlijst mij een heel erg opgejaagd gevoel geeft. Toen ik nog wel te-doenlijstjes maakte, zag ik op een bepaald moment dat wat ik dacht te kunnen doen, niet matchte met wat ik kan doen op een dag. Niet alleen qua energie maar vooral ook qua tijd dat het kost om een taak uit te voeren. Ik onderschatte de meeste activiteiten in tijdsduur. Ja, zo krijg je een te-doenlijst nooit af…

Doe lekker rustig aan en maar één ding tegelijk.
Hoe langzamer je dingen doet, hoe meer er lukt en hoe rustiger je blijft. Niet meer alles ‘snel snel’ en ‘even tussendoor’ en liefst ook nog alles tegelijk maar gewoon één ding per keer doen met je volle aandacht en in een prettig tempo. Hoe gejaagder ik was, hoe meer die stem in mijn hoofd begon te brullen. Waarschijnlijk stapte mijn commentator gewoon van pure verveling op, omdat ik alles zo traag en rustig ging doen. 

Stop met jezelf te straffen
Wat ik daarmee bedoel? Nou, bijvoorbeeld niet in de zon gaan zitten omdat je werkloos of arbeidsongeschikt bent en bang bent voor het commentaar van anderen op je bruine hoofd. Stop daarmee! Ook als je werkloos of ziek bent mag je genieten. Ik vond dat in het begin héél moeilijk. Tegenwoordig denk ik: die paar zonnige maanden dat ik in de tuin kan zitten terwijl anderen aan het werk zijn is mijn beloning voor die ellenlange winter dat ik me meestal beroerd voel en soms dagen niet buiten kom.

Schep ruimte
Vraag je bij alles af: moet dit echt? Wat gebeurt er als ik dit niet nu doe? Hoe kan ik het makkelijker voor mezelf maken?

Ontspanning
Voorheen ging ik pas ontspannen als ik klaar was met alles. Maar die situatie kwam nooit, er bleef altijd wel iets te doen ook al kon ik het helemaal niet doen. Dus bleef het brein voortdurend malen en actief denken over alles wat er moest gebeuren. Nu zorg ik tijdens de dag heel bewust voor momenten van ontspanning. Of iets nu af is of niet, dat boeit me niet zo. Wel dat ik elke dag een paar momenten heb dat ik echt ontspan. Door te lezen, te mediteren, muziek te luisteren, onder de douche te staan of wat dan ook.

Compassie en zachtheid
De belangrijkste wat mij betreft. Met mildheid en zachtheid voor je zelf zorgen en naar jezelf kijken. Kijk wie er in jouw omgeving compassie bij jou opwekt en projecteer dat gevoel op jezelf. Klinkt compassie en zachtheid je te wollig in de oren, vervang dat dan voor vriendelijkheid. Wees vriendelijker voor jezelf. Oefen jezelf in mildheid. Wordt niet boos als je iets vergeet of fout doet maar constateer in plaats daarvan dat je blijkbaar je dag niet hebt of dat je misschien wat veel aan je hoofd hebt. Vat het als een signaal op dat je misschien even een pauze moet nemen. Het zegt niets over wie je bent. Je zou toch ook niet tegen een kind van 8 dat met een slecht cijfer voor rekenen thuis komt zeggen dat hij een nietsnut en een sukkel is en dat dit maar weer bewijst dat hij niets waard is en iemand op wie niemand kan bouwen? Waarom dan wel tegen jezelf? Niet alles in het leven is een bevestiging van dat je niets waard bent. Die omroeper in je hoofd heeft gewoon continu een slechte dag en hoe meer jij hem gelooft, hoe harder hij gaat gillen.  Dus heb compassie met jezelf en stuur hem de laan uit.

Voor mij was een combinatie van het bovenstaande voldoende om de omroeper in mijn hoofd langzaam te laten verdwijnen. Ik heb geleerd dat te veel overprikkeling en te weinig ontspanning leidt tot meer stress en meer vatbaarheid voor negatief commentaar. Dus probeer ik dat te vermijden. Nu is mijn positie anders dan veel anderen. Ik kan verplichtingen vermijden omdat ik niet werk. De meeste mensen hebben wel verplichtingen en dingen die ze dagelijks moeten. Maar ook dan kun je met meer compassie met jezelf omgaan. Dat kan soms net het verschil maken tussen iets volhouden of niet. Bovendien vind ik het voordeel van compassie en zachtheid dat je veel meer beseft waarom je ergens voor kiest. Kies voor jezelf in plaats van dat je de verwachtingen van anderen waarmaakt.

Dit was mijn recept. Wat voor mij werkt hoeft natuurlijk niet voor jou te werken. Maar wie weet pik je er wél iets uit of heb ik je op een idee gebracht.

Heb jij nog tips die je wilt delen met anderen?

Kat en Muis

Het is zaterdag. 
Ik zit op de bank.
Dibbes stormt voorbij.
Dat doet hij wel vaker.
Hij maakt geluidjes 
en grote sprongen.
Ook dat doet hij wel vaker.
Ik kijk naar hem.
Ach, wat speelt hij leuk.
Dibbes speelt met een blaadje uit de tuin
Dan kijk ik nog een keer.
Het is geen blaadje.
Het is een muis.
Een muis die leeft.
Dibbes heeft een muis gevangen!
Zijn eerste muis!
Dat denk ik echt.
Wat goed van Dibbes.
Wat zielig voor de muis.
Daarom grijp ik in.
Zo’n huichelaar ben ik.
Ik eet biologisch vlees
maar als Dibbes een muis vangt,
pak ik hem af.
Laat los! zeg ik
en Dibbes laat los,
de sukkel.
Muis ligt op de vloer.
Hij ziet er nog heel uit.
Maar tegelijkertijd is het mis.
Hij is in shock. 
Wat nu?
Ja, wat nu!
Dat vragen de katten zich ook af.
Ze staan inmiddels alle vier om me heen.
Eerst de moordmachines het huis uit zetten.
Dan muis voorzichtig pakken.
Dat doet de man.
Muis houdt zich stil.
Maar hij leeft nog wel.
We zetten hem op een rustige plek.
Waar de katten niet kunnen komen.
Wat doen we nu met muis?
Hij lijdt, dat is wel duidelijk.
Verzuipen dan maar?
‘Kan jij dat’ vraag ik aan man?
‘Nee, kan jij dat?’ vraagt man aan mij.
Nog maar eens kijken bij muis.
Hij ademt heel snel.
We laten het even voor wat het is.
Arme muis.
Buiten loopt Dibbes rond.
Waar is muis nou!
We speelden zo leuk!
Dibbes is net een beer.
Loopt rond met stoere stappen.
Een muis vangen 
heeft hem duidelijk goed gedaan.
Hij voelt zich heel wat.
Knap van je Dibbes, goed zo!
Al denkt de muis daar anders over.
De natuur is wreed.
Gerrie heeft grote ogen
en kijkt wat verontwaardigd.
Ze pakken hier je muis van je af!
Dát hadden ze me nog niet verteld!
Na een half uur kijken we weer bij muis.
Hij doet het niet meer. 
Hij is dood.
Gelukkig niet uit elkaar gerukt
door Dibbes
maar gestorven op 
een zacht bedje
van toiletpapier.
Maar wel dood,
hartstikke dood.
Dag muis.
Dag!