Chef kopstoot

Hoi,
Ik ben het,
Gerrie.
Ik wil graag
iets vertellen
over mezelf.

Vroeger was ik
een zwerfkat.
Dat weten jullie wel.
Nu niet meer.
Ik woon nu
bij mijn mensen,
samen met
drie andere katten.

In dit huis
heeft iedereen
een eigen taak.
De vrouw bijvoorbeeld
is het voedseluitgiftepunt
en dient als
kussen/ondergrond,
schuilplek en verzamelplaats.

Mijn broer Dibbes
is de clown.
Smoes doet alsof hij een hond is
en kauwt op pennen en vingers
(of een mobiele telefoon).
Moos speelt de baas.
Doet alsof hij de Chef is.

Maar ik heb ook een taak.
Ik ben óók een chef.
Ik ben  Chef Kopstoot.
Ja, je leest het goed.
Dát word je niet zomaar.

Ik heb er veel aanleg voor.
Eerst maak ik
lokkende geluidjes.
Prrr prrr.
Dan weet de vrouw
dat het tijd is.
Dan komt ze
bij mij zitten.
Ik neem een aanloop
en gooi me
tegen haar aan.
Mijn kop
tegen haar hoofd.
En dat minuten lang.
Teruglopen en een kopstoot.
En weer een,
en wéér een.

Soms ga ik voor variatie.
Dan kop ik
tegen haar neus aan,
of tegen haar mond.
Als ik dat goed doe,
dan peutert ze soms
haar lip los van die
ijzeren dingen
op haar tanden.
Echt gaaf.
Knap hè.

Ik weet dat ik het
héél goed doe
want dan zegt ze
dingen als
o Gerrie toch,
wat doe je dat goed,
en dat voor een kat
die geen
menselijk contact
gewend was.

Omdat het tijd
voor promotie was
mag ik
de andere mensen
in dit huis
ook kopstootjes geven.
Dat vinden ze
hartstikke leuk,
al vind ik het
nog een beetje eng.
Veel oefenen dus.
Als ik het
niet meer eng vind
ga ik harder koppen.
Zodat zij ook
AU kunnen roepen.
Dat is hard werken hoor!
Maar veel fijner
dan op straat
mijn eten bij elkaar
moeten scharrelen.

Nou dat was het weer,

Kopjes van mij,
Gerrie
Chefkopstoot@minofmeer.wordpress.com

 

 

Zaterdag

Nu de ontstekingen klaar zijn met hun geëtter in mijn hoofd, kan ik weer wat bijtanken. Dat gaat niet heel soepel, ik ben een behoorlijk eind in mogelijkheden gezakt. Ook heb ik veel fysieke symptomen van de ME en één en ander maakt dat ik erg overprikkeld ben. Toch was de week best oké.

Vorige week zondag aten we bij mijn moeder. Zus en nicht logeerden daar en hadden hun herderspup mee genomen. Nu ben ik wegens een incident in mijn kinderjaren flink bang voor herdershonden, maar met een pup zó klein, lukt me het nog wel om er in één ruimte mee te zijn. Ik heb ook de hoop dat als ik hem zo klein heb mee gemaakt, ik hem minder eng vind als hij groot is.

Hij is nu in ieder geval nu nog erg schattig en grappig, hopen dat dit zo blijft.

Kattennieuws: deze week deed ik een bestelling voor diervoer. De webshop waar ik dat altijd doe, geeft bij elke bestelling spaarpunten weg. Omdat ik inmiddels best veel spaartegoed had, bestelde ik wat speeltjes voor de katten. Ik had bij het bestellen niet door dat één van de speelmuizen gigantisch groot is. Maar wat een succes! Gevuld met kattekruid en zó groot dat het omhelsd kan worden. De muis krijgt dagelijks een ‘beurt’ van Dibbes, Moos en Smoes die de vloer werkelijk helemaal onder kwijlen van genot. Gerrie durft niet, die is bang dat de muis hem opeet, in plaats van andersom. 😉

Deze week werd er enorm veel gediscussieerd hier in huis over de te verbouwen zolderkamer van puber. De mannen gingen woensdag kijken bij een showroom en kwam enthousiast thuis over alle mogelijkheden, waarna ik in de stress schoot omdat de prijzen die zij noemden ver boven budget liggen.

Nu is mijn budget wellicht niet heel realistisch. Om echt meer loopruimte te scheppen is een dakkapel van 3,5 meter nodig. Bij het bedrijf waar ze keken kwam dat neer op ca. €7000. Ja daar schiet ik volledig van in een kramp.

De man vond later ook wel lagere prijzen bij andere aanbieders maar €5500 tot €6000 zijn we toch zeker wel kwijt. Hier loop ik flink tegen mijn zuinige aard aan. Ik snap heel goed de meerwaarde van een dakkapel, dat het woongenot oplevert en blabla. Maar tering hé, ik krijg hier buikpijn van.

Dát leverde dus flinke discussies op. Ook bedacht ik een alternatief plan zoals het doorbreken van de muur van twee kamers (logeer- en werkkamer) op de eerste verdieping, waardoor je daar ook een mooie grote ruimte zou krijgen, geschikt voor puber. De zolderkamer zou dan werk- en logeerkamer worden. Het voordeel is dat deze optie veel goedkoper is. Het nadeel is dat het logistiek nóg veel meer gedoe oplevert (niet alles wat nu in de logeerkamer en werkkamer staat past op zolder) én meer klusdagen.

Afijn, de kogel is nu wel door de kerk: toch een dakkapel maar niet voorjaar 2018. We schuiven het gewoon een jaar op zodat we langer kunnen door sparen. Kan ik ook wat langer wennen aan het bedrag.

Het nadeel van al dat geouwehoer is dat ik er flink van in de stress schoot. Ik schiet makkelijk in de stress want alles genereert stress bij mij sinds ik ME heb. Contact met mensen, geluiden, beweging. Mijn brein slaat van alles op hol en dat leidt dan ook weer tot andere symptomen, waaronder darmproblemen.

Omdat ik nu al weer langer flinke last heb, heb ik besloten hier toch weer naar te kijken met een diëtist. De vrouw bij wie ik vier jaar geleden was hielp me goed op weg. Ik eet sindsdien glutenvrij en lactosevrij, waarna het heel lang stabiel was.  Sinds ik overgestapt ben op vegetarisch eten, rommelt het toch weer en ik krijg er maar geen grip op. Het lijkt me goed om daar nu weer met een frisse blik  naar te kijken. Verschuiven de voedselintoleranties, is het stress? Of heb ik ‘gewoon’ PDS? Of een lekke darm?

Omdat de dame waar ik toentertijd was van de aardbodem lijkt te zijn verdwenen, heb ik een andere diëtist benaderd. Een nog heel jonge meid, net afgestudeerd en sinds 3 jaar werkzaam in haar eigen praktijk. Ik vind het vaak een voordeel als iemand nog in opleiding is of net begonnen, ik heb daar goede ervaringen mee. Mensen zijn dan nog heel erg gemotiveerd en zitten vol met verse kennis. Het viel mij bijvoorbeeld erg op dat de huisarts in opleiding die ik een paar keer heb gesproken, veel meer weet van ME dan mijn eigen huisarts. Ik heb nu voor maandag 6 november een afspraak gemaakt, best spannend. Ik heb wel duidelijk gemaakt dat ik niet open sta voor medicatie. Dat heb ik jaren geslikt en lost niets op. Ik wil liever samen zorgvuldig uitzoeken wat me nu triggert en welke combinaties ik beter kan laten staan en hoe ik die darmen kan laten herstellen, indien mogelijk. Ik ken het GAPS dieet en heb daar ook alle informatie over in huis, alleen ontbreekt de moed zoiets aan te pakken in mijn eentje.

Nou ja, wordt vervolgd.

Verder nieuws. Waar is Pippi? Die heb ik al heel lang niet gezien. Hoewel het mentaal redelijk gaat met mij, sta ik toch al maanden op standje overleven en is er weinig ruimte voor pret. De activiteiten die ik doe zijn meestal noodzakelijk. Ik wil nu toch proberen of ik regelmatig iets kan doen waar ik blij van word of heel ontspannen. Een kennis wees mij op yoga nidra dat een keer in de maand hier in Hoorn wordt gegeven. Ik hoop dit volgende week uit te proberen. Dit is een yogastijl waarbij je liggend – met behulp van in dit geval klankschalen en begeleiding van een yogadocent – in een (hoop ik ) diepe staat van ontspanning raakt.

Dat wil ik wel! Meer ontspanning is beter. Ik zag dat er ook doordeweeks in de ochtend lessen ‘relax en restore-yoga’ worden aangeboden, waarbij het tempo wat lager ligt dan bij ‘normale’ yogalessen. Ik hoop dat dit me lukt. Ik zou graag mijn spieren op een hele milde manier iets meer willen trainen. Revalidatie via fysiotherapie is te hoog gegrepen momenteel maar misschien lukt dit wel.

Veel voornemens dus om iets meer relaxtijd voor mezelf te hebben. Ga ik nu een middagdut doen, óók belangrijk. Fijn weekend allemaal!

Wat gaven we uit aan de keuken?

Inmiddels zijn we een paar maanden verder sinds de keuken werd verbouwd. Klaar zijn we nog niet, er moet nog steeds één en ander afgerond worden maar het komt er maar niet van. Eerst gingen we op vakantie, toen was ik beroerd en bleef ik beroerd, het nieuwe schooljaar begon, we werden ziek en snotterig en zo kwam er telkens iets tussen. Maar als het goed is gaat het binnenkort dan echt gebeuren. Het aanrecht moet nog worden afgekit, deurtjes strakker afgesteld en hier en daar moet nog iets weg gewerkt aan randjes.

Ik ben dolblij met het resultaat en voel me de koning te rijk met onze houten keuken. De onderhoudsmonteur voor de geiser die hier gisteren was, zag het duidelijk niet. Ik had met hem een gesprek over het eventuele vervangen van de geiser. Hij raadde een combiketel aan in combinatie met een indirect gestookte hete lucht verwarming. ‘Ja’ zegt hij ‘ik denk ik zeg dat maar even, want daarvoor moet je leidingen doortrekken en als jullie binnenkort wellicht de keuken gaan opknappen’ – werpt een afkeurende blik op de keuken – ‘dan weet je dat’. Op mijn opmerking dat de keuken nét verbouwd is, volgde nog een blik de keuken door en je zag bij wijze van spreken het denkwolkje boven de man zijn hoofd hangen. Ach ja, ieder zijn smaak. 😉

Maar wat gaven we nu eigenlijk uit? Was het budget een beetje realistisch? Nou nee, daar kan ik duidelijk over zijn. Maar we hebben het budget niet overschreden. Dat dan weer niet. Hoe dat zo, kijk maar mee:

 

BUDGET VERBOUWING 2500
UITGAVEN  
hout aanrechtblad 612
hout frontjes, lak en lijm 528,98
deurgrepen 193,75
klusmaterialen (schroeven, schuurbenodigheden,etc) 173,99
vervanging knoppen gasfornuis 50,08
vervanging verlichting 119,98
vervanging afzuigkap 159
tegels (incl. huur tegelsnijder, voegsel, etc) 445,69
voeren van de klusploeg (diverse keren eten afhalen) 190
totaal 2473,47
over 26,53

Omdat we alles zelf hebben gedaan (lees: M. met hulp van G.) was er veel meer mogelijk dan we vooraf hadden gehoopt. Ik had niet eens durven dromen van een massief houten aanrecht. Als je dat bestelt bij een keukenboer dan ben je de hoofdprijs kwijt. Sowieso betaal je je een ongeluk voor aanrechtbladen. En daarmee begon het. We gingen ons oriënteren, vroegen offertes op en ontdekten dat aanrechtbladen van rvs of beton of graniet allemaal zo uitkwamen op rond de €2000 à €2500, bijna het totale budget!  Het blad dat we hadden was van kunststof. En dát wilde ik niet meer. Ik heb ook een uitgesproken smaak denk ik. Ik word helemaal iebelig van al die nep gemarmerde kunststofbladen. Ik vind ook snel iets te strak of te modern en houd van natuurlijke materialen. Maar alles waar ons oog op viel was ver boven budget, ook omdat het nogal een oppervlakte is aan aanrechtbladen dat vervangen moest worden. En daarbij komt dat we de opties die we vonden niet eens echt mooi vonden. Dat zat ons dwars want dan betaal je duizenden euro’s voor iets waar je niet eens blij van wordt. Natuurlijk is dit verwend. Ik mag al blij zijn dát ik een keuken heb maar toch. Liever iets dat ‘joy sparkelt’ dan iets anders.

M. ging toen eens op onderzoek naar de prijs van hout als je het zelf inkoopt en welke soorten geschikt zijn voor een aanrechtblad en kwam uit op merantihout. Dat kon worden bewerkt in de klusschuur van G, die zijn diensten, kennis en kunde aanbood en de mannen hebben vandaar uit de hele keuken aangepakt. G. wilde absoluut niet betaald worden voor zijn tijd en dat scheelde natuurlijk ook flink.

Wat de bedoeling was van de verbouwing was vervanging van:

  • aanrechtblad
  • verlichting
  • knoppen fornuis
  • deurfrontjes
  • afzuigkap

De insteek was vervangen wat kapot was. Ik ging ervan uit dat ik geen droomkeuken zou krijgen aangezien dat ver buiten ons financiële bereik ligt.

Wat de mannen uiteindelijke deden was de hele keuken slopen tot alleen het geraamte nog stond en zelfs daar werd nog een deel van gesloopt. Ze maakten een massief houten aanrecht en houten deurtjes, vervingen de knoppen van het fornuis, de verlichting, de afzuigkap, vervingen een kast en bouwden in plaats daarvan een ladenkast, maakten van een loze ruimte  een kek smal tussenkastje, betegelden over de oude tegels heen en uiteindelijk maakte de man van resthout ook nog een mooi keukenkrukje voor me. Van ander resthout en gekregen stangetjes maakte M. een kruidenkast.

Het hele proces nam meer tijd in beslag dan verwacht wat logisch is want in plaats van een bedrijf inhuren deed M. alles zelf in zijn vrije tijd met op sommige dagen hulp van G. Het was soms echt trial en error want al doende leer je maar ik ben onvoorstelbaar trots op M dat hij dit heeft gemaakt.

Het grote voordeel van het op deze manier doen is dat er veel meer kon dan we vooraf gedacht hadden. Dat bijvoorbeeld ook de tegels zijn aangepakt is iets waar ik echt heel blij van word. Al heb ik moeten lullen als Brugman om M. ervan te overtuigen dat de keuken nóg mooier zou worden als we iets aan die lelijke witte metrotegels deden. Nu hebben we tegels die doen denken aan een oude Franse keuken en ik word er helemaal blij van, elke keer weer als ik er naar kijk.

Het nadeel was dat de verbouwing véél meer tijd in beslag nam dan verwacht, de benedenverdieping een paar maanden lang een chaos was en dat het in die zin wel een forse aanslag was op mijn gezondheid en energiereserves en ik toch wel volledig doorgedraaid op vakantie ging. Maar ook daar hebben we van geleerd. We hebben nu een keuken die weer jaren mee kan!

Een dag uit het leven

Als ik wakker word, voelt mijn hoofd goed. Dat is positief! Geen snot dat vastzit maar alleen de gewone ochtendmist die hopelijk optrekt. Ik moet er redelijk vroeg uit want vandaag krijg ik mijn B12-injectie van de huisartsassistente. Omdat ik daarna even door wil gaan naar de HEMA sla ik het douchen over. Ik heb wat spulletjes nodig en hoewel kind altijd zonder morren gaat als ik het hem vraag vind ik het soms gewoon fijn om zelf mijn spullen te kunnen kopen. Even door een winkel lopen. Mensen zien. Door fietsen naar de HEMA en daar de benodigdheden kopen kost me hooguit 10 minuten extra bovenop het bezoek aan de huisartsenpraktijk.

Thuisgekomen wil ik de was erin doen. Maar ik bedenk me dat er nog een was boven klaar ligt om op te vouwen. Eerst dat maar doen. Maar nu niet. Even zitten. Ik drink koffie en lees de krant. Schrijf op mijn blog. Scharrel wat met de katten.

Na een uur besluit ik dat de was opvouwen vandaag niet gaat lukken, laat staan er een was indoen. Beiden is fysiek iets te hoog gegrepen nu. Ik ga even bankbangen terwijl ik op Netflix een aflevering van Dicte kijk.

Rond het middaguur staat kind ineens op de stoep. Tussenuur. Veel geklets, boeken worden uit de tas gegooid, zoen zoen en weg is hij weer.

Ik besluit dat de was doen weliswaar niet lukt maar muffins bakken kan wel, dat is fysiek niet zwaar en hooguit 5 minuten werk. 250 gram amandelmeel, 2 eieren, scheut havermelk, beetje vet, bakpoeder, handje dadels, koekkruiden, staafmixer erop. Dan wat nootjes en rozijnen er door, in de oven schuiven, 40 minuten op de bank liggen en dan zijn ze klaar. Heerlijk. Hebben kind en ik wat lekkers als hij straks uit school komt.

Tijdens het wachten tot de muffins gaar zijn app ik met een kennis uit Frankrijk. Ik hoop haar deze zomer in de Dordogne te zien. Ondertussen kletsen we elkaar wat bij over onze levens.

Dibbes zit klaar in zijn mand. Hij wil trainen (lees: heeft trek in snoepjes). Nee, Dibbes vandaag niet, ik kan de mand niet optillen met jou erin. Hij legt zich erbij neer en gaat een tukkie doen in de mand.

Tijd om te lunchen, ik maak twee boterhammen klaar en schuif die naar binnen.  Ik voel aan mijn lijf dat het niet goed gaat, de pijn begint vanuit mijn tenen omhoog te trekken. Pijnstiller dan maar? Hmmm. Ik slik al tijden zó veel pijnstillers met als gevolg dat mijn darmen inmiddels weer volledig ontregeld zijn. Dus besluit ik de pijn te negeren en een uurtje in bed te gaan liggen.

Na het uurtje verleng ik het uurtje. En na de tweede verlenging accepteer ik dat dit een ligdag is geworden. Kind komt thuis, ik roep dat er muffins zijn maar hij loopt door naar boven en ik eet mijn muffin op in bed. Ik ga wat lezen in mijn boek. Later haal ik de laptop naar boven en lees wat blogs.

Izerina schrijft iets interessants, over PEA, een natuurlijke pijnstiller. Zou dat ook iets voor mij zijn? Ik duik op het net en ben geboeid. Al lezende bedenk ik dat dit iets is voor mijn vriendin die helse pijnen heeft vanwege een onvoorstelbare klote aandoening en stuur haar de informatie door. Al lezende ontdek ik ook dat het wel wat meer is dan een natuurlijke pijnstiller. Het werkt ook ontstekingsremmend en stimuleert het zelf herstellend vermogen van het lichaam.

Is dit onzin of is dit echt wat?  Ik word er onrustig van. Ga ik weer geld uitgeven aan iets dat niet werkt? Ik zou dit toch niet meer doen? Maar toch. Ik ben toch ook verder gekomen door het uitproberen van alles wat op mijn pad komt. Ik ben nu duizenden euro’s verder, maar ook wel veel beter dan een paar jaar geleden.

Elke keer die hoop. Dat is moeilijk. Ik probeer er meestal neutraal in te gaan. Dat lukte aardig met de B12-injecties (die mij heel veel goed doen) en de THC-olie (waarmee ik geweldig goed slaap). Lukt het hiermee ook, ik hoop het! Ik mail naar de man op zijn werk en hij zegt ook meteen doen! Dus vooruit, ik plaats een bestelling. Mocht dit werken dan is dit een kostenpost van 45 euro per maand waarvoor ik dan even in de begroting moet zoeken. Voor de zekerheid stuur ik de linkjes die ik vond, even door naar een paar bloglezers waarvan ik weet dat ze ook ME/CVS hebben.

Ineens staat mijn moeder in de slaapkamer. Ik heb mijn apparaatjes niet in en heb haar niet horen roepen. Op dinsdag komt ze altijd voor ons koken. Tot wederzijds genoegen. Naast de gezelligheid ontlast ze ons hiermee enorm. Meestal zorg ik ervoor dat ik aangekleed ben als ze komt, maar omdat ik A)de tijd was vergeten en B) me slecht voelde lag ik nog in bed met mijn lingerie , euh degelijke pyjama met rendierafbeelding.

Mijn moeder schrikt altijd als ik plat lig. Daarom probeer ik dat te vermijden. Ze weet wel dat ik ziek ben maar ik probeer toch altijd rechtop te zitten als ze komt. Net als dat ik probeer aangekleed te zijn als kind thuis komt uit school. En zo heb ik ook afgeleerd om de man plat liggend te verwelkomen. In vroeger tijden zou dat een uitnodiging zijn geweest voor stomende sex maar nu is dat een indicatie dat het ‘zo’n’ dag is. Na 10 jaar ziek zijn probeer ik een balans te handhaven tussen eerlijkheid en ‘niet alles hoeft gezegd of getoond te worden’. Alleen dat laatste mislukt vandaag.

Mijn moeder loopt naar beneden en ik hobbel er achter aan. Ze warmt het eten op, de man komt thuis, puber komt na drie keer hard gillen ook van zolder af en we eten.  Mijn moeder heeft heerlijk gekookt. Ik eet vegetarisch en de rest niet en ze verzint toch elke keer weer iets smakelijks. Zij aten een rundvleesschotel met appel en ui en ik had hetzelfde maar dan zonder het vlees en met pompoen, zalig.

Ik red het net tot de laatste hap en ga liggen op de bank. Man en kind ruimen af, vullen de vaatwasser en maken het fruit klaar voor de avondtoet, Oma is naar huis vertrokken. De avond begint. Dibbes zit weer klaar in zijn mand. Hij wil nog steeds trainen (lees: heeft trek in snoepjes). Nee Dibbes, we slaan het over vandaag. Ik klets wat met de man over PEA en wat we daarvan vinden en wat we hopen en ik ga naar boven met de laptop voor nog een aflevering Dicte. Daarna neem ik mijn THC druppels en ga lezen. Na een uurtje ga ik slapen.

Alleen dát lukt niet. Ik ben toch wat doorgedraaid in mijn hoofd van die PEA. En moet aan zoveel dingen denken. Volgende week is het herfstvakantie. Zou het lukken om een keer in de middag naar de bioscoop te gaan met kind? En zus en nicht komen naar Hoorn om bij mijn moeder te logeren en ze nemen hun pup mee, die wil ik zien! Ik ben al vier jaar niet bij mijn zus thuis geweest, dat vind ik erg. Zo lig ik te piekeren. Volslagen zinloos natuurlijk. Ik ga nog even met de katten scharrelen en maak een foto van Dibbes die té schattig tegen mij aanligt. Plaats die op Instagram en FB en word meteen boos op mezelf. Houd op met die prikkels. Ga ontprikkelen mens!

Het licht gaat uit en ik val in slaap. Vandaag word ik wakker met overal pijn. Ik las een pyjamadag in en hoop maar dat de postbode daar niet vreemd van opkijkt als hij het pakje met de PEA komt afleveren. Daar heb ik schijt aan. Of doe tenminste alsof. Ach, misschien ben ik over een half jaar wel beter. Hoef ik nooit meer in pyjama de deur open te doen.

 

PS: voor het eerst hier? Zo ziet mijn leven als ME-patiënt er uit. Het goede nieuws is dat wat nu een slechte dag is voor mij – zoals hierboven beschreven –  een paar jaar geleden een goede dag was. Ik ga dus vooruit!

Super tip voor snotkoppen

Onder de vele tips die ik per mail en op het blog ontving naar aanleiding van de voorhoofdsholte- en bijholteontsteking was ook de tip van Hannie die schreef:

Probeer de Rhino horn, wij kunnen niet meer zonder bij bijholte klachten. Eenvoudig te gebruiken en een heerlijk opgefrist gevoel na gebruik .

Ik legde de tip eerst naast me neer. Ik had al neusspray ingeslagen, zinkzuurtableten, cinuforce, andere neusspray, was aan het stomen, toen weer andere neusspray via de huisarts….

Spoelen leek me ook niet echt fijn aangezien ik koortsuitslag in mijn neus had. Toen die verdween, ging ik spoelen met lauw zout water. Gewoon wat zout in water oplossen, neus erin stoppen en snuiven maar. Zo doe ik dat al jaren. Maar dat is elke keer weer een licht traumatische ervaring want echt vervelend omdat het water inclusief losgekomen snot en slijm dan in de keel terecht komt maar het toch niet heel effectief lijkt te zijn. Dus ging ik toch eens kijken naar die Rhino Horn die Hannie aanraadde.

Een Rhino Horn is een neusdouche. Je hebt ze in verschillende soorten. Op internet kwam ik neusdouches tegen als knijpflacon en ook elektrisch. De douche van het merk Rhino Horn ziet er uit als een mini theepotje. Het principe is dat je het vult met water op 37 graden, daar zout aan toevoegt (zonder jodium), even roeren en dan kun je aan de slag. Je buigt voorover, zet de tuit in het ene neusgat, je buigt je hoofd zijwaarts en je giet het water erin via het bovenste neusgat. Dat water loopt zo door alle holten in het hoofd en dan via het andere neusgat komt het er uit, terwijl je ademt met open mond. Het water komt niet in de keel terecht.

Je kunt gewoon kraanwater gebruiken als dat van goede kwaliteit is of het even laten koken en dan laten afkoelen. In plaats van zelf zout toevoegen kun je ook speciaal nasaal zout bij de apotheek kopen en dat toevoegen.

KNO-arsten raadden een neusdouche – of een netipot zoals het ook wel wordt genoemd – aan na operaties aan de neus, omdat het een geweldige manier is om bloedpropjes en korsten los te weken en alles schoon te houden. Daarnaast is het goed bij verkoudheid, bij allergieën en bij voorhoofdsholte- en bijholteontstekingen. Het zout  schijnt de natuurlijke balans in de neus en holten te herstellen. Regelmatig spoelen ook als je niet verkouden bent, kan juist verkoudheden voorkomen.

Aldus wat ik vond op internet. Nu de praktijk. Ik bestelde de neusdouche en ging aan de slag. Allereerst viel het me op dat het niet vervelend is om te doen. Het lijkt in de verste verte niet op het zout water snuiven. Meteen na het spoelen voelde ik me al iets beter, gewoon omdat ik meer lucht kreeg en de druk in mijn hoofd minder werd. De eerste week spoelde ik drie keer per dag. Wel voelde ik me nog flink beroerd. Na een week kwam eigenlijk pas alles goed los! Nu spoel ik nog één keer per dag. Ik ben er nog niet, voel nog steeds wat druk op mijn oren maar ik ben duidelijk aan het herstellen van de ontsteking.

Ik vind dit een zeer prettige manier om de boel schoon te houden en het zorgt voor een snelle verlichting bij een verstopte neus. Die houd ik er dus in! Ik kocht dus de Rhino Horn  en er werd een heel handig maatlepeltje voor het zout bijgeleverd. Ook is deze makkelijk schoon te houden, het kan gewoon in de vaatwasser. Maar er zijn veel verschillende neusdouches te koop, Google er maar eens op. Ik betaalde €11,95.

Vooruitgang

Gisteren vierden we een jubileum: het was precies vier jaar geleden dat Dibbes officieel door ons werd geadopteerd. In die vier jaar heeft hij een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Van een angstige en getraumatiseerde zieke kat werd hij een vrolijke flapuit die intens geniet van zijn leventje. Hij vertrouwt tegenwoordig vrij makkelijk ‘nieuw volk’ en slooft zich erg uit om te laten zien hoe grappig hij is. Hij heeft meer zelfvertrouwen gekregen en wordt daarmee ook wat minder onhebbelijk en jaloers naar de andere katten toe,  al is de beste plek wel nog steeds tegen mijn buik aan in de nacht. Maar ligt daar een keer een andere kat, dan accepteert hij dat en gaat rustig wachten tot de plek vrij komt in plaats van bovenop de ander te gaan liggen met een kop van o pardon, jij ook hier, o nu sta je op, daahaag, opgeruimd staat netjes‘ (of een mep, dat gebeurde ook vaak).

Soms heeft Dibbes nog wel eens een kleine terugval. Door een geluid of een beweging kan hij ineens soms terugvallen op oud gedrag. En als hij naar de dierenarts moet. Veel lezers weten dat ik dat onderdeel al maanden aan het trainen ben. Ik vind het belangrijk hem eens per jaar te laten controleren door een dierenarts. Een kat met zijn verleden heeft gewoon snel klachten, hij heeft bijvoorbeeld een heel slecht gebit. Ook heeft hij een fikse hartruis. Dat heeft niets met zijn verleden te maken maar moet wel in de gaten gehouden worden.

Hem in de mand krijgen was in het verleden een drama en de autorit naar de dierenarts een hel. En dan overdrijf ik niet. Sinds het voorjaar ben ik hem daarom aan het trainen. Van een lieve bloglezer kreeg ik in maart een vervoersmand met het deksel aan de bovenkant en sindsdien train ik hem. Waar staan we nu na 7 maanden trainen?

Hij springt op commando in de mand en ik kan het deksel dicht doen. Daarna loop ik een rondje door de kamer met hem in de mand. Sinds een week kan ik dan ook door lopen naar de gang en de buitendeur opendoen.

Dat was het. Voor jullie misschien niet heel bijzonder maar het is toch wel een echt wonder. Het leukste is nog wel dat Dibbes er van geniet. HIj voelt dat hij iets bijzonders doet. We moedigen hem dan ook enorm aan. Hij krijgt ook lekkers voor zijn prestatie en tijdens het trainen geef ik hem bij elke stap ook een snoepje door de kieren van het deksel heen.

Er zijn nog heel veel stappen te trainen:

  • naar buiten lopen
  • in de auto gaan zitten
  • in de auto zitten en de motor starten
  • in de auto zitten en een paar meter rijden
  • in de auto zitten en een langere rit maken
  • in de auto zitten en naar de dierenarts gaan

Ik ben dus zeker nog een paar maanden bezig. Ik red het dus niet op tijd want de vaccinatieoproep is al binnen. Maar dat geeft niet, dat kan best even wachten, ik ga nu door tot Dibbes zover is. Ik ben in ieder geval heel trots op hem dat we nu al zover zijn gekomen!

 

Eénvandaag over ME/CVS

Hoewel er wel wat schort aan de informatie erom heen, ben ik blij dat éénvandaag vanavond aandacht heeft besteed aan ME/CVS en de controverse die er is rond de behandeling ervan.

Jaren lang werden veel ME patiënten gedwongen gedragstherapie en bewegingstherapie te ondergaan terwijl dit juist een averechts effect heeft bij ME patiënten en in veel gevallen tot een ernstige terugslag heeft geleid. Ik ben niet tegen gedragstherapie en ook niet tegen bewegen, alleen het is geen oplossing voor een neurologische aandoening als ME.

We denken ons niet ziek en we lossen het ziekzijn helaas ook niet op met een bewegingschema dat uitgaat van een standaard opbouw. Was het maar zo simpel.

Nu dan eindelijk doordringt dat dit niet werkt, hoop ik zo dat er eindelijk meer geld beschikbaar komt om te onderzoeken wat nu wel de oorzaak is en belangrijker, wat de oplossing is.

Voor wie het interessant vindt, dit is de link naar de uitzending met het item over ME:

https://eenvandaag.avrotros.nl/item/grote-controverse-over-behandeling-chronische-vermoeidheid/

De grens

Na drie weken ellende door een zware verkoudheid en aansluitend een voorhoofdsholte- en bijholteontsteking, stond ik vanmorgen voor het eerst zonder knallende hoofdpijn op. Wat een verademing. Het is ook nog eens stralend weer; heerlijk herfstig met een zonnetje dat voorzichtig door de ochtendflarden mist heen komt en onderweg naar de huisarts voor de B12-injectie begon het gejubel in mijn brein al. ‘Ik ga dit en dit doen en dan zus en zo en aansluitend een rondje park lopen. Want ik moet weer gaan bouwen‘. Huis op orde, lijf op orde. U kent het wel.

En toen ging het alarm af in mijn hoofd.

Nou denk je misschien, wat is er dan. Het is toch normaal dat je na een paar weken plat liggen gaat opbouwen. Ja, klopt helemaal. Alleen voor mij is dat niet normaal. Als ik doe wat ik wil, lig ik volgende week weer plat maar dan voor maanden.

Dus. Niet Doen! Want? Die valkuil is heel vertrouwd. En daar ben ik al zo vaak in gedonderd.

Jaren geleden ontmoette ik een fysiotherapeut in Amsterdam met veel kennis over ME. Hij vertelde mij dat ik altijd de ondergrens en bovengrens in de gaten moet houden. Zou ik die goed respecteren dan zou ik langzaam de grens kunnen opschuiven. Te veel doen is ziekmakend. Normaal conditie opbouwen of spieren sterker maken volgens een standaard opbouwschema kan niet bij ME. Grenzen forceren betekent grenzen verschuiven, de verkeerde kant op. Dat is de bovengrens.

De ondergrens is zeker net zo belangrijk. Te weinig doen, doet ook de grens de verkeerde kant opschuiven. Want op dat gebied werkt mijn lijf net als elk ander lijf: iedereen die eens een paar weken plat gaat liggen, staat daarna te zwaaien op zijn benen. Alles verslapt, van spieren tot uithoudingsvermogen.

Dus is het altijd zoeken naar wat ik kan doen. Niet te veel, niet te weinig. Wat mij jaren daarbij dwars heeft gezeten is die bovengrens. Dat de ondergrens opschuift snap ik goed. Nu na drie weken plat liggen, kan ik niet zo heel veel meer. Maar die bovengrens begrijp ik niet goed. Mijn brein snapt gewoon niet goed dat na een ziekbed mijn bovengrens is opgeschoven de verkeerde kant op. Wat ik daarvoor wel kon, kan nu niet meer. Rationeel weet ik dat wel, maar emotioneel begrijp ik dat bijna niet. Omdat de wil om weer snel op een acceptabel niveau te komen heel groot is.

Dus ging ik in het verleden altijd de mist in. Na een virus had ik altijd grootste plannen. Ging ik toch zo snel als mogelijk een rondje park doen en dan na twee dagen weer en een week later lag ik weer in bed. (een rondje park doen is 8 minuten lopen in traag tempo, even voor de beeldvorming dat jullie niet denken dat ik al skeelerend een route van 5 km doe).

De bovengrens ligt daar waar ik net nog iets kan doen zonder in te storten. Lig ik in de namiddag jankend van uitputting op bed, dan ben ik die grens waarschijnlijk in de ochtend ergens al tegengekomen en heb ik die vakkundig genegeerd. Red ik het avondeten en kan ik de mannen erna nog helpen met afruimen, afwassen en bakjes fruit maken voor de toet en zit ik daarna klaar voor een potje Netflix? Dan ben ik de bovengrens niet gepasseerd die dag.

Natuurlijk is het zo dat je niet weet waar de grens ligt als je hem nooit opzoekt. Maar ik kan dat wel redelijk aanvoelen tegenwoordig. Dus accepteer ik mijn nieuwe bovengrens, zeg ik nu heel verstandig en publiekelijk. Ik hoef nu niet meer de hele dag plat te liggen maar gewoon rechtop zitten is óók al heel wat. Dat en dan tussen de middag een paar uur plat is mijn eerste doel. Het tweede doel is om weer gewoon alle dagen te kunnen douchen en koken. Lijkt me heerlijk. Tussendoor af en toe dat ook nog mijn hoofd in de zon houden als die schijnt. Moet ik toch een eind kunnen komen.

Wat ik heel graag, echt héél graag wil, is half november mee gaan met de mannen naar de Schouwburg. We hebben kaartjes voor Frederique Spigt. Een activiteit in de avond is voor mij al een grote uitdaging als ik een goede periode heb. In een goede periode gaan betekent ook rekening houden met een flinke tijd erna dat ik moet herstellen. Zoals ik nu ben, kan ik niet gaan. Echt geen sprake van. Maar ik wil zo graag.

Ik heb nog 5 weken. 5 weken om het willen en moeten zoveel mogelijk los te laten, mijn bovengrens te respecteren en het op me af te laten komen zonder dat mijn eigen gedrag (mijn doorzettingsvermogen en neiging om ‘even door te bijten’) me in de weg gaat zitten.

De grens heel erg in de gaten houden om naar een voorstelling te gaan die The Road heet. Dat moet toch lukken! Duimen jullie voor me?

 

 

Zaterdag

Weinig te melden hier. Alles zit nog vast in mijn hoofd en ik voel me daarom niet oké. Het is inmiddels een fikse voorhoofdsholte- en bijholteonsteking. Ik heb neusspray, spoel mijn neus met zout water, slik pijnstillers en lig veel plat. Verder valt er niet veel aan te doen dan gewoon de rit uitzitten.

Ik moest er gisteren wel even uit omdat Moos naar de dierenarts moest voor een ingreep. Er is een kies getrokken. Ik vond het best spannend dat hij onder narcose ging, hij is immers niet meer de jongste. Gelukkig ging alles prima. Hij had ze bovendien helemaal ingepakt bij de dierenarts, ging al kletsend onder narcose en zodra hij weer bij was begon hij meteen weer te miauwen. Dus toen we hem haalden had hij er wat fans bij.

Eenmaal thuis wenste hij onmiddellijk een gevulde bak wegens een té lege buik maar hij moest helaas een paar uur wachten op aanraden van de arts. Die paar uur heeft hij doorgebracht naast zijn etensbak, zodat hij zeker wist dat er geen tijd verloren zou gaan tussen het vullen van de bak en de start van zijn diner.
Helaas ontdekte hij toen het eindelijk zover was dat het eten  bestond uit wat theelepeltjes met een armzalig beetje nat voer. Het bewijs dat dit nodig was bestond uit een ferme kotspartij maar toch werd dit voorzichtige voeren me niet in dank afgenomen.

Vanmorgen bleek dat de ellende nog niet over was want hij mag nog niet naar buiten. Hij moet een paar dagen binnenblijven. Het is toch een open wond en wie weet wat hij buiten oploopt. Hij krijgt ook nog een week antibiotica om infecties tegen te gaan en dat is geen succes. We hebben gisteren met zijn twee-en het arme beest in de houdgreep genomen en geprobeerd drie pillen naar binnen te werken. Afijn, drie pillen later was de relatie tussen mens en kat grondig verstoord, liep het zweet zo mijn bilnaad in en werd ik door kind op een pil gewezen die op de vloer lag, waarschijnlijk slinks uitgespuwd door een razende Moos. Die derde pil hebben we door het eten geprakt en dat is redelijk naar binnen gewerkt.

Wie toch bedenkt dat een kat na een ingreep aan zijn mond drie pillen per dag moet slikken die vies zijn en waarbij je hem pijn doet, want om de bek open te krijgen moet je druk op de kaken uitoefenen! Ik heb al jaren katten en weet goed hoe ik pillen moet toedienen maar bij Moos is dat nooit een succes. Hij klemt zijn kaken echt hermetisch op elkaar. Hij gaat ook meestal rechtop staan op zijn achterpoten met zijn voorpoten helemaal de lucht in. Daar was hij gisteravond te zwak voor maar desondanks lukte het dus niet alle pillen te geven. Ik verheug me nu al op vanavond, als we weer een poging mogen wagen 😦

De pijnstilling ging er beter in vanmorgen, dat is een vloeistof die we in zijn bek spuiten.  Maar als de antibiotica niet lukt moeten we terug naar de dierenarts voor een dagelijkse injectie.

Gerrie reageerde nogal panisch op het feit dat we Moos weg brachten en terugkwamen zonder kat. Hij verschanste zich bovenaan de trap, zeer verontrust. Je zag hem denken: dat klopt niet hoor, je gaat weg met een kat en komt terug zonder kat, denk je dat ik niet kan tellen! Die was dus de rest van de dag geagiteerd en op zijn hoede.

 

Dibbes daarentegen….:-)
Opgeruimd staat netjes! Een kat minder is meer tijd voor Dibbes! Je hoorde het hem denken.  Al moet ik zeggen dat hij in de avond heel voorzichtig en lief tegen Moos deed. Sowieso, Moos lag op bed en alle katten lagen om hem heen, half tegen hem aan. Ze zorgen toch wel voor elkaar.

 

Nou dit was weer de wekelijkse kattenspam. Fijn weekend allemaal!

 

Is mijn leven een hel?

Gisteren stuitte ik op een artikel geschreven door het kind van een moeder met ME.  Het had als opwekkende kop ‘Het leven met chronisch vermoeidheidssyndroom is een hel’. Een goed geschreven stuk waarbij de auteur treffend onder woorden weet te brengen wat de impact is van ME op het leven van haar moeder (en op haar eigen leven) en waarbij ze pleit voor meer begrip en inlevingsvermogen voor ME-patiënten zonder er een mening over te hebben die gebaseerd is op oppervlakkigheden in de media. “Terwijl we dus wachten tot het moment dat het medische establishment wat peper in z’n reet steekt, is het voor ons zaak ME te erkennen als de kutziekte die het is. De volgende keer dat iemand erover begint, zou het fijn zijn als je niet voor je uit staart en zegt dat het tussen de oren zit omdat je dat een keer in de Spits hebt gelezen”.

Eerder deze week plaatste de Volkskrant een artikel van voormalig huisarts en ME-patiënt Mark Vink die zijn verhaal vertelt: Als je CVS hebt is naar de WC gaan al een marathon. Ondanks het feit dat hij continu plat ligt in een verduisterde kamer doet hij zijn stinkende best om mensen ervan te overtuigen dat ME geen psychische aandoening is maar een verstoring van het immuunsysteem en zenuwstelsel. Hij publiceert regelmatig artikelen in wetenschappelijke tijdschriften.

Zelf schrijf ik natuurlijk ook al jaren over ME en vooral over leven met ME. Ik vind het bemoedigend dat er eindelijk meer aandacht voor de aandoening komt én dat heel langzaam het beeld kantelt. Ook onderzoekers laten het beeld los dat ME-patiënten gebaat zijn bij gedragstherapie als oplossing en erkennen dat het een invaliderende biomedische aandoening is.  Het is prettig dat steeds meer mensen beseffen dat ME meer is dan wat moe zijn en dat het een systeemaandoening is. Naar mijn mening is ME het gevolg van een geëscaleerd zenuwstelsel en gaat er iets grondig mis in de communicatie tussen lichaam en brein. Normaal reageren op prikkels lukt niet meer. Het brein en het lichaam slaan voortdurend op hol. Onderzoek is daar ook steeds meer op gericht.

Dat extreme reageren zie ik nu ook weer goed nu ik sinds twee weken een zware verkoudheid heb met een voorhoofsholte- en bijholteontsteking. Niets doet het meer normaal en ik heb dagen plat gelegen. Is de verkoudheid over dan weet ik dat het weer maanden duurt voordat ik weer op het niveau zit van daarvoor. Tenminste, als ik goed op pas en grenzen niet overschrijd. Doe ik dat wel, dan kan ik weer verder weg zakken. Natuurlijk is iedereen wat bibberig na 2 weken platliggen. Maar het verschil is dat anderen hun dagelijkse leven weer langzaam kunnen oppakken en hun conditie binnen een paar weken redelijk op peil hebben en ik altijd maar moet hopen dat ik ooit weer op mijn oude niveau kom of dat ik helaas weer zo ben weggezakt dat ik een slecht jaar tegemoet ga.

ME hebben is balanceren op een slap koord en de spelregels wisselen per dag. Wat gisteren kon, kan vandaag niet of juist andersom. Het is een uitdaging om niet continu te focussen op wat lukt of niet lukt want het goed grenzen aanvoelen is juist zo belangrijk. Toch zal ik nooit zeggen dat mijn leven een hel is. Al lieg ik als ik zeg dat ik altijd vrolijk ben. Ik heb me zeker in de beginperiode regelmatig zeer depressief gevoeld. En ook nu nog ken ik momenten van wanhoop en verdriet.

Die momenten hangen eigenlijk altijd samen met de gevolgen van ME. Niet het ongemak, de pijn of het vele platliggen maken me soms wanhopig. Maar het afgesneden zijn van het normale leven (wat dat ook mag zijn). Ik ben de vrouw die altijd haar gezin uitzwaait: daahaag, veel plezier, fijne avond/middag etc. Die bijna elke leuke feestelijke of belangrijke gelegenheid moet missen in het leven van kind of familie. Die meestal moet zeggen: bedankt voor de uitnodiging maar vandaag lukt het niet.  Dat wordt niet altijd begrepen. Natuurlijk raakt me dat diep. Ik heb regelmatig hikkend van ellende tegen M. gezegd dat ik zo bang dat dat S. later geen enkele herinnering aan mij heeft, buiten het beeld van die vrouw op de bank.

Maar toch. Ik ben ook de vrouw die mensen aan het lachen weet te maken. Ik heb veel zelfspot en humor. Ik heb engelengeduld en wist daardoor het vertrouwen van zielige zwerfkatten te winnen zodat ze nu een riant bestaan hebben. Ik kan nog steeds een lekker potje koken, ook al is het in etappes. Doordat ik alle tijd van de wereld heb, kan ik eindeloos lang doen over het schrijven van een stuk en daarmee tóch de buitenwereld bereiken. Soms weet ik mensen ook echt te raken met mijn woorden. Dat geeft een enorm bevredigend gevoel.

Een mens is meer dan zijn ziekte alleen. Ik ben niet meer dezelfde vrouw. Gelukkig. Ik heb me weten te ontwikkelen de afgelopen 10 jaar op een meer uitdagende en heftige manier dan ik had voorzien. Zelf zou ik nooit hebben gekozen voor mijn leven. Bij het uitdelen van een aandoening als ME moet je maar snel achter in de rij gaan staan, hopen dat je overgeslagen wordt.

Maar zo werkt het niet natuurlijk. Inmiddels zie ik na tien jaar ziek zijn dat het ziek worden een samenloop van omstandigheden is geweest. Is het dan mijn eigen schuld? Nee, natuurlijk niet. Niet iedereen met dezelfde soort genen en karaktereigenschappen ontwikkelt ME. En dan nog uit het zich bij iedereen anders. Maar ik heb wel delen van mezelf kunnen ontwikkelen om hiermee om te gaan. Ik voel me tegenwoordig vaak rijk. Rijk in de zin van blij. Ik voel wat er tóch allemaal kan, ook al bestaat de dag meestal uit douchen, koken en een was erin gooien als we het hebben over zinnige activiteiten.

Het helpt enorm dat ik niet kijk naar wat ik kwijt ben geraakt maar wat ik won de afgelopen jaren aan zinvolle contacten met mensen (en katten). Dat ik zie wat ik kan doen (lezen, schrijven, genieten van man en kind). Ik heb geleerd mijn energiecentrale beter te managen. Ik kan meer doen met de energie die er is omdat ik bijna geen energie meer verspil. Ik ben de schaamte voorbij en realistisch in wat kan en waar ik mijn energie in stop. Dat betekent dat ik de dingen die ik doe, vaak ook echt leuk vind om te doen. Die paar dingen die ik doe die ik minder leuk vind (bijvoorbeeld huishoudelijke taken) vind ik niet erg om te doen omdat het feit dát ik ze doe betekent dat ik meer zelfredzaam ben dan een tijd geleden.

Het leven als een hel beschouwen, is kijken naar het leven en het idee hebben dat je geen enkele controle kunt uitoefenen. Dat is op mij gelukkig niet van toepassing. Niet omdat er geen beperkingen zijn of omdat ik geen verlangens meer heb maar vooral omdat ik minder benoem wat niet lukt. Ik zie dat boosheid me gewoon minder ver brengt dan blij zijn.

Mijn vader had longemfyseem. Hoe hij omging met zijn aandoening was zó nuchter. Hij zocht altijd naar de ruimte die er was. Ben je nooit boos? vroeg ik hem wel eens. Daar heb ik geen lucht voor was het nuchtere antwoord dan. Dat dit antwoord voor mij zo’n wijze les zou worden, had ik toen niet kunnen vermoeden. Maar ik hoop dat ik een dochter ben die op haar vader lijkt.