Vegan before 6

Vorige week schreef ik een stuk over vlees eten. Over wat de berichtgeving over de wantoestanden in het Belgische varkensslachthuis met mij deed als bewuste vleeseter. Ik koop vlees bij kleinschalige bedrijven die mij verzekeren dat de dieren zo goed mogelijk begeleid worden als het zo ver is. Maar toch. Het wringt wel. Ik ben dol op dieren maar eet ze wel. Mijn emotionele besluit om geen varkensvlees meer te eten slaat natuurlijk nergens op. Een varken staat niet hoger in de rangorde dan een koe of een kip, dat besef ik heel goed. De eetbaarheid van een dier hangt bovendien niet samen met zijn lieve uitstraling of intelligentie.

Waarom dan niet vegetarisch of veganistisch eten als ik het zo erg vind? Eigenlijk wil ik dat ook wel merk ik. Er zijn veel voordelen te benoemen als ik dat doe, vooral natuurlijk dat er dan voor mij geen dier hoeft te sterven en dat het ook veel beter is voor de planeet, gezien de enorme belasting van de vleesindustrie voor het milieu. Bovendien at ik al eens eerder 10 jaar vegetarisch. Alleen toen was ik jong & gezond en had ik geen gezin. Ik at nooit vlees en hoefde het ook niet voor anderen te bereiden. Dat is nu wel anders.

Ik denk niet dat het eten van vlees onnatuurlijk is. Dieren eten elkaar ook op. Dat is de natuur. Ik denk niet dat er iets mis was met de jagers of vissers van vroeger. Je at wat voorhanden was. Wel denk ik dat het onnatuurlijk is zoals het momenteel gebeurt. De schaal waarop er nu dierlijk eten wordt genuttigd is niet zoals het voorheen gebeurde. Bij de huidige vleesconsumptie kun je vraagtekens zetten, er zijn immers zoveel alternatieven.

Kom ik bij het volgende punt. Ik eet geen gluten en lactose. Peulvruchten eet ik soms maar alleen in hele kleine hoeveelheden omdat ik er meestal buikpijn van krijg. Noten kan ik nu niet goed eten in verband met mijn slotjesbeugel. Ik leef dus met aardig wat voedselbeperkingen. Nog iets schrappen maakt het denk ik niet eenvoudiger. Bovendien ben ik bang dat als ik ‘zomaar’ overstap naar een veganistische eetwijze ik wellicht tekorten oploop, aangezien het onderdeel bonen / noten / peulvruchten / volkoren brood bij mij is geschrapt vanwege intoleranties en ik daar dus geen calcium, ijzer en B12 uit kan halen. Die B12 is sowieso al een ding, ik krijg injecties en dat is niet voor niets. Toen ik al eens eerder jaren vegetarisch at had ik wel tekorten. Ik denk doordat ik te weinig peulvruchten at en gewoon ook minder wist over  de voedingswaarden van eten.

Ik moet dus wel flink uitkijken met wat ik naar binnen werk en niet zomaar voedsel gaan schrappen omdat er al veel is geschrapt. Mijn gezondheid is me veel waard vooral omdat ik daar niet veel van bezit. Vleesvervangers waar vitaminen aan toe zijn gevoegd zijn vaak geen opties omdat daar gluten in zitten. En me storten op allerlei sojaproducten wil ik ook niet. Veel van de sojaproducten die als plantaardig en dus gezond worden aangeprezen beschouw ik als enge producten vol met toevoegingen en suikers die volgens mij helemaal niet zo gezond zijn (met uitzondering van tofu of tempeh). Ik denk oprecht dat als je daar veel van naar binnen werkt, je net zo ongezond bezig bent als wanneer je grote hoeveelheden rood vlees naar binnen werkt. Bovendien is de productie van soja of bijvoorbeeld notenmelk óók heel belastend voor het milieu.

Koken levert dus best wat gedoe op vanwege mijn intoleranties. De mannen kunnen wel alles naar binnen schuiven en ik kan ze niet zomaar van alles gaan ontzeggen (ik ben hier de kok) omdat ik het niet verdraag.  Helaas zijn ze niet bereid hun vlees op te geven. Het compromis dat we tot nu toe hebben is dat we hooguit 2 tot 3 keer in de week vlees eten. Ik zie dus op tegen nog meer apart koken dan ik tot nu toe al deed.

Nu kun je natuurlijk helemaal gaan denken in beperkingen of gewoon kijken hoe iets zich ontwikkelt. Want ik voel wél de behoefte om dit toch meer te onderzoeken. In het verleden sprong ik meteen in het diepe maar dat doe ik niet meer. Ook vanwege mijn gezondheid. Ik heb op dit moment eindelijk weer een redelijke balans gevonden en schuif langzaam de goede kant uit met wat meer energie en wil niet zomaar winst wegsmijten door als een idioot alles om te gooien.

Kleine stapjes dus. Culinair journalist Mark Bittman introduceerde een aantal jaar geleden het begrip VB6: Vegan before 6. Overdag veganistisch eten en vanaf 6 uur in de avond geldt die beperking niet. Dan eet je vlees of vis of kip of vegetarisch of gewoon weer veganistisch, als je dat die dag wilt. Het leidde bij hem tot een enorme verbetering van zijn gezondheid en gewicht. Buiten de andere redenen die hij had om dit te gaan doen en waar het bij mij nu ook om te doen is.

Voor mij is dit een milde overgang die redelijk makkelijk vol te houden is, verwacht ik. Ik hoef dan even nog geen grote aanpassingen te doen bij de avondmaaltijd, we houden het gewoon op 2 tot 3 keer per week vlees of vis. Maar overdag schrap ik dus al het dierlijke eten. Voor mij betekent dat in de praktijk dat ik vooral veel  eieren schrap en wat kaas, boter, wat vleesbeleg. Yoghurt eet ik al meestal in de avond met fruit dus daar hoef ik dan nog even geen alternatief voor te bedenken.

Ik ben zaterdag 25 maart hiermee van start gegaan en wil dit een maand proberen. Gewoon kijken hoe dit bevalt en wat dit met me doet, vooral emotioneel maar ook qua gezondheid en energie. Ik heb ter inspiratie Mark Bittmans boek hierover aangeschaft. Ook wil ik de komende tijd gaan gebruiken om wat meer recepten uit te proberen of zelf te bedenken die in ieder geval vegetarisch zijn en wellicht veganistisch en me meer inlezen over dit onderwerp. En wie wat de volgende stap dan wordt.

Wat kunnen jullie verwachten?

  • binnenkort een review van het boek van Bittman
  • ik houd jullie op de hoogte van hoe het gaat
  • ik deel de culinaire ontdekkingen die ik doe met jullie. Ik heb mijn kooksite na een jaar stilte weer nieuw leven ingeblazen want de inspiratie begint al weer te stromen

Toen ik nog vegetarisch at was ik in mijn twintiger jaren. De vegetarische kookboeken die ik hierover heb zijn zwaar gedateerd. De meeste gerechten zijn enorm machtig met veel kaas en room en eieren en hier en daar wat tofu. Er is enorm veel veranderd op dit gebied maar ik merk dat ik zelf nog heel zwaar leun op wat ik toen kookte, áls ik vegetarisch kook. Ik ben dus op zoek naar inspiratie. Veel recepten die ik vind op internet moeten bewerkt worden omdat er vaak gluten in gebruikt worden

Ogma’s Tineke schreef laatst over het ‘O she glows kookboek’. Dat staat al genoteerd maar is helaas nog niet aanwezig in onze bieb en ik vind het wat prijzig om zomaar aan te schaffen. Het boek ‘Puur plantaardig’ heb ik al.Ik ken wel wat sites zoals bijvoorbeeld die van Vegadutchie maar wie heeft er nog meer tips voor mij van leuke sites of boeken met aandacht voor veganistisch en vegetarisch eten? Of dé ultieme tip van een glutenvrij veganistisch kookboek 😉

 

Beugelupdate

geit-met-beugel

Sinds ruim 1,5 jaar heb ik een slotjesbeugel. S. moest gaan beugelen en ik greep toen de gelegenheid aan om zelf ook een beugel te nemen. De tandarts had hier al jaren op gezinspeeld en ik begreep goed waarom. Mijn overbeet was gigantisch, de tanden stonden rommelig, sommige zelfs half achter elkaar en goed schoonhouden werd een steeds grotere toer.

Aan het begin van het traject werd verteld dat het ongeveer  twee jaar tijd in beslag zou nemen. Inmiddels weet ik dat dit wel heel optimistisch was. De orthodontist met wie ik toen de intakegesprekken voerde, is verdwenen. De daar nu werkende orthodontisten zijn een stuk gematigder en minder positief. Of ze zijn gewoon eerlijker 😉 en dat vind ik wel zo prettig.

Het eerste jaar ging vooral op aan het corrigeren van de gaten achterin die waren ontstaan door het kiezen trekken, twee boven en twee onder. En alles werd netjes in rij gezet. Dat was al een wereld van verschil. Daarna lag de focus vooral op het dichten van de gaten bovenin naast de voortanden, die na het corrigeren van de gaten achterin waren verschenen.

Dat is inmiddels bijna klaar. Nu zijn we vooral de overbeet aan het aanpakken. Dat is echt een gepuzzel. Want de overbeet corrigeren gebeurt door de tanden naar achteren te duwen. Maar inmiddels komen ze daar de tanden van de onderkant tegen. Dus moet de onderkant weer verder gecorrigeerd worden.  Het gaat heel langzaam en tijdens het laatste bezoek is weer nadrukkelijk gezegd dat dit nog wel even tijd in beslag gaat nemen.

Waar ik tegenaan loop is dat ik in de nacht enorm strak mijn kaken op elkaar klem. Ik moet in de nacht elastiekjes dragen die ik aan de slotjes vasthaak en die druk uitoefenen naar binnen toe. Zo wordt de overbeet gecorrigeerd. Maar op de één of andere manier klem ik door die druk mijn kiezen zo op elkaar dat er bijna geen beweging mogelijk is. Dat vertraagt het proces. Dus nu draag ik die elastiekjes overdag. Dan heb ik meer kans om mijn mond en kaken wat ontspannen te houden en gaat het hopelijk wat sneller.

Qua ongemak valt het allemaal nog steeds reuze mee. De dag na het aanschroeven en vast sjorren heb ik iets pijn maar verder niet echt. De laatste tijd heb ik wel vaak dat het tandvlees van mijn lip aan de onderkant ‘wordt vastgepakt’ door mijn tanden en de slotjes aan de bovenkant als ik zit te eten. De ruimte daar verandert, sowieso de hele stand van de mond en dat is even wennen. En ik heb de laatste tijd flink pijn als ik iets kouds eet of drink, vooral links, en dit was een tot nu toe voor mij onbekend fenomeen. Dat komt door de druk weet ik inmiddels omdat ik voor de zekerheid even naar de tandarts ben gegaan, vorige week. Ik wilde uitsluiten dat ik een gaatje had of een ontsteking.

Wat vind ik van het resultaat tot nu toe? Ik moet eerlijk zeggen dat het verschil het eerste jaar het best zichtbaar was, vooral aan de onderkant.  Dus kijk ik om mezelf gemotiveerd te houden vaak naar de eerste foto’s die toen gemaakt zijn. Het afgelopen jaar schoot het niet zo op, het is millimeterwerk en dat is nu eenmaal minder snel zichtbaar.

Qua kosten is het goed te overzien en allemaal volgens de begroting die ik eerder kreeg. Het eerste jaar waren er natuurlijk veel kosten, door het maken  van de foto’s & de gebitsmodellen en het plaatsen van de beugel zelf. Nu vallen de kosten wel mee. Ik betaal voor de maandelijkse controle €38. Maar als er tussentijds iets is, kan ik altijd langskomen zonder dat hier extra kosten voor worden gerekend. De laatste keer zijn er weer röntgenfoto’s gemaakt en de komende rekening is natuurlijk dus wat hoger. Dat ligt meestal zo rond de €80 (uit mijn hoofd gezegd). In totaal verwacht ik op een bedrag van rond  de €2500 uit te komen, waarvan er €500 vergoed is door de verzekeraar.

Heb je zelf ook een rommelgebit of een overbeet en mocht jij twijfelen of zo’n traject de moeite waard is, ik vind van wel.  Mijn gebit is nu veel makkelijker schoon te houden. Buiten dat voelde ik me vaak erg onzeker. Ik durfde nooit met open mond te lachen omdat ik het een echt lelijk gezicht vond, ik schaamde me voor mijn gebit. Natuurlijk weet ik dat je je daar niets van hoeft aan te trekken. Maar ik voel me nu veel prettiger qua uiterlijk en dan zitten die slotjes er nu nog in. Maar verder ga ik niet hoor, geen botox, rimpels opvullen of andere correcties voor mij.

Inmiddels ziet het er zo uit (let niet op de weinig florissante foto’s, het gaat even om de tanden zelf):

maart-2017-2 maart-2017 maart-2017-1

 

Even ter herinnering om te laten zien waar ik vandaan kom:

csc_0084
juli 2015

 

dsc_0660
november 2015
beugelupdate
september 2016

 

 

Vlees eten

We hebben deze week allemaal kunnen lezen en soms zelfs gezien wat voor gruwelen er kunnen gebeuren in slachthuizen. Ik heb zelf de beelden die afgelopen dagen naar buiten kwamen over wat er gebeurt in het inmiddels gesloten varkensslachthuis Debra niet durven bekijken. De omschrijvingen waren al zodanig dat ik er wakker van lag de nacht erop volgend. Ik snap niet hoe dit kan gebeuren. Of nou ja, ik snap het wel, dit is het gevolg van het feit dat het merendeel van de mensen elke dag een stuk vlees wil eten tegen een bodemprijs. Dus worden in Nederland elk dag 1 miljoen dieren geslacht, 1000 per minuut, dat is pittig doorwerken voor de slachtindustrie en wij vinden het normaal. Nou ja, ik niet..

Dat betekent dat er regelmatig vrachtwagens vol dieren opgepropt in een te kleine ruimte of gestapeld in kratten uren staan te wachten voordat ze naar binnen worden gebracht voor de slacht. Er kleven grote bezwaren aan die massaproductie: het transport van de dieren, het ruimtegebrek én het lange wachten is zeer stressvol en ondanks gemaakte afspraken worden veel dieren niet of niet goed verdoofd voordat ze geslacht worden en niet met voldoende respect en mededogen behandeld. Het lijkt mij noodzaak dat er in elk slachthuis camera’s komen te hangen die medewerkers controleren bij het doen van hun werk. Doen we dat niet dan heeft dit blijkbaar nadelige gevolgen voor het dierenwelzijn. Natuurlijk is slachten nooit prettig, voor geen enkel dier, maar de manier moet echt anders.

Het eerder gebruikte argument dat camera’s de privacy aantasten van de medewerkers is gewoon bullshit. We geven massaal en vrijwillig onze privacy op met Facebook, Google en Whatsapp. Op straat en in winkels hangen overal camera’s. In verpleeghuizen worden demente bejaarden die bij elkaar in bed willen kruipen, toegesproken alsof het kleuters zijn (echt waar, dit overkwam onlangs een oude kennis van mijn moeder die ook nu nog terwijl hij dement is, nog steeds een enorme vrouwenverslinder is en binnen de kortste keren bij een andere demente dame in bed kroop – die zich niet meer kon herinneren dat ze getrouwd is – waarop de dochter van de man werd gebeld en het een enorme rel werd). Als demente bejaarden al geen privacy wordt gegund waarom dan wel medewerkers van een slachthuis?  De tijden zijn veranderd. Als we vanwege terroristendreiging onze privacy kunnen opgeven, dan kan dat ook vanwege dierenwelzijn.

Keer op keer komen er schandalen naar buiten over voedselveiligheid en dierenmishandeling gerelateerd aan de bio-industrie. Niet heel vreemd, de bio-industrie is te groot en oncontroleerbaar geworden. Natuurlijk kun je zeggen: zo is het nu eenmaal. Laat de politiek de regels maar aanpassen. Dat is onder meer een reden dat ik Partij voor de Dieren stem. Als het aan mij lag werd er alleen nog maar biologisch vlees verkocht. Of werd vlees uit de bio-industrie véél duurder, om zo duidelijk te maken aan de consument dát er een prijskaartje aan hangt, niet alleen op het gebied van dierenwelzijn en voedselveiligheid maar ook vanuit klimaatoogpunt.

Als consument kun je niet alleen een verschil maken door op partijen te stemmen die het belang van dieren of de planeet in zijn geheel voorop stellen. Ook je gedrag in de supermarkt maakt verschil. Elke keer dat je vlees uit de bio-industrie laat liggen of vlees eten überhaupt een dag overslaat, maakt verschil. Zo lang er namelijk vraag naar is, wordt er vlees uit de bio-industrie aangeboden. U vraagt, wij draaien en desnoods voeren we het tempo zo op dat de varkens aan hun oren uit wagens worden gesleept, worden geschopt en geslagen, want daar maken we wel tijd voor, dat dan weer wel.

Veel mensen eten uit het oogpunt van dierenwelzijn biologisch vlees. Met dierenwelzijn bedoel ik dieren een goed leven bieden in een voor hen natuurlijke omgeving en vol compassie en respect begeleiden als ze worden geslacht. Maar een groot deel van het biologische vlees of vlees met 1 of 2 sterren dat in de winkels ligt, is afkomstig uit dezelfde slachthuizen van de bio-industrie. Een alternatief om te voorkomen dat jouw stukje vlees zo’n gruwelijk einde heeft gehad, is zoeken naar lokale en kleinschalige initiatieven.

Los van de discussie of je wel of niet vlees moet eten, vind ik het belangrijk dat áls je besluit vlees te eten je dit bewust doet. Dus niet te vaak, liefst biologisch vlees van dieren die een goed leven hebben gehad. Slachten is nooit leuk maar het kan ook op een andere manier dan met gruwel en martelen. Ik stelde naar aanleiding van het nieuws deze week een gerichte vraag aan één van de slagers waar ik vlees koop:

Natuurlijk hebben jullie ook de horrorverhalen gelezen en wellicht gezien over het slachthuis Debra. Nu heb ik toevallig net weer een bestelling bij jullie geplaatst, in de overtuiging/hoop dat het bij jullie wel goed zit. Maar toch even een concrete vraag: waar worden de dieren die jullie tot vlees verwerken geslacht en hoe waarborgen jullie dat dit op een respectvolle manier gebeurt? Dit omdat ik nu op diverse plekken in de media lees dat het dus blijkbaar niet uitmaakt om biologisch of scharrelvlees te eten, aangezien de beesten allemaal in hetzelfde slachthuis op ellendige wijze eindigen.

Hij reageerde heel snel met het volgende antwoord:

Ja, ik ben op de hoogte van dit verschrikkelijke verhaal. Juist hierom (onder andere) heb ik gekozen voor mijn eigen formule Waterlant’s Weelde. Mag ik je verwijzen naar een blog dat ik vorig jaar heb geschreven? Ik denk dat veel van je vragen beantwoord worden. En anders hoor ik het nog graag, want wat wij doen heeft niets te maken met hetgeen je gezien hebt“.

Het stukje waarnaar hij verwijst is dit: Vlees eten en een dier slachten.

Deze slager (Natuurvlees.nl) werkt lokaal, met kleine bedrijven die vooral in het Waterland liggen. Het vlees wordt niet overal geleverd (alleen in Noord-Holland), maar lokale initiatieven van biologisch liefst antibioticavrij vlees met respect voor het dier, vind je inmiddels op meerdere plekken in Nederlands (zie onderaan voor wat tips).  Natuurlijk is de prijs iets hoger dan vlees uit de bio-industrie, al vind ik dat op zich reuze meevallen. Om die iets hogere prijs te compenseren eten wij hooguit 2 tot drie keer in de week vlees, kip of vis. Meer hebben wij ook helemaal niet nodig. Echt niet. Wij eten in vergelijking met 50 jaar geleden bijna twee keer zoveel vlees. Dit is niet goed langer vol te houden. Niet qua dierenwelzijn, maar ook zeker niet qua belasting voor het milieu. De bevolking blijft groeien en de uitstoot van de vleesindustrie is enorm.  Met onze huidige vleesconsumptie hebben we 10 miljoen hectare grond nodig (onder meer om de beesten te voeden). Dat is drie keer Nederland mensen! (bron: de correspondent). Alleen al daarom lijkt het me zinnig om te zorgen dat we kleinschaliger gaan produceren en minder consumeren.

Nog even over de prijs. Het probleem is natuurlijk niet zozeer dat vlees van kleinschalige diervriendelijke initiatieven te duur is. Het probleem is dat het merendeel van de mensen beroerd of verdrietig wordt van het zien van de beelden van afgelopen week en toch vlees uit de bio-industrie blijft kopen omdat dit zo goedkoop is en ze er niet meer voor over hebben of zeggen dat ze zich geen diervriendelijk alternatief kunnen veroorloven. Maar wel op vakantie gaan, roken of een dure dagcrème kopen. Wat ik maar wil zeggen: dat zijn keuzes, net zoals ik een keuze maak om niet mee te doen aan de bio-industrie.

Natuurlijk heb ik makkelijk praten met ons bovenmodaal inkomen kun je zeggen. Alleen, ik at ook biologisch toen we niet over dat inkomen beschikten en dat kon door zorgvuldige keuzes te maken. Zodra ik financieel klem kom te zitten en het me niet meer kan veroorloven, word ik vegetariër. Iets wat ik eerder al eens 10 jaar was. Ik vind vlees lekker en vanwege intoleranties eet ik geen gluten en lactose en verdraag ik peulvruchten niet goed.  Dat is mijn motivatie om toch vlees te blijven eten, maar dan wel op een manier dat ik mezelf in de spiegel kan aankijken zonder misselijk te worden.

Ik heb wel besloten om geen varkensvlees meer te eten. Het enige van een varken dát ik wel eens at was spek maar ik kan goed zonder. De mannen willen dit wel blijven eten dus zorg ik voor mezelf dan wel voor een alternatief als het op het menu staat. Ik voel bij een varken een emotie die maakt dat ik het dier niet meer wil eten.  Waarmee maar weer is bewezen dat het eten van vlees meer is dan alleen letten op de productie ervan, emoties spelen ook een grote rol.

Onderstaand vind je de adressen waar ik sinds een aantal jaren mijn vlees koop. Vaak is het zo dat je best forse verzendkosten betaalt onder een bepaald bestelbedrag. Om die reden koop ik het vlees meestal samen met mijn moeder in, zodat we op een hoger totaal bedrag uitkomen en scheelt dat weer zo aan gemiddeld € 8 tot € 9 aan verzendkosten:
Natuurvlees.nl
Okvlees.nl
Schotse hooglanders.nl

Heb jij nog tips voor goede adressen waar we vlees kunnen kopen dat wel voldoet aan de normen van dierenwelzijn en voedselveiligheid? Geef een link door dan plaats ik het hieronder:
Samen een koe kopen
Samen een kip kopen
Samen een varken kopen
Friesveenweidevlees
Koop een koe
Koop een kip
Koop een varken
De stoerderij
Buitengewone varkens
Veldvarkens
Freenature

 

 

Gebruikte bronnen:
de correspondent
Esther Ouwehand, PvdD

(bron afbeeldingen: Pixabay)

 

Zaterdag

Terwijl ik op de stoep zit te lezen, heb ik gezelschap van Moos die ook geniet van de zon

Deze week had ik een voor mijn doen heel redelijke week. Ik moest er drie keer vroeg uit, twee keer voor de B12-injecties en één keer voor een mammogram in het kader van het bevolkingsonderzoek.  Ik ging naar de bibliotheek om gereserveerde boeken op te halen en een keer naar het postkantoor om een pakje weg te brengen. Ik zat uren buiten te lezen en genoot met volle teugen. Vrijdagmiddag werden er hier ook al wat voorbereidingen gedaan voor de keukenrenovatie en vanavond hoop ik uit eten te gaan met de mannen, oma, mijn zus en nichtje.

Ex-zwerfkat Gerrie vindt het erg spannend buiten dus blijft hij dicht bij mij in de buurt.

Veel drukte dus voor mijn doen. Buiten dat maakte ik ook een keer ruzie. Huh, ruzie? Ja ruzie! Als in op niet mis te verstane wijze duidelijk maken dat ik mij onheus behandeld voelde. Ik liep aan het eind zelfs boos weg. De personen in kwestie stonden binnen een half uur hier op de stoep, geschrokken maar wel met de intentie om het uit te praten omdat ze zich realiseerden dat ik zeker wel een puntje had. De volgende dag kreeg ik zelfs een bos bloemen en inmiddels is het weer pais en vree.

Waar het omging doet er niet zo toe. Waarom ik het wel benoem is omdat ik trots op mezelf ben dat ik me uitsprak. Ik heb namelijk ondanks mijn grote mond en humor namelijk de neiging niet goed voor mezelf op te komen. Hoewel ik wel regelmatig opkom voor mensen en dieren die niet over veel vechtlust of woorden beschikken, vind ik het verdomd moeilijk om mijn eigen grenzen aan te geven. Laat staan om tegen iemand te zeggen dat ik gedrag niet prettig vind.

Dat is werkelijk waar jarenlang een terugkerend onderdeel in therapie voor mij geweest. Want keer op keer kwam ik hierdoor in de problemen. Vooral op het werk vertaalde dit zich in het afwerken van andermans agenda. Toen ik ziek thuis kwam te zitten, kreeg ik eerst de diagnose burn out en ging ik in therapie. Daar leerde ik dat je best af en toe nee mag zeggen als iemand je iets vraagt. Want mensen proberen je vaak met werk of karweitjes op te zadelen omdat ze daar zelf geen zin in hebben. En verbloemen dat door je eerst complimenten te geven – “jij bent zo goed in schrijven” – en dan slaan ze toe – “wil jij alsjeblieft deze brief/dit stuk/deze instructies schrijven?”. Zo gebeurde het me regelmatig dat ik dan een weekend zat door te werken terwijl de persoon wiens taak het feitelijk was, in de kroeg zat maar wel op maandag met de eer ging strijken.

In therapie leerde ik dat te doorzien en ernaar te handelen. Nu ben ik helaas nooit meer aan het werk gegaan maar ik zeg wel tegenwoordig soms nee tegen mensen als ze hulp vragen. Mijn antwoord hangt af van hoe ik mij voel en hoe het met mijn energie gesteld is, natuurlijk met uitzondering van noodsituaties. Ik help graag maar niet als dit ertoe leidt dat ik bepaalde dingen niet meer kan doen. De marge is bij mij heel klein, er is ruimte voor douchen, koken en nog een andere activiteit, en ik ben er dus heel zuinig op. Ik zie inmiddels dat andermans problemen niet perse mijn problemen zijn of wollig gezegd, ik begrijp beter wie de eigenaar van een probleem is. Ik heb ook geleerd dat nee zeggen geen drama is. Wat ik namelijk nooit doorhad is dat als iemand je een vraag stelt je twee antwoorden kunt geven. Het voelde alsof er maar een antwoord mogelijk was. Maar bij een “nee” draaien mensen zich gewoon om en zoeken een andere oplossing.

Wat ook kan is ja zeggen en aangeven dat het nu niet uitkomt en een ander moment voorstellen. Dus wel helpen maar op een tijdstip dat het mij uitkomt omdat ik dan vooraf rekening kan houden met de activiteit. Dat geef al veel ruimte.

Nee zeggen of een ja onder voorbehoud lukt dus tegenwoordig. Maar iemand vertellen dat ik teleurgesteld ben, of dat ik iemands gedrag niet acceptabel vind, dát was heel lang een brug te ver. Want ik wil wel aardig gevonden worden. En toch zei ik dat ineens zomaar deze week, het kwam uit mijn tenen. Wat ik ervan leerde is dat als ik tegen iemand zeg iets niet prettig te vinden, het plafond niet omlaag komt en dat er iets uitgepraat kan worden. Blijkbaar heb ik nu  weer een volgende stap gezet onderweg naar betere zelfzorg en grenzen aangeven. Nu nog leren om het op een iets nettere manier te verwoorden, maar oefening baart vast en zeker kunst ;-).

Zeg jij het makkelijk als je boos bent?

 

 

Over gewichtige zaken

gewicht

Als kind was ik te dik. Typisch gevalletje van babyvet dat niet snel genoeg verdween. Mijn moeder benoemde mijn gewicht niet maar liet wel bij de bakker de sneetjes van het brood extra dun snijden. Want ik had altijd honger en nam graag nog een broodje en nog een en nog een.

Altijd honger hebben en heel goed door hebben dat er iets te veel van mij was. In de puberteit ging ik lijnen. Ik ben bekend met elk hongerdieet dat er bestond en mijn gewicht schommelde jaren lang tussen de 60 en 80 kilo. Met extremere uitschieters van 50 en van 90 kilo. Voor de beeldvorming: ik ben 1,67. Niet groot dus, wel een grote mond maar dát is een ander verhaal.

Ik las boeken over eten, schrapte vetten, eiwitten, koolhydraten, deed beweeg- en afvalcursussen bij de sportschool, volgde een workshop om het verschil tussen buikhonger en lekkere trek te leren en ben na dat laatste traject ongeveer 10 jaar geleden gestopt met calorieën tellen. Ik eet als ik honger heb en ik ga mezelf niet meer uithongeren. Meteen was het klaar met de vreetbuien die ik sinds mijn puberteit had en waarvan ik dacht dat het een psychische kwestie was. Niks geen emotie-eter, je lijf schreeuwt om goede voeding als je het uithongert!

Toen ik niet lang daarna ziek werd had ik net een periode van intensief sporten en bewegen achter de rug. Ik woog rond de 75 kilo en was niet heel ver meer verwijderd van mijn ideale gewicht van 72 kilo. Waarom specifiek 72? Omdat ik dan een gezond BMI zou hebben, want dat bleef ik erg belangrijk vinden. Maar goed, ik kwam van de ene op de andere dag tot stilstand en toen ik na een paar maanden continu platliggen weer eens op de weegschaal ging staan woog ik 90 kilo. Dat was wel even schrikken. Ik was wel gestopt met bewegen maar niet met eten. De uitspraak dat je niet veel honger hebt als je weinig doet, gaat overduidelijk niet op voor mij. Bovendien zou het ook zo kunnen zijn dat ziek zijn veel energie vreet. In ieder geval de trek was uitstekend ;-).

Toch was er iets veranderd. Ik had eigenlijk wel andere zaken om me druk over te maken dan het bereiken van een ideaal gewicht. Daarmee bedoel ik niet dat gezond eten niet belangrijk is en het was zeker geen vrijbrief om te snoepen en te vreten. Maar ik liet het denken over een ideaal gewicht los.

Sindsdien is mijn gewicht gaan dalen. Na een traject bij een orthomoluculair voedingstherapeut ben ik gestopt met het eten van gluten en lactose. Mijn darmen kwamen tot rust en ik viel ineens kilo’s af.

Sindsdien schommel ik tussen de 77 en 80. Het wordt niet minder maar ook niet meer. Ik geniet van eten en het is geen issue meer. Ik voel me ook lekker in mijn lijf zitten, schaam me niet voor de vetrollen die er zijn. Het is goed zo. Ik laat me niet meer gek maken, eet gezond en gevarieerd en mijn lijf reageert daar op eigen wijze op. Wellicht als ik straks weer meer kan bewegen dat er weer wat van afgaat. Maar voor nu vind ik het eigenlijk al een prestatie dat ik stabiel blijf, zonder de enorme uitschieters die ik vroeger had.

Loslaten van het beeld van mezelf als een slanke dame, geeft rust. Ik ben niet een etherische verschijning die aan een fee doet denken. Ik ben een fee met een maatje meer en dat is ook goed.

Is jouw gewicht een issue voor jou?

 

(bron afbeelding: Pixabay)

 

Kattige toestanden – operatie pil toedienen

Wie katten heeft, ontkomt niet aan het aspect verzorging. Ze moeten ontvlooid worden, je vindt soms teken in een hals of oksel, het gebit vraagt aandacht – vooral als ze wat  ouder worden – en soms is er ook iets anders. Een abces of zo en moeten er medicijnen worden toegediend.

Na jaren met katten samenleven ben ik hier natuurlijk wel aan gewend geraakt. Pillen toedienen bij een kat – zeker de vier die ik nu heb – blijft helaas vaak neerkomen op veel gedoe, al reageren ze allemaal op geheel eigen wijze.  Ze krijgen allemaal minimaal 4 keer per jaar een pil, omdat ik er elk kwartaal een wormenpil in gooi. Daarnaast krijgen twee van de vier katten antivlooienpillen, omdat ze hysterisch worden van een pipetje en de pipetjes ook niet voldoende werken. Die vlooienpillen werken vier weken. Ze krijgen natuurlijk alleen in het vlooienseizoen maar de eerste antivlooienpil heb ik nu al weer moeten geven. Het immuunsysteem van de ex-zwervers werkt niet optimaal en vlooien hebben dat heel goed door.

Elke kat hier thuis heeft zijn eigenaardigheden en dat heeft ook gevolgen voor het toedienen van pillen. Ze reageren allemaal anders. Wat ik niet meer doe, is ze allemaal op dezelfde dag een wormenpil te geven. Dat werkt niet met vier katten. Tegen de tijd dat ik één pil in iemands strot heb weten te mikken, zijn de andere drie spoorloos verdwenen. Dus doe ik een pil per dag.

Wil ik een pil geven dan leg ik de pil klaar op het aanrecht en een injectiespuit gevuld met water. Dat water is bedoeld om meteen in de bek te spuiten zodra ik de pil naar binnen heb weten te krijgen. Ze moeten dan wel slikken, zeker omdat ik dan tegelijkertijd ook over hun keel wrijf.

Ik dien de pil meestal toe als ze eten. Ik zet een bak natvoer voor de neus, het slachtoffer gaat lekker eten, ziet me niet aankomen,  wordt opgetild en op het aanrecht gezet. Snel handelen levert het beste resultaat op.

Moos en Smoes vormen de grootste uitdaging. Til ik Moos op dan weet hij meteen wat er gaat gebeuren en past  een hele slimme tactiek toe. Hij gaat op zijn achterpoten staan, strekt zich helemaal uit en steekt zijn voorpoten zo ver mogelijk in de lucht, onderwijl naar het plafond turend, nadenkend over deze verschrikkelijke onheuse bejegening. Sta ik daar met mijn 1 meter 67 en een uitgestrekte boze kat op het aanrecht. Probeer er dán maar eens een pil in te gooien. Dat eindigt dus met een potje vrij worstelen en dat heeft gevolgen voor de goede band tussen mens en kat. Tot uren erna wenst hij geen contact met mij.

Dibbes is redelijk makkelijk met pillen. Het is ook de kat die van de huidige vier het meest pillen kreeg toegediend, dus enige gewenning is er wel. Hij eet, ik til hem op, knijp in zijn kaak, die klapt open, ik mieter de pil naar binnen, water erbij, keeltje wrijven en klaar. Het is dan zaak hem meteen weer op de grond bij zijn bak te zetten en dan is het “oh eten! Lekker!” en gaat hij verder waar hij gebleven was. Helaas zijn de antivlooienpillen zó groot dat ik die door vieren moet snijden en is er na het toedienen van de eerste kwart voldoende agitatie om ook dit te laten eindigen in een potje vrij worstelen. Maar een wormenpil is meestal geen probleem.

Gerrie vindt alles eng dus ook het toedienen van pillen maar laat zich toch heel goed benaderen en oppakken. Hij stribbelt wel wat tegen maar is meer onder de indruk dan dat hij echt tegenwerkt. En ook hij is het snel vergeten als ik hem weer snel bij zijn volle bak voer neerzet. Hij blijft juist in de uren erna vaak bij mij in de buurt, alsof hij denkt dat hij iets met mij moet goed maken, de schat.

En dan Smoes, ja Smoes. Als ik heel zacht denk “nu is Smoes aan de beurt” dan vangt hij dat op en gaat er vandoor, meestal zo door het kattenluik naar buiten. Geen kat is zó snel als Smoes dus die krijg ik dan echt niet meer te pakken. Behoedzaam op hem aflopen terwijl hij eet, fluitend, lieve woordjes uitsprekend, allemaal zinloos, weg is ie! Dus is de enige optie hem grijpen als hij slaapt, hem klem zetten tussen mijn knieën, pil erin duwen en klaar. Dat werkt redelijk al heeft het wel tot gevolg dat hij de eerste dagen na het toedienen alleen nog maar slaapt op voor mij onbereikbare plekken.

Je hoeft natuurlijk niet een pil in de bek te proppen, er zijn andere manieren. Wat ik ook wel eens doe is de pil helemaal fijnmalen, mengen met water, dat opzuigen in een injectiespuit en spuiten in de bek. Wordt niet gewaardeerd maar het werkt meestal wel. Pillen in eten verstoppen is kansloos hier, de eerste keer lukte dat – “hmm lekker leverworst”. De tweede keer is het al “Dat ruik raar. Getver wat is dat, denk je dat ik gek ben!” en de derde keer komen ze niet eens meer in de buurt van de bak, diep beledigd over mijn doorzichtige gedrag. Het doorslaande succes van de easypill – een vouwbare pasta met de smaak van kattenbrokjes en waar je pillen in kunt verstoppen – was dus ook eenmalig.

Gelukkig wordt het tandpoeder dat ik dagelijks over het eten strooi wél zonder morren naar binnen gewerkt. Maar alleen als ik ze het alle vier geef. Iets wat afwijkt, wordt niet getolereerd. Dus krijgen hier vier katten tandpoeder over het eten omdat één kat dat nodig heeft. Maar, het is ook goed om te voorkomen dat ze tandklachten krijgen dus zeker geen weggegooid geld.

Met weemoed denk ik nog wel eens aan Poes Dorrit. Die moest ik 5 jaar lang alle dagen een schildklierpil geven.  De eerste maand was het een drama en daarna deed ze braaf haar bek open, slikte de pil door en klaar. Maar dat was een vrouw, dat zal vast schelen ;-).

 

Positivisme voor pessimisten

Vroeger had ik een beetje moeite met mensen die altijd positief in het leven staan en dat heel erg etaleren. Alles is gewéééldig! Super! Of daar dan weer de overtreffende trap van. Ik werd daar altijd een beetje nerveus van. Ik was namelijk best een zwartkijker – met een altijd half leeg glas en me overal druk om makend –  en wist nooit zo goed wat ik met positivo’s aan moest. Ook was mijn ervaring dat sommige mensen zeggen dat ze positief in het leven staan maar op mij kwam het soms over als manisch ontkennen dat niet alles leuk of fijn is. Laat staan dat je gewoon eerlijk mag benoemen wat niet prettig voelt.

Ook had ik – nu ik toch begin met biechten – een hekel aan mensen die overal een les in zien. Je bent ziek, dat is klote en dan moet je daar lering uit trekken. Ik snap dat best in sommige gevallen, bijvoorbeeld als je overspannen bent geraakt en je grenzen niet goed hebt aangegeven, maar zo denken is wel een glijdende schaal. Wat is de les van kanker? Parkinson? Of van andere nare aandoeningen? Dat je ook iets niet goed deed?

Inmiddels ben ik geen zwartkijker meer. Mentaal voel ik me stabieler en fijner dan vroeger en ook mijn depressieve buien zijn vrijwel verdwenen. Ik sta tegenwoordig eigenlijk wel heel positief in het leven maar heb nog steeds moeite met mensen die hard roeptoeteren dat je gewoon positief moeten denken, dan ziet de wereld er een stuk beter uit, krijg je makkelijker voor elkaar wat je wilt. Gewoon niet zo sippen maar gaan met die banaan! Positieve mensen hebben meer leuke ervaringen en leven langer, schijnt. Ja leuk, maar  ‘gewoon positief denken’, hoe moet dat dan?  Mijn ervaring is dat als je tegen iemand zegt “je mag niet negatief denken”, dat het dan niet lukt. Zoals de beroemde “denk niet aan een olifant met roze stippen”meteen op je netvlies staat gebrand, zo  druk je ook niet zomaar negatieve gedachten weg.

Het leven bestaat nu eenmaal uit fijne en moeilijke momenten en soms overheerst het moeilijke. Toen ik ziek werd, was ik heel erg bang dat mensen mij negatief zouden vinden. Ik gaf dan ook vaak een sociaal wenselijk antwoord als ze vroegen hoe het ging. Ik uitte vrijwel niet wat er in mij omging en was dwangmatig op zoek naar verbetering van de situatie. Want accepteren dat dit het was, an me nooit niet! Het duurde best lang om te zien dat erkennen en accepteren van mijn situatie niet betekent dat ik bij de pakken neerzit of het koppie laat hangen. Juist door acceptatie komt er ruimte voor andere dingen, voor fijne dingen.

Inmiddels zie ik nu dat situaties weliswaar soms ongewenst of naar zijn en niet zomaar te veranderen, maar dat ik wel een keus heb in hoe ik daarmee omga. Ik kan kiezen om er op een andere manier, positievere manier, mee om te gaan. Ik weet ook nog heel precies het moment dat dit besef kwam: ik lag op de bank met pijn en was volledig uitgeput. Voor me lag wéér een dag dat ik niet kon doen wat ik wilde doen en dat was de dag ervoor en ervoor en ervoor ook al zo. Ik zag op tegen wat voor me lag.  “Is dit nou mijn leven? Blijft het nu altijd zo? Dit houd ik niet vol.” Maar omdat niet volhouden geen optie is – je kunt nu eenmaal niet naar de winkel met een kassabon en zeggen “doet u mij maar een ander lijf, dit doet het niet meer” –  kon ik twee dingen doen, zo liggend op de bank. Meegaan in mijn overweldigend boze zielige gevoel of kijken wat er nog wel goed was in mijn leven. Het zal je niet verbazen dat ik voor het tweede koos en dat de lijst van fijne dingen best heel lang was.  Net als dat ik ook leerde dat ik soms best wel eens eerlijk tegen iemand kan zeggen: “vandaag heb ik geen goede dag maar wat leuk dat je er bent.” Het maakt het contact alleen maar waarachtiger.

Voeg iets toe werkt wel.  Iets toevoegen werkt soms beter dan iets weglaten of wegdrukken. Dus in plaats van te focussen op negatieve gedachten en te proberen die te stoppen, richt je de aandacht op wat wél positief is. In mijn situatie betekende dat ik bijvoorbeeld benoemde wat wél fijn was op een dag dat ik pijn had, niets kon en plat op de bank lag. Soms waren dat hele kleine dingen, zoals dat ik vanaf de bank door het raam een koolmeesje zag zitten op het stuur van de fiets van S. en dat ik merkte dat ik daar blij van werd.  Of dat kat Smoes die altijd heel schuw was, ineens veel socialer werd door mijn altijd thuis zijn. Eenmaal begonnen zag ik steeds meer positiefs. Ik kan dan weliswaar niet meer werken…. maar heb ook geen last meer van sommige vervelende collega’s of treinen met eindeloos veel vertraging of de ratrace in het algemeen/ kan wel altijd kind aanhoren en luisteren wat er speelt/ ben toch in staat om sommige dingen die ik heel graag doe in etappes te blijven doen zoals koken, lezen, schrijven/ blabla.

Als je merkt dat sommige negatieve gedachten omhoog blijven ploppen dan vraagt er ook vaak iets gewoon om aandacht. Het kan helpen om dan naar de situatie te kijken. Is die te veranderen? Nee? Plopt de negatieve gedachte omhoog uit gewoonte? Is het een oordeel over jezelf? Gedachten zijn niet de waarheid en we hoeven er niet in mee te gaan. Gaan we er wel in mee dan roepen ze vaak emoties op. Emoties zijn ook niet de waarheid. Het zijn gewoon maar emoties.

Omdenken werkt goed in heel veel situaties is mijn ervaring. En dan niet het flauwe “denk in kansen en niet in problemen” want een beetje onzeker mens is dan meteen lam geslagen.  Maar denken wat wel kan in een situatie die voelt alsof er niets kan, lukt het best als ik de situatie in stukjes hak. Denk ik dat iets niet lukt op een dag? Ik bedenk dan wat ik wel kan. Ik kan niet koken want ik ben te moe voor de hele handeling van het koken. Maar, ik kan nu wel het eerste stapje zetten, bijvoorbeeld alles klaarleggen. En dan een uur later een ui snijden. En weer een uur later een courgette in blokjes snijden. In plaats van dat ik mezelf commentaar geef op weer een dag dat het niet lukt om te koken, juich ik mezelf toe dat het wel lukt om het eerste stapje te zetten. “Daar gaat ze mensen, Min of Meer staat op de van de bank en snijdt een ui. Echt, ze doet het gewoon, geweldig wat een prestatie!” Moet je eens kijken wat dát doet voor je humeur ;-).

Verleg je focus naar de juiste dingen. Soms worden we zo gegrepen door het leven van alledag, door wat moet en door het gevoel dat we klem zitten dat we helemaal vergeten die dingen te doen waar we blij van worden. In de tijd of ruimte die er is meer doen van wat je oplaadt, blij maakt of goed voor je is, doet ook wonderen voor je humeur.

Positief denken kan een gewoonte worden, net als negatief denken. En het denken ombuigen gaat niet vanzelf. Het is een pad dat je aanlegt in je brein. De eerste paar keer gaat dat moeizaam, met kapmes baan je je een weg door jaren niet gecorrigeerde negatieve shit (sorry, mijn fantasie slaat nu eenmaal makkelijk op hol), maar ben je eenmaal begonnen met hakken, dan gaat het steeds makkelijker.

Positief denken met daarbij in staat zijn tot eerlijkheid, zelfonderzoek, dingen durven benoemen en relativeren mét een beetje humor erbij, dan heb je iets waar veel mensen jaren naar zoeken:balans. En zoeken we dat niet allemaal?

Schrijven en taalgevoel

 

machine-writing-1035292_1920

Onlangs kreeg ik een mail van een bloglezeres met feedback. Ze leest mijn blog al geruime tijd en wilde persoonlijk reageren op een tekst van mij. Buiten dat wilde zij ook even haar ei kwijt. Het viel haar op dat ik in een door haar net gelezen stuk een taalkundige fout maak die zij al vaker heeft gezien bij mij. Ondanks mijn ‘bijna perfecte Nederlands’ (haar woorden, maar ik beschouw dat als een groot compliment) wilde ze mij hier toch even op wijzen.

Heel attent vind ik dat. De fout die ze benoemde is inderdaad één van mijn blinde vlekken. Prettig leesbaar schrijven, een correcte grammatica & spelling en soepel lopende zinnen vind ik belangrijk. Ik vind het tof dat iemand dit aanvoelt, de moeite neemt me te wijzen op een foutje en dat ook nog eens heel plezierig brengt.

Schrijven is één ding, correct taalgebruik is een ander ding. Natuurlijk heeft iemand die goed kan schrijven meestal een goed ontwikkeld taalgevoel. Maar dat is niet hetzelfde als alle regels kennen en weten toe te passen. Dat weet ik sinds ik een tijdje meedraaide op de redactieafdeling van een uitgeverij en gedesillusioneerd raakte over de teksten die door de auteurs werden ingeleverd. Zoveel fouten! Achter een goede schrijver staat een goede redacteur weet ik nu en redigeren is een vak apart.

Andermans teksten redigeren gaat mij redelijk af, misschien omdat er meer afstand is. Met mijn eigen teksten vind ik dat moeilijker. Ze zeggen wel eens dat schrijven vooral bestaat uit het kritisch schrappen – ‘kill your darlings’ – van je tekst. Dat is best moeilijk maar ik probeer het toch toe te passen op mijn eigen teksten. Hoewel ik blog voor mijn plezier en ik niet vind dat elke tekst hier van journalistiek niveau hoeft te zijn, bekijk ik wel bijna alles wat ik schrijf met een bepaalde blik. Is het een logisch geheel? Heeft elke alinea nut? (verbazingwekkend hoe vaak ik soms een hele alinea kan schrappen). Heeft de tekst een begin, middenstuk en eind? Zijn er woorden die te vaak worden gebruikt? (dan zoek ik even naar synoniemen) en zeer belangrijk: maak ik geen stomme fouten qua spelling en grammatica.

Dat laatste is altijd mijn angst geweest. Toen ik op de middelbare school kwam, had ik nog nooit van het kofschip gehoord! “Fokschaap dan?” probeerde de docent Nederlands nog even. Maar ik – en met mij alle pubers die op de Faunaschool in Wormer hadden gezeten – keken hem glazig aan. Kofschip? Nee, nooit van gehoord. We gingen wel altijd met de hele school leuk stoepkrijten als het mooi weer was. En we hadden een volière in de klas. Ook wisten wij buitensporig veel van motoren, de hobby van onze meester. Maar het onderdeel grammatica en spelling had wat minder aandacht gekregen.

Dat is altijd een gebrek gebleven. Ik heb mezelf veel aangeleerd door er over te lezen en vaak iets op te zoeken. Gelukkig heb ik van nature wel taalgevoel en zijn de d’s en de t’s bij mij meestal wel goed. Maar, ik ben wel kampioen ‘zin omgooien’ geworden. Bij twijfel (ook over een d of t) gooi ik de zin altijd om en hop, het probleem  is meestal opgelost. En dan nog maak ik fouten. Gewoon omdat ik het soms niet zie, soms te lui ben, soms een slechte dag heb en me niet kan concentreren en soms ook echt niet weet dat iets fout is.

Vreemd genoeg werd tijdens mijn universitaire opleiding Publicistiek nauwelijks aandacht besteed aan grammatica en spelling. Ik stroomde na het propedeusejaar Geschiedenis door naar Culturele Studies en dan specifiek Publicistiek. Een opleiding waarbij wij getraind werden onze kennis – in mijn geval was dat cultuurgeschiedenis – te gieten in goed leesbare verschillende soorten teksten. Denk aan artikelen voor een tijdschrift of krant. Onze teksten werden door journalisten en auteurs zoals bijvoorbeeld Arnold Heumakers, Willem van Toorn, Michaël Zeeman en Pauline Slot, regelmatig volledig met de grond gelijk gemaakt (in mijn geval zeker, ik was een matige student). Maar al te vaak diende ik een tekst vijf keer opnieuw in – allemaal op een ouderwetse typemachine geschreven – voordat het enigszins acceptabel was volgens de schrijfgoden. We kregen overal kritiek op, denk aan het ritme van de zinnen, hoe we de boodschap brachten, het onderwerp zelf, gebruik van stijl, citaten. Ik heb er enorm veel van geleerd. Maar zelden of nooit was er voor mij bruikbare kritiek op mijn spelling en grammatica. Dat werd bekend verondersteld. Je werd geacht het Groene Boekje in je bezit te hebben en verder zocht je het maar uit.

Schrijven via internet is weer een vak apart. Toen ik studeerde in de oertijd, was internet nog helemaal niet aan de orde en ook nog niet tijdens mijn latere baan bij een uitgeverij. Publiceren was een langzaam proces met veel correctielagen en nam veel tijd in beslag. Het voordeel van internet is de snelheid. Het nadeel van internet is natuurlijk ook de snelheid. Als blogger kun je zó iets publiceren en snelheid maakt maar al te vaak slordig.

correcting-1870721_1920Gelukkig kun je tegenwoordig alles heel snel opzoeken en ook je kennis opfrissen op sites als die van Onze Taal, wat ik dan ook regelmatig doe. Maar dat kan alleen wanneer ik door heb dat ik iets niet weet. Ik twijfel wel vaak – schrijf je ‘hierop wijzen’ of ‘hier op wijzen’? Hé, nu staat er iets heel anders!- wat nu correct is.  En zo ontdekte ik pas een paar jaar geleden dat het ‘onmiddellijk’ is en niet ‘onmiddelijk’, ondanks regelmatig gebruik van spellingcontroles. Ik ben dan zo’n gek die ondanks mijn onzekerheid dan tóch denkt dat de spellingscontrole het fout heeft ;-). Blinde vlekken zullen er altijd zijn.

Wat is jouw blinde vlek?

 

(bron afbeeldingen Pixabay)

De beste plek

Het is zondagochtend, nog héél vroeg.
Ik voel een pootje tegen mijn wang tikken.
Als ik niet meteen reageer,
voel ik een likje op mijn neus.
Dibbes is wakker.
Dus ik ook.
Tijd om te kroelen.
Zo doen we dat elke ochtend,
Dibbes en ik.

Hij installeert zich naast mij.
Ronkend en knorrend.
Ik word vol aanbidding aangekeken
en ik kijk net zo verliefd terug.
Voor Dibbes is het leven perfect.
Van zielige zwerfkat schuilend onder de struiken
nu liggend in de arm van een kattenmens.
Dibbes heeft de beste plek
op deze zondagmorgen.
Wat wil je nog meer?

Ineens horen we een geluid.
Smoes springt op de plank naast het bed.
Loopt naar mijn glas water dat daar altijd staat.
Water! Lekker!
Steekt zijn kop in het glas en drinkt.
Even ben ik bang dat hij klem komt te zitten.
Hij ook, dus gaat hij verder met zijn poot.
Lekker water hengelen.
Ondertussen kijkend naar Dibbes.
Zie jij wel wat ik doe?

Nou dat ziet Dibbes zeker!
Weg geluk. Weg rust.
Smoes heeft water!
Dat wil ik ook!
Dat er in huis overal bakken water staan,
wordt voor het gemak even vergeten.
Het gaat om dit water in dit glas!

Smoes is klaar met drinken.
Maar denk niet dat hij wegloopt.
Ben je gek, nee, hij gaat liggen naast het glas.
Zodat Dibbes hem goed kan zien.
Die wordt nu overmand door jaloezie.
Ik wil dit ook! Hoe kom ik daar?
Ja, dát is de vraag.
Smoes gaat niet opzij.

Dibbes staat op, loopt heen en weer.
Kijkt zeer dwingend naar Smoes.
Die doet of zijn neus bloedt.
Dibbes kan het niet meer aan.
Weg fijn gevoel,
weg genieten van de beste plek.
De beste plek is nu die plek
die net buiten bereik is.
Stomme Smoes!

Dibbes verlaat de plek
die een minuut geleden
nog zó aantrekkelijk was.
Loopt gedesillusioneerd weg.
Installeert zich op de hoek van het bed.
Met zijn rug naar alles toe.

Smoes knalt zowat uit elkaar.
Plan geslaagd, doel bereikt!
En gaat weer verder met de dag.
Want dat water,
daar was hij toch al klaar mee.
Nu kan hij weer op zoek
naar een nieuwe beste plek.

Stemmen en een verschil maken

 

Natuurlijk ga ik stemmen, Dat doe ik altijd sinds ik mag stemmen. Ik heb voor de vorm een paar kies- en stemwijzers ingevuld maar er komt vrijwel altijd hetzelfde uit. Al die wijzers lijken op elkaar en meestal staat de partij van mijn voorkeur op nummer 1 en heel soms op 2. Beetje afhankelijk van de vraagstelling denk ik.

Ik kies niet strategisch omdat ik liever kies vanuit mijn overtuigingen en niet vanuit angst. Ik wil niet kiezen uit twee kwaden ‘om erger te voorkomen’. Bij mijn stemkeuze vind ik het belangrijk om te kijken naar de toekomst en niet alleen naar het nu. Hoewel ik geld niet onbelangrijk vind, kies ik niet vanuit mijn portemonnee. Want zou ik daar voor kiezen dan is het vaak korte termijn denken en belangen en ook al ‘snel ieder voor zich’. Liever kies ik  voor saamhorigheid, voor elkaar zorgen,  voor emancipatie, voor kinderen die mogen studeren zonder meteen een enorme schuld, voor betaalbare zorg, voor het zoeken naar alternatieven voor dierproeven, voor een betaalbare arbeids-ongeschiktheidsregeling voor zzp-ers, voor het afschaffen van de bio-industrie, voor een duurzaamheidsmeetlat op alle gebieden. “Wat is de impact van het handelen nu op de samenleving van straks?”  Alle keuzes die we nu maken hebben immers gevolgen voor onze kinderen straks.

Ik hoop dat jij ook gaat kiezen. Wat mijn voorkeur is zal niemand verbazen denk ik, Partij voor de Dieren. Heb ik de illusie dat PvdD de grootste partij wordt? Nee, niet deze verkiezingen. Wel denk ik dat ze er een paar zetels bij gaan krijgen. Zou ik strategisch kiezen, dan zou ik voor Groen Links kiezen. Ook een partij die mijn sympathie heeft en iets pragmatischer dan de PvdD. Maar ik kies liever vanuit volle overtuiging dan ‘deze dan maar om erger te voorkomen’.

Wat jouw voorkeur is moet je natuurlijk helemaal zelf weten. Maar ga wel stemmen. Denk niet dat het niet uitmaakt. Wist je dat de uitslag van de verkiezingen voor een deel wordt bepaald door juist die mensen die niet gaan stemmen, omdat ze denken dat het toch geen donder uitmaakt? Stem je niet dan laat je gebeuren dat de stem van mensen die wel die moeite nemen, zwaarder telt. Zelfs als je stemt op een kleine partij zoals ik doe, dan maakt dat uit. Want mijn stem maakt misschien wel nét het verschil tussen 4 of 5 zetels. En kan er dus  voor zorgen dat wat ik belangrijk vind  meer aandacht krijgt.

Ga stemmen. Er zijn mensen die hun eigen land ontvluchten, omdat ze niet mogen stemmen. Er was een tijd dat je als vrouw niet mocht stemmen. Nu wel, maak daar gebruik van. Weet je het nog steeds niet? Een stemwijzer invullen kost hooguit een paar minuten! Dus. Ga. Stemmen.