Zeg,
hoor eens,
ik ben de kluts kwijt.
Zó maar ineens,
poef, weg was de kluts.
Het laatst zag ik de kluts
in een hoekje
op zijn hurken zitten.
Maar ja,
wát zijn hurken
en waar zitten die dan?
Weet ik niet
wat en wáár,
dan kan ik wel zoeken
naar die kluts
tot ik een ons weeg.
Nou en dát moment,
tot ik een ons weeg,
daar zijn we
ver van verwijderd.
Want ik zoek vooral
vanaf de bank
en vanaf het bed.
Tja,
dan vind je geen kluts.
Wél een Rubensvrouw
met weelderige vormen
ter compensatie
van de beperkte energievoorraad.
Maar dát is weer een ander verhaal.
Terug naar de kluts.
Ik had hem nog
tot ik eerder deze week
oude koeien uit de sloot haalde.
En ineens stortte mijn kaartenhuis
helemaal in elkaar.
Jezelf zijn en worden
is net zo pijnlijk
als een uitje pellen en snijden.
Telkens als je denkt
nu lukt het zonder te janken,
begint het tóch weer te stromen.
Dus dáár is die kluts gebleven!
Ik blijf heel stil zitten
tot de kluts terugkomt
en weer netjes
op zijn hurken gaat zitten.
Tot die tijd
vermaak ik me wel
met flauwe woordgrapjes
en spelletjes.
Daar houd ik van
en de kluts ook.
Komt ie misschien
nog sneller terug ook…