Review: Je Vermoeidheid te lijf. Na Covid en kanker en bij chronische aandoeningen

Vandaag een review over het boek Je Vermoeidheid te lijf (2022) van gezondheidspsycholoog  Annemarieke Fleming. Recent was het onderwerp van discussie op LinkedIn.

Het boek zou desinformatie bevatten, een te rooskleurig beeld schetsen van cognitieve gedragstherapie speciaal voor ME én te veel nadruk leggen op het opbouwen van beweging. Die kritiek kwam van ME-patiënten en een onderzoeker en n.p. arts (want ook patiënt)

Ook zijn er lovende reacties van lezers en vakgenoten van Fleming.

De in het boek beschreven OR-methode (Opbouwen van Reserve) houdt in dat mensen worden aangemoedigd te kijken naar hun vermoeidheid en te bouwen aan energiereserves.

OR staat voor Opbouw van Reserves: gedurende de dag bouw je verschillende korte rustmomenten in. Hierdoor krijgt het parasympatische zenuwstelsel de gelegenheid actiever te worden. Daarna kan worden gestart met activiteitenopbouw. Deze methode is schijnbaar door Fleming ontwikkeld.

Het boek bestaat uit 6 hoofdstukken. Na een inleiding volgen een hoofdstuk over verschillende soorten vermoeidheid, het stress- responsesysteem en laaggradige ontsteking, opbouw van reserves en verbetering van slaap, een hoofdstuk over vicieuze cirkels en instandhouders van vermoeidheid en tot slot: aandacht voor hoe nu verder met onder meer graduele opbouw van beweging

In het begin van het boek is er wat meer aandacht voor theorie en werkboek-opdrachten. Daarna komt het daadwerkelijk toepassen van de theorie (en het opbouwen  van beweging) wat meer aan bod.

Het boek ziet er verzorgd uit en de opmaak is rustig en sober. Ik las het als e-boek.

Dat ME-patiënten tot de doelgroep van het boek behoren vind ik vreemd. ME-patiënten reageren door de aanwezigheid van post exertionele malaise afwijkend op beweging en rust. Ik snap niet goed waarom deze groep toch in dit boek wordt meegenomen. Het is door de brede doelgroep een soort one size fits all-methode. Terwijl ME zich atypisch gedraagt, de kans dat dit ‘shirt’ past is klein.

Zelf schrijft ze daarover op haar website:

“Vanuit de ME/CVS groep zijn de reacties wisselend: van uiterst positief, ‘de sleutel uit de kerker van mijn vermoeidheid’ tot averechts effect. Dit laatste lijkt met name op te kunnen treden wanneer niet alleen bewegen maar ook een zittende houding inspanningsintolerantie met zich meebrengt, en men om deze reden langere tijd het etmaal voornamelijk liggend heeft doorgebracht. Advies bij PEM: overleg met de behandelend arts over de inzet van de Opbouw van Reserves methode.” (https://www.annemariekefleming.com)

Helaas zijn er ook mensen met CVS die niet profiteren van deze behandeling- sommigen ervaren zelfs symptoomtoename als gevolg hiervan.

Zeggen dat er ook mensen met CVS zijn die niet profiteren van CGT/GET is de feiten wel heel verdraaid voorstellen. Maar liefst 75% van de ME-patiënten knapt niet op van deze therapie! Een deel verslechtert er bovendien van en wordt zelfs bedlegerig en/of rolstoelgebonden. Het heeft levens verwoest.

Dat zal vast gelden voor veel mensen in zijn algemeenheid met aanhoudende vermoeidheidsklachten. Bij ME werkt het wel even anders. Er wordt dan daadwerkelijk minder energie in het lichaam aangemaakt en het energietransport is verstoord.

Deconditionering is bij ME bovendien niet de oorzaak van het ziekzijn maar een gevolg van het gedwongen inactief zijn (zie hiervoor bijvoorbeeld: wat psychologen moeten weten over ME)

Met ME in beweging komen kan weliswaar eenmalig lukken (afhankelijk van de activiteit en de ernst van de ME) maar dezelfde activiteit de volgende dag weer doen, is meestal niet mogelijk. Hierin wijken ME-patiënten af van andere ziektes. Het herstellend vermogen is kapot.

Zie hiervoor bijvoorbeeld het onderzoek ‘Zieker van inspanning’ van Rob Wüst waarbij bloed- en spiermonsters bij Post Covid patiënten werden genomen en bekeken en vergeleken met monsters van mensen zonder de ziekte, om te zien of er veranderingen zijn in hoe de spieren functioneren en in de spierstructuur. Dit onderzoek wordt nu herhaald bij ME-patiënten.

Lichaamsbeweging maakt mensen bijna altijd sterker, maar bij mensen met ME/cvs doet intensieve lichaamsbeweging dat niet. In plaats daarvan beschadigt het hen. Bij geen enkele andere ziekte tot nu toe heeft een korte maar intensieve inspanning het energieproductiesysteem van een persoon op zijn kop gezet.
(Bron: ME-gids: https://www.me-gids.net/nieuwsartikel/grootste-2-daagse-inspanningsstudie-ooit-bevestigt-de-energieproblemen-bij-me-cvs-deel-1/)

Een ander deel was nieuw en moeilijker te volgen, niet in de laatste plaats omdat ik moeite heb met informatie verwerken. Of de informatie correct en up to date is kan ik niet inschatten. Het kalmeren van het zenuwstelsel lijkt mij altijd wel zinnig (dat doe ik ook veel), alleen word ik er niet beter van.

Open deuren
Het boek legt veel nadruk op uitlokkende factoren bij vermoeidheid. Bijvoorbeeld te weinig vrije tijd hebben, te weinig rusten, teveel ballen in de lucht moeten houden, mantelzorg, overbelasting, depressieve klachten, een moeilijke kindertijd, etc.

Daar valt wat voor te zeggen maar: wat als die balans wel hersteld of op orde is en de slaaphygiëne oké? En de uitputting blijft? Het eerste wat ME-patiënten die ik ken hebben gedaan, is kijken naar slaap, ontspanning, rust, meditatie/yoga en het schrappen van stressoren…

Conclusie en commentaar
In beweging komen zoals Fleming voorstelt, na een periode van bouwen aan reserves, maakt niet dat dat herstellend vermogen het bij ME-patiënten ineens wel gaat doen. Ik zie niet in waarom haar methode wel zou werken bij ME.

Het in kaart brengen van je eigen valkuilen en vermoeidheid uitlokkende factoren kan natuurlijk voor iedereen zinvol zijn. Ik deed dat allemaal al in therapie en knapte daar mentaal wel van op maar fysiek niet.

Ik denk niet dat de OR-methode, die ook nog (nog) geen evidence-based behandeling is, geschikt is voor ME-patiënten. Volgens de internationale consensuscriteria (ICC) met betrekking tot ME is post exertionele malaise (PEM) het kenmerkende symptoom van ME. Als een patiënt geen PEM ervaart, voldoet die niet aan de criteria voor ME . Voldoe je wel aan die criteria dan moet je nooit zomaar op eigen houtje beweging gaan opbouwen, ook al gebeurt dat nog zo voorzichtig. (ICC)

Het graduele opbouwschema dat in het boek wordt gebruikt, mag dan volgens haar voorzichtig zijn, het kan geheel verkeerd uitpakken bij ME. Ze gaat uit van een wekelijkse verhoging van activiteiten van 10 a 15%. Ik ben daar zelf echt compleet van onderuit gegaan tijdens mijn graduele beweegtherapieën.

Mijn eigen behandelaar en ME-specialist stelt dat vooruitgang van 1% per maand mogelijk zou kunnen zijn als er goed wordt gepaced en PEM wordt vermeden. Dat staat zorgwekkend ver af van een wekelijkse ophoging van 10 tot 15 %.

Fleming waarschuwt op haar site ook voor beweging bij PEM en adviseert te overleggen met de behandelend arts. Dat is bij ME natuurlijk net het probleem. De kans dat er een arts is met verstand van ME, is bijzonder klein. Een verkeerd advies is dus zo gegeven.

Dan is ook nog eens 50% van de ME-patiënten verkeerd gediagnosticeerd, ze voldoen niet aan de ICC-criteria. Ik vermoed dat dat een verklaring zou kunnen zijn voor het feit dat deze methode bij sommige ‘ME-patiënten’ aanslaat.

Ik herken me niet in de voorbeelden
Ik voelde me als ME-patiënt niet aangesproken door de gebruikte voorbeelden in het boek. Het gaat veelal uit van een werksituatie, van ‘alle ballen in de lucht houden’ of een drukker sociaal leven dan bij ME mogelijk is. Ik vraag mij oprecht af of de ernst van de ziekte ME wel wordt begrepen, als er wordt gezegd dat het boek ook geschikt is voor CVS patiënten bij wie CGT/GET niet werkt. Zelfs contact met mijn eigen man is beperkt omdat meer niet mogelijk is. Zou die realiteit wel bekend zijn?

Meer onderzoek nodig
Er zou meer onderzoek moeten worden gedaan naar de OR-methode waarbij er ook een heel duidelijk onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen de patiënten met verschillende ziektes. Zodat duidelijk kan worden bij wie haar methode wel en niet aanslaat en voor wie het veilig is om te doen.

Gezien de vele enthousiaste reacties op het boek vermoed ik dat haar methode wellicht helpt bij vermoeidheid die voorkomt bij veel andere aandoeningen en situaties.

Geen aanrader voor ME-patiënten
Lotgenoten raad ik aan zich voor behandeling te wenden tot een ME-specialist en niet een gezondheidspsycholoog. In overleg met een ME-specialist kan pacing, pre-emptive resting, het binnen de grenzen blijven worden ingezet naast eventuele medicatie om symptomen te verlichten. In ieder geval tot de medische wetenschap daadwerkelijk behandelingen ontwikkelt en medische interventies succesvol kunnen zijn.

Ik beveel dit boek niet aan bij ME. Het komt door de nadruk op stress, trauma, gedrag en het opbouwen van beweging over als CGT/GET-light. Ik vind dat psychologen zich verre moeten houden van de behandeling van ME-patiënten, tenzij het gaat om ze te helpen bij rouw en verlies door de ziekte.

Review Landziek. Een medische geschiedenis

Boekpresentatie
Donderdag 29 februari jl.. hieven we tijdens een feestelijke online boekpresentatie het glas op lotgenoot en Neerlandica Mariëlle Selser, wier boek ‘Landziek. Een medische geschiedenis’ twee dagen eerder was verschenen. Een lijvig boekwerk – waaraan ze maar liefst zeven jaar werkte – over onder meer haar persoonlijke ziektegeschiedenis met ME. Daarnaast is het ook een poging grip te krijgen op een wereld waarin de overheid en de zorgsector ernstig in gebreke blijven met hun zorg voor ME-patiënten en de redenen daarachter.

Een brug
Mariëlle wilde in eerste instantie een brug bouwen: “Het voelt als een hopeloze onderneming wat ik hier probeer te doen: woordeloze tijd verhalen. (…) De tussentijd (…) waarin ik me nu al langer dan ik voor mogelijk hield bevind en mijn oude vanzelfsprekende wereld, die in een razend tempo is door blijven draaien en mij met middelpuntvliedende kracht wegslingerde, aan elkaar verbinden. Een brug van woorden waar ik overheen kan lopen. Terug naar de wereld die ik verloor.”

Om zich later te realiseren: “Ik ben helemaal geen brug aan het bouwen. Ik wil beide werelden samen laten vallen. Omdat ze in en door elkaar bestaan.”

Laag na laag schetst ze in 392 pagina’s de contouren van beide werelden en daar waar ze samenvallen.

Het begin
Hoe het begon: tijdens een nachtelijke fietstocht in april 2011 in Den Haag komt er geen einde aan de niet al te lange en voor haar zeer bekende fietsroute. “Mijn benen voelden zwaar en slap, als van een slapend kind.” En: “Het was alsof ik iets onmogelijks van mijn lichaam vroeg.”

Het markeert het begin van haar ziekzijn, al zegt ze heel treffend dat ze natuurlijk helemaal niet wist dát er iets begon. Onwetend stapte ze een drempel over.

Op het moment dat haar benen bij het minste veranderen in “trekdrop”, staat ze midden in het leven als algemeen secretaris en schrijver van het Deltaprogramma. Al jaren werkend bij de overheid bij diverse ministeries, is ze gewend de touwen strak in handen te hebben. In haar vrije tijd is ze een verwoed zeiler.

Ziekmeldingen en re-integreren
Een periode van ziekmeldingen en re-integreren breekt aan. Ze ondervindt dat het leven niet maakbaar is en dat de door haar gevolgde behandeling van cognitieve gedragstherapie helemaal geen blijvende verbetering oplevert, alle beloftes ten spijt. De voor velen van ons herkenbare zoektocht naar wat dan wél doen qua behandeling, levert ook weinig op. We ‘zien’ haar aftakelen, haar wereld en mobiliteit worden steeds beperkter, haar sociale leven steeds kleiner.

Veel meer dan een persoonlijke ziektegeschiedenis
Maar Landziek is niet alleen een persoonlijke ziektegeschiedenis, het is veel meer dan dat. Ze onderzoekt in het groot én het klein wat ME is, de omgang door de samenleving en de zorgsector met ME, de geschiedenis van de ziekte beginnend in de jaren dertig van de vorige eeuw, het belang van juiste diagnosecriteria, de hoofdrolspelers in de zorgsector en de ontwikkeling van cognitieve gedragstherapie speciaal voor ME, de erkenning van de ziekte en het Burgerinitiatief van Groep ME Den Haag, de diverse rapporten van de Gezondheidsraad en tot slot het roulettespel dat de gemiddelde UWV-keuring voor ME-patiënten is. Deze opsomming is bij lange na trouwens niet compleet.  

Aanrader
Selser schreef haar naslagwerk (want dat is het geworden) aan de hand van persoonlijke mails, sms’jes, appjes én wetenschappelijke en parlementaire bronnen. In prachtig proza, de ene na de andere magnifieke zin op papier toverend, neemt ze jou bij de hand. Voor een niet ingewijde zal het lezen als een spannend verhaal, voor de wél ingewijde in de ME-wereld is het een verdieping van kennis op een manier zoals ik niet eerder in Nederland op papier heb gezien.

Daarnaast is haar persoonlijke ziektegeschiedenis herkenbaar en ontroerend, soms zeer pijnlijk om te lezen. Het haalde veel diep weggestopte herinneringen omhoog.

Kortom…
Koop dit boek, leen het, lees het, geef het of leen het uit aan je arts, je familie, je vrienden. Duw het onder de neus van die mensen in je omgeving die keer op keer jouw ziekterealiteit ontkennen. Het leest als een thriller, beukt erin als een mokerslag en gaat ongetwijfeld zorgen voor meer en beter begrip van de positie van ME-patiënten bij die mensen die het lezen.

Dank aan Uitgeverij Querido Fosfor voor het recensie-exemplaar.

Martine

Landziek. Een medische geschiedenis, Mariëlle Selser
(online) verkrijgbaar bij de boekhandel als paperback, e-boek en luisterboek

Alle citaten zijn afkomstig uit het boek.

Foto: Archief Martine