Drukte in de hal

Mijn agenda is leeg
maar mijn hoofd is vol.
Dat zit zo.
Er wordt gebeld.
Ik neem op 
en voer een gesprek.
5 minuten,
meer niet.
Dan wordt er
weer gebeld.
Weer een gesprek,
5 minuten,
meer niet.
Kort bezoek,
uurtje,
meer niet.
Glazenwasser
staat tussentijds
op de stoep.
Ook even praten.
Nou ja,
meer slap ouwehoeren.
Dan weer de telefoon.
Wat moeten
al die mensen 
toch van mij!
(meestal geld)
Of ik
de ijsbeer
wil redden.
Wel hoor,
wil ik wel.
O ja,
eten maken.
Eigenlijk
is de energie op,
weg foetsie.

En dan,
laptop kapot,
als in kaduuk,
doet het niet meer,
de geest gegeven,
kassiewijle.
Stress,
want: laten maken
of nieuwe kopen?
Beslissingen nemen,
liefst nu,
meteen,
onmiddellijk!
De laptop
is mijn mobiele eenheid
naar de buitenwereld toe.

In de nacht,
in bed,
vraagt mijn laptop
aan mij
of ik ijsberen wil redden
door mijn ramen
te laten lappen..

Mijn hoofd
zit vol.
Alle informatie
en woorden van de dag
verdommen het
om netjes
 naar de afgesproken laatjes
te gaan.

Wederom
is mijn aankomsthal
veranderd in een
vergaarbak
van woorden, emoties,
herinneringen en beelden
die niet netjes
in een rij
gaan staan
maar door elkaar
blijven rennen.
Zie ze dán
maar eens
te pakken
te krijgen.

In de ochtend
is de vrouw
die ik gisteren
nog was
overgenomen
door een griezel
met piekhaar en
enorme wallen
die gelukkig
op de laptop
van het kind
haar onzin
de wereld
in kan sturen
zodat die woorden
in ieder geval
niet meer
in de aankomsthal
blijven hangen.

Nu de rest nog
uit dat brein
zien te krijgen.
Ik denk
dat ik maar begin
met die ijsbeer…

Waar is de kluts?

Zeg,
hoor eens,
ik ben de kluts kwijt.
Zó maar ineens,
poef, weg was de kluts.
Het laatst zag ik de kluts
in een hoekje
op zijn hurken zitten.
Maar ja,
wát zijn hurken 
en waar zitten die dan?
Weet ik niet
wat en wáár,
dan kan ik wel zoeken
naar die kluts
tot ik een ons weeg.
Nou en dát moment,
tot ik een ons weeg,
daar zijn we
ver van verwijderd.
Want ik zoek vooral
vanaf de bank
en vanaf het bed.
Tja,
dan vind je geen kluts.
Wél een Rubensvrouw
met weelderige vormen
ter compensatie
van de beperkte energievoorraad.
Maar dát is weer een ander verhaal.

Terug naar de kluts.

Ik had hem nog
tot ik eerder deze week
oude koeien uit de sloot haalde.
En ineens stortte mijn kaartenhuis
helemaal in elkaar.
Jezelf zijn en worden
is net zo pijnlijk 
als een uitje pellen en snijden.
Telkens als je denkt
nu lukt het zonder te janken,
begint het tóch weer te stromen.
Dus dáár is die kluts gebleven!
Ik blijf heel stil zitten
tot de kluts terugkomt
en weer netjes
 op zijn hurken gaat zitten.
Tot die tijd
vermaak ik me wel
met flauwe woordgrapjes
en spelletjes.
Daar houd ik van
 en de kluts ook.
Komt ie misschien
nog sneller terug ook…

Herfstblues

Straks, 
als ik beter ben,
ga ik
wil ik
en zal ik.
Je begrijpt vast 
wat ik bedoel. 
Waar zal ik
eens beginnen,
straks
als het zover is?
Wat eerst?
Maar wat 
als ik straks 
niet beter word?
Straks 
is trouwens 
nu
voor je het weet.
En nu,
nou,
dát ken ik wel.
Ik leef al jaren
in het nu.
Straks
is nu
met net 
een beetje meer.
Een beetje meer energie,
een beetje meer gezondheid,
een beetje meer veerkracht
en een beetje meer vooruitzicht
op een leven
zoals ik het 
graag zou willen.
Nou, 
kom maar op,
met dat straks!
Ik ben er 
klaar voor
en het moment
is voorbij
voor je het weet.
Zit ik 
als ik niet uitkijk
wéér een eeuwigheid
te wachten,
op straks, 
als ik beter ben…  

Door stroop lopen

Het is najaar, de dagen worden korter, we krijgen minder licht en hoppa, ik heb het gevoel door stroop te lopen. Dat is niet onverwacht, ik heb elk jaar rond deze tijd een terugslag. Dit keer is het iets sneller en feller. Een oorzaak kan zijn dat mijn jaarlijkse opleving deze zomer wat minder was. De start van een beugeltraject én het stoppen met slaapmedicatie hakten er denk ik toch wel behoorlijk in.

Spijt heb ik daar niet van. In de spiegel zie ik nu al resultaten, na slechts 3 maanden. Natuurlijk ben ik nog lang niet klaar, maar de scheve boventand waar het me allemaal om te doen is, staat inmiddels recht. De tand staat nu braaf tussen zijn buurtanden in en niet half verstopt achter een andere tand.

En zonder slaapmedicatie voelt het voor mij ook veel beter. Ik ben nu in de ochtend sneller alert en veel minder suf. Ik werd wel nog vaak en veel wakker, dat was immers de reden dat ik ooit slaapmedicatie kreeg voorgeschreven. Maar ook daar heb ik een oplossing voor: mijn nieuwe behandeling.

Ik ben nu drie keer bij de Buteykotherapeut geweest. Het is nog te vroeg om conclusies te trekken maar ik ben wel positief over wat ik tot nu toe voel in mijn lijf. Het is een ademhalingstherapie die uitgaat van de gedachte dat veel mensen te vaak en te diep ademhalen. Hierdoor houden ze te weinig koolzuur binnen. En dat koolzuur hebben we nodig voor heel veel dingen onder meer voor zuurstoftoevoer naar de spieren maar ook voor een ontspannen zenuwstelsel. 

Een tekort aan koolzuurgas kan de oorzaak zijn van op het eerste gezicht verschillende aandoeningen: van het zenuwstelsel, het endocriene systeem, het systeem van hart en bloedvaten, het spijsverteringssysteem, het systeem van botten en spieren en van welke stofwisselingsstoringen dan ook. (citaat: de buteykomethode).

Genezen van ME/CVS is een eindeloze zoektocht en uitproberen van behandelingen. Het is geen duidelijk afgebakende aandoening, het is veeleer een cluster van klachten dat samen het label ME draagt. Dus is het telkens weer uitproberen. Soms help ik mezelf een stapje vooruit, soms doet een behandeling niets en blijkt het weggegooid geld te zijn maar echt slechter word ik er nooit van. En ik leer toch steeds meer over wat werkt voor mij. Dat is gunstig.

Ik doe nu twee keer per dag een ademhalingsoefening, doe als het zo uitkomt ook wat aandachtsoefeningen (als ik merk dat de ademhaling niet goed is) en in de nacht adem ik ook zo veel mogelijk alleen door de neus, want dat is de bedoeling. De effecten van alleen door de neus ademen, merkte ik al heel snel: ik heb warmere handen en voeten en voel me behoorlijk ontspannen. Om ook in de nacht door de neus te ademen, plak ik mijn mond af met van dat schilders-afplaktape. Natuurlijk schrok ik wel even van deze opdracht, maar ik heb nu bijna 2 weken zo geslapen en verdomd: ik slaap door en ik slaap veel dieper. Mijn spieren zijn veel meer ontspannen dan voorheen bij het wakker worden! Wauw, wat een vooruitgang! Als ik verder geen progressie maak en het hier bij blijft, dan ben ik al tevreden. Iedereen die regelmatig slapeloze nachten kent, begrijpt vast waarom.

Beter slapen dus. Maar nog wel moe. Zó snel verdwijnt dat natuurlijk niet en ik heb echt een terugslag. De fysiotherapeut heb ik afgezegd want er valt niet zo veel te revalideren als douchen weer een activiteit is waar ik van bij moet komen. Kortom, de terugslag, de net doorgemaakte griep en de vallende blaadjes die op mijn gemoed inwerken, maken dat ik door stroop loop.

Och en wee, het is toch wat. Nee hoor, het is zoals het is. Het betekent vooral dat ik gewoon weer even flink moet schakelen. Wat lang wel kon, kan nu niet meer. Ik moet opnieuw zoeken naar waar de grens ligt, meer doseren en beter vooruit kijken.

Volgende week hebben we een begrafenis, de opa van M. is gaan hemelen. De man was ver in de negentig dus dat kwam natuurlijk niet onverwacht. Een begrafenis hakt er voor mij erg in. Het is niet naast de deur en met het heen en weer rijden en het afscheid, koffie plus maaltijd dan wel samenzijn, zijn we wel een dag kwijt.

Dus schakel ik nu naadloos over op de noodstand (kijk eens hoe flexibel ik ben!). Bij elke activiteit bedenken: moet dit nu? Is dit echt nodig? Die vragen stellen én beantwoorden, levert mij altijd veel op. Bijvoorbeeld het inzicht dat ik het blog dus even laat voor wat het is.

Dus: fijn weekend allemaal en ik ben er even niet.

De wereld en ik

Net als anderen heb ik grote moeite met wat er in de wereld gebeurt momenteel. Dat had ik al – er is altijd wel ergens iets heel erg aan de hand – maar door de sociale media worden we steeds beter op de hoogte gehouden van alle drama’s. De persoonlijke vakantiehoogtepunten van vrienden staan in steeds scherper contrast met de drama’s die er op de tijdlijn van mijn FB-account binnenkomen. Want een FB-account is niet alleen een manier om contact te houden met de (vaak schijn)wereld van onze kennissen en vrienden maar ook een manier om op de hoogte te blijven van wat je interesseert. Dus komt er dagelijks een curieuze spagaat mijn wereld binnen van vluchtelingenleed, dierenleed,  gezondheidsnieuws en paleorecepten naast de vakantiekiekjes van de GEWELDIGE VAKANTIE WAT IS CHILI TOCH MOOI!- van mensen waar ik vroeger veel mee omging.

Met die vakantiekiekjes kan ik vaak niets, het voelt toch als gluren in andermans foto-album, soms is het zó intiem. Het getoonde leed op mijn tijdlijn is meestal iets waar ik actie tegen moet ondernemen. Dus teken ik tegen de praktijk om de wil van olifanten te breken, tegen hond-zwijngevechten in de VS, volg ik op de amivedipagina welk dier in mijn omgeving wordt vermist en soms ook weer wordt gevonden en zie ik soms foto’s waarvan ik lang en hard moet huilen.

De inmiddels wereldberoemde en schokkende foto van de 3-jarige kleuter Aylan is niet meer van mijn netvlies te halen. Zonder de foto was mijn inlevingsvermogen ook al wel voldoende. Neemt niet weg dat dit ene beeld meer zegt dan 1000 woorden. Het komt allemaal zo hard binnen.  En dan zit ik nog droog en veilig met een dak boven mijn hoofd. Dat levert een schurend gevoel op. Het gevoel overheerst dat ik niet weet wat ik hier aan kan doen. Geld geven voor opvang, ja natuurlijk. Maar verder? Ik heb niet de illusie dat ik een getraumatiseerde vluchteling kan opvangen in eigen huis. De realiteit is dat je denkt aan een schattige kleuter die hulp nodig heeft maar die blijkt in het echie een volwassene te zijn die je hoogstwaarschijnlijk niet verstaat en hulp nodig heeft die je niet kan bieden. Neemt niet weg dat ik respect en bewondering heb voor de mensen die wel vluchtelingen in huis nemen.

Daarbij komt dat ik niet in de situatie ben om iemand in huis op te nemen. Bezoek trek ik net, als ze niet te lang blijven. Dat besef draagt bij aan een machteloos gevoel wat als ik niet uitkijk omslaat in boosheid. Het lijkt allemaal zo zinloos. Dat maakt ook dat ik nu zoveel moeite heb met het gewone dagelijkse leven. Maar ik besef me ook dat het september is. En dat ik gewoon braaf mijn vitamine D pillen moet gaan slikken. Want vallende blaadjes en het gemoed, dát verhaal. Misschien is het ook al weer tijd voor de daglichtlamp. En dat ik ongesteld ben zal ook niet echt meehelpen.

Neemt niet weg dat het drama groot is en moeilijk te vatten. Hoe vind je als gewoon individu hier een omgang mee? We verkeren niet allemaal in de situatie dat we een stichting kunnen oprichten en met een bus vol spullen naar Kos kunnen rijden. Hoe zoek jij die balans?

Levenswensen en hobbels op de weg

Soms word ik er even aan herinnerd dat het leven anders loopt dan vooraf gedacht. Door een stem uit het verleden – een jeugdliefde nam contact met me op – kom ik al mailend tot de conclusie dat het leven absoluut niet is geworden zoals ik het vroeger had gehoopt (bij wie wel trouwens, maar nu heb ik het even over mezelf). Of door een mooi stuk van Weg naar zelfvoorziening dat in mijn hoofd bleef spoken. Hierin schrijft ze te twijfelen of ze nog op het rechte pad loopt. Haar hang naar zelfvoorzienend leven staat haaks op haar deelname aan het zelfdestructieve systeem, zoals zij het omschrijft. Het is een mooi blogje, met stof tot nadenken, lees het maar eens.

Sommige mensen doen heel veel om zich te ontwikkelen en hun levenspad te ontdekken en te volgen. Ze kopen een stuk grond, volgen een opleiding, gaan moestuinieren, gaan bij hun partner weg, ze stippelen van alles uit over hun levens, maken planningen van ‘over 5 jaar staan we hier en over 10 jaar zijn we klaar en gaan we met vroegpensioen’.

Ik sta op een punt in mijn leven dat van plannen maken geen sprake kan zijn. Ik ben nog steeds – ondanks alle vooruitgang – aan het overleven. Eén slechte nacht en alles ligt stil, wegens het gebrek aan reserves. Ik kan wel bedenken wat ik zou willen maar de kans dat dit lukt is heel klein. Dus doe ik het maar niet meer. Ik hobbel gedurende de dag nog steeds van moment naar moment. Is aankleden en opstarten gelukt dan kan ik misschien in de middag even naar de bieb. Maar niet als ik naar de fysio moet. Dan gaat de energie daar naar toe. En neem ik dus ook maar niet de rinkelende telefoon op. Want ik wil energie hebben om naar de fysio te fietsen, daar mijn verhaal te doen en te bespreken wat we de komende tijd gaan doen en weer naar huis fietsen. Waar ik mezelf in de wachtstand zet zodat ik in de namiddag het avondeten kan maken.

Op een dag zoals vandaag loopt alles anders dan normaal. Vanavond hebben we een voorlichtingsavond op school van half 8 tot half 10. Dat betekent dat ik de hele dag een aangepast programma moet draaien om te zorgen dat ik daar vanavond inderdaad naar toe kan gaan. Morgen ga ik ook weer naar de fysio en dat betekent weer dat het handig is als ik niet hoef te koken, want ik ben morgen vast moe van vandaag. De kans dat ik slecht slaap is groot, door de extra prikkels van het in de avond weg zijn.

Dat is geen doemdenken, dat is gewoon zoals het gaat. Dat betekent niet dat ik nooit nadenk over mijn levenspad of mijn ontwikkeling. Als je mijn ontwikkeling al in een zin zou kunnen samenvatten dan is het: ‘mezelf ontdoen van al het onnodige en het moeten’. Ik doe heel veel niet. In feite doe ik steeds minder. Maar voel ik me mentaal steeds beter. Ik kom steeds meer in de buurt van mezelf. Was ik vroeger in de ‘gezonde tijd’  regelmatig op zoek naar mezelf – ik raakte mezelf om de haverklap kwijt door de ratrace – nu struikel ik steeds vaker over mezelf. De verschillende delen van mij schuiven in elkaar en het past steeds beter. En dat voelt goed.

En ik denk grappig genoeg dat dát het gevoel is waar zoveel mensen naar op zoek zijn. Het gevoel zichzelf te kunnen zijn. Alleen is mijn weg en les dat het niet zo zeer uitmaakt wat je doet maar hoe je het doet. In mijn geval: accepteren dat de hobbels er zijn en vooral blijven ademen. Ook een slak komt op zijn eindbestemming.

55 jaar getrouwd

Vandaag zijn mijn ouders 55 jaar getrouwd. Niet dat het uitbundig gevierd wordt, want de bruidegom in kwestie is 9 jaar geleden gaan hemelen, de boef. Mijn moeder bleef alleen achter in het huwelijk. Toch is ze nog steeds getrouwd, ze voelt zich getrouwd.

Mijn moeder was heel jong dat ze mijn vader leerde kennen, een jaar of 14, een meisje nog. Het schijnt dat ze al in bed lag en er door haar moeder – mijn oma – uit werd gesleept omdat er een enorme spetter op de bank beneden zat. Ik denk dat mijn vader daar was via mijn oom en vrienden van mijn oom.

Afijn, het was liefde op het eerste gezicht en laatste gezicht. Ze trouwden, kregen twee dochters en hadden het goed samen. Mijn vader is 20 jaar ziek geweest voor hij overleed en dat was zeker voor mijn moeder niet makkelijk. Maar hij beschikte over een enorme dosis humor en dat maakte denk ik veel goed.

Mijn moeder is zonder mijn vader door gegaan. Voor het eerst in haar leven woonde ze alleen, nam alle beslissingen alleen. In haar leven is geen ruimte voor een andere man. Weduwen in haar omgeving hertrouwden, vonden een andere partner maar zij doet dat niet. Haar hart is nog vol. Vol van mijn vader. Ze is nog steeds getrouwd en zet haar huwelijk in haar eentje voort. Omdat ze daar voor kiest.

Ze is niet zielig. Ze geniet vaak van het alleen wonen. Van het met niemand meer rekening hoeven te houden. Van de vrijheid die ze nu heeft. Ze was immers door de ziekte van mijn vader jaren aan huis gekluisterd. Nu kan ze gaan en staan waar ze wil. Een paar dagen naar mijn zus in Assen gaan, ze ging met ons een paar keer mee op vakantie maar ook soms gewoon even mee naar het strand, dat was allemaal niet mogelijk in de laatste levensjaren van mijn vader.

Daar kan ze van genieten, maar het gemis is er nog steeds. Ze houdt nog steeds maar van één man. 55 jaar getrouwd dus, om 14 uur in de middag. In liefdevolle herinnering aan mijn vader…

Zeehonden gespot


  

Na jaren 
van bankliggen
wordt het kleine groot
en het grote klein.
Genieten
kan op veel manieren
maar och wat is het fijn
om ook eens gewoon mee te gaan.
Ik zat op de boot,
keek om me heen
en zag dingen
die ik een paar jaar geleden
niet meer had verwacht 
te kunnen zien.
De zorgeloosheid
van kunnen uitwaaien,
zeehonden spotten,
‘gewoon’ met zijn 3-en
op stap zijn,
is onbetaalbaar.
En fijn,
héél fijn.
 

Weekend zonder de mannen

Vandaag halverwege de dag vertrekken M. en S. richting schoonouders. S. blijft daar dan tot zondagmiddag en M. rijdt door naar een vriend en vriendin van hem, met wie hij naar North Sea Jazz gaat. M. haalt S. zondag weer op en samen gaan ze dan naar de laatste dag van het Jazzfestival. Zondagnacht komen ze weer naar huis, met een thuis vol cd’s waarschijnlijk. S. valt trouwens met zijn neus in de boter want naast het muziekfestival gaat hij met zijn opa en oma ook naar Cirque Éloize, een soort spektakelcircus a la Cirque due Soleil…

Ik heb dus 3 dagen het rijk alleen hier en dat is inmiddels een jaarlijks terugkerend ritueel. M. gaat al zo lang als ik hem ken 3 dagen naar North Sea Jazz, behalve die ene keer dat ik per ongeluk onze zomervakantie zo boekte dat het jazzweekend toevallig nét viel op het zelfde moment als onze vakantie in Toscane. Een fout die mij nog lang is nagedragen maar ik blijf halsstarrig volhouden dat hij dan ook maar beter had moeten opletten toen ik hem de data door mailde. Inmiddels ben ik wel zo ‘afgericht’ dat ik weet dat het 2e weekend van juli heilig is.

Sinds twee jaar gaat S. met M, mee op de laatste dag van het festival en hij vindt het geweldig. Ze bespreken vooraf het programma en wat ze willen bekijken en komen razend enthousiast terug. Voorgaande jaren vond ik het soms wel moeilijk om alleen achter te blijven. Het is gewoon niet heel leuk als je weet dat je gezin allemaal leuke dingen gaat doen en jij achterblijft omdat je je als een vaatdoek voelt. In de jaren voordat S. en M. samen gingen, was ik het hele weekend dan alleen met S. en was dat voor mij best zwaar, ook al kreeg ik vaak hulp van mijn moeder. Als je de hele dag plat ligt is het echt fijn als er een partner in de buurt is die je kind of jou kan verzorgen. Ik kon wel iets natuurlijk, maar niet veel en tegen de tijd dat M. op zondagnacht weer thuis kwam, was ik altijd helemaal uitgepoept. Dat klinkt niet aardig naar S. toe, ik bedoel dat ook niet onaardig, het was en is het liefste en makkelijkste kind ooit, maar het hebben van ME is geen grapje. In zo’n situatie een paar dagen alleen voor je nog kleine kind zorgen is dan gewoon echt zwaar. Toch heb ik M.  altijd enthousiast uitgezwaaid en nooit gezegd dat ik niet wilde dat hij ging. Die 3 dagen muziek zijn voor hem zó belangrijk en het hoogtepunt van het jaar. Ik heb het hem dan ook altijd van harte gegund en genoot ervan om na 3 dagen zo’n heerlijk ontspannen man terug te krijgen.

Dit jaar heb ik voor het eerst helemaal geen moeite met het ‘alleen achter blijven’, het voelt zelfs compleet anders en ik besef me dat dit komt omdat ik me zo veel beter voel. Ik heb een DVD-serie die ik wil gaan kijken in de avonden (seizoen 2 van The Legacy), op zaterdag komt er een oud-collega van mij op bezoek (van mijn eerste baan meer dan 20 jaar geleden), iets waar ik me enorm op verheug en verder ga ik gewoon van het weer genieten, veel lezen, lekker tutten met de katten en genieten van het alleen zijn. De mannen gaan iets leuks doen en ik ook. Dat voelt goed!

Fijn weekend allemaal!

Zaterdag

Hoe het hier is? Nou een zanderig zootje….maar de man gaat onvermoeibaar door met sjouwen en betegelen, dus we houden de moed er maar in en ik douw er af en toe wat eten in…