Verzet tegen rust

Omdat ik ziek ben en altijd extreem uitgeput, heeft mijn lichaam veel rust nodig. Meer dan gezonde mensen. Meer dan mensen zich kunnen voorstellen. Temeer daar mijn slaap van slechte kwaliteit is. Ik word nooit uitgerust wakker. Wel wakker met hoofdpijn, met suizingen, een gevoel van vergiftiging, met een raar pijnlijk gevoel achter mijn ogen.

Uitgerust wakker worden, wat is dat eigenlijk?

Rusten is dus de basis van mijn dag, het is waar ik steeds weer op terugval.

Ik rust en tussen het rusten door doe ik kleine dingen zoals tandenpoetsen, me wassen, eten, een stukje schrijven. Meer niet.

Ik haat dat rusten.Ik zeg het maar gewoon zoals het is. Alles in mij verzet zich ertegen, en daardoor lukt het regelmatig ook niet.

Want probeer maar eens ‘gehoorzaam’ te rusten als je lijf overprikkeld is. Als je brein overloopt van de gedachten, adrenaline en cortisol. Rusten is dan een gevecht, liggen terwijl alles in je schreeuwt dat je wilt opstaan. Niet omdat je dat kunt maar omdat je het zó zat bent.

Waarom is het toch zo moeilijk om goed toe te geven aan rust?
Misschien omdat het voelt als tijdsverlies? Als iets dat moet? En zodra iets moet, komt het verzet.

Het voelt ook als zinloos, want na het rusten ben ik niet uitgerust. Nooit.

Het voelt ook als afpakken van tijd. Ik ben weliswaar te ziek om iets anders te doen, maar ik beschik niet meer vrij over mijn eigen tijd. Ik kan hem niet meer indelen naar eigen inzicht. Dat raakt aan iets heel fundamenteels: zelfbeschikking.

Natuurlijk heb ik geprobeerd er anders naar te kijken, op een  positievere manier. Zo vertel ik mezelf dat rusten bijdraagt aan stabiliteit. Dat het verslechtering voorkomt.

Ergens geloof ik dat ook.
Tandenpoetsen vind ik ook niet leuk, maar ik doe het toch.
Zou ik ook zo naar rusten kunnen kijken?

Misschien wel. Alleen tandenpoetsen slokt niet 90% van mijn dag op, rusten wel.

En daar wringt het. Want rust voelt niet als iets doen maar als stilstand en  passiviteit. Ik ben zó geconditioneerd dat ik moet bijdragen, bewegen en iets afvinken, nog steeds na 18 jaar ME. Niet-doen, iets laten, voelt vaak alsof ik iets fout doe.

Het vraagt dus om overgave. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal. En die overgave is geen knop die je indrukt, maar een worsteling, ik lig regelmatig een potje te vrijworstelen met mezelf.

Dat klinkt dramatisch, maar het is gelukkig niet altijd zo. Op sommige dagen ervaar ik meer mentale rust en lukt het me beter om ook fysiek te rusten. En tijdens een zware PEM is er überhaupt niets anders mogelijk, dan rust ik zonder morren. Dan is mijn lichaam zó overduidelijk de baas, dat er niets meer te onderhandelen valt.

De uitdaging zit in de betere dagen. Dagen waarop er een klein beetje ruimte lijkt te zijn en juist dan moet ik rusten. Dat is stom. Juist dan terwijl mijn levenslust opspeelt, alles in mij gilt dat het nú even kan, pak het moment, pluk de dag, tralala.

Dan doe ik dus teveel en weet ik de dag erop weer waarom dat rusten zo noodzakelijk was.

Maar het blijft stom. Zo!


ps: ja, ik doe al aan zenuwstelsel regulering, mediteren, ademhalingsoefeningen, nervus vagus stimuleren etc. Reacties zijn welkom, ongevraagd advies niet.

3 gedachten over “Verzet tegen rust

  1. Yep, pats weer raak! Zit met tranen, want zo voelt het en niet anders. We willen blijven vechten, alleen is dit gevecht vooralsnog niet te winnen. Een beetje pleisters plakken hier en daar, om iig wat slaap te krijgen, verlichten van pijn etc

    lieve groet

    Geliked door 1 persoon

  2. Zelf vind ik het het moeilijkst dat ik sociaal ongewenst gedrag ga vertonen. Als ik te moe ben, heb ik geen energie meer om mensen te woord te staan die nu de berging willen gaan repareren en die “alleen even de sleutel hoeven en mij alles uit handen zullen nemen”, omdat het gesprek zelf en de onderhandeling erover mij al overprikkeld maken tot aan de draad. Dit komt dan “ondankbaar” of “onaardig” over. Vooral als ze zie dat ik soms andere dingen wel doe. Tegenwoordig doe ik de deur dan maar niet meer open, maar mis dan soms ook goede dingen die ik wel aankan. Mijn man zegt altijd: “Dan vinden ze je maar niet aardig”. Zelf vind ik dat een hele lastige, want het voelt zo oneerlijk dat ik er wel op beoordeeld word. “Vertrouw je ons niet?”, kreeg ik als tegenvraag op het aangeven van mijn grens… En tegen de tijd dat ik daar een antwoord op heb gegeven, lig ik onder de tafel.

    Geliked door 1 persoon

Zeg het maar!