Rouw 🐾

Wie huisdieren heeft, weet dat het ooit komt: afscheid. Dat is moeilijk, doet pijn en vraagt veel van ons. We moeten zelfs in de meeste gevallen zelf beslissen wanneer het “genoeg” is geweest.

Ik heb mijn hele volwassen leven katten gehad en nam eerder afscheid van Joris, Dorrit, Job, Smoes en Moos. Maar afscheid nemen van Dibbes is heftiger.


Natuurlijk zitten ze allemaal in mijn hart. Maar Dibbes zit nƩt een niveau dieper, op zielsniveau.

Vanaf het moment dat hij onze tuin kwam binnenwandelen, miserabel, bang en ziek, met ogen die bijna niets zagen, voelde ik een onverklaarbare band. Ik rustte niet voordat deze kat gered was. Dus verleidde ik hem met zoete woordjes en een brokjes-spoor dat elke dag een stukje langer werd, zo het huis in. Een proces dat een half jaar in beslag nam.

Dit hele traject kende veel pieken en dalen. Kleine overwinningen werden afgewisseld met diepe frustratie als hij ergens van schrok en voor dagen verdween.

Pas toen hij daadwerkelijk bij ons woonde en geopereerd was aan entropion, een pijnlijke oogziekte, bloeide hij op en werd zijn karakter goed zichtbaar. Grappig, aandoenlijk, lief, overweldigend in zijn liefde voor ons.

Wel met wat trauma’s. Jaren van zwerven hebben sporen achtergelaten. Die trauma’s werden heel langzaam losgelaten naarmate het vertrouwen groeide. Na tien jaar mocht ik hem bijvoorbeeld optillen en in de reismand zetten als we naar de dierenarts moesten, iets wat de jaren ervoor ondenkbaar was.

Waar ik was, was Dibbes. Aangezien ik vrijwel altijd in bed lig, hield hij me daar altijd gezelschap. Veel drang om naar buiten te gaan had hij ook niet meer. Lieten we hem door de voordeur naar buiten, dan sloeg hij twee keer linksaf, de steeg in om door de achtertuin weer terug te komen. Uitgewandeld.

De wereld van Dibbes bestond vooral uit mijn bed, de etensbak en de achtertuin met verschillende fijne zonnige plekjes.

Sinds ik bedgebonden leef, heb ik altijd in bed gelegen met Dibbes in mijn nek, tegen mijn buik of op mijn schoot, knieƫn of voeten. Er was altijd contact. En ik denk dat hij net zoveel aan mij had als ik aan hem, een soort co-regulatie.

Natuurlijk lagen de andere katten ook regelmatig bij me. Maar Dibbes was next level. En het gat dat hij achterlaat is dat ook.

Rouwen terwijl je in bed ligt, en niet even kunt ontsnappen door een lange wandeling te gaan maken of het huis te gaan poetsen, is rouw die continu doorgaat. Mijn lichaam mist de constante druk van Dibbes die tegen mij aan ligt en dat doet pijn. Mijn geest rouwt om het verlies van de meest bijzondere kat ooit, en waar we het meest voor hebben gevochten. Om zijn vertrouwen te winnen, hem beter te maken na zijn oogziekte, en hem in leven te houden nadat hij ziek werd 3,5 week geleden.

Wat rest is een overweldigende uitputting, verdriet en pijn. Het is voor mij nog te vroeg om te kunnen zien dat wij zijn leven ten goede hebben gekeerd of om terug te kijken op de mooie momenten. Ik zit nu in een diep zwart gat.

Martine

Zeg het maar!