Flashback UWjeweetwel keuring

Laatst schreef ik over het hebben van een buffer en het verlagen van de vaste lasten om meer grip te krijgen. Het is natuurlijk nooit zeker of je daarmee die grip ook echt krijgt. Het leven haalt rare fratsen uit en een ongeluk of pech komt vaak uit onverwachte hoek.

Eén van de meest ingrijpende dingen die ik heb meegemaakt – naast een nare rechtszaak en het op straat worden gezet, letterlijk, met 2 katten onder mijn arm én het feit dat ik ME/CVS heb gekregen –  is toch wel het verlies van mijn arbeidscapaciteit en de mogelijkheid om zelfstandig voor mijn inkomen te zorgen. De keuring en gesprekken met UW..V-medewerkers zijn echt wel een dieptepunt te noemen. Dat lag niet geheel aan de medewerkers, de meesten deden echt enorm hun best. Maar er is een groot verschil tussen ‘je best doen’ of over inlevingsvermogen beschikken of dat laten blijken. In het hele proces van gekeurd worden, liep ik ook tegen het bureaucratische monster aan dat het UW..V nu eenmaal is. Poststukken die ik naar Alkmaar stuurde kwamen in Amsterdam aan en werden pas doorgestuurd toen de uiterste inleverdatum bijna was verstreken. Het invullen van alle papieren en de dossiervorming vraagt bovendien een alertheid die heel moeilijk op te brengen is, omdat het daar juist vaak aan ontbreekt door het ziekzijn.  Soms omdat gebrek aan concentratie onderdeel van je ziekte is, maar ook heel vaak omdat er zóveel op iemand afkomt die ziek is, dat het overzicht gewoonweg niet meer aanwezig is.

Vandaag heeft een vriendin met wie ik veel mailcontact heb een hoorzitting bij het UW.V. Zij heeft diverse hele nare aandoeningen en kan niet meer werken maar het UW.V is wat anders van mening. Zoals je wel vaker hoort, ging er bij haar behoorlijk wat mis tijdens de keuringen en gesprekken. De ziekte waar ze het meest last van heeft, is erg onbekend en de keuringsarts was niet op de hoogte van de aandoening en nam in eerste instantie ook geen contact op met de behandelend specialist voor nadere informatie. Het is natuurlijk zenuwslopend als iemand die over jou gaat oordelen of je wel of niet kunt werken, weigert zich correct te informeren.

Natuurlijk zijn er ook hele goede en competente UW.V-medewerkers maar toen ik in de keuringsmolen zat, ontkwam ik niet aan het gevoel dat de conclusies schijnbaar soms letterlijk worden genomen op het niveau van ‘u valt niet om tijdens dit gesprek, dus alles doet het’. Dat is echt zenuwslopend. Soms lijk je te worden beoordeeld op je goede bedoelingen en doorzettingsvermogen op een manier die gekmakend is.

– ‘Mevrouw verschijnt op deze afspraak dus is goed in staat haar afspraken na te komen’
 Hallo, het is niet dat je een keus hebt of zo als je een oproep krijgt!

– Mevrouw kan haar linkerarm tot boven haar hoofd optillen dus er zijn geen fysieke beperkingen.
Dit als gevolg van het lichamelijk onderzoek in een apart kamertje. Dat bestond uit een keer de arm omhoog moeten doen en een keer door de knieën gaan.

– Mevrouw voert een normaal gesprek met de keuringsarts, dit is een teken van normale concentratie….
Hoe leg je uit dat alles in je systeem gericht is op het op dat ene moment netjes en vooral volledig antwoord te geven op de vragen? Dat je ervoor nachten wakker lag en erna volledig instort, wordt niet gezien. 

Als gekeurde kom je in een wereld terecht waarin alles omgekeerd lijkt te zijn. Je durft je niet of nauwelijks op te maken, want misschien zie je er wel te goed uit voor een zieke. Maar je wil er ook niet uitzien als een werkonwillige slons, je wil immers wel werken alleen je kunt het niet. Je goede bedoelingen kunnen tegen je worden gebruikt en de situatie an sich is al vragen om problemen. De arts zit er niet voor jou maar hij moet gewoon onderzoeken of jij nog in staat je werkt bent te doen. Voor hem is het een dag als alle andere dagen. Aan de andere kant van de tafel zit een persoon die een heftige periode heeft meegemaakt. Die heeft moeten accepteren dat werken niet meer lukt en die als gevolg daarvan wordt overspoeld met heftige emoties zoals angst over het ziekzijn en de toekomst, angst om inkomensverlies, afscheid van het werk, afscheid van het leven dat je kende, afscheid van je dagelijkse sociale contacten. Dat maakt dat een keuringsgesprek een lading heeft die heel zwaar te dragen is.

Ik kan me heel goed voorstellen dat er tijdens zo’n gesprek een flinke dosis afstandelijkheid wordt bewaard vanuit de keuringsarts. Als deze emoties eenmaal worden toegestaan zit voor je het weet iedereen te snotteren terwijl er juist een onderzoek moet worden gedaan naar de arbeidscapaciteit. Maar er moet toch een middenweg te vinden zijn. De totale emotieloosheid en gebrek aan inlevingsvermogen van ‘mijn’ keuringsarts en de kattige opmerkingen die ik naar mijn hoofd geslingerd kreeg, hebben veel impact gehad.

Het vreemde is dat ik door de sfeer van het gesprek en het totaal uitblijven van informatie, dacht dat ik goedgekeurd zou worden. Na een paar weken mocht ik bij de arbeidsdeskundige komen praten over de resultaten van de keuring en was ik inmiddels door de stress veranderd in een wrak dat niet meer normaal kon praten zonder stotteren. De man was enorm verbaasd dat het ons niet duidelijk was geworden dat er van mij niet werd verwacht aan het werk te gaan.

Later in het proces werden alle stukken ter bevestiging opgestuurd. Daar stond het zwart op wit: voor nu volledig afgekeurd, ik kreeg een WGA-uitkering. Dat is een uitkering voor mensen waarvan verwacht wordt dat ze wel weer ooit aan het werk kunnen gaan. Bij de meegestuurde papieren stond ook een blokje met als onderwerp: reïntegratie. En wat was daar aangevinkt: ‘werkhervatting/reïntegratietraject binnen 3 maanden’.

Daar zat ik weer tegen het plafond. M. was zo vriendelijk te bellen voor mij, want een telefoon vasthouden ging inmiddels niets meer, laat staan een gesprek voeren, zo erg zat ik te schudden van de stress.
Ja, ach dat vinkje, nou dat kunt u negeren hoor. We zijn verplicht om een formulier mee te sturen over reintegratietrajecten en we moeten één van de vinkjes aanvinken. Maar alle vinkjes gaan over werkhervatting en reintegratie. Dus als we niets van u verwachten vullen we het vinkje ‘reintegratietraject opstarten binnen 3 maanden’ aan. Begrijp u?

Nou nee.

Inmiddels is het al jaren geleden het hele traject. Dat dit zoveel impact heeft gehad, was onder meer te wijten aan hoe ik werd benaderd vanuit het UW.V, maar ook schaamte om de eigen situatie, om het niet meer kunnen werken. Pas veel later daalde het besef in dat ik recht heb op een uitkering als gevolg van mijn arbeidsverleden. Pas later heb ik ook gezien dat ik -ondanks de nare sfeer – heel veel geluk heb gehad dát ik ben afgekeurd omdat veel ME-patiënten wel worden goedgekeurd, door de onwetendheid over de impact van de aandoening.

Op dit moment kan ik nog steeds niet werken. Ik schaam me daar niet meer voor net als dat ik me niet meer schaam voor het feit dat ik een uitkering heb. Wel vind ik het nog steeds heel verdrietig dat ik geen arbeidscapaciteit heb en is het besef ingedaald dat de kans aanwezig is dat de situatie blijft zoals het nu is. Dat is heel langzaam gegaan. Ik heb jaren gedacht, ‘als ik deze zomer goed doorkom dan ga ik beginnen met vrijwilligerswerk in het najaar en dan kan ik hopelijk in het nieuwe voorjaar weer aan het werk’. En elke zomer knap ik weliswaar iets op, maar niet zoveel dat ik mijn activiteiten kan uitbreiden. Ik troost me met de wetenschap dat ik door mijn blog soms wel mensen heb kunnen helpen op het gebied van geld of woekerpolissen en dat ik ook veel mensen meer besef heb gegeven van hoe het is om te leven met ME/CVS. door er over te schrijven. Ik probeer dus op mijn manier van nut te zijn.

Toch schrijnt het natuurlijk. Dat schrijnen maakt ook dat we op andere manieren probeer om onze situatie te verbeteren. Door af te lossen, door te sparen en door onder ons inkomen te leven. We proberen te focussen op het leven van alledag en er het beste van te maken. Ik hoop dat dit mijn vriendin straks ook gegund is zonder stress om weer een UW.V-afwijzing.

Lezersvraag: bewegen en ME/CVS

Gisteren stelde Annelies mij een vraag die ik heel graag beantwoord want de vraag raakt de kern van het hebben van ME en de soms gekmakende paradox waarmee ik leef:

‘Ik vraag me al lang iets af en hoop dat ik het zo kan omschrijven dat ik je niet kwets want dat is absoluut mijn bedoeling niet.

Heb je wel eens overwogen je ziekte heel anders te benaderen? Door juist actiever te worden in plaats van rustig(er) aan te doen? Ik vind het zo moeilijk te bevatten dat het goed/helend voor je lijf is om zo weinig te bewegen ( ik las eens dat op en neer naar de brievenbus al erg veel is)? Dat is wat wel eens in mij opkomt als ik jouw blog lees.

En nee, je bent mij zeker geen antwoord laat staan verantwoording schuldig. En je mag dit een onbeschofte/belachelijke vraag of gedachte vinden, zeg dat dan gerust. Ik hoop dat je wel van me aanneemt dat het uit een goed hart komt…’

Allereerst, dank je wel voor de manier waarop je deze vraag stelt. Heel fijn. Want er zijn ook mensen geweest die tegen me hebben gezegd: ‘je spoort niet, je bent gewoon lui, hup van de bank af en zet je er maar over heen. Bewegen is goed voor elk mens.’ Ikzelf dacht dit natuurlijk ook, sterker nog,  de commentator in mijn brein stelde deze vraag ook, dag in dag uit, maar dan op een héél wat minder vriendelijke manier dan Annelies nu doet.

Met wat ik nu weet van ME is het antwoord voor mij heel duidelijk. Actiever worden maakt alles erger. Moet je dan helemaal niet bewegen? Nee, want dat maakt alles ook erger. Hoe zit het dan wel?

ME is een verzamelnaam voor een aantal symptomen waarbij extreme vermoeidheid en het hebben van spierpijnen de voornaamste klachten zijn. Daarnaast zijn er nog een heleboel andere klachten waar ik hier niet op in wil gaan, kijk voor meer info bijvoorbeeld op de pagina ME/CVS wat is dat? bovenaan het blog. 

Om de vraag van Annelies te beantwoorden is het vooral nodig om te weten dat het herstellend vermogen van het lichaam niet goed functioneert én dat het lichaam niet correct reageert op inspanning. 

Het niet herstellen van het lichaam en het niet adequaat kunnen bewegen wordt ook wel Post-Exertional Neuroimmunological Exhaustion (PENE) genoemd of ook wel Post-Exertional Malaise genoemd oftewel   ‘een pathologisch onvermogen van het lichaam om voldoende energie op aanvraag te produceren met prominente symptomen.

Karakteristieken zijn:

  1. Uitgesproken, snelle lichamelijke en/of cognitieve vermoeibaarheid in reactie op inspanning, dusdanig dat dagelijkse activiteiten of eenvoudige mentale taken, invaliderend kunnen zijn en een terugval kunnen veroorzaken.
  2. Verergering van symptomen: bijvoorbeeld acute griepachtige symptomen, pijn en verslechtering van andere symptomen.
  3. PENE kan onmiddellijk of vertraagd na activiteit optreden.
  4. Langdurige herstelperiode, gewoonlijk tot 24 uur of langer. Een terugval kan dagen, weken of langer duren.
  5. Een lage drempel qua fysieke en mentale belastbaarheid door PENE resulteert in een substantiële vermindering van het activiteitenniveau in vergelijking met vóór de ziekte.

 (citaat: Bewegen is gezond?)

Inspanningsintolerantie en verstoord herstellend vermogen
Hele korte samenvatting: het hebben van ME is een intolerantie voor inspanning en een verstoord herstellend vermogen.
Natuurlijk had ik bovenstaande informatie graag op een briefje gehad toen ik net ziek was. Maar ik wist niet wat ik had.  En wist ook niet dat bewegen de boel deed verergeren. Ik deed wat iedereen doet als hij of zij een tijd ziek is geweest. Want als jij een griep hebt gehad, dan sta je na een week ellende op en dan merk je dat je wat duizelig bent en dat je conditie erg achteruit is gedaan. Je pakt je dagelijkse activiteiten weer op en bouwt fysieke inspanning langzaam weer uit. De eerste keer dat je gaat sporten, ben je daarna helemaal gaar maar de week erop gaat het al weer wat beter en binnen een paar weken ben je weer op je oude niveau. Dat is onder meer het herstellend vermogen van het lichaam.

Toen ik met de gedachte in mijn achterhoofd dat bewegen goed is, ging bewegen, zag ik één belangrijk aspect over het hoofd: ik was niet herstellende van een aandoening, ik was nog ziek. Net als dat je je wellicht kunt voorstellen dat het slecht is om voor iemand met een zware griep alle signalen te negeren en toch te gaan bewegen/wandelen of sporten, zo is dat het ook voor een ME-patiënt.

Zure vrouw  
Laten we eens kijken naar die inspanningsintolerantie. Als je in beweging komt, dan gaat er als het goed is zuurstof naar je spieren, dat noemen we het aerobe energiesysteem. Als je langer sport of beweegt, gaat je lichaam melkzuur aanmaken, je spieren verzuren. Je lijf schakelt dan over op het anaerobe energiesysteem. Dat systeem wordt ook gebruikt voor snelle kortdurende heftige inspanning: het staat als het ware meteen paraat maar het is ook snel uitgeput.

ME-patiënten produceren veel meer melkzuur dan niet-patiënten. Ik vertelde wel eens tegen mijn huisarts dat ik – als ik de trap in ons huis opliep – mijn benen voelde verzuren. ‘Dat kan niet’, zei hij toen, ‘zo snel gaat dat niet’. Maar dat gaat dus wel zo snel. Kleine inspanningen genereren bij mij al melkzuur. De hele dag door. Je kunt je voorstellen wat dit met je lijf doet. Het is een ingewikkeld verhaal van een verstoorde ATP-productie waar ik zelf overigens ook niet alles van begrijp.

Met bovenstaand in het achterhoofd – ik loop dus als het ware op melkzuur – kun je je wellicht iets beter voorstellen dat ik erg moet uitkijken om te bewegen. Wat niet werkt bij ME-patiënten en zelfs een verwoestend effect kan hebben is een normale revalidatie of graded-exercise therapy (GET), kort door de bocht: elke dag iets langer of heftiger bewegen volgens een vast protocol. Als traplopen of wat heen en weer lopen in het huis voor mijn lichaam als het ware al een hardlooptraining is die maar doorgaat en doorgaat, dan kun je je voorstellen dat een echte conditie- of krachttraining gelijk staat aan een marathon rennen. Tel daarbij het onvermogen om goed te herstellen van inspanning en je hebt meteen de verklaring waarom ik toentertijd zo gigantisch achteruit ben gegaan toen ik door middel van beweging en uitbouwen van activiteiten mijn klachten onder controle probeerde te krijgen. Ik heb daarna letterlijk jaren plat gelegen.

 
Wat dan wel?
Bewegen brengt geen genezing. En gezond gedrag of positief denken ook niet. Zorgvuldig omgaan met de eigen mogelijkheden kan idealiter wel de klachten verminderen en/of een ernstige terugval voorkomen. De patiënt staat voor de opgave goed te luisteren naar het lichaam en zijn beperkingen te accepteren (citaat: Bewegen is gezond?).

Bewegen brengt geen genezing. Maar niet bewegen verergert ook de boel is mijn ervaring. Want als je je spieren helemaal niet gebruikt, word je zo slap als een vaatdoek, ook als je niets mankeert. De kunst is 

  • te weten wat je ondergrens en bovengrens is: een vlak waar binnen je je kunt bewegen
  • te accepteren dat de grens elke dag ergens anders kan liggen, wat gisteren kon, kan vandaag een brug te ver zijn
  • te voelen wat kan en wat niet kan. Spierpijn is altijd een teken dat je te ver bent gegaan
  • plannen los te laten. Eerst de dingen van de dag doen die passen bij je ondergrens (douchen, aankleden, eten voorbereiden). En dan, als het goed voelt, een extra activiteit oppakken (afhankelijk van wat kan: een was draaien of even naar de bieb fietsen of in een goede periode: een kleine wandeling maken) maar het ook accepteren als dit soms weken achter elkaar niet kan

Opschuiven van de grenzen 
Door het respecteren van grenzen en het leren herkennen van signalen en daarnaar te handelen, lukt het me heel langzaam de grenzen op te schuiven. Ik kan meer dan 5 jaar geleden. Maar ik kan helaas minder dan een half jaar geleden. De vooruitgang is niet lineair maar gaat met twee stappen vooruit en een achteruit. Het herstellend vermogen van mijn lichaam wordt wel beter. Omdat ik signalen herken en er beter naar handel.

Bewegen binnen het anaerobe systeem is volgens mij de oplossing om wel te kunnen bewegen. Dat betekent bewegen zonder dat de hartslag enorm verhoogt en zonder dat je buiten adem raakt. Dan nog is het uitkijken. Ik heb nu meerdere malen met de fysiotherapeut geprobeerd mijn lichaam sterker te maken en telkens moet ik toch weer na een paar weken,soms maanden, afhaken omdat mijn spieren buiten proporties reageren.

Zoektocht
Omdat ik altijd op zoek ben naar verbetering, heb ik in de afgelopen 8 jaar veel geleerd en ontdekt wat werkt en wat niet werkt voor mij. Ik heb mijn eten aangepast, mijn leefwijze, heb mezelf goed in de ogen gekeken en geduld aangeleerd en leer ook steeds beter mijn neiging tot zelfoverschatting te beteugelen. De volgende stap die ik onlangs heb gezet is een ademhalingsmethode aan te leren die het zuurstoftransport in het lichaam verbetert door mensen te leren minder diep en minder vaak te ademen. Als ik dat onder controle heb, dan zou bewegen beter moeten kunnen gaan en dan wil ik de revalidatie ook weer gaan oppakken.

Ongeloof
Ook al weet ik goed wat het hebben van ME inhoud en hoe ik ermee om moet gaan, de theorie is altijd makkelijker dan de praktijk. Nog steeds denk ik vaak: ‘ik kan best wel even dit of dat doen…’. Hoe beter mijn dag, hoe groter de zelfoverschatting en hoe meer ik geneigd ben te veel te doen, ook na al die jaren nog. Ik weet het wel maar begrijp het vaak nog niet. Daarom kan ik me ook zo goed voorstellen dat anderen het helemaal niet begrijpen. Het verschil met vroeger is dat ik niet meer boos word op mezelf maar mijn schouders ophaal, het constateer en gewoon wacht tot de gevolgen weer zijn verdwenen.  Het loslaten van alle ideeën en verwachtingen over hoe iets hoort en wat een lichaam hoort te doen is eigenlijk nog het beste.

Het is zoals het is. Maar het is niet altijd zoals het was. Wat was, is niet hetzelfde als wat komt. Wat gisteren was, hoeft vandaag niet te zijn maar morgen misschien weer wel. En wat morgen komt is misschien beter ook al was het vandaag slecht. En aan die hoop houd ik me toch altijd vast. Ook een slak komt op zijn eindbestemming…

Lezersvraag over ziek worden

Lezeres A. mailde mij en stelde onder meer deze vraag:
 
Had je destijds in de gaten dat je te veel hooi op je vork nam waardoor je naar later bleek ME/CVS ontwikkelde. En ging je toch door met te veel eisen van jezelf nadat je in de gaten had dat het eigenlijk niet goed met je ging?

Nou, daar kan ik heel kort over zijn:
Ja/nee en ja.

Maar dat is natuurlijk een beetje kort door de bocht. Dus hier komt het uitgebreidere antwoord. Ik heb wel lang getwijfeld of ik deze vraag wil beantwoorden zo en plein public. Het is een heel persoonlijk onderwerp en ook lang heel pijnlijk geweest voor mij. Aan de andere kant, wie weet help ik door mijn openhartigheid wel een ander. Het voelt wel als mijn verhaal maar ik ben natuurlijk niet uniek. Er zijn zoveel mensen zoals ik was, die te veel van zichzelf verwachten en geen nee kunnen zeggen. Dus lees mee, misschien is dit wel jouw verhaal. Misschien kan dit een wake up call zijn.

Want laat het duidelijk zijn, ik ben ziek geworden door te veel van mezelf te eisen. Net als dat je been kan breken door een draai te maken die niet kan, kunnen je lichaam en brein zó in de war raken door te veel te doen en nooit te ontspannen. Doe je dat maar lang genoeg dan kun je ‘verkeerd afgesteld raken’ en doet niets het meer zoals het hoort te doen. En kun je niet meer doen wat je altijd deed.

Dat ik teveel hooi op mijn vork nam wist ik wel en wist ik niet. Het voelde vanaf 2006 al langer alsof er teveel op mijn bord lag en alles in een stroomversnelling kwam. Ik was al geruime tijd niet fit, had vaak last van verkoudheden en keelontstekingen. Dat mijn vader overleed, ik in korte tijd twee keer van baan wisselde en samen met M. in 2007 vrij impulsief een ander huis kocht, werkte zeker niet mee. Ook volgde ik in de weekenden een opleiding waardoor ik regelmatig van vrijdagochtend tot zondagavond van huis was.

Achteraf gezien besef ik dat mijn leven van 2006 tot 2008 in een soort achtbaan zat die steeds sneller ging en waar ik wel uit wilde stappen, ik had alleen geen flauw idee hoe. Mijn leven zat propvol en er was nauwelijks tijd voor ontspanning of bezinning. In plaats van dat ik gas terug nam, ging ik harder rennen. Ik volgde de eerder genoemde opleiding als ontsnapping. Dan zou ik de ene baan kunnen afbouwen en een eigen praktijk kunnen opbouwen. In een beroep dat beter bij me paste. Dacht ik. Ik was in opleiding voor massagetherapeut. Dat ikzelf degene was die het hardst een massage nodig had, zag ik niet.

Dat het teveel was voelde ik wel maar ik begreep het niet echt. Dat het zulke grote gevolgen zou hebben voorzag ik zeker niet. Met wat ik nu weet is ME/CVS het gevolg van een aantal omstandigheden waarbij je lichaam en geest als het ware vooraf verschillende waarschuwingen krijgen. Persoonlijke omstandigheden, leefstijl en leefwijze, de hoeveelheid stress in je leven maar ook zeker persoonlijkheid (perfectionist) en hoe je voor jezelf zorgt zijn dan een optelsom met als uitkomst een grotere waarschijnlijkheid dat het een keer misgaat. Zoals het meestal gaat in het leven, ik had het pas door toen het goed mis was. En toen zelfs nog niet echt, niet snel genoeg ten minste. 

Dat komt ook zeker door het niet in staat zijn om signalen te herkennen. Nu ben ik inmiddels na bijna 8 jaar ziek zijn een zeer fijn afgestemde overgevoelige zeurkous ziel die door heeft dat lichaam en geest door middel van spierspanning, hoofdpijnen, ademhaling, darmgerommel, etc, allerlei subtiele en minder subtiele signalen afgeven. Toen had ik dat niet door. Ik denk echt dat ik het nog niet door zou hebben gehad als er een verklede aap met een groot uithangbord voor me zou staan met de tekst: ga zo door en je valt neer! Naar signalen luisteren? Ik had daar helemaal geen tijd voor, ben je gek: hard werken, opleiding, een klein kind om voor te zorgen en dan ook nog een uitgebreid sociaal leven om mijn toenmalige vrienden te overtuigen dat er toch echt niets in de vriendschap zou veranderen na mijn verhuizing naar de rimboe. Ik heb mezelf als het ware ‘klaargestoomd en voorbewerkt’ door mijn leefstijl en persoonlijkheid en de optimale omstandigheden geschapen.

Jullie raden het al: ik val in de categorie ‘heeft het pas door als ze te pletter rijdt tegen een muur‘. Dat is dus ook wat er gebeurde. Niet tegen een muur maar wel het acuut tot stilstand komen. Begin februari 2008 werd ik wakker en niets voelde meer goed. Wat eerst een griep was, werd een longontsteking en daarna sloeg alles op tilt.

Komen we aan het tweede deel van de vraag:

En ging je toch door met te veel eisen van jezelf nadat je in de gaten had dat het eigenlijk niet goed met je ging?

Ja, die eisen die stelde ik treurig genoeg nog steeds. En dat is wat me het meeste pijn heeft gedaan. Niet eens het ziek worden maar vooral dat ik zó slecht voor mezelf heb gezorgd en zó slecht voor mezelf opkwam. Nu soms ook nog. Gelukkig steeds minder. Ik heb veel geleerd. Over mezelf en over wat er gebeurt met mij als ik signalen negeer. Het negeren van die signalen is zo gebeurd. Omdat ik toch vaak denk: ach, ik kan best wel even …. (en dan vul maar in, waarschijnlijk zijn jullie net zo want het is heel menselijk om te veel van jezelf te eisen).

Het erge is dat ik lang heb gedacht in de positie te zitten dát ik nog teveel van mezelf kon eisen. En daarmee heb ik mezelf pas goed over de rand geduwd. Na een aantal maanden ziek zijn moest ik reïntegreren. Er viel niets te reïntegreren, dat voelde ik wel en zei ik ook tegen de bedrijfsarts en mijn werkgever maar daar werd niet naar geluisterd. Dat ik in eerste instantie de diagnose Burn Out had gekregen werkte natuurlijk ook niet mee (dat ik ME had werd pas na 2 jaar ziek zijn gediagnosticeerd). Lichamelijke kwalen werden uitgelegd als angst voor het weer aan het werk gaan en moesten maar worden genegeerd.

Maar dat lukte natuurlijk niet. Pas toen mijn toenmalige manager zei ‘maar denk je zelf dan nooit kom op, hup! ik ga gewoon weer werken‘ viel het kwartje. Ik dacht dat voortdurend, te veel en te vaak. Dát was juist het probleem! Zij dacht blijkbaar dat mijn gezondheidsklachten iets was waar ik me overheen kon zetten. Blijkbaar dacht ik dat ook, gezien mijn gedrag. Met de mentaliteit van ‘kaken op elkaar en hup, gaan met die banaan!‘ hielp ik mezelf helemaal de vernieling in tijdens het reïntegratietraject. Want als ik uitstapte uit de trein, moest ik eerst een half uur op een bank op het perron zitten, bijkomen van de treinreis en van alle prikkels. Dan liep ik naar kantoor en dook daar de toiletten in, ging ik weer een half uur zitten om bij te komen. Het zal jullie niet verbazen dat ik om die reden 2 treinen eerder nam om maar op tijd te kunnen beginnen. Waarom deed ik het dan toch? Angst voor baanverlies, gezichtsverlies, het gevoel dat ik geen nee kon zeggen en dat er toch niet naar me werd geluisterd (dat was ook zo, ik luisterde trouwens ook niet naar mezelf). Tja, ik ben de baan juist kwijt geraakt doordat ik weer ben gaan werken op een moment dat dit helemaal niet kon.

Voor de reïntegratie was ik voortdurend moe en snel overprikkeld en had ik voortdurend last van mijn keel en stembanden, chronische hyperventilatie en benauwdheid maar ik was nog wel zelfredzaam. Ik kon zelfstandig met het openbaar vervoer reizen en alle dagen even naar buiten. Ik kon mijn kind naar school brengen. Na de reïntegratie lag ik een paar jaar volledig plat. Mijn spieren lieten het volledig afweten. Ik kon me nergens meer op concentreren, kreeg migraine, lag dagen op bed met de gordijnen dicht. Mijn menstruatie bleef uit en ik voelde me eigenlijk alle dagen zoals jij je voelt als je een stevige griep hebt, met verhoging en al. Ik vond het moeilijk om te praten vooral omdat ik woorden door elkaar haalde en dingen zei als ‘Klop jij de theepot even uit?‘ Iets waar we natuurlijk hartelijk om lachten maar het was ook wel heel beangstigend want ik wist niet wat de oorzaak was. Ik dacht dat ik gek werd. Want elke arts zei dat ik kerngezond was (u mankeert niets!) maar niets deed het nog zoals het hoorde te doen.

M. zorgde dat de boel draaiende bleef maar op dagen dat hij naar zijn werk moest, brachten ouders uit de buurt of mijn moeder S. naar school en gaven hem tussen de middag een broodje. Een oppas aan huis was hier twee keer in de week om spelletjes te doen met S. terwijl ik op de bank lag en toekeek, te moe om overeind te komen.  De weinige energie die er was, werd gebruikt voor behandelaars: haptonomie, darmspoelingen, psychotherapie, ceasartherapie, fysiotherapie, ik ging suikervrij eten in de hoop op minder hoofdpijn, ik volgde een thuiscursus Mindfulness om meer in balans te komen en al die tijd (van 2008 tot 2010) wist ik niet dat ik ME had.

Wat ik heb gezien en geleerd in de afgelopen jaren met ME is dat hoe eerder je je leefstijl aanpast en hoe minder je je grenzen forceert, je des te sneller kunt herstellen. Mijn grenzen negeren, doorwerken en eisen aan mezelf stellen betekende wegzakken tot een niveau van hele dagen platliggen en hulp bij de dagelijkse dingen. Mijn zelfredzaamheid werd ernstig aangetast. Ik ben ervan overtuigd dat als ik toen net na het ziek worden wel op de rem had gestaan en had geweigerd te gaan werken, ik nooit zo’n ernstige vorm van ME zou hebben ontwikkeld. Maar hoe kun je stoppen als je niet weet hoe te stoppen?

Zoals jullie lezen is het ziek worden bij mij een proces geweest van grenzen niet herkennen en negeren. Dat heeft zeker met mijn karakter en aanleg te maken. Maar ME/CVS is geen overspannen toestand of een depressie. Het is een lichamelijke aandoening als gevolg van een neurologisch probleem, namelijk overstimulatie van het sympatische zenuwstelsel. Het parasympatische zenuwstelsel dat zorgt voor rust en herstel kan daardoor niet meer functioneren. Met een opeenstapeling van lichamelijke klachten en aandoeningen tot gevolg. Het probleem zit vooral in de hersenen, met name in de thalamus, de hypothalamus en de amygdala die niet meer goed functioneren.De lichamelijke klachten die een ME-patiënt ontwikkelt zijn het gevolg van een vaak jaren lang durend onbewust proces.

Veel ME-patiënten zijn in hun werkzame leven hardwerkende mensen geweest met maar al te vaak een té groot verantwoordelijkheidsgevoel en moeite met nee zeggen. Niet iedereen die geen nee kan zeggen wordt ziek. Maar wél is het zo dat je te verantwoordelijk voelen en geen nee kunnen zeggen, vaak tot grote problemen kan leiden. In je werk, je huwelijk of je relaties. En dit kan verstrekkende gevolgen hebben.

Moraal van het verhaal: als je voelt dat er iets niet klopt in je leven, is het altijd beter om gas terug te nemen. Ter bezinning, om te ontspannen, om te kijken wat je kunt doen om beter voor jezelf te zorgen. Dat is moeilijk. Want je voelt misschien dat je klem zit. Je bent bang voor je baan, je hebt financiële verplichtingen, mensen waar je voor moet zorgen. Het punt is: je kunt heel lang keuzes maken, totdat dit ‘ineens’ niet meer lukt. En dan valt er niets meer te kiezen. Als je voelt dat je in een achtbaan zit en je wilt eruit stappen, dan moet je dat doen. Anders word je eruit geslingerd.

Heeft dit ellenlange verhaal ook nog een happy end of hoe zit het?
Het ligt eraan wat je een happy end noemt ;-). Ik ben beter dan ik lang was maar slechter dan hoe ik begon. Ik ben vooral mentaal opgeknapt maar mijn lijf laat het nog steeds vaak afweten. Mijn eisen zijn een stuk realistischer geworden en ik functioneer het best als ik niet teveel verwachtingen heb en er niet teveel van mij wordt verwacht. Mijn leven zal voor een buitenstaander enorm beperkt zijn maar ik heb een lange weg afgelegd om zover te komen. In die zin is het goed genoeg. Ik neem de dagen zoals ze komen en geniet van wat kan. Dat is winst. Want die mentaliteit bezat ik vroeger niet.

Beste A., om op je vraag terug te komen: tegenwoordig (her)ken ik de oorzaak en handel ik er naar. Maar dat ik dat niet kon, is de reden dat ik ziek ben geworden. Je stelt de vraag niet voor niets denk ik. Ik hoop dat mijn antwoord je een beetje steun geeft of op zijn minst stof tot nadenken. Veel succes!

Herfstblues

Straks, 
als ik beter ben,
ga ik
wil ik
en zal ik.
Je begrijpt vast 
wat ik bedoel. 
Waar zal ik
eens beginnen,
straks
als het zover is?
Wat eerst?
Maar wat 
als ik straks 
niet beter word?
Straks 
is trouwens 
nu
voor je het weet.
En nu,
nou,
dát ken ik wel.
Ik leef al jaren
in het nu.
Straks
is nu
met net 
een beetje meer.
Een beetje meer energie,
een beetje meer gezondheid,
een beetje meer veerkracht
en een beetje meer vooruitzicht
op een leven
zoals ik het 
graag zou willen.
Nou, 
kom maar op,
met dat straks!
Ik ben er 
klaar voor
en het moment
is voorbij
voor je het weet.
Zit ik 
als ik niet uitkijk
wéér een eeuwigheid
te wachten,
op straks, 
als ik beter ben…  

Door stroop lopen

Het is najaar, de dagen worden korter, we krijgen minder licht en hoppa, ik heb het gevoel door stroop te lopen. Dat is niet onverwacht, ik heb elk jaar rond deze tijd een terugslag. Dit keer is het iets sneller en feller. Een oorzaak kan zijn dat mijn jaarlijkse opleving deze zomer wat minder was. De start van een beugeltraject én het stoppen met slaapmedicatie hakten er denk ik toch wel behoorlijk in.

Spijt heb ik daar niet van. In de spiegel zie ik nu al resultaten, na slechts 3 maanden. Natuurlijk ben ik nog lang niet klaar, maar de scheve boventand waar het me allemaal om te doen is, staat inmiddels recht. De tand staat nu braaf tussen zijn buurtanden in en niet half verstopt achter een andere tand.

En zonder slaapmedicatie voelt het voor mij ook veel beter. Ik ben nu in de ochtend sneller alert en veel minder suf. Ik werd wel nog vaak en veel wakker, dat was immers de reden dat ik ooit slaapmedicatie kreeg voorgeschreven. Maar ook daar heb ik een oplossing voor: mijn nieuwe behandeling.

Ik ben nu drie keer bij de Buteykotherapeut geweest. Het is nog te vroeg om conclusies te trekken maar ik ben wel positief over wat ik tot nu toe voel in mijn lijf. Het is een ademhalingstherapie die uitgaat van de gedachte dat veel mensen te vaak en te diep ademhalen. Hierdoor houden ze te weinig koolzuur binnen. En dat koolzuur hebben we nodig voor heel veel dingen onder meer voor zuurstoftoevoer naar de spieren maar ook voor een ontspannen zenuwstelsel. 

Een tekort aan koolzuurgas kan de oorzaak zijn van op het eerste gezicht verschillende aandoeningen: van het zenuwstelsel, het endocriene systeem, het systeem van hart en bloedvaten, het spijsverteringssysteem, het systeem van botten en spieren en van welke stofwisselingsstoringen dan ook. (citaat: de buteykomethode).

Genezen van ME/CVS is een eindeloze zoektocht en uitproberen van behandelingen. Het is geen duidelijk afgebakende aandoening, het is veeleer een cluster van klachten dat samen het label ME draagt. Dus is het telkens weer uitproberen. Soms help ik mezelf een stapje vooruit, soms doet een behandeling niets en blijkt het weggegooid geld te zijn maar echt slechter word ik er nooit van. En ik leer toch steeds meer over wat werkt voor mij. Dat is gunstig.

Ik doe nu twee keer per dag een ademhalingsoefening, doe als het zo uitkomt ook wat aandachtsoefeningen (als ik merk dat de ademhaling niet goed is) en in de nacht adem ik ook zo veel mogelijk alleen door de neus, want dat is de bedoeling. De effecten van alleen door de neus ademen, merkte ik al heel snel: ik heb warmere handen en voeten en voel me behoorlijk ontspannen. Om ook in de nacht door de neus te ademen, plak ik mijn mond af met van dat schilders-afplaktape. Natuurlijk schrok ik wel even van deze opdracht, maar ik heb nu bijna 2 weken zo geslapen en verdomd: ik slaap door en ik slaap veel dieper. Mijn spieren zijn veel meer ontspannen dan voorheen bij het wakker worden! Wauw, wat een vooruitgang! Als ik verder geen progressie maak en het hier bij blijft, dan ben ik al tevreden. Iedereen die regelmatig slapeloze nachten kent, begrijpt vast waarom.

Beter slapen dus. Maar nog wel moe. Zó snel verdwijnt dat natuurlijk niet en ik heb echt een terugslag. De fysiotherapeut heb ik afgezegd want er valt niet zo veel te revalideren als douchen weer een activiteit is waar ik van bij moet komen. Kortom, de terugslag, de net doorgemaakte griep en de vallende blaadjes die op mijn gemoed inwerken, maken dat ik door stroop loop.

Och en wee, het is toch wat. Nee hoor, het is zoals het is. Het betekent vooral dat ik gewoon weer even flink moet schakelen. Wat lang wel kon, kan nu niet meer. Ik moet opnieuw zoeken naar waar de grens ligt, meer doseren en beter vooruit kijken.

Volgende week hebben we een begrafenis, de opa van M. is gaan hemelen. De man was ver in de negentig dus dat kwam natuurlijk niet onverwacht. Een begrafenis hakt er voor mij erg in. Het is niet naast de deur en met het heen en weer rijden en het afscheid, koffie plus maaltijd dan wel samenzijn, zijn we wel een dag kwijt.

Dus schakel ik nu naadloos over op de noodstand (kijk eens hoe flexibel ik ben!). Bij elke activiteit bedenken: moet dit nu? Is dit echt nodig? Die vragen stellen én beantwoorden, levert mij altijd veel op. Bijvoorbeeld het inzicht dat ik het blog dus even laat voor wat het is.

Dus: fijn weekend allemaal en ik ben er even niet.

Energiemanagement, ook wel pacing genoemd

Bloglezeres Loes stelde me de volgende vraag:

Hoi Martine ik heb een ME vraag. Hoe pak jij Pacing aan? Ik vind het moeilijk blijven hoe lang ik het ook al doe.

Om deze vraag voor jullie begrijpelijk te beantwoorden – aangezien het merendeel van de lezers geen ME heeft – moet ik eerst uitleggen wat pacing is.

Wat is pacing?
Je kunt het zien als een vorm van energiemanagement bedoeld voor ME-patiënten die snel uitgeput raken en vaak over hun grenzen gaan.

Het is geen behandeling maar meer een manier van omgaan met de aandoening. Wel is het zo dat als je pacing goed onder de knie hebt, je minder vaak over je grenzen gaat en je je daardoor wel beter kunt gaan voelen. 

Pacing is zo actief mogelijk blijven binnen de grenzen die er zijn. Te grote inspanningen worden vermeden. Een activiteit wordt gestopt zodra de normale vermoeidheid of spierspanningen verandert in een onaangenamer gevoel, of eigenlijk liefst nog voor dat moment. Dat geldt niet alleen voor fysieke activiteiten – de was ophangen, stofzuigen, douchen – maar ook voor mentale activiteiten of emoties. Niet te veel stressvolle dingen op een dag plannen maar deze meer spreiden over de week. En voor de duidelijkheid: een telefoongesprek voeren is voor veel ME-patiënten een zeer stressvolle bezigheid vanwege de vele prikkels.

Veel ME-patiënten hebben last van een vertraagde reactie, dat wordt post-exertional malaise genoemd: PEM is hét kenmerkende symptoom van de ziekte Myalgische Encefalomyelitis (ME): na een fysieke, mentale of emotionele inspanning hebben ME-patiënten een (vaak vertraagde) terugslag én/of een verergering van symptomen. Doe vertraging kan oplopen tot 48/72 uur

Specifiek bij ME is dat die verergering pas na 24-72 uur na de inspanning zelf optreedt en dus niet te voorzien is. Bovendien kan dit dagen, weken en zelfs maanden aanhouden. Er kan zelfs een blijvende verergering van een of meer symptomen optreden.

Tel daarbij op dat wat er gedaan kan worden soms per dag verschilt – zo is mijn ervaring – en jullie begrijpen misschien hoe moeilijk het kan zijn om te voelen wat kan en wat niet kan.

Toch, als je je aan de principes van pacing houdt, leer je gaandeweg je grenzen kennen en kun je ze ook langzaam opschuiven, zo is de idee erachter. 

Om mensen te leren waar hun grenzen liggen of om ze überhaupt te voelen, wordt er vaak met een timer of kookwekker gewerkt. Bijvoorbeeld je gaat de was ophangen en je stopt als het alarm van de kookwekker gaat na 5 minuten. Dan ga je bewust ontspannen en voelen hoe het zit: ging je te ver of had je juist even door kunnen gaan? Hoe voelt dat in je lijf?

Ook wordt er geleerd om inspanning en ontspanning beter af te wisselen en de belasting van spieren te verdelen. Dat noemen ze switchen. Na een inspanning ga je bewust ontspannen of in ieder geval iets heel anders doen waarbij je andere spiergroepen gebruikt dan in je voorgaande activiteit.

Pacing is behoorlijk moeilijk onder de knie te krijgen. Veel ME-patiënten zijn het contact met hun lichaam volledig kwijt en voelen geen grenzen. Bovendien zijn we (de meeste mensen, niet alleen zieke mensen) immers gewend om ook als we moe zijn in activiteiten als geheel te denken: ik hang de was op, ik stofzuig de kamer, ik doe een boodschap. Een activiteit opsplitsen om het behapbaar te maken maakt dat alles veel langer duurt (en soms niet meer kan worden gedaan, tenzij je onderweg naar de winkel even op straat een dutje kunt doen). Je moet trouwens ook niet alleen voelen dat je moet stoppen, je moet daadwerkelijk kunnen stoppen.

En kunnen stoppen is heel moeilijk. Nu denk je misschien dat stoppen juist makkelijk gaat als je altijd moe bent maar veel ME-patiënten kennen hun grenzen niet en zijn gewend altijd moe te zijn. Het verschil tussen ‘moe/pijn en toch even kunnen douchen‘ en ‘moe/pijn en als ik nu doorga lig ik 2 weken plat‘ is heel moeilijk te voelen.

Bovendien hebben veel mensen de neiging om te denken: ik voel me redelijk, laat ik nu alles maar even doen. Dus niet alleen even het aanrecht afnemen, maar hop het gasfornuis ook en voor je het weet sta je de keukenkastjes leeg te ruimen en uit te soppen. En vind je jezelf een uur later jankend op de bank terug, komt je man om half 7 in de avond thuis in een ontploft huis en heb je geen puf meer om eten te koken dus moet er iets worden gehaald…Jullie zien, ik was kampioen grenzen negeren 😉

Ik heb zelf ook pacing gedaan. Met bovenstaande regels maar ook met een puntensysteem onder begeleiding van een ergotherapeut. Het lukte me niet. Ik voelde mijn grenzen niet en werd altijd overvallen door pijnen en extreme aanvallen. Tot ik me ging verdiepen wat er gebeurt in het brein van een ME-patiënt. (Ik schreef daar van het weekend een klein verhaaltje over). Met wat ik heb geleerd en nu weet, begrijp ik goed waarom pacing toen niet lukte. Als jij een dolgedraaide stier ziet rondrennen, zeg je ook niet: ‘ho, stop even en ga eens zitten’. Nee, die stier die dendert door, hoort niets en ziet niets, behalve die rode lap die hem triggert.

Pacing lukt bij mij alleen als ik de rode lap weghaal. Dat is de clou. ME-patiënten liggen soms de hele dag plat, kunnen niets, doen niets maar als je een scan maakt van hun brein zie je daar een activiteit die vergelijkbaar is met de drukte op Schiphol tijdens de zomermaanden. Dát maakt dat je geen grenzen voelt en er overheen gaat en dat maakt ook dat je lichaam buiten proporties reageert op kleine inspanning. 

Hoe kalmer het brein, hoe beter pacing lukt. Voor mij betekende het concreet dat ik aan de slag ging met meditaties, mindfulness en het leren loslaten van ‘moeten’ dingen. Ik denk gedurende de dag niet meer in een eindresultaat maar in kleinere handelingen. Ik zet niet zozeer een timer maar doe alles in etappes. Dus was afhalen en opvouwen is bij mij:
alle was van het rek halen – rust – was sorteren van soort bij soort – rust – broeken opvouwen – rust – shirts opvouwen – rust…. Soms op een goede dag wordt er minder gehakt in een activiteit en soms op een slechte dag juist meer of doe ik de activiteit juist niet. Omdat ik dat voel tegenwoordig.

Hoe kalmer mijn brein, hoe beter het gaat. Ik zeg dus ook regelmatig tegen mezelf of anderen dat ik eerst even mijn hysterische brein moet kalmeren voordat ik überhaupt iets kan gaan doen. Zo doe ik dat en voor mij werkt het goed.  

Voor je nu denkt dat ME vergelijkbaar is met een wat overspannen toestand: nee, dat is het niet. Het is een neurologische aandoening die maakt dat bepaalde verbindingen in het brein verkeerd zijn afgesteld. Als gevolg daarvan krijgt iemand in de loop der tijd steeds meer fysieke en neurologische klachten, waarvan de bekendste extreme vermoeidheid en pijn zijn. Ik schreef er hier wat uitgebreider over.

Het kalm krijgen en houden van het brein is wel een eeuwigdurend proces. Ik maak nog steeds fouten en heb nog steeds momenten dat die rode lap ineens weer in mijn brein wappert en die stier weer op hol slaat. Maar omdat ik nu weet hoe het werkt, kan ik ook meestal wel ingrijpen. En omdat ik vaker weet in te grijpen ga ik minder vaak over mijn grenzen en herstel ik daarom ook sneller dan voorheen. En weet ik niet in te grijpen (soms mis ik toch wat signalen, juist als ik me goed voel), dan ga ik door tot ik letterlijk omval en pak daarna mijn rust. Ik weet nu dat in de manier waarop ik die rust neem, veel winst valt te behalen. Hoe enthousiaster ik die rust pak zonder oordeel over mijn eigen gedrag, hoe sneller ik weer in mijn normale routine zit. Dat is ook een heel groot verschil met vroeger, toen grensoverschrijdend gedrag ‘ineens’ een totaal ineenstorten tot gevolg had en ik daarna mezelf ook nog eens minutieus de grond moest inboren met verwijten en boosheid over mijn ‘gedoe’.

Ik moet wel alert blijven. Het is nu niet meer zozeer moeilijk, dan wel alert blijven. En juist in periodes dat ik me beter voel, zit een gevaar. Voor je het weet ga ik iets meer doen,  maak ik afspraken, maak ik plannetjes. Dat voelt als een vrolijk fladderend vlindertje in mijn brein. Maar voor ik het weet is het ‘ineens’ een rode lap met een stier…

Omdat ik het nu al zo lang doe heb ik wel meer besef van wat gevaar oplevert en wat veilig is. En kan ik soms ook spelen met de grenzen. Dus ga ik soms wel uit eten met het gezin en lig ervoor en erna gewoon standaard 2 dagen plat, ongeacht hoe ik me voel en pak dus niet pas de rust als ik voel dat het nodig is. En zo schuif ik heel langzaam de grenzen op van wat kan en wat niet kan. 

Ik verzet me niet meer maar ga mee met de stroom en kom zo verder dan voorheen. Kennis van wat mijn rode lap doet groeien heb ik inmiddels wel, misschien heb jij ook wel iets aan onderstaande tips die voor mij goed werken:

  • Schaf multitasken af. Gewoon niet meer doen, nergens goed voor, is ook niet goed voor mensen die niets mankeren. Per keer één ding met je volledige aandacht doen. Is je taak af, dan na rust door na de volgende taak.
  • Ik heb gemerkt dat grensoverschrijdend gedrag vaak samen gaat met bepaalde denkpatronen en ingesleten gedrag. Verkeerde triggers herkennen helpt je gedrag op tijd te stoppen. Verkeerde triggers zijn mij bijvoorbeeld;
    • denken: ‘even snel dit doen’
    • iets gaan doen en dan met iets anders beginnen voordat ik de eerste activiteit af heb (dit is niet zozeer multitasken dan wel snel afgeleid zijn en vergeten waarom ik een kamer binnenloop en daar dan ineens weer een nieuw idee krijgen).
    • iets gaan doen omdat je anticipeert op later. Dus nu naar de kapper gaan en alvast de wasmachine aanzetten, zodat je die kunt ophangen als je terug bent. Maar nu weet je helemaal niet hoe je je straks voelt na buitenshuis zijn geweest. Je moet de wasmachine pas aanzetten als je zeker weet dat je de was ook straks kunt ophangen en niet omdat hij toch al gedraaid is en je hem gaat ophangen ten koste van de energie die je voor het koken nodig had.
  • Gooi lijstjes overboord. Zodra ik een lijstje maak, voelt het als iets wat moet gebeuren. Zonder het lijstje weet ik ook wel wat er gedaan  moet worden.
  • Ben je wel een lijstjesmens, maak dan een dagindeling met taken. Schrijf op wat er moet gebeuren aan terugkerende dagelijkse handelingen, kijk hoeveel tijd dat kost en wat er nog over blijft. Dan kun je een extra activiteit kiezen om te doen. Ik heb bijvoorbeeld inmiddels een goed besef van wat moet en wat ik wil. Moeten zijn de dingen die dagelijks terugkomen. Bij mij is dat op dit moment: douchen & aankleden, de was bijhouden en koken en 2 keer in de week naar een behandelaar. Al het andere is extra. Dus geef ik voorrang aan genoemde dingen. Als dat op de rit staat, zie ik wel of er ook ruimte is voor iets anders.
  • Ik ben tegenwoordig erg flexibel. Begin ik iets en lukt het toch niet. Nou dan niet.
  • Negeer stemmen in je hoofd. Stemmen hebben te maken met verwachtingen, word je alleen maar gefrustreerd van. Lukt iets niet, gaat het je te traag? Verbind er geen oordeel aan. Het is zoals het is en als je boos wordt, kost dat je alleen maar energie die er toch al niet is.
  • Pas je plannen à la minute aan. Sta je boven de bedden te verschonen en gaat de telefoon? Besef je dan dat opnemen en een gesprek voeren ook een activiteit is, eentje die onverwacht is maar wel met een impact. Dus:
    • neem je op en pak je daarna rust en laat je de bedden voor wat het is. 
    • Of je laat de telefoon rinkelen en je belt terug op een moment dat het jou uitkomt (deze is cruciaal voor mij. Ik kwam er achter dat veel van mijn energie vervloog doordat ik niet besefte wat een impact onverwachte dingen op me hebben zoals mensen die aanbellen/opbellen?)
  • Doe alles in een langzamer tempo dan je gewend bent. Ook toen ik al een paar jaar ziek was, bewoog ik me met het tempo dat ik vroeger had. Dat put uit en triggert enorm op een verkeerde manier. Alles zo rustig doen dat je nooit buiten adem raakt is een mooie houvast hiervoor, zo ga je vanzelf vertragen.
  • Leef in het NU. Wat nu is hoeft morgen niet te zijn. Wat gisteren was, is voorbij. Elke dag kun je opnieuw beginnen, ook met pacing. En oefening baart kunst. Hoe meer ik doorhad waar ik mijn energie überhaupt aan wil besteden, hoe beter ik grip kreeg op wat ik deed. 

Dus Loes, om terug te komen op de vraag ‘hoe pak jij pacing aan? Dat lukte pas nadat ik eerst iets anders aanpakte. Om pacing te beheersen, moet je ook impulsen kunnen beheersen, de dwang van moeten opzij kunnen zetten en je verwachtingen van wat kan volledig bijstellen.

Dit zijn mijn tips. Misschien hebben anderen ook tips of ervaringen om te delen met Loes? 

Snottebel

Ik heb last 
van ongewenste gasten
die mijn bed bevolken,
mijn bank bevuilen
en ervoor zorgen
dat mijn voorraad zakdoeken
wordt opgeslokt.
Een kop vol snot,
pijn in de strot
en dan toch chocola willen
ook al proef ik het niet.
Want van het idee
alleen al 
knap ik wat op. 
Nu nog een 
verse lading 
zakdoeken inslaan
en mijn dag
kan niet meer stuk.
Al kan je dat
van mijn neus 
bepaald niet zeggen…

Chef sorteercentrum

Een brein is als een hal
waar heel veel prikkels binnenkomen.
In de hal verzamelen ze zich
en reizen dan verder,
naar andere hallen.
Soms worden ze
even in de wacht gezet.
Soms mogen ze meteen doorreizen.
Sommige prikkels moeten 
even geduld hebben,
tot hun emotie zich 
ook heeft gemeld
of de lichamelijke reactie.
U begrijpt,
het is een enorme drukte
in de hal.
Daarom hebben we
Chef Sorteren
in dienst genomen.
Hij houdt bij
wie er binnenkomt,
wie meteen doorreist
en wiens reisgezelschap
nog niet compleet is.
U ziet,
het is heel wat
om Chef Sorteercentrum te zijn!
In mijn ME-brein
werkt ook 
een Chef Sorteercentrum.
Maar dan eentje
die kleurenblind en overwerkt is,
pijnprikkels voor emoties aanziet,
vermoeidheid verbindt met herinneringen,
inspanning koppelt aan pijn,
het niet begrijpt
wie nog op wie wacht
en daarom iedereen
maar laat zitten 
in de centrale hal.
Dus die centrale hal
van mijn brein
is een speelplaats
voor prikkels
die gaan klieren
en kattenkwaad uithalen
en verstoppertje spelen.
Zo gaat dat
als niemand de leiding neemt.
Dus ik dacht,
dat ga ik wel even doen!
Ik schoof Chef Sorteren opzij
en ging aan de slag
met lijsten en aanmeldformulieren,
met tijdschema’s en stopwatches.
Om er vrij snel
achter te komen
dat het nog niet zo simpel is,
om Chef van het sorteercentrum te zijn.
Hoe meer ik riep
dat de rij 
hier begon
hoe minder
er naar mij
geluisterd werd.
Héél onattent.
Dus sloot ik de deuren
en hing een bord
op de deur 
van de hal.
Met ingang van heden
verboden voor:
harde geluiden
onaangekondigd bezoek 
verplichtingen
veel drukte
gluten
lactose
stress
moeten
plannen
wilskracht
en het verleden.
Vrije doorgang voor
katten
chocola
boeken
man en kind
En nu?
De hal is leeg,
nou zo goed als,
vind ik dan toch.
Af en toe 
gaan de deuren
op een kier
en mogen 
er prikkels
naar binnenkomen.
Niet te veel
en niet te vaak.
Want de hal
wordt opgeknapt.
Veel deuren naar kamers
worden gesloten,
kasten worden weggehaald
en het archief gaat
in de papierversnipperaar.
Ik ga voor een
minimalistische look,
lekker overzichtelijk
met veel ruimtelijk effect
en een meditatiehoek
voor Chef Sorteren
zodat ik die man
gerust zijn werk 
kan laten doen.
Kan ik dat
ook eindelijk loslaten…

Leven in het nu – hoe gaat dat dan?

Leven in het nu klinkt zo mooi en in balans, 
vinden jullie ook niet?
Maar het is nog geheel niet eenvoudig hoor.
Veel mensen werken heel hard
om te ontdekken dat ze te hard werken
en gaan dan voor veel geld
een workshop volgen 
in hun schaarse vrije tijd
om te onthaasten en het nu te vinden
en te leren dat ze vaker 
niets moeten doen.
Het nu is maakbaar
volgens veel mensen.
Ben je ongelukkig in 
je leven, je baan, je gezin,
dan schrap je iets
en dan komt het vanzelf 
allemaal goed 
Of niet.
 Maar daar is dan vast
ook een workshop voor.
Ja.

Als er al met de kaasschaaf
gewerkt gaat worden,
ben jij meestal degene 
die geschaafd moet worden.
Niet wat je doet
maar hoe je het doet, 
is het probleem.
Klinkt al beter.

Maar wat als er in het nu 
veel vermoeidheid en pijn is
of andere ongewenste ellende?
Doe me dan maar een ander NU!
Is er een winkel 
waar ik dat kan kopen?
Nee, dat is niet te koop.
Jouw nu
is je eigen unieke nu
wat je meekrijgt bij je geboorte
en waarmee je het moet doen.
Niet zomaar weggooien hoor!
Je bent goed zoals je bent.
Omhels jezelf.
Omarm het leven.
Euh?
Soms ben je nu eenmaal
niet goed zoals je bent
omdat je geen flauw idee hebt
wie je bent,
laat staan dat je jezelf
kunt zijn.
In het nu, 
dat ook nog.
Klinkt als een onmogelijke opgave!

Wat werkt voor mij 
is zien dat het nu alles is.
Niet alleen balans 
maar ook onbalans.
Niet alleen helemaal lekker jezelf zijn 
maar ook jezelf dwars zitten.
Wat nu is, 
hoeft straks niet te zijn.
Wat nu is, 
is (gelukkig) 
geen garantie voor de toekomst.
Die wetenschap kan behoorlijk opluchten.
Alles verandert, óók het nu.
Doordat het vanzelf later wordt.
In het nu leven 
betekent niet dat ik passief ben.
Of alles over me heen laat komen.
Verre van dat.
(was ik maar eens zo).
Ik ben eerder tegenover gesteld.
Altijd op zoek naar meer gezondheid.
Maar die gezondheid verbetert soms ook wel,
zonder interactie van mijn kant.
In het nu leven betekent voor mij 
dat ik niet alles in de hand heb
en dat dit ook niet hoeft.
Dat ik geniet van leuke dingen
en dat ik als er niets leuk lijkt, 
gewoon wat beter moet kijken.
Kijken zonder te zien
gebeurt zo vaak. 
Je slecht voelen
kan zo overheersen.
Met even rondkijken, 
vind ik meestal toch snel 
iets leuks, fijns, moois, ontroerends
Opstaan en achterblijven in een leeg huis,
terwijl man en kind de deur uitgaan
en niet meegaan
omdat mij de energie ontbreekt,
wordt ineens prima als ik kaarsjes aansteek.
Als ik mijn ‘te lezen voor ik doodga‘-bestandje open
en een potentieel geweldig boek reserveer bij de bieb.
Als ik recepten uitwerk van maaltijden 
die lekker én gezond zijn.
Als ik mijn bank en bed moet delen met 4 katten
en stiekem enorm geniet
van de weinige ruimte die me gegund wordt
omdat ze op en naast en over me heen liggen.
Leven in het nu wordt een stuk beter te doen
als ik beter weet waar ik blij van word.
Als ik me richt op wat kan en wat lukt.
En als ik mijn dag zo inricht
dat ik niet aan het eind ervan denk:
‘had ik maar dit of had ik maar zus of zo’.
Dus ga ik met jullie permissie
 nu weer verder in het nu leven.
Vandaag betekent dat
De Noorderlichttrilogie (*) uitlezen,
terwijl de mannen 
naar een voetbalwedstrijd zijn.
Ik heb al zó ver vooruit gedacht
dat ik vanavond niet hoef te koken
zodat ik nu lekker kan blijven lezen
én het volgende boek 
al heb gereserveerd in de bieb,
voor je weet maar nooit.
Want ook al leef ik in het nu,
geheel in balans met mijn onbalans,
een beetje planner kijkt wel vooruit,
zodat ik nooit hoef te denken: wat nu?
ps: ernstig en dringend aanbevolen leesvoer voor iedereen die van lezen houdt én van magische boeken. Wel zorgen dat je geen verplichtingen hebt als je begint te lezen, want tussentijds stoppen met lezen is niet te doen wegens acuut verslavend effect aan de verhaallijn en de schrijfstijl.