CCI/AAI·geld·gezondheid·goed doel·hoop·leven met ME·persoonlijk

Jarig!

Martine (2016), Hugo (2018)

Vandaag ben ik jarig. Ik werd 54 en ben inmiddels 13 jaar en 6 maanden ziek. De laatste twee jaar ernstig. Ik ben dankbaar dat ik voor ik ME kreeg werd volop heb kunnen leven. Ik mocht mijn liefste ontmoeten, moeder worden en heb in ieder geval een hele tijd stukken zorgelozer kunnen leven dan ik nu doe. Echt vieren kan niet natuurlijk in mijn situatie. Maar, ik hoop wel even met de traplift naar beneden te gaan en samen met Mischa een gebakje te eten. Voor mij het equivalent van een gigantisch feest.

Doorgaan met het lezen van “Jarig!”
geluk·leven met ME·ME-leven·persoonlijk

Panda en Mier

Als je zo weinig kunt, gaat vrijwel alle energie naar dagelijkse handelingen. Naar de WC gaan, eten en drinken, persoonlijke verzorging, het slokt bijna alles op wat er is. Soms is er geen energie en kom ik ver in het rood te staan. Want toiletbezoek kun je niet schrappen.

Waar ik mee worstel, is dat er bijna geen ruimte meer is voor spelen en gek doen. Ik snak naar afleiding of creatief zijn. Daarom is het een zegen dat schrijven nog lukt. Maar vaak voel ik me schuldig als ik een verhaaltje schrijf, in plaats van bijvoorbeeld aandacht aan Mischa of Sem te geven. Dat is de criticus in mij die blijkbaar vindt dat ik alle beperkte energie die er overblijft aan man en kind moet geven.

Soms wil ik gewoon ook iets voor mezelf doen of voor mezelf hebben. En niets, buiten een gammel lijf en brein, houdt me tegen. Maar het is het schuldgevoel dat veel patiënten wellicht zullen herkennen. Anderen doen je huishouden, zorgen voor je en jouw bijdrage aan het gezin is niet altijd even tastbaar, zo lijkt het.

Terwijl het schrijven letterlijk zorgt dat ik mentaal gezond blijf. Het geeft afleiding en zorgt voor wat speelsheid. Dat weet ik. Nu moet ik dat nog even duizend keer aan die afzeiker in mijn hoofd vertellen.

Panda en Mier

Een colonne mieren marcheerde
doelgericht naar hun mierenhoop.
Eén mier liep voor de massa uit
op zoek naar onrechtmatigheden
en stuitte op een hangende panda.

“Wat doe jij nou?” vroeg Mier
“Ik hang” zei Panda
“Ja, dát ziet mijn neus ook wel,
maar waarom zou je dat doen?”
“Omdat ik dat leuk vind” zei Panda.

Daar begreep Mier niets van!
“Maar wat is dan het nut”.
Panda dacht diep na.
Dát woord begreep hij niet goed.
“Ik hang omdat ik dat leuk vind.
Omdat ik kan hangen.”

Mier snapte het nog niet.
“Hoe lang blijf je hangen dan?”
“Tot ik iets anders bedenk”
zei Panda, die zich afvroeg
waar dit gesprek heenging.

Hangen is toch gewoon leuk.
Waarom zoveel vragen stellen
vroeg hij zich verbaasd af.
Maar hij was een beleefde Panda,
en zei niet dat hij het
maar rare vragen vond.
Hij liet Mier de informatie verwerken.

Mier wist van geen ophouden.
“Maar wat kán je ermee?”
“Niets, gewoon lekker hangen,
dat geeft een fijn gevoel.
Straks ga ik misschien kopje duikelen.”

“Dat heeft zeker ook geen nut”
zei Mier een beetje giechelend.
“Wel hoor, dan word ik duizelig en val ik om.
Dát is heel erg leuk.” zei Panda stralend,
terwijl hij het woordje nut iets beter begreep.
Nut kon ook leuk zijn.

Hier had Mier
nog nooit van gehoord.
Iets doen omdat het leuk is,
zomaar omdat het kan.

Toen Panda hem vroeg
of hij ook even wilde hangen
viel Mier zowat om van schrik.
Voorzichtig klom hij toch omhoog
en ging hangen naast Panda.
Alles was ineens anders,
zo nutteloos hangend!

En toen de mierencolonne
even later langs kwam marcheren,
troffen ze Mier en Panda aan
die verstoppertje speelden.

De mieren begrepen er niets van.
Wat doen jullie nou?” riepen ze.
“Wij spelen verstoppertje”
riepen Panda en Mier.
“Ja, dát zien wij ook wel,
maar waarom doen jullie dat?”
“Omdat ik dat leuk vind” zei Panda.
“Omdat leuke dingen doen besmettelijk is”
brulde Mier zo hard als hij kon.

En terwijl de mieren
hoofdschuddend verder liepen
rolden Panda en Mier
van de heuvel af.
Gewoon omdat het kon.

leven met ME·ME-leven·persoonlijk

🎈 Jarig 🎈



Vandaag ben ik jarig
Ik ben 53 geworden
Elke verjaardag weer
Had ik maar één wens
Een betere gezondheid
En elk jaar weer
Werd ik teleurgesteld

Dit jaar wens ik dat niet
Natuurlijk wíl ik het wel
Maar ik ben realistisch
Want niet kan, kan niet

Afgelopen jaar was heftig
Op een nieuwe manier
Fysiek en mentaal
Ging ik compleet onderuit

Afgelopen jaar was ook mooi
Vol intensiteit en warmte
Vol liefde in mijn omgeving
Nieuwe waardevolle contacten
Bijzondere mede ME-strijders
Herstel van een oude vriendschap

Er kwam een bijzondere omslag
Ik sloeg een nieuwe weg in
Van kwetsbaarheid en eerlijkheid
Niet meer mooier maken
Dan het is of hoe het voelt
Niet naar anderen toe
Niet naar mezelf toe

En wat ontving ik veel
Warmte, liefde, empathie
Reacties, begrip, verbazing
Mooie momenten, herkenning
Steun en slap geouwehoer
Alles is even waardevol

Dit jaar is mijn wens
Dat ik kan blijven geven
In openheid en oprechtheid
Met humor en aandacht
En dat ik kan ontvangen
Wat mij gegeven wordt


(Foto van paar jaar geleden, ik ben niet ineens miraculeus hersteld)

persoonlijk

Kind van mijn vader

Vandaag veertien jaar geleden overleed mijn vader. Dat vind ik nog steeds een rotstreek. Hij is lang ziek geweest, bijna 20 jaar. Hij had longemfyseem, of COPD zoals ze het tegenwoordig noemen.

Mijn vader en ik hadden een soms wat moeizame band. Ik begreep hem vaak niet. Achteraf zie ik dat ik behoorlijk op hem lijk: nieuwsgierig, pietluttig, gevoel voor humor, eigenwijs.

Mijn vader maakte overal grapjes om. En hoewel zijn leven en het kunnen ademen langzaam steeds meer ingeperkt werd, keek hij altijd naar wat lukte, in plaats van naar wat hij verloor.

Toen Sem klein was, was hij al erg ziek. Maar toch lukte spelen meestal wel. Vanuit zijn rolstoel zette hij zijn voet op een speelgoedauto en zwiepte dat richting Sem. Die ving dat autootje op en duwde hem weer terug, waarna mijn vader de auto weer met zijn voet ‘ving’.

De laatste jaren van zijn leven woonde ik in de buurt. Het was makkelijk om elkaar even te zien, even langs te wippen. Dat was fijn. Ook was het een voordeel dat áls het mis ging, we vlakbij waren.

Want het ging vaak mis. Hij lag zó vaak in het ziekenhuis maar kwam er altijd weer uit. Tot het wel heel slecht ging. Mijn vader had alles tot in de puntjes voorbereid. Er lagen lijsten klaar van abonnementen die moesten worden opgezegd, dingen die moesten worden geregeld.

Alleen wilde hij niet zeggen of hij begraven of gecremeerd wilde worden. Mijn moeder werd er gek van. Dus ging ik met hem praten. Lag hij daar in bed, aan het zuurstof, naar lucht happend maar wel met pretogen. “Moet ik dan nu kiezen wat ik het leukste vind, begraven of cremeren? Het lijkt me allebei niet zo leuk”.

Praten over het ziekzijn deed hij dus niet, in ieder geval niet met mij. Maar grapjes mochten we er volop over maken. Als Tom, mijn neef, opa nadeed die tijdens het eten zo hard met zijn hand schudde dat de hagelslag overal terecht kwam, was mijn vader degene die het hardst moest lachen.

De dag voor hij overleed waren we bij hem in het ziekenhuis op bezoek. Sem ontdekte de knop waarmee het hoofdeinde van het bed omhoog en omlaag kon. En daar ging opa, 10 keer op en neer, stikkend van het lachen. Wat best eng is met een aandoening als longemfyseem. Geen grap ging hem te ver.

Nu al weer veertien jaar zonder hem. Maar ik denk veel aan hem, zeker sinds ik zelf zo ziek ben. Hoe hij er mee om ging, zijn situatie vaak relativeerde, toch contact bleef houden met de buitenwereld, het is heel inspirerend voor mij.

Toen ik net ziek was en niet wist wat ik had, moest ik vanwege aanhoudende benauwdheid naar de longarts. Dezelfde arts die mijn vader had gehad. Ze hoorde mijn naam en vroeg of ik toevallig familie was. Hij had vreselijk veel indruk op haar gemaakt. Door zijn koppigheid, zijn zoektocht naar betere medicijnen, zijn drang om te leven. Die man heeft jaren in geleende tijd geleefd vertelde ze, gewoon omdat hij het verdomde op te geven.

En dat, samen met de andere eigenschappen die ik van hem meekreeg, maakt denk ik dat ik er ook uitsleep wat kan, zo lang het kan, op een manier die kan. Ik ben een kind van mijn vader en daar ben ik trots op.

geluk·leven met ME·ME-leven·persoonlijk

Ik zie mezelf


Heel vaak kijken we
Genadeloos naar onszelf
Neem deze foto
Ik zie een vrouw met ontploft haar
Zie de lijnen in haar gezicht
De wallen onder haar ogen
En het feit dat ik weet
Dat zij maanden niet heeft gedoucht
Kleurt ook hoe ik naar haar kijk
Best treurig, maar wel waar

Maar ik zie ook dat ze lacht

En ze zit overeind!
Al was het maar 5 seconden
Om deze foto te maken
Ik zie dat ze op haar gemak is
Dat ze lekker in haar vel zit
Ik zie een vrouw die zichzelf is

Ik zie mezelf
En dat is fijn
Want ik was mezelf
Zo verschrikkelijk lang kwijt

leven met ME·persoonlijk

Alle hens aan dek

Komende week is een voor mij heftige week, met relatief veel afspraken, waaronder de viering van de verjaardag van onze puber komende zondag. Hoewel het zeker geen huis vol wordt, is elk bezoek dat uit meer dan 1 persoon bestaat en langer dan een uur blijft, voor mij een enorme aanslag op mijn (toch al niet aanwezige) energie.

Alle hens aan dek dus om verstandig met mijn energie om te gaan. Dat betekent dat ik even afwezig ben hier. Ik heb een stapel boeken klaarliggen die de man voor mij uit de bieb haalde, een lijstje van Netflix-series die ik wil gaan kijken, vier katten om te aaien en een bed dat heerlijk ligt. Gaat goed komen!

Fijne week allemaal!

leven met ME·persoonlijk

Jubileum

Momenteel ben ik bezig met een opschoning van mijn blog en stuit ik soms op stukjes die nog zo actueel zijn dat ik het de moeite waard vind het te herplaatsen. Onderstaand stuk schreef ik toen ik 6 jaar ziek was. Nu met wat tekstuele aanpassingen, is het nog net zo van toepassing nu ik 11 jaar ziek ben.

Afbeelding Pixabay

Vorige week vierde ik een jubileum: 11 jaar geleden, in februari 2008, stopte mijn lijf ermee. Na 2 jaar angst en stress over wat er met mij aan de hand was omdat geen enkele dokter uitsluitsel gaf, kreeg ik uiteindelijk in 2010 de diagnose ME/CVS. Dat kwam als een donderslag bij een hemel die toch al niet meer zo helder was.

Hoe zag mijn leven er 11 jaar geleden uit? We waren net verhuisd naar ons huidige huis. Midden tussen de stapels dozen besefte ik dat ik volledig uitgeput was. Ik had geen puf meer om mijn opleiding tot massagetherapeut af te maken, geen puf om nog te werken als procesmanager, geen puf om mijn eigen massagepraktijk verder op te bouwen, geen puf om sociale contacten te onderhouden. Ik voelde me eigenlijk als ik erop terugkijk al jaren niet goed, maar ging door.

Ik ging door, want zo hoort het! En dus zat ik op een vrijdagavond met mijn collega’s in Vak Zuid alwaar wij een lange slopende dag opgesloten zaten in een bedompt vergaderzaaltje om elkaar beter te leren kennen. Het duurde maar en duurde maar en het enige dat ik kon denken was dat ik naar huis wou, want ik was op. Thuisgekomen spoog ik alles dat in mijn maag zat – en meer – eruit. Toch ging ik op zondag nog een leuke massageworkshop volgen, samen met M. en een vriendin. Ook al was ik moe, ik dacht dat het me goed zou doen. Op zondagavond stond mijn lijf letterlijk in de fik, alles deed pijn. Evengoed zette ik natuurlijk de wekker voor de maandagochtend. Dat alarm ging af, nét als het alarm in mijn lijf dat heel hard ‘tot hier en niet verder‘ riep. Het was eind februari 2008.

Ik lag plat tot ergens in april. De verjaardag van S. vierde ik boven in bed, met beneden de visite. Ik had eerst een felle griep die, al zeg ik het zelf, enorm vloeiend overging in een longontsteking. En wat daarna volgde was een totaal onvermogen van mijn lijf om de draad weer op te pakken. Elke poging om conditie en activiteiten op te bouwen leidde tot weer weken plat liggen. Het werd mei, juni, juli en ik lag nog steeds op de bank.

Artsen vonden niets ook al werd ik helemaal doorgelicht. En als er niets gevonden wordt, dan zal het wel psychisch zijn. Dus kreeg ik het etiket Burn Out opgeplakt, ging in therapie – ouwehoerde me suf want daar ben ik goed in – en dat deed me mentaal heel goed maar ik knapte lichamelijk totaal niet op. Toch moest ik weer aan het werk van bedrijfsarts nummer 1, 2 en 3. Ik stapte op de trein in Hoorn en als ik in Sloterdijk uitstapte, dan zat ik een half uur bij te komen op een bankje. Dan liep ik in een half uur tijd de resterende 500 meter naar het werk  en daar aangekomen zat ik eerst op de wc om het heftige schudden van mijn lijf te laten zakken.

Mijn lijf riep heel hard ‘tot hier en niet verder‘. Maar omdat ik dacht dat het psychisch was, luisterde ik niet. Ik bleef doorgaan met reïntegreren want ‘alle begin is immers moeilijk‘ zeiden ze bij personeelszaken. Mijn opmerkingen dat ik het niet kon, dat het niet lukte, werden vertaald naar ‘ik kan het psychisch niet aan‘. Ook door mij, want ik wist niet beter.

Met de wijsheid van achteraf zie ik dat ik door die gedwongen reïntegratie vele malen erger ben geworden. Ik zakte weg naar een heel deplorabel fysiek dieptepunt. Al mijn klachten verergerden doordat ik bleef proberen. Weet ik nu wat een PEM is, toen had ik daar nooit van gehoord. Wist ik veel. Ik ging door want zo hoorde het. Tot het niet meer lukte. Op een dag werd ik wakker en toen riep mijn lijf zó hard ‘tot hier en niet verder‘, dat ik eindelijk luisterde en mijn manager belde. Vertelde dat ik niet meer kwam. Dat het op was en erger.

Ik ging liggen omdat dit het enige was wat ik nog kon. Dat duurde jaren. Plat liggen, als in ‘niet voldoende energie hebben om te blijven staan’. Plat liggen, als in ‘twee keer per week douchen omdat meer niet lukt’. Plat liggen, als in ‘je moeder die hier tien minuten autorijden vandaan woont bellen of ze alsjeblieft een kopje thee wil komen zetten en lunch voor me maken want naar de keuken lopen is een brug te ver’. En zo donderde ik ook van de trap af omdat mijn benen niet meer wilden, begreep ik geen boeken meer, was telefoneren te zwaar, kon ik bezoek niet aan, verdroeg ik geen harde geluiden, had ik het altijd koud, had ik altijd keelpijn en was ik mijn stem voortdurend kwijt. Maar ik mankeerde gelukkig niets, volgens arts 1, 2, 3 en 4. Ze hadden net zo goed een etiket met ‘aansteller’ op mijn voorhoofd kunnen plakken, want dát was de onuitgesproken diagnose die ze stelden.

Iemand met een beetje inlevingsvermogen, kan zich wel voorstellen dat dit heel pijnlijk en heftig is. Dus daar gaan we het niet over hebben. Ik ga het hebben over de wereld die ik vond, zo liggend op de bank. Over de vrouw die ik vond en die ik al jaren kwijt was. Mijn verhaal is ook niet uniek. Het is het verhaal van veel ME-patiënten. Ik ben de fysiotherapeut die me vertelde dat hij bij mij alle kenmerken van ME zag, nog steeds heel dankbaar. Zijn vermoeden werd later bevestigd door diverse ME-specialisten.

ME, ik wist niet eens wat het was! Het is geen fijne diagnose om te krijgen, een aandoening die niet gezien en begrepen wordt en vaak wordt gebagatelliseerd. Toch bracht de diagnose wel wat rust. Net als dat het krijgen van een WIA-uitkering rust gaf. Eindelijk weten wat ik mankeerde, haalde veel angst weg. Angst omdat ik lang dacht dat ik gek werd. De volledige impact van de diagnose ME, drong overigens nog niet volledig tot mij door. Ik wist er weinig van af en kon niet voorzien dat ik nu, 11 jaar later, nog steeds op de bank zou zitten, hopend op een behandeling, hopend op meer duidelijkheid wát nu überhaupt de oorzaak is van ME. Fysiek ben ik wel iets beter dan die eerste drie jaren maar mijn leven is heel beperkt en nog steeds gevuld met uitputting, pijn en uitdagingen om de dagelijkse dingen te kunnen doen. Een sociaal leven heb ik niet, behalve digitaal. Ik heb gemiddeld drie tot vier actieve uren op een dag en dan doe ik dingen als koken of douchen. De rest van de tijd lig ik plat of hang ik op de bank.

Zo terugkijkend op mijn leven voordat ik ziek werd, besef ik dat het ziek zijn er al jaren aan zat te komen. Al eerder had ik een auto-immuunaandoening gehad die me goed onderuit had gehaald (sarcoïdose) en na mijn zogenaamde herstel ben ik eigenlijk nooit meer helemaal de oude geweest. Ik was sneller moe waar ik daarvoor altijd blaakte van energie. Dingen die ik voorheen makkelijk deed, werden steeds moeilijker. Ik liep continu op mijn tenen om mee te kunnen komen, te blijven presteren, om overeind te blijven staan in de storm van reorganisaties in het bedrijf waar ik werkte. Ik negeerde fysiek signaal op fysiek signaal en vond het normaal dat ik altijd moe en altijd verkouden was. Ik vond het normaal dat ik bijna alle dagen overwerkte en altijd bereikbaar was. Ik vond het normaal dat ik mijn lijf sloopte en mijn grenzen negeerde.
Ik vond het normaal dat ik andermans liedje zong en hoorde dat van mezelf niet meer. Tot ik onderuit ging.

Na een paar jaar ziek zijn kwam er ruimte. Best veel ruimte. Die ik eerst niet voelde en zag. Blijkbaar was het voor mij nodig om plat te liggen om te zien dat je weinig tot niets nodig hebt. Als je ziek wordt en je niet meer kunt doen wat je altijd deed, wat gebeurt er dan met je? Wie ben je nog, als wat je kon en wat je deed niet meer mogelijk is? Wat blijft er dan nog over? In mijn geval toch veel. Toen alles om mij heen instortte, bleef ik zelf over. Ik kwam weer tevoorschijn. Niet meteen, ik moest goed zoeken zo liggend op de bank. Maar uiteindelijk was ik daar. Degene die ik ooit eerder was. De dromer. Een beetje wereldvreemd misschien. Iemand die het leuk vindt om stukjes te tikken. Die altijd nog veel te veel ambities heeft maar nu onderscheid kan maken tussen wat uit haarzelf komt en wat opgelegd wordt. De situatie waarin ik zit, heeft me gedwongen beter voor mezelf te zorgen. Ik ben geduldiger geworden, stel minder eisen aan mezelf en aan anderen. Misschien ben ik zelfs wel aardiger geworden.

Dat ik mezelf toch weer vond in zo’n zwarte periode van ziek zijn, vier ik nu. En ik vind dat het wel aandacht mag krijgen. In alle kwetsbaarheid van een niet werkend lichaam viel er zóveel te ontdekken over mezelf, dat is bijzonder. Deze maand ben ik 11 jaar ziek. Deze maand gedenk ik dat ik al 11 jaar bij de firma ME in dienst ben, een werkgever die me tot het uiterste heeft gedreven maar uiteindelijk toch het beste uit mij wist te halen.

Ik ben niet perfect en ik hoef dat ook helemaal niet te zijn. Dat is wat mijn imperfecte lichaam me leerde. Hoera voor mezelf! Nou nog beter worden. Want dát verlangen zal nooit verdwijnen.

Ooit! Dan ga ik en zal ik en doe ik. Maar wel wat ik wil. Dan zing ik mijn liedje en niet dat van een ander.

persoonlijk

De week

afbeelding Pixabay

Het was een rustige en zelfs wat slome week en dat was maar goed ook want ik had het goed te pakken wat verkoudheid en virus betreft. Nu gaat het wel weer, afgezien van een enorme koortsuitslag op mijn lip. Ik heb wat ge-experimenteerd met mijn nieuwe broodbakmachine. Het lukt al wat beter om er iets succesvols uit te krijgen.

S. was gisteren jarig maar we hebben een paar weken geleden al besloten om dit niet afgelopen weekend te vieren. Hij had met school een uitje naar Disneyland waarbij hij in de nacht van donderdag op vrijdag om half drie vertrok en hij in de nacht van vrijdag op zaterdag rond half vier weer terugkwam. Dat betekende voor iedereen twee gebroken nachten. S. kon niet slapen in de bus vertelde hij en M. moest er twee nachten op rij uit om hem naar een aflever- en ophaalpunt te brengen. Ik heb gelukkig dankzij de twee oxazepam die ik donderdag nog snel even heb geregeld, nergens last van gehad. Ik slik dat niet graag maar in zo’n geval vind ik het een uitkomst. Omdat we vooraf natuurlijk niet konden voorzien hoe die gebroken nachten zouden uitpakken, hadden we dus al besloten de verjaardag van S. op 17 maart te vieren.

Dat uitje was trouwens nogal een ding: de hele school – of in ieder geval iedereen die mee wilde – ging naar Disneyland. Dat waren 18 bussen en 1380 leerlingen in totaal! Het was een hele logistieke operatie om iedereen midden in de nacht in te laten stappen. Alle ouders hadden een instaptijd doorgekregen want je kunt natuurlijk niet 1380 leerlingen op hetzelfde moment uit een auto gooien. Wij waren blij dichtbij het opstappunt in Hoorn te wonen, ik denk dat ouders die in de omringende dorpen en soms zelfs in Volendam wonen, wat minder blij waren met deze actie van school. Maar de pubers hebben genoten!

Natuurlijk negeerden we niet compleet zijn verjaardag. We aten gebak – ik ook! Een glutenvrije suikerbom gemaakt door een echte banketbakker en zó lekker dat ik mijn hele bord heb afgelikt – , we knuffelden hem veel (dat mag niet altijd meer maar op zijn verjaardag trek ik me daar niets van aan) en we gaven hem zijn cadeaus, maar heel veel meer hield het niet in. Dat heb je met pubers die uitslapen en dan een paar uur later al weer naar hun bijbaantje moeten.

Komende week heb ik alleen vrijdag een afspraak met de orthomoleculair therapeut. Eigenlijk zou ik ook mee kunnen naar de schouwburg op zaterdagavond, daar hebben we kaarten voor. Maar het is met mij altijd onzeker of zoiets lukt. Nu met de dag ervoor een afspraak bij een behandelaar, weet ik vrijwel zeker dat het niet lukt. Toch beslis ik dat meestal op de dag zelf, want je weet nooit of er een mirakel gebeurt. 😉 . Vreemd genoeg voelt het voor mij beter om op de dag zelf te zeggen dat het niet lukt, dan een tijd ervoor al te besluiten dat het niet verstandig is en die kaart verkopen. Al heb ik wel tegen M. gezegd dat hij volgend theaterseizoen geen kaartjes meer voor mij moet kopen, want het is me dit jaar nog helemaal niet gelukt om mee te gaan. Beetje zonde van het geld is dat wel natuurlijk.

Nou dat was het, fijne week allemaal!