De PEM voorbij

Gisteren plaatste iemand die ik ken en die ook ME heeft, een foto van zichzelf op FB met de opmerking dat ze een PEM had. Voor wie niet bekend is met de terminologie, PEM is een afkorting voor Post Exertional Malaise. Kort gezegd: een vertraagde reactie van lichaam en geest op een activiteit. De reactie staat bovendien meestal niet in verhouding tot de geleverde inspanning. Omdat het normale herstellende vermogen van het lichaam niet goed meer werkt – inspanningsintolerantie – kan het ook zomaar gebeuren dat iemand met ME weken plat ligt na een kleine activiteit.

Afijn, ik wenste mijn FB kennis veel sterkte en realiseerde me ineens dat ik al heel lang geen PEM meer heb gehad. Wel periodes dat ik minder ben en minder kan, maar een echte PEM, nee. Goddank, want het is geen pretje om mee te maken. PEM gaat gepaard met spierpijnen, ernstige uitputting, brainfog, trillen, hoofdpijn, moeilijker praten (koelkast denken en wasmachine zeggen). Het enige dat helpt is de rit uitliggen tot alles weer een beetje oké voelt. PEM kan bovendien voelen als straf. Je doet iets en bam! daar is de PEM om de pret te verzieken.

Mij overkomt dit bijna nooit meer. Ik heb wel regelmatig slechte dagen, vaak door slechtere nachten, maar ik herstel beduidend beter dan voorheen. Ik lig niet meer weken plat maar pas een paar dagen mijn activiteiten wat aan (sla douchen over en ruk wat vaker iets uit de vriezer), rust wat langer overdag en dan ben ik er meestal wel weer (binnen de normen van mijn lijf dan hè).  Maar de allesoverheersende terugslag is er niet meer. Hoe kan dat?

Verwachtingen
Ik heb mijn verwachtingen van wat ik kan enorm bijgesteld. Dat betekent dat ik ook veel minder vaak teleurgesteld ben in wat niet lukt. Door het bijstellen van deze verwachtingen ben ik realistischer geworden. Ik kan bijvoorbeeld wel heel graag naar de reünie van mijn middelbare school willen die deze maand is, maar hoe realistisch is het om te verwachten dat ik een bijeenkomst goed doorsta met duizenden mensen, harde muziek en veel gepraat? Om nog maar niet te spreken over het reizen er naar toe en weer terug. Laat maar zitten dus. Ik laat tegenwoordig de meeste dingen aan mij voorbij gaan.Twee jaar geleden deed ik dat nog niet. Nu klinkt het net alsof ik een heel druk leven had, dat is niet zo. Ik deed toen ook heel weinig maar maakte toen wel uitzonderingen voor activiteiten die ik heel graag wilde doen en die behoorlijk kunnen uitputten. Zo ging ik naar een reünie van mijn lagere school (weliswaar alleen van mijn klas, dus niet heel druk) en volgde de week ervoor een workshop van een dag met een aantal MinofMeer lezers. Hartstikke leuk maar het werd wel gevolgd door een PEM die maanden duurde. Ik ging bovendien hierdoor heel slecht het najaar in en daardoor werd de winter een kwestie van uitliggen en naar het plafond turen.

Signalen
Een belangrijk aspect van PEM is dat de reactie niet in overeenstemming is met de activiteit die wordt gedaan. Mijn FB kennis heeft het ook zeker niet aan zichzelf te wijten. Ze heeft waarschijnlijk gewoon iets gedaan wat gisteren nog wel kon en vandaag ineens niet meer. Want zo grillig is een lichaam met ME. Zo werkt dat bij mij ook. Maar, ik heb gemerkt dat er wel signalen zijn die vooraf gaan aan een mogelijke terugslag. En die signalen voel ik tegenwoordig. Ik ben dan sneller geïrriteerd, zweet heel snel ook al doe ik weinig, ik houd meer vocht vast, ik word soms wat overspoeld door de dingen van de dag. Op die dagen weet ik dat ik dan beter niet naar buiten kan gaan, ook al zou het me heerlijk lijken. Bezoek is dan ook geen goed idee en ik moet dan ook maar niet in de keuken gaan staan of de telefoon opnemen.

De onderlijn en de bovenlijn
Ik balanceer tegenwoordig tussen twee lijnen. Ik probeer elke dag te kiezen voor in ieder geval die activiteiten die nodig zijn of echt goed zijn (daglicht snuiven) en niet meer een hele dag plat liggen, ook al wil ik dat wel als ik in de ochtend wakker word. Ik heb geleerd dat ik op een slechte dag toch beter gewoon kan opstaan om mijn lijf langzaam op te starten dan te blijven liggen tot het wat beter voelt. En dan in de middag mijn rust te pakken. Ik zak dus niet meer onder de onderlijn. Zo is het ook met de bovenlijn, ik doe wel eens iets meer maar niet extreem meer. Ik ga niet meer op een hele goede dag ineens naar de duinen met man en kind om daar een half uur te wandelen.

Is dat jammer? Ja, op zich wel. Er zijn weinig leuke dingen waar ik me op kan verheugen. Aan de andere kant, omdat ik me continu beweeg tussen de marges van een onder- en bovenlijn en niet meer echt voor uitschieters zorg, klap ik minder extreem in elkaar. En schuift de lijn van wat ik kan toch heel langzaam – laten we wel wezen tergend langzaam – de goede kant uit.

Ik bewaak mijn grenzen beter
Ik heb niet alleen mijn eigen verwachtingen bijgesteld maar ook die van anderen. Of wat ik denk dat de verwachtingen van anderen zijn. Ik voel minder drang om te pleasen en kies vaker voor mezelf. Dus als ik voel dat ik niet goed genoeg ben om naar de verjaardag van familie te gaan, ga ik niet en denk ik niet zoals vroeger dat het lullig is dat ik niet meega. En staat er een buurvrouw op de stoep om te vragen of ik kan helpen met de bamboe rolgordijn op te hangen omdat haar poging heeft geleid tot een scheef hangend rolgordijn, dan zeg ik gewoon nee. Voorheen zou ik dan helpen, ook al mijd ik hier in huis elke zwaardere activiteit. Bovendien, en daar ben ik trots op, ga ik mezelf niet meer uitleggen en verdedigen. Ik zeg gewoon dat rolgordijnen ophangen niet mijn ding is en wens haar veel succes. Natuurlijk help ik iemand als er een noodsituatie is maar ik zie tegenwoordig wat beter wie de eigenaar van een probleem is, om het maar eens in wollig jargon te gieten.

Ik ben niet meer boos
Hoewel ik zeker geen boeddha ben, ben ik niet meer boos. Voorheen wel. Ik kon echt zó boos zijn om wat mij was overkomen. Wat een onrecht! Nu denk ik ja, best klote, maar er zijn zoveel dingen ruk. Ik heb wel een fijn dak boven mijn hoofd en we hebben het hier thuis heel gezellig, er wordt veel gelachen en geknuffeld en er is veel waar ik van kan genieten. Ik schreef gisteren in een mail aan een oude vriend die na een radiostilte van jaren contact met mij zocht (oud als in iemand waar ik mee omging toen ik begin 20 was): Ik ben niet meer de Martine van vroeger maar nog wel steeds dol op lezen, schrijven en koken.

kijk, dit kan altijd!

Wie is nog wel de persoon die zij vroeger was? Het leven komt er tussendoor en we maken allemaal dingen mee. In het begin van mijn ziek zijn voelde ik mij enorm aangetast. Ik was niet meer wie ik ben, zo voelde dat. En wie was ik dan wel eigenlijk? Ik had veel moeite met zingeving. Tot ik ontdekte dat ik nog steeds van dezelfde dingen genoot als voorheen. Koken, lezen en schrijven kan in etappes en katten knuffelen kan altijd.

Voor mij is dit een goed recept om met mijn aandoening om te gaan. Er is meer balans, ik overschrijd minder grenzen dan voorheen, leef meer van dag tot dag en luister naar de signalen die er zijn. Ik word beloond door minder felle terugslagen. Voor mij werkt dit. Ik zeg niet dat dit voor iedereen met ME zal werken. Soms is het basisniveau al zo laag dat iemand al een PEM kan krijgen van douchen. Dat heb ik zelf ook meegemaakt. Maar door mij in die slechtste periode bezig te gaan houden met dingen die ik toch kon doen (bijvoorbeeld schrijven op het blog), had ik veel afleiding. Ik heb namelijk gemerkt dat afleiding echt fijn is. Niet de hele tijd met ziekzijn bezig zijn (nou ja, ik tik er nu een stuk over) maar je richten op wat lukt en waar je blij van wordt.

Heb jij voor jezelf een succesformule om zware tijden te doorstaan?

Dibbes en de afplaktape

Dibbes woont nu drie jaar bij ons. In mei 2013 zat hij ineens in de tuin, schuw, mager en half blind. Vertrouwen winnen ging heel moeizaam maar in september lukte het om hem te aaien en vandaar uit maakte hij grote sprongen. In oktober brachten we hem naar de dierenarts voor een algehele check, sterilisatie, chippen en een oogoperatie, aangezien hij entropion had, een aandoening waarbij de wimpels naar binnen groeien.

Daarna kon het echte werk beginnen want hij moest aan alles wennen en was erg onzeker en schrikkerig. Dibbes is een kat van extremen, hij kan héél erg ongelukkig en onzeker zijn maar ook genieten als geen ander.

Dat we na een jaar nog een zwerfkat – en zijn evenbeeld – adopteerden was wel een kleine verstoring in het prille adoptiegeluk. Maar nu we weer twee jaar verder zijn sinds Gerrie hier kwam, is er wel een acceptatie ontstaan. Ze spelen – heel voorzichtig – met elkaar en zijn niet langer elkaars vijanden (dat waren ze op straat wel, elkaars concurrenten om eten).

Dibbes heeft heel langzaam meer zelfvertrouwen gekregen. Al moeten we hem nog wel door spannende tijden heen loodsen. Oudejaarsavond en dierenartsbezoeken worden vooraf gegaan aan weken van zylkène slikken, een antidepressivum voor katten dat net overal de scherpe randjes vanaf haalt. En wat het ene jaar nog niet lukte – hem naar de dierenarts brengen voor controle – lukte de erop volgende jaren wel. En ook daar leerde hij van. In de mand ergens naar toe gaan betekent altijd dat hij ook weer mee terug mag. Na een kleine ingreep aan zijn gebit vorig jaar, regelde ik het zo dat ik bij hem mocht blijven toen hij onder narcose ging en ik was ook de eerste die hij zag toen hij weer bijkwam. Al deze stappen hebben een band gesmeed en vertrouwen tussen ons gebracht. Hij is bovendien niet meer vooral alleen op mij gericht maar hecht zich ook aan andere gezinsleden en aan mensen die hier regelmatig over de vloer komen.

Dat de angst en onzekerheid nog steeds zeer aanwezig zijn, zag ik deze week. In de huiskamer stond een grote lege doos. Dibbes is als echte kat dól op dozen dus sprong hij erin, eruit, erin, eruit. Om vervolgens ineens als een idioot heen en weer te rennen, trap op, trap af. Volledig in paniek. Er bleek een stuk tape aan zijn staart te zijn vastgeplakt. In die doos zat blijkbaar van dat afplaktape waar je dozen mee dichtmaakt en dat hing aan zijn staart.

Wat volgde was een regelrecht drama met een Dibbes die niet kon stoppen met rennen en een Gerrie die dacht dat er een leuk spelletje gespeeld werd en achter Dibbes aan ging hollen. Het werd al snel levensgevaarlijk omdat hij in zijn angst ook de straat op vloog waar auto’s pal op de rem moesten staan om hem niet plat te rijden. Uiteindelijk rende hij weer het huis in, naar boven naar de kamer van S. Daar verstopte hij zich onder bed. Eerst lag hij volledig verstijfd maar al snel kreeg hij een soort toeval van angst. Hyperventileren, schokken met zijn hoofd, rollende ogen. Eng om te zien en echt heel zielig. Ik kon er bovendien niet goed bij want onder het bed ligt een logeermatras en daar lag Dibbes op. Er bleef dus te weinig ruimte over om zelf ook onder het bed te kruipen.

Uiteindelijk ben ik plat op mijn buik gaan liggen en ben met mijn ene hand hem gaan aaien en met de andere hand op zoek naar zijn staart gegaan. Hij reageerde na een paar minuten goed op mijn stem en mijn aanhalingen dus hij kalmeerde iets. Toen snel met een ruk dat klotetape eraf getrokken. Hij vloog onder het bed vandaan en ging plat op de grond liggen. Daar kroop ik naast hem en toen moesten mens en dier even van de consternatie bijkomen.

Sindsdien is hij echt weer terug bij af. Hij kan zich wel redelijk ontspannen maar bij elke vreemd geluidje dat hij hoort – gekuch, geritsel van papier, gillende mensen in het park – springt hij op en verstopt zich. Best zielig.  Het positieve is wel dat het me lukte om in zijn ergste paniek tijdens die aanval tóch contact met hem te krijgen en hem te kalmeren. Dat betekent dat er echt veel vertrouwen is gegroeid. Dus moet hij nu even door deze periode heen. Het komt wel weer goed.

Loslaten & gemak en de Universiteit van de Open Deur

Wie hier vaker leest, weet dat ik dit jaar erg aan het experimenteren ben met loslaten. Dat gebeurt op financieel gebied onder meer door niet meer tot de nul te begroten, niet meer voor elke denkbare uitgave een reserveringspotje te maken maar gewoon betalen wat er op ons pad komt. Wat overblijft gaat naar de spaarrekening en naar de hypotheekaflossingen. Jaren van consuminderen hebben ons koop- en wensgedrag behoorlijk beïnvloed en we zijn niet ineens met geld gaan smijten. We zijn wel iets meer gaan uitgeven maar dat is prima. Iets meer uitgeven aan pret en ijsjes is oké als het er is, het gaat immers om een fijne balans tussen sparen, aflossen en genieten.

Ook op andere gebieden probeer ik minder krampachtig te zijn. Ik kan nogal manisch en streng voor mezelf zijn maar steeds meer lukt het mij om los te laten. Ik word vaak gedicteerd door een MOETEN-drang: dingen die gedaan moeten worden kunnen zeer urgent aanvoelen, maar de helft van de tijd ben ik natuurlijk zélf degene die bepaalt dat iets blijkbaar moet. En al dat moeten is op alle gebieden voelbaar, van perfect willen eten, tot conditie-opbouw, tot lijsten maken van boeken die ik wil lezen. Natuurlijk zit daar een enorme controlebehoefte achter en zegt dat enorm veel over mij. Bovendien maakt al dat ‘gemoet’ me natuurlijk helemaal niet gelukkig. Sterker nog, het schaadt mijn gezondheid. Want mijn manische brein leidt snel tot een heel erg overprikkeld brein. Die amygdala van mij maakt overuren en hoe erger ik in de manie schiet, hoe meer ik daar een paar dagen later de fysieke gevolgen van voel (dat is hoe ME/CVS werkt).

Loslaten dus. Wat mij goed helpt is alles omdraaien. Als ik voel dat iets moet, draai ik het tegenwoordig om en vraag: Is dat zo? (volgens mij zette Vlasje mij op het spoor van deze alles bevrijdende vraag). Moet dit echt? Van wie? Meestal van mezelf dus, en door het omdraaien verdwijnt de urgentie 9 van de 10 keer en kan ik relaxter doen.

Maar die tiende keer hè, verdwijnt de urgentie niet. Omdat er nu eenmaal soms wél iets moet. Wat doe ik dan? Mijn aloude oplossing alles dan snel afwerken wat er dan blijkbaar toch moet gebeuren, is niet fijn. Wat dan wel kan is verder gaan met vragen stellen. Dat gaat dus zo:

Is dat zo?
– Ja dat is zo, dit moet echt!
– Hoe kan dit eenvoudiger?

De vraag ‘Hoe kan dit eenvoudiger?‘ is net als ‘Is dat zo?’ toepasbaar op alles wat zich voordoet. En na wat analyseerwerk weet ik dat het eenvoudigste voor mij die oplossing is die het minste energieverlies oplevert. Dus hanteer ik tegenwoordig het principe: 1 erin? 1 eruit! Een motto dat niet alleen bruikbaar is voor mensen die de chaos in hun huis onder controle willen houden met minimalistische opruimtrucs, maar dus toepasbaar op alle gebieden in het leven is ;-).

Dat betekent heel concreet dat ik bij zaken die zich onverwacht aandienen en die echt gedaan moeten worden, ik mijn dag bekijk en een activiteit schrap. Aangezien ik niet heel veel kan doen op een dag is dat meestal of koken of douchen. Mijn 8-minutenloopje dat ik sinds een week elke ochtend doe, probeer ik er wel echt in te houden want alle dagen even buiten zijn vind ik het belangrijkste. Wassen kan ook even aan de wastafel en koken kan makkelijk worden vervangen door iets uit de vriezer te plukken.

Dit werkt echt goed voor mij. En zo kon ik deze week meezwemmen met de stroom toen bleek dat alle broeken van kind ‘ineens’ te klein waren. Na een zomervakantie van altijd in korte broek, zwembroek of joggingbroek lopen, viel het pas nu op dat zijn spijkerbroeken allemaal hoog water zijn. Dat is al de derde keer dit jaar, hij heeft een enorme groeispurt gemaakt. M. is hier thuis degene die normaal met S, de stad in gaat om kleding te kopen. Maar aangezien M. woensdagavond huppelend weg ging om voetbaltraining te geven (hij is coach/trainer van het voetbalteam van S.) en hinkend terugkwam met een zweepslag, werd de schone taak van kleding kopen aan mij overgedragen,

Moet dit echt? Ja dat moet? Hoe kan dit makkelijker? 1 erin? 1 eruit! Gewoon alles in één kledingwinkel halen, douchen overslaan en eten uit de vriezer rukken. Dus hop op vrijdagmiddag naar de stad gegaan, 6 spijkerbroeken en meteen wat shirts en een sweater gekocht.

De zweepslag verstoorde ook het wekelijkse de zwaardere boodschappen doen met de auto van  M. en mij. Oma haalde snel even wat noodvoorraad aangezien ik de dag na het kledingshoppen nog niet daarvan voldoende hersteld was om dat zelf te doen en de rest bestelde ik via internet bij Albert Heijn. Gewoon maar meteen voor een maand zware dingen vooruit. Hoef ik niet te sjouwen met kattengrit, pakken melk en flessen olijfolie. De rest van de maand hoef ik alleen nog wat vers spul te halen en dat kan heel makkelijk bij de Lidl op 5 minuten hier vandaan.

Het voordeel is dat ik mezelf veel minder forceer en dat is een enorme stap! Ik accepteer tegenwoordig minder de gedachte ‘zo ben ik nu eenmaal’ als blijkt dat ik gewoon zelf echt last heb van mijn eigen gedrag. Ik vind het echt fijn om te merken dat kleine stappen op één gebied gevolgen kunnen hebben voor alle andere gebieden.

In mijn stuk van vorige week over mijn dagelijkse loopje van 8 minuten schreef ik over het zelf je ergste vijand zijn door jezelf negatief te becommentariëren. Ik luister tegenwoordig niet meer naar die stemmen omdat ik weet dat het onzin is. Een bloglezer maakte daar de – goed bedoelde – opmerking over dat dit kennis is van het niveau van de Universiteit van de Open Deur. De rest van de reactie was heel positief in de zin van ‘je bent de moeite waard en ga lief en begripvol met jezelf om’.

Deze lezer heeft natuurlijk helemaal gelijk. En misschien zijn de manieren die ik hierboven omschrijf ook wel onderdeel van de Universiteit van de Open Deur. Eigenlijk vind ik het een geweldige omschrijving. Want er zijn dingen die we allemaal wel weten (goed voor jezelf zorgen, jezelf ruimte geven, etc) maar niet doen. Gedrag aanpassen is soms gekmakend moeilijk. Wat je weet (die negatieve stemmen in mijn hoofd verkondigen onzin) correspondeert vaak niet met wat je voelt (ik ben niets waard). Gedrag volgt vaak denkpatronen en die zijn moeilijk te doorbreken. Dus de les van deze week van de universiteit van de Open Deur is:

– Is dat zo?
– Ja dat is zo, dit moet echt!
– Hoe kan dit eenvoudiger?
– 1 erin? 1 eruit!

Pas jij makkelijk gedrag aan waar je last van hebt?

Wandelmaatje

Katten zijn enorme gewoontedieren. Als ik twee avonden achter elkaar rond een uur of 8 wat lekkers geef, is mijn uitzicht op de derde avond vier katten op een rij die me aanstaren met een spandoek waarop staat: ‘lekkers, nu!’

Zo hebben ze ook vaak vaste slaapplekken en een verdeling op het bed,  ‘jij hier en ik daar en jullie twee in het midden’. Dat wordt dan weken nageleefd tot er iets gebeurt en er een andere orde wordt opgezocht en nageleefd.

Nu ik dagelijks een klein loopje doe en dat bovendien telkens op ongeveer dezelfde tijd, had kat Moos dat snel door. Op dag 1 zag hij me bij terugkomst en begroette me luid miauwend. Op dag 2 kwam hij me gillend tegemoet rennen. En op dag 3 zat hij bij de voordeur klaar voor vertrek en begeleidde me tijdens mijn loopje, miauwend en gillend.

In het park is het wel erg spannend voor hem, maar ach voor mij ook ;-). Hij klimt af en toe in een boom als er een hond te dichtbij komt en is overduidelijk opgelucht als ik me weer omdraai. Dus nu heb ik een wandelmaatje. Dat overigens veel bekijks trekt want veel mensen willen weten of de kat bij mij hoort, waarom hij achter me aanloopt en waarom hij zo gilt.

Het is niet voor het eerst dat een kat me achterna loopt. In mijn jeugd liep onze rode kater Floris regelmatig met me mee naar school. Hij zat me soms ook op te wachten op de stenen muur van school, wachtend tot ik weer tevoorschijn kwam. Kater Job achtervolgde me naar de peuterspeelzaal waar ik S. naar toe bracht. Daar ging hij (de kat, niet het kind) op zijn achterpoten staan en tikte met zijn voorpoten tegen de ramen, onder luid gegil. Ook liep hij wel met me mee naar de binnenstad, een keer zelfs tot de deuren van de Hema waar ik naar toe ging voor een boodschap. Ik durfde hem daar niet achter te laten dus keerde ik zonder spullen weer om.

Veel mensen zijn ervan overtuigd dat katten geen roedeldieren zijn en zich meer aan een plek hechten dan aan het baasje, maar die katten moet ik blijkbaar nog tegenkomen.


De kleinste stap met het meeste effect

Een paar jaar geleden kwam ik in aanraking met Kaizen. Voor wie niet weet wat dit is: Kaizen is de kunst van kleine stappen zetten, om zo grote veranderingen te kunnen bewerkstelligen. Want wie grote stappen zet, activeert een deel van het brein waar ook weerstand, verzet en angst vandaan komen. Kleine stappen zetten bedot het brein want het heeft dan niet door dat je toewerkt naar een doel. Maar die kleine stappen maken wel noodzakelijke verbindingen aan in je brein, waardoor de weg naar je doel toe wordt bereid.

Kaizen is voor mij heel interessant. Van nature pak ik alles groots en meeslepend aan en met een aandoening als ME/CVS wordt mijn brein voortdurend overprikkeld en in staat van alarm gebracht. Dus loont het de moeite om kaizen toe te passen in mijn dagelijkse leven.

Gisteren schreef ik: ‘ik wil worden wie ik ben in dit lichaam’ . Dat klinkt nogal dramatisch. Maar het klopt wel. Wie ziek is, wil beter worden. Dus was de focus heel lang gericht op dingen doen: ‘als ik dit of dat doe, word ik vast beter’. Veel later kwam het besef dat beter worden misschien niet iets doen is, maar vooral iets niet doen. Geen grenzen overschrijden maar luisteren naar mijn lijf.

Beter werd ik niet maar er was sindsdien wel een significante verbetering. Ik heb geleerd dat heel veel behandelingen allemaal wel iets hebben dat ik kan gebruiken. Dus schoof mijn toestand langzaam op van volledig plat liggen naar iets meer kunnen doen in het dagelijkse leven.

Toen ik dat punt bereikte probeerde ik ook mijn conditie te verbeteren en spieren sterker te maken. Onder begeleiding van een fysiotherapeut en ook zelf in het dagelijkse leven. Maar hier stokte de vooruitgang. Mijn lijf blijft reageren alsof er een noodtoestand is na het doen van wat spierversterkende oefeningen.

Dus was het ritme van de afgelopen jaren, proberen op te bouwen, onderuit gaan, wonden likken, doorgaan, plannetje maken, weer proberen op te bouwen, onderuit gaan. Afijn, zo dus, het is jullie vast duidelijk.

Nu kind weer terug naar school is, is het ook weer makkelijker een vast dagritme te hanteren van kleine klusjes, mediteren, wat lezen, etc. Ik heb de afgelopen jaren geleerd om actie en ontspanning af te wisselen en daar ook naar te handelen. Ik voel tegenwoordig ook goed aan of ik voldoende energie heb om bijvoorbeeld even naar de bieb te gaan of dat ik dat beter een dag kan opschuiven.

Met dat in gedachten wil ik ook weer gaan lopen. Want alle dagen naar buiten gaan is goed, niet alleen voor mij maar voor iedereen. Het lopen gaat tot nu toe altijd zo: ik doe een loopje, dat gaat goed en besluit dat om de dag te gaan doen. Na een week raak ik in een hallelujahstemming en ga meteen voor de grote loop (een wandeling van 25 minuten langs het IJsselmeer). Dan stort ik in. Niet zozeer vanwege die wandeling maar omdat ik denk dat het goed ging en ik in de adrenalinekick die volgt ga stofzuigen of dweilen of wat dan ook.

Die adrenalinekick moet ik zien te vermijden weet ik nu. Met kaizen in gedachten, kies ik voor de kleinste stap op weg naar meer verbetering. De kleinste stap is een loopje vanuit mijn huis naar het park hierachter, ik loop een paar meter het park in en draai me dan om en ga weer terug. Dat is 8 minuten lopen (voor mij dan want ik heb het tempo van een slak, als kind en man dit lopen zijn ze met 4 minuten terug). Deze wandeling is zo klein dat het geen wandeling mag heten. Zo klein dat het vergelijkbaar is qua energie met douchen of aankleden. Dat kan ik wel, ook op mindere dagen, als ik het maar zo klein blijf aanpakken.

Wat ik moeilijker vind, maar wel doe is de stemmen in mijn hoofd negeren. Want doorlopen als ik in het park ben is heel verleidelijk. Het is mooi weer, het gras is groen, ik zie mooie vogels, ladidadila. Zo dus. En er is ook een stem die brult dat ik een loser ben, omdat ik maar zo kort kan wandelen. En een stem die zegt dat vast iedereen in het park naar me kijkt, ‘wat doet die vrouw nou, die loopt een paar meter het park in en dan draait ze zich om. En dat doet ze elke dag. Ja, logisch dat overgewicht’.

Jullie zien, ik ben mijn eigen strengste criticus. Wie heeft een vijand nodig, met zulke stemmen in zijn hoofd? Dus negeer ik ze, en als dat niet lukt zet ik gewoon het geluid uit. Want ik doe het toch, die kleinste stap die ik kan zetten zonder terugslag, ook op slechte dagen.

En ik bepaal geen doel. Het doel is het lopen zelf en het alle dagen even buiten zijn, niet de uitbreiding. Vandaar uit zie ik wel verder. Ik meld me in ieder geval niet aan voor de dam-tot-dam-loop ;-).

Wat is jouw valkuil als je iets wilt aanpakken? En wat zou dan jouw kleinste stap zijn?

ps: voor wie meer wil weten, ik schreef een paar jaar geleden een blog over een boek dat ingaat op kaizen, dat lees je hier.

De laatste vakantieweek

De laatste vakantieweek was natuurlijk super! Al hing de wolk van ‘volgende week moet ik weer naar school’ wel heel erg boven het hoofd van puber, desondanks hadden we het heerlijk. Zijn wens om de laatste week ergens te gaan lunchen en naar de bioscoop te gaan is voor de helft uitgekomen. De bioscoop lieten we maar zitten, het weer was daar echt te mooi voor. Wel ging hij vrijdag met zijn vader naar het strand bij Callantstoog.

De week in foto’s:

 

Ik maak sinds een paar weken mijn eigen yoghurt. Voor mijn verjaardag vroeg en kreeg ik een yoghurtmaker. Ik las ergens dat je yoghurt lactosevrij kunt maken door hem 24 uur te laten staan, in plaats van de normale 10 tot 15 uur. Ter voorbereiding was ik ook al probiotica gaan slikken. Nu geniet ik dus sinds een paar weken af en toe van een yoghurtontbijt. Wat een zaligheid!

  

Groei en bloei in de tuin. Dibbes zit regelmatig in deze plantenbak, dus moest Moos even een puntje maken…
  

Met S. ging ik uit lunchen bij Oranje Buiten, een strandtent aan het IJsselmeer. Relaxte plek, schitterend uitzicht en bezoek van een sprinkhaan die ook in onze lunch geïnteresseerd was.

9 van de 10 keer is dit in de ochtend mijn uitzicht als ik wakker word. Gerrie en Dibbes wisselen elkaar af, dit keer was het Gerrie die me wakker hypnotiseerde….

Ik ben geen spelletjesmens maar S. had tot zijn grote vreugde nog een bon die hij kon inwisselen. Wij hebben S. een aantal jaren achter elkaar bonnen cadeau gegeven die goed zijn ‘voor een pyjamadag, ‘avondmaaltijd naar keuze’, ‘de baas voor een dag’ en dus ook een ‘spelletje Monopoly’.

Wat hak- en snijwerk. Dat wordt zo geportioneerd de vriezer ingeschoven en kan ik pakken en verder bewerken wanneer het nodig is. Dit is heel fijn op dagen dat ik me niet goed voel. Ik heb voor dat doel een paar complete maaltijden in de vriezer en wat dingen die nog bewerkt moeten worden. Zo’n zak voorgesneden groenten wokken en met rijst serveren lukt ook prima op mindere of drukke dagen.

Gevulde pan voor meerdere doeleinden. Een deel werd gebruikt als saus om een pizza te beleggen. De rest ging in bakjes de vriezer in. Voor saus of soep, dat maakt niet zoveel uit.

Een deel van de bestellingen die ik deze week deed. Het wachten is nog op een lading kattenvoer en een doos wijn en dan kunnen we voorlopig weer even vooruit!

Fijne week allemaal! Hier is S. vandaag nog vrij en dan vanaf morgen begint het normale leven weer.

De buffer

Gisteren schreef ik dat de buffer niet zo hoog is als andere jaren en dat door tussenkomst van wat noodzakelijke uitgaven de buffer eerder omlaag dan omhoog ging. En dat er van aflossen nog niet heel veel is gekomen dit jaar.

Wat is een goede buffer? Hoe hoog zou die moeten zijn? Wanneer voelt het goed? Dat is een vraag die jullie vast herkennen.

Kathy schreef in een reactie:
‘Maar ook wij willen de buffer eerst weer wat ophogen, maar ik blijf dit moeilijk vinden wat of je hier voor moet reserveren.
Buffer voor het huis, buffer voor zorg/gezondheid. Wij zijn vijftigers en
er komt een tijd dat we daar meer geld voor moeten hebben denk ik.
Dan nog een potje voor wat plezier ook in de toekomst.
Wij ontvangen weinig pensioen en gaan er dus straks waarschijnlijk op achteruit.’


Iemand anders schreef een hele hoge buffer aan te houden om zo elke tegenslag of zorguitgave zelf te financieren, in plaats van dure verzekeringen te betalen. Op termijn wordt hier winst mee behaald.
Maar ja, wat is een hele hoge buffer? €100.000? €20.000? €10.000? Wat ik hoog vind, is voor een ander laag. De hoogte is net zo persoonlijk als smaak. En wat ik sober leven vind, is voor een ander heel luxueus wellicht. 
Natuurlijk kun je de hoogte van een buffer baseren op wat anderen in jouw situatie ook doen. Je kunt bij het Nibud de bufferberekenaar invullen. Maar ook dat zegt niet zo veel, tot weinig. Want iemand die nooit ziek is (althans tot nu toe), geeft weinig uit aan zorg en zal zich niet aanvullend verzekeren waardoor er meer overblijft om te sparen. En iemand die hobbelt van pech naar pech en een beugel nodig heeft, die is aanvullend verzekerd omdat dit wél goedkoper is in plaats van alles zelf te dragen (ja, ik heb het over mijzelf…).

Bovendien vind ik de bufferberekenaar soms wat onduidelijk. Want het houdt bijvoorbeeld geen rekening met toekomstige uitgaven als een studerend kind maar wel met vervanging van een auto. Maar, er wordt niet gevraagd hoe snel de auto zou moeten worden vervangen. Wij zijn bijvoorbeeld nu aan het sparen voor een andere auto die naar verwachting over een jaar of 4 wordt gekocht. Het Nibud telt de aanschafprijs van een auto meteen bij je noodzakelijke buffer.

Getallen zeggen niets, leefwijze, persoonlijke situatie en vaste lasten wel. Iemand raden in wat een goede buffer zou zijn, is bijna niet mogelijk zonder dat achtergrondplaatje te kennen. En dan nog? Kun je flexibel zijn op het moment dat er iets verandert in je situatie? Beschik je over veerkracht en aanpassingsvermogen? Op het moment dat hier een inkomensdaling is, zal er ook een daling in de lasten zijn. Ik weet immers goed waar de ruimte zit. Het zal alleen niet meer mogelijk zijn om veel te blijven aflossen. Dus is het dan een overweging om te verhuizen naar een goedkopere woning. En dát is dus juist weer een goede motivatie om te blijven aflossen om dat scenario te voorkomen.
Mogelijke punten ter overweging bij het bepalen van de hoogte van een buffer zijn:
Vervanging van apparaten/onderhoud aan huis
Ik houd al jaren een lijstje bij van alle apparaten in huis, wanneer ze ongeveer aan vervanging toe zijn en wat dat ongeveer gaat kosten. De totaalwaarde van die lijst bedraagt  meer dan de hoogte van onze buffer. Maar ik kijk vooral naar de uitgaven die we binnen nu en ongeveer drie jaar kunnen gaan verwachten. Dat is een leidraad voor ons. 

Pech en onvoorzien
Omdat het leven niet maakbaar is, houden we ook rekening met pech. Spullen gaan soms veel eerder kapot en soms maak je andere keuzes dan je eerder dacht. Het is fijn als daar ruimte voor is.
Lekker vaag en niet te meten: ‘wat voelt goed’?
Onze buffer nu is €7000,- . Dan heb ik het over geld dat nodig is bij pech en vervanging spullen. Niet over een studie voor kind of een andere auto, die reken ik voor het gemak niet bij de buffer. €7000 voelt voor mij net iets te laag. Komt er veel pech achter elkaar, dan is de bodem best snel bereikt. Eerder hadden we een buffer van €10.000,- dat voelde beter. Dat is iets waar ik nu weer naartoe zou willen. Dat iets beter voelt is vrij abstract natuurlijk. Want ook bij een buffer van €10.000 kunnen er dingen gebeuren die we niet op voorhand weten en waardoor je zo door je geld heen bent.
Uiteindelijk is het toch wat natte vingerwerk. Onze buffer zou hoger kunnen zijn maar wij kozen er tot nu toe voor wat overblijft na aftrek van de lasten niet op een spaarrekening te parkeren maar te gebruiken ter aflossing van de hypotheek. Kijk ik naar de verre toekomst dan is mijn beste pensioen volgens mij nog altijd een afgeloste hypotheek en daardoor maandlasten die te behappen zijn. Omdat ik ervan uitga dat we de hypotheek hebben afgelost voor ons pensioen, zijn er nog wel wat jaren dat we dan maximaal kunnen sparen, na het aflossen van de hypotheek. Maar ja, niet als ons inkomen al voor die tijd daalt.
Natuurlijk kun je ook op andere manieren de hoogte van een buffer bepalen en beïnvloeden. Je kunt bijvoorbeeld gaan ‘downgraden’ en veel goedkoper wonen. Zo ben je eerder van die hele hypotheek af. Hoe dat in zijn werk kan gaan lees je onder meer op het blog van verlossende aflossers. Of je verkoopt je huis en kiest voor een alternatief van een tiny house, zoals een vriendin van mij nu doet. Dat zijn keuzes die mensen kunnen maken. Maar die hier in huis onbespreekbaar zijn. Niet iedereen wil minimaliseren of klein wonen. Sterker nog ik moet er niet aan denken. Ik heb van mijn 18e tot mijn 36e héél tiny gewoond en geniet nu nog steeds enorm van de extra meters woonruimte die we nu hebben….
Uiteindelijk is het bepalen van de hoogte een buffer koffiedikkijken, Ik was natuurlijk heel blij de afgelopen jaren dát er een buffer was. We kunnen immers veel makkelijker dan voorheen pech opvangen. Maar het is toch een kwestie van ‘wat als’ dan ‘dit’. Gebeurt ‘dit’ niet dan is het vast ‘dat’. Het leven is niet maakbaar en de beste buffer bestaat vooralsnog uit veerkracht, creativiteit en flexibiliteit.

Nooit meer een Kobo e-reader!

Nou, deze ezel stoot zich zonder probleem meerdere malen aan dezelfde steen! Omdat mijn Kobo e-reader kapot was en niet meer te maken, kreeg ik mijn geld retour van Bol. Het viel nog ruim binnen de garantie van twee jaar. Ik wist niet goed wat te doen. Een andere merk kopen of hetzelfde merk, ervan uitgaand dat het waarschijnlijk gewoon vette pech was dat het ding al na 8 maanden zijn laatste adem uitblies?

Eén ding wist ik wel, ik moest niet zo tutten. Veel lezers vonden het onzin dat ik wilde wachten op een aanbieding en eigenlijk hebben jullie gewoon helemaal gelijk. De vorige kocht ik ook in een aanbieding en dát geld kreeg ik retour. Deze knieperd had geen zin om er geld op toe te leggen. Maar, uit jullie reacties bleek dat ik wel erg streng ben voor mezelf. Vanwege dat én de reactie van de man (koop dat ding gewoon, is voor jou een levensbehoefte) besloot ik te gaan voor het makkelijkste en het snelste: een nieuwe Kobo maar dan een upgrade, net een maatje groter omdat het me prettiger lezen lijkt. De Kobo Glo die ik had is namelijk wel heel erg klein. Dus kocht ik een maatje groter.

Die kwam zaterdag al binnen. Jeej! Alles inpluggen dan maar. En wat gebeurde er? Niets. Helemaal niets. Ook dit apparaat werd niet herkend door mijn laptop, of die van kind wat ik voor de zekerheid wel even controleerde. De sony-reader van de man maakt daarentegen wel zonder problemen contact met de laptop en met mijn calibre-ebibliotheek. Maar die e-reader wordt helaas niet meer geproduceerd, anders wist ik het wel.

Die Kobo ging dus dezelfde dag al weer retour. Wat het is? Bloglezeres Ilse wist een gelijksoortig probleem met haar Kobo te melden na een windows 10 update. Wat heel goed mogelijk is en veel verklaart. Wel jammer dat de reparatieservice van Bol daar geen melding van maakt. Ik ben vast niet de enige met dit probleem. Kan me zo voorstellen dat de Bol klantenservice nu vast overspoeld wordt met Kobo e-readers. De klantenservice van Kobo zelf had trouwens ook geen zinnige verklaring. Mijn mail met vragen naar de Nederlandse klantenservice leverde een volslagen onbegrijpelijk antwoord op, waarbij overduidelijk google translate een rol in heeft gespeeld.

Dus nu verkeer ik in een impasse en weet ik het even niet.  Ik ga alle tips die jullie mij gaven naar aanleiding van de eerdere blogposts hierover maar even teruglezen. Waarvoor hartelijk dank trouwens! En na het lezen van die tips stort ik me op de fysieke boeken die ik gelukkig hier nog hebben liggen. Lang leve papier!

De laatste vakantieweek

Hoewel iemand hier in huis doet alsof de vakantie geen einde kent – ik noem geen namen maar hij is minderjarig en moet over een week weer naar school – is toch echt de laatste vakantieweek aangebroken. Hoewel het onderwerp ‘einde vakantie’ verboden is door de persoon in kwestie, kwam de realiteit via de post toch ons huis binnen gedenderd in de vorm van een grote doos vol met schoolboeken.

Tja, nog maar een week! Gelukkig zijn de weersvoorspellingen heel goed en is er dus hoop dat er wat buitenactiviteiten gedaan kunnen worden. Aan het eind van de week hopen we naar het strand te gaan, op de vrije dag van M. En verder vermaken S. en ik ons over het algemeen heel goed. We lezen veel, spelen eindeloos veel kaartspelletjes. Er is in geval van slecht weer Netflix en verder tutten we wat.

Ik vroeg wat hij nog graag wil doen in de vakantietijd die er nog is. Hij wil graag een keer uit lunchen en eventueel een keer naar de bioscoop. Nu kunnen we dat laatste volgens mij beter bewaren voor slecht weer, maar we zien wel hoe deze week verloopt.

Ik ben in ieder geval voorbereid. Ik voel me niet goed momenteel maar bekijk gewoon per dag wat kan en wat lukt en heb voor de zekerheid een vriezer vol met maaltijden die ik vorige week extra kookte. Zodat ik in geval van een spontaan plan, mijn energie niet hoef te besteden aan het koken van de avondmaaltijd.

Hebben jullie nog plannen voor deze laatste vakantieweek? Of zit je er nog middenin?