De draad oppakken

Nu ik heel langzaam de griep en snotgolf achter me laat, pak ik de draad weer op van wat ik liet liggen. Maar wat eerst, is altijd weer een vraag die ik moeilijk te beantwoorden vind. Ik besef me zo om me heen kijkend, dat het huis al vanaf de zomervakantie ‘on hold’ staat. Voor de vakantie lukte het goed om alles bij te houden. Erna is het behelpen geweest. Ik voelde me niet goed en maak dan andere keuzes. Liever in de zon zitten of een klein loopje doen dan opruimen of schoonmaken. Omdat de man zijn tijd verdeelt tussen werk, het voetbalteam van S. trainen en coachen en migraine-aanvallen, rommelen we maar wat aan hier. Er gebeurt alleen het meest minimale.

En dat is prima. Ik heb echt geleerd de afgelopen jaren om zooi en stof te negeren. Wat niet lukt, dat lukt niet. Ik ga me daar niet meer druk om maken. Wel is het grappig om te zien wat er gebeurt als ik weer wat opknap. Dan moet ik ineens keuzes maken. Want er ligt best veel te wachten. En met het gevoel dat ik keuzes moet maken, schiet ineens ook de neiging omhoog om plannen te maken. Als ik dit nu vandaag doe, dan ga ik morgen wat opruimen in het kleine kamertje en kan ik dit weekend……

Nee, doen we niet! Af, terug, koest! Wat voor mij het beste werkt, is per moment bekijken wat ik denk dat lukt. En net als dat veel mensen in de avond in gedachten terugkijken op dat wat ze van hun lijstje hebben kunnen halen, werkt dat bij mij precies andersom. Ik geef mezelf een compliment om dingen die ik niet heb gedaan. Mijn dag bestaat uit rustmomenten en niets doen en af en toe doe ik per ongeluk toch iets. En dat heeft meer effect dan een lijstje bijhouden met wat er moet gebeuren en dat afwerken. Want daar sla ik alleen maar van op hol.

Dus voor mij geen planners, moleskines of bulletjournals. Ik vind het leven zo van minuut tot minuut al complex genoeg. Bovendien, als ik me niet druk maak om straks, is het nu veel fijner en relaxter. En terwijl ik dit schrijf gaat de zon schijnen. De keus van wat ik nu zal doen, wordt voor mij gemaakt: lekker naar buiten en op het bankje voor het huis zitten ;-).

Fijne pilletjes

Jullie weten wellicht dat ik geen gluten en lactose verdraag. Mijn eet- en drinkpatroon is dus behoorlijk aangepast. Soms is dat heel onhandig, bijvoorbeeld als ik buiten de deur eet en niet weet of mensen echt wel begrijpen waar gluten en lactose in zit. Mensen zijn over het algemeen heel meelevend maar ook wel nonchalant. Ze kunnen zich niet voorstellen dat je van een broodkruimel ziek wordt. Of ze stellen zich het wel voor, letten enorm goed op maar draaien dan gehaktballetjes voor de soep mét paneermeel en daar kom je dan achter omdat je het voor de zekerheid toch nog even vraagt. Eerst vond ik dat navragen heel vervelend, net of je mensen niet vertrouwt. Maar inmiddels heb ik geleerd dat het heel wat wc-bezoek scheelt. Ik vraag aan mensen wat ze in het eten stoppen en overleg eigenlijk altijd van te voren wat ze gaan koken. Omdat ik me heel goed kan voorstellen dat ik hierdoor niet de leukste eter ben om te ontvangen, bied ik altijd aan om zelf mijn eten mee te nemen.

Net als dat je bij een kattenallergie een pil kunt slikken zodat je tijdelijk niet allergisch reageert op katten, kun je bij een lactoseintolerantie een lactasepil slikken. Zo kan je eenmalig wel iets met lactose eten of drinken. Een lezer van het blog wees me hier een tijd geleden op. Ik kende het niet? Lactasepil? Nooit van gehoord! Best suf voor iemand die veel leest over eten en uitbundig in de keuken experimenteert.

Dus bestelde ik natuurlijk onmiddellijk lactasepillen. Een proefpakket van 5 pillen want ik moest eerst maar eens zien of het echt werkt. Ik was erg behoudend qua verwachting. Nadat ik me flink had ingelezen kwam ik erachter dat een lactasepil:

  • genomen kan worden op het moment dat je iets met lactose wilt eten. De pil bevat lactase en zorgt ervoor dat je de ingenomen lactose kunt verteren.
  • niet voor iedereen werkt. Dat kan merkgebonden zijn. Vriendin M. blijkt niet goed te reageren op het merk dat ik bestelde maar heeft wel goede ervaringen met een ander merk.
  • het leven flink makkelijker kan maken.

Nu dan de praktijk: het leek me het beste één en ander eerst thuis uit te proberen, met een toilet in de buurt. Ik besloot me aan een glas chocomel te wagen. Met lactose-intolerantie is het over het algemeen zo dat hele kleine beetjes lactose – bijvoorbeeld een klein slokje melk – soms wel kan, maar grote hoeveelheden niet. Dat gaat niet op voor iedereen, maar wel voor mij. Ik heb duidelijk een drempelwaarde van intolerantie. Die zeker ook afhankelijk is van hoe ik me op het moment zelf voel. Een heel klein slokje chocomel heel af en toe kan wel maar een heel glas chocomel achter elkaar opdrinken is voor mij meestal voldoende om binnen een kwartier na inname naar het toilet te moeten rennen. Ik heb dan last van krampen, diarree, buikpijn en kan enorm misselijk worden. De gevolgen zijn bij mij meestal met 24 uur over, dat valt dus mee. Want van een glutenfout kan ik weken last hebben. Maar leuk is anders natuurlijk.

Dus schonk ik een glas chocomel in, ging er eens goed voor zitten. Rook eraan en dronk het op. O zaligheid! Buiten dat ik meteen even een flinke hoofdpijn kreeg gebeurde er niets. De hoofdpijn kan zeker van de stress zijn gekomen want ik vond het enorm spannend. Maar die zakte snel weg en ik had verder geen enkele negatieve reactie.

Een paar weken later waren wij in Nijmegen waar we even wat tijd moesten stukslaan, dus gingen we uit lunchen. Ik had van te voren uitgezocht welke eettentjes in Nijmegen een glutenvrije lunch aanbieden en besloot het er met de lactose gewoon maar op te wagen, na de eerste goede ervaring met de pil.

We aten bij De Waagh op de Grote Markt waar ze mijn glutenvrije bestelling enorm serieus namen. Ik had een salade met geroosterde pompoen besteld. En die kwam maar niet. Wel werd er een paar keer nog eens gevraagd wat ik wel of niet verdroeg. Mijn eten kwam toen de mannen hun bord al leeg hadden. Aan de andere kant, beter zo dan andersom. Ze namen het heel serieus en overlegden bij twijfel. Bij de salade kwam een glutenvrij broodje met camembert. Zo’n enorm dikke kledder beetje gesmolten Franse kaas. Pil in de mond en eten maar! Lekker dat het was! En ook nu weer ging het goed.

Ik ben dus heel enthousiast. Het is zeker niet zo dat ik nu alle weken iets met lactose ga eten. Mijn lijf verdraagt het niet goed en ik denk dat het niet goed is alle dagen pillen te gaan slikken. Maar voor zo nu en dan vind ik het een uitkomst. Zeker als ik uit eten ga is het makkelijker. Veel salades hebben een dressing op basis van yoghurt of er wordt ergens room door gegooid. Het scheelt gewoon dat ik nu alleen rekening hoef te houden met de gluten.

Nu nog wachten op de glutenpil en de energiepil en dan is het leven perfect ;-).

Begrafenis

Vandaag nemen wij afscheid van Oma Fientje, of super oma zoals ze zelf graag genoemd werd. Op 90 jarige leeftijd is ze afgelopen vrijdag overleden. Zij was de oma van M. en de overgrootmoeder van S. die de bijzondere ervaring heeft gehad dat hij maar liefst drie overgrootouders heeft gekend, allemaal van M’s kant. Daar worden ze wat ouder dan aan mijn kant en zijn ouders kregen M. bovendien op vrij jonge leeftijd. De afgelopen jaren zijn de overgrootouders één voor één gaan hemelen en is er nu met het overlijden van Fientje een generatie in de familie verdwenen.

Natuurlijk is het niet heel onverwacht als iemand op haar 90ste overlijdt. Maar dat het ineens zó snel zou gaan had toch niemand zien aankomen. Best zuur voor M. want hij had graag nog afscheid willen nemen. Bovendien is zij toch wel de overgrootouder die we het meeste hebben meegemaakt. Al was ze de afgelopen jaren niet meer in staat om hier op bezoek te komen, ze was wel aanwezig in ons leven en we zagen haar wel bij de ouders van M. thuis. Ze was bovendien heel attent, stuurde altijd kaartjes met verjaardagen, en stopte S. altijd een zakcentje toe als hij haar zag. Van wat ik van haar heb meegekregen was het gewoon een heel lief mens.

Omdat de begrafenis vrij laat vandaag is en S. een themaweek op school heeft, gaat S. vandaag gewoon met school mee naar Nijmegen, waar hij een ochtend in het Valkhofmuseum heeft. Hij krijgt daar een rondleiding en volgt aansluitend een archeologische workshop (pret met scherven of zoiets). Daarna gaan ze met de klas een speurtocht door Nijmegen maken, op zoek naar historische plekken. Met zijn mentor hebben we afgesproken dat wij S. ophalen als het museumdeel klaar is. Dan kan hij toch in ieder geval voor een deel mee met het schooluitje maar ook afscheid nemen van zijn overgrootoma, iets wat voor hem belangrijk is.

Nadat we hem hebben opgehaald, gaan we met zijn drie-en eerst ergens lunchen in Nijmegen, aangezien eten ook moet gebeuren en we pas om half 5 op de begraafplaats worden verwacht. Op het blog van Stories of a coeliac vond ik allemaal suggesties om glutenvrij te lunchen in Nijmegen. Ik koos een tentje uit dat niet al te ver van de plek vandaan is waar wij S, ophalen. Dus gaan we even eten en daarna rijden we door na Capelle aan den IJssel, waar de begrafenis is. Ik hoop in de tussentijd even in de auto te kunnen slapen.

Al met al een heftige dag dus. Omdat het een afscheid is, omdat we veel kilometers gaan maken – zo vanuit Hoorn naar Nijmegen naar Cappelle en weer naar Hoorn – en omdat een dergelijk ‘uitje’ er inhakt bij mij. Ik heb me dus heeeeeel rustig gehouden de afgelopen dagen, niet gekookt, mijn loopje geschrapt en vooral veel plat gelegen. Ik hoop dat ik hiermee iets reserves heb kunnen opbouwen.

Ik heb mijn overgrootouders nooit gekend anders dan op een statig fotoportret van mensen die me grappig genoeg qua looks wel bekend voorkomen (veel en donker haar, donkere wenkbrauwen) maar die al voor mijn geboorte overleden waren. Wel heb ik natuurlijk veel verhalen gehoord maar dat is toch anders dan mensen gekend hebben. Ik ben in ieder geval blij dat S. zoveel heeft mogen mee maken van zijn overgrootouders.

Heb jij je overgrootouders nog gekend?

Een stem uit het verleden

Een paar weken geleden zocht een oude vriend via een wederzijdse kennis contact met mij, na een stilte van bijna 25 jaar. Er is sindsdien wel nog wat sporadisch contact geweest op reünies van de middelbare school maar de laatste reünie die ik me kan herinneren was ook al weer 15 jaar geleden.

Een stilte klinkt wat dramatischer dan het is. Het is meer dat het leven er tussen kwam. Geen ruzie, het was een langzaam uit elkaar drijven. Van dagelijks naar wekelijks contact en ineens besef je dat je geen herinnering meer hebt aan de laatste keer.

Natuurlijk gaat het vaak zo met vriendschappen. En het zegt niets over de intensiteit van de vriendschap. Mensen hebben vaak een klik omdat er overeenkomsten zijn in het leven. Je zit bij elkaar op school of in dezelfde klas/sportteam, deelt een hobby of andere interesses of in ons geval: je wordt samen volwassen.

Deze vriend is de helft van een tweeling die bij mij op de middelbare school zat. Het waren nogal opvallende jongens en heel veel mensen liepen met ze weg. Niet vanwege hun goede looks maar vanwege hun enorme uitstraling. Hoewel het een eeneiige tweeling is, vond ik ze op de verwarring op het eerste gezicht na, niet echt op elkaar lijken, niet qua uiterlijk en zeker niet qua karakter.

Hoewel de meeste mensen waarmee ze bevriend waren omgingen met allebei, ging mijn voorkeur vanaf het begin af aan heel duidelijk uit naar één helft. We raakten stevig bevriend, zo bevriend als je maar kunt zijn als pubers zonder dat er wat mij betreft romantiek in het spel was. Ik kon met J. over alles praten, van muziek tot jongens tot boeken tot geloof tot ‘wat gaan we doen in het leven als we straks groot zijn‘.

Omdat hij een jaar ouder is, verdween hij ook iets eerder van school en vertrok naar Amsterdam om een etage te delen met zijn broer B.. Ik volgde een jaar later, letterlijk, want zij woonden op de 3e etage en ik huurde hun zolderkamer op de vierde verdieping. Hoewel ik een eigen opgang had, gebruikte ik bij hen de douche en deelden we meer dan de douche alleen. Het voelde soms als een gezinnetje, zo met zijn drietjes. Ik raakte nu ook bevriend met B. We aten veel samen, dronken eindeloos thee en chocomel voor de gaskachel, vingen elkaar op in geval van liefdesverdriet of ander leed en hadden veel lol met en om elkaar. Ik vergeet nooit dat de heren goedgemutst naar een Jacques Brel avond in Paradiso gingen en daar pas ontdekten dat de man al jaren dood was.

Die eerste twee jaar dat ik bij hen op kamers woonde, waren voor mij heel heftig omdat er nogal veel gebeurde met mij en in mijn omgeving. Een schoolvriendin overleed na een moterongeluk in Griekenland, mijn eerste liefde verbrak na drie jaar onze verkering. De broer van mijn eerste liefde pleegde rond die tijd zelfmoord, mijn oma overleed, en de vader van een goede vriend overleed. Het contact met mijn ouders liep in deze periode bepaald niet soepel. Mijn vader werd chronisch ziek. En ik kreeg een nieuwe liefde die de grootste asociale lulhannes ooit bleek te zijn. Niet raar natuurlijk dat het met mijn studie niet zo lekker liep. Ik voelde me ontheemd en verloren en het heeft jaren geduurd voordat ik weer een beetje op de rit was.  Dat ik toen niet helemaal ben doorgedraaid is te danken aan deze bijzondere jongens die een oogje in het zeil hielden. Ik zorgde voor hen en zij voor mij, zoiets. Drie jaar lang. Tot ik verhuisde en heel langzaam het contact steeds minder frequent werd.

Nu is er sinds kort voorzichtig mailcontact met J. en dat is best vreemd. Ik voel me op dit moment niet goed genoeg om hem te ontvangen, dus mailen we wat en vertellen elkaar een beetje over ons leven tot nu toe. Dat vind ik heftig. Ik vind het altijd weer moeilijk om mensen te vertellen hoe het ervoor staat met mij. Ik vertel liever een ander, leuker, verhaal over mezelf. Ik ben niet de beste versie van mezelf geworden die ik toen voor ogen had (niemand natuurlijk, dat besef ik me). Al die gesprekken over later die we toen samen voerden, daar kwam toch een heel ander gewenst leven uit tevoorschijn. Dat is confronterend.

Zo heb ik sinds dit contact ook heel wat flashbacks, van die eerste periode op kamers, van hoe ik toen was en hoe ik nu ben en hoe het in het leven soms zo raar kan lopen. Maar toch, het is wel mijn leven en ik besef me ook dat ik niet wil ruilen. Omdat de versie die ik weliswaar niet bestelde maar wel kreeg, het best goed doet mits ik me houd aan de gebruiksaanwijzing van mee zwemmen met de stroom. Ook ben ik nieuwsgierig naar hoe het verder gaat, met mij in dit leven en met hoe ik daarmee omga.

Plan van aanpak: zelfzorg en eerlijkheid

Wie mij een beetje kent weet dat ik niet snel bij de pakken neerzit. Dus nu ik me slechter voel, grijp ik mezelf bij de kladden en hijs me weer omhoog. Niet dat ik me dan maar meteen weer goed voel, dat heeft veel tijd nodig. Maar ik weet inmiddels dat de weg terug vooral geplaveid is met dingen waar ik blij van word. Eergisteren schreef ik wat mij helpt als ik een najaarsdepressie heb. Dat is vooral vasthouden aan een vast ritme, een daglichtlamp, alle dagen even buiten komen en vitamine D. Maar er is meer wat ik kan doen en ook dat valt onder het kopje zelfzorg.

Hoewel ik geneigd ben slechter voor mezelf te zorgen als ik down ben, doe ik dat niet meer snel. Vroeger trok ik de dekens over mijn kop, nam ik de telefoon niet op en verdoofde mezelf met slecht eten. Alles om maar niet te voelen. Tegenwoordig los ik het anders op. Ik zal eerlijk zeggen dat ik ontwijkende bewegingen maak om maar niet de buren tegen te komen in de steeg want een praatje over ramen lappen trek ik echt niet als ik een bui heb. Maar verder houd ik wel contact, weliswaar wat aangepast, met de mensen in mijn omgeving.

Uitspreken wat er gebeurt in mijn hoofd lucht op. Dan is het maar uit mijn mond en blijft het niet in mij woekeren. Ook is het fijn dat ik door het uitspreken van emoties, zelf hoor hoe melodramatisch ik bezig ben en dat relativeert zeker.

Zelfzorg begint bij mij vooral met weten waar ik behoefte aan heb, ook nu. Ik ben meer op mezelf maar vind het wel fijn om samen met kind naar iets op Netflix te kijken. Lezen gaat moeizaam maar sommige thrillers trek ik wel, dus die zet ik lekker op mijn e-reader. In de namiddag vind ik het fijn om kaarsjes en waxinelichtjes aan te steken dus heb ik alles wat ik voor de zomer had opgeborgen weer tevoorschijn gehaald. Ik trek bijna niemand maar wel vriendin I dus die komt vandaag even langs om een bakkie te doen. Mijn vriezer is gevuld dus ook als ik wel trek heb maar geen puf, kan ik lekker eten. En last but not least, ik gun mezelf wat meer. Ik weet wel dat wij consuminderaars allemaal hebben afgeleerd om geld uit te geven om ons beter te voelen. Maar toch knapte ik mentaal enorm op door een kattenpoef voor kat Gerrie te bestellen. Gewoon, omdat ik daar zin in had. En kocht ik glutenvrije pitabroodjes. Zomaar, omdat ik die ontdekte in de winkel en ik controleerde niet eens of er suiker inzat, Glutenvrij check! Lactosevrij check! inpakken en mee nemen! ;-).

Een combinatie van net iets meer en fijner voor mezelf zorgen en niet meer wegdrukken wat ik niet fijn vind is mijn plan van aanpak om de komende tijd door te komen. Want juist dat – wegdrukken wat je niet wilt – zorgt ervoor dat het met meer kracht uiteindelijk toch omhoog knalt, met meer hevigheid dan fijn is. ‘What you resist, persists‘ leerde ik van een wijs man. Mee zwemmen met de stroom met wat hulpmiddelen hier en daar is echt veel fijner.

Vallende blaadjes en het gemoed

De herfst is eigenlijk mijn favoriete jaargetijde. De geuren, het mooie licht buiten, de kleuren van de bomen, het eten. Deze tijd nodigt uit tot veel genieten, vind ik dan toch. Althans, dat was altijd zo alleen lukt dat niet meer zo goed sinds ik ME heb. Vroeger had ik nooit last van een najaarsdepressie maar wel sinds ik niet meer veel buiten kan zijn. De terugslag of liever gezegd verlengde hersteltijd waar ik gisteren over schreef, wordt zeker beïnvloed door de intredende herfst.

Dit jaar werd ik wel wat op het verkeerde been gezet, want het weer deed natuurlijk denken aan hoogzomer. Maar het is echt herfst, gezien de kleuren buiten en de dagen die toch korter worden. Ook al is het mooi weer, het lichaam en de natuur bereiden zich toch voor op de herfst en winter.

Voor wie niet bekend is met een herfstdepressie, wat is dat eigenlijk? Sommige mensen krijgen met het vallen van de blaadjes in de herfst last van klachten. Die kunnen emotioneel van aard zijn maar ook fysiek. Je kunt je lusteloos voelen, meer moe/uitgeput, moeite met opstaan maar je ook zomaar down voelen, meer last hebben van onzekerheid dan normaal of een slechtere concentratie, slechter slapen,  een verhoogde behoefte aan eten en een algeheel gevoel van niet opgewassen zijn tegen de dingen van de dag. De oorzaak ligt in het veranderen van je bioritme in het najaar onder meer door een tekort aan daglicht. De dagen zijn korter, we zitten meer binnen en de verlichting in ons huis of op kantoor is niet te vergelijken met natuurlijk daglicht. De prikkels van daglicht worden door ons lichaam gebruikt voor het regelen van allerlei functies. Ons energieniveau, gemoedstoestand, vermogen tot concentreren lopen helaas niet altijd synchroon met onze omgeving die vooral in de winter veel minder daglicht bevat.

Krijgt iedereen die weinig buiten kan zijn in de herfst een najaarsdepressie? Nee, de één is gevoeliger dan de ander. En ik denk dat een erfelijke aanleg zeker meespeelt of bepaalde karaktertrekken.

Omdat ik altijd moe ben, is het voor mij soms niet snel te achterhalen wat er aan de hand is. Maar ik ben in deze tijd van het jaar wel behoorlijk zwaarmoedig, de tranen zitten wat hoger, ik heb een verhoogde koolhydraatbehoefte en grote moeite met lezen of überhaupt met ergens mijn concentratie op te richten. Dus inmiddels weet ik wel wat ik kan verwachten.

Je kunt een herfstdip hebben, die waait meestal over na een paar weken. Als je sombere stemming langer dan twee weken duurt, kan het een herfstdepressie zijn. Een herfstdepressie is seizoensgebonden en is dus niet te verwarren met een ‘gewone’ depressie, die toe kan slaan ongeacht seizoen of omstandigheden.

Dat ik na een paar jaar inmiddels weet wat het is en de symptomen herken, scheelt al enorm. Ik kan hierdoor toch beter bepaalde emoties relativeren en tegen mezelf zeggen dat ik nu weliswaar heel sterk de enorme zinloosheid van alles ervaar en me daardoor zo down voel, maar dat dit tijdelijk is en ook weer overgaat. Ik ben van nature nogal van ‘waarheen leidt de weg‘, ben graag bezig met zingeving en kan in deze tijd van het jaar nog zwaarder op de hand zijn.

Een herfstdepressie kan maanden kan duren maar gelukkig zijn er tactieken om de effecten te verzachten. Wat mij mij helpt is:

  • Vasthouden aan een vast ritme. Toch uit bed komen ook al wil ik het niet. Ik heb sinds twee jaar een daglichtwekker die me hierbij helpt.
  • Alle dagen even naar buiten gaan. Het daglicht voor tien uur in de ochtend – ook in het najaar en winter als alles zo donker lijkt – is het beste daglicht om melatonine aan te maken is me ooit eens verteld. En dat zorgt er weer voor dat je beter slaapt. Bovendien maak je door het buiten zijn zelf vitamine D aan al is het misschien niet genoeg.
  • Vitamine D slikken van begin augustus tot eind april. Je lichaam maakt dit in deze periode minder snel zelf aan en je loopt snel een tekort op en hierdoor kun je je ook meer vermoeid voelen.
  • Een daglichtlamp. Zes jaar geleden volgde ik een door de huisarts voorgeschreven lichttherapie van twee weken in het ziekenhuis en dat was teveel van het goede. Mijn snel overprikkelde ME-brein kon de felheid van die lampen niet aan. Mijn humeur werd weliswaar beter maar ik hield er wel een winter lang migraine aan over. Het jaar erop liet ik die lichttherapie dus maar voor wat het was en schafte ik een daglichtlamp aan. Het licht van deze lampen is veel zachter. Je moet er weliswaar dan wel veel vaker achter zitten (alle dagen in het najaar en de winter) maar het effect is net zo goed en van deze lampen krijg ik geen migraine. Wel moet je het voorzichtig opbouwen dus niet meteen standje 5.
oude lamp en nieuwe lamp

De daglichtlamp die ik altijd gebruikte is vrij klein, het is eigenlijk een reismodel. Dat betekent dat je er dus echt vrij dicht op moet zitten om in de juiste hoek uit te komen. Na 5 jaar begon dat wat te irriteren en zette ik me over mijn krentenkakkerige gedrag heen en kocht een andere daglichtlamp, eentje die veel groter is. Ik heb natuurlijk wel eerst gegoogeld voor de beste prijs en zo vond ik er een die oorspronkelijk € 219 is maar die ik in een aanbieding voor € 149 vond.

De lamp kwam gisteren binnen. Uit ervaring weet ik dat het meestal een week of 2 duurt voordat ik het effect begin te merken. Ik somber dus nog heel even door ;-).

Heb jij last van een herfstdepressie? Nog aanvullende tips?

ps: ik schrijf vanuit mijn eigen ervaring en wat voor mij werkt hoeft niet voor jou te werken. Ook kan jouw ervaring van een najaarsdepressie heel anders zijn.

De juiste terminologie

De eerste twee weken van mijn ‘5 dagen in de week een 8 minutenloopje doen’ was ik één en al gejubel. Het ging goed! Zó goed dat ik me aan het einde van de week uit alle macht moest inhouden er niet één of twee minuten aan vast te plakken. Want dat 8 minutenloopje is een eitje, echt wel! Ik had al weer visioenen van hoever ik wel niet kan komen de komende maanden.

Dat het goed is dat ik niet voor de verleiding van alvast maar de loop verlengen bezweek en me hield aan mijn voornemen om pas na 4 weken eventueel écht uit te breiden, ontdekte ik weer eens vorige week. Toen kwam de realiteit hard uit de lucht vallen na een ouderavond en de erop volgende warme dagen. Ik schrapte het douchen, haalde eten uit de vriezer, sloeg toen met pijn in het hart een paar keer mijn loopje over en ondanks dat lag ik een groot deel van de week plat. Te moe om iets te doen en alles deed pijn.

Daarop volgde een bui die niet fijn was, ook niet voor de huisgenoten. En besef ik me weer eens dat verwachtingen over mezelf en wat ik kan blijkbaar net zo onuitroeibaar zijn als vlooien op een kat. Wat je ook doet, ze komen altijd toch terug.

Maar ook dit gaat voorbij en ik heb alles in huis om ook hier weer van op te krabbelen. Weet ik. Zo voelt het nu niet. Maar goed, laat ik beginnen met de terminologie. Ik heb geen terugslag maar zit in een verlengde hersteltijd. Zo. Dus.

Boos en agressief en teleurgesteld en en, o wacht, ik moet ongesteld worden……

Vlasje vergeleek zichzelf gisteren met een oude mobiel. ‘Om de haverklap aan het infuus en leeglopen waar je bijstaat zonder echt iets te doen‘ schreef ze gisteren op haar blog. Hoe herkenbaar! En ook al is het al jaren zo en is er vaak gewenning om de gang van zaken en lukt het me bij vlagen zelfs om mijn schouders hierover op te halen, niet altijd slaag ik daar in.

Sterker nog, Boedhha is ver te zoeken in dit huis momenteel. Dat heeft zeker te maken met mijn menstruatiecyclus, die altijd al onregelmatig is maar nu dan met een regelmaat van een onregelmatige cyclus van 21 tot 24 dagen een aantal dagen maakt dat ik niet ‘de zonnige en stralende verschijning’ ben die ik zo graag wil zijn, kuch.

Hoewel ik altijd wel al wat buikpijn had en me soms wat labiel of chagrijnig voelde in de periode ervoor, begreep ik nooit zo goed de verhalen die ik wel eens las. Zo van ‘en toen haalde hij adem en had een verkeerde kleur sokken aan en wilde ik ineens om me heen gaan meppen‘. Woede aanvallen om niets. Zin om iets kapot te gooien.

Nou, nu snap ik dat wel. We gooien het maar op het veranderende en ouder wordende lijf. Ik werd onlangs 49 jaar en het is me inmiddels duidelijk dat de overgang eraan komt met alle hormonale gevolgen van dien.

Deze week heb ik een over de top finale van  ‘ineens’ weer eens ongesteld worden, prachtig weer en zin om naar het strand te gaan en een lijf dat continu in elkaar zakt van vermoeidheid. Dus zijn de mannen nu naar het strand (gisteren als jullie dit lezen) en doe ik in de tuin op een ligbed alsof alles in orde is. Maar dat is het niet. Ik voel me boos en zielig en heel ellendig en vooral heel slecht bedeeld met dit stomme lijf.

Zo. Dat is er maar weer uit. Iemand anders ook ongesteld?

Jarig

49
is maar een getal.
In mij
leeft nog steeds
een spring-in-‘t-veld
van 7 jaar
die lang nadenkt
over wat ze wil worden,
en doen,
niet kan kiezen
en uiteindelijk gaat
voor de meest impulsieve 
en ondoordachte weg.
Omdat het goed voelt.

49 jaar en
nog steeds weet ik
niet veel.
Wat ik wél weet,
is wat ik wil hebben
voor mijn verjaardag:
Een betere gezondheid.
Een chocoladetaart,
een paar lieve mensen
om me heen.
De onverstoorbaarheid
van een kat.
De humor van mijn vader,
de sprankelende uitstraling
van mijn fysiotherapeute.
Wat van de levenswijsheid
van Vlasje,
het observatievermogen van Izerina,
het opgeruimde huis van Valhalla,
de sportiviteit van Mariimma,
het doorzettingsvermogen van Zuinigaan,
de ondernemingslust van het Rijke Wijf,
de inhoud van de boekenkast van Ogma,
en de looks van Lorelai Gilmore.

10 jaar

4 augustus 2006
ging mijn vader hemelen.
Na jaren
van ziek zijn,
ziekenhuisbezoeken,
steeds meer hulpmiddelen
en steeds minder lucht
was het dan toch zo ver.

Tien jaar.
Dat is een zee
aan herinneringen
en momenten.
Tien jaar is lang.
Ik woon inmiddels
in een ander huis
met vier katten
die hij niet kent.
Maar dat zou hem
niet verbaasd hebben,
dat weet ik wel.;-)

Will Brandt
bleef grapjes maken
tot zijn laatste snik
en met zuurstof
die uit een tank
en een slangetje kwam.
Hij zocht naar ruimte
die er niet was
en leefde jaren
in geleende tijd.
Eigenwijs,
grappig
en soms ook irritant,
want botsen,
nou,
dat konden we goed.

Bij het afscheid
van mijn vader
vroeg ik aan iedereen
‘doe je ogen dicht
en denk aan Will
zoals je hem het liefst zag’.
<!–[if !mso]>st1\:*{behavior:url(#ieooui) } <![endif]–>
Mijn herinnering
aan hem
is op een camping,
ongetwijfeld in Frankrijk.
Het regent
en papa en ik
lopen wat rond.
Ik weet nog 

dat ik me trots voelde,
zo lopend met mijn papa,
zomaar.
Ik weet nog 
hoe het voelde,
nog steeds,
echt.