
Sinds 2019 ben ik niet meer in een winkel geweest. Al was het ook met matige ME al een hele expeditie. Een lijstje maken, me aankleden, ernaartoe rijden met de scootmobiel, spullen uit de schappen pakken, prikkels verwerken van het winkelende publiek, tl-lichten, geluid uit speakers (“gezellige” muziek), contact met een caissière, tas inpakken, naar huis rijden, thuis tas uitpakken en spullen opbergen. Alles tezamen een bombardement aan prikkels en ervaringen die steeds vaker tot een crash leidden.
Niet dat ik zo dol was op winkelen, maar het gaf wel iets van afleiding en houvast, het gaf me iets te doen. In mijn goede jaren ging ik eens per week naar de bibliotheek en eens per week naar de biologische winkel. Heel af en toe ging ik ‘s ochtends door de weeks naar de bioscoop.
Het waren uitjes, mijn contacten met de buitenwereld. Verder deed ik met veel moeite (steeds minder) wat in huis en ik kookte. Tussendoor lag ik op de bank te rusten. Het lijkt me vanuit mijn huidige positie, het paradijs. Wat een zelfstandigheid.
In 2017 begon ik achteruit te gaan en ik ging steeds minder vaak naar een winkel. Ondanks de hulpmiddelen die er kwamen, zoals een rolstoel en scootmobiel, kostte het te veel Mijn laatste bioscoopbezoek was in de herfst van 2019, de eerste Downton Abbey film. In dat jaar had ik ook mijn laatste winkeltrip ook. Ik ben ingestort en nooit meer gegaan.
Het verbaast me hoezeer je dat kunt missen. Gezonde mensen zullen bezoek aan winkels scharen onder noodzakelijke handelingen die ze tussendoor doen. Voor mij waren die tussendoor handelingen juist mijn leven. Ik kan niet goed beschrijven wat het met mij deed om af en toe even onder de mensen te zijn.
Een normaal leven leiden is buitengewoon en dat besefte ik pas toen het niet meer lukte. Ik mis alles aan winkels, zelfs de tl-lampen, wie had dat toch gedacht.
Martine
