
Deze week had ik een voor mijn doen heel redelijke week. Ik moest er drie keer vroeg uit, twee keer voor de B12-injecties en één keer voor een mammogram in het kader van het bevolkingsonderzoek. Ik ging naar de bibliotheek om gereserveerde boeken op te halen en een keer naar het postkantoor om een pakje weg te brengen. Ik zat uren buiten te lezen en genoot met volle teugen. Vrijdagmiddag werden er hier ook al wat voorbereidingen gedaan voor de keukenrenovatie en vanavond hoop ik uit eten te gaan met de mannen, oma, mijn zus en nichtje.

Veel drukte dus voor mijn doen. Buiten dat maakte ik ook een keer ruzie. Huh, ruzie? Ja ruzie! Als in op niet mis te verstane wijze duidelijk maken dat ik mij onheus behandeld voelde. Ik liep aan het eind zelfs boos weg. De personen in kwestie stonden binnen een half uur hier op de stoep, geschrokken maar wel met de intentie om het uit te praten omdat ze zich realiseerden dat ik zeker wel een puntje had. De volgende dag kreeg ik zelfs een bos bloemen en inmiddels is het weer pais en vree.
Waar het omging doet er niet zo toe. Waarom ik het wel benoem is omdat ik trots op mezelf ben dat ik me uitsprak. Ik heb namelijk ondanks mijn grote mond en humor namelijk de neiging niet goed voor mezelf op te komen. Hoewel ik wel regelmatig opkom voor mensen en dieren die niet over veel vechtlust of woorden beschikken, vind ik het verdomd moeilijk om mijn eigen grenzen aan te geven. Laat staan om tegen iemand te zeggen dat ik gedrag niet prettig vind.
Dat is werkelijk waar jarenlang een terugkerend onderdeel in therapie voor mij geweest. Want keer op keer kwam ik hierdoor in de problemen. Vooral op het werk vertaalde dit zich in het afwerken van andermans agenda. Toen ik ziek thuis kwam te zitten, kreeg ik eerst de diagnose burn out en ging ik in therapie. Daar leerde ik dat je best af en toe nee mag zeggen als iemand je iets vraagt. Want mensen proberen je vaak met werk of karweitjes op te zadelen omdat ze daar zelf geen zin in hebben. En verbloemen dat door je eerst complimenten te geven – “jij bent zo goed in schrijven” – en dan slaan ze toe – “wil jij alsjeblieft deze brief/dit stuk/deze instructies schrijven?”. Zo gebeurde het me regelmatig dat ik dan een weekend zat door te werken terwijl de persoon wiens taak het feitelijk was, in de kroeg zat maar wel op maandag met de eer ging strijken.
In therapie leerde ik dat te doorzien en ernaar te handelen. Nu ben ik helaas nooit meer aan het werk gegaan maar ik zeg wel tegenwoordig soms nee tegen mensen als ze hulp vragen. Mijn antwoord hangt af van hoe ik mij voel en hoe het met mijn energie gesteld is, natuurlijk met uitzondering van noodsituaties. Ik help graag maar niet als dit ertoe leidt dat ik bepaalde dingen niet meer kan doen. De marge is bij mij heel klein, er is ruimte voor douchen, koken en nog een andere activiteit, en ik ben er dus heel zuinig op. Ik zie inmiddels dat andermans problemen niet perse mijn problemen zijn of wollig gezegd, ik begrijp beter wie de eigenaar van een probleem is. Ik heb ook geleerd dat nee zeggen geen drama is. Wat ik namelijk nooit doorhad is dat als iemand je een vraag stelt je twee antwoorden kunt geven. Het voelde alsof er maar een antwoord mogelijk was. Maar bij een “nee” draaien mensen zich gewoon om en zoeken een andere oplossing.
Wat ook kan is ja zeggen en aangeven dat het nu niet uitkomt en een ander moment voorstellen. Dus wel helpen maar op een tijdstip dat het mij uitkomt omdat ik dan vooraf rekening kan houden met de activiteit. Dat geef al veel ruimte.
Nee zeggen of een ja onder voorbehoud lukt dus tegenwoordig. Maar iemand vertellen dat ik teleurgesteld ben, of dat ik iemands gedrag niet acceptabel vind, dát was heel lang een brug te ver. Want ik wil wel aardig gevonden worden. En toch zei ik dat ineens zomaar deze week, het kwam uit mijn tenen. Wat ik ervan leerde is dat als ik tegen iemand zeg iets niet prettig te vinden, het plafond niet omlaag komt en dat er iets uitgepraat kan worden. Blijkbaar heb ik nu weer een volgende stap gezet onderweg naar betere zelfzorg en grenzen aangeven. Nu nog leren om het op een iets nettere manier te verwoorden, maar oefening baart vast en zeker kunst ;-).
Zeg jij het makkelijk als je boos bent?


Gelukkig kun je tegenwoordig alles heel snel opzoeken en ook je kennis opfrissen op sites als die van Onze Taal, wat ik dan ook regelmatig doe. Maar dat kan alleen wanneer ik door heb dat ik iets niet weet. Ik twijfel wel vaak – schrijf je ‘hierop wijzen’ of ‘hier op wijzen’? Hé, nu staat er iets heel anders!- wat nu correct is. En zo ontdekte ik pas een paar jaar geleden dat het ‘onmiddellijk’ is en niet ‘onmiddelijk’, ondanks regelmatig gebruik van spellingcontroles. Ik ben dan zo’n gek die ondanks mijn onzekerheid dan tóch denkt dat de spellingscontrole het fout heeft ;-). Blinde vlekken zullen er altijd zijn.

Dit weekend houd ik me nog rustig. Ik voel wel dat ik al weer iets opkrabbel maar moet nog wel uitkijken. Als ’t lukt gaan we morgen even kijken naar een keuken. De man die onze keuken gaat renoveren, heeft voor zijn eigen keuken frontjes gemaakt en hij kwam laatst met een voorbeeld aanzetten waar we erg gecharmeerd van waren. In zijn keuken kunnen we zien hoe dat uitpakt en dan een beslissing nemen.







