Over azijnzeikers en internettrollen

Wie regelmatig blogt én de mogelijkheid biedt om reacties te plaatsen, krijgt vroeg of laat te maken met kwetsende reacties. De afgelopen jaren kreeg ik duizenden leuke, grappige, ondersteunende, meedenkende discussie opwekkende of  kritische reacties. Mensen reageren, stellen vragen, geven tips, vertellen hun eigen verhaal, reageren op elkaar en zorgen zo voor een fijne interactie op het blog. Hier en daar is er in een paar gevallen zelfs een vriendschap opgebloeid tussen mij en een bloglezer. Veel van de mensen die dagelijks reageren zijn voor mij vertrouwd geworden. Soms zelf zó vertrouwd dat ik me wel eens zorgen maak als een dagelijkse reageerder ineens een tijd niets van zich laat horen. Hee, er zal toch niets zijn met M, E of I denk ik dan? Dat weet ik dan niet tot de persoon in kwestie zich weer meldt want ik weet vaak niet wie er achter de internetnamen zit.

Tussen die enorme hoeveelheid reacties, zitten ook rotte appels. Mensen die reageren met het doel te kwetsen. Om die reden heb ik sinds jaar en dag modereren aanstaan. Ik bekijk voor plaatsing alle reacties en besluit of ze wel of niet te plaatsen. Ik besteed er niet te veel aandacht aan, als ik zie dat een reactie kwetsend is, lees ik hem zelfs niet eens helemaal, hup weg ermee!

Ik begrijp niet wat dit soort mensen bezielt. Maar ik heb geleerd dat het daar niet om gaat. Een internettrol is niet ontvankelijk voor discussie, fatsoen, of logica en wil alleen maar aandacht. Dat is prima maar niet hier. En net als dat ik een slot op mijn deur heb om ongewenst bezoek buiten te houden, pas ik nu ook de mogelijkheid tot reageren verder aan. Het is altijd ‘anoniem’ die zich laat gaan op de meest lullige manier. Je kunt daarom nu alleen nog een reactie plaatsen als je ingelogd bent bij een profiel als Google of wordpress of een openid. Voor mij wordt het dan ook makkelijker iemand te blokkeren, wat niet kan als er anoniem gereageerd wordt.

Ik besef me goed dat ik nu een aantal trouwe lezers en anonieme reageerders benadeel en dat spijt me oprecht. Maar ik hoop dat jullie begrijpen dat er een verhaal achter zit waarom ik dit nu doe. Wie schrijft krijgt kritiek. En dat vind ik prima. En juist door de kritiek die ik wel eens krijg ben ik anders over zaken gaan denken, met name losser geworden. Dat lukt alleen als kritiek opbouwend is. Maar als het nergens op slaat en geen ander doel heeft dan kwetsen, wordt het een ander verhaal. Ik ben geen schietschijf en laat me niet zo behandelen.

Wil je toch iets kwijt zonder in te loggen bij een profiel omdat je bijvoorbeeld geen google account hebt, voel je vrij om mij dan een reactie te mailen via het contactformulier op het blog. Dat waardeer ik enorm.

Over leven en dood

Pas geleden kreeg ik via messenger een berichtje van een oude vriendin van mij. Ze had een rouwadvertentie gezien van ene Ruud. Of dit ‘onze’ Ruud was. Ze bedoelde een schoolgenoot van ons, een paar jaar ouder maar wel iemand met wie we regelmatig zijn omgegaan. Omdat ik geen flauw idee had, nam ik contact op met mijn eerste liefde die nog steeds contact met hem had. Een dag later kreeg ik bevestiging dat het inderdaad om onze jeugdvriend ging. Begin 50. Kreeg alvleesklierkanker met uitzaaiingen naar de lever en binnen een paar weken was het gebeurd.

Dat komt dan wel binnen. Ook al had ik de man jaren niet gezien, herinneringen te over. Vorig jaar om deze tijd hebben wij weer een tijdje contact gehad. Hij nam via Facebook contact op, wilde weten hoe het ging, van het één kwam het ander en we hebben wat heen en weer gemaild over zijn en mijn leven. Hij zat vol plannen, schreef dat hij na een paar heftige jaren door o.a. zorg voor zijn ouders eindelijk weer aan zichzelf toekwam en zin had om lekker in Parijs te struinen, daar een appartement te huren, zonder iets te moeten. Nog geen jaar later is hij dood.

Het contact verwaterde snel na de mails van vorig jaar. Kwam door mij. Ik ben niet echt in de positie om met mensen intensief een contact op te bouwen. Ik heb een heel klein kringetje van mensen om mij heen met wie ik contact heb. Meer lukt ook niet. Wie weet ooit wel weer. En ook heb ik geleerd dat het leuk is om met mensen van vroeger weer contact te hebben maar dat het vaak met een reden is dat er geen regelmatig contact meer is. Niet omdat er geen vriendschappelijke gevoelens meer zijn maar omdat de gemeenschappelijke deler die ons verbindt, is verdwenen. Je gaat verder met je leven met nieuwe contacten, ontwikkelingen, werkzaamheden, interesses, liefdes. In ons geval was de gemeenschappelijke deler onze middelbare school en de vriendschapskring rond mijn eerste vriendje. Zo kwamen wij elkaar regelmatig tegen en hadden goede gesprekken en vaak felle discussies waar ik met heel veel plezier aan terugdenk. Het was een lief, interessant, integer en vooral heel intelligent mens. Ook iemand die je zag hoe je was en niet wat je wilde zijn of hoe je je voordeed.

Zijn overlijden relativeert ook. Ik vind het vaak wat ongemakkelijk als mensen van vroeger contact met mij opnemen. Ze vertellen over reizen, werksuccessen, plannen en dat soort dingen en ik blijf het moeilijk vinden om mensen te vertellen hoe het ervoor staat in mijn leven. Niet dat ik me schaam maar ME is nu eenmaal een relatief onbekende aandoening waar veel mensen vaak wel een overduidelijke negatieve mening over hebben die me wat al te vaak in het gezicht is geslingerd. Als ze de moeite nemen, soms stopt het contact ook van de ene op de andere dag als ik zeg dat ik ME heb.

Soms heb ik ook gewoon niet zo veel te vertellen – jullie schieten nu allemaal in de lach aangezien ik hier honderden blogs hebt geschreven – maar mijn wereld is nu eenmaal vrij klein.  Ik doe weinig op een dag, maak niet heel veel mee (nou ja, in mijn brein wel) en het voelt vaak alsof ik niet veel te bieden heb. Het is voor heel veel mensen niet voor te stellen dat een topdag voor mij een dag is dat ik kan douchen, koken en even naar buiten gaan. Ik leef wat dat betreft in een heel andere wereld dan mensen die gezond zijn, werken, sociale contacten hebben. Mensen van vroeger hebben een beeld van mij dat heel ver af staat van hoe ik nu ben (dat geldt natuurlijk voor iedereen, dat besef ik me). Ik ben niet meer die enorm energieke drukke dame met 1001 plannen die wel even de wereld ging redden en als dat niet lukte op zijn minst een boek ging schrijven. Contact met stemmen uit het verleden drukt me vaak met mijn neus op de feiten (en op mijn beperkingen). Ook omdat mensen hun plannen vertellen en ik me besef dat ik geen plannen meer maak.

Maar ik leef nog en hij niet. En dat is best wel cru. Was ik vorig jaar nog best jaloers op de mogelijkheden die voor hem lagen, nu niet. Want ik zit nu weliswaar met een deken om mij heen op de bank met al weer een oorontsteking, hij is er niet meer. En ben ik dankbaar voor alles wat ik heb en kan. Wat nu is, zegt niets over hoe het zal zijn. Dus geniet ik van wat kan en sta stil bij levens die plotsklaps stoppen.

Een slang op sterk water

afb.Stadsarchief Amsterdam

Toen ik nog studeerde had ik een geweldige bijbaan. Ik kookte voor een heer van stand. Dat was hij als oud-notaris echt. Wonend aan de Reguliersgracht in Amsterdam, geboren aan de Prinsengracht en opgegroeid in een huis met dienstboden leek hij afkomstig uit een andere wereld.

Een paar jaar lang kookte ik de ene week drie keer en de andere week vier keer voor hem. Ik wisselde de dagen af met een vriendin. Het koken ging altijd door, ook met Kerst, Oud & Nieuw, jarig of niet jarig, Meneer B. moest gevoed worden. En dat deed ik graag. Koken was toen ook al mijn hobby en meneer B. werkte het met graagte naar binnen, niet gehinderd door het feit dat hij voor mijn komst in zijn 85-jarige bestaan op culinair gebied nooit verder was gekomen dan een slavink en bloemkool, vond hij alles was ik hem voorzette heerlijk.

Meneer B. was lang vrijgezel geweest, pas op zijn 50e getrouwd en had nooit kinderen gekregen. Zijn vrouw was gaan dementeren en leefde nog wel toen ik daar begon met koken, maar woonde inmiddels in een verzorgingshuis. Een man van de klok en de regelmaat. Nooit een dag ziek geweest. Hoofdpijn, hij wist niet wat het was. Elke dag om half vier thee, om half vijf een glaasje port, half zes eten, half zeven het jeugdjournaal kijken (dat vond hij leuker dan het gewone journaal) en daarna piano spelen, muziek luisteren of lezen. Twee keer in de week ging hij naar Artis en een keer per week naar het concertgebouw waar hij naar toe ging ongeacht wat er werd aangeboden.

Het was een andere wereld daar op de Reguliersgracht, één van klassieke muziek, goede gesprekken over kunst, geschiedenis en de oorlog. Hij had twee wereldoorlogen meegemaakt, was behoorlijk intelligent en belezen en interesseerde zich voor heel veel. Hij las soms gewoon voor de lol mijn studieboeken over cultuurgeschiedenis, gewoon om er met mij over te kunnen praten. Hij vormde door hoe hij was en door de regelmaat die hij bood, een scherp contrast met mijn nogal onrustige studentenbestaan. Nadat hij meerdere malen was bedonderd en bestolen door huishoudhulpen, ging ik dat naast het koken ook maar doen. Niet dat ik er echt op zat te wachten om een grachtenpand van vier verdiepingen schoon te houden maar ik wist dan tenminste dat die ruimtes die door hem gebruikt werden, schoon waren en dat zijn bed elke week werd verschoond.

Tussen ons groeide een vriendschap die heel bijzonder was. Toen ik uiteindelijk voor het echie ging werken, bleef ik bij hem komen. Het koken werd inmiddels door anderen gedaan maar ik ging nog zeker één keer per week naar hem toe. Langzaam verschoof de verhouding van kokkin/huishoudhulp tegen betaling naar ‘soort van kleindochter’ die voor hem zorgde. Toen ik op Eerste Kerstdag voor hem kookte, nadat ik eigenlijk daar niet meer werkte en het gewoon voor de gezelligheid deed, zei hij stralend dat wij nu echte vrienden waren. En dat klopte.

Meneer B. had een ‘neefje’, zoals hij het zelf zei. En daar praatte hij veel en graag over. Natuurlijk was ik enorm benieuwd naar het neefje en keek dan ook uit naar onze ontmoeting. Toen ik hem dan zag bleek het een man van eind 70 te zijn. Neef J. kwam logeren niet lang nadat ik bij meneer B. was gaan koken. Dat deed hij vaker. Vanuit het verre en suffe Steenwijk (zijn eigen woorden) kwam hij naar Amsterdam, bleef daar een paar weken bij grote neef B. en vertrok dan weer, verbijsterd over zoveel verloedering van stad en mens naar de rust van zijn eigen woonplaats.

Het neefje was 10 jaar jonger dan meneer B. en overduidelijk de jongere, een wildebras. In zijn studententijd had hij ingewoond bij meneer B. die hem wat op weg had geholpen in de wereld. Als je Meneer B. mocht geloven. J. dacht daar heel anders over, die vond dat hij B. had gered van eenzaamheid, een zinloos bestaan en oeverloze verveling.  Eten met die twee was een voortdurend gekakel en geklets waarbij J. een meestal zeer opruiende stelling verkondigde, meneer B. begon te giechelen en dingen zei als  ‘let maar niet op  J., hij is een beetje raar‘.

Was J,.in de stad dan kon je er de donder op zeggen dat er briefjes aan de takken van de struiken in de plantsoenen en geveltuintjes werden gehangen met teksten als: ‘zorg voor mij, ik heb meer nodig dan dit‘. Als ik hem wel eens om een boodschap stuurde (dat deed hij graag) omdat ik iets vergeten was, dan kon het zomaar zijn dat de bestelde tomaten met een vertraging van drie uur kwamen omdat er tussendoor een bezoek aan de Hortus moest worden gebracht. Toetjes werden eerst gegeten en dan pas de hoofdmaaltijd. Sokken werden bij voorkeur niet bij elkaar passend gedragen. In gezelschap van vrienden van meneer B. begon J bij voorkeur over het voortplantingssysteem van slakken te praten en waar hij kans zag, vond hij het leuk om te choqueren. Op een leuke manier, hij heeft bij mijn weten nooit ruzie getrapt om het ruzie maken. Al was meneer B.  vaak wel verlegen om zijn nogal uitbundige neef.

Liet meneer B. mij met rust als ik kookte, hij zat liever te lezen, J. hield mij graag gezelschap als hij er was. Voeten op tafel en praten maar. Op een dag vertelde hij eigenlijk schrijver te zijn. Hij wás weliswaar een predikant in ruste (en dat voor zo’n rebelse geest) maar hij voelde zich schrijver. Zat alleen wat vast in de uitvoering. ‘Zal ik u af en toe schrijfopdrachten geven’ stelde ik voor. Nou, gelukkiger had ik hem niet kunnen maken. Maar ik mocht het hem niet te makkelijk maken – zo verzocht hij uitdrukkelijk – en de opdrachten moesten per post worden verstrekt.

Dus stuurde ik een kaart naar hem toe. ‘Graag een verhaal over een slang op sterk water’. Drie weken later – hij was inmiddels al lang weer vertrokken naar Steenwijk – lag er een envelop in de bus met tien hele dunne vellen papier – bijna vloeipapier – ,getypt op een typemachine waarvan de G het overduidelijk niet deed, die was overal met de hand ingevuld.

Dat hielden we een paar jaar vol. Ik gaf de meeste krankzinnige opdrachten en hij schreef de meest krankzinnige verhalen. Echt schrijftalent had hij niet, maar we vermaakten ons er enorm mee en we hadden bij elk nieuw bezoek van hem aan Meneer B. stof tot uren praten.

Laatst vond ik de map met zijn verhalen, ik heb ze altijd bewaard. J. is al jaren geleden gaan hemelen, Meneer B. ook maar ik denk nog heel vaak aan ze, die twee oude mannen, giechelend om elkaar aan tafel. De een net zo flamboyant als de ander behouden was, tegenpolen in alles maar wel heel erg verknocht aan elkaar. En ik mis ze nog steeds.

Ochtendlicht en uitzicht

Sinds drie maanden ga ik twee keer per week naar de huisarts, voor een b12 injectie. Altijd op dezelfde tijd, tien voor negen in de ochtend. En dus ben ik voor het eerst sinds jaren ineens vaker op straat in de ochtend. De eerste weken was dat een aanslag op mijn lijf. Opstarten ging meestal moeizaam en het duurt vaak een paar uur voor de pijn wegzakt. Maar inmiddels merk ik echt wel de positieve effecten van de B12 en is dat geen issue meer. Nu overheersen de voordelen van het vroeger buiten zijn.

Als het even kan, loop ik naar de praktijk. Een wandeling van 10 tot 15 minuten. Daar kan ik even bijkomen omdat ik altijd even moet wachten tot ze me roepen. Dan krijg ik de injectie en loop ik weer terug. Die route is best mooi, hier de wijk uit en dan over een brug waar ik elke keer weer een fenomenaal uitzicht heb op de opkomende zon richting het IJsselmeer. En dat doet me goed. Heel goed. Ondanks de auto’s die ook daar rijden, voel ik op die plek altijd het oude van de stad. Ik geniet ervan om in een oude stad te wonen. Dat is een onbedoeld en onverwacht bij-effect van het prikken, twee keer per week een wandeling met uitzicht op moois. En dát ik die wandeling kán doen is natuurlijk super.

afb. afkomstig van oud hoorn.nl

De glazenwasser

Of hij onze ramen ook even moest doen nu hij toch bezig was, vroeg hij vanuit de tuin van de buren 1,5 jaar geleden. Wij zaten al 2 jaar zonder glazenwasser nadat we de vorige de laan hadden uitgestuurd omdat ik hem eng vond. Dát had ik natuurlijk niet gezegd tegen hem – veel te eng die gozer, weet jij veel hoe hij reageert – maar ik had een lulverhaal opgehangen over crisis, geen geld en ander leed. Ik had niet voorzien dat de man voor mijn ogen in elkaar zou storten en zelfs aanbood voor de helft van de prijs het te blijven doen (dat krijg je als je zo overtuigend liegt) maar ik hield voet bij stuk en me vast aan M. die me met veel overtuiging had verzekerd het voortaan zelf wel te doen, de ramen lappen.

En dus was het in geen twee jaar gedaan. Op zich best praktisch, geen inkijk van buitenaf, maar toch. Dus klom de nieuwe glazenwasser de trap op, ging aan de slag en na afloop gaf ik hem nogal beschaamd het dubbele van wat hij vroeg aangezien het niet bepaald een snel tussendoor klusje was geweest. Ik vroeg hoe vaak hij kwam en zei dat we alleen zijn diensten voor de bovenkant voorzijde van het huis nodig hadden. De rest deden we zelf. Nou ja niet dus, maar de mogelijkheid bestaat altijd. Dát is de knieperd in mij die het vertikt geld uit te geven aan iets wat we in potentie zelf kunnen. Maar zelf kunnen doen en willen doen zijn twee verschillende dingen.

De nieuwe glazenwasser is een apart geval. In principe komt hij eens in de 6 weken. Maar soms staat hij ook na 2 weken al weer op de stoep of blijft hij zó lang weg dat ik mezelf al googlend  terug vind op de trefwoorden glazenwasser, val, trap, verdwenen, West-Friesland. Er valt geen peil op te trekken en het hangt ook een beetje af van zijn bui, volgens mij.

Consuminderaar als ik ben hield ik vast aan mijn wens alleen de ramen aan de voorkant te laten lappen tot ik erachter kwam dat de beste man niet uit Hoorn komt maar uit Bovenkarspel of Hoogkarspel (ben even vergeten welke van de Karspels). Op de fiets. Met zijn ladder. En emmer. Die dan al miraculeus gevuld is. Voor de niet kenners onder jullie van de geografie van de streek, dat is toch echt wel zo’n 50 minuten fietsen.

Dus lapt hij nu alles. En eigenlijk vind ik dat wel heel fijn. Dat is in ieder geval een klus waar we ons nooit meer druk om hoeven te maken. Alhoewel. Vorige week stond hij weer op de stoep, na 2,5 maand afwezigheid. Hij vroeg of hij na het lappen de ladder even bij ons in de tuin achter mocht laten. Hij ging naar huis en zou de volgende dag terug komen om andere Hoornse huizen te lappen. Dat scheelde fietsen met ladder op zijn rug. Tuurlijk joh, leg maar neer. En daar ligt die ladder nu. In de steek gelaten. Te wachten tot zijn baasje hem haalt. En ik me maar weer afvragen hoe het toch met de glazenwasser is……

Zaterdag

Deze week lukte het maar liefst om vier keer te wandelen! Echt helemaal te gek. Ik liep twee keer naar de huisartsenpraktijk voor de B12 injectie. De eerste keer deed ik dat omdat het spekglad was en ik niet durfde te fietsen, de tweede keer was omdat de eerste keer zo goed beviel. Buiten dat liep ik een keer langs het IJsselmeer én een klein rondje park hierachter. Dat voelt echt goed. Het liefst zou ik vandaag ook willen lopen maar ik voel dat ik nu beter even mijn lichaam rust kan geven vandaag.

Die rustbehoefte komt volgens mij doordat ik echt achterlijk goed sliep vannacht. Ik slaap dankzij de CBD olie een stuk beter. Nog zeker niet alle nachten en ook niet zonder onderbreking maar soms zit er ineens een nacht tussen dat ik zo 10 uur achter elkaar tuk. En dat doet wat met me. De spieren zijn niet gewend aan zoveel ontspanning en ik ben heel loom en moe, maar op een hele fijne manier. Alsof ik nu eindelijk kan uitrusten van 9 jaar slecht slapen en pijn hebben.

Dus doe ik weinig vandaag. Ik zit op de bank met kat Moos die telkens bovenop me komt liggen. Ik lees wat, hang wat en brei hier en daar een paar pennen. Als het meezit krijg ik mijn trui dit weekend af. Ook al zo’n goed teken: na jaren van beginnen met breiprojecten en moeten afhaken wegens pijnlijke vingers en pols lukt het nu ineens wel.

Totaal niet voor deze post relevante foto van Dibbes 
die gisteravond tijdens onze avondmaaltijd dacht 
dat er ook een gehaktbal aan hem ging worden uitgedeeld….

Gisteren hadden wij een afspraak met een man die voor ons eventueel de keuken zou komen opknappen. Iets waar ik me enorm op verheugde. Vooraf hadden we doorgegeven wat we ongeveer willen en hij zou komen praten en opmeten en daarna een offerte uitbrengen. Ik had hem gevonden via internet op een site van een bedrijf dat gespecialiseerd is in keukenrenovaties. Ze besteden de klussen uit aan mensen in de regio en hij doet de regio Hoorn-Enkhuizen. Althans dat dachten we. Na 1,5 uur wachten wilden we bellen met de vraag of hij nog kwam maar we hadden helaas geen nummer van hem bij de hand. Ik keek daarom op de site van het bedrijf voor zijn telefoonnummer en zag dat zijn naam er niet meer bijstond, dus we voelden de bui al hangen natuurlijk. M. stuurde een mail naar hem aangezien we nog wel een mailadres hadden en later die de avond ontvingen wij een antwoord dat hij ons was vergeten, dat hij inderdaad niet meer werkzaam was voor de keukenvernieuwers en dat het hem erg speet blabla en als we wilden kon hij wel doorgeven dat degene die nu wel in de regio Hoorn werkt voor dat bedrijf, contact met ons opneemt.

Dacht het niet, we waren er meteen klaar mee. Weinig vertrouwen in een goede afloop. Curieus genoeg – toeval bestaat niet – belde toen we zaten te wachten één van de voetbaltrainers van het team van S. aan om de sleutel van de voetbalclub op te halen. Zoals jullie wellicht weten traint en coacht M. het team van S. en dat doet hij samen met twee anderen. Eén van de twee belde dus aan omdat er die middag een training werd gegeven en hij de sleutel op kwam halen. M. vertelde dat we zaten te wachten op iemand die hoogst waarschijnlijk helemaal niet van plan was te komen. Afijn, lang verhaal kort: deze trainer heeft een bedrijf dat onder meer keukenrenovaties doet en is bereid binnenkort langs te komen om te kijken wat we willen en of dat allemaal kan met het beschikbare budget. Dit voelt ook wel fijner want dit is iemand die M. kent en dus iets vertrouwder. Ik ben benieuwd.

Ga ik nu weer even breien. Fijn weekend allemaal!

Fotospam

Even geen inspiratie voor een heel blog, dus dan maar foto spam.


Toen ik nog in Amsterdam woonde ging ik heel vaak naar de bioscoop, meestal op zondagochtend. Heerlijk. Voor mij is dat het ultieme uitje, in het donker zitten, kijken naar een andere wereld. De laatste jaren kwam het er niet zo veel van, om logische redenen.  Nu wil ik dit echt weer gaan oppakken. Gewoon in mijn eentje naar die films waar de rest van het gezin geen zin in heeft maar ik wel. Dus zag ik A street cat named Bob en hoop ik als ik me goed genoeg voel morgenmiddag naar Lion te gaan. Het boek staat al een tijdje op mijn leesverlanglijst maar nu word ik ingehaald door de film.

Ik ben dol op dit weer. Knallende zon en lekker koud! Het nodigt uit tot naar buiten gaan! Dat lukt tegenwoordig bijna alle dagen want in de tuin staan telt mee 😉

Ach gut, weesappeltjes. Ondanks alle appelflappen, appelcake, gebakken appel door het eten en appelcrumble hebben we niet de hele appeloogst – van wel 1 boom – weten op te eten. De vogels vinden dat prima.

Tja, hier valt weinig over te zeggen. De heren zijn gelukkig. En dat ontroert me toch weer elke keer als ik zie hoe veilig en goed ze zich voelen na de eerste ellendige jaren.

Mijn dag begint meestal zo: met veel katten op bed en de krant. Als man en kind zijn vertrokken dan ga ik meestal nog even in bed liggen met een bak koffie erbij, rustig opstarten en het wereldnieuws lezen.

Een paar jaar geleden verkocht ik veel boeken en dvd’s via Bol. Tot er niets meer te verkopen viel. Nu was er dan toch weer een stapeltje verkoopwaar en de eerste DVD-serie is al weer verkocht Ik denk eerlijk gezegd dat het vanaf nu niet meer heel veel voorkomt want er is zo veel keus op Netflix dat ik weinig lust tot kopen voel.  Alhoewel, als het nieuwe seizoen van Engrenages verschijnt….

Ik bak één keer per week glutenvrij brood van Teffmeel. Dit is smakelijk en voedzaam brood en is nog gezond ook, in tegenstelling tot de glutenvrije broden die verkocht worden in de winkel. Ik maak het mezelf zo makkelijk mogelijk. Het meeste werk is toch het afwegen van het meel en het toevoegen van gist en andere dingen. Om te zorgen dat ik ook op slechte dagen toch kan bakken, bereid ik tegenwoordig wat zakjes voor. Hier hoef ik alleen nog wat vocht aan toe te voegen, mixen in de Kenwood en hop in de oven.

Slapen blijft heel moeizaam gaan. Na jaren van voorgeschreven slaapmedicatie ben ik daarmee gestopt omdat ik last kreeg van bijwerkingen. Het middel werd erger dan de kwaal zeg maar. Sindsdien heb ik geaccepteerd dat ik vaak slecht slaap. Ik slaap niet goed in en niet goed door en de slaap zelf is niet diep genoeg en daardoor niet voldoende herstellend. Dat verzin ik niet, dat was de uitkomst van een slaaponderzoek. Sinds 1,5 jaar gebruikte ik theannine, een groene thee extract. Dat werkte redelijk, in de zin van dat ik als het niet nam helemaal niet sliep en nu in ieder geval wel wat sliep. De laatste tijd werd het toch weer slechter. Ik had de afgelopen weken een paar keer 4 slechte nachten op rij. Dat is echt jammer want zo werd het positieve effect van de B12 injecties wat teniet gedaan. Wellicht is de oorzaak gelegen in het feit dát de B12 injecties effect hebben. Ik heb iets meer gedaan dan anders maar dat maakt ook dat ik meteen meer overprikkeld ben en daardoor weer slechter slaap. Deze week bestelde ik CBD olie, oftewel cannabisolie en sodeju, wat slaap ik goed! Je wordt er niet high of stoned van en het is gewoon legaal verkrijgbaar. Als jullie het interessant vinden, kan ik er van de week wel iets meer over schrijven.

Ga ik nu een bak koffie drinken en de dag starten. Fijn weekend allemaal!

Groter kind, groter bed

Dit jaar staat er het één en ander op stapel qua verbouwingen in huis. De bedoeling is dat we de keuken gaan renoveren, dat gaat hopelijk binnenkort gebeuren. En later in het jaar breiden we de zolderkamer van S. uit met een dakkapel. Op zich is zijn slaapkamer best ruim qua vloeroppervlak. De loopruimte is echter zeer beperkt door de schuine wanden aan beide kanten. Een dakkapel aan één kant zal dus extra leef- en loopruimte opleveren.

Het plaatsen van de dakkapel is meteen een mooie aanleiding om de kamer op te knappen en de inrichting wat aan te passen. De wanden hebben een opknapbeurt nodig en dat gaan de mannen doen als de kapel geplaatst is. Daarnaast werd het tijd voor een ander, groter bed. Het eenpersoonsbed waar hij nu in ligt is wel lang genoeg maar erg smal en er steken regelmatig knieën uit als hij lekker opgekruld ligt.

Nou ben ik weliswaar heel goed in vooruit denken en sparen maar ook wel wat verstrooid en ik vergeet regelmatig uitgaven te begroten, zoals voor een ander bed. Dat het eraan zat te komen wist ik wel maar in mijn plannen voor 2017 kwam dat nergens voor. Terwijl dat best een kostenpost is. Dat betekent dat ik niet weet of ik alle financiële doelen van dit jaar ga halen want ik ben weer eens erg vooruitstrevend geweest in wat ik denk dat we kunnen aflossen en sparen. Nou ja, we zien wel.

Er is een groter bed aangeschaft, een twijfelaar van 140 breed, een matras en ook meteen ander beddengoed aangezien we niets in de maten voor het nieuwe hadden. Al met al kwamen we uit op ca. €500 voor een bedombouw, bodem, matras, beddengoed en een dekbedovertrek. Best een smak geld maar op zich niet buiten proporties voor deze spullen. Een goed matras is natuurlijk heel belangrijk.

Het bed is een bouwpakket van steigerhout dat we kochten bij dezelfde zaak waar we ook onze tafel kochten die naar verwachting over 2,5 week geleverd wordt. M. wilde eigenlijk zelf een bed bouwen maar we hadden geen hout op voorraad meer en de prijs van het bouwpakket van steigerhout was zodanig dat het wel heel gunstig uitpakte. Het is natuurlijk prettig dat alles op de juiste maat is gezaagd. Dat scheelt ook weer tijd en kosten.

Afijn, binnenkort wordt dus niet alleen de tafel maar ook het in elkaar te zetten bed afgeleverd. Dan is dat deel van de slaapkamerplannen al in orde gemaakt. Nu de rest nog! En even bedenken wat ik nog meer ben vergeten op te nemen in de begroting voor dit jaar.

dit bed, we kochten het hier

De leukste schoonmaakhulp ooit

Aan mijn getut en getwijfel over wel of niet een schoonmaakhulp nemen is sinds een tijdje een eind gekomen. Ik had wel de behoefte maar zag er tegen op een vreemde in huis halen. Dat zijn extra prikkels om te verwerken. Bovendien is het onhandig als het schoonmaken gelijk valt met een slechte dag van mijn kant. Zal je zien dat ik me beroerd voel maar dan toch vooraf koekjes ga staan bakken want hier schoonmaken moet wel een beetje leuk zijn natuurlijk. Ik ken mensen die zeggen wat er gedaan moet worden en dan zelf in bed gaan liggen met de deur dicht maar dat kan ik niet. Het lukt me niet om ontspannen te blijven terwijl er hier iemand door het huis rent. Dat is stom en dat zou anders moeten maar dat is dus niet zo.  Dat is ook de reden dat we familiehulptroepen op een gegeven moment hebben afgehouden. 

Dus maakten we zelf het huis schoon. M. doet over het algemeen de zwaardere klussen zoals stofzuigen, bed verschonen, etc. En ik doe de niet zware klussen zoals beetje opruimen, vaatwasser vullen, was erin gooien waarbij de mannen dan meestal de mand met schone natte was voor me naar boven tillen, waar de droger staat. S. draagt ook een steentje bij met kamer opruimen  en stofzuigen(na enig aandringen), zelf zijn bed verschonen en zaken als vaatwasser leegruimen en af en toe een boodschap halen. Wat ik normaal vind om te doen voor een puber.

Zo komen we een heel eind en wat vandaag niet lukt, kan morgen vast wel. Negen jaar ziek zijn heeft opgeleverd dat ik vaker zoek naar gemak en dat ik accepteer dat niet alles gaat zoals ik wil. Mijn eisen van wat ik acceptabel vind zijn ook wel grondig bijgesteld. Het is niet dat het hier plakt maar ik heb wel geleerd om bijvoorbeeld de neiging om soms zelf te stofzuigen te onderdrukken. Ook al is het soms vergeven van de kattenharen, voor mij is dat gewoon echt niet slim om te doen. Een oplossing is dan vakkundig negeren, eventueel doen wat wel kan zoals een beetje vegen met een bezem, katten eruit gooien. Maar sommige ruimtes in huis schoten er echt wel bij in, zoals de badkamer. Dat is duidelijk het kind van de rekening. Doekjes over de wastafel halen lukte nog wel, maar verder? Terwijl ik ooit heb gelezen dat een badkamervloer het smerigste oppervlak in huis is.

Natuurlijk gebeurde het soms wel maar vaker niet dan wel. Er moet vaak zoveel gedaan worden door M. in het weekend en ik vind het ook wel fijn als hij gewoon vrij heeft en even voor zich uit kan staren of iets leuks kan gaan doen.

Ja wat doe je dan? Met aan de ene kant behoefte aan een geen energie zuigende schoonmaakhulp die vertrouwd is en aan de andere kant een puber die de laatste tijd aangaf wel geld te willen verdienen maar terug schrok voor de dwang van een vast baantje. Vrienden van hem werken elke zaterdag en dat is hem nog teveel van het goede. Hij voetbalt, zit op judo, moet best veel tijd besteden aan huiswerk en ziet een echte verplichting nog niet zitten.

Behalve als je moeder het vraagt ;-). Sinds een maandje of twee maakt hij tegen betaling schoon. Meestal de badkamer maar ook wel de tegels in de WC of andere grotere klussen. Het echte schrobwerk dus. Niet alle weken maar wel zo regelmatig dat het echt beduidend schoner is. 

Ik vind het normaal als een kind bijdraagt aan het huishouden. Dus van jongs af aan heeft hij wel dingen moeten doen. Toen hij heel klein was bijvoorbeeld zijn eigen bord naar de keuken brengen, later werd dat tafel dekken en afruimen en nu moet hij zijn eigen kamer bijhouden. Maar het echte schrobwerk verwacht ik niet van hem. Dus daar betalen we hem voor.

Wat betaal ik dan? In eerste instantie wilde ik veel te veel gaan betalen. Want als er hier iemand komt schoonmaken ben ik ook zo €12,50 tot €15 per uur kwijt. Maar M. wees me er terecht op als ik dit soort bedragen zou gaan betalen, S. nooit meer elders wil gaan werken. Wat als hij een echte bijbaan wil? Dan is dat minimum jeugdloon echt niets in vergelijking wat hij hier zou krijgen.

Dus hebben we zijn loon aangepast aan het jeugdloon, of eigenlijk een klein beetje daarboven. Want we hebben geen werkgarantie, geen vaste afspraken over tijden en we betalen ook geen vakantiegeld. Het is dus geen geld waar hij op kan rekenen. Hij krijgt €1 per kwartier. Meestal is hij 1 tot 1,5 uur bezig en ik maak het geld meteen over naar zijn rekening. Hij heeft zo wat extra geld en wij zijn enorm geholpen met zijn poetswerk. En buiten dat,  is hij natuurlijk de leukste schoonmaakhulp ooit.

Op zoek naar Pippi: stel de juiste vraag (2)

Wat vooraf ging:
Mijn voornemen voor dit jaar is meer Pippi Langkous in mijn leven. Waarbij Pippi staat voor pret, het onverwachte, spontaniteit,genieten.  Als ik kijk naar wat ik nu wel kan gebruiken, dan is het wat sjeu, wat spontaniteit, wat speelsheid. Dat ontbreekt volledig in mijn leven waar elke energie-uitgave vooraf gebudgetteerd moet worden. 9 jaar ME heeft mij heel voorzichtig en behoudend gemaakt. Maar ik word er niet beter van. Het gevaar bestaat dat ik namelijk nu alleen de dingen doe die moeten gedaan worden (douchen, koken) en dat dit ten koste gaat van iets afwijkends. En dat afwijkende, daar wil ik juist meer van!

Eerder legde ik uit waarom. De enorme focus op gezond leven en het zoeken naar meer gezondheid zorgt ervoor dat alles wat ik doe langs een meetlat wordt gelegd. Zorgt het voor meer of minder gezondheid? De behoefte aan wat meer sjeu en laat maar waaien gevoel is hiermee overweldigend groot geworden inmiddels.

Inmiddels heb ik ook wel door dat al mijn goede bedoelingen soms averechts werken. Alles wat ik mezelf tot doel stel, wordt levensgroot in mijn brein en heeft daardoor soms verkeerde gevolgen. Dat zal vast voor sommige lezers herkenbaar zijn. Bij mij werkt dat op verschillende manieren.

  • Als ik iets voornemens ben bijt ik me er soms zó in vast dat ik nog voor ik ben begonnen al op apegapen lig.
  • Ik ben gek op lijstjes maar word er ook heel kinderachtig recalcitrant van. En bestaat het gevaar dat ik het tegenover gestelde ga doen. Dus lekker extra lang heel warm douchen tijdens de cool challenge (ik weet het, het is te triest voor woorden).
  • Ik kan me heel erg enthousiast ergens in verdiepen maar heb ook de aandachtsspanne van een eendagsvlieg. Dat is echt een karaktertrek, ik kan me snel vervelen.

Zo bezien is het een wonder dat ik soms nog iets wel voor elkaar krijg. Dat komt zeker doordat ik ook wel over discipline beschik. Dat heft het bovenstaande soms wel op maar is vooral handig om andere doelen te bereiken, zoals op financieel gebied. Maar iemand die juist behoefte heeft aan ‘meer los dan vast’ heeft niet zoveel aan de eigenschap zich ergens in te willen vastbijten. Het moet juist andersom.

Een ander obstakel – ik denk nu even heerlijk in beperkingen merken jullie het ook – is dat ik natuurlijk wel degelijk enorm beperkt word in wat ik kan. En wát ik kan wisselt per dag. Deze week ging ik op maandag lekker met kind naar de haven en dronk ergens een kopje thee en lag dinsdag en woensdag vooral plat. (waarschijnlijk natuurlijk omdat ik maandag op stap ging).

Over naar het Pippi gevoel. Ik wil meer genieten en pret hebben. Mezelf verwennen,  doen wat me ingeeft, iets doen omdat ik er zin in heb en niet per se omdat het goed voor me is. Cruciaal daarbij is dat ik de juiste vraag aan mezelf stel in de ochtend.

Sinds jaar en dag stel ik mezelf bij het wakker worden de vraag wat er op stapel staat op een dag. De meeste mensen zullen dat doen denk ik zomaar. Ik heb geleerd met behulp van een ergotherapeut dat wat er moet gebeuren zo in te plannen dat ik mezelf niet volledig uitput. Voorheen deed ik bijvoorbeeld alles wat moest en ging ik daarna plat. Nu draai ik het om: ik begin de dag meestal met rusten of ontspanning en af en toe doe ik iets. Op deze manier red ik het makkelijker tot na het avondeten in plaats dan dat ik om 4 uur jankend van uitputting op de bank lig.

Inmiddels is dat wel een tweede natuur geworden. Ik maak nog wel eens een uitglijder maar over het algemeen gaat het goed. Tijd voor een volgende stap. Als ik bij het ontwaken mezelf de vraag stel waar ik zin in heb die dag, dan levert dat een compleet ander gevoel op. Probeer het maar eens, je merkt het zelf ook meteen.

‘Waar heb ik zin in’ denken geeft ruimte. En de behoefte die naar boven komt drijven kan soms wel,  soms niet vervuld worden. Maar vaak kom je wel dichtbij. Zin in de bioscoop kan vertaald worden in ‘met kind op de bank naar een film op Netflix kijken met voor hem een bak chips en voor mij ook wat lekkers’, als het niet lukt om naar de echte bioscoop te gaan. Zin in buiten zijn kan zijn naar de haven fietsen omdat het zo mooi weer is. Maar ook in de tuin gaan staan en even naar de eenden in de sloot kijken als het lijf niet meer aankan dan dat.

Eerst bedenken waar ik zin in heb in plaats van wat er moet, levert andere prioriteiten op en een heel ander gevoel. En dat is alvast een mooi begin, voor een pretplan dat niet teveel een plan moet worden genoemd omdat het anders een averechts effect heeft. En zo gingen kind en ik maandag dus naar de haven van Hoorn, waar ik al heel lang niet meer was geweest. Strak blauwe lucht, zon, echt super.
Zó super dat ik er hyper van werd en tante adrenaline tegenkwam. Die ervoor zorgde dat ik niet kon slapen ’s nachts. Dus hoe ik voorkom dat ik tante adrenaline een volgende keer tegenkom, daarover een volgende keer meer….maar die maandag was in ieder geval super. Het was als ik het langs de Pippi-meetlat leg (o jee toch een meetlat) onverwacht, we hebben gelachen, het was lekker buiten, we maakten als een echte toerist selfies, ik kreeg er een vakantiegevoel van doordat we ook ergens wat dronken en ik voelde me vooral erg levend.