Smoes

Toen Moos bij ons kwam aanlopen, was hij naar schatting 4 maanden. Een klein lief katertje met een grote speelbehoefte. Onze oude poes Dorrit tolereerde dat het prul tegen haar aan kwam liggen en hoewel zij nog wel heel speels was wilde ze met hem niet spelen, maar alleen met ons. Dus leek het handig om een kitten erbij te nemen. Alleen hoe doe je dat, als je normaal altijd de kattentoevoer laat afhangen van toevalligheden en aanlopers?

Iedereen moet voor zich weten waar hij zich prettig bij voelt maar ik haal mijn dieren liever uit het asiel of van straat in plaats van dat ik ze uit een nestje haal. Dus het asiel gebeld met de vraag of ze katten jonger dan een jaar hadden. Die hadden ze niet maar ze werkten wel samen met een mevrouw van de Dierenbescherming die zielige gevallen opving en die had toevallig net op dat moment een klein cypertje in huis.

Met het asiel als bemiddelaar mochten we een paar dagen later op bezoek bij het cypertje. Die woonde met zeker 30 andere katten op een grote woonboerderij. Het katje was toen ongeveer 3 maanden oud en was daar samen met zijn zusje dat al vergeven was. Met alle katten op die boerderij was iets (ziek, mishandeld, oud) en ook met dit katje. Hij was samen met zijn zusje in een kartonnen doos in de sloot gevonden. De andere kittens uit het nest waren al verdronken, alleen Smoes en zijn zusje nog niet. Op het nippertje gered dus.

Onze eerste blik op Smoes zal ik nooit vergeten. Een heel klein angstig katje in een bench. Afijn, wij waren meteen verkocht en we spraken af dat als zijn zusje daar weg zou gaan (haar nieuwe eigenaars waren eerst nog even op vakantie) wij Smoes in huis zouden nemen. Dat strookte niet met het plan van de enorme kater die zich in onze auto had verstopt, wat we gelukkig net op tijd ontdekten voordat we daar weg reden. Met spijt in het het hart hebben we die de auto uitgezet.

Twee weken later arriveerde Smoes. Hij werd gebracht door de vrouw die hem had opgevangen, zodat ze ook even kon zien waar hij terecht kwam. Officieel ging de adoptie via het asiel. Hij werd dus gechipt en ge-ent en met dierenpaspoort afgeleverd. Toen ik in dat dierenpaspoort keek, zag ik dat de geschatte geboortedatum van Smoes 7 juni 2006 is. Die datum is de sterfdag van mijn eerste kat Joris. Als dat geen mooi teken was!

Smoes is ook een kat met een trauma, net als de rest van zijn huisgenoten. Het trauma van Smoes is natuurlijk te herleiden tot een bijna verdrinkingsdood. Met Moos klikte het gelukkig vrijwel meteen en de heren waren vanaf het moment dat Smoes zover was, grote speelkameraden. Dat duurde wel even want Smoes moest eerst moed verzamelen en zat dagen bibberend onder de bank.

met Moos in de mand

Voetbal werd nauwgezet gevolgd, soms keek hij achter de TV op zoek naar de bal

Hoewel Smoes naar Moos en Dorrit toe niet bang was (ook niet bang voor de andere katten in de buurt toe) was hij voor de rest wel overal bang voor. Ritselende geluiden en tasjes, de stofzuiger, hem optillen. En mensen. De meeste mensen vond hij eng. Was er bezoek dan verdween Smoes al snel naar boven of buiten. Een extreem nerveuze kat die bijna continu liep te hyperventileren en heel veel last van zijn darmen had. We hebben hem van onder tot boven laten onderzoeken, zijn ontlasting meerdere malen laten testen maar er was geen medische oorzaak voor de darmproblemen. Pure stress dus.

Dat bleef zo tot ik in februari 2008 ziek werd. En toen veranderde er iets. Ineens was ik hele dagen thuis. Ik lag meestal op de bank in een slaapzak en al snel kreeg ik gezelschap van Smoes. Dag in, dag uit, jaar in, jaar uit, lag ik op de bank met Smoes die heel langzaam zo steeds een beetje rustiger en relaxter werd. Het was trouwens een verbond van wederzijds genoegen want ik heb denk ik net zo veel aan hem gehad, als hij aan mij.


Smoes staat inmiddels zijn mannetje. Is in staat zich ook aan andere mensen dan zijn baasjes te hechten en komt tegenwoordig als er bezoek is vaak nieuwsgierig even buurten. Hij is nog steeds wel wat nerveus van aard maar maakt ook een gezonde en vooral blije indruk. Optillen mogen we hem nog steeds niet maar contact is wel mogelijk. Liefst zo vaak mogelijk. Het is een kat die keurig wacht tot de wekker gaat in de ochtend maar dan staat hij ook meteen ‘aan’ en bovenop me te knorren en te prakken. Smoes is ook een duidelijke kat. Hij heeft 2 standjes: aan en uit. Staat hij aan dan komt hij altijd aan galopperen om te groeten, dat doet hij met iedereen die hij kent. Dus als Oma de straat in rijdt met haar auto, kunnen we dat zien aan Smoes nog voordat we haar auto hebben gezien.

Miauwen doet hij niet. Een heel enkele keer als ik wat treuzel met het eten geven dan hoor ik een heel zacht geluidje dat is te herleiden tot hem. Maar verder heeft hij geen kik. Dat is best onhandig want hij laat zich ook vaak opsluiten in de badkamer of de gang. Dan zitten we in de huiskamer en horen we heel zachtjes gekrabbel. Het duurt dan meestal even tot we door hebben dat het weer zover is. Andere vreemde eigenschappen van Smoes zijn dat hij geen kopjes maar kontjes geeft. En dat hij vanaf een uur of 4 in de middag ergens in mijn gezichtsveld gaat zitten en dan een cursus ‘staren zonder te knipperen met de ogen‘ geeft. Want eten dat is toch wel het belangrijkste in het leven van Smoes.

Door dat eten is hij ook flink in de problemen gekomen. In 2011 liet hij ons flink schrikken, hij vrat hij zich door een 10 kilo zak kattenbrokken heen, het plastic maar even voor lief nemend. Een zware darmoperatie was het gevolg (en sindsdien bewaren we het kattenvoer in de schuur).

1 dag na de operatie

Voor de zwervers is Smoes een kameraad die hun leert hoe te spelen. Hij speelt verstoppertje met ze en neemt ze mee op stap. Doe ik de voordeur open voor Smoes, dan volgen Dibbes en Gerrie meestal binnen 10 seconden. Soms is dat wel even een dingetje voor Smoes en probeert hij zijn fans af te schudden, maar over het algemeen laat hij het wel toe. Het verbaasde ons dus niet dat Gerrie en Dibbes wel al tegen hem durven aan te liggen.

Zoals jullie wel zien, is Smoes héél mooi om te zien en heeft hij een hoog schattigheidsgehalte. Dus vooruit, nog een foto dan, als afsluiter, hier ligt hij op mijn been en met die verliefde blik kijkt hij op dat moment naar mij. Ik keek natuurlijk net zo verliefd terug..

Moos

Gerrie en Dibbes speelden de afgelopen jaren natuurlijk de hoofdrol in de kattenverhalen op het blog. Twee zwervers je huis inlokken en socialiseren geeft nu eenmaal veel voer voor stukjes. Maar de heren zwervers kwamen in een huis dat reeds bevolkt werd door katten. Bijvoorbeeld door Moos.

Het verhaal van Moos begint op 6 augustus 2006. Het was hoogzomer maar tegelijkertijd een inktzwarte tijd. Mijn vader overleed op 4 augustus van dat jaar en naast het verdriet dat over ons heen kwam, moesten we ook veel regelen natuurlijk. Mijn vader overleed niet onverwacht, hij was bijna 20 jaar ziek geweest waarvan de laatste 5 jaren heel erg ziek. Ziekenhuis in en uit, telkens keerde het zich ten goede. Dat deed vermoeden dat hij onsterfelijk was maar de laatste ziekenhuisopname was het dus klaar. De dag voor zijn overlijden had hij nog in het ziekenhuis met S. gespeeld door het goed te vinden dat S. met de beddenverstelknop opa omhoog en omlaag en omhoog en weer omlaag deed. Opa moest zo lachen dat hij paars aanliep, iets wat natuurlijk een beetje eng is bij een longemfyseempatiënt,  maar hij genoot volop.

Wanneer komt Moos nou, hoor ik jullie denken? Nou dat zat zo, twee dagen later was mijn vader was overleden, lag in het mortuarium en op 6 augustus gingen we daar naar toe. Ik kan me niet meer herinneren wát we daar gingen doen maar de tocht ging in ieder geval daar naar toe. Toen we de voordeur achter ons dicht sloegen, stormde er een piepklein zwart katje voorbij. Te klein om zo maar buiten rond te rennen! Het katje kroop in een boom en ging daar hard zitten gillen. Ja, daar sta je dan. Wij hadden geen tijd, we moesten weg. We vroegen aan een stel buurkinderen of ze een ladder wilden halen om de kat te bevrijden en vertrokken.

Na een paar uur kwamen we weer terug. Er renden wat buren in de straat heen en weer op zoek naar dat katje. Die bleek zich te hebben verstopt in onze achtertuin en werd door M. en S. naar binnen gelokt met een stuiterbal. Binnen stond een grote bank en die lonkte naar het kleine prul dat al de hele middag heen en weer had gerend. Hij kroop tegen M. aan en viel meteen in slaap.

Afijn, na een slaapje ging hij op verkenning uit. Hij kroop in de planten, in de gordijnen en was enorm bezig ons helemaal in te pakken. Dat lukte goed. Moos was letterlijk een afleider in een periode van groot verdriet. Vooral voor S. vond ik het heerlijk dat juist op dat moment een klein katertje bij ons de boel kwam vermaken. Want dat deed hij. Niet eerder een kat gezien die zulke mooie rare fratsen uithaalde. Wat dat betreft heeft hij ons mooi op het verkeerde been gezet want Moos is lui. Héél lui. En hij heeft last van moodswings. Maar dat wisten we toen nog niet. Toen werden we verleid.

Omdat mijn hoofd logischerwijs nogal werd afgeleid waren onze buren zo lief foto’s van Moos op te hangen in de buurt, met de vraag van wie hij was. Dat er niemand zou reageren ontdekten we trouwens al na een dag of twee. Moos had een navelbreuk. Waarschijnlijk is hij uit een auto gesmeten door zijn baasje (gezien hoe hij op autoritjes reageert) op het moment dat die ontdekte dat er wat uit zijn buikje puilde.

Die uitpuilende buik was natuurlijk niet goed, ik belde de dierenarts om een afspraak te maken. De dierenarts vroeg of het topje van mijn pink in de breuk paste, dit om te achterhalen hoe groot de breuk was. Op mijn antwoord dat er met gemak twee van mijn vingers in pasten en dat ik af en toe de darmen terug moest duwen, adviseerde de dierenarts ons onmiddellijk te komen. En dus leverden we Moos bij de dierenarts af, die nogal opkeek van onze stemmige kleding. We hebben Moos voor de crematie afgeleverd en na de crematie weer opgehaald. Met een geheelde navelbreuk.

Moos is natuurlijk nooit meer weg gegaan. Nooit opgeëist door een baasje maar daar waren we maar wat blij mee. Hij had wel wat fratsen. Moos was bijvoorbeeld doof. Hij reageerde op geen enkel geluid. Wat testen met twee kletterende deksels boven zijn hoofd ontlokten geen enkele reactie. Ook de dierenarts heeft hem getest en kwam tot de conclusie dat hij niets hoorde. Moos moest dus binnen blijven want een dove kat buiten laten lopen is gevaarlijk. Hij kan geen aankomend verkeer horen. Dus bleef hij binnen. Totdat hij ontsnapte. En wel kwam aanstormen toen ik met brokjes rammelde. Meneer was helemaal niet doof. Maar blijkbaar was het brokjesgerammel het eerste geluid waar hij enthousiast over werd.

 En zo had hij wel meer streken. Het is een kat van uitersten, enorme knuffelpartijen worden afgewisseld met afstandelijk gedrag. Voor de straat was hij een tijdje de koning, hij terroriseerde alle katten in de buurt, zijn buurt, de straat van Koning Moos. Maar de laatste jaren is Moos heel zacht en lief, niet voor niets vonden onze twee ex-zwervers de weg naar ons huis, ze liepen achter Moos aan. Moos is een overgevoelige wijze ziel die met zijn gedrag rust brengt tussen de katten hier in huis.

Voor mij is Moos vooral verbonden met de heftige periode van het overlijden van mijn vader. Hij bracht heel veel vreugde op een moment van groot verdriet. Hij paste ook naadloos in ons huishouden. Dat jaar waren er twee katten overleden en we hadden toen Moos verscheen nog maar één bejaarde poes, die het prima vond dat het kleine katje tegen haar aan kwam liggen slapen. Maar spelen, dat wilde ze niet met hem. Dus haalden we Smoes in huis, maar dat is een ander verhaal….

Kat en Muis

Het is zaterdag. 
Ik zit op de bank.
Dibbes stormt voorbij.
Dat doet hij wel vaker.
Hij maakt geluidjes 
en grote sprongen.
Ook dat doet hij wel vaker.
Ik kijk naar hem.
Ach, wat speelt hij leuk.
Dibbes speelt met een blaadje uit de tuin
Dan kijk ik nog een keer.
Het is geen blaadje.
Het is een muis.
Een muis die leeft.
Dibbes heeft een muis gevangen!
Zijn eerste muis!
Dat denk ik echt.
Wat goed van Dibbes.
Wat zielig voor de muis.
Daarom grijp ik in.
Zo’n huichelaar ben ik.
Ik eet biologisch vlees
maar als Dibbes een muis vangt,
pak ik hem af.
Laat los! zeg ik
en Dibbes laat los,
de sukkel.
Muis ligt op de vloer.
Hij ziet er nog heel uit.
Maar tegelijkertijd is het mis.
Hij is in shock. 
Wat nu?
Ja, wat nu!
Dat vragen de katten zich ook af.
Ze staan inmiddels alle vier om me heen.
Eerst de moordmachines het huis uit zetten.
Dan muis voorzichtig pakken.
Dat doet de man.
Muis houdt zich stil.
Maar hij leeft nog wel.
We zetten hem op een rustige plek.
Waar de katten niet kunnen komen.
Wat doen we nu met muis?
Hij lijdt, dat is wel duidelijk.
Verzuipen dan maar?
‘Kan jij dat’ vraag ik aan man?
‘Nee, kan jij dat?’ vraagt man aan mij.
Nog maar eens kijken bij muis.
Hij ademt heel snel.
We laten het even voor wat het is.
Arme muis.
Buiten loopt Dibbes rond.
Waar is muis nou!
We speelden zo leuk!
Dibbes is net een beer.
Loopt rond met stoere stappen.
Een muis vangen 
heeft hem duidelijk goed gedaan.
Hij voelt zich heel wat.
Knap van je Dibbes, goed zo!
Al denkt de muis daar anders over.
De natuur is wreed.
Gerrie heeft grote ogen
en kijkt wat verontwaardigd.
Ze pakken hier je muis van je af!
Dát hadden ze me nog niet verteld!
Na een half uur kijken we weer bij muis.
Hij doet het niet meer. 
Hij is dood.
Gelukkig niet uit elkaar gerukt
door Dibbes
maar gestorven op 
een zacht bedje
van toiletpapier.
Maar wel dood,
hartstikke dood.
Dag muis.
Dag!

Synchroon dutten

Een zachte bank,
een kussen,
rug aan buik,
synchroon dutten.
Het leven is goed
als je zorgen
zich beperken 
tot hoe laat 
de brokjes 
worden geserveerd.

Het leven
speelt zich af
van dut naar dut
met tussendoor
 knuffels en eten,
in plaats van
opgejaagd te worden.
Niet meer aan denken.
Dat was toen,
niet nu.
Nu 
is een zacht kussentje
en de zekerheid
van een aaiende hand.

Kattenjournaal

Al weer een tijdje geleden dat ik een kattenjournaal plaatste, dus voor de dierenliefhebbers…..

Het gaat goed. Gerrie werd twee maanden geleden gecastreerd  en meteen daarna kwam er rust in de tent. De nachtelijke tochten stopten en hij werd een stuk aanhankelijker naar ons toe. Hij staat op het punt van op schoot durven springen, ligt dagelijks wel al naast me op de bank en eist inmiddels ook bijna elke avond een plek op het bed op. Daar is het inmiddels wel een beetje vol met vier katten maar met wat passen en meten lukt het. Het is natuurlijk bezopen dat we het goed vinden dat we ons bed delen met vier katten, maar goed, dat is nu eenmaal zo. De eerste 2 waren dat al gewend, toen kwam er nog een bij en die is dat inmiddels ook gewend en de vierde denkt dat dit dé beloning is van afscheid nemen van het zwerversbestaan. Als ik enige ruggengraat had deed ik natuurlijk voortaan de deur van de slaapkamer dicht, maar ik heb de ruggengraat van een weekdier, blijkt.

Tussen de katten onderling gaat het goed. Er zijn nog wel wat kleine jaloerse blikken en gedoetjes tussen Gerrie en Dibbes maar het valt mee. Als ik op lieve toon iets tegen Gerrie zeg, komt Dibbes gillend aanstormen. Dat werk. Maar er wordt ook geneusd en kopjes gegeven en de katten liggen vaak vlak bij elkaar en soms zelf tegen elkaar aan op bed. Zoals laatst, toen Gerrie en Dibbes rug aan rug lagen….

excuus voor de belabberde foto, is gemaakt met mobiel uit het jaar 0

En het is best opvallend hoe de heren op elkaar lijken. Niet alleen in gedrag en uiterlijk maar ook qua lichaamshouding. Ze zitten vaak op dezelfde manier en kijken dezelfde kant op, iets wat wel grappige plaatjes oplevert door de overeenkomsten in uiterlijk…

De katten trekken veel met elkaar op. In de ochtend stormen ze als viertal tegelijk naar buiten en hangen buiten ook veel in elkaars buurt. Gerrie doet pogingen mee te spelen met de anderen, al vindt hij dat nog ook wel eng. Dan verstopt Smoes zich achter de vuilnisbak en moet Gerrie hem zoeken. Zien we eerst vrolijk gemep van pootjes en schommelende achterwerken maar dan slaat ineens de sfeer om en denkt Gerrie zich te moeten verdedigen waarna Smoes er vandoor gaat.  Maar ook hier maakt hij vorderingen. Met ons spelen is nog te eng. Een takje dat we voor zijn neus op de grond heen en weer schuiven wordt met interesse gevolgd maar daar blijft het nog wel bij.

De transformatie van onzekere zielige kat naar tevreden huiskat is ook nu weer geweldig om te zien. Hij loopt met zijn staart in een krul rond. Komt gillend naar je toe rennen als je roept. Maakt tevreden knorgeluiden. Biedt zijn buik aan. Ligt naast ons op de leuning van de bank. En geeft kusjes. Eindeloos veel kusje. Dit is de enige kat waarmee ik soms zo tien minuten neus aan neus kan zitten. Zijn vertrouwen en zelfvertrouwen groeit met de dag. Niet alleen naar ons toe. Ook bezoek wordt inmiddels begroet en besnuffeld.

En nu ben ik voor de komende jaren klaar. Ik neem er geen katten meer bij. Ik krijg er verschrikkelijk veel liefde voor terug en daar ga ik de komende jaren goed van genieten. Maar wéér de stress van een kat socialiseren zie ik niet meer zitten. En bovendien vind ik 4 katten ook wel voldoende wat kosten betreft. De katten zijn nu allemaal nog redelijk jong maar zullen in de toekomst vast wel het één en ander gaan mankeren. Die kosten moeten we wel kunnen dragen natuurlijk.

Laatst schreef Vlijtig Liesje een stukje over dierenartskosten. Haar kat was ziek en ze had € 85 uitgegeven. Zij trok gelukkig haar portemonnee maar haar buurvrouw vond dat veel te veel. Ik schrik daar altijd van als mensen zoiets te veel vinden. Ik vind het niet kunnen dat mensen wel een huisdier nemen maar geen zin in kosten hebben. Die kosten krijg je vroeger of later, dat had je vooraf kunnen bedenken. Heb je dat niet dan kun je of elke maand wat opzij zetten (dat doen wij), of een zorgverzekering voor je huisdier nemen of er van afzien. Maar een dier laten doorlopen met klachten omdat het je financieel niet uitkomt, vind ik niet kunnen. 

Dit is ook precies de reden waarom er zoveel zwerfkatten zijn. Mensen doen hun kat weg (gooien hem uit de auto, dumpen hem ergens) als het beest een aandoening blijkt te hebben. Of laten de kat niet castreren uit verkeerde zuinigheid. Een krolse kater gaat de hort op en raakt regelmatig zo ver weg dat de weg naar huis niet meer wordt gevonden. Een niet gesteriliseerde poes raak zwanger en wordt met nest en al op een parkeerplaats gedumpt. Ik kan er zo boos om worden.

Maar goed, die van mij zijn gered, er is rust in de tent en het kwam allemaal goed….

Zaterdag

De castratie van Gerrie is al weer ruim twee weken geleden, maar voor mij leverde het een kleine scholkgolf van stress en slapeloosheid op, die nu pas begint te zakken. Ik was moe, heel erg moe. En als gevolg daarvan werd het een zooitje met al mijn geweldige voornemens op eetgebied. Niks geen energieherstelplan, althans niet volgens de voorschriften van het door mij gevolgde stappenplan. Mijn nood-energieherstelplan blijkt te bestaan uit chocola. En chocola. O ja, had ik al chocola genoemd? Dus at ik chocola. En bananen. Veel. Blijkbaar is dat nodig als de energievoorraad zeer beperkt is.

Gelukkig kan ik tegenwoordig makkelijk een plan loslaten of aanpassen. Je kunt ook wel zeggen dat ik een enorme draaikont ben met telkens wisselende plannen. Ik noem het gewoon flexibel. En het is niet eens dat ik zo slecht at de afgelopen 2 weken. Nog steeds veel warm eten, veel groenten en glutenvrij. Met tussendoor dus chocola.

Over naar Gerrie. Die is de hele castratie al vergeten. Hij ging er daags na de castratie vandoor om pas 24 uur later weer op te duiken maar sindsdien is hij beduidend rustiger en socialer naar mij toe. Daarvoor mocht ik hem ook wel aaien, maar ik moest altijd naar hem toe gaan. Nu komt hij ook naar mij toe, op zoek naar knuffels, geeft meer kopjes en begint ook steeds vaker tegen me te miauwen.

Ook is er meer toenadering tussen Dibbes en Gerrie. Meteen na de castratie zocht Dibbes meer contact met hem, snuffelde vaker aan hem en ze liggen nu regelmatig naast elkaar te slapen. Ik ben er nog niet helemaal over uit of dat betekent dat Dibbes echt geïnteresseerd is of dat zijn tactiek is dat je beter dicht bij de vijand kunt blijven, om altijd te weten wat die doet. Maar het is in ieder geval een stuk rustiger, geen gedoe meer met blazen.

Verder was het een heerlijke week. Ik hield me dus rustig maar dat was bepaald geen straf met het heerlijke weer. We konden zelfs al 2 keer buiten eten in de avond! Gisterochtend reden M. en ik naar de vuilstort met een volle auto. Allemaal zooi uit de tuin, zoals rieten stoelen die al 4 jaar als krabplank door de katten werden gebruikt en nu echt helemaal door waren. Daarna reden we door naar de kringloop waar M. een CD van Tracy Chapman en een bierglas scoorde en ik een witte linnen broek, dus we zijn weer helemaal voorzien van alles wat we nodig (denken te ) hebben. Nog wat laatste planten gekocht voor in de tuin en nu is de tuin helemaal opgeruimd en klaar voor een fijne lange lente en zomer.

Gerrie geniet van de zon
 of het écht gezellig is weet ik niet…

Als Gerrie op tafel springt, komt Dibbes er ook bij…

1e keer buiten eten!

Interessant doosje voor Dibbes

Tweede avondmaaltijd buiten deze week!
Hopelijk lekker maisbroodje, zit nu in de oven

En dan ga ik nu verder met het pizzadeeg. Voor de mannen een gewone pizza en voor mij een experiment met maismeel en sojameel, ben benieuwd!

Fijn weekend allemaal!

ps: dinsdag gaat S. het sponsorgeld op school inleveren. Zoals het er nu naar uitziet, is de opbrengst € 313, dat is echt een geweldig resultaat waarvoor hartelijk dank aan alle gulle bloglezers die een bijdrage deden!

The day after…

Zo, hier het vervolgverhaal over Gerrie, iets later dan de bedoeling was maar er was een fikse stroomstoring.

Nadat Gerrie gisteren om half 7 in de ochtend van zijn nachtelijke boemeltocht naar binnen kwam, ging hij boven slapen. Om kwart over 7 kwam M. uit bed en dat was voor Gerrie het sein ook weer naar beneden te gaan, M. geeft de katten altijd in de ochtend eten. Omdat hij nuchter moest blijven, viel dát natuurlijk tegen.

Wel kreeg hij een kwart pil met vetranquil om hem rustig te maken. Ik heb deze pillen vaker gebruikt vorig jaar bij Dibbes, het is een vrij sterk middel en ik gebruik het alleen als het echt moet. Een pil geven aan een kat die tot voor kort geen menselijke aanraking gewend was, is moeilijk. En de pil in de etensbak verstoppen tussen het eten, werkt ook niet. Hij eet er zo om heen. Dus kocht ik een tijdje geleden easypill. Dat is een deegachtige substantie die ruikt en smaakt naar kattenbrokjes. Je koopt het als een klein staafje waar je telkens iets van afhaalt. Dat rol je tussen je vingers zodat het warm wordt. Het laat zich dan makkelijk om een pil heen vouwen. Even rollen en het lijkt op een gewoon kattenbrokje. Zo gaf ik hem de afgelopen maanden zonder problemen af en toe een ontwormingstablet.

De gecamoufleerde pil ging er dus zo in en hij vertrok weer naar boven om verder te slapen. Rond kwart voor 9 ben ik naar zijn slaapplek gegaan. Dat is het kleine kamertje. Ik had vooraf opgeruimd zodat ik meer beweegruimte had en de mand stond daar klaar. Gerrie optillen en in de mand tillen lukte niet, hij stribbelde te veel tegen. Dus probeerde ik het met lekkers in de mand leggen zoals we al die weken geoefend hadden en die schat stapte zo de mand in.

Hij bleef verbazingwekkend rustig, ook tijdens de autorit en bij de dierenarts. Om half 1 belde de assistente al weer dat we hem konden halen. Het was prima gegaan, hij heeft geen kattenaids (voor mij was dit de belangrijkste vraag) en hij heeft inderdaad vrij recente botbreuken die naar verwachting goed kunnen helen, dus daar is geen operatie voor nodig.

Dus mochten we hem voor € 271 weer meenemen, gechipt en gecastreerd. Was hij daar nog een beetje suf, eenmaal buiten was hij meteen klaarwakker. Thuis hebben we hem in de bench gestopt om hem rustig bij te laten komen want dat hadden we vooraf bedacht. Dát bleek echt een heel slecht idee, hij hoefde helemaal niet bij te komen wegens in één klap hyper alert zijn. Hij raakte echt volledig in paniek van het opgesloten zijn en was alleen maar bezig met proberen uit te breken. De in de bench klaar staande bak met kattengrit en de waterbak lagen binnen en minuut om, alles was nat en het beest hysterisch. Dan maar eruit. Het kattenluik was al van te voren dicht getimmerd.

Toen hadden we een paar redelijk relaxte uren waarin hij wat at, lekker bij ons op bed ging slapen en zich uitgebreid liet knuffelen. Maar na het avondeten werd hij onrustig. Dat zijn ballen eraf zijn, wil niet zeggen dat de hormonen  meteen uit zijn lijf verdwenen zijn. Dat kan soms wel 2 maanden duren. Hij werd dus erg onrustig. Veel gillen (als een echte krolse kat) en veel heen en weer rennen in huis.

Wat volgde was een helse nacht met een kat die letterlijk bij ons in de slaapkamer in de gordijnen hing en beneden in de luxaflex. Ik ben er om 2 uur uit gegaan en zoveel mogelijk bij hem gebleven, omdat hij iets rustiger werd als ik hem aanhaalde of tegen hem praatte.

Een bijkomend probleem is dat Gerrie nog nooit op een kattenbak heeft gepiest of gepoept. Hij kent het niet en begrijpt het niet. Er staan hier altijd bakken klaar maar hij doet zijn behoefte altijd buiten. Hij had dus ook flinke aandrang denk ik en ook al zette ik hem telkens op de bak, hij begreep niet wat ik bedoelde. Dibbes ging op een gegeven moment wel op de bak en ik hoopte dat het kwartje zou vallen, maar nee.

Uiteindelijk ben ik vroeg in de ochtend op de bank in slaap gevallen en Gerrie boven in zijn kamertje. Na het opstaan begon meteen weer de onrust en het miauwen en hebben we hem toch maar naar buiten gelaten, ondanks het bevel van de dierenarts om hem liefst 5 dagen -maar minimaal 2 dagen – binnen te houden. Dat kan misschien met een normale kat maar niet met een kat die nog nooit opgesloten is geweest en altijd buiten heeft gewoond. Bovendien is hij hartstikke sterk, we merkten aan niets dat hij net onder narcose was geweest. Geen zwabberloopje wat ik wel bij de andere katten zag.

Het binnen houden is vooral om te voorkomen dat de wond opengaat. Maar zelf kregen we het gevoel dat die kans binnen juist groter is. Door hem op te sluiten springt hij overal op en weer vanaf, iets wat dus juist moet worden voorkomen.

Dus nu is hij op stap, op hoop van zegen. En ik ben moe. Maar vooral ook dankbaar dat het is gelukt en dat het goede leven nu echt officieel is begonnen. Geen zwerfkat meer maar een kat met een dierenpaspoort, een chip en hopelijk nog vele jaren te gaan…

D-day voor Gerrie

Nadat Gerrie de afgelopen tijd ineens continu aan de boemel was en een paar dagen en nachten weg bleef, is er sinds zondag weer wat meer rust bij hem. Het ergste krolse gedrag is weg (voor nu) en hij is weer meer thuis. Hij ligt vooral boven te slapen, doet dan overdag 1 of 2 kleine (verkennende) rondjes en na het eten in de avond gaat hij op stap. Dan komt hij zo rond half 8/8 uur in de ochtend weer binnen wankelen.

Vandaag verstoren we de pret want we hebben een afspraak met de dierenarts voor castratie, chippen, een kattenaidstest, entingen en röntgenfoto’s, dat laatste omdat we zekerheid willen hebben over ons vermoeden dat hij oude breuken heeft. Hij heeft er regelmatig last van volgens ons en hij loopt een beetje vreemd.

Wie hier al langer leest weet dat ik ME heb en dat één van de kenmerken een overprikkeld zenuwstelsel is. Ik kan dus niet zo goed met stress omgaan, ik krijg snel stress van gebeurtenissen ondanks veelvuldig mediteren om mijn hysterische brein wat rustig te houden. Het gaat al veel beter dan een paar jaar geleden maar een castratie van een ex-zwerfkat die niets gewend is en in een mand moet worden gestopt, is een wel erg grote uitdaging. Ik heb het afgelopen week wat weg gedrukt door er niet veel aan te denken maar sinds gisteren is er geen ontkomen aan. Stom genoeg vergat ik gisteren een deel van de slaapmedicatie te nemen en dat was de pil die me laat doorslapen. Dus werd ik vannacht wakker om drie uur en als ik wakker zeg dan bedoel ik wakker, helemaal alert en hyper de pieper.

Dus zit ik al vanaf 6 uur beneden, ik ga zo maar even de krant lezen, wat mediteren en wachten op Gerrie. Als hij binnenkomt, krijgt hij een heel klein beetje eten met een beetje kalmeringsmiddel (lijkt mij ook wel fijn). Dat moet binnen een uur gaan werken. Ik gok erop dat hij na dat eten meteen naar boven gaat om te slapen. De kattenmand staat klaar in het kamertje waar hij meestal slaapt. En dan na een uurtje ga ik hem in de mand stoppen, zodat we hem rond een uur of negen kunnen afleveren bij de dierenarts.

Hij komt net binnen lopen, op hoop van zegen!

Kat in de mand

De kat in de mand training ging weken lang heel goed. Stap voor stap wende Gerrie steeds meer aan de mand. Ik had hem zover dat hij in de mand bleef zitten als ik het deurtje dicht deed. Dat gaf moed voor de volgende stap, de mand optillen.

En sindsdien denkt Gerrie ‘bekijk het maar met je mand!’. Een paar dagen wilde hij helemaal niet meer en hij haalde zelfs twee keer naar me uit. De enige keren dat het lukt is als ik alleen in de huiskamer met hem ben en de andere katten er niet bij zijn. Want ja, die zitten er met hun neus boven op als er lekkers wordt uitgedeeld. Gerrie krijgt dat in de mand en de andere katten krijgen dat zo voor hun voeten gegooid, ik maak er meestal een spelletje van.

Of Gerrie het nu onrechtvaardig vindt dat hij altijd de mand in moet rennen en de andere katten niet? Ik betwijfel het. Maar enige weerzin voel ik wel bij hem. Het doel van de training is om hem de mand in te krijgen en dan hop naar de dierenarts, voor castratie, chippen en aidstest.

Omdat ik wel denk dat ik hem in de mand krijg als het moet, heb ik besloten hem volgende week te laten castreren. Liever zou ik hem nog meer tijd geven, zoveel als hij nodig heeft maar het is een redelijk jonge kater met ballen en hij is nu al hele nachten opstap, ‘hoeren en sloeren’ zoals vriendin I. dat noemt. Hij maakte het eerder deze week zó bont en bleef zó lang weg dat ik zelfs al op de site van Amivedi keek. Bleek daar net die dag een melding te zijn gekomen van een hier niet ver vandaan gevonden ongecastreerde kater die qua omschrijving leek op hoe Gerrie eruit ziet. Dus nam ik contact op en stuurde foto’s mee van Gerrie met de vraag of dit leek op de kat die was gevonden. Ik kreeg vrijwel meteen een reactie, de gevonden kat was overleden maar leek gelukkig helemaal niet op de foto’s die ik had gestuurd. Net op dat moment koos meneer uit om luid miauwend binnen te komen, tevreden over zijn avonturen.

Het is en blijft een ongecastreerde kater en hormonen zijn sterk. Ik vind het dus best wel urgent. Ook ben ik bang dat hij op straat wordt opgepakt. Hij is inmiddels iets beter benaderbaar en een volwassen kat met ballen. Voor een ander zal hij een straatkat zijn, er hangt geen bordje om zijn nek met ‘wordt aan gewerkt, nog even geduld a.u.b.

Dus belde ik en overlegde met de dierenarts. Ook zij moet voorbereid worden. Een kat die jarenlang op straat heeft geleefd en pas sinds kort went aan aanrakingen, kan zich natuurlijk onvoorspelbaar gedragen. We hebben nu een afspraak gemaakt voor volgende week. En nu maar hopen dat hij op de dag zelf ook wel thuis is. Het kattenluik dicht doen en hem binnenhouden is geen optie, daar is hij nog te wild voor.

Toch zijn er ook weer vorderingen te melden. Ik ging laatst naast hem zitten om wat te knuffelen en toen legde hij zijn kop op mijn been. Het was maar even, maar toch. Later in de week tilde ik hem op ons bed en toen ging hij helemaal tegen me aan liggen na me eerst zulke diepe kopjes te geven dat het een halve koprol werd. Ontroerend om te zien hoe hij zich steeds meer laat gaan. Hij begon laatst zelf te kwijlen toen ik hem aaide, drup, drup, zo een plasje voor me op tafel. Ook begint hij steeds meer tegen me aan te miauwen en die miauw wordt steeds luider. In het begin was het vooral zacht gepiep wat er uit kwam, nu lijkt het vaker op een mooie volle miauw. Dat is fijn die vooruitgang. Maar echt rust heb ik pas als die ballen eraf zijn en hij gechipt is.

ps: meneer is vandaag weer op stap, vertrok na het eten gisteravond rond half 6 en sindsdien weg. Terwijl het de bedoeling is dat ik hem op de dag van de castratie tussen 9 en half 10 aflever bij de dierenarts. Nou ja, ze weten van de hoed en de rand…