Motivatie



Wie hier regelmatig leest weet dat ik vrijwel alleen maar over ME schrijf. Alle facetten van het leven met een chronische ziekte passeren de revue.

Wat mij nog steeds motiveert, is anderen duidelijk te maken hoe leven met ME is, en wát het is. Voor zover dat kan natuurlijk want de ervaring van ziekzijn is persoonlijk.

Ik schrijf voor anderen, dat wil zeggen “de buitenwereld”, gezond en onwetend over ME. In de hoop om kennis over te brengen en begrip te kweken.

Maar ik schrijf ook voor lotgenoten. Voor herkenning en om te waarschuwen. Het komt nog veel te vaak voor dat nieuw gediagnostiseerde lotgenoten niets te horen krijgen over PEM en pacing van hun behandelaar.

Daarom zit er vaak een herhaling in mijn posts. Ook trouwens omdat die herhaling zich afspeelt in mijn leven. Ik doe iets en ik krijg PEM, ik doe weer iets en ik krijg weer een PEM. Of er gebeurt iets in mijn omgeving. Dat is ook al voldoende om in een PEM te raken. Er is immers nul veerkracht.

Rationeel weet ik wat ik moet doen om uit die “push en crash cyclus” te blijven, voor wat betreft wat ikzelf in de hand heb.


Ik moet keuzes maken met de energie die er is en dus prioriteiten stellen. Soms kies ik echter vanuit een emotie of een verlangen en doe ik iets dat eigenlijk buiten mijn bereik lig. Omdat ik ook maar een mens ben.

We hebben het leven ook niet in de hand. Soms pace ik keurig, respecteer ik mijn grenzen en dan wordt er een kat ziek, is er geluidsoverlast en krijg ik naar nieuws over iemand uit mijn omgeving. Ook dat is voldoende om in een PEM te raken.

En met elke PEM breekt het zweet me uit. Wat als ik er dit keer niet uitkom? Wat als dit weer leidt tot een achteruitgang? De angst is reëel aangezien ik ooit in een PEM van bijna een jaar zat.

Nu kun je natuurlijk zeggen “doe de zaken die je wel in de hand hebt en die teveel zijn, ‘gewoon’ niet”. Mijn leven speelt zich op de vierkante millimeter af en dat is loeizwaar. Elke week toewerken naar de wekelijkse douchebeurt. En verder bestaat elke dag uit dezelfde handelingen. Eten, rusten, wassen, rusten, weer eten, weer rusten. In een isolement leven dat zwaar is. Ondanks dat ik samenleef met Mischa, leef ik vooral in mijn slaapkamer nog steeds.

De uitjes die ik nu dus soms doe, breken de sleur en betekenen een enorme mentale oppepper, voedsel voor de ziel, ook al komen ze met een nare prijs.

En ik geloof er oprecht in dat dit geworstel laten zien, bijdraagt aan begrip over leven met ME. Op die enkeling na die denkt dat ik het dit alleen maar doe om aandacht te krijgen.

Logeerpartij

Tas gepakt en nog even flink knuffelen nu het nog kan. Voor het eerst in vier jaar ga ik in mijn eentje op stap, logeren bij een vriendin.

Spannend natuurlijk. Van huis weg zijn, zonder Mischa die al mijn behoeften en signalen kent. Ik zal nu dus zelf goed grenzen moeten aanvoelen en aangeven.

Mijn vriendin heeft ook ME dus weet van de hoed en de rand. Voor haar is het net zo belangrijk die grenzen te herkennen en respecteren.

Voor het eerst in jaren heb ik ook het gevoel iets voor en van mezelf te hebben. Ik heb zonder privacy geleefd, zo geïsoleerd als ik was. Die privacy raak je kwijt als je je niet zelf kunt wassen en er een chemisch toilet in de hoek van de slaapkamer staat.

Nu ga ik op stap, uit logeren. Tijd van mij invullen met iets puur voor mezelf. Net zoals Mischa dat tegenwoordig ook weer heeft door ook uitjes te hebben.

Zo krijgen we weer het gevoel dat ons leven weer een beetje van onszelf is, buiten het deel dat we samen delen.

Spontaniteit

Hoewel het geen zin heeft om in straf en beloning te denken, doe ik het toch vaak. Momenteel lig ik in de staart van een fikse PEM, veroorzaakt door een spontaan uitje van een uur afgelopen donderdag.

Het was mooi weer, kind was er, de geplande pergolarenovatie waarbij hij zou helpen werd afgekapt, want het bestelde hout werd toch niet geleverd die dag aangezien de bestelauto panne had.

Ik was al goed op weg met adrenaline na een training per zoom van 1,5 uur ’s ochtends en brulde dat ik meeging naar het nieuwe stadsstrand toen Sem zei dat hij daar met mijn moeder naar toe ging.

Een kwartier later zaten we in de auto. Het was geweldig en ik genoot. Spontaniteit ontbreekt meestal volledig als je ernstig ziek bent en het voelde alsof ik even ontsnapte.

Natuurlijk besef ik op dergelijke momenten wel dat er iets boven mijn hoofd hangt. Die man met de hamer is altijd op de achtergrond.
Dat maakte de klap niet minder makkelijk te dragen.

Misselijk, duizelig, zware hoofdpijn, oogbolpijn, opflakkeren van de zenuwpijnen. En na twee dagen kwamen daar depressieve gevoelens bij. Dan is de rek er even uit.

Afleiding zoeken is moeilijk op dergelijke dagen. Ik keek even Netflix maar dat verergerde de hoofdpijn.

Vandaag is de bui weer iets beter en de rest zwakt ook weer wat af. Maar ik zag het stadsstrand, dat wel…❤️

PS. ik besef dat anderen met ernstige ME die bedlegerig zijn, dromen van wat ik kan tegenwoordig. Maar ik wil laten zien hoe ’t is. Voor elk uurtje pret betaal ik evengoed een prijs, ook al betaal ik deze graag.

Rolstoelervaringen

De laatste keer dat we erop uitgingen met de rolstoel, viel het me op hoe comfortabel ik me met mezelf voel inmiddels. De eerste jaren was er veel schaamte en ongemak. Dat overheerste zo enorm, dat het de ervaring van erop uit kunnen trekken eigenlijk overheerste. Het wennen aan de rolstoel en mezelf als mindervalide kunnen accepteren werd ook belemmerd door hoe de buitenwereld naar rolstoelgebruikers kijkt en ze behandelt.

Inmiddels heb ik schijt aan wat een ander denkt of vindt. Ik heb geaccepteerd dat ik hulpmiddelen moet gebruiken en het verrijkt mijn leven. Zonder rolstoel kwam ik nooit meer de deur uit, zo simpel is het.

Wat echter nooit went is de ontoegankelijkheid die je ervaart als je in een rolstoel zit. De auto’s die geparkeerd staan op de hoeken van de straat, waar het stoepje afloopt, speciaal voor rolstoelgebruikers. Waarom doen mensen dat?

Stoeptegels die uitsteken waardoor je bijkans gelanceerd wordt vanuit de stoel. Horror.

Fietsen die vier rijen dik voor huizen geparkeerd staan waardoor je er niet langs kunt en we soms meters terug moeten rollen om een stuk op de straat zelf te rijden.

Winkels en openbare gebouwen zijn ontoegankelijk. Ik maakte een keer mee dat het invalidentoilet alleen bereikbaar was per trap. Of een loodzware deur hebben, waardoor je er als mindervalide niet zelf in of uit kunt gaan.

Zoekend naar vakantie woningen die geschikt zijn, blijkt 95% van de vakantiewoningen af te vallen.

Van de vijf procent die zegt wel rolstoeltoegankelijk te zijn, valt dan nog eens de helft af omdat rolstoeltoegankelijk blijkbaar betekent dat er een bed voor je in de woonkamer wordt gezet waar je dan maar moet bivakkeren.

Of er wordt beweerd dat het rolstoeltoegankelijk is omdat je blijkbaar in de woonkamer heen en weer kunt rijden. Maar hoe je dan in de slaapkamer komt die op de eerste verdieping ligt? Tja.

Je moet dus altijd navragen wát de verhuurder verstaat onder rolstoeltoegankelijk.

Of een vakantiehuis valt af omdat er weliswaar een slaapkamer op de begane grond is maar rond het huisje alleen kiezels liggen. Wat een hel is om te duwen of geduwd te worden.

Wandelen/rollen in de natuur is helemaal een uitdaging. Bospaden worden bijkans ontoegankelijk door hekken aan het begin van een wandelgebied met een kleine doorgang waar een mens prima doorheen past, maar een rolstoel niet. Invaliden zijn daar blijkbaar niet welkom. Paden in de natuur die echt geschikt zijn voor rolstoelgebruikers zijn zeldzaam en dus kom je al snel terecht op fietspaden.

Blijkbaar kunnen we in de rolstoel nooit van A naar B rijden en is er voortdurend sprake van obstakels en omrijden. Het geeft een onwelkom gevoel.

Mensen gedragen zich ook wonderlijk als je in de rolstoel zit. Niet ik maar mijn duwer wordt meestal aangesproken. Mensen staren. Soms sla ik mijn knieën en benen over elkaar in de rolstoel en dan krijg je een geschokte blik. Ja mensen, die spieren doen het en toch zit ik in een rolstoel.

Invaliditeit kent vele gezichten. Veel mensen die in een rolstoel zitten kunnen wel lopen maar moeten toch een rolstoel gebruiken omdat ze bijvoorbeeld maar een hele korte afstand kunnen lopen, een terugslag krijgen van lopen, een te kleine belastbaarheid hebben of zeer ernstige pijnklachten hebben.

Toegankelijkheid is een recht voor iedereen, maar dat wordt wel eens vergeten.

Baas over je eigen spaarzame energie zijn

Omdat aan alles een prijskaartje hangt ben ik me enorm bewust van de kosten die handelingen met zich meebrengen. Ik voel mijn ‘banksaldo’ in mijn lijf, ook al wisselt het tegoed per minuut. En niet alleen het banksaldo wisselt, ook het prijskaartje. Prijsstijgingen en -dalingen wisselen elkaar continu af.

Dat betekent dat een uitgave doen en kiezen voor een handeling soms zeer riskante business is. Soms denk ik een koopje te doen en blijk ik achteraf meer dan de hoofdprijs te betalen. Soms is het gewoon ook zoals het is. Een weloverwogen uitgave met een flinke PEM achteraf.

Wat ik nog altijd erg ingewikkeld vind, is een uitgave doen zonder schuldgevoel. Als ik minder vaak koos voor persoonlijke hygiëne, zou ik dan vaker mijn moeder kunnen zien? En nu ik de ene vriendin op bezoek had, zelf al een paar keer, zou ik dan ook niet de andere vriendin op bezoek moeten vragen? Als ik kies voor een online mindfulnesstraining, dan kan ik tijdens dat 8-weekse traject dus andere handelingen of activiteiten niet doen.  

Elke keuze kost lepels, punten, energie, overwegingen en emoties. Elke keus gaat ten koste van iets anders. Voor elke ja die ik zeg, klinkt er een nee op de achtergrond, is er iets anders dat niet door kan gaan.

Elke ruimte die er komt door de vooruitgang door medicatie en pacing, probeer ik zo zorgvuldig en weloverwogen mogelijk te vullen. Vooral met dingen waar ik blij van word, die me goed doen. Dat klinkt misschien wat verwend maar bedenk dat ik hooguit een uur per dag in te vullen heb en dat gaat dan ook nog deels op aan mezelf wassen, eten en interactie met Mischa. De rest van de tijd moet ik plat liggen en rusten. Dat is wat ik bedoel dat mijn energie en tijd dus heel kostbaar zijn.

Ik probeer momenteel zoveel mogelijk buiten te zijn, te genieten van de tuin. In de tuin zijn is heerlijk maar tegelijkertijd wil ik niet mijn energie laten weglekken door een vermoeiend gesprek met onze dove buurman. Door zijn onvermogen je te verstaan, moet je noodgedwongen gillen tegen hem. Dat kost energie die er niet is. Dus kap ik dat altijd onmiddellijk af. Ook heb ik geen ruimte om met de andere buurman te praten als hij de heg snoeit en zijn hoofd boven de schutting uitsteekt. Ik doe gewoon of hij er niet is, of ik hem niet zie. Want uitleggen dat er geen energie is, kost ook energie.

En zo oefen ik mezelf in het bij me houden van mijn energie. Wetend dat wat voor de ander gewoon een beleefd praatje is, voor mij een uitputtingsslag is die ervoor zorgt dat ik iets anders niet kan doen.

Niet dat het makkelijk is om onaardig en onbeleefd te doen. Kun je op een aardige manier onbeleefd zijn? Op een aardige manier grenzen aangeven? Verwachtingen van anderen temperen? Want verwachtingen zijn er.

Ik heb in het verleden in het echte leven heel vaak uitleg gegeven aan anderen waarom ik wel of niet is kan of wil doen. Heel vaak wordt dat niet begrepen. Heel vaak gaf ik die uitleg aan mensen die ik toevallig sprak en die verder weinig tot geen interesse tonen in hoe het echt met mij gaat. Wat prima is. Maar ik voelde me altijd genoodzaakt dan toch uit te leggen dat ik iets niet kan of dat iets niet lukt. Om dan een volgende keer naar mijn hoofd te krijgen dat ‘het toch veel fijner is buiten in de tuin te zitten dan binnen in het donker’. Tja. Dat ik dat nooit zelf bedacht heb joh.

Het punt is dat als je gaat beginnen met uitleggen waarom je iets niet kunt doen, je al snel terecht komt in allerlei details van je persoonlijke medische geschiedenis die ik eigenlijk helemaal niet wil delen. Want in gesproken communicatie gaat er nogal eens wat mis. Hoort de ander iets wat ik helemaal niet bedoel. Komt er bovendien een zwaarte in huis-tuin en keukengesprekjes waar niemand op zit te wachten.

Dus ben ik tegenwoordig Oost-Indisch doof, selectief blind en noodgedwongen bot en onaardig en doe alsof dat  helemaal oké is.

Zeekoe

En toen viel ik weer stil.

Weinig te melden. Niet dat er niets gebeurt. Iedereen heeft last van deze hitte dus ik ook. Ik heb meer pijn, meer duizelingen, een zwaar gevoel alsof ik vergiftigd ben, ik houd meer vocht vast en helder nadenken is moeilijk. De POTS- klachten nemen echt enorm toe met deze hitte.

Ik lig als een zeekoe op het droge te wachten op verkoeling en met mij veel patiënten.

Vakantie

Morgen gaan we weer naar huis. Het was in alle opzichten een geweldige week. Uiteraard ook met wat fysieke dieptepunten maar dat wist ik vooraf.

Een van de dingen die ik het meest het gemist zo de afgelopen jaren, is geuren kunnen ruiken. Wat dat betreft heb ik mijn hart kunnen ophalen.

We zitten hier in de Kempen. Een gebied met bos en heide, en die afwisseling ruik je. De open plekken ruiken anders dan de beboste. Maar ook elk deel bos ruikt telkens anders door de afwisseling van dennen, eiken en beuken, varens. Een grote geurenrijkdom.

En dan heb ik het nog niet eens over het licht gehad. De zo’n op de vaten tussen de bomen door….

De ree die we zagen, de pauw die we tegenkwamen, de lijster die een tijdje met ons meevloog, de nachtegalen die we hoorden, meesjes, anglijsters, goudhaantjes, zwartkopjes, boomklevers, bonte spechten, duiven, kraaien, ganzen, hazen

En natuurlijk 🐿️🐿️🐿️.

Een diversiteit die voor mij na zoveel jaar leven in één kamer die ook nog eens merendeels verduisterd was, niet te bevatten is.

Ook zag ik vriendin Winneke drie keer. We haalden ons hart op en verstevigen de online vriendschap die al zo hecht was gegroeid de afgelopen jaren.

Ik leef!

Update

Het is wat stil hier. Druk met andere zaken. Bijvoorbeeld de acties vanuit ME Centraal tegen de voorgenomen subsidietoekenning van ZonMw aan het consortium van Judith Rosmalen. Dat slokt veel tijd op.

Het mooie weer maakt dat ik wat minder inspiratie heb om hier te schrijven. Ik besteed mijn energie ook aan naar beneden gaan en in de tuin zitten. Daar zijn levert veel prikkels op en kost lepels die ik maar een keer kan uitgeven.

Laatst ben ik zelfs met Mischa naar het strand geweest! Vanzelfsprekend in de rolstoel maar ik ben daar toch even uitgestapt om het zand aan mijn voeten te voelen. Een absurde en overweldigende ervaring.

En zo is er meer. Binnenkort hopen we een weekje weg te gaan naar en boshuisje, alwaar de slaapkamer openslaande deuren naar het bos heeft.

Daarna liggen er voor mij een paar grote cognitieve uitdagingen in het verschiet, zoals een online mindfulness training voor patiënten, waar ik deze week een intakegesprek voor heb.

Ook start ik in juli met therapie via beeldbellen. Er is veel gebeurd de afgelopen jaren en ik heb het gevoel dat de stukjes die mij tot mij maakten, niet meer goed passen. Het is goed daarover te praten denk ik, met iemand die dat goed kan begeleiden. Ik ken deze therapeut van 15 jaar geleden en weet dat ze mijn grenzen respecteert.

Zo zijn er dus allemaal voor mij grote dingen aan de hand die mijn tijd en energie opslokken.

Wat positief is natuurlijk dát ik deze zaken überhaupt aanga. Daar had ik twee jaar geleden niet van durven dromen.❤️🙏

Mantelzorger Wout over ME


Mijn naam is Wout en ik ben de mantelzorger van mijn vrouw Lenny. In eerste
instantie dachten we aan een heftige burn-out, maar al vrij snel werd duidelijk dat het
ME was. Toen ze op bed belandde met het rolluik op een kiertje en praten fluisteren
werd, werd het goed duidelijk het heel ernstig was.

Je ziet het gebeuren en je voelt je zo machteloos. Ineens is je vrouw volkomen
afhankelijk van je. Ik was door mijn functie best wel in staat om op mijn werk veel te
regelen, maar aan de andere kant draaide ik ook piket en wist ik meestal wel hoe laat
ik wegging, maar eigenlijk nooit hoe laat en of ik die zelfde dag weer thuis kwam.
Ik probeerde mijn werk en de mantelzorg beiden zo goed als mogelijk te doen vanuit
een enorm verantwoordelijkheidsbesef.

Op een gegeven moment liep dat spaak en kwam ik bijna in een burn-out terecht en
meldde ik me ziek. Daar kwam nog bij dat mijn werkgever er absoluut van overtuigd
was, dat ik niet ziek was maar alleen maar thuis wilde zijn om voor mijn vrouw te
zorgen.

Dat werkte niet echt mee aan mijn herstel en er diende zelfs gedreigd te worden met
een kort geding door een in de arm genomen advocaat, om doorbetaling van mijn
salaris te garanderen.

Uiteindelijk besliste de bedrijfsarts, dat ik niet meer terug kon naar dat bedrijf en
diende ik weer te gaan solliciteren. Na 49 werkzame jaren was dat een nare situatie.
Mijn vrouw heeft hier natuurlijk ook alles van meegekregen. Voorheen verzweeg ik
nogal eens wat om extra prikkels te voorkomen, maar dat blijkt ook niet echt te
werken. Nu vertel ik alles, maar wel op het goede moment.

Op Koningsdag jl. ben ik met pensioen gegaan. Ik ben blij, dat ik (weer) gezond ben
en voor mijn vrouw kan zorgen. De hele dag is ingedeeld in tijdvakken en over de
week zijn de huishoudelijke taken verdeeld. Ik heb geleerd hoe een wasmachine
werkt en ook leerde ik koken. Alles op dezelfde tijd klaar hebben, dat was de grootste
kunst maar ik heb er ook wel lol in.

Je krijgt ook meer waardering voor wat een vrouw allemaal doet. Het lijkt allemaal zo
gewoon, boodschappen in huis, kleding heerlijk ruikend in de kast, een lekker
verschoond bed, alles keurig opgeruimd, etc..

Je sociale leven verandert ook enorm. Overal alleen naar toe. De echte lol is er
gewoon vanaf. Verjaardagen van je kinderen en kleinkinderen, daar hoor je met z’n
tweeën naar toe te gaan. Al jaren niet meer op vakantie kunnen, geen weekendjes
meer weg, geen klein autoritje, nee zelfs geen bakkie samen in de tuin.

Niet om zielig te doen voor mezelf, maar ik gun het Lenny zo erg. Het doet zo
verschrikkelijk pijn om haar d’r best te zien doen als de kleinkinderen af en toe een kroel komen geven om zodra ze weg zijn, volkomen in te storten en nauwelijks in
staat te zijn om bijvoorbeeld te eten.

Maar we blijven hopen. Ik (wij) geloven in een God van wonderen, dat houdt ons ook
op de been. We bidden ook dat artsen/onderzoekers de wijsheid mogen krijgen om de oorzaak te vinden van deze verschrikkelijke ziekte, zodat er gezocht kan worden naar een
oplossing cq. verlichting.

Ik wil ook mijn waardering uitspreken over iedereen die zich inzet om ME onder de
aandacht te krijgen dan wel te houden.

Wout

Foto genomen voor Lenny ziek werd

Het verhaal van Lenny

Op wereld ME-dag stuurde Lenny mij haar verhaal:

Wereld ME-dag. Eerlijk gezegd had ik er geen erg in omdat de ene dag in de ander overgaat en ik soms niet weet welke dag het ook weer is. Maar er kan niet genoeg aandacht aan geschonken worden, voor onszelf als patiënt en niet in de laatste plaats onze mantelzorger(s).

Vanochtend moest ik toevallig denken aan een sneeuwbal (jullie weten wel, zo eentje tijdens een sneeuwballengevecht ). Hij is nog redelijk klein in het begin, maar naarmate de tijd verloopt en rolt, wordt hij steeds groter en groter en groter. En onderweg neemt/sleurt hij alles van je af, je zelfstandigheid, het kunnen gaan en staan waar je wilt of nodig bent (oppassen, vrijwilligerswerk, huishouden, auto rijden, leuke dingen doen met kinderen en kleinkinderen, naar onze kerkelijke gemeente, familie en vrienden, etc.).

Naast de verbijstering en paniek en de gedachte in eerste instantie dat het om een burn-out gaat, begint het langzaam tot je door te dringen dat het om ME gaat. Wat in mijn geval redelijk snel bevestigd werd door de huisarts en een internist.

Na anderhalf jaar belandde ik op bed, in het donker, een situatie van geen prikkels meer kunnen verdragen en moeten fluisteren, met verdriet, wanhoop, paniek, rouw, huilen (zo uitgeput zijn dat je haast niet meer uit een hoestbui of iets dergelijks kon komen). Kortom: dag leven en NEE, niet welkom ME !

Soms – eigenlijk vaak – bad ik of God me thuis wilde halen omdat ik het ondraaglijk lijden vond en niet wist hoe vol te houden en vooral hoelang!! Nu, zeven jaar verder, zie en ervaar ik hoe Hij erbij was en me net genoeg kracht gaf om wel vol te houden.

Ondertussen had ik een zoektocht aan medicijnen en supplementen die hopelijk wat verbetering zouden kunnen geven, maar helaas werkte alles averechts. Ik had teveel bijwerkingen en verergering van Tinnitus wat inmiddels was ontstaan door een medicijn. En dan heb ik het nog niet over de immunologische en neurologische problemen.

Na ongeveer een half jaar kwam het gezin (zij zaten ook niet stil) met een psychosomatisch fysiotherapeut, die aan huis wilde komen , ondanks dat ik buiten zijn patiëntengebied lag. Hij heeft me met minuscule stapjes weer uit bed gekregen en zelfs zover dat we na een half jaar zelfs weer zelf naar zijn praktijk konden gaan en alles leek vooruit te gaan. Zelfs zo dat ik vijf maanden en 10 weekeinden intern in Zeist (GGZ Altrecht) op een SOLK (ja ja) afdeling geweest ben en waar ACT therapie gegeven werd (Acceptance en Commitment Therapy ). Helaas na thuiskomst voelde ik me verder achteruit gaan in plaats van vooruit, waar ik en ons gezin hoop op hadden.

Na driekwart jaar kwam ik weer op bed terecht.  Met m’n laatste krachten ben ik nog naar Stichting Cardiozorg in Hoofddorp geweest en daarna was het op. Nu na weer anderhalf jaar nog steeds 21 van de 24 uur op bed, gelukkig iets minder verdrietig maar nog zo ziek en uitgeput.

Het gezin (groot en klein) heeft ook verdriet, de een wat meer en de ander wat minder. Wat logisch is, je wordt gemist als moeder en oma .

Dat gemis en verdriet blijft , maar er komt gelukkig wat ruimte om dankbaar te zijn voor de liefde en zorg van man (mijn mantelzorger), de liefde van het gezin en onze evangelie gemeente die na 7 jaar nog steeds voor me bidden en me missen en kaartjes en kleine attenties sturen.

Het is een ontzettend zware, invaliderende en je leven afnemende ziekte, maar opgeven is voor mij geen optie. Ik blijf hopen en vertrouwen!

Tekst en foto: Lenny