Drijfveren, motivaties, angst en gedrag


Afbeelding Pixabay

Nu ik me iets beter voel, word ik weer geconfronteerd met bekend gedrag. Ik wil te veel, te snel, te hard. Voordat jullie mij nu allemaal met een opgeheven vingertje hoofdschuddend toespreken: ik vind dat ik een medaille moet krijgen voor goed gedrag. Want ik lig nog steeds zeker 23 van de 24 uur per dag plat. Ik kom alleen in beweging om te plassen/poepen en handen te wassen. Drie keer per dag zit ik wat meer overeind in bed om te eten. Daarnaast lees ik wat, schrijf ik wat en hang ik weer wat rond op social media. Probeer dat maar eens vol te houden maand in, maand uit in dezelfde ruimte, in dezelfde hoek leven. Ook al kan ik niet anders en vermaak ik me met wat lukt, het went niet.

Maar buiten dat permanente liggen is er nog wat ruimte. Een héél klein beetje ruimte. Om bijvoorbeeld te douchen op een dag dat ik me goed genoeg voel. Of om even in de tuin te zitten waar ik, zoals mijn arts dat noemt “lekker kan gaan luisteren hoe het gras groeit“. Of om wat spierversterkende beenoefeningen te doen, waar ik ook groen licht voor kreeg. Maar het is natuurlijk wel of of. Ik moet keuzes maken. En dat vind ik moeilijk. Ik ben op dit moment net een ex-suikerjunk die een hap caramelijs naar binnen heeft gewerkt en in een impuls de bak leeg vreet. Ik wil inhalen en vooruitlopen tegelijk.


Bij alles wat ik wil doen moet ik me afvragen:
– kan dit wel?
– kan dit nu?
– is dit niet te kort op…. (vul maar iets in)?

En verder moet ik afgaan op signalen van mijn lijf. Soms voel ik me prima maar is mijn hartslag verhoogd. Soms maar iets verhoogd. Maar toch is dat een signaal dat niet genegeerd mag worden.

“Die drang om vooruit te komen wordt ingegeven door angst om stil te vallen, door doodsangst”. 



En dan nog kan ik braaf het hele rijtje afgaan, afstrepen en afvinken en braaf iets niet doen om ineens in een impuls zelf mijn kop onder de kraan van de wastafel te stoppen, omdat mijn haar baggervet is en mijn hoofdhuid jeukt. Zoals altijd lukt dat prima op het moment zelf maar kan ik twee dagen later nauwelijks mijn bed uitkomen, ik zak letterlijk door mijn benen heen.

Al die impulsen, al die drijfveren komen ergens vandaan. Ik besef dat ik me vaak forceer omdat daar een grote angst achter zit. Angst om één van de vele ME-patiënten te worden die permanent in bed ligt. Nu er iets meer kan en ik heel gedoseerd keuzes moet maken wáár ik me op ga richten, kan ik niet kiezen. Nu meer dan ooit moet ik heel geduldig zijn. Maar ook nu meer dan ooit heb ik het gevoel dat ik geen tijd heb. Ik ben bang dat ik straks met stralend weer nog steeds opgesloten zit in mijn slaapkamer. Dat het zomer en weer herfst en winter wordt zonder dat ik dat zelf ervaar.

De angst dat het niet beter wordt dan dit, maakt dat ik te vaak onverstandige keuzes maak die op korte termijn voor veel geluk zorgen. Douchen na drie maanden niet kunnen douchen is beter dan sex. Buiten in de tuin zitten na gewoon de hele herfst en winter te hebben overgeslagen om buiten te komen, is een genot, zó groot, daar zijn geen woorden voor.

Het is goed om daar bewust van te zijn. Om te zien dat die drang om vooruit te komen wordt ingegeven door angst om stil te vallen, door doodsangst. Misschien kan ik visualiseren dat ik word overgenomen door een vrouw die wél dat geduld heeft om ondanks alle angsten rustig de tijd te nemen in een tempo dat goed voor haar is activiteiten op te pakken. Zonder belemmerende gedachten als “ik moet dit voorjaar in de tuin kunnen zitten anders wordt het nooit meer wat“.

Dus als jullie me nu even excuseren, dan laat ik me instralen door een betere versie van mezelf.

Over verhuizen, signalen dat er iets niet klopt en een slecht beoordelingsvermogen

Het lijkt de droom van elke student die een kamer zoekt in Amsterdam: op een tafel in een kroeg stappen en boven de menigte uit gillen ‘Heeft er iemand een kamer voor mij?’ En dat de barman dan zegt, ‘loop maar even mee…’

Ik zat al geruime tijd zonder eigen woonruimte. Dat zat zo. Ik werd mijn kamer uit gegooid door B., die een onbetrouwbare klootzak bleek te zijn. Na een jaar bij hem te hebben gewoond, vroeg hij eerst om een belachelijke huurverhoging en de week er op zei hij de huur op ‘want hij ging emigreren‘. Hoe het kwam dat er ineens allemaal mensen belden die reageerden op de door hem geplaatste advertentie waarin hij een mooie zolderkamer te huur aanbood, ja dát wist hij ook niet.

Afijn, dat escaleerde. Ik vertrok terwijl mijn spullen nogal gejaagd werden ingepakt door de in alle haast opgetrommelde familieleden. Dat zou niet voor het laatst zijn. Mijn beoordelingsvermogen heeft in het verleden wel eens te wensen overgelaten. Ik trok met kat Joris bij Zus in en daar kleefden twee nadelen aan.

Zij was niet erg gecharmeerd van de vernielzucht van mijn kat – hij vrat zich dwars door telefoonkabels heen en de rieten matten in haar appartement vond hij geweldig – en ik was niet gecharmeerd van het feit dat ik na jaren in Amsterdam te hebben gewoond, ineens in Wormerveer zat. Weliswaar recht tegenover het treinstation, maar toch.

Niet lang daarna ontmoette ik een Grote Liefde die niet te beroerd was zijn best kleine woning met mij en de kat te delen. Dus daar ging ik, spullen bij Zus achterlatend maar met medeneming van de vernielzuchtige kat.

In Amsterdam leefde ik een tijd in een verliefde roes met D. maar na een tijd begon het gebrek aan eigen woonruimte en mijn vertrouwde spullen mij op te breken. Dus klom ik op een avond in de kroeg waar ik toen vaak kwam op een tafel en brulde mijn wens het universum in.

Barman Han zei dus ‘loop maar even mee‘. Hij leverde me af bij Jan, die in een kennelijke staat verkeerde maar wel bevestigde dat hij de trotse huurder was van een appartement op de Paleisstraat boven de Bierkoning maar zelf momenteel bivakkeerde in Ruigoord waar zijn vrije geest nét wat meer kon floreren.

De volgende dag bleek Jan niets meer van onze afspraak te weten en stond ik voor Jan Joker voor de deur van het door mij fel begeerde huis op het afgesproken tijdstip. Gelukkig was ik zo alert terug te gaan naar de laatste plek waar ik hem had gezien – de kroeg van Han – en daar zat hij weer, of nog, dat was niet helemaal duidelijk.

Daarna was het snel geregeld. Het appartement stond op zijn naam maar ik kon het in onderhuur nemen. Een prachtige éénkamerwoning en voor iemand die altijd woonruimte had gedeeld, een echt paleis. En toevallig ook echt schuin tegenover het Paleis op de Dam.

Een bus werd geregeld, spullen werden opgehaald bij Zus, kat werd opgehaald bij D. en het mooie leven kon beginnen. Om te vieren dat ik er qua huisvesting zo op vooruit was gegaan besloot ik een feest te geven, samen met mijn buurvrouw die daar al geruime tijd woonde en weliswaar niets te vieren had maar altijd in was voor een feestje.

Mensen werden opgetrommeld, we kregen door onze goede connecties met de Bierkoning beneden ons de drank tegen inkoopprijs, op voorwaarde dat we hem ook uitnodigden.

Op de dag zelf ging ik eind van de middag nog even douchen voordat ik de deur zou openen voor de feestmeute. Terwijl ik nét mijn hoofd met shampoo had bedekt, werd er aangebeld. Niet één keer, maar twee keer, drie keer. Hè, nou houdt er iemand gewoon de vinger op de deurbel! &(&*%&&^%. Dus, handdoek omgeslagen en toch maar open gedaan. Het was iemand die de meterstanden kwam controleren. Lekker dan, doe je daarvoor open.

Terug onder de douche was het warme water weg. Het duurde even voor het kwartje viel. Niet geen meterstanden-meneer. Dit was een ik-kom-de-boel-afsluiten-meneer! Niet voor één gat te vangen besloten buurvrouw en ik dat het feest gewoon door moest gaan. Bij haar de muziek, bij mij de drank en kaarslicht. Kat Joris werd voor de gelegenheid weer even in de kamer bij vriend geparkeerd.

Het feest was episch en ik had een geweldig goed gesprek met verhuurder Jan, die ik weliswaar niet kende maar die wel enorm van feestjes hield. Nee echt, het was een groot misverstand, hij begreep er helemaal niets van maar zou het meteen recht trekken, maandag. Echt meteen. En zo niet maandag, – hij had iets meende hij zich te herinneren al wist hij niet meer wat – dan toch wel dinsdag.

Afijn, twee maanden later zat ik nog zonder gas, elektra en warm water. Inmiddels kwamen er ook brieven van de woningcorporatie over een huurachterstand. Weet ik, omdat ik die post maar gewoon opende. Jan was steeds moeilijker te bereiken en omdat ik bang werd voor een huisuitzetting, parkeerde ik eerst mijn kat en toen mezelf maar ook bij vriend D. die alles lankmoedig accepteerde omdat hij weliswaar op ongeveer dezelfde vage manier in het leven stond als Jan maar wél een stuk betrouwbaarder was.

De laatste stap was het huis weer leeghalen. Maar waar moesten al mijn spullen naar toe? Veel had ik niet maar toch te veel om daar de kamer van D. mee vol te bouwen. Gelukkig had Meneer B – de oude heer voor wie ik toen kookte als bijbaantje – een geweldige oplossing. Al mijn spullen mochten worden opgeslagen in de kelder van zijn grachtenpand. Zijn buurman was bereid mijn spullen per boot op te halen, zodat ik niet wéér een bus hoefde te huren.

En daar ging ik weer. Naar de zoveelste tijdelijke plek, verder zoekend naar een permanente plek. Die kwam er. Daarna weer een. En weer een. Ik verhuisde na de Paleisstraat naar de Marnixkade waar ik woonde bij D. en van daaruit ging het naar de Tsaar Peterstraat naar -opnieuw – de Marnixkade maar nu in een eigen woning naast vriend D., daarna naar de Egelantiersgracht naar de Palmstraat naar de Jan Lievenstraat. Ik heb van 1987 tot 2003 in totaal op 11 verschillende plekken gewoond. Mijn vriendengroep was omgevormd tot een strak georganiseerde verhuisploeg waarin ieder zijn eigen vaste taak had en ik zorgde voor de catering, telkens weer. Maar een beetje bang werden ze wel voor mij natuurlijk. Mij zien stond bijna synoniem voor chaos, inpakken en weer uitpakken. Wel met veel lekker eten erbij, dat scheelde, hoop ik dan toch.

Ik ben een paar keer opgelicht, mijn huis uitgegooid en heb rechtszaken moeten aanspannen, om borg terug te krijgen of mijn recht te halen. Maar je recht halen en krijgen is fijn, beter is het een goed beoordelingsvermogen te hebben. Dát is inmiddels wel iets meer ontwikkeld, na me keer op keer te hebben gestoten aan dezelfde steen. En verhuizen doe ik bij voorkeur niet meer. 😉

Over hoog vliegen in laag tempo

slak

Oplettende lezers hebben vast gezien dat ik een ondertitel aan mijn blog heb toegevoegd. Niet omdat ik denk jullie wel eens te gaan vertellen hoe dat moet, hoog vliegen in laag tempo, maar als herinnering aan mezelf dat het dát is waar ik naar toe moet wil. In de categorie ‘ook een slak komt op zijn bestemming’ heb ik inmiddels wel door dat het tempo vertragen goed is voor alle onderdelen van het leven. Een trager tempo jaagt het zenuwstelsel niet op, voelt een stuk prettiger, put minder uit én je hebt tussendoor nog tijd om even bij te sturen en te genieten van wat je aan het doen bent.

Dat vergeet ik nog wel eens namelijk. Dat eerste deel hoogvliegen gaat me van nature goed af. Hard vallen ook ;-).  Het nadeel van keer op keer hard vallen,  is dat je niet meer durft te vliegen. Zo lang ziek zijn heeft me erg gematigd en voorzichtig gemaakt. Dat is op zich niet verkeerd, het is goed om te voelen waar mijn grenzen liggen, maar echt leuk is het natuurlijk niet. Ik ga daarom graag op zoek naar de kunst van het vliegen maar dan in een aangepast tempo. Om bijvoorbeeld meer Pippi-momenten te kunnen beleven.

Dat dit niet zonder slag of stoot gaat blijkt weer uit mijn eigen manische gedrag van deze week. Ik besloot over te stappen van Blogger naar WordPress en dat moet dan meteen. En ook al neem ik mezelf in eerste instantie voor het rustig aan te doen – Relax! Niemand weet dat je hiermee bezig bent. Je hebt alle tijd – gaandeweg word ik overgenomen door een idioot met een zweep in haar hand die van geen ophouden weet. Tot die baksteen uit de lucht komt vallen, ik er een eind aan brei en door mijn rug ga.  Tja eigen schuld, dikke bult zeg ik dan. Die zagen we van een kilometer afstand aankomen.

Een plezierig tempo aanhouden lukt goed als de omstandigheden voorspelbaar zijn. Dan is het makkelijker op routine te varen en heb je tijd en aandacht voor hoe je het doet. Maar nieuwe dingen doen en vooral leuke nieuwe dingen doen, dat is een heel ander verhaal.  Dat is precies ook de reden waarom ik een paar jaar geleden na de aanvankelijke enorme vooruitgang in gezondheid met de behandeling van Ashok Gupta, toch weer terugzakte toen ik mijn activiteiten wilde uitbreiden.

Maar daar heb ik wel van geleerd. Dus ben ik nu op herhalingstournee. Mét B12-injecties, meer besef voor de valkuilen en een ondertitel van mijn blog die me dagelijks herinnert aan hoe het ook zou kunnen. Op sommige dagen moet ik niet eens in beweging willen komen. En andere keren kom ik verder dan verwacht. Als ik maar dat tempo in de gaten houd.

Hoe houd jij jezelf in bedwang qua enthousiasme en overdrijven?

evenwicht

(bron afbeeldingen: Pixabay)

De kleinste stap met het meeste effect

Een paar jaar geleden kwam ik in aanraking met Kaizen. Voor wie niet weet wat dit is: Kaizen is de kunst van kleine stappen zetten, om zo grote veranderingen te kunnen bewerkstelligen. Want wie grote stappen zet, activeert een deel van het brein waar ook weerstand, verzet en angst vandaan komen. Kleine stappen zetten bedot het brein want het heeft dan niet door dat je toewerkt naar een doel. Maar die kleine stappen maken wel noodzakelijke verbindingen aan in je brein, waardoor de weg naar je doel toe wordt bereid.

Kaizen is voor mij heel interessant. Van nature pak ik alles groots en meeslepend aan en met een aandoening als ME/CVS wordt mijn brein voortdurend overprikkeld en in staat van alarm gebracht. Dus loont het de moeite om kaizen toe te passen in mijn dagelijkse leven.

Gisteren schreef ik: ‘ik wil worden wie ik ben in dit lichaam’ . Dat klinkt nogal dramatisch. Maar het klopt wel. Wie ziek is, wil beter worden. Dus was de focus heel lang gericht op dingen doen: ‘als ik dit of dat doe, word ik vast beter’. Veel later kwam het besef dat beter worden misschien niet iets doen is, maar vooral iets niet doen. Geen grenzen overschrijden maar luisteren naar mijn lijf.

Beter werd ik niet maar er was sindsdien wel een significante verbetering. Ik heb geleerd dat heel veel behandelingen allemaal wel iets hebben dat ik kan gebruiken. Dus schoof mijn toestand langzaam op van volledig plat liggen naar iets meer kunnen doen in het dagelijkse leven.

Toen ik dat punt bereikte probeerde ik ook mijn conditie te verbeteren en spieren sterker te maken. Onder begeleiding van een fysiotherapeut en ook zelf in het dagelijkse leven. Maar hier stokte de vooruitgang. Mijn lijf blijft reageren alsof er een noodtoestand is na het doen van wat spierversterkende oefeningen.

Dus was het ritme van de afgelopen jaren, proberen op te bouwen, onderuit gaan, wonden likken, doorgaan, plannetje maken, weer proberen op te bouwen, onderuit gaan. Afijn, zo dus, het is jullie vast duidelijk.

Nu kind weer terug naar school is, is het ook weer makkelijker een vast dagritme te hanteren van kleine klusjes, mediteren, wat lezen, etc. Ik heb de afgelopen jaren geleerd om actie en ontspanning af te wisselen en daar ook naar te handelen. Ik voel tegenwoordig ook goed aan of ik voldoende energie heb om bijvoorbeeld even naar de bieb te gaan of dat ik dat beter een dag kan opschuiven.

Met dat in gedachten wil ik ook weer gaan lopen. Want alle dagen naar buiten gaan is goed, niet alleen voor mij maar voor iedereen. Het lopen gaat tot nu toe altijd zo: ik doe een loopje, dat gaat goed en besluit dat om de dag te gaan doen. Na een week raak ik in een hallelujahstemming en ga meteen voor de grote loop (een wandeling van 25 minuten langs het IJsselmeer). Dan stort ik in. Niet zozeer vanwege die wandeling maar omdat ik denk dat het goed ging en ik in de adrenalinekick die volgt ga stofzuigen of dweilen of wat dan ook.

Die adrenalinekick moet ik zien te vermijden weet ik nu. Met kaizen in gedachten, kies ik voor de kleinste stap op weg naar meer verbetering. De kleinste stap is een loopje vanuit mijn huis naar het park hierachter, ik loop een paar meter het park in en draai me dan om en ga weer terug. Dat is 8 minuten lopen (voor mij dan want ik heb het tempo van een slak, als kind en man dit lopen zijn ze met 4 minuten terug). Deze wandeling is zo klein dat het geen wandeling mag heten. Zo klein dat het vergelijkbaar is qua energie met douchen of aankleden. Dat kan ik wel, ook op mindere dagen, als ik het maar zo klein blijf aanpakken.

Wat ik moeilijker vind, maar wel doe is de stemmen in mijn hoofd negeren. Want doorlopen als ik in het park ben is heel verleidelijk. Het is mooi weer, het gras is groen, ik zie mooie vogels, ladidadila. Zo dus. En er is ook een stem die brult dat ik een loser ben, omdat ik maar zo kort kan wandelen. En een stem die zegt dat vast iedereen in het park naar me kijkt, ‘wat doet die vrouw nou, die loopt een paar meter het park in en dan draait ze zich om. En dat doet ze elke dag. Ja, logisch dat overgewicht’.

Jullie zien, ik ben mijn eigen strengste criticus. Wie heeft een vijand nodig, met zulke stemmen in zijn hoofd? Dus negeer ik ze, en als dat niet lukt zet ik gewoon het geluid uit. Want ik doe het toch, die kleinste stap die ik kan zetten zonder terugslag, ook op slechte dagen.

En ik bepaal geen doel. Het doel is het lopen zelf en het alle dagen even buiten zijn, niet de uitbreiding. Vandaar uit zie ik wel verder. Ik meld me in ieder geval niet aan voor de dam-tot-dam-loop ;-).

Wat is jouw valkuil als je iets wilt aanpakken? En wat zou dan jouw kleinste stap zijn?

ps: voor wie meer wil weten, ik schreef een paar jaar geleden een blog over een boek dat ingaat op kaizen, dat lees je hier.

De comfortzone en het korset

Vaste lezers kennen mij als iemand die nogal zwart-wit kan zijn, voor mezelf dan, Voor een ander heb ik regelmatig meer begrip en compassie. Maar gaat het om mezelf dan verander ik ineens in een commando met een 5-jarenplan en doelen, lijkt wel. Wie wil veranderen – lees: zichzelf ook wat meer compassie gunt – krijgt vaak te horen dat er uit de comfortzone dient te worden gestapt.

Daar ben ik druk mee bezig. Ik stap wat af ;-). Eigenlijk ben ik daar al heel lang mee bezig. Ziek worden heeft vaak tot gevolg dat wat je kon, niet meer kan. Wie je was komt daarmee ook op losse schroeven te staan. Oude patronen en gedraging moeten worden los gelaten. Soms omdat dit fysiek noodzakelijk is, maar soms gewoonweg als overlevingstactiek.

Maar toen ik nog gezond van lijf en leden was (rare uitdrukking eigenlijk) stapte ik ook vaak uit mijn comfortzone. Ik denk dat ik wel eens degene zou kunnen zijn die heeft bedacht dat je daar uit moest stappen! Er was namelijk geen structuur aanwezig in mijn leven, het enige constante was dat er geen constante was. Altijd op zoek naar wat er om de hoek gebeurde. Altijd op zoek naar verbetering of het nieuwe en onverwachte. Zat ik in een baan en vond ik mezelf ingekakt, hup, baan opgezegd. En niet een andere baan zoeken, maar nee, meteen een ander beroep uitoefenen. Iets niet kunnen was zo’n beetje het ergste wat ik kon bedenken, dus heb ik me met enige regelmaat gestort op het aanleren van zaken waar ik de ballen verstand van had maar die me hoogst noodzakelijk leken en die me weliswaar niet verder brachten in het leven maar me wel enige tijd vermaakten.

Je kunt ook té vaak uit de comfortzone stappen, zo heb ik geleerd. En ik denk dat ik het één keer, misschien wel twee keer te veel heb gedaan. Toen ik ziek werd, ben ik vervolgens erg op mezelf terug geworpen, alles speelde zich vooral in mijn hoofd af, omdat ik jaren plat lag. Dus werd dat hoofd buitensporig belangrijk voor mij. Ik kan plannen maken met mijn hoofd, schrijven, fantaseren, terugblikken, vooruitblikken en hele reizen maken als het hier en nu niet bevalt. En dat is vaak zo. Altijd moe, vaak pijn, ja, dat word je best wel eens zat. Heerlijk dat het hoofd dan ontsnapping biedt door steeds meer gedetailleerde verzinsels of overlevingstactieken te bedenken.

Het is menselijk om tactieken te verzinnen om met terugslag of onzekerheid om te gaan. En die tactieken liggen in eerste instantie vaak in het verlengde van wat onze kracht is. Maar diezelfde kracht kan zich ook tegen je keren en iets worden wat je onderuit haalt. Alles heeft een keerzijde en houdt elkaar daarmee misschien eerst in balans maar daarna in een wurggreep, ’t is maar hoe je het bekijkt. Ergens onderweg is dat hoofd dat hoge vluchten neemt een korset geworden dat me overeind houdt maar dat me ook in de weg zit en is gaan knellen.

Nu kun je op verschillende manieren dat korset losmaken. Afrukken en ritueel verbranden is iets dat me zeker aanspreekt, want ik houd wel van drastisch doen en wat drama,  maar dan? Nadenken over wie ik ben en hoe ik dingen aanpak, lijkt zinvoller. Maar ook dat werkt niet echt. Want hoewel ik de tips van een lezer over de Briggs MBTI-types en de manieren om bepaalde zaken van jezelf te versterken, heel interessant vond,  vond ik mezelf daar ook al weer terug in mateloos gedrag. Niet 1 testje doen maar wel 2,3,4. En dan ontdekken dat er twee verschillende types uitkomen. Dus alles lezen over die types en in de bieb kijken of er boeken zijn over MBTI typeringen, blablabla.

Dit doet denken aan de onschuldige opmerking van de acupuncturist in het voorjaar die nogal achteloos zei dat ik meer verwarmend voedsel moest gaan eten. Voor ik het wist was ik bezig met een voedselverwamingsplan met behulp van schema’s, boeken en kruiderijen die me een vermogen hebben gekost, mijn darmen van slag brachten en mijn hoofd deden ontploffen.

Beter is het om eens alle theorie en het gerichte zoeken los te laten. Ik schreef laatst al: ik moet meer gaan spelen. Spelen binnen de beperkingen die er zijn, Want die zijn er nu eenmaal. Maar ook dan kan ik  – zonder een boek erover te lezen – bedenken wat ik nodig heb in het hier en nu. Want daar gaat het altijd om: door het eeuwige zoeken en lezen over verbetering ben ik altijd bezig met wat er hopelijk in de toekomst gebeurt. Maar ik leef nu. Kan ik vaker denken: wat heb ik nu nodig? Wat zou mij nu een fijn gevoel opleveren? Houdt wat ik nu doe, een overprikkeling in stand of niet?

En nou niet allemaal gaan roepen dat ik een cursus Mindfulness moet gaan doen, want die deed ik al. En yoga. En mediteren, Tai Chi, Qi Gong, haptonomie, gedragstherapie, chakralezing, NEI…. Noem maar iets op waar je ontspannen van wordt en wat zelfkennis bevordert, ik deed het. Aan de (zelf)kennis schort het niet. Wat ik inmiddels wel door heb is dat het er niet om gaat wat je doet maar hoe je het doet en met welke intentie en welke lading je er aan geeft.

Ik denk overigens niet dat ik uniek ben met mijn gedrag en mijn hoofd. Ik zit dan toevallig thuis op de bank en bedenk tactieken om mijn leven zinvoller of prettiger te maken omdat de dagelijkse realiteit vaak pijnlijk is en niet wat ik koos of had gehoopt. Maar jij zit misschien op kantoor met vervelende collega’s en moet hoog nodig leren nee zeggen tegen de constante vragenstroom. Dat is wellicht ook niet wat je koos of had gehoopt.

We worden vaak overvraagd en daarnaast overvragen we onszelf ook vaak. Omdat we vast zitten in beelden over hoe we willen zijn en in gedragingen die ons ooit iets opleverden. Maar dat is niet in beton gegoten. Dus: kan ik veranderen zonder te veel de nadruk op het veranderen te leggen? Welke accenten wil ik gaan leggen om mezelf meer ruimte en rust te geven?  Kan ik vinden zonder zoeken?

Herkenbaar? Wat zijn jouw valkuilen?

Willen + Wensen = Wilskracht

Als Willen en Wensen
sterker zijn dan Weten,
dan loop je op Wilskracht.
Dus liep ik collecte
voor de Dierenbescherming.
Dat kind mee moest
om de collectebus
te dragen
die te zwaar 
voor mij is,
had natuurlijk
een teken aan de wand
kunnen zijn.
Als ik had gekeken.
Vooraf 
ging ik
naar het oplaadpunt
voor Wilskracht
en zei gooi maar vol!
Weet u het zeker?
vroeg de pompbediende,
Van Wilskracht 
heeft u
al te veel.
Net als
Eigenwijsheid
 en Doorzettingsvermogen.

Wilt u liever niet wat
Gezond Verstand?
of Realiteitsbesef?
Die tanks zijn 

zo te zien

nogal leeg

bij u.

Ik haal 
mijn schouders op
en dring aan.
Volgooien, nu!
Ik loop 
de collecte,
bel overal aan,
troggel mensen 
hun geld af
voor de dieren
en heb het best leuk,
zo met kind.
 De volgende dag
wordt er aangebeld.
Ik doe open.
Voor de deur
staat een man
met een hamer.
Ik breng u
de rekening!
zegt de man
en haalt flink uit.
En met die uithaal
zijn meteen 
de tanks met
Realiteitsbesef 
en Gezond Verstand
in één klap gevuld.
Denk ik.
Hoop ik.
Zeker weten
doe ik dat niet
want bij het uitdelen
van Willen en Wensen
zit ik altijd vooraan
en dat blokkeert
het uitzicht nogal.

Gezondheid

In maart begon ik met een behandeling bij een acupuncturist. In het begin ging ik wekelijks, na een tijdje tweewekelijks en nu inmiddels één keer per maand. De behandeling heeft vrij veel effect, al speelt zich alles letterlijk onderhuids af.

Alles gaat wat rustiger nu. Ik slaap beter en bouw de slaapmedicatie af. Ik voel me redelijk maar bouw niet mijn acitviteiten uit. En dat is eigenlijk het grootste verschil met daar voor. Voorheen dacht ik erg in uitbouwen. Dus extra energie werd meteen gebruikt om conditie op te bouwen. Alle dagen lopen, ook al is het een klein rondje. Gewoon, omdat ik denk dat het goed is om te blijven bewegen.

Het is ook goed om te blijven bewegen, maar niet voor mij en niet nu. Elke keer weer val ik terug als ik alle dagen of om de dag probeer te lopen. Eerst dacht ik dat het aan het moment van lopen lag. Dat ik te vroeg op de dag liep, als mijn lijf nog in de ‘pijn,stijf & stram’-stand staat. Of dat ik te laat op de dag liep en dat ik al te veel had gedaan.

Pas recent viel het kwartje. Ik kan best alle dagen lopen. Maar dan kan ik niet ook een boodschap doen, of douchen en koken of een was in de machine stoppen en ophangen. Het is nog steeds of-of.  Regelmatig lopen vraagt meer van mij dan ik nu in huis heb. En daarom is het soms ook zo’n gedoe. Want kies ik voor dagelijks lopen dan gaat het in rap tempo ten koste van een was in de machine kunnen doen, de huiskamer even vegen of iets anders dat soms echt wel nodig is om te doen.

Ik wist dat al wel, maar het duurde ook heel lang voordat ik dit echt wist en ook voelde en dus het lopen kon laten voor wat het was. Soms is vooruitgang het besef dat je gewoon even op je plek moet blijven staan. Dat is wat het geprik met de naalden met me doet.

Dus ga ik de zomervakantie nu in zonder plannen en zonder een dagelijkse loopje. En dat voelt heel fijn. Na de vakantie wil ik dan eens voorzichtig gaan kijken of ik inmiddels voldoende energie heb verzameld en vooruitgang heb geboekt om wel weer regelmatig te kunnen lopen of weer te beginnen met een revalidatietraject met de fysiotherapeut.

Meer ruimte voor jezelf

Laatst schreef ik een logje over een dag dat ik me niet goed voelde en dat slechtere dagen tegenwoordig zo makkelijk voorbij glijden omdat ik die omroeper in mijn hoofd heb ontslagen. Wat een rust. Ik kreeg nogal wat reacties, ook per mail, waarbij de strekking was:  
– Doe mij ook eens zo’n recept voor meer rust in je hoofd.
– Geef eens een voorbeeld van de ontslagbrief zodat mijn commentator ook opstapt.

Het is blijkbaar heel herkenbaar voor veel mensen. We zijn ons eigen ergste criticus. Genadeloos becommentariëren we onszelf over ons uiterlijk, gedrag, niet gezond zijn, onze gedachten. Soms is het maar op één gebied, maar als je pech hebt leef je samen met een commentator in je kop, die de hele dag brult wat voor nietsnut en sukkel je bent. En het erge is dat we dat dan soms ook gaan geloven.

Dat kan er toe leiden dat bij alles wat we doen een gevoel van onzekerheid meereist en dat we onze successen niet kunnen waarderen of niet kunnen genieten van wat goed gaat. Wanneer word ik ontmaskerd? Ik heb dit of dat wel goed gedaan maar toch voelt het alsof er straks een grote pijl op mij wordt gericht, met veel herrie en lawaai en dan ziet iedereen dat ik eigenlijk een mislukking ben, dat ik maar doe alsof….

Ik ben jaren lang heel streng voor mezelf geweest. De licht manische trekjes van mijn geest in combinatie met een neiging tot perfectionisme en ‘een het moet wel allemaal kloppen’- neiging hadden tot gevolg dat ik nooit aan mijn eigen standaard kon voldoen. Dus leefde ik continu met de teleurstelling van nooit waar gemaakte torenhoge verwachtingen, in combinatie met die omroeper in mijn kop die steeds harder ging brullen wat voor een loser ik was.

Toen werd ik ziek. Nou als dat geen falen was! Dus tetterde die omroeper nóg harder: je kunt niet eens de trap oplopen, lig je hier een beetje op de bank slap te doen terwijl je moeder/kind/man je moet verzorgen. Wat ben jij nou voor moeder dat je elke voorstelling/judo-examen/voetbalwedstrijd of rapportgesprek mist. Gek werd ik er van. En erger: ik geloofde die stem.

Totdat ik ermee stopte. Dat gebeurde niet van de ene op de andere dag. Maar het gebeurde wel. Van een keer tegen die commentator zeggen dat ie zijn snater moest houden, tot het moment dat ik ‘ineens’ dacht, wat een rust en later dat ik merkte dat ik tegen mezelf kon zeggen dat ik iets goed had gedaan. Hoe deed ik dat?

Word fan van jezelf
Ik heb geen commentator met negatieve opmerkingen meer in mijn hoofd. In plaats daarvan ben ik mijn eigen grootste fan geworden. Dat is iets anders dan mezelf geweldig vinden, dat bedoel ik niet. Maar in plaats van te benoemen wat slecht ging, ging ik aandacht vestigen op wat goed ging. Dat ging heel kort gezegd zo:
Ik heb 5 minuten gelopen vandaag, wauw!
in plaats van:
Ik heb maar 5 minuten gelopen vandaag en buurvrouw van 90 haalde me in.

Dat scheelt echt een slok op een borrel! In het begin gaat het misschien wat krampachtig en moet je soms heel hard nadenken om het positief om te draaien, maar het went snel.

Stel verwachtingen bij
Mijn verwachtingen bleken heel vaak niet realistisch te zijn of gebaseerd op wat ik dacht dat anderen van mij verwachten. Ja, dat is vragen om moeilijkheden. Nu verwacht ik niet meer zoveel en daardoor word ik regelmatig blij verrast.

Wees realistisch in wat kan
Lijkt op wat hierboven staat maar is net wat anders. Tegenwoordig werk ik niet meer met te-doenlijstjes en hobbel ik gewoon achter mijn eigen energie aan. Ik heb geleerd dat een te-doenlijst mij een heel erg opgejaagd gevoel geeft. Toen ik nog wel te-doenlijstjes maakte, zag ik op een bepaald moment dat wat ik dacht te kunnen doen, niet matchte met wat ik kan doen op een dag. Niet alleen qua energie maar vooral ook qua tijd dat het kost om een taak uit te voeren. Ik onderschatte de meeste activiteiten in tijdsduur. Ja, zo krijg je een te-doenlijst nooit af…

Doe lekker rustig aan en maar één ding tegelijk.
Hoe langzamer je dingen doet, hoe meer er lukt en hoe rustiger je blijft. Niet meer alles ‘snel snel’ en ‘even tussendoor’ en liefst ook nog alles tegelijk maar gewoon één ding per keer doen met je volle aandacht en in een prettig tempo. Hoe gejaagder ik was, hoe meer die stem in mijn hoofd begon te brullen. Waarschijnlijk stapte mijn commentator gewoon van pure verveling op, omdat ik alles zo traag en rustig ging doen. 

Stop met jezelf te straffen
Wat ik daarmee bedoel? Nou, bijvoorbeeld niet in de zon gaan zitten omdat je werkloos of arbeidsongeschikt bent en bang bent voor het commentaar van anderen op je bruine hoofd. Stop daarmee! Ook als je werkloos of ziek bent mag je genieten. Ik vond dat in het begin héél moeilijk. Tegenwoordig denk ik: die paar zonnige maanden dat ik in de tuin kan zitten terwijl anderen aan het werk zijn is mijn beloning voor die ellenlange winter dat ik me meestal beroerd voel en soms dagen niet buiten kom.

Schep ruimte
Vraag je bij alles af: moet dit echt? Wat gebeurt er als ik dit niet nu doe? Hoe kan ik het makkelijker voor mezelf maken?

Ontspanning
Voorheen ging ik pas ontspannen als ik klaar was met alles. Maar die situatie kwam nooit, er bleef altijd wel iets te doen ook al kon ik het helemaal niet doen. Dus bleef het brein voortdurend malen en actief denken over alles wat er moest gebeuren. Nu zorg ik tijdens de dag heel bewust voor momenten van ontspanning. Of iets nu af is of niet, dat boeit me niet zo. Wel dat ik elke dag een paar momenten heb dat ik echt ontspan. Door te lezen, te mediteren, muziek te luisteren, onder de douche te staan of wat dan ook.

Compassie en zachtheid
De belangrijkste wat mij betreft. Met mildheid en zachtheid voor je zelf zorgen en naar jezelf kijken. Kijk wie er in jouw omgeving compassie bij jou opwekt en projecteer dat gevoel op jezelf. Klinkt compassie en zachtheid je te wollig in de oren, vervang dat dan voor vriendelijkheid. Wees vriendelijker voor jezelf. Oefen jezelf in mildheid. Wordt niet boos als je iets vergeet of fout doet maar constateer in plaats daarvan dat je blijkbaar je dag niet hebt of dat je misschien wat veel aan je hoofd hebt. Vat het als een signaal op dat je misschien even een pauze moet nemen. Het zegt niets over wie je bent. Je zou toch ook niet tegen een kind van 8 dat met een slecht cijfer voor rekenen thuis komt zeggen dat hij een nietsnut en een sukkel is en dat dit maar weer bewijst dat hij niets waard is en iemand op wie niemand kan bouwen? Waarom dan wel tegen jezelf? Niet alles in het leven is een bevestiging van dat je niets waard bent. Die omroeper in je hoofd heeft gewoon continu een slechte dag en hoe meer jij hem gelooft, hoe harder hij gaat gillen.  Dus heb compassie met jezelf en stuur hem de laan uit.

Voor mij was een combinatie van het bovenstaande voldoende om de omroeper in mijn hoofd langzaam te laten verdwijnen. Ik heb geleerd dat te veel overprikkeling en te weinig ontspanning leidt tot meer stress en meer vatbaarheid voor negatief commentaar. Dus probeer ik dat te vermijden. Nu is mijn positie anders dan veel anderen. Ik kan verplichtingen vermijden omdat ik niet werk. De meeste mensen hebben wel verplichtingen en dingen die ze dagelijks moeten. Maar ook dan kun je met meer compassie met jezelf omgaan. Dat kan soms net het verschil maken tussen iets volhouden of niet. Bovendien vind ik het voordeel van compassie en zachtheid dat je veel meer beseft waarom je ergens voor kiest. Kies voor jezelf in plaats van dat je de verwachtingen van anderen waarmaakt.

Dit was mijn recept. Wat voor mij werkt hoeft natuurlijk niet voor jou te werken. Maar wie weet pik je er wél iets uit of heb ik je op een idee gebracht.

Heb jij nog tips die je wilt delen met anderen?

Het aardigheids-syndroom

Afbeelding Pixabay

Soms zou ik wensen dat ik meer kon loslaten van wat anderen van mij vinden. In mijn zoektocht naar eenvoudiger leven en loslaten stuit ik vaak – te vaak – op de hobbel van ‘aardig gevonden willen worden’. Ik ben 47 en nóg heb ik dat niet helemaal afgeleerd. Ik ben weinig onder de mensen en als ik dat dan ben, dan ga ik nog té vaak uit van verwachtingen die wel of niet kloppen maar die in ieder geval niet matchen met wat voor mij mogelijk is. Of – nog erger – ik geef mijn grenzen niet duidelijk aan als die niet gerespecteerd worden.

Het is niet helemaal bagger, ik ben geen konijntje waar je overheen walst. Mensen die ‘aan mijn energie komen’ weet ik inmiddels redelijk te sturen. Ik weet wat ik kan zeggen in dat soort situaties: ‘Ik hang nu op, ik besef ineens dat ik nog niet geluncht heb, ik ga nu even ‘dit of dat doen/’de muffins uit de oven halen’. Dát deel heb ik inmiddels aardig onder de knie.

Ook laat ik me niet meer overvallen door mensen die me iets vragen te doen. Ik heb mezelf aangeleerd te zeggen ‘daar kom ik op terug’. Ik heb er flink op geoefend en inmiddels kan ik wel zeggen dat dit me vaak lukt en vooral dat het me ruimte geeft. Soms lukt het me niet en ben ik niet alert genoeg maar in de praktijk blijkt dat ‘ik heb er nog eens over nagedacht maar het lukt niet/kan niet’ ook vaak werkt als je eerder wel ja zei.

Tot zover de successen. Er is echter nog een heel deel dat niet goed lukt. Het voor mezelf opkomen als mensen niet luisteren, geen rekening met me houden of erger: als mensen me kwetsen,  vind ik veel moeilijker. Als blijkt dat mensen geen inlevingsvermogen hebben, lijkt het juist nóg moeilijker om te zeggen dat ik iets niet kan of dat er iets niet lukt, zo lijkt het wel. Zeker nu ik sinds 2 jaar meer energie heb en nu toch ineens weer een vette terugslag heb, speelt dat. Ik kon immers een half jaar geleden wél iets, waarom nu dan niet? Zelf heb ik geleerd dat ME geen tot weinig logica kent. Een ander ziet of snapt dat niet. Door de afstand of door het mij niet dagelijks meemaken. Mensen zien en horen dat ik iets opknap en daarmee komen er ook verwachtingen. Dat ik blijkbaar weer mee kan doen. Soms is dat een onuitgesproken verwachting maar soms wordt het echt uitgesproken. En wanneer het wordt uitgesproken, zó onachtzaam en totaal niet rekening houdend met mijn situatie, dan kwetst me dat enorm. En wat doe ik dan? Ik zeg niets. Waarom niet? Waarom is dat toch zo moeilijk! Stel dat mensen me niet meer aardig vinden! Och guttegut, och en wee, wat dan nog?

Ik ben nu 47 jaar en het wordt misschien tijd dat ik eens leer nee te zeggen zonder schuldgevoel en zonder het gevoel dat ik iemands feestje verpest. Ik wil mijn energie, die zo verschrikkelijk kostbare en bevochten energie, stoppen in wat voor mij van belang is en niet in wat een ander behaagt of van mij verwacht.

Dus oefen ik maar weer. In nee zeggen tegen mensen die dat wel begrijpen. In niet altijd ingaan op lezersverzoeken per mail. In niet ingaan op Facebookuitnodigingen van lezers. Door mensen die me iets vragen niet meteen en per omgaande een antwoord sturen. Ik heb dit al vaker geoefend maar de vaardigheid zakt telkens weer weg. Omdat ik weinig mensen zie of omdat dit gewoon echt een zwak punt is, dat weet ik niet. Maar ooit krijg ik het onder de knie. Ik vind niet iedereen aardig en niet iedereen vindt mij aardig. Zo dus.

Gelukkig sta ik niet alleen in mijn aardig gevonden willen worden. Tik dit in op Google en er zijn 492.000 hits. 60 % van de mensen heeft hier last van. Ik ben dus in goed gezelschap, namelijk die van de meerderheid. Ik ben niet raar, ik heb last van iets waar heel veel mensen last van hebben. Grote kans dus dat de mensen die ik niet wil teleurstellen maar die wel over mijn grenzen heen denderen, precies hetzelfde voelen of meemaken. Dat is goed om in mijn achterhoofd te houden. Nee zeggen is wat de ander ook zou willen doen maar niet durft omdat hij bang is niet aardig gevonden te worden en een conflict te veroorzaken.

Heb jij wel eens last van het aardigheidssyndroom?