Het zuur en het zoet

Een vol hoofd,
een vermoeid lijf,
een drukke week,
Twee afspraken met behandelaars,
Eén afspraak met een vriendin,
en als bonus een begrafenis.
De koek is op,
al eet ik geen koek
De pijp is leeg,
al rook ik niet
Het leven is soms zuur,
maar zoet gebruik ik niet.
Het leven gaat door.
Ik eet met mijn gezin,
in het besef
dat er bij een ander gezin
nu iemand ontbreekt.
Het leven gaat door.
Ik ga doen
wat het belangrijkste is,
koesteren wat ik heb,
genieten van wat kan.
En even bijkomen, ook dat
Fijn weekend allemaal!

Jarig!

Vandaag precies 13 jaar geleden kwam op een zondag ons zonnestraaltje ter wereld. M. en ik waren net opgestaan en scharrelden wat in huis. Bewegen lukte mij alleen nog door te waggelen. Mijn buik was zó groot dat fietsen al lang niet meer lukte, de buik paste niet tussen stuur en zadel. Ik kon met gemak een paar kopjes op die buik zetten. Al was daar meestal geen plek,want kat Dorrit lag er vaak op. Volgens mij dacht ze dat ze S. moest uitbroeden.

Nét toen M. om een uur of 11 lekkere broodjes ging halen (de bakker was in Amsterdam op zondag open en verkocht schofterig lekkere croissantjes), braken de vliezen. Hij ging evengoed die broodjes halen want het zou vast een lange dag worden.

Grappig genoeg had ik vooraf een beeld van een rustige intieme thuisbevalling met M. erbij en hooguit 1 vroedvrouw maar dat het zo’n drukte zou worden in die kleine slaapkamer van ons, had ik niet verwacht. S. kwam ter wereld met twee vroedvrouwen (de eerste was klaar met haar dienst en werd afgewisseld door vroedvrouw 2 maar 1 wilde niet meer weg want het was nogal spannend), de kraamhulp die al was gearriveerd, 2 man ambulancepersoneel omdat het inmiddels wat kiele kiele was en ik eigenlijk naar het ziekenhuis moest en natuurlijk M. als vader-in-spé. O, ja én kat Dorrit, die me bewaakte met haar leven. Best een enorme drukte dus.

Toen ik M. leerde kennen, bleek hij een enorme Feyenoordfan te zijn. Als kind van een vader die nooit sport keek, had ik geen flauw idee wat dit inhield, fan zijn. Daar kwam ik al snel achter. Dat S. geboren is tijdens een wedstrijd Ajax-Feyenoord, kán dan ook alleen maar een curieuze speling van het lot zijn, vinden jullie ook niet?

Afijn, de baby van toen om 20.10 geboren in de avond, is vandaag 13 jaar geworden. Geen kleine voetjes meer, maar grote schuiten. Maar nog steeds het liefste kind ooit, met heel veel prachtig haar.

ps: S. is een jongen mensen, er bestaan jongens met lang haar!

Opkrabbelen

Heel langzaam knap ik weer op. Ik had een fikse luchtweginfectie die aan het begin van de kerstvakantie begon. En het duurde maar en duurde maar. Nu ben ik wel af van het gehoest en gerochel en kan ik weer bouwen. Helaas stak ik M. aan. Die werd vlak na kerst beroerd. Alleen hij liep er mee door, met als gevolg dat hij het erger te pakken heeft. Deze week bleef hij maandag en dinsdag thuis, woensdag sleepte hij zich naar het werk in verband met niet te missen en heel belangrijke zaken en gisteren werkte hij thuis en stortte toch weer in . Nu ligt hij – terwijl ik dit schrijf – weer plat. Hij voelt zich echt strontberoerd.  Op mijn vriendelijke verzoek – je gaat nu de dokter bellen! – belde hij toch maar de huisarts en daar kan hij straks al terecht. Als hij een kuurtje krijgt kan hij daar dan nog voor het weekend mee beginnen en voelt hij misschien volgende week weer wat beter.

Zijn koppige doorwerken met ziek zijn doet me realiseren dat ik veranderd ben. Vroeger liep ik ook altijd door. Moet moet moet en jammer dat ik me niet zo lekker voel maar moet moet moet. Daar heb ik geen last meer van. Ik heb met mijn WIA-uitkering natuurlijk geen dwingende verplichtingen meer, dat scheelt enorm en daar kan ik dan nu ook echt dankbaar voor zijn. Maar ook toen ik net met ME thuis zat, kon ik me niet aan het ziek zijn overgeven. Ik maakte me echt enorm druk over alles en kon nauwelijks platliggen. En als ik plat lag dan werkte mijn brein nog op volle toeren zodat rusten en reserves bouwen nog steeds een utopie waren. Dat is nu echt anders besef ik. En dat is winst. En ik ben daardoor toch ook sneller op een punt dat ik me weer wat beter voel. Dus nu ga ik weer verder waar ik gebleven was.

De kerstvakantie viel hierdoor wel een beetje in het water en dat was vooral sneu voor S. We hadden gehoopt toch wel iets meer tijd samen door te brengen, beetje wandelen, spelletjes doen, maar dat ging niet. Maandag vertrok hij weer naar school en de regelmaat begon half half met een zieke man thuis en een kind dat een paar keer het eerste uur kon uitslapen wegens uitval.

Oudejaarsavond verliep heel rustig hier. Er werd niet heel erg veel geknald. Het viel me echt reuze mee. Normaal is het een enorme takke herrie vanaf het moment dat knallen mag maar nu bleef het bij een knal hier en daar en tussen 12 en 1 even heel veel.

De katten waren dit jaar wekenlang getraind met een vuurwerkcd en dat scheelde aanzienlijk. De periode voor 12 uur was voorheen al voldoende om ze met een halve zenuwinzinking door het huis te zien rennen en dan rond 12 uur was de paniek compleet. Nu reageerden ze eigenlijk nauwelijks op het knallen voor 12 uur en lieten ze lieten zich goed afleiden met spelletjes.

Dibbes vertoonde vorig jaar echt volledig hysterisch gedrag. Hij bleef maar rennen door het huis, echt helemaal over de rooie. Nu ging hij op het hoogtepunt van het geknal even onder een tafeltje zitten, samen met Gerrie, maar meer ook niet. Het scheelde ook vast dat ik Dibbes een paar weken lang pillen tegen angst gaf. Ik deed wat ‘voorwerk’ met feliway en Bach Bloesem Rescue en vanaf 3 weken voor oudjaar kreeg hij via de dierenarts zylkène. Dit vermindert angstgevoelens en hij reageerde er heel goed op. Hij was beduidend meer ontspannen dan normaal. Het is zelfs een punt van overweging om hem dit te blijven geven, want nu de voorraad op is, is hij weer zijn schrikkerige zelf.

Die tactiek, een combi van pillen en een vuurwerktraining, houden we er voortaan in. Ik ga volgend jaar gewoon weer zo rond half november beginnen met trainen. Ik kan het iedereen met angstige huisdieren echt aanbevelen.

Tot zover, fijne dag en doe voorzichtig in het verkeer, de storm is echt enorm!

Met de stroom mee

Wie hier vaker komt weet dat Kerstmis niet mijn favoriete feest is. Dit jaar besloot ik echter dat met de stroom mee zwemmen beter is voor mijn humeur. Dus stelde ik vorige week woensdag al voor om een kerstboom te gaan halen, M. was toch vrij, dus hup met die boom in de auto. We zijn nog nooit zó voortvarend geweest.

Vervolgens heb ik me niet meer met de boom bemoeid. Hij stond twee dagen met één bal en één piek uit te stralen dat er iets heel erg onaf was, maar dit weekend hebben de mannen dan toch de boel verder versierd.  Ik vind kerst weliswaar niet leuk maar geniet nu toch van de boom. Van het feit dat kat Smoes er meteen onder ging liggen. Van de zoete houten engeltjes en zo, die er in hangen.

Met de stroom mee zwemmen dus. Dat is sowieso aan te raden. Hoewel ik me stiekem wel een beetje druk maak over wat ik vanmiddag in het ziekenhuis te horen ga krijgen, heb ik dat er laten zijn door het niet weg te drukken. Ik maak me een beetje druk en klaar.

Dat me een beetje druk maken is niet zozeer over de bult zelf, dan wel over hoe de komende tijd verloopt. Met weinig energie in het lijf wordt hier al jaren elk uitje, activiteit of artsenbezoek ingepland en voorbereid door vooraf maatregelen te nemen of mijn dagindeling aan te passen. De afgelopen week ben ik een keer bij de huisarts geweest én twee keer in het ziekenhuis. Bovendien volgt dus wellicht op korte termijn een kleine ingreep zelf. En dat vlak voor Kerst en Oud & Nieuw, dagen die al meer vragen door het familiebezoek, een tijd waarin ik me normaal gesproken om die reden extra rustig houd.

Maar ik ben natuurlijk niet voor één gat te vangen! Omdat ik heb geleerd dat je de druk van de ketel kunt halen door maatregelen te nemen, heb ik me afgevraagd wáár ik me nu precies druk om maak. Vreetzak als ik ben, heeft dat vooral te maken met eten ;-). Hebben we voldoende in huis om op te vangen dat ik wellicht even niet kan koken? Ik had juist flink alle voorraden opgemaakt de laatste tijd, gewoon lekker de vriezer leeg gegeten. Dat is nu niet echt handig want er is niets om op terug te vallen. Natuurlijk kan M. dat wel – hij kookt zelfs heel lekker – maar als hij om half 7 uit zijn werk komt, is het voor hem prettiger als er gewoon al eten is.

Dáár maakte ik me dus druk om en daar is natuurlijk heel makkelijk iets aan te doen. Ik maakte een mega pan soep, een ovenschotel, een pastasaus, rode kool met appeltjes en een nasi. Verdeeld over porties en zo de vriezer ingeschoven, dan is er in ieder geval weer iets achter de hand voor ‘als’. Ik draafde wel wat door want bij thuiskomst uit zijn werk trof M. een volledig doorgedraaide vrouw aan in een keuken met allemaal gevulde bakken die stonden uit te dampen. Maar hé, de vriezer is nu vol en het doel is bereikt.

Een ander deel van het druk maken was een kwestie van afspraken veranderen. Eerste Kerstdag zou ik uitgebreid gaan koken voor ons en mijn moeder. Nu gaan we naar haar toe. Dat geeft mij ruimte in mijn hoofd, niet meer dagen vooraf gaan bedenken wat ik wanneer wil gaan voorbereiden – wat ik overigens als voormalige kok heel leuk vind mensen – maar gewoon rust hebben en op de dag zelf naar mijn moeder gaan. Voor hetzelfde geld is de ingreep pas in januari maar zo handelen geeft me nu rust. Mijn brein kan maar een paar dingen tegelijk aan en ik maak zo ruimte.

Om nog meer ruimte te krijgen heb ik braaf het mediteren opgepakt, mooie muziek geluisterd, lekker gelezen en een paar leuke detectives gekeken en dat hielp wonderwel. Ook lukte het wandelen afgelopen week weer, ik liep vier keer mijn vaste rondje. Dat voelt goed! Nu ik vaker buiten ben, klaart mijn humeur ook meteen weer op.

Staat bij jou de kerstboom al?

Zaterdag – uit balans

De tweede schoolweek zit er hier al weer op. Dat betekent helaas niet dat ik meteen weer strak in het ritme zit van vroeg opstaan en alles oppakken wat er op mijn verlanglijstje staat. Eigenlijk bleek dat het wennen aan het vroege opstaan alleen al voldoende uitdaging is voor mij. Maar nee, ik moest en zou ook elke dag gaan lopen, want beter moet ik worden en wel nu! Ook besloot ik dat ik binnen 24 uur moest weten wat ik nu in de toekomst ga doen en stortte me op een paar beroepskeuzetesten, niet gehinderd door het feit dat ik nog geen eens zelfstandig met de trein ergens naar toe kan gaan. Dat plus een voorlichtingsavond van school en een kind dat nu ineens veel meer begeleiding en aandacht nodig heeft aangezien er in de eerste klas wel heel veel op hem afkomt, maakt dat deze week nog niet eens op de helft was toen het licht bij mij uitging en er een storm in mijn hoofd opstak.

 
Ach, het is het oude verhaal, dat weten we nu wel bij mij. Dus haal ik mijn schouders op, slik die drol door en wacht op betere tijden. Die komen wel weer en dan pak ik mijn goede voornemens weer op, hopelijk dit maal in een langzamer tempo dat beter bij me past.  Mijn dromen en wensen en fantasieën zijn duizend keer sneller dan mijn lichaam dat er altijd weer achteraan hobbelt en mijn geest die van alles op hol slaat. Ooit vind ik wel een balans. Tot die tijd leer ik gewoon telkens achter elkaar dezelfde les, die blijkbaar nooit verveelt.

Stoot jij je vaak aan dezelfde steen?

Afbeelding Pixabay

Waar je gaat daar ben je

Soms ben je al 
waar je moet zijn.
En is 
waar je gaat
al hier.
Want waar je gaat
daar ben je.
Niet daar,
maar hier. 
Ik heb niets nodig
in het leven,
omdat alles
al in mij zit.
De liefde,
de wijsheid
de kracht,
de moed
En dat is
genoeg.
Zo dus.

ps: ‘Waar je gaat, daar ben je’ is ook de titel van een fantastisch boek, voor wie meer wil weten over Mindfulness….

Terug op aarde

Het is sommigen van jullie vast niet ontgaan, ik had de laatste tijd een energie-opleving. In de eeuwige zoektocht naar meer energie, stapte ik eind mei over op paleo eten en bereikte een prachtig resultaat. Ik voel dat dit iets voor mijn energie doet. Wat volgde was een gestage uitbreiding van activiteiten.

Zo lang ik die activiteiten zelf in de hand heb (lees: meester ben van mijn eigen agenda) gaat dat goed. Niet altijd, want ik ben nogal eens overmoedig en daarom is het belangrijk dat na overmoed ruimte is voor niets doen (lege agenda).

Dat lukte niet zo goed de laatste drie weken met de drukte van het afscheid nemen van de lagere school. Iemand zonder energiebeperking kan zich dit misschien niet goed voorstellen en denkt misschien: ‘mens stel je niet zo aan’. Kan ik me best indenken. Voor mij was twee avonden in de week achter elkaar naar school gaan voor de musical en de afscheidsavond heel wat. Laat naar bed, interactie met andere ouders en leerkrachten, veel prikkels (muziek, discobol, veel mensen) en daarbij nog mijn eigen emoties (WAUW, IK STA HIER, OM 9 UUR IN DE AVOND, IK LIJK WEL EEN NORMAAL MENS!!

Toen volgden ook diverse logeerpartijen in wisselende combinaties, voetbalavonden en het loslaten van de normale dagelijkse routine omdat het ‘ineens’ vakantie was. Best veel bij elkaar. Dit weekend viel het me weer op dat meer doen op sociaal gebied, betekent dat ik iets inlever op een ander gebied, meestal is dat ‘de rest’. Dus is het huis een zwijnestal, vooral boven en doe ik echt het minimale. Ik kan daar overigens goed mee leven. Me niet druk maken om zooi betekent ook vooruitgang voor mij.

Op andere gebieden lever ik ook in in zo’n situatie en dat is kwalijker. Als eerste gaat dan mijn dagelijkse wandelrondje er aan. Voor mij heel belangrijk. Ik heb namelijk elke extra meter die ik kan lopen, letterlijk veroverd. Startte ik twee jaar geleden met lopen in de straat vanuit huis tot de tweede lantaarnpaal en weer terug (duur 3 minuten), nu is dat rondje een wandeling langs het IJsselmeer van ongeveer 20 minuten.

Ook de officiële revalidatie begon er onder te lijden want ‘ineens’ doen al mijn spieren weer raar. Niet alleen kan ik niet meer met de fysio de oefeningen doen waarvoor ik kom, nee ze moet ook weer allerlei klachten weg masseren.

Gisteren bereikte ik een soort dieptepunt, ik dacht de hele dag aan mijn bed en lag er ook een groot deel van de dag in. Vandaag bedank ik mijzelf hartelijk voor de met veel moeite en plezier gegeven les. Kortom: ik ben weer geland op aarde. Ik weet weer waar mijn prioriteiten liggen. Ik ben niet normaal al voelde ik me even normaal maar dat maakt niet uit want het niet normaal zijn is normaal voor mij en dat is goed genoeg. Dus ik trek weer mijn eigen plan en houd het lekker rustig.

Gewoon weer dagelijks een kleine wandeling, vroeg naar bed, paleo eten, mijn gupta-oefeningen doen, twee keer in de week de revalidatie bij de fysio en als er dan nog wat overblijft: leuk maar niet elke week.

Heb jij ook wel eens last van overmoed?

Ik zie ik zie wat jij niet ziet

Het is mooi weer.
We gaan op stap!
De mannen op de fiets,
ik op mijn elektrieke wonder.

we ploffen neer
bij een zwemplek
aan het IJsselmeer.
We spelen met een bal
in het niet eens zo koude water.
Na best lang spelen,
voel ik dat het klaar is.
Ik laat me opdrogen
in de knallende zon
en verdiep me
in mijn boek.

Ik voel me zorgeloos,
voor het eerst
in jaren.
Geen gedachten
over dat ik nu
naar huis moet gaan
omdat het straks op is.

Ik schiet vol
omdat ik zó aanwezig
kan zijn bij iets
dat voor anderen
misschien heel normaal is.
Ik voel me normaal.

De mannen gaan spelen
met een volleybal
en bekenden
van de voetbalclub,
een jongen met zijn ouders.
Ze blijven lang weg
maar af en toe
is er contact
Gaat het nog?
Lukt het nog?
Wil je naar huis?

Nee zeg ik,
ik zit goed,
ik zit best
en ik geniet
van het feit
dat ik ‘zomaar’
op de grond kan zitten
zonder stoel
en dat ik ook
weer overeind kom
als ik dat wil.

Eind van de middag,
we gaan naar huis.
De bekenden waarmee
de mannen hebben gespeeld
komen ook langslopen,
zij gaan ook naar huis.

De vrouw loopt
met uitgestoken hand
op mij af
om zich voor te stellen
en roept luid
dat ik volgende keer
moet meedoen
met volleybal
en niet zo lui
moet blijven lezen.
Ze zegt het stralend.
De energie spat van haar af.
Een glimlach van oor tot oor.

Wat doe ik nu?
Wat zeg ik nu?
Ik kies voor dezelfde tactiek
en zeg ook stralend
dát ik al heb gesport
door daar aanwezig te zijn.
Dat ik enorm geniet
van het feit
dat ik een boek kan lezen
op het strand,
na jaren plat liggen
voelt dat goed.

Dat komt binnen.
Ze schrikt zich een ongeluk..
‘Maar dat zie ik niet aan je’,
stamelt ze.
‘Ja’ zegt mijn liefje,
‘dat is nu nét het probleem.
Mensen zien het niet
maar het is er wel’.

Daarna hadden we
een heel leuk gesprek.
Niet over ziek zijn
maar over genieten
van beter worden,
en over leuke dingen doen.

Toen gingen we weg,
elk een eigen kant op.
met de belofte
van mij
dat ik volgend jaar
misschien wel mee doe.