katten

Kattenhuishouden

In de nieuwsbrief van onze dierenarts stond een stuk van een kattengedragtherapeut dat inging op de vraag of katten solitaire dieren of groepsdieren zijn. Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden want ligt vooral aan de leefsituatie én aan het karakter van katten.

Een kat zal niet zomaar vrijwillig in een grote groep leven. Al blijven vrouwelijke exemplaren wel vaker bij elkaar als ze in het wild leven. Een angstige niet gesocialiseerde kat zal zich sowieso niet prettig voelen in een groep. En multi-kattenhuishoudens zijn vaak door mensen gecreëerde kunstmatige situaties waar veel katten zich helemaal niet prettig bij voelen. Daarom is het zo belangrijk om katten aan elkaar te laten wennen en niet zomaar een nieuwe kat te nemen omdat je denkt dat je huidige kat dat op prijs stelt. Aldus de kattendeskundige.

Mijn ervaring is dat daar vooraf geen zinnig woord over te zeggen is. Natuurlijk ligt het aan het karakter van je kat maar daar kun je je enorm in vergissen. Onze Moos is namelijk al jaren de schrik van de buurt. Nou ja, nu hij oud en bejaard is, is hij helemaal geen heer en meester meer, maar dáár hebben we het niet over, te pijnlijk. Op grond van zijn karakter en gedrag heb ik in het verleden er altijd voor gekozen om niet zomaar een kat erbij te nemen. Toen Smoes erbij kwam, was Moos net een paar weken bij ons en ze waren van dezelfde leeftijd, dat scheelde.

Maar een nieuwe kat? Ik zou mijn hand ervoor in het vuur steken dat dit niet goed zou gaan en mijn schoen opeten als toetje. Dat dus. Lekker stellig. Maar juist Moos vond het wel prima dat onze zwervers erbij kwamen. Er zijn wel wat vervelende momenten geweest, vooral die ene keer dat Dibbes in de kont van Moos beet. Maar toch, het viel reuze mee. Voor Smoes ook, die vindt alles en iedereen lief, leuk en aardig, vooral als het vier poten heeft en flink harig is.

Wij hadden natuurlijk het geluk dat de introductie heel geleidelijk ging. De zwervers wurmden zich gewoon steeds meer het huis in. Bovendien stelden ze zich heel onderdanig op naar Moos en Smoes (op die ene beet in de kont na dan, hè Dibbes!).

Dibbes en Gerrie waren allebei heel angstig en daardoor juist op hun gemak in een groep. Ze konden namelijk gedrag kopiëren en zo leren wat normaal is qua gedrag en kattentaal. Ze voelen zich duidelijk veilig zo in een groep van vier.  Vooral de eerste twee jaren deden ze eigenlijk de hele dag alles na. ‘O, nu gaan we slapen, lopen, spelen, klieren, eten!’ Weinig eigen initiatief en grote volgzaamheid. Inmiddels volgen ze iets meer hun eigen agenda. 
Maar de hele familie gaat nog steeds na het avondeten een avondronde doen en stapt dan gezamenlijk de straat op.

Natuurlijk zijn er wel wat conflicten geweest. Naarmate de heren ex-zwervers meer zelfvertrouwen kregen, hebben ze wel eens een ongepaste mep uitgedeeld. En vooral Gerrie snapt nog niet altijd wanneer het speeltijd is en wanneer niet. Hij snapt vooral de signalen niet die Moos uitzendt. Maar Gerrie snapt wel meer niet want hij is ook bang voor aardappelpuree. En mensen die aanbellen. Iemand die hoest. Geritsel. Opgepakt worden. Hebben jullie even? Ik kan de rest van de dag vertellen over waar Gerrie bang voor is 😉 .

Dat een angstige niet aan mensen gewende en niet gesocialiseerde kat als Gerrie tóch bewust ons leven binnendrong en een plek veroverde, is dus op zijn hoogst heel opmerkelijk te noemen. Want dit is geen normaal gedrag volgens de kattentherapeut. Volgens mij was het pure overlevingsdrang. Ga daarheen waar er voedsel is, het warm is en meerdere katten zijn. Dát is blijkbaar een goede plek.

Ook denk ik dat Gerrie Dibbes misschien nog herkende van het zwerversbestaan. In het jaar voordat we Dibbes opnamen, zagen we hem en Gerrie vaak samen. Eerst dachten we dat het dezelfde kat was, zo lijken ze op elkaar. Maar waarschijnlijker is het dat ze uit hetzelfde nest kwamen. Nestbroeders of niet, op straat waren ze elkaars concurrent. En dus zaten ze soms blazend naar elkaar hier in de tuin op eten te loeren.

Dat gaat nu een stuk beter al zijn ze wel verschrikkelijk jaloers op elkaar en onhebbelijk tegen elkaar. Dat geldt vooral in situaties waar ik in beeld ben. Gisteren lag Gerrie in totale katzwijm tegen mijn buik aan, poten in de lucht, het leven was goed. Dibbes sprong op bed en was getuige van een potje vreemd gaan waar hij grote moeite mee had. Hij hield zich een half uur in maar besloot toen toch tot ingrijpen. Genoeg!

Dus kroop hij achter langs over mij heen, kroop in mijn hals, parkeerde zich achterwaarts in en ik zag Gerrie met een paniekblik onder Dibbes verdwijnen. Die vervolgens heel achterbaks opkijkt, hé, jij hier ook, ik had je niet gezien. Ik heb diepe bewondering voor het feit dat hij blijkbaar zo vooruit kan denken om een ander weg te pesten. Maar onhebbelijk blijft het. Al boeken we ook hier vooruitgang want twee jaar geleden zou hij gewoon meteen op Gerrie gesprongen zijn.

Voor mij was het vooraf daarom het hoogst haalbare als alle katten of in ieder geval de twee generaties elkaar tolereren en niet in de haren vliegen. Om die reden kunnen ze ook altijd overal in huis liggen. Er is ruimte zat om zich terug te trekken. En dus liggen ze altijd overdag op bed, met zijn vieren op een vierkante meter, soms zelfs allemaal tegen elkaar aan, een poot tegen kont, een kop op een staart van een ander.

In een volgend leven kom ik terug als kattengedragstherapeut. Of nóg beter, als kat! En dan zoek ik mezelf als baasje uit. Strak plan.

17 gedachten over “Kattenhuishouden

  1. Mijn dochter haalde 4 jaar geleden een kitten uit het asiel, nadat haar laatste kat overreden was na snachts te zijn ontsnapt. Niet dat haar vorige kat te vervangen was, maar geen kat in huis was geen optie. Het werd een kater die de naam Nacho kreeg. Hij werd steeds zwaarder ook al zette ze hem op dieet en het was duidelijk dat hij het alleen thuis zijn overdag niet echt leuk vond. Deze zomer kwam er dus weer een kitten uit het asiel en zwart/witte spring in het veld die de naam Pixel kreeg. De eerst weken waren een drama. Pixel was super enthousiast en begon gelijk het gezelschap van Nacho op te zoeken, maar die was na 4 jaar alleen te zijn geweest en alle aandacht te hebben gekregen niet gecharmeerd van zijn nieuwe vriendinnetje , er werd geblazen, gemept en gegromd. Nu een aantal maanden later word er voorzichtig geknuffeld , heeft Nacho ontdekt dat spelen best leuk kan zijn, is hij wat afgevallen en word er zelfs af en toe een bed gedeeld, maar heel af en toe is hij de puber gewoon zat en word er weer een opvoedende tik uitgedeeld. Het was echt geen liefde op het eerste gezicht van zijn kant , maar het begint er steeds meer op te lijken dat ze we steeds gekker op elkaar worden.

    Geliked door 1 persoon

  2. Wat een pracht verhaal weer ! Ik heb mijn hele zelfstandige leven katten gehad, meestal drie. De laatste jaren heb ik er steeds maar één. Herrie heeft gelukkig een vriendje op de buurt, waar hij veel mee speelt. Vaak komt hij mij ook halen om met hem te spelen op het grote grasveld, achter ons huis. Dan gaat hij achter het huis zitten wachten, tot ik eraan komt en dan rent hij met zo’n scheve staart naar het grasveld. Prachtig vind ik dat !

    Geliked door 1 persoon

  3. Bij ons zijn zelfs de buurkatten welkom. Ze liggen met z’n allen dan op de bank. Het lijkt wel alsof ze elkaar attenderen op dat leuke adresje waar je kunt eten en slapen, er probeert alweer een onbekende kat binnen te komen de laatste tijd..

    Geliked door 1 persoon

Zeg het maar!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s