gedrag·katten

Gênante moeder


Elke ouder zal het herkennen, de ene dag ben je de wereld voor je kleuter en ‘ineens’ in de puberteit blijkt alles wat je zegt of doet stom te zijn.

Soms lijkt dat niet alleen zo, maar is het ook zo.

Sem had op een dag alweer een flinke tijd geleden, vrienden op bezoek. Ze zaten in de huiskamer en ik was in de keuken wat aan het scharrelen en aan het doen alsof ik niet bestond. Want ineens moet dat. Dan is het niet meer de bedoeling dat je gesprekjes aanknoopt met het bezoek.

Afijn, ik stond mezelf uit alle macht weg te cijferen in de keuken tot ik Dibbes zag en vergat wat mijn taak was op dat moment: pubers niet tot last zijn. Die waren druk aan het kletsen met elkaar en hadden het goed.

Dibbes begon een praatje tegen mij. En ik, ik miauwde terug. Dat doe ik altijd. Wij begrijpen elkaar uitstekend, Dibbes en ik. En we hadden al miauwend een fijn gesprek.

Het gesprek in de huiskamer was stilgevallen. En ik werd met afgrijzen door mijn kind aangekeken. Ik had het meest gênant denkbare gedaan in bijzijn van zijn vrienden.

Ik heb plechtig beloofd nooit meer te miauwen als er mensen van buiten het gezin aanwezig zijn. Maar óf dat lukt betwijfel ik. Want de katten zijn het zo gewend hè.

Dacht ik al die jaren dat ik mijn kind een trauma bezorgde door mijn ziekzijn. Het kon duidelijk nog véél erger. Een miauwende moeder, je zal het maar hebben…

(Afbeelding Pixabay)

katten

Happy Moos day

Op 6 augustus 2006 koos Moos ons uit om bij aan te lopen. En wat was het een schot in de roos. Twee dagen daarvoor was mijn vader overleden en wat bracht dit kleine katertje veel pret in ons huis vol verdriet.

Net als al onze katten, kwam Moos ook met wat bagage. Dit keer in de vorm van een zeer ernstige navelbreuk. Natuurlijk hingen we in de buurt overal foto’s van hem op en meldden hem bij Amivedi aan. Niemand belde op of aan om deze kleine zwarte kat van hooguit vier maanden met een overduidelijk probleem op te eisen.

Omdat hij dringend medische hulp nodig had, brachten we hem op de dag van de crematie van mijn vader voor de plechtigheid naar de dierenarts en erna haalden wij hem geopereerd, gechipt en gecastreerd weer op en kon zijn leven als huiskat beginnen.

Was hij in het begin nogal dominant en had hij last van mood swings, de laatste jaren is hij steeds liever, zachter en tevredener geworden, ook naar andere katten toe. De zwervers werden getolereerd en opgenomen. Zolang hij lekker eten en een aai op zijn tijd krijgt, is het goed voor Moos.

(Repost uit 2018)

katten

Verhaaltjes voor t slapen gaan





‘Dibbes, zullen we elkaar een verhaaltje vertellen?’

‘Ja! Ik begin, ik! Er was eens een kat met een heel leeg buikje’.

‘Nee, niet wéér dat verhaal Dibbes, dat vertel je zo vaak’.

‘Maar ’t is echt gebeurd hoor!’

‘Wanneer had jij dan een lege buik?’

‘Nou, die ene keer!’

‘Ik geloof er niets van, vertel maar een ander verhaal’.

‘Oké, even denken.Er was eens een kat en die werd emotioneel verwaarloosd’.

‘Stop maar, ik begin wel. Welk verhaal wil jij horen?’

‘Van dat we elkaar leerden kennen!’

‘Oké. Op een dag zat er een kat in onze tuin. Een hele zielige kat’.

‘Ik! Dat was ik hè!’

‘Ja, dat was jij Dibbes. En je zat de hele dag te gluren naar mij. Maar je zag bijna niets, je was zo goed als blind. En heel erg bang’.

‘Toen had ik trouwens wel een lege buik!’

‘Nou, dat klopt niet helemaal want je bleek door zeker vijf mensen in de buurt gevoerd te worden’.

‘Maar jij werd verliefd op mij!’

‘Ja Dibbes, ik werd verliefd op jou’.

‘Dibbes is the best! Nu wil ik buikjekriebel. Dan voel je meteen dat die buik leeg is. Of pootjefriemelen, dat wil ik ook nu’

‘Geen verhaaltje meer?’

‘Nee, buikjekriebel, nu! En daarna geef ik je likjes over je neus en dan spelen we dat jij mij eten gaat geven’.

katten

Een echte kat

Moos sprak mij er op aan dat ik onderstaand stukje wel heb gedeeld op FB en Instagram, maar niet hier.

Zo heb ik de lezers hier de kans ontnomen te zien hoe geweldig hij is. Bovendien vindt hij de buitensporige aandacht die sommige leden in dit kattenhuishouden krijgen, ongepast. Hij noemt geen namens maar het rijmt op ibbes.

Dus hier een tekst over Moos.




Moos springt op bed.
Hij loopt naar mij toe.
Ik krijg dé blik.
Goed opgevoed als ik ben, maak ik plek.
Ik haal koptelefoon, tablet, bril, mobiel weg.
Moos kijkt goedkeurend toe.
Als ik klaar ben en er plek is, loopt hij weg.
Gaat intens tevreden op de rand van het bed liggen.

Een echte kat doet dat zo.

🐾🐾

katten·Zwerfkatten

De mooiste bloem


Hoi, ik ben het, Gerrie.
De vrouw zegt dat ze trots is.
Dus vertel ik even waarom ze trots is.
Misschien willen jullie dat wel horen.

Ooit leefde ik op straat.
Wist niet wat liefde was.
Nu wel!
Ik ben opengeklapt als een bloem.
Ik! Die overal bang voor was!
Ik durf nu zóveel!
Geaaid worden vind ik heerlijk.
Soms laat ik me optillen!
Ik knuffel de vrouw heel vaak en lig naast haar hoofd.
Dat is mijn taak in dit huis.
Maar ik knuffel ook de mannen in dit huis.
Ik durf zelfs in de knuffeltunnel te komen!
Dan lig ik tussen de vrouw en de man in en dan aaien ze me en zeggen ze lieve woordjes.
Dat is zó fijn! En ik kan het heel goed!


Elke ochtend heb ik een speeluurtje.
Lekker rennen en kreetjes slaken.
Met de andere katten speel ik dan verstoppertje.
Of we gaan knuffelknokken.
Dat is een beetje meppen naar elkaar, maar wel doen alsof.

Eén ding durf ik nog niet.
Spelen met mensen.
Wát ze ook proberen, het blijft eng.
Voor de zekerheid heb ik dan mijn nagels uit.
Dat vinden zij dan weer eng.
De mensen hebben van alles geprobeerd.
Een veertjeshengel, propjes papier, stuiterballetjes.
Ik ren gewoon hard weg.

Laatst probeerde ze het met een veter.
En even, héél even, vergat ik mezelf.
Tot ik merkte wat ik deed en er vandoor ging.
Ik zeg altijd maar “zekerheid voor alles!”

Zij zegt dat het niet uitmaakt.
Dat ze geduld heeft.
Dat ik goed genoeg ben.
Misschien durf ik het ooit wel.
Want ik wil wel. 
Maar zo niet dan vind ze me ook een bloem zegt ze.
De mooiste opengeklapte bloem.
Dat klinkt goed, vinden jullie ook niet?

Dat wilde ik even zeggen.

Doei!

🐾 Gerrie

katten

Tijdelijk niet meer nr. 1

Onze Gerrie is een zonaanbidder. Zodra de zon in de tuin komt, zie je hem zitten op de tuintafel, de eerste stralen opvangend. Als de temperaturen oplopen, zoeken alle andere katten verkoeling onder een struik. Maar Gerrie blijft vaak gewoon intens tevreden in de knallende zon zitten.

Voor mij heeft het mooie weer consequenties. Ik krijg beduidend minder aandacht van de katten. Al brengen ze wel een paar keer per dag een beleefdheidsbezoekje aan mijn slaapkamer. Maar dat kan ook met de ventilator te maken hebben. Vooral Dibbes en Smoes liggen graag pal in de luchtstroom.

Gerrie heeft daar minder behoefte aan. Als mooi-weer-kat zie ik hem nu nauwelijks. Gisteren maakte hij het wel heel erg bont. Ik zag hem gewoon de hele dag niet, vroeg een paar keer aan Mischa of alles wel goed was met Gerrie. Gerrie was overduidelijk mijn bestaan vergeten. Ik ben tijdelijk nummer 2. Niet meer het stralende middelpunt in zijn universum. Verstoten door een ander licht.

Toen Mischa gisteravond de tuin ging sproeien, greep ik mijn kans. Een PEM riskerend liep ik naar de trap, boog gevaarlijk voorover en daar zag ik Gerrie beteuterd zitten in de huiskamer. Verdreven uit het tuinparadijs door het sproeien.

Zodra ik hem riep, gebeurden er twee dingen. Gerrie zag me en werkelijk waar, er ging een schok door hem heen. Er verscheen een tekstwolkje boven zijn hoofd: “Verhip, ik was je bestaan vergeten!” en hij rende luid gillend de trap op recht mijn armen in.

Het tweede dat er gebeurde was dat Dibbes toen ik Gerrie riep, óók gillend op mij af kwam stormen. “Hier ben ik. Hier. Zie je me niet. Ik ben hier hoor!” Natuurlijk zag ik Dibbes, daar is immers geen ontkomen aan. Hij had bovendien de hele dag bij mij gelegen. Hij wel. Maar nu ging het om Gerrie. Er moesten herstelwerkzaamheden gedaan worden.

Een intensief gesprek en een nog uitgebreidere knuffelsessie volgde, waarbij de kwijlspetters van mens en kat rondvlogen. Ook dit zette twee gebeurtenissen in gang. Gerrie beloofde beterschap en om alle dagen, ook met mooi weer, tóch even de dag te beginnen met knuffels. Om mij ten minste de illusie te geven dat ik ook in de zomer zijn nummer 1 ben. En inderdaad, vanmorgen stond hij gillend op bed en kreeg ik kopjes en zoentjes.

De tweede gebeurtenis was dat Dibbes overmand door jaloezie en verdriet op bed neerzeeg en een grote geestelijke knauw heeft opgelopen door het feit dat ik voor Gerrie (Gerrie nota bene!) mijn bed verliet om hem (en niet Dibbes!) te roepen. Dus ook vandaag moet ik weer herstelwerkzaamheden verrichten. Zo is er altijd wat.

katten

Mijn eerste liefde

Vandaag is het de sterfdag van mijn eerste kat. Zoals Joris was er maar eentje. Overweldigend in zijn onaangepastheid en streken maar ook in de liefde die hij gaf. Ter ere van hem een verhaal uit de oude doos.

😻

Hoewel ik dol ben op kittens heb ik er weinig ervaring mee. Het dichtst in de buurt komen Smoes en Moos die naar schatting drie tot vier maanden waren toen we ze vonden (Moos) en via het asiel kregen (Smoes). Dat komt ook omdat ik mezelf nooit toestemming heb gegeven om zo vanuit een nestje een kitten te nemen. Ik vind dat wie een huis nodig heeft, de weg wel naar ons vindt. Kittens komen meestal wel terecht maar oudere katten waar iets mee is, hebben meer moeite om een huis te vinden.

Zo was het ook met mijn eerste kat, Joris. Een zwart-witte koe-kater van 6 kilo met een nogal uitgesproken karakter. Hij zwierf begin jaren ’90 op de Prinsengracht in Amsterdam en werd daar gevoerd door bewoners. Toen hij ziek werd brachten ze hem naar het dierenasiel. Daar zat hij te verpieteren want niemand wilde hem. Hij was nogal wild en onaangepast.

Toen ik op een dag besloot het kattenleed in de wereld te verminderen door er op zijn minst eentje te redden, toog ik naar het asiel met mijn huisbaas B. Hij had een auto en ik niet, vandaar.

Doet u mij de kat die hier het langst zit‘, zei ik zelfverzekerd. Waarop me werd verteld dat dát niet aan te raden was, het beest was een kreng. Na wat onderhandeling besloten we dat ik even met de kat alleen mocht zijn om te kijken of er een klik was.

Die was er niet, meneer zat met zijn rug naar me toe en keek niet op of om. Dan had ik nog geluk, want meestal viel hij mensen aan. Zijn houding veranderde op slag toen ik een touwtje tevoorschijn haalde. Hij was dan een kreng, hij was ook speels! Dus besloot ik het erop te wagen.

Omdat ik nog geen kattenreismand had, kreeg ik van het asiel een kartonnen reismand mee. Tijdens de rit terug zag ik eerst een nagel en toen meerdere nagels door het karton snijden en bij thuiskomst zaten we met een dolle agressieve kat in de auto die we toch op de één of andere manier het huis in hebben weten te krijgen. Hoe precies, dat weet ik niet meer, dat heb ik waarschijnlijk verdrongen.

Dat was het begin van vele momenten dat ik op tafel kroop en koest! af! lief! riep. Werkte niet natuurlijk. Wat ik eraan moest doen wist ik niet. De enige kattenervaring die ik tot dan toe had was met onze kat Floris bij mijn ouders thuis, die we poppenkleertjes konden aandoen en dan gingen we met hem wandelen. Dat was geen kat maar een lief sukkeltje en niet te vergelijken met het monster dat ik in huis had genomen.

Alles ging eraan. Wollen truien werden zonder pardon binnen een paar minuten uit elkaar gerukt met nagels en tanden. Het terrarium van huisbaas B. dat beveiligd was met dubbel glas en zijn grote trots, bleek een makkelijk te schillen appeltje voor Joris te zijn. Ontdekte ik, toen ik hem midden in de glasrestanten zag zitten met een staart uit zijn bek.

Op een dag werd er aangebeld en bleek Joris van vier hoog naar beneden achter een duif aan te zijn gesprongen. Hij had een gebroken heup. Ik had inmiddels een lege portemonnee na het opnieuw inrichten van het terrarium, het continu moeten betalen voor de schade die hij aanbracht in huis en de dierenartskosten.

Toch was die gebroken heup wel een omslag. Hij kon niet lopen maar alleen een beetje kruipen en hij had mij nodig om bijvoorbeeld op zijn bak te kunnen. De band tussen mens en kat verbeterde aanzienlijk.

Die werd nog beter toen ik een vriend kreeg die niet op tafel kroop als hij agressief deed – de kat, niet mijn vriend 😉 – maar die deed wat Joris deed, er achter aan rennen dus. Ik zou het zelf nooit aanbevelen maar bij deze kat werkte het. Hij werd wat rustiger en beter benaderbaar. Al zat bezoek nooit echt lekker op de bank als hij zat te loeren naar ze.

De grote omslag in het leven van Joris kwam toen ik een klein poesje mee naar huis nam. Mijn toenmalige schoonzus had in de supermarkt een man aangesproken die een kleine kat in zijn jaszak had. Hij drukte het beest in haar handen en verdween. Maar zij had al 5 katten, een kleuter en een bijstandsuitkering en bovendien waren haar katten absoluut niet gecharmeerd van het poesje. Dus  zat ik voor ik het wist in de tram met dat katje onderweg naar huis, met de belofte dat ik er een huisje voor zou zoeken. Ondertussen hopend dat Joris niet dacht dat ik een lekkere snack voor hem had meegebracht.

Groot was de verbazing toen Joris een complete gedaanteverandering onderging. Aanvankelijk was er wat geblaas en gegrom maar na de eerste nacht werd ik wakker en zag ik ze op de bank in elkaars poten liggen. Joris was verliefd, héél erg verliefd. En werd daarmee de goedzak die hij bleef tot hij op hoge leeftijd overleed.

Ik kon alles met hem doen, hij was lief en groot en erg aanwezig en heel gelukkig met zijn Dorrit. Hij was overweldigend in de aandacht die hij kon geven, voelde het aan als ik verdrietig was en kwam me dan troosten. Streken bleef hij wel houden. Hij speelde graag dat hij dood was als vriendin S. hem eten ging geven als ik op vakantie was. Dan lag hij met de poten in de lucht, niet knipperen met zijn ogen, niet zichtbaar ademen en als S. dan voorzichtig naderde – ze is allergisch voor katten het arme mens – sloeg hij toe.

Hij overleed op 7 juni 2006. We gingen meteen daarna op vakantie naar Italië en ik zie me nog liggen in de tent, brullend van verdriet. Toen ik Smoes via het asiel kreeg in september 2006, heeft het asiel een geschatte geboortedatum in zijn dierenpaspoort gezet. Geschat, want Smoes was gevonden (in een sloot in een doos maar dát is een ander verhaal). Toen ik die datum zag kreeg ik wel even kippenvel: 7 juni 2006. Dat heeft zo moeten zijn.

Alle katten zijn mij dierbaar. Maar Joris was een wel heel bijzonder beest. En dat was hij.

geluk·katten

Komt dat zien!

Elke dag bezoek ik het kattentheater, dat doorlopend, 24/7, voorstellingen geeft. Het kost wat zo’n doorlopend abonnement maar dan krijg je ook wat.

Als je dit theater zou willen omschrijven, dan denk ik dat improvisatietoneel het beste de lading dekt. Een regisseur lijkt niet aanwezig te zijn. Acteurs wisselen hoofd- en bijrollen af. Waarbij opgemerkt moet worden dat dit vaak gepaard gaat met het zwiepen van de staart in andermans snoet. Voor de ontvanger van de staartzwiep een teken dat het staan in de spotlights lang genoeg heeft geduurd en dat er gewisseld moet worden.

Elk van de acteurs heeft een eigen specialisme. Zo zorgt Dibbes voor dramatische diepgang maar hij is ook een zeer goede clown en acrobaat. Hij kan zeer overtuigend een dwingeland spelen maar je als toeschouwer ook tot tranen toe roeren.

Smoes is het soort acteur dat altijd de goedzak moet spelen en er een vrolijke boel van maakt. Springt dwars tussen de zorgvuldig opgestelde decorstukken heen, verstoort elke scène maar niemand die het iets kan schelen want iedereen houdt van hem.

Moos wenst alleen koningsrollen te spelen en claimt soms te lang de plek in de spotlights. Al zit daar als we er een psycholoog op loslaten, vast een enorme behoefte aan bevestiging achter. Het is grappig te zien dat die behoefte aan bevestiging ook bij Dibbes een grote rol speelt. Maar de uitwerking van het toneelspel van beide acteurs is heel anders.

En dan Gerrie, de vierde en laatste acteur. Dat is er een met onvermoede talenten. ‘Kan niets zijn’ denk je. ‘Mwah, even kijken wat dat is’. En dan eist hij met zijn optreden de volledige aandacht op en maakt een verpletterende indruk. Vooral scènes waarin hij kopstoten moet uitdelen, laten diepe sporen achter bij het publiek. Het wordt dan ook aanbevolen paracetamol mee te nemen gezien het feit dat er sprake is van een continu wisselwerking tussen publiek en toneelspelers.

Van de bezoeker wordt een actieve deelname verwacht. Deze bestaat uit plat liggen op bed en bereid zijn te fungeren als decorstuk, toneelvloer en mede-acteur. Deze interactie tussen toneelspelers en publiek gaat op een speelse en natuurlijke manier en doet niet geforceerd aan.

Ik bezocht al veel voorstellingen van dit gezelschap. Vooral het spektakelstuk ‘Hoeveel katten passen op één mens’ mocht rekenen op een staande ovatie. In gedachten dan, want ondergetekende kon door het gewicht van de katten niet meer opstaan.

Een aanrader!

Gezien: kattentheater, doorlopende voorstelling
Waar: huistheater Hoorn, reserveren verplicht
Eindoordeel: *****

geluk·katten·liefde

Coach Dibbes


Deze lieverd springt elke keer van het bed af als ik naar het chemische toilet in de hoek van onze slaapkamer loop. Hij dribbelt achter mij aan. Zit ik eenmaal dan word ik bekopt en gooit hij er af en toe een bemoedigend miauwtje tegen aan.

Als ik klaar ben, dan dribbelt hij vastberaden voor me uit terug naar bed. Hij springt precies op die plek waar ik wil liggen. Ben ik eenmaal geïnstalleerd, dan stampt en prakt hij nog even een minuutje of wat terwijl hij op me staat. Dibbes vindt nazorg overduidelijk belangrijk.

Is het werk gedaan dan installeert hij zich weer. Op mijn voeten, tegen mijn buik of elders op bed. Deze wc-coaching doet hij onbezoldigd. Ik krijg nooit een factuur toegestuurd.