
There is a crack in everythingthat’s how the light gets in(Leonard Cohen, Anthem)
dan gaat het voortaan
zonder dat het moet.
Het gaat zoals het gaat.
het is zoals het is.

There is a crack in everythingthat’s how the light gets in(Leonard Cohen, Anthem)
ps: ‘Waar je gaat, daar ben je’ is ook de titel van een fantastisch boek, voor wie meer wil weten over Mindfulness….
Het is mooi weer.
We gaan op stap!
De mannen op de fiets,
ik op mijn elektrieke wonder.
we ploffen neer
bij een zwemplek
aan het IJsselmeer.
We spelen met een bal
in het niet eens zo koude water.
Na best lang spelen,
voel ik dat het klaar is.
Ik laat me opdrogen
in de knallende zon
en verdiep me
in mijn boek.
Ik voel me zorgeloos,
voor het eerst
in jaren.
Geen gedachten
over dat ik nu
naar huis moet gaan
omdat het straks op is.
Ik schiet vol
omdat ik zó aanwezig
kan zijn bij iets
dat voor anderen
misschien heel normaal is.
Ik voel me normaal.
De mannen gaan spelen
met een volleybal
en bekenden
van de voetbalclub,
een jongen met zijn ouders.
Ze blijven lang weg
maar af en toe
is er contact
Gaat het nog?
Lukt het nog?
Wil je naar huis?
Nee zeg ik,
ik zit goed,
ik zit best
en ik geniet
van het feit
dat ik ‘zomaar’
op de grond kan zitten
zonder stoel
en dat ik ook
weer overeind kom
als ik dat wil.
Eind van de middag,
we gaan naar huis.
De bekenden waarmee
de mannen hebben gespeeld
komen ook langslopen,
zij gaan ook naar huis.
De vrouw loopt
met uitgestoken hand
op mij af
om zich voor te stellen
en roept luid
dat ik volgende keer
moet meedoen
met volleybal
en niet zo lui
moet blijven lezen.
Ze zegt het stralend.
De energie spat van haar af.
Een glimlach van oor tot oor.
Wat doe ik nu?
Wat zeg ik nu?
Ik kies voor dezelfde tactiek
en zeg ook stralend
dát ik al heb gesport
door daar aanwezig te zijn.
Dat ik enorm geniet
van het feit
dat ik een boek kan lezen
op het strand,
na jaren plat liggen
voelt dat goed.
Dat komt binnen.
Ze schrikt zich een ongeluk..
‘Maar dat zie ik niet aan je’,
stamelt ze.
‘Ja’ zegt mijn liefje,
‘dat is nu nét het probleem.
Mensen zien het niet
maar het is er wel’.
Daarna hadden we
een heel leuk gesprek.
Niet over ziek zijn
maar over genieten
van beter worden,
en over leuke dingen doen.
Toen gingen we weg,
elk een eigen kant op.
met de belofte
van mij
dat ik volgend jaar
misschien wel mee doe.
We liggen in bed
voor de ochtendknuffel
mijn kind en ik.
We kletsen wat.
Dat doen we altijd.
Elke ochtend
en elke avond.
‘Wat ga je doen?
Hoe was je dag?
Wat was leuk
en wat was stom?’.
Alle grote en kleine dingen
worden besproken in bed.
Zo doen wij dat.
Al weken lig ik veel plat.
Dus na die ochtendknuffel
en het uitzwaaien naar school
duik ik vaak weer in bed.
In de namiddag
lig ik vaak op de bank
en na het avondeten ook.
Dat ziet mijn kind.
Dus zeg ik dat.
‘Ik weet het niet,
maar het maakt niet uit.’
Dat is voldoende antwoord
voor hem.
Is het ook voldoende voor mij?
Ziek of niet ziek.
Moet ik het weten?
Wat voegt het weten toe?
Liever denk ik niet na,
over ziek zijn
en niet ziek zijn.
Liever klets ik
en knuffel ik
met mijn kind
en probeer hem
te laten zien
dat ziek of niet ziek
geen grote kwestie
hoeft te zijn.
Ik verdom het
om het ziekzijn
of het niet ziekzijn
als een wolk
of een zon
boven mijn hoofd
te laten hangen.
Vroeger dacht ik
dat antwoorden nodig waren
om door te kunnen gaan.
Nu weet ik dat
het niet om het antwoord gaat
maar om het besef
dat de vraag op
veel manieren
kan worden gesteld
en dat een antwoord
als een blok beton
aan je been kan hangen.
Dus lig ik plat.
Ik leef in het hier en nu
en ben blij
dat mijn bed
zo lekker ligt.
Dus loop ik op straat.
Ik leef in het hier en nu
en ben blij
dat ik altijd
weer verder kan gaan
waar ik was gebleven.
Ik ben mijn eigen kind.
Als ik val,
help ik mezelf overeind
en leg uit
waar het mis ging.
Ik vertel over gevaren
en wat pijn doet,
in de hoop
dat ik er wat van leer.
Ik ben mijn eigen leraar.
Ik lever mijn werk in
en krijg het terug
met rode strepen.
Zo zie ik
wat de aandachtspunten zijn.
Ik ben mijn eigen vriendin.
Heb ik een moeilijk moment,
dan ben ik mezelf
tot luisterend oor,
veer mee en veroordeel niet.
Ik ben mijn eigen criticus.
Altijd weer
leg ik die vinger
op dat ene rotte plekje.
Ik ben mijn eigen fan
en juich keihard over
elke vooruitgang.
Verliespunten veeg ik
onder de mat.
Maar ik laat mezelf
niet in de steek,
een echte fan
in voor- en tegenspoed.
Ik ben mijn eigen verkoper,
prijs aan wat ik kan
en verdoezel wat minder gaat.
Zo maak ik
mijn eigen wereld
wat mooier dan ie is.
Daar kikker ik
eigenlijk best van op.
Ik ben mijn eigen wereld,
voed me met alles
wat er in me leeft
en verbaas me elke keer weer
over de enorme rijkdom
die ik in mezelf aantref.
Die zag ik nooit,
omdat ik nooit keek.
Niet langer ben ik ME-patiënt,
ik promoveerde tot fulltime allrounder,
met uitstekende vooruitzichten
en fijne perspectieven,
vooral omdat ik van mezelf
niets meer moet…
Deze week
ging ik
op dinsdagmorgen
mee
met een uitje
van school.
Thuisgekomen
voelde ik me goed.
Sterker nog,
ik verkeerde
in een hysterische
overwinningsroes.
Die roes
was zó sterk
dat ik in de middag
even moest
gaan liggen
en dat deed ik,
tot nu eigenlijk.
Drie dagen liggen
geeft tijd
om te denken.
Waarom
voelt dit
toch zo goed?
Want evengoed
lig ik nu plat.
Wat is het verschil
met vroeger?
Het verschil is,
hoe ik
ermee omga.
Het verschil is,
wat ik voel.
Het verschil is,
dat er geen pijn is.
Ik ben moe,
gewoon moe
van iets doen
terwijl ik niets
gewend ben.
Het verschil is
dat ik kon meegaan
zonder problemen
tijdens het uitje.
Het verschil is
dat ik erna
toegaf aan
het moezijn.
Dat was vroeger
vloeken in de kerk.
Dus lig ik
in bed
en wacht
tot de moeheid
wegzakt
en besef
dat als ik iets
heb geleerd
de afgelopen jaren
dan is het
dat een goed bed
héél belangrijk is.
Dat
en een portie humor,
een pondje geduld
en een kilo
onverwoestbaar
goed humeur.
Wat een stappen weer,
zo stilliggend in bed…..
Ik heb een dip.
Het is herfst,
heel duidelijk.
Tegelijk
met de vallende bladeren,
gebeurt er iets
in mijn hoofd.
Ik ben moe,
kom met moeite
uit mijn bed.
De concentratie
is slecht.
Dat wat vorige maand
nog moeiteloos ging,
glipt nu
door mijn vingers,
zo lijkt het wel.
Maar als er iets is
wat ik heel goed kan,
dan is het schakelen.
Daarom stap ik over
naar een andere versnelling,
een die beter past
bij de herfst.
Deken op de bank,
kat binnen handbereik,
boeken, dvd’s
en de laptop.
Het enige
dat ik nu MOET
van mezelf
is elke dag
frisse lucht snuiven.
Als er iets is
dat afwijkt deze herfst
dan ben ik dat zelf.
Een totale acceptatie
van mezelf.
Het is
zoals het is.
Ik vecht niet meer
tegen wat niet kan.
Ik doe niet meer moeilijk
over wat niet gaat.
Ik geniet van wat kan.
Wát een verschil!
En wat een ruimte
blijft er over
in mij
voor mezelf.
Wat een goede dag, vandaag.
Ik ging niet ‘even’ opruimen.
Ook onderdrukte ik
de impuls
om de wc te soppen.
De drang het keukenlaatje
schoon te maken,
was helaas zeer dwingend.
Dezelfde aanval
maar dan gericht
op het poetsen van de trap
sloeg ik succesvol af.
Ik deed een heleboel niet vandaag.
Wel lag ik lang in bed,
met de krant,
de kat,
een boek
Beter worden is
laten wat niet goed voor me is,
voelen wat wel goed voor me is
en accepteren wat (nog) niet kan.
Beter worden is
niet stilstaan bij wat was,
niet piekeren over wat zou moeten zijn,
niet hopen op wat komt
maar leven in het nu.