Over boeken en hypotheken

Vandaag is de eerste dag in weken dat ik me redelijk voel. Dus is het zaak heel goed te bekijken waar ik de energie aan uit ga geven, óf ik de energie wel uit geven. In het zonnetje het tweede deel van de Boeken van de Levende Schepen uit lezen (nieuwsgierig?Levende Schepen), is ook een fijn plan natuurlijk. Alleen, dat lezen dat doe ik al zó veel. Op zich is het wel ironie ten top dat ik vroeger bij het denken aan ‘wat wil ik later worden als ik groot ben‘ altijd een fantasie had waarbij ik alle gelegenheid had om te lezen. Nou, dát deel is in ieder geval uitgekomen. Nu de rest nog (gezond, energiek, fijn sociaal leven, een leuke baan…)

De eerste tijd toen ik ziek was, lukte lezen niet. Niets lukte, dus lezen ging ook niet. De concentratie was belabberd en een normaal gesprek voeren of een boek lezen, was gewoon te hoog gegrepen. Een gesprek voeren aan de telefoon gaat nog steeds heel moeizaam en face to face alleen als het niet te lang duurt. Maar lekker lezen gaat weer, al zit ik nog lang niet op mijn ‘oude’ niveau. Informatie verwerken gaat nog steeds moeizaam en heel traag. ‘Gewoon”  lezen als een lekkere dikke pil verslinden met interessante personages en niet al te beeldend geschreven, dat lukt wel.

Zo verveel ik me dus nooit. Ik doe heel weinig op een dag maar die is dan toch gevuld. Het afhalen en opvouwen van een was, een maaltijd bereiden of de vaatwasser uitruimen wordt altijd in stukjes gehakt. En in de tussenstukjes lees ik.

Toch ga ik vandaag wel even op de fiets naar de stad. Een boek halen dat ik reserveerde (deel 3 van de schepentrilogie, Het Bestemde Schip) en inktcartridges laten vullen. Die zijn namelijk leger dan leeg en ik wil wel kunnen printen. We zijn namelijk weer met de hypotheek bezig. Eerder dit jaar probeerden we de rentevaste periode open te breken. Uiteindelijk hebben we dit niet doorgezet. De te betalen boete was voor ons te hoog ten opzichte van het maandelijkse voordeel. Dat voordeel zou wel terug te verdienen zijn maar echt pas na jaren. Maar de hap uit de buffer zou wel moeten worden bijgespaard en tot die tijd zou er niet kunnen worden afgelost.

Afijn, lang verhaal en veel gerekend en we hebben het afgeblazen. Omdat we toen ook al lazen dat de verstrekker uitgaat van een executiewaarde van € 210.000 voor ons huis, bleek het eenvoudiger en goedkoper te zijn om gewoon nog even verder te gaan met aflossen. Onze lening bedraagt nu € 211.000. Dat betekent dat we wat te betalen rente betreft in een andere staffel vallen. De rente die je betaalt is namelijk gebaseerd op de verhouding tussen de executiewaarde van je huis ten opzichte van wat je leent. Die verhouding was bij ons nogal zoek en de lening bedroeg meer dan 125 % van de executiewaarde van ons huis.

Maar nu niet meer! Dus stuurden we een mail met het verzoek om een offerte. Die kregen we. Alleen, het was een rente-aanbod voor 2 van de 3 leningdelen. Het 3e leningdeel ‘vergaten’ ze te offreren waar natuurlijk net de hoogste rente op wordt betaald (5,7%). Op mijn antwoord dat we ook voor dat leningdeel graag een offerte willen ontvangen en waar we de aangeboden rentetarieven eens kunnen nakijken want op de site vind ik dat niet terug, kreeg ik een bericht:

In uw e-mail van 29 september 2015 stelt u een uitgebreide vraag die we graag telefonisch zouden willen toelichten. Wij verzoeken u om contact met ons op te nemen via telefoonnummer 0800- xxxxxx.

Nou, zo uitgebreid was die vraag niet hoor, gewoon waarom we voor 2 leningdelen wel en voor het 3e leningdeel geen correctie krijgen….

Bovendien, het zou toch wat zijn als ze mijn uitgebreide vraag telefonisch gaan toelichten. Wat ze bedoelen maar niet schrijven is: u stelt een vraag en die willen wij graag uitgebreid beantwoorden en wel zo uitgebreid dat we dat liever telefonisch doen..(zodat u er wellicht van afziet).
(excuses aan bloglezeres M. die dit verhaal al heeft aangehoord/gelezen…).

Nou ja, weer terug gemaild dat we gewoon een gecorrigeerde offerte willen ontvangen en geen advies vragen. Ik begrijp het op zich wel. Wij stellen rechtsreeks vragen en dat zijn ze niet gewend, meestal zit ee een financieel adviseur tussen. Bij elke offerte die we kunnen ondertekenen is ook altijd een document toegevoegd, waarbij we moeten ondertekenen dat we zonder financieel adviseur door het leven gaan en desalniettemin niet geheel hersenloos ondoordachte beslissingen nemen maar wel het aangebodene begrijpen en zo niet dan is de hypotheekverstrekker daar niet aansprakelijk voor.

Afijn, het is dus weer eens wachten. Op een reactie. Maar als die reactie komt en bevalt dan moeten we wel kunnen printen. Dus ga ik hop, naar de stad ,om de inktcartridges te laten vullen!

Herfstblues

Straks, 
als ik beter ben,
ga ik
wil ik
en zal ik.
Je begrijpt vast 
wat ik bedoel. 
Waar zal ik
eens beginnen,
straks
als het zover is?
Wat eerst?
Maar wat 
als ik straks 
niet beter word?
Straks 
is trouwens 
nu
voor je het weet.
En nu,
nou,
dát ken ik wel.
Ik leef al jaren
in het nu.
Straks
is nu
met net 
een beetje meer.
Een beetje meer energie,
een beetje meer gezondheid,
een beetje meer veerkracht
en een beetje meer vooruitzicht
op een leven
zoals ik het 
graag zou willen.
Nou, 
kom maar op,
met dat straks!
Ik ben er 
klaar voor
en het moment
is voorbij
voor je het weet.
Zit ik 
als ik niet uitkijk
wéér een eeuwigheid
te wachten,
op straks, 
als ik beter ben…  

Door stroop lopen

Het is najaar, de dagen worden korter, we krijgen minder licht en hoppa, ik heb het gevoel door stroop te lopen. Dat is niet onverwacht, ik heb elk jaar rond deze tijd een terugslag. Dit keer is het iets sneller en feller. Een oorzaak kan zijn dat mijn jaarlijkse opleving deze zomer wat minder was. De start van een beugeltraject én het stoppen met slaapmedicatie hakten er denk ik toch wel behoorlijk in.

Spijt heb ik daar niet van. In de spiegel zie ik nu al resultaten, na slechts 3 maanden. Natuurlijk ben ik nog lang niet klaar, maar de scheve boventand waar het me allemaal om te doen is, staat inmiddels recht. De tand staat nu braaf tussen zijn buurtanden in en niet half verstopt achter een andere tand.

En zonder slaapmedicatie voelt het voor mij ook veel beter. Ik ben nu in de ochtend sneller alert en veel minder suf. Ik werd wel nog vaak en veel wakker, dat was immers de reden dat ik ooit slaapmedicatie kreeg voorgeschreven. Maar ook daar heb ik een oplossing voor: mijn nieuwe behandeling.

Ik ben nu drie keer bij de Buteykotherapeut geweest. Het is nog te vroeg om conclusies te trekken maar ik ben wel positief over wat ik tot nu toe voel in mijn lijf. Het is een ademhalingstherapie die uitgaat van de gedachte dat veel mensen te vaak en te diep ademhalen. Hierdoor houden ze te weinig koolzuur binnen. En dat koolzuur hebben we nodig voor heel veel dingen onder meer voor zuurstoftoevoer naar de spieren maar ook voor een ontspannen zenuwstelsel. 

Een tekort aan koolzuurgas kan de oorzaak zijn van op het eerste gezicht verschillende aandoeningen: van het zenuwstelsel, het endocriene systeem, het systeem van hart en bloedvaten, het spijsverteringssysteem, het systeem van botten en spieren en van welke stofwisselingsstoringen dan ook. (citaat: de buteykomethode).

Genezen van ME/CVS is een eindeloze zoektocht en uitproberen van behandelingen. Het is geen duidelijk afgebakende aandoening, het is veeleer een cluster van klachten dat samen het label ME draagt. Dus is het telkens weer uitproberen. Soms help ik mezelf een stapje vooruit, soms doet een behandeling niets en blijkt het weggegooid geld te zijn maar echt slechter word ik er nooit van. En ik leer toch steeds meer over wat werkt voor mij. Dat is gunstig.

Ik doe nu twee keer per dag een ademhalingsoefening, doe als het zo uitkomt ook wat aandachtsoefeningen (als ik merk dat de ademhaling niet goed is) en in de nacht adem ik ook zo veel mogelijk alleen door de neus, want dat is de bedoeling. De effecten van alleen door de neus ademen, merkte ik al heel snel: ik heb warmere handen en voeten en voel me behoorlijk ontspannen. Om ook in de nacht door de neus te ademen, plak ik mijn mond af met van dat schilders-afplaktape. Natuurlijk schrok ik wel even van deze opdracht, maar ik heb nu bijna 2 weken zo geslapen en verdomd: ik slaap door en ik slaap veel dieper. Mijn spieren zijn veel meer ontspannen dan voorheen bij het wakker worden! Wauw, wat een vooruitgang! Als ik verder geen progressie maak en het hier bij blijft, dan ben ik al tevreden. Iedereen die regelmatig slapeloze nachten kent, begrijpt vast waarom.

Beter slapen dus. Maar nog wel moe. Zó snel verdwijnt dat natuurlijk niet en ik heb echt een terugslag. De fysiotherapeut heb ik afgezegd want er valt niet zo veel te revalideren als douchen weer een activiteit is waar ik van bij moet komen. Kortom, de terugslag, de net doorgemaakte griep en de vallende blaadjes die op mijn gemoed inwerken, maken dat ik door stroop loop.

Och en wee, het is toch wat. Nee hoor, het is zoals het is. Het betekent vooral dat ik gewoon weer even flink moet schakelen. Wat lang wel kon, kan nu niet meer. Ik moet opnieuw zoeken naar waar de grens ligt, meer doseren en beter vooruit kijken.

Volgende week hebben we een begrafenis, de opa van M. is gaan hemelen. De man was ver in de negentig dus dat kwam natuurlijk niet onverwacht. Een begrafenis hakt er voor mij erg in. Het is niet naast de deur en met het heen en weer rijden en het afscheid, koffie plus maaltijd dan wel samenzijn, zijn we wel een dag kwijt.

Dus schakel ik nu naadloos over op de noodstand (kijk eens hoe flexibel ik ben!). Bij elke activiteit bedenken: moet dit nu? Is dit echt nodig? Die vragen stellen én beantwoorden, levert mij altijd veel op. Bijvoorbeeld het inzicht dat ik het blog dus even laat voor wat het is.

Dus: fijn weekend allemaal en ik ben er even niet.

Energiemanagement, ook wel pacing genoemd

Bloglezeres Loes stelde me de volgende vraag:

Hoi Martine ik heb een ME vraag. Hoe pak jij Pacing aan? Ik vind het moeilijk blijven hoe lang ik het ook al doe.

Om deze vraag voor jullie begrijpelijk te beantwoorden – aangezien het merendeel van de lezers geen ME heeft – moet ik eerst uitleggen wat pacing is.

Wat is pacing?
Je kunt het zien als een vorm van energiemanagement bedoeld voor ME-patiënten die snel uitgeput raken en vaak over hun grenzen gaan.

Het is geen behandeling maar meer een manier van omgaan met de aandoening. Wel is het zo dat als je pacing goed onder de knie hebt, je minder vaak over je grenzen gaat en je je daardoor wel beter kunt gaan voelen. 

Pacing is zo actief mogelijk blijven binnen de grenzen die er zijn. Te grote inspanningen worden vermeden. Een activiteit wordt gestopt zodra de normale vermoeidheid of spierspanningen verandert in een onaangenamer gevoel, of eigenlijk liefst nog voor dat moment. Dat geldt niet alleen voor fysieke activiteiten – de was ophangen, stofzuigen, douchen – maar ook voor mentale activiteiten of emoties. Niet te veel stressvolle dingen op een dag plannen maar deze meer spreiden over de week. En voor de duidelijkheid: een telefoongesprek voeren is voor veel ME-patiënten een zeer stressvolle bezigheid vanwege de vele prikkels.

Veel ME-patiënten hebben last van een vertraagde reactie, dat wordt post-exertional malaise genoemd: PEM is hét kenmerkende symptoom van de ziekte Myalgische Encefalomyelitis (ME): na een fysieke, mentale of emotionele inspanning hebben ME-patiënten een (vaak vertraagde) terugslag én/of een verergering van symptomen. Doe vertraging kan oplopen tot 48/72 uur

Specifiek bij ME is dat die verergering pas na 24-72 uur na de inspanning zelf optreedt en dus niet te voorzien is. Bovendien kan dit dagen, weken en zelfs maanden aanhouden. Er kan zelfs een blijvende verergering van een of meer symptomen optreden.

Tel daarbij op dat wat er gedaan kan worden soms per dag verschilt – zo is mijn ervaring – en jullie begrijpen misschien hoe moeilijk het kan zijn om te voelen wat kan en wat niet kan.

Toch, als je je aan de principes van pacing houdt, leer je gaandeweg je grenzen kennen en kun je ze ook langzaam opschuiven, zo is de idee erachter. 

Om mensen te leren waar hun grenzen liggen of om ze überhaupt te voelen, wordt er vaak met een timer of kookwekker gewerkt. Bijvoorbeeld je gaat de was ophangen en je stopt als het alarm van de kookwekker gaat na 5 minuten. Dan ga je bewust ontspannen en voelen hoe het zit: ging je te ver of had je juist even door kunnen gaan? Hoe voelt dat in je lijf?

Ook wordt er geleerd om inspanning en ontspanning beter af te wisselen en de belasting van spieren te verdelen. Dat noemen ze switchen. Na een inspanning ga je bewust ontspannen of in ieder geval iets heel anders doen waarbij je andere spiergroepen gebruikt dan in je voorgaande activiteit.

Pacing is behoorlijk moeilijk onder de knie te krijgen. Veel ME-patiënten zijn het contact met hun lichaam volledig kwijt en voelen geen grenzen. Bovendien zijn we (de meeste mensen, niet alleen zieke mensen) immers gewend om ook als we moe zijn in activiteiten als geheel te denken: ik hang de was op, ik stofzuig de kamer, ik doe een boodschap. Een activiteit opsplitsen om het behapbaar te maken maakt dat alles veel langer duurt (en soms niet meer kan worden gedaan, tenzij je onderweg naar de winkel even op straat een dutje kunt doen). Je moet trouwens ook niet alleen voelen dat je moet stoppen, je moet daadwerkelijk kunnen stoppen.

En kunnen stoppen is heel moeilijk. Nu denk je misschien dat stoppen juist makkelijk gaat als je altijd moe bent maar veel ME-patiënten kennen hun grenzen niet en zijn gewend altijd moe te zijn. Het verschil tussen ‘moe/pijn en toch even kunnen douchen‘ en ‘moe/pijn en als ik nu doorga lig ik 2 weken plat‘ is heel moeilijk te voelen.

Bovendien hebben veel mensen de neiging om te denken: ik voel me redelijk, laat ik nu alles maar even doen. Dus niet alleen even het aanrecht afnemen, maar hop het gasfornuis ook en voor je het weet sta je de keukenkastjes leeg te ruimen en uit te soppen. En vind je jezelf een uur later jankend op de bank terug, komt je man om half 7 in de avond thuis in een ontploft huis en heb je geen puf meer om eten te koken dus moet er iets worden gehaald…Jullie zien, ik was kampioen grenzen negeren 😉

Ik heb zelf ook pacing gedaan. Met bovenstaande regels maar ook met een puntensysteem onder begeleiding van een ergotherapeut. Het lukte me niet. Ik voelde mijn grenzen niet en werd altijd overvallen door pijnen en extreme aanvallen. Tot ik me ging verdiepen wat er gebeurt in het brein van een ME-patiënt. (Ik schreef daar van het weekend een klein verhaaltje over). Met wat ik heb geleerd en nu weet, begrijp ik goed waarom pacing toen niet lukte. Als jij een dolgedraaide stier ziet rondrennen, zeg je ook niet: ‘ho, stop even en ga eens zitten’. Nee, die stier die dendert door, hoort niets en ziet niets, behalve die rode lap die hem triggert.

Pacing lukt bij mij alleen als ik de rode lap weghaal. Dat is de clou. ME-patiënten liggen soms de hele dag plat, kunnen niets, doen niets maar als je een scan maakt van hun brein zie je daar een activiteit die vergelijkbaar is met de drukte op Schiphol tijdens de zomermaanden. Dát maakt dat je geen grenzen voelt en er overheen gaat en dat maakt ook dat je lichaam buiten proporties reageert op kleine inspanning. 

Hoe kalmer het brein, hoe beter pacing lukt. Voor mij betekende het concreet dat ik aan de slag ging met meditaties, mindfulness en het leren loslaten van ‘moeten’ dingen. Ik denk gedurende de dag niet meer in een eindresultaat maar in kleinere handelingen. Ik zet niet zozeer een timer maar doe alles in etappes. Dus was afhalen en opvouwen is bij mij:
alle was van het rek halen – rust – was sorteren van soort bij soort – rust – broeken opvouwen – rust – shirts opvouwen – rust…. Soms op een goede dag wordt er minder gehakt in een activiteit en soms op een slechte dag juist meer of doe ik de activiteit juist niet. Omdat ik dat voel tegenwoordig.

Hoe kalmer mijn brein, hoe beter het gaat. Ik zeg dus ook regelmatig tegen mezelf of anderen dat ik eerst even mijn hysterische brein moet kalmeren voordat ik überhaupt iets kan gaan doen. Zo doe ik dat en voor mij werkt het goed.  

Voor je nu denkt dat ME vergelijkbaar is met een wat overspannen toestand: nee, dat is het niet. Het is een neurologische aandoening die maakt dat bepaalde verbindingen in het brein verkeerd zijn afgesteld. Als gevolg daarvan krijgt iemand in de loop der tijd steeds meer fysieke en neurologische klachten, waarvan de bekendste extreme vermoeidheid en pijn zijn. Ik schreef er hier wat uitgebreider over.

Het kalm krijgen en houden van het brein is wel een eeuwigdurend proces. Ik maak nog steeds fouten en heb nog steeds momenten dat die rode lap ineens weer in mijn brein wappert en die stier weer op hol slaat. Maar omdat ik nu weet hoe het werkt, kan ik ook meestal wel ingrijpen. En omdat ik vaker weet in te grijpen ga ik minder vaak over mijn grenzen en herstel ik daarom ook sneller dan voorheen. En weet ik niet in te grijpen (soms mis ik toch wat signalen, juist als ik me goed voel), dan ga ik door tot ik letterlijk omval en pak daarna mijn rust. Ik weet nu dat in de manier waarop ik die rust neem, veel winst valt te behalen. Hoe enthousiaster ik die rust pak zonder oordeel over mijn eigen gedrag, hoe sneller ik weer in mijn normale routine zit. Dat is ook een heel groot verschil met vroeger, toen grensoverschrijdend gedrag ‘ineens’ een totaal ineenstorten tot gevolg had en ik daarna mezelf ook nog eens minutieus de grond moest inboren met verwijten en boosheid over mijn ‘gedoe’.

Ik moet wel alert blijven. Het is nu niet meer zozeer moeilijk, dan wel alert blijven. En juist in periodes dat ik me beter voel, zit een gevaar. Voor je het weet ga ik iets meer doen,  maak ik afspraken, maak ik plannetjes. Dat voelt als een vrolijk fladderend vlindertje in mijn brein. Maar voor ik het weet is het ‘ineens’ een rode lap met een stier…

Omdat ik het nu al zo lang doe heb ik wel meer besef van wat gevaar oplevert en wat veilig is. En kan ik soms ook spelen met de grenzen. Dus ga ik soms wel uit eten met het gezin en lig ervoor en erna gewoon standaard 2 dagen plat, ongeacht hoe ik me voel en pak dus niet pas de rust als ik voel dat het nodig is. En zo schuif ik heel langzaam de grenzen op van wat kan en wat niet kan. 

Ik verzet me niet meer maar ga mee met de stroom en kom zo verder dan voorheen. Kennis van wat mijn rode lap doet groeien heb ik inmiddels wel, misschien heb jij ook wel iets aan onderstaande tips die voor mij goed werken:

  • Schaf multitasken af. Gewoon niet meer doen, nergens goed voor, is ook niet goed voor mensen die niets mankeren. Per keer één ding met je volledige aandacht doen. Is je taak af, dan na rust door na de volgende taak.
  • Ik heb gemerkt dat grensoverschrijdend gedrag vaak samen gaat met bepaalde denkpatronen en ingesleten gedrag. Verkeerde triggers herkennen helpt je gedrag op tijd te stoppen. Verkeerde triggers zijn mij bijvoorbeeld;
    • denken: ‘even snel dit doen’
    • iets gaan doen en dan met iets anders beginnen voordat ik de eerste activiteit af heb (dit is niet zozeer multitasken dan wel snel afgeleid zijn en vergeten waarom ik een kamer binnenloop en daar dan ineens weer een nieuw idee krijgen).
    • iets gaan doen omdat je anticipeert op later. Dus nu naar de kapper gaan en alvast de wasmachine aanzetten, zodat je die kunt ophangen als je terug bent. Maar nu weet je helemaal niet hoe je je straks voelt na buitenshuis zijn geweest. Je moet de wasmachine pas aanzetten als je zeker weet dat je de was ook straks kunt ophangen en niet omdat hij toch al gedraaid is en je hem gaat ophangen ten koste van de energie die je voor het koken nodig had.
  • Gooi lijstjes overboord. Zodra ik een lijstje maak, voelt het als iets wat moet gebeuren. Zonder het lijstje weet ik ook wel wat er gedaan  moet worden.
  • Ben je wel een lijstjesmens, maak dan een dagindeling met taken. Schrijf op wat er moet gebeuren aan terugkerende dagelijkse handelingen, kijk hoeveel tijd dat kost en wat er nog over blijft. Dan kun je een extra activiteit kiezen om te doen. Ik heb bijvoorbeeld inmiddels een goed besef van wat moet en wat ik wil. Moeten zijn de dingen die dagelijks terugkomen. Bij mij is dat op dit moment: douchen & aankleden, de was bijhouden en koken en 2 keer in de week naar een behandelaar. Al het andere is extra. Dus geef ik voorrang aan genoemde dingen. Als dat op de rit staat, zie ik wel of er ook ruimte is voor iets anders.
  • Ik ben tegenwoordig erg flexibel. Begin ik iets en lukt het toch niet. Nou dan niet.
  • Negeer stemmen in je hoofd. Stemmen hebben te maken met verwachtingen, word je alleen maar gefrustreerd van. Lukt iets niet, gaat het je te traag? Verbind er geen oordeel aan. Het is zoals het is en als je boos wordt, kost dat je alleen maar energie die er toch al niet is.
  • Pas je plannen à la minute aan. Sta je boven de bedden te verschonen en gaat de telefoon? Besef je dan dat opnemen en een gesprek voeren ook een activiteit is, eentje die onverwacht is maar wel met een impact. Dus:
    • neem je op en pak je daarna rust en laat je de bedden voor wat het is. 
    • Of je laat de telefoon rinkelen en je belt terug op een moment dat het jou uitkomt (deze is cruciaal voor mij. Ik kwam er achter dat veel van mijn energie vervloog doordat ik niet besefte wat een impact onverwachte dingen op me hebben zoals mensen die aanbellen/opbellen?)
  • Doe alles in een langzamer tempo dan je gewend bent. Ook toen ik al een paar jaar ziek was, bewoog ik me met het tempo dat ik vroeger had. Dat put uit en triggert enorm op een verkeerde manier. Alles zo rustig doen dat je nooit buiten adem raakt is een mooie houvast hiervoor, zo ga je vanzelf vertragen.
  • Leef in het NU. Wat nu is hoeft morgen niet te zijn. Wat gisteren was, is voorbij. Elke dag kun je opnieuw beginnen, ook met pacing. En oefening baart kunst. Hoe meer ik doorhad waar ik mijn energie überhaupt aan wil besteden, hoe beter ik grip kreeg op wat ik deed. 

Dus Loes, om terug te komen op de vraag ‘hoe pak jij pacing aan? Dat lukte pas nadat ik eerst iets anders aanpakte. Om pacing te beheersen, moet je ook impulsen kunnen beheersen, de dwang van moeten opzij kunnen zetten en je verwachtingen van wat kan volledig bijstellen.

Dit zijn mijn tips. Misschien hebben anderen ook tips of ervaringen om te delen met Loes? 

Snottebel

Ik heb last 
van ongewenste gasten
die mijn bed bevolken,
mijn bank bevuilen
en ervoor zorgen
dat mijn voorraad zakdoeken
wordt opgeslokt.
Een kop vol snot,
pijn in de strot
en dan toch chocola willen
ook al proef ik het niet.
Want van het idee
alleen al 
knap ik wat op. 
Nu nog een 
verse lading 
zakdoeken inslaan
en mijn dag
kan niet meer stuk.
Al kan je dat
van mijn neus 
bepaald niet zeggen…

Chef sorteercentrum

Een brein is als een hal
waar heel veel prikkels binnenkomen.
In de hal verzamelen ze zich
en reizen dan verder,
naar andere hallen.
Soms worden ze
even in de wacht gezet.
Soms mogen ze meteen doorreizen.
Sommige prikkels moeten 
even geduld hebben,
tot hun emotie zich 
ook heeft gemeld
of de lichamelijke reactie.
U begrijpt,
het is een enorme drukte
in de hal.
Daarom hebben we
Chef Sorteren
in dienst genomen.
Hij houdt bij
wie er binnenkomt,
wie meteen doorreist
en wiens reisgezelschap
nog niet compleet is.
U ziet,
het is heel wat
om Chef Sorteercentrum te zijn!
In mijn ME-brein
werkt ook 
een Chef Sorteercentrum.
Maar dan eentje
die kleurenblind en overwerkt is,
pijnprikkels voor emoties aanziet,
vermoeidheid verbindt met herinneringen,
inspanning koppelt aan pijn,
het niet begrijpt
wie nog op wie wacht
en daarom iedereen
maar laat zitten 
in de centrale hal.
Dus die centrale hal
van mijn brein
is een speelplaats
voor prikkels
die gaan klieren
en kattenkwaad uithalen
en verstoppertje spelen.
Zo gaat dat
als niemand de leiding neemt.
Dus ik dacht,
dat ga ik wel even doen!
Ik schoof Chef Sorteren opzij
en ging aan de slag
met lijsten en aanmeldformulieren,
met tijdschema’s en stopwatches.
Om er vrij snel
achter te komen
dat het nog niet zo simpel is,
om Chef van het sorteercentrum te zijn.
Hoe meer ik riep
dat de rij 
hier begon
hoe minder
er naar mij
geluisterd werd.
Héél onattent.
Dus sloot ik de deuren
en hing een bord
op de deur 
van de hal.
Met ingang van heden
verboden voor:
harde geluiden
onaangekondigd bezoek 
verplichtingen
veel drukte
gluten
lactose
stress
moeten
plannen
wilskracht
en het verleden.
Vrije doorgang voor
katten
chocola
boeken
man en kind
En nu?
De hal is leeg,
nou zo goed als,
vind ik dan toch.
Af en toe 
gaan de deuren
op een kier
en mogen 
er prikkels
naar binnenkomen.
Niet te veel
en niet te vaak.
Want de hal
wordt opgeknapt.
Veel deuren naar kamers
worden gesloten,
kasten worden weggehaald
en het archief gaat
in de papierversnipperaar.
Ik ga voor een
minimalistische look,
lekker overzichtelijk
met veel ruimtelijk effect
en een meditatiehoek
voor Chef Sorteren
zodat ik die man
gerust zijn werk 
kan laten doen.
Kan ik dat
ook eindelijk loslaten…

Genieten met een Hoofdletter

Kat Gerrie woont nu precies één jaar bij ons. Hij kwam vorig jaar eind augustus de keuken binnenwandelen, na ruim 2 jaar voorverkenningen te hebben gedaan en sindsdien is het snel gegaan. Vanaf oktober sliep hij ook in de nacht binnen en in maart werd hij gecastreerd en gechipt. En daarvoor en daarna werkten we hard aan zijn socialisatie. Hij was niet gewend om aangeraakt te worden, had overduidelijk nog nooit in een huis gewoond en was niet gewend om met andere katten om te gaan. Hij keek dan ook zijn ogen uit om te achterhalen hoe de interactie tussen mens en dier en kat en kat hier ging in huis. En hij leerde snel. Heel snel.

Deze kat lijkt echt helemaal niets te hebben overgehouden aan zijn toch behoorlijk heftige verleden. Oké, hij wantrouwt nieuwe mensen die hier op bezoek komen en houdt gepaste afstand. Maar kom je hier regelmatiger langs, dan komt hij uiteindelijk toch wel even snuffelen. Maar buiten dat vind ik hem buitengewoon sociaal en relaxt geworden. Hij speelt, knuffelt, ligt tegen ons aan en tussen ons in, kletst ons de oren van de kop, laat zich kammen en ontvlooien, eet alles wat hem voorgezet wordt met smaak op (en vraagt onmiddellijk om meer) en straalt 24 uur per dag uit dat hij Heel Erg Gelukkig Is. En dat is zo fijn om te merken. Want hoewel ik dol ben op al onze katten zal Moos altijd zijn moodswings houden,, is Smoes altijd nerveus en is Dibbes nu eenmaal enorm hysterisch. Maar Gerrie is gewoon Gerrie. Helemaal zichzelf en heel erg gelukkig.

De wereld en ik

Net als anderen heb ik grote moeite met wat er in de wereld gebeurt momenteel. Dat had ik al – er is altijd wel ergens iets heel erg aan de hand – maar door de sociale media worden we steeds beter op de hoogte gehouden van alle drama’s. De persoonlijke vakantiehoogtepunten van vrienden staan in steeds scherper contrast met de drama’s die er op de tijdlijn van mijn FB-account binnenkomen. Want een FB-account is niet alleen een manier om contact te houden met de (vaak schijn)wereld van onze kennissen en vrienden maar ook een manier om op de hoogte te blijven van wat je interesseert. Dus komt er dagelijks een curieuze spagaat mijn wereld binnen van vluchtelingenleed, dierenleed,  gezondheidsnieuws en paleorecepten naast de vakantiekiekjes van de GEWELDIGE VAKANTIE WAT IS CHILI TOCH MOOI!- van mensen waar ik vroeger veel mee omging.

Met die vakantiekiekjes kan ik vaak niets, het voelt toch als gluren in andermans foto-album, soms is het zó intiem. Het getoonde leed op mijn tijdlijn is meestal iets waar ik actie tegen moet ondernemen. Dus teken ik tegen de praktijk om de wil van olifanten te breken, tegen hond-zwijngevechten in de VS, volg ik op de amivedipagina welk dier in mijn omgeving wordt vermist en soms ook weer wordt gevonden en zie ik soms foto’s waarvan ik lang en hard moet huilen.

De inmiddels wereldberoemde en schokkende foto van de 3-jarige kleuter Aylan is niet meer van mijn netvlies te halen. Zonder de foto was mijn inlevingsvermogen ook al wel voldoende. Neemt niet weg dat dit ene beeld meer zegt dan 1000 woorden. Het komt allemaal zo hard binnen.  En dan zit ik nog droog en veilig met een dak boven mijn hoofd. Dat levert een schurend gevoel op. Het gevoel overheerst dat ik niet weet wat ik hier aan kan doen. Geld geven voor opvang, ja natuurlijk. Maar verder? Ik heb niet de illusie dat ik een getraumatiseerde vluchteling kan opvangen in eigen huis. De realiteit is dat je denkt aan een schattige kleuter die hulp nodig heeft maar die blijkt in het echie een volwassene te zijn die je hoogstwaarschijnlijk niet verstaat en hulp nodig heeft die je niet kan bieden. Neemt niet weg dat ik respect en bewondering heb voor de mensen die wel vluchtelingen in huis nemen.

Daarbij komt dat ik niet in de situatie ben om iemand in huis op te nemen. Bezoek trek ik net, als ze niet te lang blijven. Dat besef draagt bij aan een machteloos gevoel wat als ik niet uitkijk omslaat in boosheid. Het lijkt allemaal zo zinloos. Dat maakt ook dat ik nu zoveel moeite heb met het gewone dagelijkse leven. Maar ik besef me ook dat het september is. En dat ik gewoon braaf mijn vitamine D pillen moet gaan slikken. Want vallende blaadjes en het gemoed, dát verhaal. Misschien is het ook al weer tijd voor de daglichtlamp. En dat ik ongesteld ben zal ook niet echt meehelpen.

Neemt niet weg dat het drama groot is en moeilijk te vatten. Hoe vind je als gewoon individu hier een omgang mee? We verkeren niet allemaal in de situatie dat we een stichting kunnen oprichten en met een bus vol spullen naar Kos kunnen rijden. Hoe zoek jij die balans?

Kwijt

Ik ben mijn fut kwijt.
Ineens
was ie foetsie.
Ik keek onder de kast,
in de kast, áchter de kast.
Geen fut in, op of achter de kast.
 Waar dan wel?
Ik zoeken,
je kent dat wel.
Roepen, lokken, 
boos worden,
dreigen.
Maar wie kwam?
Een kat, nog een kat,
tot ik er vier zag,
maar geen fut.
De fut is foetsie
uiteen gevallen
in een heleboel deeltjes.
De fut gaat naar
heel veel dingen
die op dit moment
mijn aandacht vragen. 
Dus ga ik vandaag
lekker in bed liggen,
wachten tot de fut
lekker bij me kruipt.
Kan ie even bijtanken, 
en ik ook.

Hergebruik

Een beetje hamster ben ik nog steeds wel. Hoewel ik al heel veel wegdeed het afgelopen jaar (of liever gezegd: gewoon eens ging opruimen en uitzocht wat weg kan) kost dat soms toch nog heel veel moeite. Het hele schattige kattenhol bijvoorbeeld, wat ik van mijn bonuspunten bij de dierenwebshop in huis haalde en echt categorisch werd genegeerd door alle 4 de katten, ondanks inspuiten met feliway, kattenkruid en andere drugs, verhuisde van de woonkamer naar de kleine kamer boven. Want wegdoen, nee dat doen we niet. Ze gaan vast en zeker boven wel in dat ding liggen.

kijk dit, maar dan crème met schattige poezenpootjes erop

Maar nee, in plaats daarvan doen de lege wijnkistjes het hier echt enorm goed. Na nog minimaal 3 keer het kattenhol te hebben verplaatst waarbij ik een twijfelachtig succes haalde doordat Smoes er 1 keer 5 minuten in ging liggen, heb ik nu met mezelf een compromis bereikt: de tent gaat weg maar het zachte kussentje dat erin hoort, mag blijven. En dát ligt nu in een leeg wijnkistje. Het kattenhol zelf zit inmiddels in een vuilniszak en gaat naar de kringloop op de eerste vrije dag van M. Tenminste, ik denk dat het gaat lukken hem weg te doen. Tenzij één van de katten er in gaat liggen voor die tijd,want zo zijn ze dan ook weer wel. Wat geschikt is, is niet interessant en wat weg gaat of waar een andere kat op ligt, wordt een fel begeerd object

niet weg gooien hoor, deze lege wijnkist ligt echt véél fijner!

We gaan het zien. Het zit nu eenmaal in mij (en in heel veel mensen) om te denken dat iets nog altijd ergens anders voor gaat worden gebruikt.
Dus bewaren we het voor ‘als dan en ooit’. En dat mag niet, weten we nu na de Marie Kondo rage. Zelden of nooit ga je namelijk iets toch nog wel gebruiken. Maar mij is het gelukt! Waarbij andere op te ruimen en te verwijderen zooi ineens weer anders wordt bekeken, helaas ;-).

bewijs van de kluslust, wel heel mooi toch?

Want wat is het geval? Het is jullie vast niet ontgaan dat mijn kluslustige man mij bevestigde in mijn angst dat een thuisblijfvakantie zou ontaarden in een klusvakantie door een wijnrek te bouwen. Wijnrek 1 en 2 waren niet meer goed. Het waren er namelijk 2 en dat kon niet. Want dat was rommelig (ik praat nu even de kluslustige man na, ik heb zelf geen mening over wijnrekken) en bovendien was er niet voldoende ruimte voor de als maar uitdijende wijnverzameling. Mijn oplossing van minder wijn kopen en drinken werd weggelachen, er moest dus een über wijnrek komen. Het resultaat zien jullie hiernaast —>

Afijn, 1 wijnrek erbij betekent 2 wijnrekken wegdoen. Maar toen zei de hamster in mij toch heel hard HO! Want kunnen we er niet iets mee met zo’n wijnrek? Handdoeken oprollen en erin leggen. Mwah. Katten parkeren die vervelend doen? Neuh. Maar wel: koekenpannen erin doen! Die stonden gestapeld en ik had natuurlijk dan altijd de onderste pan nodig en dan moest ik de andere zware pannen optillen, ach en wee, wat was dat erg.

Dus ik presenteer met trots mijn pannenkast/rek/ding:

Het gaat natuurlijk helemaal nergens over – sorry voor de non-blogpost maar ik ben er wél heel erg blij mee. Het rek staat naast het fornuis, ik hoeft niet meer de bukken (moest ik wel op de oude plek) en het is beter te hanteren voor mij omdat ik niet meer 3 pannen op hoef te tillen om een pan te pakken. Dat is nu een win-winsituatie (hergebruik/niets weggooien) en dat betekent dat er misschien voor het kattenhol ook nog hoop is, misschien wel een fijn schuilplekje voor het egeltje in de tuin….ik ga het hol nu maar uit de zak halen…