Snel en Efficiënt

Ergens in de loop
van mijn leven
kwam ik een
onafscheidelijk stel tegen
dat ik sindsdien niet
van me heb weten
af te schudden en
mijn grootste vijand werd.

Was het in de tijd
dat ik bij een uitgeverij werkte
en meer op mijn bord kreeg
dan ik aankon?

Of was het toen ik
als kok werkte
en elke bestelling
zo snel mogelijk
op tafel moest staan,
in één keer goed?

Of misschien in de tijd erna
toen ik weer op kantoor werkte
en van reorganisatie
naar reorganisatie hobbelde
steeds harder werkend
met steeds meer stress?

Of toen ik tussendoor
een opleiding deed,
want ik moest immers
er uit slepen wat
er uit te halen viel?

Of was het toen ik een kind kreeg,
al mijn sociale contacten
probeerde te onderhouden,
en trapte in de val van
alle ballen in de lucht houden’
omdat ik dacht dat dit moest?

Afijn, ergens onderweg
kwam ik dit stel tegen,
‘Snel’ en ‘Efficiënt’,
de doodsteek voor
een ontspannen gevoel.
Bots je eenmaal tegen ze op
dan is afschudden
helemaal niet zo makkelijk.

Nu ik weet
wat ze aanrichten
zoek ik
naar andere manieren
van doen.
Langzaam,
in slow motion,
onthaastend,
genietend.

Maar op het moment
dat ik een goede dag heb
en de energie voel borrelen
word ik weer besprongen
door ‘Snel’ en ‘Efficiënt’
ook al weten ze
dat ze op mijn lijst
van verboden dingen staan,
net als
Moeten,
Multitasken,
Verplichtingen,
kortom alles waar
mijn amygdala van gaat steigeren.

Beter worden is
afleren van aangeleerd gedrag
en aanleren van afgeleerd gedrag.
Want ooit was ik een kind
met alle tijd van de wereld,
uren starend naar
kleine dingetjes
die op dat moment
het belangrijkste waren.

Ik denk zomaar
dat ik dat kind
weer tegenkom
als ik ‘Snel’ en ‘Efficient’
heb weten af te schudden.

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet: het is een vrouw en ze fietst.

Het is tien over half 9.
Zojuist bracht ik
Zoon naar school
en nu fiets ik
op de dijk.

De geur van de herfst
hangt in de lucht.
Er zijn al
wat boten
op het water
en onderweg
kom ik ook
veel fietsers tegen.

Bij elke fietser
heb ik de neiging
hard te gaan gillen
Joehoe, zie je mij?
Weet je wel
wat voor wonder
het is
dát je mij ziet
zo op de fiets
in de ochtend
op de dijk?

Dat wil ik roepen
maar doe het niet.
De fietsers
zien niet bijzonders.
Een vrouw
op een fiets,
lekker belangrijk.

In plaats daarvan
lach ik voluit
en iedereen
lacht terug
naar die vrouw
op de fiets
die een wereldwonder is
zonder dat anderen
het zien.

Ik word beter
en anderen
zien dat niet
aan mij.
Dat geeft niet,
ze zagen
meestal ook niet
dat ik ziek was.
Niet als
ze me zagen
en ook niet
omdat ze me
bijna nooit zagen.

Wat maakt het uit.
Ik fiets
op de dijk
in de ochtend
Ik geniet
en lach,
naar anderen
en vooral
naar mezelf

Bruiloft

Het is dinsdag.
Ik ben op een bruiloft.
Vriendin I. is getrouwd.
Met G.

Of ik wil komen?
Tuurlijk wil ik komen!
Of dat haalbaar is,
dat is de vraag.

En tussen het telefoontje
met de vraag
of ik in staat ben
om te komen
en vandaag
zitten weken van
enorme sprongen.
Dus ben ik op een bruiloft.

Ik zit aan tafel
met veel mensen
in een grote hoge ruimte.
Iedereen praat
geanimeerd met elkaar.
Ik ook.
Ik doe mee
alsof ik dit dagelijks doe.

M. weet wel beter,
die houdt mij
strak in de gaten.
Ik doe alsof
mijn neus bloedt.

Toch voel ik me
als een kind
op hoge hakken.
Als iemand
die fietst
zonder zijwieltjes.
En ook alsof
ik van Mars kom
en zojuist ben geland
op Aarde
om te bestuderen
hoe een bruiloft
gevierd wordt.

Dat en nog veel meer
gaat er door mij heen
zo zittend op de bruiloft,
druk pratend met anderen
en kijkend
naar vriendin I.
die ik zo graag
wilde zien
op de dag
dat zij trouwt.

Als ik thuis kom
ben ik heel erg
wild in mijn hoofd
en het duurt lang
voordat de boel
wat kalmeert.

Dat geeft niet,
vriendin I. was
ook wat wild in
het hoofd
en ging ook
laat naar bed
vertelde ze
de dag erna.

Zie je dat?
Ik doe mee.
Ik hoor er bij.
Nog niet altijd
maar wel soms
voor een paar uur.
En dat is genoeg
voor nu,
voor mij.