
Er was een tijd, nu 5,5 jaar geleden, dat ik 24/7 op bed lag in een verduisterde kamer. In het donker, zonder geluid, zonder aanraking en zonder gezelschap. Ik verdroeg namelijk niets.

Er was een tijd, nu 5,5 jaar geleden, dat ik 24/7 op bed lag in een verduisterde kamer. In het donker, zonder geluid, zonder aanraking en zonder gezelschap. Ik verdroeg namelijk niets.

Waarschuwing: ongenuanceerd
Een bericht op Facebook. Een oud-collega deelt dat ze MS heeft. Ze treedt er voor het eerst mee naar buiten. “Wat erg,” denk ik. Ik lees verder.
Ze schrijft dat ze inmiddels een team om zich heen heeft: een MS-verpleegkundige, een neuroloog, een ergotherapeut, een fysiotherapeut…En dat dat haar het gevoel geeft dat ze hier wel een weg in gaat vinden.
En ineens breekt er iets open.
Ik voel de tranen komen. Pijn. Boosheid. Rouw.
Want ik had géén team. Nog steeds niet.
Ik kreeg te horen dat ik er maar mee moest leren leven. Niet hoe, gewoon: leer er maar mee leven.
Geen begeleiding. Geen uitleg. Geen waarschuwing.
Ik wist niet dat ik achteruit kon gaan als ik over mijn grenzen ging. Dat vertelde niemand mij . Niet over de gevaren van PEM.
Artsen zeiden dat ik lotgenoten beter kon vermijden. Want ik zou maar gepreoccupeerd worden.
Er werd ook gezegd dat er niks over ME bekend was. Dat dat kwam doordat er nauwelijks onderzoek werd gedaan, vergaten ze erbij te vertellen.
Wat pacing was, leerde ik pas tien jaar later. Van lotgenoten.
Tien jaar later! Toen was het al te laat.
Nu leef ik grotendeels in bed.
Ik verdeel mijn dag in twee, soms drie, korte blokken van cognitieve activiteit. Een half uur per keer, als het lukt.
Fysieke activiteiten zijn tandenpoetsen, eten, naar het toilet gaan. Ja, ook eten telt, want daar moet ik uren van bijkomen.
Ik gun mijn oud-collega haar team van harte. Maar ik had het mezelf ook zo gegund.
Dat de medische wereld nog steeds zo is ingericht dat de één bij aanvang van ziekte een heel zorgteam krijgt en de ander naar huis wordt gestuurd met de boodschap “zoek het maar uit”
vind ik onverteerbaar en diep kwetsend.
Want ME en MS zijn in ziektelast vergelijkbaar. Ernstige ME is net zo invaliderend. Maar voor ME-patienten zijn er geen MS-verpleegkundigen. Geen multidisciplinaire teams. Geen standaardtrajecten. Geen erkenning in de opleiding.
Geen toegang tot passende zorg.
Waarom?
Leg het me uit!
En ja, natuurlijk leef ik mee met mijn oud collega. Ik heb haar veel sterkte gewenst. Deze reactie van mij, jaloers en misschien kleinzielig, komt voort uit 17 jaar verwaarlozing en moeten knokken voor mijn zorg.
Naast ME heb ik inmiddels ook een trauma over hoe er met ME-patienten wordt omgegaan. Ik ben gekwetst tot op het bot. Mijn leven is weg. MIsschien zou ik met een team om mij heen en op tijd zorg op maat wel een kans hebben gehad op een leven dat zich niet in bed afspeelt.
Ik kreeg geen kansen omdat ik niet op het prioriteitenlijstje van anderen stond.

Het is….
pijn hebben, 24 uur per dag;
’s ochtends wakker worden en niet weten hoe de dag door te komen;
isolement en eenzaamheid;
ziek en dik worden van medicatie, terwijl je tegelijkertijd ook zieker zonder wordt;
een enorme inperking van je vrijheid;
angst, voor wat komen gaat;
niet toe komen aan verwerking , omdat je er altijd midden in blijft zitten;
ongewassen in bed liggen en te ziek zijn voor persoonlijke hygiëne;
geen licht en geluid verdragen;
de controle over je darmen verliezen;
niet naar een arts toe kunnen gaan als je andere klachten ontwikkelt die niets met de ME te maken hebben;
niet naar een arts kunnen gaan vanwege de ME-klachten, want er zijn nauwelijks ME-specialisten;
vaak geconfronteerd worden met mensen die het beter menen te weten. Die stellen dat als je “gewoon” dit of dat doet, het wel goed komt;
vrienden verliezen, omdat ze je niet geloven of zich niet meer op hun gemak voelen bij jou of omdat jou “vergeten” makkelijker is;
je ergste angsten onder ogen moeten zien en niet weten hoe lang dit nog duurt;
na moeten denken over wat kwaliteit van leven voor jou inhoudt en of je dit leven wilt blijven rekken;
foto’s ontvangen van je familieleden als ze op stap zijn zonder jou;
je gezin uitzwaaien als ze weggaan zonder jou mee te vragen, omdat ze het antwoord toch al weten. Maar toch doet het pijn;
schaamte, voor hoe je erbij ligt;
Maar het is ook…🌹
schoonheid zien in de streep zonlicht op de muur;
giechelen met lotgenoten om grapjes die alleen “onder ons” begrepen worden;
vriendschap ontvangen uit onverwachte hoek;
genieten van die ene merel die vlak bij je raam enorm zijn best doet, speciaal voor jou lijkt het;
toegroeien naar je partner en kanten van hem zien die je liefde alleen maar doen aanwakkeren;
dankbaar zijn voor een enorme goed liggend matras;
gezelschap van viervoeters die voorkomen dat depressie toeslaat;
foto’s ontvangen van mensen die me zo mee laten genieten van de natuur;
kaartjes en pakjes “zomaar” ontvangen en zo voelen dat ik niet vergeten word.
Martine
(Geschreven vanuit mijn herinnering hoe het vier jaar geleden was, toen ik in het donker lag en niets verdroeg)

Heel langzaam is er een beetje progressie in de zin van dat de PEM afzwakt. Ik voel me iets minder ziek, in vergelijking met de afgelopen twee maanden. Ik schrijf het met wat aarzeling op want ME is natuurlijk zo grillig als wat.
Terug op mijn oude baseline ben ik nog lang niet. Ik zie in mijn Fitbit app dat ik weer dramatisch weinig stappen zet op een dag. Dat zijn vooral stappen naar het chemische toilet hierboven en soms naar de badkamer. Al lukt dat nog niet dagelijks.
Eerlijk gezegd zakt de moed me in de schoenen. Ik heb het gevoel weer helemaal opnieuw te moeten beginnen. Nou ja, het is niet eens een gevoel hè, het is de realiteit. En ik vraag me af hoe vaak ik nog opnieuw moet beginnen.
Het was een hard bevochten vrijheid die ik had en die door externe gebeurtenissen die ik niet in de hand had, is verdwenen.
Wat ik van plan ben is een paar weken op dit plateau van rust en platliggen te blijven terwijl ik me wel nu wat minder ziek voel, zodat ik hopelijk echt wat stabieler kan worden.
Van daaruit hoop ik wat voorzichtige stapjes te gaan zetten. Heel langzaam gaan opschuiven. Net zoals ik twee jaar geleden heb gedaan. Dan heb ik het echt over wat extra stapjes naar de badkamer of de dagkamer. Eens wat langer overeind zitten en hopelijk weer eens naar beneden gaan.
Duimen jullie mee dat ik dit voorjaar toch in de tuin kan liggen?
Nu ik langzaam mijn activiteiten uitbreid en dit tot nu toe goed gaat, gebeuren er verschillende dingen in mij en met mij.
Er is meer veerkracht en er is in mij ook weer meer vertrouwen in die veerkracht en in mijn lijf. Waar mijn directe omgeving nog regelmatig zeer gematigd en voorzichtig reageert (wat ik begrijp), voel ik echt mijn krachten weer terugkomen. Natuurlijk wel binnen de termen van iemand met ernstige ME. Ik moet echt alles vanaf nul opbouwen. Ik zette drie jaar geleden bijvoorbeeld 30 stappen op een dag, van en naar het toilet. Ik liep dus alleen nog functioneel.
Dat is heel langzaam uitgebreid. Door bijvoorbeeld in het begin eens een keer naar de wastafel in de badkamer te lopen. En toen twee keer per week. Toen naar de dagkamer. Beneden ging lonken dus ging ik ook af en toe met de traplift naar beneden.
Inmiddels ga ik dagelijks een of twee keer per dag naar beneden en loop ik ook vrij makkelijk de tuin in, zonder dat dit tot een terugslag leidt.

Dit alles heeft wel 3,5 jaar in beslag genomen. Het was dus een langzaam proces met heel veel geduld en met veel leren aanvoelen waar mijn grenzen liggen en daar vlak voor blijven. Als je mij 3,5 jaar geleden had verteld dat het zo lang zou duren tot ik dagelijks weer naar beneden kon gaan, zou dat een niet te nemen hobbel hebben geleken. Een proces dat enerzijds onmogelijk leek, ik dacht dat ik dood ging, en anderzijds te lang leek te duren.
Iemand schreef mij in die periode dat uitbreiden echt heel langzaam moest gaan en dat het jaren zou duren voor ik weer op een heel klein basisniveau van functioneren zou zitten. Ik vond dat toen echt enorm ontmoedigend hoewel de schrijfster van dat advies het bedoelde als ‘wanhoop niet, er is echt wel weer wat mogelijk, ook al zie je nu niet in hoe’. Ik las alleen maar dat het jaren in beslag kon nemen om bijvoorbeeld weer even de tuin in te kunnen lopen. Áls het al zou lukken.
Die jaren waren echter echt nodig. Om eerst de achteruitgang te stoppen, toen te stabiliseren, toen vertrouwd te raken met de hele subtiele signalen van mijn lijf, zodat ik leerde wanneer het stoplicht op oranje stond.
En nu ‘ineens’ kan er heel veel meer. Voor de buitenwereld is dat soms een wonder. Want eerst lag ik plat en nu ga ik naar het strand. Hoezee! En hoe kan dat nou! Wat een geweldig medicijn!
Er zijn echter tienduizenden stapjes gezet, er is gehuild, gerust, nagedacht over hoe hier uit te komen, van alles uitgeprobeerd aan medicatie wat meestal niet werkte en ik heb me door stapels bijwerkingen geworsteld. Ja, ik reageer goed op de Low Dose Abilify maar de vooruitgang is een samenspel van heel veel facetten die niet altijd zichtbaar zijn voor anderen.
Waar ik in de periode van mijn grote crash eigenlijk altijd in PEM zat en dus ook nooit meer kon herleiden wat de oorzaak was, is dat nu echt vrijwel altijd aan te wijzen en is de oorzaak meestal een uitstapje, bezoek van iemand, of een grote emotionele trigger. Dat laatste heb je natuurlijk nooit in de hand maar de rest wel. Het zijn keuzes die ik maak om het leven wat sjeu te geven. Ik lig nog steeds voor het merendeel op bed en kunnen uitkijken naar een uitstapje, een rolstoelwandeling, of bezoek, maken de lange uren dat ik nog steeds verplicht moet rusten, dragelijker.
Er komt inmiddels ook meer mentale ruimte om te verwerken wat er gebeurd is de afgelopen jaren én om echt te genieten van wat weer kan. Was het de eerste keren dat ik eropuit ging met Mischa volslagen onrealistisch en niet te bevatten, nu komt alles gewoon wel weer meer naar binnen zoals het is.
Dat is positief. Ik sta tegenwoordig dichter bij mezelf en bij wat ik ervaar. Ik sta (nou ja, zit en lig) steviger in mijn schoenen en maak gerichtere keuzes dan vroeger met wat ik met mijn energie wil doen. Ik sta mezelf ook nu eindelijk toe om te genieten van wat er kan en besef dat ik gewoon echt ook enorm veel geluk heb gehad. Niet iedereen is dat gegeven helaas, weten we in deze week waarin we weer afscheid moesten nemen van een lotgenoot.
Heb jij aanvullingen?
Tekst en posters: Martine – Min of Meer












Soms ontmoet je iemand en is er een klik op alle niveaus. Dat gebeurde bij mij met Dascha. Ik leerde haar kennen in 2019 toen ik mee mocht doen met een kunstexpositie in Gent over ME. Zij organiseerde dat vanuit de Vlaamse patiëntorganisatie 12ME.
We raakten via mail aan de praat, “praatten” nog meer, begonnen elkaar dagelijks pb’s te sturen en ‘ineens’ had ik er een boezemvriendin bij. Zo’n vriendschap waarbij je aan een half woord genoeg hebt, iemand met wie je kunt lachen en huilen en alles kunt delen.
En er was herkenning, zoveel herkenning. “Mijn” ME manifesteert zich anders dan “haar” ME maar buiten de individuele symptoomkenmerken is de ondertoon van onze ervaring gelijk.
We rouwen, we moeten ons leven organiseren rondom het ziekzijn, we zien de mensen uit ons gezin niet zo vaak als we willen op een manier die we willen, het moederschap is vaak pijnlijk door de gemiste momenten en we voeden onze kinderen op op de vierkante millimeter die ons gegund wordt.
We zitten buiten dat vol dromen en ambities en maken er ondanks onze ernstige ME het beste van.
Dascha kreeg ME in 2016 na een CMV infectie die zij opliep via de opvang van haar zoontje. De eerste tijd na de besmetting was zij al ernstig ziek, maar kon nog wel wat stappen zetten of even overeind zijn. Ze ging steeds verder achteruit en na ongeveer anderhalf ziekzijn kreeg ze de diagnose CVS, in België spreekt men nog zelden over ME.
Zoals gezegd uit ME zich bij velen op een eigen manier. Dascha heeft ernstige hyperacusis. Dat betekent dat zij fysiek ziek wordt van geluid.
Lichtprikkels zijn ook te zwaar voor haar. De combinatie van ziekzijn met deze klachten en een klein kind hebben, werd te zwaar
Ze verhuisde terug naar haar ouders in Nederland die haar verzorgden en ondertussen werd er naar een permanente oplossing gezocht in de vorm van zelfstandig wonen met thuiszorg.
Sinds twee jaar woont ze weer in Gent in een zorgwoning en koopt zij haar zorg in. Haar zoontje ziet zij eens per week als hij haar daar bezoekt en verder hebben zij dagelijks een contactmoment via videobellen.
We hebben vaak tegen elkaar gezegd dat mensen zouden moeten weten hoe het is, op deze manier leven. De problemen die zij tegenkomt, de zorg die ineens afzegt, de voorraad eten die soms op is maar dan te ziek zijn om een nieuwe voorraad in ontvangst te nemen.
De dagelijkse beslommeringen zijn eindeloos en worden met veel creativiteit het hoofd geboden. Ze zijn het waard verteld te worden. En dus gaan we dat doen.
Martine en Dascha

Nu ik wat beter word en iets makkelijker een dag alleen gelaten kan worden, mits alles wordt klaargezet, gaat Mischa vaker op stap. Concerten, met vrienden eten, een voetbalwedstrijd…
Dat wekt tegenstrijdige gevoelens op. Het is heerlijk om te zien dat hij blij thuiskomt. Als er iemand wat ontspanning verdient na alle stress van de afgelopen jaren, dan is het wel mijn mantelzorger.
Even proeven van het normale leven waarin mensen elkaar ontmoeten en er geen restricties zijn zoals langzaam of zachter praten, muziek die opgezet kan worden, een groot gezelschap waarvan genoten kan worden….het zijn de krenten in de pap.
Maar er is ook een keerzijde. Voor mij. Ik blijf achter, altijd. Ik zwaai hem vrolijk uit en ben alleen met mijn gedachten. En hoewel ik goed verzorgd achter blijf, is er toch een heel zielig mens in mij dat zwelgt in het moment. Dat zich afvraagt of ze er überhaupt nog wel bij hoort. Dat ziet dat haar partner een eigen leven heeft buiten de bubbel waarin wij leven. Hoezeer ook gegund, het is pijnlijk.
Ik wil ook samen op stap, uit eten, naar een museum, een concert (nou vooruit, ik heb geen behoefte aan een voetbalwedstrijd 🙈…) En dat wil ik samen met mijn vent doen.
Dit is de periode in ons leven dat er ruimte zou moeten zijn om weer veel met elkaar te ondernemen. Kind uit huis en veel tijd voor elkaar.
Hoe anders is de werkelijkheid. En hoezeer ik hem zijn uitjes gun, het schuurt en het wringt. Want het klopt niet. Ik wil ook.

In 2019 had ik zo’n erge crash dat persoonlijke hygiëne een “ding” werd. Douchen lukte zelden, maar gewoon wassen was ook een brug te ver. Gewassen worden was te overprikkelend, dus deed ik maar wat met vochtige doekjes.
Die doekjes zijn er in soorten, maten en geuren 😳. Die geuren overprikkelden sterk. Gelukkig kreeg ik van een lotgenoot de tip dat Huggies geurloos zijn en voor 99% uit water bestaan.
Het wassen gebeurde in etappes. Dus eens in de paar dagen een stukje lichaam. Dagelijks de oksels en van onderen. Voor mij was dat een gigantische operatie die gepland moest worden en waar ik bij van moest komen.
Ik deed het vaak ’s avonds heel laat, in het donker, als alles stil was buiten en in huis. Omdat de handeling zelf al ernstig overprikkelde.
Dat jaar 2019 heb ik vier keer gedoucht. Het douchen zelf was zeer emotioneel, de nasleep was hel.
Inmiddels is Mischa een volleerd mantelzorger en weet hij precies hoe hij me moet verzorgen. Ik heb ook geleerd aanwijzingen te geven. Maar toen was dat nog niet zo. Mantelzorger ben je niet zomaar, dat leer je met vallen en opstaan.
De een moet leren volledig open te staan voor de behoeften van de ander. En de ander moet leren dat een mantelzorger instructies nodig heeft.
Want iemand afsoppen kan op veel manieren. Met een huid die pijnlijk is en een zenuwstelsel dat ernstig op hol geslagen is, is douchen en aangeraakt worden riskant. Als mantelzorger doe je het dan per definitie verkeerd.
We leerden dat alle bewegingen van Mischa heel langzaam moesten zijn, zonder druk. Dat hij het afsoppen alleen met strijkages van het hart af kon doen. Dat hij niet te jolig moest gaan doen tijdens het douchen en bij voorkeur zijn mond moest houden.
In het begin voelde ik me net een verkeersregelaar. Nee, zo niet, nu dat, zachter, geen rondjes, strijkages.
Voor beiden was dit zenuwslopend.
Want mantelzorger en zorgbehoevende word je zonder ervaring vooraf. Je kent nog niet de trucjes en hulpmiddelen. Je hebt nog niet geleerd open en eerlijk te bespreken hoe het moet. Hoe het moet verandert bovendien telkens want de ziekte ontwikkelt zich voortdurend.
Als ME-patiënt word je bovendien ook nog eens totaal niet ondersteund door een arts of hulpinstanties. Je moet het maar allemaal zelf uitzoeken.
Er zijn badjes die je op bed kunt zetten om je haar te wassen, droogshampoo, een douchecap die je in de magnetron kunt doen…. En dat ontdekten we gaandeweg.
Niet dat ik schoon was dat jaar. Buiten die vier douchebeurten om was een beetje aanklooien met vochtige doekjes natuurlijk niet afdoende. Vooral mijn haar stonk en de hoofdhuid jeukte als hel. De reden dat het haar heel kort afgeknipt werd.
Ik rook mezelf regelmatig en vooral dat aspect tastte me enorm aan. In mijn waardigheid, zelfrespect, gevoel van ertoe doen. Er was veel schaamte. Terugkijkend was dat jaar een golf van ellende, verdriet en wanhoop.
Inmiddels ben ik zo opgeknapt dat ik me dagelijks was met vochtige doekjes en gemiddeld eens in de een tot twee weken kan douchen. Ik douche zelf, zittend. Een enorme vooruitgang. Ik heb mijn mantelzorger daar niet bij nodig. Het is een stuk hard bevochten zelfstandigheid die ik terug heb. Goddank.
Martine 🍀

Een poging iets van mijn gevoel vast te leggen. Nu ik uit het donker kom, heb ik de behoefte terug te kijken.
Hoe was het, wat gebeurde er, en wat blijft er van je over als je 24/7 in het donker ligt? Het gebeurde, het was er en het had gevolgen. En die wil ik onder ogen zien.
👉 Triggerwarning: gedachten over zelfdoding
“Ik vraag me dan altijd af, wat heeft er voor gezorgd dat je het volhield”
Deze vraag kreeg ik naar aanleiding van mijn vorige stuk waarin ik schreef over de wanhoop en de angst, toen ik in de winter van 2019/2020 afgleed naar zeer ernstige ME.
Het korte antwoord is dát ik het niet volhield, maar ik was te ziek om er een eind aan te maken. En toen de grootste crash voorbij was, kwam er toch weer hoop op verbetering.
Het lange antwoord is wat complexer.
Ik werd enorm overvallen door de situatie en had er nooit over nagedacht waar mijn grens lag. Op het moment dat het gebeurt, heb je in eerste instantie nauwelijks tijd om te beseffen hoe je ermee om moet gaan, want je zit er middenin.
Naarmate het eerste ongeloof wegzakte, kreeg mijn verstand weer de overhand en realiseerde ik mij dat ik zo niet wilde leven. De angst sloeg weer toe maar nu op een ander niveau.
Ik heb met energie die er niet was, liggen krijsen dat ik dit niet wilde, zo niet wilde leven.
Ik wilde helemaal niet dood maar zo leven is ook niet wenselijk.
De impact die mijn gekrijs had, was catastrofaal. Op mij, omdat het mij nog dieper de PEM induwde. Op Mischa, die in een zware burn out terecht kwam. En op onze zoon die dat jaar eindexamen deed, terwijl er een pandemie gaande was en zijn moeder in bed gilde dat ze zo niet wilde leven.
Tegelijkertijd was ik er mentaal nog nauwelijks bij. Op het dieptepunt sliep ik vrijwel niet meer, lag half te trippen en begreep niet goed wat er gezegd werd.
Een van mijn behandelaars bleef volhouden dat ik nog steeds te veel deed en op haar aanraden ging ik in het donker liggen met een minimum aan contact en zonder online afleiding. Ook startte ik met antidepressiva die de angstaanvallen wat dempten. Langzaam werd het iets beter en kwam de hoop op wat verbetering terug.
Je beseft nooit waar je grens ligt tot je deze bereikt. En dan ervaar je dat de grens van wat je aan denkt te kunnen, opschuift.
Maar heel eerlijk? Het vooruitzicht om over 10 jaar nog bedgebonden te zijn, is een schrikbeeld. Zo wil ik niet oud worden. En ik moet daarom nodig een en ander op schrift stellen.
Martine 🍀