Op stap

We fietsen op de dijk.
‘We’ dat is S,
zijn beste vriend A. en ik.
Het is mooi weer,
we gaan naar het strandje
bij Schellinkhout.

Als we daar zo fietsen,
besef ik me dat we
weer een mijlpaal
hebben bereikt.

A. komt al jaren
bij ons over de vloer
maar het is
voor het eerst
dat ik met hem en S.
op stap ben.
Op stap als in:
je fietst ergens naar toe
doet daar je ding
en dan fiets je weer terug.

A. komt al jaren
bij ons over de vloer,
hij eet vaak mee,
logeert hier regelmatig
en zag mij
jaar in jaar uit
op de bank liggen

Ik was de liggende moeder
van zijn beste vriendje.
Nu ben ik de fietsende moeder
van zijn beste vriendje.

Leuk, voor t eerst iets
heel normaals doen
met iemand die je
al jaren kent.

Op het strand
kijk ik om me heen.
Allemaal ouders
met kinderen
en aanhang.
Het ziet er
zo normaal uit.
Maar dat is het niet.
Want ik zit hier
en kijk om me heen.

Ook dit is
een mijlpaal.
Op stap met mijn kind
en zijn beste vriend.

Je bent zo vergeten dat….

Af en toe
kijk ik achterom
en kijk naar
waar ik stond
en waar ik
naar toe ga.

Doe ik dat niet,
schiet ik zó
in de mopperstand.
Wennen aan
meer kunnen doen
gaat snel,
héél snel.

Zou ik toch
zomaar vergeten
dat ik
vorig jaar
om deze tijd
begon met lopen.
Ik liep
tot het huis
van Pieter
en terug.
Dat duurde
vier minuten.

En elke week
plakte ik
een minuut
aan mijn ommetje.
Ik ging van
het huis van Pieter
naar om de hoek
de steeg in
en dan naar links
en weer naar links.
Stond ik dan
weer voor het huis
dan had ik
zeven minuten
gelopen.

Dat was
het enige
wat ik deed
op een dag.
Lopen,
ommetjes,
van 7 minuten,
met telkens
een minuut
erbij.

De rest
van de tijd
lag ik 
op de bank,
gevloerd
en tot vrijwel niets
meer in staat.

Dat zie ik
als ik
achterom kijk.
Kijk ik
weer voor me
dan zie ik
het IJsselmeer.
Ik loop
in een lekker tempo
en word
niet meer ingehaald
door buurvrouw van 80.

Ik loop
bijna elke dag,
een half uur.
Het lopen
is nog steeds
het belangrijkste
wat ik doe
op een dag.

Maar daarnaast
doe ik boodschappen,
kook ik,
draai ik
een was,
lees ik,
schrijf ik,
bel ik,
ga ik naar de bieb
en haal ik
mijn kind van school.
Niet alles tegelijk
en met veel pauzes.

Nog steeds
ben ik vaak moe.
Moe van
meer doen
en nog niets gewend zijn.
En dan mopper ik.
Altijd moe,
ik ga niet vooruit,
ik sta stil
lijkt het wel.

En dan kijk ik
achterom
en kijk naar
waar ik stond
en waar ik
nu naar toe ga.

Doe ik dat niet
dan schiet ik
in de mopperstand.
Wennen aan
meer kunnen doen
gaat snel,
heel snel.

Uitdaging

Vandaag is een dag
met een uitdaging.
Wat deed ik veel
deze week.
Ik pakte het zo
verstandig aan,
vond ik zelf
dan toch.

Opruimen,
uitruimen,
uitmesten,
het moet
nu
allemaal
van mij.

Dus doe ik
telkens
even uitruimen
en dan
een kopje thee.

Na 2 dagen
staat er
onder de trap
een gigantische berg
voor de kringloop klaar.
Die berg
vertelt het verhaal
van een scheve verhouding
tussen uitruimen
en kopjes thee.

Vandaag sta ik op
maar iemand
drukt mij naar beneden.
Ik heb hartkloppingen
en ben misselijk.

De grens heeft
mij weer eens
gevonden
ook al had ik me
dit keer
zo goed verstopt.

Vandaag is een dag
met een uitdaging.
Ik moet met Zoon
naar de GGD.
Dat moet,
dat kan ik
niet afzeggen.

En daarna zou ik
met hem gaan lunchen
bij Bagels en Beans.
Dat moet,
dat heb ik beloofd.

Geen flauw idee
hoe we dit gaan doen.
Eerst maar eens
zien of aankleden lukt.

De man met de hamer

Dit weekend
vierden we
de verjaardag
van ons zonnekind.

Een huis
vol bezoek
en ik doe van
blabla en klets klets
alsof het niets is.
Ik geniet van
de gezelligheid.

Wat een verschil
met vorig jaar.
Toen lag ik
op de bank
en werd
het bezoek
na 2 uur
de deur uitgezet
omdat ik
het niet meer trok.

Hoe anders nu.
De eerste
kwam binnen
om 2 uur
en de laatsten
werden uitgezwaaid
om 9 uur
in de avond.

De dagen erna
deed alles het nog.
Dat ging goed.
Dat viel mee!
Alleen vanmorgen
bij het opstaan
stond er ineens
een man naast het bed.
U kent hem vast wel,
de man met de hamer.
Hij haalde uit
en daar ging ik,
onderuit en plat op bed.

Dus lig ik nu
en sta pas weer op
als die man is weggegaan.

Het maakt niet uit,
ik lig wel lekker
en zo kan ik
even herkauwen
op wat was
en wat is
en wat nog gaat komen.

Niet zo lekker

Deze week
voel ik me
niet zo lekker.
Een vol hoofd,
beetje rillerig,
u kent het wel.

Evengoed
ging ik
deze week
uit eten
met mijn moeder
en mijn kind,
wandelde ik
elke dag
een stukje
en deed ik
de boodschappen.

Deze week
was ik
niet zo lekker.
Ik ging daarom
’s avonds wat
vroeger naar bed.

En dat was dat.
Niet zo lekker,
betekent in
mijn nieuwe wereld
dat ik vrijwel alles
kan doen
wat ik normaal
ook kan doen.

Niet zo lekker
in mijn oude wereld
betekende
dat de wereld
tot stilstand kwam.
Dat ik op de bank lag
in de wetenschap
dat het plafond
voor mij geen geheimen had.

Niet zo lekker is
in mijn nieuwe wereld
hetzelfde als
geweldig goed
in mijn oude wereld.

Best bizar,
als je erover nadenkt.
En bijna
niet uit te leggen
aan iemand
die nooit
hele dagen
op de bank lag.

De dag erna

Het is 1 januari 2012.
Ik lig in bed
en alles doet pijn.
Gisteren bleef ik op
tot 12 uur.
Waarom toch?
Ik ben niet
in mijn eigen huis
dus ik sta op
en ga naar beneden
waar de tafel feestelijk
is gedekt.
Na het ontbijt
moet ik weer liggen.
Ik ben zo beroerd
dat naar huis gaan
even moet worden uitgesteld.
Beroerd,
niet van de alcohol,
maar van het laat
naar bed gaan.
Het duurt zeker
twee weken
voordat ik weer
stabiel ben.

Het is 1 januari 2013.
Ik lig in bed
en maak de staat op.
Gisteren ging ik
om twee uur  naar bed.
Nu voel ik me moe.
Gewoon moe,
geen rampen-moe,
geen dit-komt-nooit-meer-goed-moe.
Gewoon moe,
zoals jij ook
wel eens bent
als je laat
naar bed gaat.

Ik stap uit bed
en maak het ontbijt klaar,
zwaai het bezoek uit
en voel me goed.
Moe, maar goed.

De volgende dag
stap ik op de fiets
en maak een rondje
langs de bieb,
de pinautomaat,
het postkantoor
en de boodschappenwinkel.

In de avond in bed
overdenk ik mijn dagen
en kan mijn geluk niet op.
In één jaar tijd van
Groot Alarm naar
gewoon moe

Dit jaar is
nu al geslaagd
en dan was dit
nog maar dag 2.

Hier en Daar

Soms moet het even,
voelen waar ik sta.
Ik wil naar daar
en ik ben nu hier.

Ik weet nooit
zo goed
hoe ik daar
moet komen
zo vanuit hier.

Dus probeer ik
maar wat.
Soms met
grote stappen,
soms met
een hinkelsprong.

Hoe groot
de stap ook is.
Ik blijf altijd hier
in plaats van daar.

Toch is hier
ook veel mogelijk.
Soms net zo veel
als daar.

De kunst is
dat te blijven zien.
Wat hier is en
wat daar.
Hier wordt
vanzelf daar,
met een beetje geduld.

Zo overpeins ik,
liggend op de bank.
Gevloerd omdat ik
te snel naar daar liep
en mezelf vergat mee te nemen.

Snel en Efficiënt

Ergens in de loop
van mijn leven
kwam ik een
onafscheidelijk stel tegen
dat ik sindsdien niet
van me heb weten
af te schudden en
mijn grootste vijand werd.

Was het in de tijd
dat ik bij een uitgeverij werkte
en meer op mijn bord kreeg
dan ik aankon?

Of was het toen ik
als kok werkte
en elke bestelling
zo snel mogelijk
op tafel moest staan,
in één keer goed?

Of misschien in de tijd erna
toen ik weer op kantoor werkte
en van reorganisatie
naar reorganisatie hobbelde
steeds harder werkend
met steeds meer stress?

Of toen ik tussendoor
een opleiding deed,
want ik moest immers
er uit slepen wat
er uit te halen viel?

Of was het toen ik een kind kreeg,
al mijn sociale contacten
probeerde te onderhouden,
en trapte in de val van
alle ballen in de lucht houden’
omdat ik dacht dat dit moest?

Afijn, ergens onderweg
kwam ik dit stel tegen,
‘Snel’ en ‘Efficiënt’,
de doodsteek voor
een ontspannen gevoel.
Bots je eenmaal tegen ze op
dan is afschudden
helemaal niet zo makkelijk.

Nu ik weet
wat ze aanrichten
zoek ik
naar andere manieren
van doen.
Langzaam,
in slow motion,
onthaastend,
genietend.

Maar op het moment
dat ik een goede dag heb
en de energie voel borrelen
word ik weer besprongen
door ‘Snel’ en ‘Efficiënt’
ook al weten ze
dat ze op mijn lijst
van verboden dingen staan,
net als
Moeten,
Multitasken,
Verplichtingen,
kortom alles waar
mijn amygdala van gaat steigeren.

Beter worden is
afleren van aangeleerd gedrag
en aanleren van afgeleerd gedrag.
Want ooit was ik een kind
met alle tijd van de wereld,
uren starend naar
kleine dingetjes
die op dat moment
het belangrijkste waren.

Ik denk zomaar
dat ik dat kind
weer tegenkom
als ik ‘Snel’ en ‘Efficient’
heb weten af te schudden.

Bruiloft

Het is dinsdag.
Ik ben op een bruiloft.
Vriendin I. is getrouwd.
Met G.

Of ik wil komen?
Tuurlijk wil ik komen!
Of dat haalbaar is,
dat is de vraag.

En tussen het telefoontje
met de vraag
of ik in staat ben
om te komen
en vandaag
zitten weken van
enorme sprongen.
Dus ben ik op een bruiloft.

Ik zit aan tafel
met veel mensen
in een grote hoge ruimte.
Iedereen praat
geanimeerd met elkaar.
Ik ook.
Ik doe mee
alsof ik dit dagelijks doe.

M. weet wel beter,
die houdt mij
strak in de gaten.
Ik doe alsof
mijn neus bloedt.

Toch voel ik me
als een kind
op hoge hakken.
Als iemand
die fietst
zonder zijwieltjes.
En ook alsof
ik van Mars kom
en zojuist ben geland
op Aarde
om te bestuderen
hoe een bruiloft
gevierd wordt.

Dat en nog veel meer
gaat er door mij heen
zo zittend op de bruiloft,
druk pratend met anderen
en kijkend
naar vriendin I.
die ik zo graag
wilde zien
op de dag
dat zij trouwt.

Als ik thuis kom
ben ik heel erg
wild in mijn hoofd
en het duurt lang
voordat de boel
wat kalmeert.

Dat geeft niet,
vriendin I. was
ook wat wild in
het hoofd
en ging ook
laat naar bed
vertelde ze
de dag erna.

Zie je dat?
Ik doe mee.
Ik hoor er bij.
Nog niet altijd
maar wel soms
voor een paar uur.
En dat is genoeg
voor nu,
voor mij.