Nooit gedacht, toch is het zo,
ik heb een mantelzorger.
Eentje met humor en liefde,
vol aandacht en veerkracht.
Ik heb de leukste mantelzorger ooit!
Mantelzorger word je niet zomaar.
Je groeit in die rol, zonder instructies.
Mantelzorgen is vallen en opstaan,
ontdekken wat werkt en niet werkt,
de voelsprieten continu laten voelen,
hyperalert zijn op alle signalen,
je vrouw kunnen lezen als een boek,
zonder de voetnoten over te slaan.
Het is je persoonlijke vrijheid inleveren
en de ander voor laten gaan.
Het is je dromen in de kast zetten
en leven volgens de agenda van de ander.
Het is slikken en eenzaam zijn,
zwaar en confronterend.
Het is intens, heftig en pijnlijk,
samen zijn op de vierkante millimeter.
Ik heb een mantelzorger
die mij alle dagen het gevoel geeft,
dat ik de moeite waard ben.
Ik heb een mantelzorger en een geliefde,
ik kreeg twee voor de prijs van één.
Grenzen

Wie ernstig ziek is ontkomt niet aan nadenken over grenzen van wat je aan kunt, aan wilt kunnen, aan denkt te kunnen. Hoop maakt dat ik kan volhouden. Besef dat er grenzen zijn die ik niet wil passeren, maakt dat ik ook tot op zekere hoogte regie hoop te kunnen houden over mijn einde. Dat ik zelf kan aangeven wanneer het genoeg is geweest.
Gisteren kreeg ik een reactie van een lotgenote, die schreef dat ze niet meer zou willen leven als ze er zo aan toe zou zijn als ik.
Daar wil ik graag op reageren.
In eerste instantie raakte het me enorm. Later besefte ik dat grenzen voor iedereen ergens anders liggen, zij had het overduidelijk over haar grens.
Inmiddels begrijp ik dat grenzen verschuiven. Als je mij drie jaar geleden had verteld dat ik nu de hele dag plat zou liggen, voor het merendeel in een donkere kamer, had ik waarschijnlijk mijn haren uit mijn kop getrokken.
Als je ergens middenin zit, zie, voel en beleef je alles anders. Je ziet wat de buitenwereld niet ziet. Het is erger dan wat de buitenwereld kan zien. Maar er is ook veel schoonheid, intensiteit en liefde.
Ik vind mijn leven nog steeds van waarde. Juist nu. Toen ik begin dit jaar zo angstaanjagend snel achteruitging, kon ik die waarde niet voelen. Ik voelde me aangetast, was door de symptomen niet goed meer tot contact in staat en het leek één grote weg richting uitgang. De angst was overweldigend.
Het gaat natuurlijk niet alleen over de vraag of je leven nog waarde kan hebben, maar vooral ook over de mate van lijden en het feit er geen geen zicht op verbetering is.
Continu pijn en angst hebben, zonder zicht op verbetering en niet meer in staat zijn contact te hebben met de omgeving, is de hel. Daar ligt overduidelijk een grens voor mij. Als de angst en pijn groter worden dan mijn humor en praatjesmakerij, dan wil ik niet meer. Als ik een luier moet dragen, spoel me dan maar door.
Zeg ik nu. Want ik denk dat als het zover komt, mijn perspectief wellicht anders zal zijn.
Een ding is zeker, de grens is voor mij persoonlijk nog lang niet bereikt. Sterker, ik zie en voel een enorme vooruitgang ten opzichte van begin dit jaar. Al zal een buitenstaander dat niet snel zien, ik zie het wel.
Ja, ik lig vaak in het donker, maar ik kan soms ook naar buiten gluren.
Ik ruik de herfstgeur aan de katten.
Ik proef wat ik eet en “bestel” regelmatig iets waar ik trek in heb. En daar geniet ik buitensporig van. Ik kan eten! Ik heb geen sondevoeding nodig.
Nog steeds kan ik knuffelen met mijn Mischa, gesprekjes voeren met Sem en nog steeds kan ik de katten aaien.
Alle dagen heb ik digitaal even contact met de mensen van wie ik houd.
Ik ben cognitief enorm verbeterd ten opzichte van begin dit jaar. Ik kan schrijven, zeer gedoseerd boeken lezen, Netflixen en ik maak weer grapjes. Of ze leuk zijn is een tweede. Ik vermaak me ermee, het hoort bij mij. Ik voel me compleet.
Zo liggend in bed bleek ik het afgelopen jaar evengoed in staat een voor mij zeer waardevolle vriendschap op te bouwen waar ik enorm van geniet. Ik had nooit verwacht in deze situatie een zielsmaatje te vinden, toch kwam hij op mijn pad.
Zo liggend in bed bleek ik ook mensen te kunnen motiveren om aan het OMF te doneren. Het opgehaalde bedrag overtrof mijn stoutste verwachtingen.
Ja, ik heb alle dagen klachten en soms escaleren die. Maar er zijn ook veel dagen dat het best te doen is. En dat ik er, vreemd genoeg, niet zo bij stil sta. Dat ik gewoon de dag voor me uit laat rollen.
Bovendien voel ik een intense verplichting om zolang ik niet weer terugzak, te vertellen hoe het daar is, zo op het dieptepunt. Dat geeft mijn leven nu een doel en een richting.
Grenzen verschuiven en ik beweeg mee. Zolang ik licht kan zien, is de grens niet bereikt.
Urgentie

Niet alleen ben ik ME-patiënt,
ik heb ook last van schrijfdrang.
De woorden moeten er uit.
Ik moet vertellen hoe het is.
En dat moet nu, zo vaak mogelijk,
want ik weet niet hoe het morgen is.
Morgen ben ik misschien iets beter
en wellicht vergeet ik dan die details
die juist verteld moeten worden.
De pijn, het isolement, de wanhoop.
De uitzichtloosheid en de angst.
Morgen ben ik misschien slechter,
wellicht word ik dan weer overspoeld
door juist die afschuwelijke details
en kan ik er niet meer over schrijven
omdat de woorden vastzitten in mijn brein.
Daarom moet ik het nu schrijven
omdat een ander dat niet kan doen.
Ik schrijf niet alleen voor mezelf
maar voor al die ME-patiënten
die er zijn, liggend in het donker.
Ik lag op de rand en viel gelukkig
toch de goede kant weer op.
Ik lag heel even op die rand
en het leek jaren te duren.
Ik lag lang genoeg op die rand
om te zien wat voor afschrikwekkends
daar op mij lag te wachten.
Ik lag op die rand en viel gelukkig
toch de goede kant weer op.
Dat geeft mij een verplichting
te vertellen wat ik daar zag.
Ik ben een vrouw met een missie.
“Zoek je aandacht?” vroeg iemand mij.
Ja, dat zoek ik. Medische aandacht.
En dat begint hier en nu, bij jou.
Hopelijk pak jij mijn woorden op
en weet je wat je ermee moet doen.
Blaas ze verder de wereld in
en geef ze door aan wie er toe doet.
Kapot

Wat ben je sterk
is wat ik vaak hoor,
terwijl ik me zo vaak
volledig krachteloos voel.
Wat ben je positief
is wat er wordt gezegd
terwijl ik me zo vaak
kleinzielig en klein voel.
Het is geen kwestie
van kunnen volhouden
want er is geen keus
om het spel te stoppen.
Wat mensen zien
is wat ze willen zien
en wat ik laat zien
maar er is zoveel meer.
Zo vaak spat ik uit elkaar
in duizenden stukjes
en ben ik mijlenver
buiten mijn eigen bereik.
Ik graai naar wat weg spat
maar het gaat zijn eigen weg
en vreet zich gretig naar binnen
om daar chaos aan te richten.
Een ingewikkelde stoelendans
met woede, verdriet en rouw,
een spel dat ik al zó vaak speelde
en waar blijkbaar geen eind aan komt.
Onmacht, onzekerheid, eenzaamheid,
het komt allemaal weer voorbij.
Net als hunkeren naar wat niet is,
en verlangen naar wat niet zal zijn.
Soms zou ik overal willen zijn
behalve op de plek waar ik ben.
Zo vechten heeft geen zin,
toch moet het soms, blijkbaar.
Ik wil zijn wat ik niet ben
en ik ben wat ik niet wil zijn.
Ik wil de vrouw niet zien
die ziet wat ze niet wil zijn.
Omhelzen wat ik verafschuw,
accepteren wat ik niet wil,
loslaten waar ik naar verlang,
maakt me weer compleet.
Dus lig ik zacht te wachten
tot de chaos tot rust komt
en ik mezelf weer ontmoet,
uit elkaar gespat en wel.
Wil je mijn stoel vrijhouden?

Het lijkt alsof wij verdwijnen
maar wij zijn er nog steeds.
Het lijkt alsof wij onzichtbaar zijn
omdat de buitenwereld ons niet ziet.
Het lijkt alsof het went, ziekzijn.
Dat doet het niet, echt nooit.
Het lijkt alsof er geen eind aan komt.
Toch houden wij hoop, tegen beter in.
Verdwijnen uit ons eigen leven,
uit het leven van onze geliefden,
slaat een groot gat in ons hart,
precies op dat ene kleine plekje
waar we ons compleet voelen.
Verdwijnen uit ons eigen leven,
niet weten of we ooit gevonden worden
en hopen dat de buitenwereld ons herkent
als we ooit weer een rentree maken.
Niet alleen heb ik angst om ziek te blijven
maar ook angst om te ontdekken
dat de wereld gewoon verder ging
zonder dat er nog plek is voor mij.
Dus wil je alsjeblieft, alsjeblieft,
een stoel vrijhouden voor mij?
Een plek in je hart reserveren?
Mijn naam niet zomaar schrappen?
Wil je mij het gevoel geven
dat ik altijd welkom blijf
en dat ik nog steeds besta, voor jou?
Misschien, heel misschien,
krijg ik dan het gevoel
dat ik niet helemaal verdwijn
en ooit weer terug kan komen
in het onwaarschijnlijke geval
dat ik ineens miraculeus herstel.
Oproep: ME-vriendelijke kinderarts gezocht

Voor een lotgenote ben ik op zoek naar een kinderarts met kennis van ME die een kind met op ME lijkende symptomen kan onderzoeken en tegelijk evt andere aandoeningen kan uitsluiten.
Arts zou bij voorkeur praktijk moeten hebben in de noordelijke provincies, maar randstad mag ook.
Eventuele reacties kun je sturen naar aanminofmeer@gmail.com.
Delen wordt zeer gewaardeerd.
Opladen en doorpakken

Ik verdwijn even van social media.
Het gaat best goed met mij, binnen de ellende die er is. Ik kruip millimeters vooruit. En ga me daar even op focussen, zonder te veel prikkels.
Denk dat dat goed is voor nu. Tot later! ❤️
Applaus graag, maar wel geluidloos

Opstaan is een uitdaging.
Blijven liggen als je wilt opstaan
is ook een enorme uitdaging.
Blijven liggen is soms
eigenlijk moeilijker dan opstaan.
Maar ook vandaag blijf ik liggen,
op mijn gedoseerde loopjes na.
Ik pleit voor een prikkelarme prijsuitreiking,
een aanmoedigingsprijs voor ME-patiënten
die alle dagen weer topprestaties leveren
door niet te doen wat ze willen,
door te blijven liggen omdat dat moet.
En ik pleit voor een geluidsarm applaus
voor die ME-patiënten die willen opstaan
maar dat helemaal niet meer kunnen.
Die ondanks hun enorme levenslust
dag in dag uit in hun bed liggen
in stilte, in het donker, alleen, met pijn.
Die helemaal geen contact meer verdragen.
Omdat hun brein geen woorden meer vormt.
Omdat hun handen niet meer kunnen typen.
Omdat ze geen kracht hebben om te praten.
Omdat aanraking te pijnlijk is.
Sta daar eens bij stil,
als je door de regen wandelt,
of een afspraak hebt
of loopt te mopperen
over de lockdownbeperkingen.
Stuur je ondersteunende gedachten
aan deze patiënten de wereld in,
je mooie wensen, je gebeden,
je medeleven, je empathie.
Zet je inlevingsvermogen aan het werk
en sta stil bij al die ME-patiënten,
een stil leger van gedwongen bedliggers
dat wacht op jouw steun en jouw zorg.
Dat kan jij wel, heus.
Wintertijd

Met mijn laatste krachten
schrijf ik dit bericht,
iemand moet het doen.
De jaarlijkse kolder is begonnen,
ook bekend als De Grote Uithongering.
Om redenen die niemand begrijpt,
krijgen wij katten later eten.
Ik ben een kat van de klok.
Het eten wordt geserveerd
om 08:00 en 17:30 uur.
Dus schuif ik een uur vooraf aan
om het voedseluitgiftepunt
met zachte dwang aan te moedigen.
Zonder dat gebeurt er niets.
De klok ineens terugzetten
en beweren dat het eten
nog steeds wordt geserveerd
om 8 uur en 17:30 uur
klopt misschien voor mensen.
Maar ik ben een kat
en herken bullshit van verre.
Ik word hier ernstig benadeeld
en moet nu een half jaar lang
twee uur van te voren klaarzitten,
alsof ik niets beter te doen heb.
En dan, nét als ik me mentaal overgeef,
krijg ik ineens eerder eten.
Snap jij het, snap ik het?
Dit is dus een noodoproep,
help mij de winter door.
Maak een eind aan deze onzin.
Speel niet met tijd,
het kost kattenlevens.
Met uitgehongerde groet,
Smoes
Aan de zijlijn

Één van de moeilijkste aspecten van het ziek zijn – en wat nooit went – is dat ik niet fysiek actief kan deelnemen in het leven van anderen. Ik ben afwezig bij voor anderen belangrijke gebeurtenissen, of dat nu fijne of nare momenten zijn. Voorheen kon ik nog wel af en toe aanwezig zijn, met telkens een grote terugslag tot gevolg. Ik verkeer inmiddels in de situatie dat het niet meer kan, er valt niets meer te forceren. Of dat zo blijft, weet ik niet.
Mijn zus is net verhuisd naar een ander – tijdelijk – huis. De laatste keer dat ik haar in haar eigen huis opzocht is vijf jaar geleden. De kans dat ik haar kan opzoeken in haar nieuwe huis, acht ik zeer klein. Gelukkig krijg ik foto’s te zien. Maar dat is niet hetzelfde en het doet pijn.
Mijn vriendin Mellissa trouwt binnenkort. Gezien wat wij met elkaar hebben meegemaakt, wil ik dan op de voorste rij zitten en juichend opspringen als het jawoord wordt gezegd, zó blij ben ik voor haar. Maar ik ben er niet bij. Gelukkig kan ik op andere manieren mijn betrokkenheid tonen. Maar het is niet hetzelfde en het doet pijn.
Ook wordt zij binnenkort geopereerd omdat ze erg ziek is. Dat zet haar leven, en dat van haar gezin, totaal op zijn kop. Ik wil haar bijstaan, soep voor haar koken zoals ze zo vaak voor mij deed en haar hand vasthouden. Maar dat kan niet en dat doet pijn.
Mijn kind gaat volgend jaar het huis uit. Ik zal niet helpen met de verhuizing, geen dozen helpen sjouwen en ik zal zeker niet zien waar hij terecht komt. Hij gaat een leven opbouwen zonder mij, wat op zich een natuurlijke gang van zaken is. Alleen het niet weten waar hij terecht komt, niet met eigen ogen kunnen zien wat zijn plekje wordt, doet pijn. Net als dat het pijn doet dat zijn schooltijd grotendeels aan mij voorbij ging en dat ik zijn diplomauitreiking miste.
In geen 13 jaar ben ik met een vriendin op stap geweest om bijvoorbeeld samen ergens een hapje te eten of naar een museum te gaan. Contact, áls het mogelijk was, gebeurde in mijn eigen huis. Het feit dát ik zo beperkt ben heeft mij een groot deel van mijn vriendenkring gekost. Je kunt natuurlijk zeggen, opgeruimd staat netjes, maar toch. Het doet pijn.
Ik heb op dit moment geen mogelijkheid om die mensen die ik de afgelopen jaren digitaal leerde kennen, persoonlijk te ontmoeten. Sommige van mijn lotgenoten zakken af en toe weg in een afschuwelijke PEM en ik kan ze dan online weken niet bereiken en niets anders voor ze doen dan hopen dat ze toch weer iets opkrabbelen. Soms gebeurt dat niet. Dat maakt me machteloos en het doet pijn.
Soms zeilt er iemand je leven binnen die zo vertrouwd is en met wie het zo goed klikt, dat het naar meer smaakt. Ik zou zó graag vriend Rob zien. Wat lijkt het me fijn om met hem op stap te gaan, slap te ouwehoeren en elkaar gewoon te zien, echt te kunnen ontmoeten. Dat gaat niet nu en dat doet pijn.
Maar het meest pijn doet het besef dat als mijn moeder gaat kwakkelen, een keer naar het ziekenhuis zal moeten of hulp nodig zal hebben, ik niets voor haar kan betekenen. Ik ben niet degene die haar dan bijstaat. Het voelt tegennatuurlijk. Acht jaar geleden kon ik nog mee toen ze onverwacht naar het ziekenhuis moest. Twee jaar geleden toen ze haar schouder brak, zaten wij met haar een middag in het ziekenhuis. Dat lukte nog, met veel moeite en met grote gevolgen.
Nu is er het besef dat ik de grote afwezige zal zijn. Valt zij nu dood neer (niet doen hoor mama, ik verbied het!), dan kan ik niet bij haar afscheid zijn. En dat doet niet alleen pijn, het druist tegen alle natuurwetten in.
Begrijp me niet verkeerd. Ik ben dankbaar voor wat wél lukt. Dankbaar dát er enige vorm van contact mogelijk is en dat ook dat intens kan zijn. Er zijn zoveel lotgenoten die verstoken zijn van welke vorm van contact dan ook.
ME tast niet alleen de gezondheid aan maar heeft ook drastische gevolgen op sociaal vlak. Het tast de mogelijkheden aan van wezenlijk contact, van liefhebben, van zorgen voor, van ondersteunen, van er voor iemand kunnen zijn, van iemand vast kunnen houden en aan kunnen kijken, van iemands stem kunnen horen, van kunnen rond lopen in het huis van de mensen van wie ik houd, van vriendschappen kunnen onderhouden en uitbouwen, van samen lachen en huilen, van mee kunnen leven en aanwezig kunnen zijn bij de hoogte- en dieptepunten en van afscheid kunnen nemen op een manier die ik zou willen.
Het zorgt voor een ongewenste afstand en maakt mij een toeschouwer in de levens van mensen van wie ik houd en dat doet pijn.
