
Elke ochtend loop ik naar beneden en word ik opgewacht door een uitzinnige Dibbes die me begroet. Elke nieuwe dag is voor hem een dag vol mogelijkheden van knuffels, brokjes en speelpartijen en de voorpret spat van hem af. Als hij even naar buiten is geweest (maximaal 10 minuten) dan krijg ik telkens opnieuw weer die uitgebreide begroeting. Hij klimt tegen me op en ik word bekopt en beneusd (als dit echte woorden zijn) en als ik niet uitkijk, krijg ik ook nog een lik. Heel ontroerend om de blijdschap van deze voormalige zwerver zo mee te mogen maken.
Hij ontwikkelt zich nog steeds enorm. Elke week komt er meer vertrouwen bij, wordt hij nóg speelser dan hij was en soms is hij zelfs stout. Hij jat nu regelmatig eten dat op het aanrecht of op tafel ligt. Niet de bedoeling natuurlijk maar het geeft wel aan dat hij meer durft en meer zelf vertrouwen krijgt. Maar het is ook een heel intelligent beest dat zich goed laat bijsturen. Al denk ik wel dat eten – gezien zijn verleden – wel echt ‘een ding’ zal blijven. Een van mijn eerste katten had ook een achtergrond met honger en die is jaren lang erg gefixeerd geweest op eten. Dat duurde wel 3 of 4 jaar voordat er iets meer rust kwam in het eten. Dat zie ik ook bij Dibbes, hij schrokt het zo snel naar binnen dat ik me afvraag of zijn kiezen überhaupt wel contact met het eten hebben gemaakt.









