
Vorig jaar juli ging onze kat Smoes onder het mes om aan zijn schildklier te worden geopereerd. Hij had last van hyperthyreoïdie, een te snel werkende schildklier. Dit is een aandoening die veel voorkomt bij oudere katten. Omdat ik eerder een schildklierkat heb gehad, herkende ik de symptomen: vraatzucht, afvallen, onrust, diarree, snelle hartslag, weinig spiermassa, overgeven. Het drong toen niet meteen tot mij door want Smoes is altijd al gefixeerd op eten geweest omdat hij als kitten overduidelijk te weinig heeft gekregen en een slechte start heeft gehad. Maar toen ik op een dag zag dat het hem niet lukte op ons bed te springen ging er een alarm bij mij af.
Afijn, de te snel werkende schildklier is verwijderd. Voorafgaand aan de operatie heeft hij ca. 8 weken medicatie geslikt. Op zich werkte dat prima. Dat wij toch voor een operatie kozen was omdat we het een fijner idee vonden dat hij na een operatie niet meer levenslang twee keer per dag pillen toegediend moest krijgen.
Na de operatie knapte hij goed op. Zijn ademhaling en hartslag waren beduidend rustiger en na een tijdje zagen en voelden we dat zijn spieren ook weer sterker werden. Op bed springen was geen probleem meer. Sterker nog, hij klom weer over de schutting in de tuin alsof hij een kitten was. Het is altijd een hyperactieve druistige kat geweest. Gefixeerd op eten was hij nog steeds, maar ja, eten is zijn hobby.
Deze week drong het tot me door dat er toch weer iets aan de hand is met Smoes. Hij is weer wat afgevallen en in eerste instantie vond ik dat niet vreemd. Al onze katten zijn dit voorjaar wat afgevallen. Ze zijn immers nachten de hort op. Maar hij voelt zo fragiel en toen ik hem van de week optilde om hem te wegen, schrok ik ervan hoe zijn hart tekeer ging.
Op naar tante dierenarts dan maar weer. En jawel, de overgebleven schildklier werkt ook te snel. Echt pech! Ook nu werden de opties weer besproken. Dat zijn er vier:
- radioactieve therapie: een injectie met radioactief jodium. Dit heeft een slagingspercentage van 80 % maar ook veel nadelen. Het is een dure behandeling (ca €2000), kan niet bij onze eigen dierenarts worden gedaan maar moet in Amsterdam, de kat moet na de injectie een aantal dagen opgenomen worden, na thuiskomst moet de kat een flinke tijd binnen blijven. Gebruikte kattenbakkorrels moeten drie maanden worden bewaard voordat ze mee kunnen worden gegeven met de vuilophaaldienst.
- Jodiumvrije voeding geven
- schildklier verwijderen, en daarna levenslang pillen slikken
- schildklier laten zitten en levenslang behandelen met medicatie die de schildklier afremt. Dat kan met pillen of met oorzalf.
We hebben vorig jaar natuurlijk al deze opties uitgebreid besproken. Nu weer opereren heeft geen zin, aangezien we daarna evengoed toch levenslang pillen moeten geven. Jodiumvrije voeding is zinloos in een huis met vier katten. Smoes loopt bovendien ook regelmatig bij de buren naar binnen om daar kattenbrokjes te jatten. Dat gaat dus niet lukken. Een radioactieve injectie gaat ook niet lukken. Ik vind het de stress van een opname niet waard en het is onhoudbaar om in een huis met vier katten drie maanden kattenbakkorrels te moeten bewaren. Alle katten kunnen hier gebruik maken van de kattenbak. Hij zou dan bovendien ook een flinke tijd niet naar buiten kunnen. Daar doen we hem geen plezier mee.
We kiezen er dus voor om medicatie geven die de hormoonproductie afremt. Ook dat kent nadelen. De pillen kunnen voor bijwerkingen zorgen en kunnen op lange termijn zorgen voor andere gezondheidsproblemen. De oorzalf zorgt vaak voor ontstekingen. We hebben gekozen voor de pillen. Het is de optie die hem de minste stress oplevert, hij laat het toedienen vrij makkelijk toe. Ik heb ook dit keer wel geprobeerd om de pil in kaas of leverworst te stoppen maar dan kan ik het in mijn haar smeren, hij rent keihard weg. Vreemd, want met de driemaandelijkse wormenpil lukt dit wel altijd. Ook jammer, want dat was voor de vakantieoppas een stuk makkelijker geweest.
Onze vaste kattenoppas is niet iemand aan wie ik kan vragen pillen toe te dienen. Ik help haar juist meestal als er iets met haar katten is. Gelukkig is vriendin D. bereid het te doen als wij op vakantie zijn. Zij woont hier om de hoek en kent onze katten goed. Ik kan haar leren wat het trucje is met Smoes. Hij laat zich namelijk niet zomaar optillen en rent keihard weg als hij denkt dat je dat gaat doen. Als een echte kat heeft hij een inwendig pillenalarm. Zodra hij vermoedt dat het zover is, rent hij weg. Maar nat voer kan hij niet weerstaan! Je zet een bak met eten voor zijn neus en nét voordat hij zijn kop erin stopt, til je hem op, zet hem op het aanrecht, hop die pil erin en meteen weer met zijn neus voor die bak met eten zetten. Hij heeft het dan vrijwel niet door wat er gebeurt.
Dus, zo gaan we het maar doen.










