Over het leed dat vlo heet

Wie katten heeft, heeft ook vlooien, Zo simpel is het. Ik geloof dat maar 5% van de vlooien op de kat leeft. De rest (vlooien, eitjes, larven) leeft in huis, op kleden of in de rest van de leefomgeving. Met vier katten is het heel belangrijk strak elke vier weken een vlooienbehandeling te geven. Als je wacht tot je een vlo ziet, dan ben je eigenlijk al te laat. Een vlooienplaag wil je altijd voorkomen. Ik heb er ooit eens eentje gehad. Ik woonde nog in Amsterdam en kwam terug van vakantie. De katten waren tijdens mijn vakantie ondergebracht bij mijn ouders. Ik deed de deur van mijn huis open en stapte mijn nog katloze huis in. En met die stap kwamen alle eitjes in één klap uit. Ik had honderden vlooien op mijn lijf en krijg nog de rillingen als ik daaraan terugdenk!

Elke maand een vlooienbehandeling dus. In eerste instantie gaf ik Gerrie Comfortis, dat is een anti-vlooienpil. Het voordeel is dat die pil heel goed werkt. Het nadeel is dat de pil belachelijk groot is. Zo laten opeten lukt niet ondanks de belofte in de bijsluiter ‘dat elke kat het een smakelijk hapje vindt’. In kaas verstoppen lukte ook niet omdat het dan echt zo groot als een bonk wordt en hij het niet weg krijgt. Ik deelde de pil in vieren en stopte dat dan maar in zijn bek. Dat werd elke maand een grotere worstelpartij en uiteindelijk zei Gerrie zijn vertrouwen in mij op en sindsdien mag ik hem niet meer optillen. Ik geef hem geen ongelijk.

Dan maar vlooienpipetjes. De truc is om een pipetje toe te dienen als hij slaapt. Dat is ook heel naar en gemeen, ik weet het. Hij komt in bed vaak tegen mij aanliggen en ik zorg dan dat ik een pipetje binnen armlengte afstand heb. Ligt hij precies in de juiste positie ten opzichte van mijn armbereik dan is het een kwestie van heel voorzichtig het pipetje openbreken (als hij het hoort springt hij weg want hij is niet achterlijk natuurlijk) en de inhoud tussen zijn schouderbladen te lozen.

Timing is cruciaal. Voor het beste effect moet je altijd alle katten op dezelfde dag behandelen. Maar het is belangrijk dat ik Gerrie als eerste behandel. Doe ik eerst één van de anderen, dan ruikt hij de geur van het pipetje en gaat meteen wieberen. Dan kan ik ernaar fluiten.

In juli merkte ik dat het pipetje niet leek te werken. Hij kreeg wat korstjes op zijn lijf. Je kunt dan niet meteen weer een ander pipetje geven want zo fijn is dat spul niet, er moet echt minimaal 3 weken tussen zitten. Na drie weken zorgde ik dat ik een ander merk vlooienpipetjes in huis had en diende het toe. Dat werkte beter en de korstjes werden minder. In september diende ik opnieuw toe en het werkte niet meer. Hij zat ineens weer onder de korsten. Twee dagen na het toedienen controleerde ik hem met de vlooienkam omdat hij weer zo zat te bijten en haalde twee vlooien van zijn lijf.

Niet elke kat krijg korstjes van vlooienbeten. Alleen als ze een vlooienallergie hebben. Wat ik ervan begrijp is dat het speeksel van de vlo voor irritatie en jeuk kan zorgen, waardoor een kat gaat likken, bijten en krabben. Eén beet kan voor weken aan irritatie zorgen. Al die korstjes kunnen bovendien gaan ontsteken. Dat was nog niet het geval bij Gerrie maar ik rook wel aan hem dat het niet goed zat. Normaal ruikt hij licht zoet en nu rook zijn vacht zuur, een nare geur.

Op naar tante dierenarts dan maar. Voor advies welk middel dan wél te gebruiken en voor een injectie tegen de jeuk. Op het moment dat we gingen was er trouwens geen vlo meer te zien. Ik had hem en de andere katten elke dag gekamd met een vlooienkam. Maar het was natuurlijk wachten op de volgende vlooienbeet en die jeuk gaat niet zomaar weg.

Wie hier langer meeleest weet dat Gerrie niet zomaar in de reismand kan worden gestopt. Ik heb geprobeerd hem te trainen met lekkers en veel geduld maar het is niet gelukt. Daarom dien ik hem tegenwoordig alprazolam toe voordat we naar de dierenarts gaan. Dat is een kalmeringsmiddel dat goed werkt en geen herinnering aan de enerverende gebeurtenis zelf achterlaat. Het is een klein pilletje dat zich makkelijk in kaas laat verstoppen en hij trapt daar makkelijk in. Dus dat werd smakelijk naar binnen gelebberd. Deze pil is trouwens ook een echte aanrader om te gebruiken op oudejaarsavond. Vraag je dierenarts er naar.

Pil naar binnen gewerkt dus. En toen gebeurde er niets. Waar hij normaal toch wel binnen een uur overduidelijk reageert, bleef hij nu alert. Hij ging wel bij mij op bed liggen maar telkens als ik iets zei of even kuchte ging die kop omhoog. Nou moet ik ook zeggen dat ik vooraf altijd erg nerveus ben om hem in de mand te stoppen omdat het een enorm gedoe is. Dat vangt hij ongetwijfeld op.

Afijn, normaal is het zo dat als Gerrie dan lekker ontspannen is, ik hem optil en met mijn rug naar de deur ga staan. De man komt dan binnen, ik draai me om en stop Gerrie in één beweging in de mand. We zijn als twee op elkaar ingespeelde trapezewerkers die weten dat timing alles is. De man en ik dan hè, Gerrie niet.

Vijf minuten voordat het tijd werd om hem in de reismand te stoppen, stond Gerrie op, zei ‘bekijk het maar’ en liep naar beneden waarna mijn hartslag meteen opliep naar 130. Omdat ik niet voor één gat te vangen ben, deed ik wat nat voer in een bakje en zette dat op de bar. Dat is een plek waar ik hem meestal wel uitgebreid mag aaien en ook wel onder zijn buik mag kriebelen. De beste kans om hem op te tillen is daar.

Hij kon geen weerstand bieden aan het vooruitzicht van zomaar extra nat voer en sprong op de bar. Maar at niet. Alles aan hem straalde uit dat hij mij – terecht – niet vertrouwde. Uiteindelijk ging hij plat op de bar liggen met zijn oren in zijn nek, een totale overgave aan het onontkoombare die me zo raakte dat ik bijna ging huilen. Hij liet zich optillen, de man kwam eraan met de reismand en hop daar gingen we.

Bij de dierenarts gedroeg hij zich prima, hij kreeg een prik tegen de jeuk en ik kreeg vlooienpillen mee die beduidend kleiner dan de comfortis zijn. Ook kreeg ik de tip een volgende keer het kalmeringsmiddel voor het eten toe te dienen in plaat van een uur na het ontbijt, zoals ik had gedaan. Eenmaal thuis was het leed snel geleden en nog dezelfde avond merkten we dat de injectie werkte. Geen gekrab en gelik meer en ook de korstjes beginnen weg te trekken.

Applaus voor jezelf als je dit hele stuk over vlooien hebt uitgelezen, ik kan me een leuker onderwerp voorstellen. Maar hé, ik had zin om te schrijven 😉 .

Even weg

– Hoe lang ga je weg Mens?
– Vier nachtjes Dibbes
– Is dit mijn straf omdat ik vorige week niet tegen je aan wilde liggen?
– Nee zeg!
– Echt?
– Niet alles draait om jou Dibbes.
– Maar je kan niet weg, ik heb keelpijn, kijk maar, ik moet de hele tijd slikken. En wat is dat op mijn poot? Ziet er zorgwekkend uit, vind je ook niet? En wie geeft dan eten, aandacht. Wie doet de deur open! Tegen wie moet ik aanliggen!? Trouwens je kunt niet weg want ik ben op al je kleren gaan liggen. En je tas zit ook onder de haren!
– Dibbes?
– #_-):”5!!!😠
– Dibbes, het is maar vier nachtjes.
– Noem het ‘maar vier nachtjes!’ In mijn wereld heet zoiets zware mentale verwaarlozing. Schande! Een ramp! Ik wil niets meer van jou weten!
– Dibbes, wil je wat roerei?
– Roerei, hebben we roerei? Ik kom eraan!

In de steek gelaten

Wie met vier katten leeft, moet heel veel aandacht geven (en niet te vergeten eten uitdelen en 100 keer per dag de deur opendoen). Maar, er komt ook heel veel aandacht en liefde retour (net als zooi, kattenharen en een volle kattenbak).

Sinds Dibbes in ons leven kwam is die aandacht naar een hoger plan gegaan. Als een rupsje Nooitgenoeg moet er altijd meer zijn kant uitkomen. En hij heeft geweldige manieren om dat te bereiken. Hij pakt zijn slachtoffers volledig in. En welke kattenoppas hier ook voor de katten zorgt als wij wel eens afwezig zijn, allemaal worden ze ernstig aangetast door het stralende licht dat Dibbes verspreid. Hij is grappig, lief, onhebbelijk en heel erg aanwezig en koddig om te zien.

Dibbes slaapt meestal op bed. Maar daar zit wel een variatie in. Hoe liever ik ben, hoe meer contact er is. Als ik een tijdje ben weggeweest, gaat de liefde naar een hoger plan. Toen wij na twee weken vakantie terugkwamen, werd meneer zo overmand door liefde dat hij zich elke avond achterwaarts in parkeerde tegen mijn hals aan. Waarbij ik flink moeite moest doen om nog lucht te kunnen happen.

Vertederd en verblind door liefde accepteerde ik nachten van slecht slapen. Draaide ik me per ongeluk wel eens in mijn slaap om, dan kroop Dibbes over mij heen en parkeerde zich aan de andere kant. Deze liefde, dit intense gevoel, leek voor altijd. Ik stond op een voetstuk met een stralenkrans om mijn hoofd en mijn engeltje keek permanent in volle aanbidding naar mij op.

Tot gisteravond. Ik ging naar bed en lag alleen. En verdomd als ’t niet waar is, in slaap vallen zonder een Dibbeskont in mijn gezicht viel niet mee. In de steek gelaten viel ik uiteindelijk toch in slaap, waarbij ik voor het dramatische effect toch even wil opmerken dat ik zware hoofdpijn had én misselijk was. Ook nog. Maar goed, ik viel in slaap in de verwachting dat ik midden in de nacht wel ineens een lijfje tegen me aan zou voelen.

Midden in de nacht schrok ik wakker en wat denkt u, geen Dibbes. Nou ja zeg! Ik naar beneden om op onderzoek te gaan. Er kwamen van alle kanten katten aanstormen, maar die ene, mijn grote liefde, zat daar niet bij. In wanhoop deed ik de voordeur open en staarde de nacht in. Riep zachtjes de liefste woordjes die hij graag hoort. Die ga ik hier niet herhalen want dat is privé. Maar geen Dibbes.

Dan maar plassen. Daarna voor de zekerheid nog eens roepen en jawel, daar kwam hij aanstormen. Hij rende voor mij uit de trap op. Ik stommelde erachter aan. Mijn hart klapte open. Eindelijk! In het donker liep ik de slaapkamer in, in de verwachting dat hij klaar zou liggen. Maar mijn kant van het bed was leeg. Giebelend stapte ik erin, in de verwachting dat zodra ik lag, hij er ineens zou zijn.

En werd ‘ s ochtends wakker in de keiharde wetenschap dat ik daar nog steeds zonder Dibbes lag. Vandaag moet ik onder ogen zien dat de wittebroodsweken weer voorbij zijn. Maar wat Dibbes nog niet weet en ik wel, is dat ik volgende week vier nachten weg ben. Dat zal hem leren!

Kattige zaken

Na vier weken schildkliermedicatie toedienen gingen we afgelopen zaterdag met Smoes naar de dierenarts om opnieuw zijn bloed te laten testen. Ik was vol goede moed want aan alles merkte ik vooruitgang. Hij eet rustiger en minder, als ik hem optil voel ik zijn hart niet meer zo tekeer gaan, zijn spieren zijn weer wat meer ontwikkeld en hij is overduidelijk wat aangekomen.

Dat positieve beeld werd bevestigd door de dierenarts. Zijn schildklierwaarden zijn van 121 gedaald naar 13! Voor een kat is een waarde tussen de 10 en 30 optimaal heb ik begrepen. Zijn gewicht was 4,4 en is nu 4,77. Dat is een mooie stijging in zo’n korte tijd. We moeten zelfs uit gaan kijken dat hij niet verder aan gaat komen. Extra bijvoeren is zeker niet meer nodig, tot groot verdriet van Smoes.

Tijdens het wachten op de uitslag zijn we even naar mijn moeder gegaan, die boven de dierenartsenpraktijk woont. Smoes vond het maar raar.

Hij heeft zeker een half uur gewacht voor hij de mand uit durfde te komen. Uiteindelijk deed hij een voorzichtig rondje huiskamer, gaf overal wat kopjes tegen en kroop weer terug in de mand.

Terug bij de dierenarts bespraken we de waarden en dat was het. Over een maand of twee, drie laten we nog eens testen, misschien is het dan mogelijk om over te stappen op uiteindelijk een pil per dag, in plaats van twee. Allemaal zeer positief dus!

Thuis in zijn eigen vertrouwde mandje is het veel fijner natuurlijk

Vorige week kregen wij via mijn schoonouders veel kattenvoer. Hun kat is overleden en ineens stond er een enorme zak met kattenbrokjes in ons huis en veel nat voer. De brokjes bleken voor katten met blaasgruis problemen te zijn en zijn gedoneerd aan het asiel. De blikjes nat voer waren Hills a/d, voer met veel eiwitten en calorieën, bedoeld voor katten die moeten aansterken. Daar is bij Smoes geen sprake meer van ook al probeert hij me van het tegendeel te overtuigen. Dus besloot ik het te doneren aan het kleine weeshuis, een kattenopvang waar ik al eens eerder over schreef.

Zij waren hartstikke blij met de 20 blikjes. Dat voer is bijzonder prijzig (bijna 3 euro voor een een blik van 185 gram) en niet aan te slepen, want zeer geschikt voor zogende verzwakte moederpoezen. Dus fijn dat dit ook een goede bestemming kreeg!

een kat die kwijt was, een aanrijding en een beslissing

Afgelopen week was wat heftig. Ik voelde me niet heel jofel en als er dan iets gebeurt, heeft dat grote impact. Dinsdag was Dibbes zoek. Wie hier meeleest weet dat ik een nogal manische kattenmoeder ben. Omdat alle katten hier een verleden hebben, zijn ze snel van slag. En ik ben ook snel van slag met een immer overprikkeld ME-brein. Dus dat Dibbes dinsdag ineens uren zoek was, deed me bepaald niet goed.

Waarschijnlijk is hij ervan door gegaan toen S. hier na school met wat vrienden ging kaarten in de tuin. Zeker weten doe ik het niet, want ik had hem sinds een uur of 12 in de middag al niet meer gezien. Nadat alle pubers het huis weer hadden verlaten, was de verwachting eigenlijk dat hij ergens onder een struik vandaan zou kruipen. Gerrie deed dat wel. De jongens gingen door de voordeur naar buiten en Gerrie kwam op hetzelfde moment door de keukendeur naar binnen.

Maar Dibbes niet. Nou kan hij altijd al iets heftiger reageren dus bedacht ik dat hij waarschijnlijk iets meer tijd nodig had. Maar tegen etenstijd was hij er nog niet en toen werd ik ongerust. Dat is zacht uitgedrukt want ik draaide wat door. Meneer kwam uiteindelijk om half 8 opdraven en tegen die tijd was ik veranderd in een jankend hoopje ellende en hield ik er 2 dagen flinke hoofdpijn aan over.

Ik reageer nogal buitensporig op stress met dank aan de ME. Ik ben altijd al wel iemand geweest met een goed ontwikkeld gevoel voor drama maar sinds ik ME heb schiet ik continu van de meeste lullige dingen in het rood, zowel fysiek als mentaal. Nou is een kat die zoek is natuurlijk niet lullig maar de meeste katten zijn wel eens een paar uur pleite. Ik kan dan niet goed relativeren, zeker omdat het Dibbes is, een voormalige zwerver die een zeer vaste routine heeft sinds hij hier woont, bij voorkeur bij mij in de buurt is en als hij al op stap is, dan bestaat dat eruit dat hij door de voordeur naar buiten gaat en dan door de steeg wandelt om door de keukendeur weer naar binnen te gaan. Of hij gaat in de voortuin onder een struik zitten wachten tot ik de voordeur weer opendoe.

Nou ja, veel drama om niets dus. Het slachtoffer in kwestie ligt heerlijk naast me te slapen nu.

Later in de week was er wel een echt drama en daar reageerde ik in eerste instantie redelijk rustig op vreemd genoeg. De klap komt eigenlijk nu pas. Ik ging donderdag op de scooter naar de bewegingsbanken en raakte betrokken bij een ongeluk. Ik werd aangereden door een andere scooter. Mijn schuld, ik moest voorrang verlenen en schatte de snelheid van die andere scooter verkeerd in. Ik en mijn scooter kwamen met de schrik vrij maar de andere scooter moet wel flink opgelapt worden. De bestuurder had wat schaafwonden en last van zijn enkel.

Hij wilde op dat moment niet naar een arts – er was 10 meter verderop een huisartsenpost en ik bood aan hem te brengen – omdat hij onderweg naar een examen was. Na zijn examen is hij wel even naar een huisarts geweest. In de avond ben ik naar hem toe gegaan om de verzekering te regelen.

Ik ben me rot geschrokken. Zeker ook omdat het niets voor mij is. Ik kijk altijd goed uit, rijd nooit door rood licht en geef altijd voorrang wanneer dat moet. En toch gebeurde dit. Ik kan alleen maar blij zijn dat het niet erger is afgelopen.

Dit hele gebeuren was voor mij overigens een druppel wat de scooter betreft. Ik heb deze scooter sinds vorig voorjaar omdat een elektrische fiets voor mij geen optie meer was. Helaas ben ik afgelopen jaar heel snel verder achteruit gegaan in mogelijkheden en is de scooter moeilijk te hanteren voor mij. Op de standaard zetten of op slot zetten kost spierkracht die ik eigenlijk niet meer heb (zo’n ART slot is echt loodzwaar). De scooter was bedoeld om mijn bewegingsvrijheid te houden maar M. heeft mij de afgelopen maanden heel vaak bijvoorbeeld naar de fysio moeten brengen omdat ik me niet goed genoeg voelde op de scooter te zitten.

En zo werden steeds meer dingen een probleem. Even naar Beter Horen? Ik kan de scooter daar niet voor de deur parkeren omdat het een voetgangersgebied is. En dus moet ik dan alsnog een -voor mij- flink stuk lopen. Dus stel ik dat soort dingen steeds vaker uit tot het moment dat ik weet dat iemand me kan brengen en ik alsnog afhankelijk ben.

Een ander nadeel is de herrie die eruit komt (bezinemotor) en waar ik soms erg overprikkeld van raak. Het getril van de motor zorgt er bovendien voor dat mijn spieren erg heftig reageren als ik iets langer heb gereden. Uiteindelijk drong het heel langzaam tot me door dat de scooter prima voor mij is als ik een goede dag heb, maar op een slechte dag lost het niets op. En het ongeluk versnelde dat besef. Hoewel de oorzaak van de aanrijding daar natuurlijk helemaal niets mee te maken had, was het wel in één klap klaar. De beslissing heeft niets met angst te maken want ik heb mezelf gedwongen meteen weer op de scooter te stappen en ben zaterdag ergens naar toe gereden. Het is nu gewoon tijd voor iets anders.

De scooter wordt verkocht en in plaats daarvan komt er een scootmobiel. Ik heb al een proefrit gemaakt. Mijn indruk is dat een scootmobiel veel lichter hanteerbaar is, het maakt geen herrie, er is geen gedoe met zware sloten en ik hoef geen spierkracht die ik niet heb te gebruiken om het ding op een standaard te zetten. Ik kan dan ook op slechtere dagen zelfstandig naar bijvoorbeeld de fysio gaan.

Dat was dus de nuchtere beslissing. Ik heb de afgelopen jaren wel geleerd om te kijken naar wat de beste oplossing in verschillende situaties is. Dat betekent dat ik vanwege mijn gezondheid vaak iets moet loslaten, ook al wil ik dat helemaal niet. Vasthouden aan een beeld van mezelf werkt uiteindelijk alleen maar in mijn nadeel. Rationeel weet ik dat heel goed en ik weet zeker dat ik ga genieten van de mogelijkheden die een scootmobiel me gaat geven. Maar toch ben ik even in een flinke mineurstemming. En dat mag ik vind ik. Even een paar dagen mokken en dan hop, door naar de volgende fase.

Smoes en zijn schildklier

Vorig jaar juli ging onze kat Smoes onder het mes om aan zijn schildklier te worden geopereerd. Hij had last van hyperthyreoïdie, een te snel werkende schildklier. Dit is een aandoening die veel voorkomt bij oudere katten. Omdat ik eerder een schildklierkat heb gehad, herkende ik de symptomen: vraatzucht, afvallen, onrust, diarree, snelle hartslag, weinig spiermassa, overgeven. Het drong toen niet meteen tot mij door want Smoes is altijd al gefixeerd op eten geweest omdat hij als kitten overduidelijk te weinig heeft gekregen en een slechte start heeft gehad. Maar toen ik op een dag zag dat het hem niet lukte op ons bed te springen ging er een alarm bij mij af.

Afijn, de te snel werkende schildklier is verwijderd. Voorafgaand aan de operatie heeft hij ca. 8 weken medicatie geslikt. Op zich werkte dat prima. Dat wij toch voor een operatie kozen was omdat we het een fijner idee vonden dat hij na een operatie niet meer levenslang twee keer per dag pillen toegediend moest krijgen.

Na de operatie knapte hij goed op. Zijn ademhaling en hartslag waren beduidend rustiger en na een tijdje zagen en voelden we dat zijn spieren ook weer sterker werden. Op bed springen was geen probleem meer. Sterker nog, hij klom weer over de schutting in de tuin alsof hij een kitten was. Het is altijd een hyperactieve druistige kat geweest. Gefixeerd op eten was hij nog steeds, maar ja, eten is zijn hobby.

Deze week drong het tot me door dat er toch weer iets aan de hand is met Smoes. Hij is weer wat afgevallen en in eerste instantie vond ik dat niet vreemd. Al onze katten zijn dit voorjaar wat afgevallen. Ze zijn immers nachten de hort op. Maar hij voelt zo fragiel en toen ik hem van de week optilde om hem te wegen, schrok ik ervan hoe zijn hart tekeer ging.

Op naar tante dierenarts dan maar weer. En jawel, de overgebleven schildklier werkt ook te snel. Echt pech! Ook nu werden de opties weer besproken. Dat zijn er vier:

  • radioactieve therapie: een injectie met radioactief jodium. Dit heeft een slagingspercentage van 80 % maar ook veel nadelen. Het is een dure behandeling (ca €2000), kan niet bij onze eigen dierenarts worden gedaan maar moet in Amsterdam, de kat moet na de injectie een aantal dagen opgenomen worden, na thuiskomst moet de kat een flinke tijd binnen blijven. Gebruikte kattenbakkorrels moeten drie maanden worden bewaard voordat ze mee kunnen worden gegeven met de vuilophaaldienst.
  • Jodiumvrije voeding geven
  • schildklier verwijderen, en daarna levenslang pillen slikken
  • schildklier laten zitten en levenslang behandelen met medicatie die de schildklier afremt. Dat kan met pillen of met oorzalf.

We hebben vorig jaar natuurlijk al deze opties uitgebreid besproken. Nu weer opereren heeft geen zin, aangezien we daarna evengoed toch levenslang pillen moeten geven. Jodiumvrije voeding is zinloos in een huis met vier katten. Smoes loopt bovendien ook regelmatig bij de buren naar binnen om daar kattenbrokjes te jatten. Dat gaat dus niet lukken. Een radioactieve injectie gaat ook niet lukken. Ik vind het de stress van een opname niet waard en het is onhoudbaar om in een huis met vier katten drie maanden kattenbakkorrels te moeten bewaren. Alle katten kunnen hier gebruik maken van de kattenbak. Hij zou dan bovendien ook een flinke tijd niet naar buiten kunnen. Daar doen we hem geen plezier mee.

We kiezen er dus voor om medicatie geven die de hormoonproductie afremt. Ook dat kent nadelen. De pillen kunnen voor bijwerkingen zorgen en kunnen op lange termijn zorgen voor andere gezondheidsproblemen. De oorzalf zorgt vaak voor ontstekingen. We hebben gekozen voor de pillen. Het is de optie die hem de minste stress oplevert, hij laat het toedienen vrij makkelijk toe. Ik heb ook dit keer wel geprobeerd om de pil in kaas of leverworst te stoppen maar dan kan ik het in mijn haar smeren, hij rent keihard weg. Vreemd, want met de driemaandelijkse wormenpil lukt dit wel altijd. Ook jammer, want dat was voor de vakantieoppas een stuk makkelijker geweest.

Onze vaste kattenoppas is niet iemand aan wie ik kan vragen pillen toe te dienen. Ik help haar juist meestal als er iets met haar katten is. Gelukkig is vriendin D. bereid het te doen als wij op vakantie zijn. Zij woont hier om de hoek en kent onze katten goed. Ik kan haar leren wat het trucje is met Smoes. Hij laat zich namelijk niet zomaar optillen en rent keihard weg als hij denkt dat je dat gaat doen. Als een echte kat heeft hij een inwendig pillenalarm. Zodra hij vermoedt dat het zover is, rent hij weg. Maar nat voer kan hij niet weerstaan! Je zet een bak met eten voor zijn neus en nét voordat hij zijn kop erin stopt, til je hem op, zet hem op het aanrecht, hop die pil erin en meteen weer met zijn neus voor die bak met eten zetten. Hij heeft het dan vrijwel niet door wat er gebeurt.

Dus, zo gaan we het maar doen.

Vertrouwen

Wie hier nog niet zo lang geleden is aangehaakt, heeft inmiddels vast wel meegekregen dat ik vier katten heb, maar het verhaal erachter zal onbekend zijn. Vier katten met elk hun eigen heftige verhaal. De oudste twee waren nog heel jong dat ze bij ons kwamen en hebben relatief weinig overgehouden aan hun slechte start in het leven. Maar de jongste twee katten, Dibbes en Gerrie, waren naar schatting een jaar of drie, vier toen ze in onze tuin opdoken en hadden overduidelijk ellendige tijden achter de rug.

Ik heb ze van de straat geplukt. Letterlijk gelokt met lekker eten. Ik heb ze maanden bewerkt met lieve toespraken vol beloften over volle buikjes en veiligheid. Dibbes ging in 2013 overstag en Gerrie in 2014.

Na het in huis nemen volgde een intensieve socialisatie, Gerrie was bijvoorbeeld helemaal geen menselijk contact gewend en fysiek moesten ze behoorlijk opgelapt worden. Dibbes was bijna blind door een oogaandoening en een operatie was noodzakelijk. Bij beide heren werkte het immuunsysteem niet goed door jaren van weinig eten of troep eten en de stress van het straatleven. Ze zaten continu onder de teken en vlooien, ondanks dat ik ze daar wel voor behandelde. Gerrie had oude onbehandelde botbreuken. En bij beide heren was de motoriek onderontwikkeld. Even op een schutting springen of op een tafel, dat lukte ze niet.

Fysiek knapten ze redelijk snel op maar voordat ze hun verleden ook mentaal achter zich konden laten, dát duurde veel langer. Je kan de kat wel van de straat halen maar je haalt daarmee niet meteen het straatleven met alle ellende, uit de kat. Ze waren overduidelijk getraumatiseerd en het duurde behoorlijk lang voor ik de heren in normale katten zag veranderen die spelen, knuffelen en eten eisen.

Inmiddels gaat het heel goed met ze. De enige terugkerende bron van stress is eigenlijk als er hier wel eens geklust wordt. Sinds ze hier wonen is de keuken gerenoveerd, de wc vervangen, het raam op zolder vervangen en zo nog wat dingen. En elke keer is het een enorm drama met katten die in paniek wegrennen. Vooral Dibbes komt dan pas na uren weer terug, met ogen als zwarte schoteltjes, volledig over de zeik. En ook al is het klusvolk al lang weer vertrokken, hij vertrouwt het niet. Dat heeft elke keer weer dagen hersteltijd nodig. Gerrie is net zo schrikkerig maar herstelt zich gelukkig altijd wat sneller.

Als er hier geklust moet worden heb ik dus altijd dubbele stress. Ik trek het zelf namelijk nauwelijks en maak me ook zorgen om de katten omdat ik weet wat de impact is en ze altijd weer terugvallen in oud angstig gedrag.

Deze week hadden we een megadoorbraak. Het lekt bij ons in de badkamer en wat een snelle reparatieklus had moeten worden is uitgegroeid tot een drama in vier delen waarbij de loodgieter er af en toe voor zorgt dat ik de man wil aanvliegen, omdat hij de aandachtspanne van een kleuter heeft en zonder overleg dingen doet met grote gevolgen, zoals een deel van het plafond slopen omdat anders de douchedeuren niet passen. Maar dáár gaat dit stukje niet over. Dit gaat over twee stralende stoere katten die hooguit geirriteerd reageren, ‘is die vervelende man er al weer!’, voor de zekerheid wel naar buiten gaan maar wel op de gewone eettijd brokjes eisen.

Nadat de loodgieter voor de deur achter zich dicht trekt, stappen de heren achter weer naar binnen, staart in de lucht, het huis weer opeisend. Wat zijn die twee gegroeid en wat een vertrouwen hebben ze inmiddels. In zichzelf en in ons. Dat vind ik ontroerend en mooi om mee te maken.

In de avond even de verloren tijd aan knuffels inhalen …

Een avontuurtje

Afbeelding Pixabay

Omdat de koek op is, gaan we vroeg naar bed. Half tien liggen we op één oor. M. is helemaal uitgepoept, waarschijnlijk door de stress op kantoor over het wel of niet houden van zijn baan, en ik, nou ja, ik ben altijd uitgeput.

Je kunt als ik mijn gehoorapparaatjes niet in heb, heel hard ‘Love me tender’ in mijn oor zingen, ik hoor dat niet. Maar als er iemand met een ruk ineens overeind gaat zitten om 11 uur in de avond, dán word ik wakker. M. zit ineens rechtovereind in bed, zegt dat Smoes gromt, vervolgens gaat hij weer liggen en ronkt verder alsof er niets is gebeurd.

Voor mij begint het dan pas. Eenmaal wakker, blijf ik wakker. Zóveel om over te denken. Smoes gromt? Ik hoor dat dus niet maar wil meer weten. Gromt hij beneden? Waarom? Of gromt hij hier in de kamer en is er dus iets onder ons bed verstopt dat het grommen waard is ? Dat zijn vragen die om antwoorden gillen!

Ik stap uit bed. Smoes blijkt in de slaapkamer te zitten en hij loopt blij en met zijn staart in de lucht mee naar beneden. Dat gedrag is normaal. Het gedrag van Gerrie daarentegen is verre van normaal. Die loopt als hij mij ziet met rare vreemde sprongetjes door de kamer, met een wulpsheid die ik nog nooit bij hem heb gezien. In de keuken aangekomen gaat Gerrie plat liggen en – dit verzin ik niet – wijst in het donker met zijn voorpoot op een zwartig ietsje, dat een muisje blijkt te zijn als ik het licht aandoe.

Muisje ligt stil. Hij is nat, waarschijnlijk omdat hij net nog in de bek van Smoes zat. Hoewel Gerrie zich nu gedraagt of dit zijn muis is, geldt in dit huis de regel dat ervaringen in het verleden een goede voorspeller van het heden zijn. Zeker ook gezien het gegrom van Smoes, dit is de muis van Smoes.

Hij ligt daar dood te zijn op een manier die doet denken aan de cowboy en indiaan spelletjes van vroeger. Dan was je ineens dood en viel je neer met armen en benen wijd. Want zo zag dood zijn eruit. Dit muisje ligt op zijn buik, armen en pootjes wijd.

Inmiddels heb ik Dibbes gespot in de achtertuin en hij spot mij ook. ‘Wat is er, wat gebeurt er, wat doen jullie?’ Dibbes stapt door het kattenluik en gaat naast mij en Gerrie staan. Gerrie ligt plat op de grond en zijn poot wijst nog steeds naar de muis. Ik begrijp dat hier iets van mij verwacht wordt, als ik niet wil dat ik dit muisje morgenochtend in drie stukken terugvind. Want hoewel Gerrie en Dibbes niet echt verder komen dan wijzen en kijken, rukten Moos en Smoes in hun jonge jaren regelmatig vogels en muizen volledig uit elkaar. Wie weet in wat voor heropleving deze bejaarden nu zitten? Moos is weliswaar nergens te bekennen en Smoes komt niet verder dan grommen, wat ik nog steeds niet hoor want niet ingeplugd maar ik geloof M. op zijn woord, maar toch.

Optreden dus. Ik pak wat toiletpapier en raap het muisje heel voorzichtig op. Ik besluit hem buiten in de groenbak te deponeren en loop in onderbroek
naar buiten. Het is laat en donker en niemand die me ziet, hoop ik dan toch. Daar, eenmaal in de frisse lucht, gebeurt er een wonder. De muis rent ineens over mijn arm! Een opwekking van levensenergie! Of de muis hield zich gewoon dood omdat zijn overlevingsinstinct zo groot is.

Afijn, de muis doet het weer en mijn brein ook. Alles staat aan en op alert. Ik kruip geagiteerd weer in bed en wil mijn verhaal aan de man vertellen, maar die geeft geen sjoege en wil dat ik mijn kop houd. Slapen lukt niet meer. Ik denk aan de muis, zo alleen en geschrokken in het donker. Ik voel nog uren zijn pootjes trippelen over mijn arm. En vraag me af of hij ook nog aan ons denkt. Of dat hij alweer op de vlucht is voor het volgende gevaar.

In de steek gelaten

Elk jaar in het voorjaar
word ik in de steek gelaten.
En het went nooit.
Lig ik normaal elke nacht
met vier katten om mij heen,
in het voorjaar
gaan ze de hort op.
Wat ik daarvan vind
vragen ze mij niet,
de ontrouwe haarballen.

De hele winter ongemak.
Vechten om een plek.
Dibbes tegen mijn buik.
Gerrie naast mijn hoofd.
Moos in mijn knieholte
en Smoes op het voeteneind.
Zo gaat het.
Zo hoort het.
Vind ik dan toch.

En dan ineens
als de nachten korter worden
en de temperatuur stijgt
voldoe ik niet meer.
Mijn opoffering van
altijd klem liggen
wordt niet meer gewaardeerd.
Ze gaan op stap,
met zijn vieren.
Avontuurtjes beleven.
Zonder mij.

En ik?
Ik lig in bed
in een zee van ruimte
waarin ik verdwaal
en niet kan slapen.
Geen Dibbes tegen mijn buik.
Ik kan mijn benen strekken,
niezen zonder dat Gerrie schrikt.
Dat kan toch niet.
Dat hoort toch niet.

En dan straks weer
mooie sier maken
als het kouder wordt.
Ik trap er niet meer in.
Ik kijk niet meer
in die zeegroene ogen.
Ik negeer de zachte geluidjes.
Ik laat me niet meer versieren.
Hoor je me?
Nee is nee.
Dit bed is van mij.
Van de man en mij.
Mensen, geen katten.
Humans only.

Nou vooruit.
Even dan.
Voor deze ene keer.
Dit schept geen precedent.
En niet doorvertellen.
Anders neemt niemand
mij nog serieus.





De kapsoneslijer van verderop

Andere kat maar het had hem kunnen zijn….(afbeelding Pixabay)

Als ik door het keukenraam kijk, zie ik een prachtige kat met lange haren en een weelderig wuivende staart, statig en met zichzelf pronkend de tuin in komen lopen. Hij lijkt dik maar dat is denk ik schijn, zijn vacht is extreem dik. Alhoewel, dan heeft hij wel héél veel vacht zo rond zijn kont en buik. Laten we het erop houden dat het een goed geportioneerde Maine Coon is.

Aan zijn gedrag zie ik dat hij weet dat dit vijandelijk gebied is. Hij kijkt goed om zich heen. Ik weet dat onze theemutsen in diverse stadia van niets doen en diepe slaap boven op ons bed liggen, maar hij weet dat niet. Goed opletten dus.

Buiten wat vogels die krijsend over hem heen vliegen, is er geen ander gevaar en ik zie hem ontspannen. Er wordt zelfs wat gesproeid. Zodat die van ons later als het ware kunnen lezen dat die dikke harige kapsoneslijer van drie huizen verderop hier was.

Hij waant zich onbespied en voelt zich steeds zekerder. Totdat hij mij ineens ziet, zo achter het keukenraam. Ieuw! Hij kijkt paniekerig om zich heen. Ziet de pergola in het midden van de tuin en gaat achter een pergolapaal zitten. Hij zit doodstil en zijn kont steekt links en rechts aan de zijkant van de paal uit. Ik zie een beetje paal en veel kat. Hij denkt dat ik hem niet zie.

Natuurlijk speel ik het spel mee, het is wel zo beleefd om hem de kans te geven een aftocht zonder al te groot gezichtsverlies te organiseren. Dus kijk ik even weg. Vanuit mijn ooghoeken zie ik hem een meter naar achter schuifelen. Als ik weer voor hem zichtbaar opkijk, zit hij opnieuw doodstil, in de lijn van de paal. Ik maak een eind aan de marteling door weg te lopen. En zie hem in een slip de tuin uitrennen.

Veel poeha maar weinig lef noemen wij dat. 😉 .