Keuteldagen, een crematie en angsten

Deze week ben ik wat aan het keutelen en lanterfanten. Er werd wat minder geklust en dat gaf mooi de gelegenheid om wat bij te tanken. Ik lees, hang veel en kijk hier en daar een Netflixserie. Ik ben momenteel bezig met The Good Wife, weer eens wat anders dan moord en doodslag in het hoge Noorden.

Gisteren kwam er twee samples binnen van tegels voor de keuken. Vandaag ben ik in afwachting van een derde sample en dan kunnen we hopelijk een keus gaan maken. Vriendin I. heeft aangeboden onze keuken te betegelen en ook G. kan ons ermee helpen. Hulp komt blijkbaar van alle kanten! M. denkt dat als iemand hem leert hoe het moet, hij het zelf ook wel kan. Dat denk ik ook want hij heeft zich de afgelopen tijd ontwikkeld tot een geweldige klusser.

Verder loop ik nu nog in pyjama wegens energie sparen voor de namiddag. We hebben een crematie. Mijn oom is overleden. Of eigenlijk achteroom, hij was de neef van mijn vader. Veel familie heb ik niet en we zijn ook niet echt opgevoed met veel familiebezoek en zo, maar deze oom en de bij hem horende tante waren wel favoriet bij mij. Niet in de laatste plaats vanwege de twee reuze interessante want veel oudere zonen die zij hadden. Ik heb daar hele goede herinneringen aan.

Nadat ik het huis uitging heb ik ze niet heel veel meer gezien maar door toeval van het lot of wat dan ook, zijn deze oom en tante jaren geleden ook naar Hoorn verhuisd en zag ik ze nog wel eens. Nadat ik ziek werd en zij ouder, bejaarder en wat krakkemikkiger werd dat weer minder. Een paar jaar geleden zijn ze weer vertrokken uit Hoorn richting hun oude woonplaats, maar de goede herinneringen zijn zeer zeker aanwezig.

Mijn moeder heeft deze neef van mijn vader heel lang gekend. Als 15-jarig meisje leerde zij immers mijn vader kennen en dus zijn familie. Voor haar is het een afscheid van een levenslange hechte vriendschap. Omdat zij geen lange afstanden met de auto meer rijdt, gaan M. en ik met haar mee naar de crematie. Ik zal eerlijk zeggen dat ik dit vooral voor mijn moeder doe. Want een crematie hakt er qua energie heel erg in bij mij.

Verder gaat het hier zijn gangetje. Kind ging en kwam al weer terug van zijn 6-daagse reis naar Chester. Toch wel spannend, zo vlak na de aanslag in Manchester. Het programma is hier en daar wat aangepast en sommige activiteiten in Manchester zelf zijn niet doorgegaan.  Hij kwam zaterdag terug en zondag was al weer de volgende aanslag in Engeland. We leven in een vreemde wereld. Toch las ik laatst een interessant stuk in NRC Next over het gevoel dat we nu in een wereld leven gedicteerd door terroristen maar dat de feiten dit tegenspreken. Jaren terug hadden we ook al de IRA, ETA en de RAF. Sinds de jaren 70 is het zelfs beduidend rustiger in Europa en zijn er minder doden door terrorisme te betreuren. Wel is er weer een toename sinds eind jaren 90. Ik kon het artikel zelf niet meer vinden maar hier wordt er ook wat over gezegd: http://focus.ntr.nl/artikel/7542/is-er-meer-terrorisme

Natuurlijk is elke dode er één te veel. Maar de beleving is dus blijkbaar anders dan de werkelijkheid. Die beleving wordt denk ik ook zeker gevoed door de alles omvattende media-aandacht. We kunnen zo intens vanaf de zijlijn meeleven. We worden tot in den treure geïnformeerd maar soms is het daardoor wel moeilijk om kalm te blijven.

Mijn eerste reactie op de aanslag in Manchester was, dat ik kind nergens meer naar toe zou laten gaan, nooit. Dat is vast het overbeschermende moederinstinct. Ik wil dan als een kloek op het ei gaan zitten en er nooit meer vanaf gaan wegens de enge boze buitenwereld. De waarheid is denk ik dat er in de dagen na de aanslag in Manchester meer aandacht voor veiligheid was op juist deze plek dan waar dan ook.

Het blijft bovendien altijd wel eng en moeilijk om je kind los te laten in de wereld. Ook de eerste keer dat S. in zijn eentje met de trein reisde, vond ik heel spannend. Komt hij onderweg geen gekken of pestkoppen tegen, is zijn beoordelingsvermogen wel oké, gaat het allemaal wel lukken (wat dan ook, want angsten zijn vaak abstract). En toch lieten we hem gaan. Omdat het zover was en hij eraan toe was. En zwaaiden we hem vorige week ook uit in de volle overtuiging dat de schoolreis vast top zou worden en dat was het ook. Denk ik want de puber zei niet veel na terugkomst wegens moe en nou ja, pubers zeggen niet zoveel, deze in ieder geval niet ;-).

Ga ik me nu maar eens aankleden!

Op zoek naar Pippi: ook wanneer er weinig kan

Wat vooraf ging:
Op zoek naar Pippi, wat houdt dat in?  Meer spontaniteit, minder moeten. Meer doen waar ik blij van word en me minder druk maken om de consequenties van het uitgeven van energie die er niet is. Mezelf de juiste vragen stellen – waar heb ik zin in vandaag – en handelen naar het antwoord. Doen alsof elke dag een vakantiedag is. Als de zon schijnt alles uit mijn handen laten vallen en erin gaan zitten. Schijt hebben aan wat anderen van mij denken zolang ik mezelf maar in de spiegel aan kan kijken.

In april schreef ik dat ik in tijden van minder energie me erg focus op dat waar ik erg van geniet en wat ook lukt in ‘slechtere’ tijden. Lezen en bloggen dus. Ik heb redelijk voor ogen waar ik blij van word en mijn tijd is heel kostbaar. Niet omdat ik er te weinig van heb – eerder te veel – maar omdat de accu heel snel leeg is. Na jaren van frustraties omdat ik merkte dat ik het weinige dát ik had veel te makkelijk uitgaf aan anderen of aan activiteiten die moeten, heb ik inmiddels geleerd prioriteiten te stellen. Wil ik energie uitgeven aan boodschappen doen? Nee, dus wordt alles eens per week aan huis bezorgd. Heb ik puf om veel contacten live te onderhouden? Nee, dus heb ik een schifting gemaakt. Veel houd ik af. Deelnemen aan feesten en partijen? Nee, ook dat doe ik vrijwel niet, een enkel uitzondering daargelaten.

Dat geeft veel duidelijkheid en rust. Daardoor blijft er ruimte over voor wat voor mij belangrijk is. Natuurlijk klinkt het misschien wat verwend. Er zijn weinig mensen die alleen dat kunnen doen wat ze willen doen. Maar ik moet nu eenmaal enorm uitkijken. Spontaan over de schutting ouwehoeren met de buurvrouw kan er al voor zorgen dat het in de namiddag niet meer lukt om te koken.

De marges zijn nog wat nauwer geworden sinds er hier geklust wordt. Natuurlijk niet permanent maar het kwam er toch wel op neer dat sinds eind april bijna elk vrij moment van de man er hier werd geklust, dan wel gepraat over klussen. Want klussen is ook keuzes maken. En hoewel ik hem een verbod heb opgelegd om nog na 8 uur in de avond mij vragen te stellen als “zullen we deze tegels doen of deze” waar hij zich meestal aan houdt, komt het in de praktijk natuurlijk neer op heel veel onrust.

Dus bloggen werd het ook niet meer. En lezen lukte ook niet meer goed. Elk boek dat ik oppakte vond ik stom en langdradig. Totdat ik me realiseerde dat ik een hele slechte aandachtsspanne had. Geen minuut aandacht voor hetzelfde kunnen hebben wegens zwaar overprikkeld zijn.

Waar is Pippi dan, in tijden zoals nu, wanneer ik het gevoel heb dat er niets kan? Nog minder kan dan eerst. Ze is er toch wel merk ik.  De vraag ‘waar heb ik zin in vandaag’ helpt natuurlijk niet als het antwoord ‘rust’ is en ik continu zaag- en boorgeluiden hoor. Maar mezelf verplaatsen (letterlijk het huis uit), verwachtingen bijstellen, de boel nóg meer de boel laten,  helpt wel. Schijt hebben aan wat anderen van mij denken, zoals hier boven te lezen is, kan ook één op één worden vervangen door schijt hebben aan mezelf of liever gezegd de enorme verwachtingen die ik heb over hoe ik moet leven.

Dus haalden we zo vaak eten afgelopen maand dat ik het maar niet meer heb bijgehouden. Niet heel gezond, jammer dan. Ik denk dat mezelf forceren om zonder energie toch te koken uiteindelijk ook niet gezond is. En ik vertrok een paar keer naar mijn moeder op de klusdagen hier. Dan maar geen catering spelen voor de klussers, (wat ik de eerste paar keer wel deed) onder het motto “zoek het maar uit, ik probeer hier gewoon zo goed mogelijk doorheen te komen, hier is een pak koek, tot straks, bel maar als je geen herrie meer maakt en het water weer is aangesloten.”

Het geeft aan dat ik best veranderd ben. Ik kan makkelijker switchen. Als de omstandigheden veranderen, hoeft niet alles door te lopen. Het gaat om de insteek, de mentaliteit. Niet om wat ik doe of kan doen maar de manier waarop ik iets beleef. Iets is pas een feit als ik me daarnaar gedraag. En gedrag kan ik aanpassen. Die insteek geeft ruimte.

En de keuken? Nog een paar klussen te gaan. Nog één laatje, de frontjes moeten nog wat beter worden afgesteld, de afzuigkap wordt vandaag geleverd en binnenkort opgehangen en de tegels worden vervangen, zodra we erover uit zijn welke tegels we kiezen. Maar, we zijn al een heel eind. En tot die tijd blijft het hier gewoon nog steeds wat stiller dan jullie van mij gewend zijn.

Van dit
Naar dit. Het wordt al wat!

De stille wereld: het schiet allemaal niet zo op

Wat vooraf ging: in december werd ik verwezen naar de KNO-arts. Ik was altijd al behoorlijk doof maar na diverse oorontstekingen in het najaar van 2016 was dit verergerd. In het verleden heb ik een apparaatje gehad maar dit was geen succes. Omdat de doofheid zoveel erger is geworden, wil ik het nu toch weer proberen. In januari was ik bij de KNO-arts, die verwees me naar de audicien. Die verwees me in maart naar de audioloog. Daar was ik eind april maar die raakte mijn dossier kwijt en toen lag het even stil. Tot ze het weer vonden en ik weer verder kon.

In mei kreeg ik dan het advies voor de gehoorapparaten van het audiologisch instituut in Alkmaar. Daarmee kon ik terug naar naar de audicien. Pas vorige week maandag kon ik daar terecht. De bedoeling van dat gesprek was dat ik werd voorgelicht over de apparaatjes die me zijn geadviseerd én dat er een afdruk van mijn oren werd gemaakt.

Het liep iets anders. De eerste keer dat ik bij deze audicien was, bleek dat hij goed op de hoogte is van ME. Dat is fijn, want de kans dat ik overprikkeld als ik beter hoor, is behoorlijk aanwezig en het is prettig als ik kan afstemmen met iemand die weet van de hoed en de rand.

Tijdens dit tweede gesprek viel me vooral op hoe druk en nerveus de man was en hoe vreemd zijn gedrag. We begonnen al niet fijn toen ik in de wachtkamer zat en hij me kwam halen, luidkeels roepend: “is deze  dame voor mij?”. Tja, dan gaan mijn stekels meteen overeind staan. Hij deed bovendien erg negatief over de mogelijkheden die er zijn voor mij en benadrukte een paar keer hoe moeilijk het voor hem wel niet zou zijn mijn apparaat af te stellen. Het leek bovendien wel of hij ons eerste gesprek volledig uit zijn brein had gewist en stelde vragen die al eerder waren gesteld. Alleen luisterde hij niet naar de antwoorden, onderbrak me voortdurend en vulde een vragenlijst in op grond van allerlei aannames, Dingen die ik belangrijk vind – bijvoorbeeld kunnen telefoneren zonder een koptelefoon – moest ik wel drie keer herhalen en volgens mij staat het nu nog niet genoteerd.  Vijf minuten na binnenkomst voelde ik de energie die ik had zó van me afglijden.

Toen het tijd was voor het maken van de afdruk vertelde hij na in mijn oren te hebben gekeken, dat dit niet kon wegens teveel oorsmeer. De kans dat door het maken van de afdruk het oorsmeer verder het oor wordt ingeduwd, is te groot. Hij adviseerde eerst de oren te laten uitspuiten. Alleen dát doe ik niet meer. Want ik heb telkens na het uitspuiten van de oren een oorontsteking en met een beetje pech dan weer meer gehoorverlies. Dus moest ik maar naar de KNO-arts vertelde hij.

Ik stond met een half uur dus weer buiten, licht beduusd omdat er nu wéér vertraging is – ik ben al sinds december vorig jaar bezig met dit traject – en ook ernstig overprikkeld door zijn gedrag. Bovendien had ik nog bijna ruzie gekregen ook. In het nieuwe schema dat hij nu voorstelde krijg ik de apparaatjes eind juni. De afspraak met de audioloog was dat ik die apparaten vier weken probeer in verschillende situaties om te kijken of het helpt. Denk aan buiten zijn, in de horeca, telefoneren, gesprekken voeren met meerdere mensen in verschillende situaties.  Zo kan ik ervaren in welke situaties de apparaten wel of niet voldoende ondersteuning geven. Dan ga ik opnieuw naar het audiologisch instituut om daar verder onderzocht te worden en mijn input te geven en kan de audioloog weer een nóg beter afgestemd advies geven richting audicien.

In het nieuwe schema van de audicien zou ik de apparaatjes een paar dagen kunnen proberen voordat ik de afspraak met het audiologisch instituut heb, in plaats van vier weken. En kreeg ik bijna ruzie omdat de audicien vond dat dit best kon. Dat de man in kwestie bleef benadrukken dat ik toch zo’n jonge en leuke vrouw ben en dat het toch wat was dat ik nu al aan de apparaatjes moest, kwam de sfeer wat mij betreft niet ten goede. Op zich begrijp ik hem wel, het gemiddelde publiek was rond de 80, die twee keer dat ik daar was, maar toch. Houd dat voor je dat soort praat.

Afijn, op naar de huisarts. Die ging een doorverwijzing regelen voor de KNO-arts en ik belde bij thuiskomst met het ziekenhuis. Daar bleek ik pas eind juni terecht te kunnen. Pas daarna een afdruk, dan de apparaten bestellen. Tegen de tijd dat ik ze kan uitproberen is het dan half juli, dan ga ik al bijna op vakantie! Ik durf die apparaten zolang ze niet van mij zijn niet mee te nemen op reis. Als er iets mee gebeurt in de proefperiode ben ik aansprakelijk.

Na een nacht slecht slapen en piekeren werd ik behoorlijk boos wakker. Natuurlijk kan de man niets doen aan mijn oorsmeer, maar wel aan zijn gedrag. Wat dacht hij wel! Zijn nerveuze en drukke gedrag, het niet luisteren, het me nauwelijks voorlichten en uitgaan van aannames, het zogenaamde ‘lollige en jolige’ gedrag maken dat ik er geen vertrouwen in heb dat dit gaat werken. Straks moet ik de apparaten bij hem afstellen en het is toch best belangrijk dat we normaal kunnen communiceren. Bovendien geef ik een behoorlijke smak geld uit, ik wil gewoon normaal en serieus behandeld worden.

Dus deed ik iets wat ik echt nog nooit heb gedaan. Ik belde naar de firma en heb gevraagd om een andere audicien. Bij voorkeur een vrouw. Ik heb uitgelegd dat zijn gedrag zo druk is dat ik niet denk dat dit gaat werken en dat ik me niet op mijn gemak voel. De telefoniste begreep wat ik bedoelde en ik kreeg sterk de indruk dat ik niet de enige ben die hiermee komt. Dus heb ik nu weer wat vertraging want ik kan pas half juni bij die vrouw terecht.  Maar liever dat dan doorgaan met iemand waar ik me niet prettig bij voel en die niet naar me luistert.

Toen ik dinsdag toch bij de huisartsassistente moest zijn voor de B12-injectie vroeg ik of ze even in mijn oren wilde kijken. Zij begreep niet waarom er geen afdruk is gemaakt want de hoeveelheid oorsmeer is minimaal. Ze vertelde dat ook al zou ik het willen laten uitspuiten ze dat niet zou doen want er valt vrijwel niets uit te spuiten. Dan spuit ze rechtstreeks tegen het trommelvlies, dat is niet goed. Laat staan dat een bezoek aan de KNO-arts zinvol zou zijn. Voor het kleine beetje dat er zit adviseerde ze audispray. En zie, na een paar dagen gebruik zijn mijn oren helemaal leeg en schoon bleek bij de controle afgelopen vrijdag.

Nou lang verhaal dus en ik heb best de pest in. Nog meer omdat ik per post wel al een offerte kreeg van de audicien voor de apparaten. Waarbij er allemaal dingen op staan die helemaal niet besproken zijn. Tot nu toe loopt dit traject bepaald niet op rozen. Overstappen naar een andere firma gaat helaas niet omdat mijn zorgverzekeraar dat niet vergoed. En ik heb die apparaatjes echt wel nodig want ik heb er sinds de laatste oorontsteking vorig najaar echt last van dat ik zo weinig hoor. En mijn huisgenoten ook. Ik had gewoon niet verwacht dat dit alles zoveel tijd in beslag zou nemen en mijn geduld wordt best op de proef gesteld.

Heb jij wel eens om een andere behandelaar gevraagd omdat je je niet prettig behandeld voelt?

Over de drempel

In het voorjaar van 2013 zagen we twee onbekende katten door de buurt zwerven. Mijn kattenradar is meer dan ontwikkeld en deze twee deden het alarm afgaan.  Vaste lezers van het blog kennen dit verhaal natuurlijk maar voor die mensen die nog niet zo lang geleden zijn aangehaakt, volgt hier een korte samenvatting:

Deze vreemde katten zaten ook regelmatig bij ons in de tuin, iets wat onze eigen katten curieus genoeg goed vonden. Normaal worden onbekende katten meteen de tuin uitgejaagd. Maar deze scharminkels waren dan ook nauwelijks een bedreiging te noemen. Mager, schuw, volledig lam geslagen, maar wel op zoek naar contact. Concurrenten van elkaar, ondanks de overeenkomsten in uiterlijk waardoor het familie leek. Waarschijnlijk wel uit één nest maar honger maakte ze tot concurrenten.

We richtten ons op de kat die er het slechtst aan toe was, Dibbes. Gerrie bleek  het hart te hebben gestolen van mensen van drie huizen verderop en die wilden hem graag adopteren. Uiteindelijk lukte dat niet en kwam Gerrie alsnog bij ons wonen, maar dát is een ander verhaal.  Terug naar Dibbes: Hij had overduidelijk gezondheidsproblemen en leek blind, het pus droop uit zijn ogen die hij niet goed open leek te kunnen houden. Maar hij was wel redelijk goed te benaderen. Na een half jaar gescharrel op afstand en lokken met lekker eten, mocht ik hem in oktober 2013 voor het eerst aaien en toen ging het razendsnel.  We brachten hem naar de dierenarts om hem te laten onderzoeken en meteen te laten chippen en castreren.

Dibbes bleek entropion te hebben. Een oogziekte waarbij de wimpers naar binnen groeien. Heel pijnlijk. Gelukkig was dit met een operatie op te lossen en we kregen een kat mee naar huis die 10 dagen binnen moest blijven en intensief verzorgd. Dat was nog wel een dingetje. Dit was een straatkat die tot nu toe alleen slechte ervaringen met mensen had opgedaan. Hem aaien was één ding, maar hem in huis houden, pijnstillers toedien en oogzalf opsmeren was iets totaal anders en behoorlijk heftig.

10 dagen na de operatie, hij bleek prachtige groene ogen te hebben

We hielden hem in overleg met de dierenarts in een apart kamertje en met een flinke dosis kalmeringsmiddelen. Twee keer per dag gaf ik hem medicijnen en zalf en elk uur glipte ik even naar binnen om te kijken hoe het met hem ging en met hem te knuffelen. Na 10 dagen mocht hij de kamer uit. De hechtingen bij zijn ogen waren verwijderd en hij mocht voor het eerst naar buiten. Het leven als gewone huiskat kon beginnen, argwanend bekeken door de twee die we al hadden. Een beetje coulance met een zielige zwerver in de tuin was oké, maar nu zat het beest ineens binnen! De blikken vlogen door de lucht die zwaar was van verontwaardiging. Dibbes gedroeg zich gepast nederig. Voor zo lang het duurde.

Elke avond als ik naar bed ging, was dat voor hem het sein ook naar bed te gaan. Hij rende met mij mee naar boven en ging dan in het kleine kamertje liggen. Dat was voor zijn gevoel zijn kamer. En lag dan keurig op een kussen. Braaf. Maar ook wel wat eenzaam. Want wij lagen in bed met de andere twee katten. Dat merkte hij wel. Dat wilde hij ook. Dus duurde het niet lang voor hij kwam kijken.

Een paar dagen lang bleef hij op de drempel van de slaapkamer zitten als wij op bed lagen. Moos en Smoes stikten zowat. Zag je dat! Wat ie nou deed! Echt! Dus zat Dibbes daar en de eenzaamheid droop er vanaf. Hij was dan geen straatkat meer maar een echte huiskat ook nog niet. Want die lagen op bed bij het kattenmens.

Dus stapte hij over de drempel en liep een rondje door de kamer. En ging daarna snel in zijn eigen kamer liggen. Dat gaf moed, er waren geen dooien gevallen dus de volgende ronde in de slaapkamer was snel gemaakt. Alleen hoe kwam hij nou op het bed? Dát was toch wel weer een hele grote stap. Moos en Smoes zaten alert overeind en gaven een heleboel signalen af met nog nét geen spandoek in de lucht: ‘vreemdelingen niet welkom, eigen volk eerst‘.

Dus sprong Dibbes op de plank naast het bed, aan mijn kant. Daar zat hij. Bekeken door ons. Pootje voorzichtig op het bed. Pootje er weer af.  Zal ik wel, zal ik niet? Weet je wat, ik doe het gewoon! En daar stapte hij op bed. Ging keurig op de uiterste rand liggen. Kijk eens, eigenlijk lig ik hier niet, het lijkt wel alsof ik op bed lig maar mijn kont ligt helemaal over de rand. Verwaarloosbaar dit!

Daar denk ik nog wel eens aan. Aan die onzekere kat van toen als ik in bed lig met Dibbes tegen me aan en geen ruimte heb om me te bewegen. Hij ligt altijd op de beste plek. De beste plek, dat is tegen mij aan. Wat hij ook aantreft als hij binnenkomt, hij weet het altijd zo te versieren dat hij binnen de kortste keren daar ligt waar hij wil zijn. Een beetje onhebbelijk is hij wel. Maar ook een beertje dat té aandoenlijk is en een onverzadigbare behoefte aan liefde. Wat we hem graag geven.

Vreemde valuta bestellen

S. gaat binnenkort naar Engeland met school. Een reis van 6 dagen naar Chester. Ze verblijven daar bij gastgezinnen. De reis is verplicht en niet zozeer een schoolreisje maar echt in het kader van het onderwijs. Al is het natuurlijk wel heel leuk! S. doet tweetalig gymnasium en gaat jaarlijks met de klas naar een Engelstalig land. Tot nu toe was dit Engeland maar over twee jaar gaan de kinderen bijvoorbeeld naar New York.

Ee geweldige ervaring die natuurlijk veel kosten met zich meebrengt. Wij betalen ca € 600 per jaar extra aan schoolgeld voor dit soort excursies en voor het tweetalige onderwijs.  Buiten een extra bijdrage voor het gymnasium en het ‘gewone’schoolgeld voor een klassenuitje en huur van het kluisje. Vooraf wisten we wat de kosten per jaar zouden zijn dus we zetten gewoon elke maand iets opzij.

Omdat hij al over iets minder dan 1,5 week vertrekt werd het wel tijd om geld te wisselen of bestellen. Hij kan daar natuurlijk ook pinnen maar ik vind het een prettig idee als hij in ieder geval iets cash op zak heeft. In het kader van ‘regel je eigen financiën’ vertelde ik hem dat hij daar zelf voor moest zorgen. Dat kan via internetbankieren. Binnen een minuut zei hij ‘mama, ik moet naar een grenswisselkantoor in Alkmaar, de RABO doet dit niet.’ Huh! Meteen de chat geopend en nagevraagd – bazig als ik ben nam ik meteen de regie over, tot zover ‘regel je eigen financiën’- en inderdaad de Rabobank levert geen vreemde valuta meer. De ING ook niet. Bij de ABN-AMRO  kun je vreemde valuta zelf bestellen en ophalen mits je minimaal voor €1000 bestelt. Thuis bezorgen doen ze ook, maar dan betaal je € 3,25 aankoopkosten en 15,28 bezorgkosten! Op een mee te nemen bedrag ter waarde van ca. €30 is dat natuurlijk waanzin.

Echt vreemd en ronduit belachelijk is dit. Het komt erop neer dat wij hier in Hoorn dus niet aan vreemde valuta kunnen komen. Ik weet dat het niet het centrum van de wereld is, maar toch. Natuurlijk kunnen we vooraf naar een GWK gaan in Alkmaar.  Vind ik wel een gedoe. Hij reist straks vanuit Hoorn met de bus naar de boot naar Engeland. Waarschijnlijk is er ook een GWK op het vertrekpunt van de boot maar de kinderen worden niet geacht de groep te verlaten. De bus wordt uitgeladen, ingeladen op de boot en klaar.

 

Het komt vast wel goed, op de boot kun je pinbetalingen doen en in Engeland kan hij geld pinnen,  maar toch. Klantvriendelijker zijn ze er niet op geworden, de banken.

De stille wereld: onderzoek audiologisch instituut

Eind april ging ik naar Alkmaar voor een audiologisch (gehoor)onderzoek. In januari deed ik een gehoortest in het ziekenhuis en werd doorgestuurd naar een audicien omdat ik erg doof ben. Die constateerde dat de doofheid zeer aanwezig is maar wel nog meer onderzocht moet worden. Doordat ik ME heb is er voorzichtigheid geboden, de kans op overprikkeling is erg groot. Zo maar inpluggen zal waarschijnlijk meer kwaad dan goed doen. In het verleden heb ik bovendien al eens een apparaat gehad en dat was geen succes, ik had continu ontstekingen en irritaties aan de gehoorgang. Omdat mijn gehoor het afgelopen jaar erg achteruit is gegaan, wilde ik het nu toch weer gaan proberen. Tussen mijn eerste apparaat en nu zit bijna 17 jaar en de techniek is enorm verbeterd.

Het audiologisch instituut had een wachtlijst maar eind april mocht ik dan komen. Een deel van het onderzoek was bekend, dat was gelijk aan het onderzoek in het ziekenhuis. Alleen nu werd er wel meer onderzocht en en vooral doorgevraagd. Op welke momenten ervaar ik problemen, in welke situaties, wat versta ik wel en niet. Ik verbaasde me over het geduld en de interesse waarmee ik werd benaderd. Na jaren van behandelaars ben ik wat gefrustreerd geraakt, maar zowel bij de audioloog als de audicien namen ze echt alle tijd voor me en werden mijn problemen met bijvoorbeeld overprikkeling niet weggelachen maar heel serieus genomen. Dat alleen al is een verademing.

Hoewel ik flink doof ben, hoor ik bepaalde geluiden heel goed. Mijn doofheid valt vooral in het gebied van spraak. Maar hoge en lage tonen komen heel hard binnen en doen soms bijna pijn aan mijn oren. Ik heb aan een kant flink last van tinnitus.

Wat ze nu deden was onder meer onderzoeken waar de acceptatiegrens (of liever gezegd: irritatiegrens) voor hoge en lage tonen ligt bij mij.  De eventuele versterking via een apparaatje zal daaronder moeten blijven. Ook is er rekening gehouden met het feit dat het vorige apparaat voor continu ontstekingen in het oor zorgde. Het apparaat zal van hypo-allergeen materiaal worden gemaakt en niet meer mijn hele gehoorgang afsluiten. Ik mag een resound apparaat uitproberen. Die heeft ook geluidtherapie, zoals ze dat noemen, oftewel ruisonderdrukking. Ik ben heel benieuwd.

Nu eerst weer naar de audicien. Die bestelt het toestel en helpt me op weg. Eind juni moet ik dan weer bij het audiologisch instituut langs om te kijken of de instellingen goed zijn en of ik er baat bij heb.

Qua kosten is het nog niet helemaal duidelijk. Dat is natuurlijk vooral afhankelijk van welk apparaat ik uiteindelijk krijg. Zou ik na uitproberen van apparaten ervan afzien, dan maak ik geen kosten. Dat is heel sympathiek, ik kan echt uitgebreid gaan testen of ik er wel baat bij heb. Omdat mijn doofheid ruimschoots binnen het te vergoeden gebied valt, wordt als ik tot aanschaf overga, 75 % van de kosten vergoed. Het apparaat dat ik ga uitproberen kent dan een eigen bijdrage van €595 per apparaatje (van wat ik zag op internet). Dat is best een heel bedrag. Omdat ik dat al zag aankomen, heb ik de afgelopen periode al wat geld opzij gezet.

Het duurt wel allemaal erg lang vind ik. Ik werd eind december vorig jaar verwezen naar de KNO-arts en nu is het inmiddels mei en ik heb nog niets. Zowel de audicien als de audioloog werkt met flinke wachttijden. En ik had wat pech. Toen ik eind april bij de audioloog langs was geweest, vertelden ze het recept voor de audicien per post te sturen. Dat kwam maar niet en na 2 weken wachten heb ik maar eens gebeld en bleek het dossier kwijt. Dat werd weer gevonden en nu heb ik het recept binnen en kan ik eind mei terecht bij de audicien. Dus ik moet mezelf even oefenen in geduld. Ik hoop echt dat het gaat lukken want er zijn heel wat misverstanden en irritaties momenteel door het feit dat ik zo slecht hoor. Voor mij vervelend maar ook zeker voor mijn huisgenoten.

Veilig

Het is avond.
Ik lig in bed.
Ineens hoor ik een plof.
Een kat op het bed.
Hij springt over mij heen.
Ik voel een neus.

En dan een kopstoot.
En nog een.
Dat is Gerrie.
Die geeft geen kusjes,
maar kopstoten.
Vol liefde
maar wel zo hard
dat ik regelmatig
mijn tandvlees
uit mijn slotjesbeugel peuter.

De kopstoot betekent
“Aai mij, nu!”
Afgericht als ik ben,
aai ik Gerrie.
Hij leunt zwaar
tegen mijn buik aan.
Ik voel de stress
uit zijn lijf glijden.
Langzaam,
heel langzaam,
zakt hij door zijn poten.
Hij biedt zelfs
zijn buik aan.

Even,
heel even,
is alles goed
voor deze kat.
Hij voelt zich
veilig.

Dat duurt meestal
maar heel even.
De buitenwereld
dringt zich altijd
weer op.

Een geluid,
een kuchje van mij,
een andere kat
die op bed springt,
al snel is het teveel.

Maar toch
is er progressie.
Hij vlucht
en binnen
5 minuten
staat hij weer
om aandacht
te vragen.
“Aai mij, nu!”

Het leven
van Gerrie
bestaat uit
heel veel minuutjes
van schrik en herstel,
van vluchten en knuffelen.
Van observeren
en conclusies trekken.
En die conclusies
vallen steeds vaker
in ons voordeel uit.

 

Hoe het gaat – klussen

Onze keuken wordt gerenoveerd. Om de overlast zo veel mogelijk te beperken wordt er veel geklust en voorbereid in de klusschuur van G., de man die ons helpt. Waar het op neer komt is dat M. nu zoveel mogelijk zelf doet, samen met G. die heel veel ervaring heeft met houtbewerking. Voor M. is dit wel een droom, zelf een keuken bouwen, blijer kun je hem niet maken.  De aanrechtbladen zijn klaar en een groot deel van de keukenfrontjes ook. Geschuurd en gelakt.  Er zijn ook wat kasten in de maak.

Het klussen en installeren hier gebeurt in etappes. Zoveel mogelijk dingen tegelijk en zo min mogelijk zaagwerk hier, zodat ik weinig overlast heb. Helemaal super dus. Vorige week vrijdag werden hier de eerste dingen geplaatst. Dat betekende dat eerst de oude dingen eruit gesloopt werden. Ik heb me boven op bed geïnstalleerd met een koptelefoon op en vier katten op bed. Die trokken het prima, behalve Gerrie. Die vond er dit van:

M. neemt zoveel mogelijk vrij van zijn werk en besteedt elke vrij uurtje aan de keuken. Zo ook vandaag en morgen. Eerst in de schuur verder afwerken en later afmaken/ophangen. Wanneer het andere aanrechtblad wordt geïnstalleerd is nu nog even onduidelijk. Eerst moet een kastje dat er onder geplaatst wordt, af zijn. En G. moet tijd hebben, hij werkt in de zorg, heeft onregelmatige diensten en doet dit in zijn vrije tijd. M. kan wel gewoon in de schuur werken als G. er niet is, dat is super.

De kosten vallen tot nu toe mee. Het scheelt aanzienlijk natuurlijk dat we zelf hout kochten en daar bladen en frontjes van maken. Dat is veel goedkoper dan dit op maat bij een keukenboer laten maken. G. heeft bovendien aangegeven niets te willen voor zijn tijd. Dat vinden wij wel moeilijk. Zijn motivatie – ‘ik ben blij als jullie blij zijn’ – ontroert maar het voelt ook wat ongemakkelijk. Kun je zomaar zoiets van iemand aannemen terwijl je hem helemaal niet zo goed kent?  We hebben hem verzekerd dat we niet zielig zijn en niet blut zijn (misschien was dat de motivatie dachten we) maar daar gaat het hem niet om. Hij helpt gewoon graag mensen.

Het resultaat tot nu toe. Frontjes boven zijn klaar, aanrechtblad ook.

Dus nu proberen we wel te achterhalen hoe we hem op een andere manier toch kunnen belonen. Door een mooi cadeau wellicht en als dat ook niet lukt een schenking uit zijn naam aan een goed doel door hem uitgekozen. Daar kan hij toch nauwelijks bezwaar tegen hebben hoop ik.

Dat was even een update. Ondanks dat er zoveel mogelijk rekening met mij wordt gehouden, ben ik wel helemaal gevloerd. Dat is niet vreemd, er is weinig reserve en alles wat afwijkt komt vergroot binnen bij mij. Ik houd me nu zo rustig mogelijk en doe niets. Zelfs koken wordt tot een minimum beperkt, het is echt restjes opeten, soep opwarmen en soms eten laten komen. Meer lukt niet. Ik moest vorige week ook naar Alkmaar voor het audiologisch onderzoek en dat duurde lang en hakte er enorm in. De reserves zijn dus nu helemaal op inmiddels, ik begin verkouden te worden en heb keelpijn. Dus kruip ik nu lekker in bed.

Tot later!

Praten over modeziekten

Omdat ik me vandaag nogal opwond over een stuk van Max Pam in De Volkskrant, schreef ik onderstaande reactie op mijn Facebookpagina. Ik deel het toch ook maar hier, komt ie:

Soms bekruipt mij het gevoel dat er een scheiding is in de samenleving. Heb je een aandoening als kanker of ALS of iets anders goed zichtbaars, dan mag je daarmee naar buiten treden. Heb je een burn out, of een aandoening als Fibromyalgie, ME, of een andere ziekte die jaar in jaar uit denigrerend wordt omschreven als modeziekte, dan moet je je bek houden en je schamen. Natuurlijk is het verschrikkelijk als je kanker krijgt. Maar andere aandoeningen hebben ook veel impact en dat wordt vaak niet gezien.

Treurig genoeg lees ik keer op keer in de krant columns en artikelen van medisch niet onderlegde eikels die menen te weten dat mijn ziekte:
– een modeziekte is
– is verdwenen (ja echt, wat fijn, dat wist ik niet)
– is ingebeeld.

En dan een week later of een maand later lees ik weer in de media dat nu dan toch echt bewezen is dat ME niet ingebeeld is. Fijn, ben ik toch niet gek!

Vandaag kreeg Max Pam een podium in De Volkskrant voor zijn nergens op gebaseerde mening over ‘modeziekten’. Hoezo ziekten die verdwenen zijn? Enig idee hoeveel mensen ME hebben? En hoe lang de aandoening al erkend is als neurologische aandoening door de WHO? Wat ME überhaupt inhoudt?

Je zou Pam bijna toewensen dat hij ook een aandoening krijgt die niet serieus genomen wordt en dan alle artsen afloopt, steeds wanhopiger wordt en dat hij dan ook door een niet empathische zelf ingenomen eikel in de krant belachelijk wordt gemaakt. Bijna. Want ik weet wat het is en wens het niemand toe.

Natuurlijk is t een keus om een programma over je burn out te maken, maar Pam hoeft niet te kijken. Het is juist goed als mensen open zijn over de aandoeningen die ze treffen en zich kwetsbaar opstellen. Zeker als het om aandoeningen gaat waar meestal lacherig over wordt gedaan. Je zal het maar krijgen, dan piep je wel anders.

Waarom mag er wel een programma over kanker of euthanasie worden gemaakt en niet over depressie, burn out, ADHD, ME of wat dan ook? Ga je schamen Pam!

Zolang er gevoelloze eikels als Pam zijn, zijn er ‘narcisten’ als Hilbrand nodig. Om een discussie op gang te brengen. Want al die zogenaamde ‘modeziekten’ zijn waarschijnlijk het gevolg van een samenleving die niet in balans is en waarin mensen teveel worden opgejaagd /zich laten opjagen om te voldoen aan ongezonde eisen. Het kan anders en het moet anders. Sophie doet in ieder geval een poging iets bij te dragen. Nou jij nog Max. Al heb ik liever dat jij je mond houdt over dit onderwerp.

(Het programma zelf ken ik alleen van horen zeggen. Ik reageer puur op de aanvallende denigrerende en veroordelende toon van Max Pam.)

Het stuk van Max Pam : Ineens zijn modeziekten weer vreselijk in de mode

Ga ik nu mijn mond weer houden want dát is wat ik ging doen komende week. Dat kan ik vast wel.

Even pauze

Meestal heb ik wel een aantal stukjes klaarstaan. Hoewel ik vrijwel alle dagen hier iets plaats, schrijf ik niet alle dagen. Ik schrijf als ik me goed voel. Dat betekent dat ik het schrijven wat spreid, net als dat ik kook in etappes, schrijf ik ook in etappes. Vaak ben ik met meerdere stukjes tegelijk bezig. Op een goede dag schrijf ik soms wel twee tot drie stukken tegelijk en op een slechte dag schrijf ik niets. Zo heb ik uiteindelijk bijna altijd wel drie of vier stukken op voorraad.

Maar nu even niet. En ik maak even pas op de plaats. Woensdag ga ik naar Alkmaar voor het audiologisch onderzoek en wordt er hier in huis geklust. Ik verwacht dat de rest van de week heel rommelig gaat verlopen. Dat geeft niet, ik verheug me enorm op het eindresultaat. Maar ik heb voldoende zelfkennis en kennis van triggers om te weten wat er gaat gebeuren met mij komende week. De signalen zijn er al een tijdje ;-).

Dus, ben ik even wieberen. Ik doe mijn handen voor mijn ogen en oren zie niets en hoor niets. Zo dus! Tot later, tot snel. Dag!