
Toen ik een kind kreeg had ik vooraf weinig verwachtingen. Ik heb jaren rondgelopen met het idee dat ik kinderloos door het leven zou gaan. Ik zag het niet voor me, een huis met man en kind. Niet zoals ik in het leven stond. Dat ik toch een kind kreeg, samen met een man die ik nog niet eens zó lang kende, was dan ook een grote verrassing. Zeker ook voor mijn omgeving.
Omdat ik dus niet al van jongs af aan met een kinderwens rondliep, had ik weinig verwachtingen. Ik had sowieso niet echt nagedacht over het moederschap en opvoeden. Omdat ik vrij laat een kind kreeg – in vergelijking met mijn vrienden – heb ik natuurlijk hier en daar wel wat opgepikt. Ook had ik regelmatig opgepast op neef en nicht en ik had op zich wel een redelijke voorstelling van hoe het leven met kleine kinderen verliep, gebaseerd op wat ik in mijn omgeving zag.
Alleen niemand die ik kende had een huilbaby. Wij wel. S. begon in de tweede week van zijn leven met huilen en stopte toen hij ongeveer een jaar was. Niet continu huilen maar wel veel uren per dag en per nacht, véél meer dan 3 uur per dag, wat de norm is voor een huilbaby. Slapen deed hij bijna niet en wij dus ook niet. In de ochtend was hij meestal rustig maar zo na het middaguur gingen de stembanden open en begon hij. Er is niets dat je hierop voorbereidt. Ik voel nu nog soms de wanhoop omhoog kruipen als ik wel eens het gehuil van een huilbaby opvang.

In eerste instantie dacht ik dat ik het huilen van mijn baby niet begreep. In boeken over baby’s las ik over moeders die vrij snel het huilen van hun kind konden onderscheiden in verschillende categorieën met bijbehorende behoeften. Een baby kan alleen maar huilen om zijn behoeften duidelijk te maken, dus huilt hij als hij honger heeft, bij pijn, verdriet, een vieze broek of als hij moe is en wil slapen maar het niet lukt. Er schijnt overal een huiltje voor te zijn.
Ik hoorde alleen maar HEEL HARD HUILEN en dat ging maar door. Dus probeerde ik alles om het te doen stoppen: de wieg werd anders neergezet, zodat hij minder prikkels zou krijgen, ik plaatste een ouderwetse wekker in de wieg want het getik daarvan zou doen denken aan de hartslag die hij had gehoord in mijn baarmoeder, inbakeren, een speen, rust/reinheid/regelmaat, heen en weer wiegen.
Dat laatste had het meeste effect. S. werd rustig van heen en weer wiegen en schommelen. Dus deed ik dat, zó veel en zó vaak dat ik carpaal tunnel syndroom had toen hij drie maanden was. Het geluid van een stofzuiger of een föhn werkte ook goed om hem te kalmeren. Als we hem naast een föhn op de hoogste stand neerlegden zagen we zo de spanning uit zijn lijfje vloeien en viel hij in slaap. Tot we de föhn uitzetten, dan begon het weer opnieuw.
Natuurlijk kregen we adviezen. Van iedereen in onze omgeving. Gevraagd en ongevraagd, zinnig en onzinnig. Het consternatiebureau consultatiebureau deed het af als onervarenheid van onze kant. De 20 jarige huppeltrut/pleegzuster Bloedwijn die ons begeleidde vroeg niet door en het enige advies dat zij had was dat ik wat fermer moest zijn. Want onze baby manipuleerde ons, was het professionele oordeel. ‘U kunt gerust uw kindje bijvoorbeeld even in een kinderwagen in de schuur of garage leggen met de deur dicht, zodat u het gehuil niet hoort’. Echt, dat werd in 2002 geadviseerd door het consultatiebureau in de Pijp in Amsterdam. Het wordt weer zwart voor mijn ogen als ik daar aan terugdenk!
De huisarts wist het ook niet. Had geen tips en vroeg ook niet door. Vond de term huilbaby maar overtrokken ook al gaven wij aan dat S. meer dan 5 uur per dag huilde. Het zou vast allemaal beter worden. Inderdaad, maar niet dank zij hem. Allergieën of iets fysieks kon het volgens hem niet zijn want ik gaf vrij lang borstvoeding (tot 6 maanden). Mijn suggestie dat ik via wat ik at hem eventueel voedingsstoffen gaf waar hij misschien niet tegen kon, werd weg gewapperd.
Als je een huilbaby hebt en je bent een onervaren ouder dan denk je snel dat je iets fout doet. Je voelt je mislukt en wanhopig, je bent moe en helemaal door gedraaid. Je wilt nog maar een ding en dat is dat je kind stopt met huilen. Want dat gehuil vertelt je dat er iets mis is. Maar je weet niet wat, laat staan wat je moet doen om ermee om te gaan.
Ik haalde stapels boeken uit de bieb, las alles hierover waar ik mijn hand op wist te leggen, heb weken een methode uitgeprobeerd van hem steeds een paar minuten langer laten huilen voordat ik hem weer oppakte. Maar met geen enkel effect. Nou ja, wel op mij, ik had inmiddels een halve zenuwinzinking. Soms kon ik mensen wel aanvliegen als ze vroegen of ik genoot van mijn kraamtijd en of ik lekker op een roze wolk zat. Natuurlijk was het niet alleen maar hel. Er waren ook veel momenten met een blije baby, goddank, en dat maakte veel goed. Maar toch.
En toen stuitte ik op het boek ‘De taal van huilen’ van Aletha Solter en werden mijn ogen geopend. Een geweldig boek dat ingaat op het nut van huilen en dit vanuit een positieve invalshoek benadert. Dát scheelde al enorm. Wat het boek voor mij deed was dat ik inzag dat al die tijd dat S. aan het huilen was, ik hem probeerde te laten stoppen. Speen erin, wiegen, sussen, alles om hem maar niet te laten huilen. Dus deed hij dat, huilen, uren lang. Mijn reactie op huilen hield het huilen in stand. Want wat gebeurt er als iemand je iets vertelt en je snoert hem de mond? Hij blijft het proberen, nét zo lang tot je luistert.
Solter legt uit dat de meeste kinderen huilen om een bepaalde basisbehoefte aan te geven: honger,dorst, willen slapen. Het gewone huilen zeg maar. Daarnaast huilen kinderen omdat er soms iets mis is, bijvoorbeeld krampjes, koorts, ziekte, ongemak. Tot slot huilen sommige baby’s omdat ze willen huilen. Soms vanwege een geboortetrauma of een onbalans. Zij ziet dit specifieke huilen als een genezingsproces. De baby huilt om iets te verwerken en is geen teken van acute pijn maar een manier om met dingen om te gaan. Zij heeft het in dit verband over bijvoorbeeld een geboortetrauma bij de baby of complicaties bij de geboorte. Het overmatige huilen is dan om de emotionele pijn van deze ervaring te verwerken.
Een ander interessant aspect was dat Solter ingaat op wat huilen doet met ons. We zijn zo geconditioneerd dat huilen als ongemakkelijk wordt ervaren. Mijn reactie op zijn huilen zei veel over mij. Ik was bang voor huilen, altijd al geweest. Als ik wel eens huilde in gezelschap werd het snel zo’n hikhuil. Als mensen bij mij huilden vond ik dat vaak eng. Omdat ik me machteloos voelde en het gevoel had dat ik het moest oplossen. Jij huilt en dan geef ik je een pleister en klaar. Ik ben meer van de woorden.
“Wat kunnen ouders doen? Allereerst is het belangrijk om te controleren of er directe behoeften of ongemakken zijn, zoals honger of kou. Maar als je baby nog steeds onrustig is nadat je zijn basisbehoeften hebt vervuld, is het echt zinvol om hem gewoon liefdevol vast te houden en hem in staat te stellen om door te huilen. Baby’s hebben nabijheid en aandacht nodig wanneer ze huilen. Geen kind zou ooit aan zijn lot overgelaten moeten worden om in z’n eentje te huilen. Ook al voel je je misschien niet effectief wanneer je je huilende baby vasthoudt, in werkelijkheid geef je hem de broodnodige emotionele steun terwijl hij op deze manier spanning ontlaadt. Je baby wijst jou niet af wanneer hij huilt. Hij voelt zich gewoon veilig genoeg om jou zijn gevoelens te laten zien, net zoals jij in tranen zou kunnen uitbarsten als een goede vriend zijn arm om je heen zou slaan en onderkennen dat je een rotdag had gehad. Ouders die hun baby’s vasthouden en hen in staat stellen om zich op deze manier te uiten, merken vaak dat hun baby’s ontspannen en tevreden zijn na een huilbui, en ’s nachts beter slapen.” (Solter, awareparenting).
Dus ging ik aan de slag met haar tips. Die zijn eigenlijk heel eenvoudig: erken je kind in zijn behoefte om te huilen. Laat hem huilen in contact met jou. Dus concreet: je baby huilt en jij bent bij hem, kijkt hem aan, maakt oogcontact en laat hem huilen. Zonder te sussen, wiegen,schommelen. Hij huilt en jij luistert. En toen? Nou toen viel S. stil. Niet van de ene dag op de andere maar het ging heel beter. Hij huilde minder vaak en minder lang en ik wist beter hoe ik ermee om kon gaan.
Wat de oorzaak van het huilen was? Ik weet het niet. De bevalling ging bepaald niet van een leien dakje, voor zowel hem als mij. Maar eigenlijk maakte het niet uit waarom hij huilde. Hij huilde en dat mocht hij eerst niet van mij. Ik deed alles om hem te laten stoppen. Maar toen ik hem liet huilen, op een veilige geborgen manier, was hij eigenlijk best snel uitgehuild.

Huilbaby’s worden pubers en dan zijn er weer andere dingen ;-). Maar ik heb veel geleerd van deze tijd met mijn huilbaby en dit boek. Onder meer hoe belangrijk het is om emoties te kunnen en mogen uiten, ook voor een baby. Juist voor een baby.




