Huilbaby

S. hier een paar dagen oud

Toen ik een kind kreeg had ik vooraf weinig verwachtingen. Ik heb jaren rondgelopen met het idee dat ik kinderloos door het leven zou gaan. Ik zag het niet voor me, een huis met man en kind. Niet zoals ik in het leven stond. Dat ik toch een kind kreeg, samen met een man die ik nog niet eens zó lang kende, was dan ook een grote verrassing. Zeker ook voor mijn omgeving.

Omdat ik dus niet al van jongs af aan met een kinderwens rondliep, had ik weinig verwachtingen. Ik had sowieso niet echt nagedacht over het moederschap en opvoeden. Omdat ik vrij laat een kind kreeg – in vergelijking met mijn vrienden – heb ik natuurlijk hier en daar wel wat opgepikt. Ook had ik regelmatig opgepast op neef en nicht en ik had op zich wel een redelijke voorstelling van hoe het leven met kleine kinderen verliep, gebaseerd op wat ik in mijn omgeving zag.

Alleen niemand die ik kende had een huilbaby. Wij wel. S. begon in de tweede week van zijn leven met huilen en stopte toen hij ongeveer een jaar was.  Niet continu huilen maar wel veel uren per dag en per nacht, véél meer dan 3 uur per dag, wat de norm is voor een huilbaby. Slapen deed hij bijna niet en wij dus ook niet. In de ochtend was hij meestal rustig maar zo na het middaguur gingen de stembanden open en begon hij.  Er is niets dat je hierop voorbereidt. Ik voel nu nog soms de wanhoop omhoog kruipen als ik wel eens het gehuil van een huilbaby opvang.

Vol overgave huilen!

In eerste instantie dacht ik dat ik het huilen van mijn baby niet begreep. In boeken over baby’s las ik over moeders die vrij snel het huilen van hun kind konden onderscheiden in verschillende categorieën met bijbehorende behoeften. Een baby kan alleen maar huilen om zijn behoeften duidelijk te maken, dus huilt hij als hij honger heeft, bij pijn, verdriet, een vieze broek of als hij moe is en wil slapen maar het niet lukt. Er schijnt overal een huiltje voor te zijn.

Ik hoorde alleen maar HEEL HARD HUILEN en dat ging maar door. Dus probeerde ik alles om het te doen stoppen: de wieg werd anders neergezet, zodat hij minder prikkels zou krijgen, ik plaatste een ouderwetse wekker in de wieg want het getik daarvan zou doen denken aan de hartslag die hij had gehoord in mijn baarmoeder, inbakeren, een speen, rust/reinheid/regelmaat, heen en weer wiegen.

Dat laatste had het meeste effect. S. werd rustig van heen en weer wiegen en schommelen. Dus deed ik dat, zó veel en zó vaak dat ik carpaal tunnel syndroom had toen hij drie maanden was. Het geluid van een stofzuiger of een föhn werkte ook goed om hem te kalmeren. Als we hem naast een föhn op de hoogste stand neerlegden zagen we zo de spanning uit zijn lijfje vloeien en viel hij in slaap. Tot we de föhn uitzetten, dan begon het weer opnieuw.

Natuurlijk kregen we adviezen. Van iedereen in onze omgeving. Gevraagd en ongevraagd, zinnig en onzinnig. Het consternatiebureau consultatiebureau deed het af als onervarenheid van onze kant. De 20 jarige huppeltrut/pleegzuster Bloedwijn die ons begeleidde vroeg niet door en het enige advies dat zij had was dat ik wat fermer moest zijn. Want onze baby manipuleerde ons, was het professionele oordeel.  ‘U kunt gerust uw kindje bijvoorbeeld even in een kinderwagen in de schuur of garage leggen met de deur dicht, zodat u het gehuil niet hoort’. Echt, dat werd in 2002 geadviseerd door het consultatiebureau in de Pijp in Amsterdam. Het wordt weer zwart voor mijn ogen als ik daar aan terugdenk!

De huisarts wist het ook niet. Had geen tips en vroeg ook niet door. Vond de term huilbaby maar overtrokken ook al gaven wij aan dat S. meer dan 5 uur per dag huilde. Het zou vast allemaal beter worden. Inderdaad, maar niet dank zij hem. Allergieën of iets fysieks kon het volgens hem niet zijn want ik gaf vrij lang borstvoeding (tot 6 maanden). Mijn suggestie dat ik via wat ik at hem eventueel voedingsstoffen gaf waar hij misschien niet tegen kon, werd weg gewapperd.

Als je een huilbaby hebt en je bent een onervaren ouder dan denk je snel dat je iets fout doet. Je voelt je mislukt en wanhopig, je bent moe en helemaal door gedraaid. Je wilt nog maar een ding en dat is dat je kind stopt met huilen. Want dat gehuil vertelt je dat er iets mis is. Maar je weet niet wat, laat staan wat je moet doen om ermee om te gaan.

Ik haalde stapels boeken uit de bieb, las alles hierover waar ik mijn hand op wist te leggen, heb weken een methode uitgeprobeerd van hem steeds een paar minuten langer laten huilen voordat ik hem weer oppakte. Maar met geen enkel effect. Nou ja, wel op mij, ik had inmiddels een halve zenuwinzinking. Soms kon ik mensen wel aanvliegen als ze vroegen of ik genoot van mijn kraamtijd en of ik lekker op een roze wolk zat. Natuurlijk was het niet alleen maar hel. Er waren ook veel momenten met een blije baby, goddank, en dat maakte veel goed. Maar toch.

En toen stuitte ik op het boek ‘De taal van huilen’ van Aletha  Solter en werden mijn ogen geopend. Een geweldig boek dat ingaat op het nut van huilen en dit vanuit een positieve invalshoek benadert. Dát scheelde al enorm.  Wat het boek voor mij deed was dat ik inzag dat al die tijd dat S. aan het huilen was, ik hem probeerde te laten stoppen. Speen erin, wiegen, sussen, alles om hem maar niet te laten huilen. Dus deed hij dat, huilen,  uren lang. Mijn reactie op huilen hield het huilen in stand. Want wat gebeurt er als iemand je iets vertelt en je snoert hem de mond? Hij blijft het proberen, nét zo lang tot je luistert.

Solter legt uit dat de meeste kinderen huilen om een bepaalde basisbehoefte aan te geven: honger,dorst, willen slapen.  Het gewone huilen zeg maar. Daarnaast huilen kinderen omdat er soms iets mis is, bijvoorbeeld krampjes, koorts, ziekte, ongemak. Tot slot huilen sommige baby’s omdat ze willen huilen. Soms vanwege een geboortetrauma of een onbalans. Zij ziet dit specifieke huilen als een genezingsproces. De baby huilt om iets te verwerken en is geen teken van acute pijn maar een manier om met dingen om te gaan. Zij heeft het in dit verband over bijvoorbeeld een geboortetrauma bij de baby of complicaties bij de geboorte.  Het overmatige huilen is dan om de emotionele pijn van deze ervaring te verwerken.

Een ander interessant aspect was dat Solter ingaat op wat huilen doet met ons. We zijn zo geconditioneerd dat huilen als ongemakkelijk wordt ervaren. Mijn reactie op zijn huilen zei veel over mij. Ik was bang voor huilen, altijd al geweest. Als ik wel eens huilde in gezelschap werd het snel zo’n hikhuil. Als mensen bij mij huilden vond ik dat vaak eng. Omdat ik me machteloos voelde en het gevoel had dat ik het moest oplossen. Jij huilt en dan geef ik je een pleister en klaar. Ik ben meer van de woorden.

“Wat kunnen ouders doen? Allereerst is het belangrijk om te controleren of er directe behoeften of ongemakken zijn, zoals honger of kou. Maar als je baby nog steeds onrustig is nadat je zijn basisbehoeften hebt vervuld, is het echt zinvol om hem gewoon liefdevol vast te houden en hem in staat te stellen om door te huilen. Baby’s hebben nabijheid en aandacht nodig wanneer ze huilen. Geen kind zou ooit aan zijn lot overgelaten moeten worden om in z’n eentje te huilen. Ook al voel je je misschien niet effectief wanneer je je huilende baby vasthoudt, in werkelijkheid geef je hem de broodnodige emotionele steun terwijl hij op deze manier spanning ontlaadt. Je baby wijst jou niet af wanneer hij huilt. Hij voelt zich gewoon veilig genoeg om jou zijn gevoelens te laten zien, net zoals jij in tranen zou kunnen uitbarsten als een goede vriend zijn arm om je heen zou slaan en onderkennen dat je een rotdag had gehad. Ouders die hun baby’s vasthouden en hen in staat stellen om zich op deze manier te uiten, merken vaak dat hun baby’s ontspannen en tevreden zijn na een huilbui, en ’s nachts beter slapen.” (Solter, awareparenting).

Dus ging ik aan de slag met haar tips. Die zijn eigenlijk heel eenvoudig: erken je kind in zijn behoefte om te huilen. Laat hem huilen in contact met jou. Dus concreet: je baby huilt en jij bent bij hem, kijkt hem aan, maakt oogcontact en laat hem huilen. Zonder te sussen, wiegen,schommelen. Hij huilt en jij luistert. En toen? Nou toen viel S. stil. Niet van de ene dag op de andere maar het ging heel beter. Hij huilde minder vaak en minder lang en ik wist beter hoe ik ermee om kon gaan.

Wat de oorzaak van het huilen was? Ik weet het niet. De bevalling ging bepaald niet van een leien dakje, voor zowel hem als mij. Maar eigenlijk maakte het niet uit waarom hij huilde. Hij huilde en dat mocht hij eerst niet van mij. Ik deed alles om hem te laten stoppen. Maar toen ik hem liet huilen, op een veilige geborgen manier, was hij eigenlijk best snel uitgehuild.

Huilbaby’s worden pubers en dan zijn er weer andere dingen ;-). Maar ik heb veel geleerd van deze tijd met mijn huilbaby en dit boek. Onder meer hoe belangrijk het is om emoties te kunnen en mogen uiten, ook voor een baby. Juist voor een baby.

Aletha Solther: De taal van huilen

Loslaten: prestatiedrang

perfectionist

De laatste tijd is loslaten een terugkerend thema voor mij. Loslaten kan op alle gebieden.  Ik ga bijvoorbeeld tegenwoordig veel losser met financiën om (voor een ander zal ik nog heel dwangmatig zijn maar ik vind mezelf nu super relaxed). Maar ook op andere gebieden laat ik los. Het één versterkt het ander, merk ik. Eenmaal begonnen met loslaten, ontdek ik steeds meer dat het toch nooit loopt zoals je vooraf denkt en dat heel strak plannen dus meestal zinloos is. Bovendien is het nadeel van strak plannen en de touwtjes in handen willen houden dat er ook torenhoge verwachtingen zijn. Inmiddels durf ik wel te beweren dat ik kampioen verwachtingen bijstellen ben en dat levert me best veel op. Bijvoorbeeld meevallers. Als je weinig verwacht, valt er heel veel mee ;-).

Het loslaten heeft ook gevolgen voor mijn blog. Toen ik begon in december 2010 was dat omdat ik merkte dat schrijven -iets wat me altijd redelijk makkelijk afging –  een moeizaam proces was geworden. Door het ziek zijn had ik concentratieproblemen en maakte ik veel fouten. Dat mijn ziekte ook op dit gebied impact had, hakte er best in. Schrijven was immers altijd ‘mijn ding’ geweest.

Dus ging ik zonder enig echt vooropgezet plan bloggen onder het motto  ‘wie schrijft, die blijft’ en dan specifiek om mijn stem te laten horen vanaf de bank en tegelijk mijn vaardigheden te blijven oefenen voordat ze helemaal wegzakten. Dat een beetje onderhouden zou vast schelen als ik na herstel weer de wereld zou in stappen.

Ik ben helaas nog niet de wereld ingestapt maar wel blijven schrijven. Omdat ik snel doorhad dat het goed is om te bloggen  vanuit een bepaalde invalshoek als je überhaupt gelezen wil worden,  stortte ik me vol overgave op dat wat mij toen het meeste bezig hield: geld. Of liever gezegd: ‘minder geld maar wel meer lasten, hoe ga je daarmee om?’

Dat dit onderwerp leeft bij zo veel mensen had ik helemaal niet verwacht en ik was stomverbaasd toen mijn blog echt regelmatig bezoekers begon te trekken. Op het moment dat dát gebeurde werd de oude streber in mij wakker en zou ik wel eens even de beste blogger op het gebied van besparen en consuminderen worden. Ik schreef de blaren op mijn vingers met de beperkte energie die er was, ook op dagen dat ik me slecht voelde en eigenlijk helemaal geen inspiratie had. Een dag niet bloggen, leverde een dip in de lezersstatistieken op. Ik wilde juist meer, meer, meer! En dat lukte, de pageviews stegen van 20.000 naar 50.000 per maand naar 80.000 per maand.

Dat ik er door anderen op werd gewezen dat er potentie in mijn blog zat, hielp niet echt om die streber de mond te snoeren. “Zit er geen boek in jou?”. “Wil je samenwerken”, dat soort vragen triggerde mij enorm.Ik ging nergens op in want ik was nog niet beter en zat immers niet vanwege mijn zweetvoeten thuis. Maar ik verzon wel veel om meer bezoek te trekken. Schreef een serie over ontwoekeren, interviewde schuldenaars, vroeg mensen naar de inhoud van hun portemonnee, naar hun aflosverhalen en zag de pageviews stijgen naar 100.000 en meer per maand. Wauw! Maar met het stijgen van de bezoekersaantallen kreeg ik ook meer stress.

Stress vanwege mijn eigen gedoe. Om de drukte die ik zelf genereerde. Wat was ik toch aan het doen? Ik was toch begonnen met bloggen omdat ik schrijven zo leuk vond? In de begintijd dacht ik vaak:  “dit blog is van mij, ik doe dit puur voor mezelf, ik hoef er niets mee en niemand pakt dit van me af”. Maar ik pakte zelf mijn eigen blog af door er iets van te maken waarmee ik wilde presteren.

Het is sommige lezers wellicht opgevallen dat ik de afgelopen jaren veel minder blogde. Van alle dagen naar twee, hooguit drie keer in de week. Ik heb alle lopende interviews afgestoten, mezelf verboden alle dagen te bloggen en alleen maar op die dagen dat ik echt inspiratie en zin had. En die was vaak ver te zoeken.

machine-writing-1035292_1920 (1)
(bron afbeelding Pixabay)

Maar misschien is het ook opgevallen dat ik sinds de overstap van Blogger naar WordPress veel frequenter blog. Gewoon omdat ik weer zin heb en ik het leuk vind. Maar vooral omdat ik me vrijer voel.  De overstap van Blogger naar WordPress greep ik aan om naar buiten te brengen dat ik niet meer specifiek over één onderwerp wil bloggen. Er is geen bindend thema meer en dat zal vast impact hebben op de bezoekersaantallen maar ik merk dat dit eigenlijk helemaal niet meer relevant is voor mij.

Natuurlijk vind ik het prettig als lezers me wel weer kunnen vinden en heb ik vermeldingen op de social media aangepast. Maar ik ga geen wedstrijdjes meer houden met die streber in mij, die stuurde ik al een tijdje terug de laan uit. Ook lees ik geen boeken over ‘zo krijg je meer lezers op je blog’, laat staan dat ik een cursus ‘succesvol bloggen’ ga doen. Ik hoef er niets meer mee te bereiken, het schrijven ‘an sich’, de reacties van lezers en de interactie die er is, geeft voldoening genoeg.  En ook dat is weer een grote stap voor iemand die altijd de beste wilde zijn. Ik blog dus gewoon over wat me te binnen schiet en mij bezig houd, om de lol van het schrijven zelf en het bindende thema,  nou dat ben ik ;-).

Gezondheid

In maart begon ik met een behandeling bij een acupuncturist. In het begin ging ik wekelijks, na een tijdje tweewekelijks en nu inmiddels één keer per maand. De behandeling heeft vrij veel effect, al speelt zich alles letterlijk onderhuids af.

Alles gaat wat rustiger nu. Ik slaap beter en bouw de slaapmedicatie af. Ik voel me redelijk maar bouw niet mijn acitviteiten uit. En dat is eigenlijk het grootste verschil met daar voor. Voorheen dacht ik erg in uitbouwen. Dus extra energie werd meteen gebruikt om conditie op te bouwen. Alle dagen lopen, ook al is het een klein rondje. Gewoon, omdat ik denk dat het goed is om te blijven bewegen.

Het is ook goed om te blijven bewegen, maar niet voor mij en niet nu. Elke keer weer val ik terug als ik alle dagen of om de dag probeer te lopen. Eerst dacht ik dat het aan het moment van lopen lag. Dat ik te vroeg op de dag liep, als mijn lijf nog in de ‘pijn,stijf & stram’-stand staat. Of dat ik te laat op de dag liep en dat ik al te veel had gedaan.

Pas recent viel het kwartje. Ik kan best alle dagen lopen. Maar dan kan ik niet ook een boodschap doen, of douchen en koken of een was in de machine stoppen en ophangen. Het is nog steeds of-of.  Regelmatig lopen vraagt meer van mij dan ik nu in huis heb. En daarom is het soms ook zo’n gedoe. Want kies ik voor dagelijks lopen dan gaat het in rap tempo ten koste van een was in de machine kunnen doen, de huiskamer even vegen of iets anders dat soms echt wel nodig is om te doen.

Ik wist dat al wel, maar het duurde ook heel lang voordat ik dit echt wist en ook voelde en dus het lopen kon laten voor wat het was. Soms is vooruitgang het besef dat je gewoon even op je plek moet blijven staan. Dat is wat het geprik met de naalden met me doet.

Dus ga ik de zomervakantie nu in zonder plannen en zonder een dagelijkse loopje. En dat voelt heel fijn. Na de vakantie wil ik dan eens voorzichtig gaan kijken of ik inmiddels voldoende energie heb verzameld en vooruitgang heb geboekt om wel weer regelmatig te kunnen lopen of weer te beginnen met een revalidatietraject met de fysiotherapeut.

Meer ruimte voor jezelf

Laatst schreef ik een logje over een dag dat ik me niet goed voelde en dat slechtere dagen tegenwoordig zo makkelijk voorbij glijden omdat ik die omroeper in mijn hoofd heb ontslagen. Wat een rust. Ik kreeg nogal wat reacties, ook per mail, waarbij de strekking was:  
– Doe mij ook eens zo’n recept voor meer rust in je hoofd.
– Geef eens een voorbeeld van de ontslagbrief zodat mijn commentator ook opstapt.

Het is blijkbaar heel herkenbaar voor veel mensen. We zijn ons eigen ergste criticus. Genadeloos becommentariëren we onszelf over ons uiterlijk, gedrag, niet gezond zijn, onze gedachten. Soms is het maar op één gebied, maar als je pech hebt leef je samen met een commentator in je kop, die de hele dag brult wat voor nietsnut en sukkel je bent. En het erge is dat we dat dan soms ook gaan geloven.

Dat kan er toe leiden dat bij alles wat we doen een gevoel van onzekerheid meereist en dat we onze successen niet kunnen waarderen of niet kunnen genieten van wat goed gaat. Wanneer word ik ontmaskerd? Ik heb dit of dat wel goed gedaan maar toch voelt het alsof er straks een grote pijl op mij wordt gericht, met veel herrie en lawaai en dan ziet iedereen dat ik eigenlijk een mislukking ben, dat ik maar doe alsof….

Ik ben jaren lang heel streng voor mezelf geweest. De licht manische trekjes van mijn geest in combinatie met een neiging tot perfectionisme en ‘een het moet wel allemaal kloppen’- neiging hadden tot gevolg dat ik nooit aan mijn eigen standaard kon voldoen. Dus leefde ik continu met de teleurstelling van nooit waar gemaakte torenhoge verwachtingen, in combinatie met die omroeper in mijn kop die steeds harder ging brullen wat voor een loser ik was.

Toen werd ik ziek. Nou als dat geen falen was! Dus tetterde die omroeper nóg harder: je kunt niet eens de trap oplopen, lig je hier een beetje op de bank slap te doen terwijl je moeder/kind/man je moet verzorgen. Wat ben jij nou voor moeder dat je elke voorstelling/judo-examen/voetbalwedstrijd of rapportgesprek mist. Gek werd ik er van. En erger: ik geloofde die stem.

Totdat ik ermee stopte. Dat gebeurde niet van de ene op de andere dag. Maar het gebeurde wel. Van een keer tegen die commentator zeggen dat ie zijn snater moest houden, tot het moment dat ik ‘ineens’ dacht, wat een rust en later dat ik merkte dat ik tegen mezelf kon zeggen dat ik iets goed had gedaan. Hoe deed ik dat?

Word fan van jezelf
Ik heb geen commentator met negatieve opmerkingen meer in mijn hoofd. In plaats daarvan ben ik mijn eigen grootste fan geworden. Dat is iets anders dan mezelf geweldig vinden, dat bedoel ik niet. Maar in plaats van te benoemen wat slecht ging, ging ik aandacht vestigen op wat goed ging. Dat ging heel kort gezegd zo:
Ik heb 5 minuten gelopen vandaag, wauw!
in plaats van:
Ik heb maar 5 minuten gelopen vandaag en buurvrouw van 90 haalde me in.

Dat scheelt echt een slok op een borrel! In het begin gaat het misschien wat krampachtig en moet je soms heel hard nadenken om het positief om te draaien, maar het went snel.

Stel verwachtingen bij
Mijn verwachtingen bleken heel vaak niet realistisch te zijn of gebaseerd op wat ik dacht dat anderen van mij verwachten. Ja, dat is vragen om moeilijkheden. Nu verwacht ik niet meer zoveel en daardoor word ik regelmatig blij verrast.

Wees realistisch in wat kan
Lijkt op wat hierboven staat maar is net wat anders. Tegenwoordig werk ik niet meer met te-doenlijstjes en hobbel ik gewoon achter mijn eigen energie aan. Ik heb geleerd dat een te-doenlijst mij een heel erg opgejaagd gevoel geeft. Toen ik nog wel te-doenlijstjes maakte, zag ik op een bepaald moment dat wat ik dacht te kunnen doen, niet matchte met wat ik kan doen op een dag. Niet alleen qua energie maar vooral ook qua tijd dat het kost om een taak uit te voeren. Ik onderschatte de meeste activiteiten in tijdsduur. Ja, zo krijg je een te-doenlijst nooit af…

Doe lekker rustig aan en maar één ding tegelijk.
Hoe langzamer je dingen doet, hoe meer er lukt en hoe rustiger je blijft. Niet meer alles ‘snel snel’ en ‘even tussendoor’ en liefst ook nog alles tegelijk maar gewoon één ding per keer doen met je volle aandacht en in een prettig tempo. Hoe gejaagder ik was, hoe meer die stem in mijn hoofd begon te brullen. Waarschijnlijk stapte mijn commentator gewoon van pure verveling op, omdat ik alles zo traag en rustig ging doen. 

Stop met jezelf te straffen
Wat ik daarmee bedoel? Nou, bijvoorbeeld niet in de zon gaan zitten omdat je werkloos of arbeidsongeschikt bent en bang bent voor het commentaar van anderen op je bruine hoofd. Stop daarmee! Ook als je werkloos of ziek bent mag je genieten. Ik vond dat in het begin héél moeilijk. Tegenwoordig denk ik: die paar zonnige maanden dat ik in de tuin kan zitten terwijl anderen aan het werk zijn is mijn beloning voor die ellenlange winter dat ik me meestal beroerd voel en soms dagen niet buiten kom.

Schep ruimte
Vraag je bij alles af: moet dit echt? Wat gebeurt er als ik dit niet nu doe? Hoe kan ik het makkelijker voor mezelf maken?

Ontspanning
Voorheen ging ik pas ontspannen als ik klaar was met alles. Maar die situatie kwam nooit, er bleef altijd wel iets te doen ook al kon ik het helemaal niet doen. Dus bleef het brein voortdurend malen en actief denken over alles wat er moest gebeuren. Nu zorg ik tijdens de dag heel bewust voor momenten van ontspanning. Of iets nu af is of niet, dat boeit me niet zo. Wel dat ik elke dag een paar momenten heb dat ik echt ontspan. Door te lezen, te mediteren, muziek te luisteren, onder de douche te staan of wat dan ook.

Compassie en zachtheid
De belangrijkste wat mij betreft. Met mildheid en zachtheid voor je zelf zorgen en naar jezelf kijken. Kijk wie er in jouw omgeving compassie bij jou opwekt en projecteer dat gevoel op jezelf. Klinkt compassie en zachtheid je te wollig in de oren, vervang dat dan voor vriendelijkheid. Wees vriendelijker voor jezelf. Oefen jezelf in mildheid. Wordt niet boos als je iets vergeet of fout doet maar constateer in plaats daarvan dat je blijkbaar je dag niet hebt of dat je misschien wat veel aan je hoofd hebt. Vat het als een signaal op dat je misschien even een pauze moet nemen. Het zegt niets over wie je bent. Je zou toch ook niet tegen een kind van 8 dat met een slecht cijfer voor rekenen thuis komt zeggen dat hij een nietsnut en een sukkel is en dat dit maar weer bewijst dat hij niets waard is en iemand op wie niemand kan bouwen? Waarom dan wel tegen jezelf? Niet alles in het leven is een bevestiging van dat je niets waard bent. Die omroeper in je hoofd heeft gewoon continu een slechte dag en hoe meer jij hem gelooft, hoe harder hij gaat gillen.  Dus heb compassie met jezelf en stuur hem de laan uit.

Voor mij was een combinatie van het bovenstaande voldoende om de omroeper in mijn hoofd langzaam te laten verdwijnen. Ik heb geleerd dat te veel overprikkeling en te weinig ontspanning leidt tot meer stress en meer vatbaarheid voor negatief commentaar. Dus probeer ik dat te vermijden. Nu is mijn positie anders dan veel anderen. Ik kan verplichtingen vermijden omdat ik niet werk. De meeste mensen hebben wel verplichtingen en dingen die ze dagelijks moeten. Maar ook dan kun je met meer compassie met jezelf omgaan. Dat kan soms net het verschil maken tussen iets volhouden of niet. Bovendien vind ik het voordeel van compassie en zachtheid dat je veel meer beseft waarom je ergens voor kiest. Kies voor jezelf in plaats van dat je de verwachtingen van anderen waarmaakt.

Dit was mijn recept. Wat voor mij werkt hoeft natuurlijk niet voor jou te werken. Maar wie weet pik je er wél iets uit of heb ik je op een idee gebracht.

Heb jij nog tips die je wilt delen met anderen?

Geduld

Toen ik nog als kok in een klein restaurantje in de Amsterdamse Jordaan werkte, kwam ik in aanraking met veel soorten gasten. Na een paar jaar horeca zag ik soms al na één seconde wat voor vlees ik in de kuip had.
– Dat stel krijgt in de loop van de avond ruzie, alleen hij weet dat nog niet.
– Deze mensen gaan vertellen dat het niet heeft gesmaakt in de hoop op een gratis toetje.
– De man aan dat tafeltje achterin heeft veel aandacht nodig en gaat straks het telefoonnummer van de serveerster vragen.

Hoewel ik mensen altijd een tweede kans zal geven, geloof ik wel in een eerste indruk. En helaas klopte die maar al te vaak. Uit eten gaan staat voor veel mensen synoniem aan verwachtingen en die komen soms niet uit. Het gezelschap valt tegen, de inrichting van de zaak is niet goed, het eten is niet lekker, de bediening niet attent genoeg, er is altijd wel wat, het is net het echte leven ;-).

Maar er waren natuurlijk ook hele leuke gasten. Dat waren vaak de vaste gasten, meestal buurtbewoners, voor wie het restaurant in sommige gevallen een tweede huiskamer was en die op avonden dat het zó druk was dat we het niet meer aankonden, de keuken in kwamen rennen en hielpen met afwassen. Of die in de middag belden en vroegen of ik alsjeblieft de kip met appeltjes en portsaus die ik vorige maand op het menu had staan, als daghap wilde maken, want daar hadden ze zo’n trek in. Die met hun eigen gemaakte chocolademousse de keuken in kwamen wandelen om te laten proeven, met de vraag of ik nog suggesties had.  Die me aan het eind van de avond een hand of een zoen kwamen geven omdat het zo heerlijk gesmaakt had.

Koken heeft voor mij altijd te maken gehad met gastvrijheid en zorgen voor een ander. Of het nu een kat of een mens is, ik prop er graag eten in. En dat werd vaak gewaardeerd. Toen ik op een keer laat op de avond de keuken aan het schoonmaken was, kwam er een man binnen. Hij had een congres in de stad gehad, was niet toegekomen aan eten en had nu gierende honger maar geen zin in een snackbar. Of ik nog wat eten wilde maken om 11 uur ‘ s avonds? De keuken was eigenlijk dicht, de voorraadkasten zo goed als leeg en de energie was ook wel op. Maar ja tegen een rammelende maag kon ik geen nee zeggen en de man zag er zo verloren uit. Dus maakte ik een gewone prak voor hem, niets bijzonders, hetzelfde wat wij als personeelseten hadden gegeten die dag, hete bliksem. Een aardappelgerecht met appels, ui, en gehakt.

Hij at het op en ik schoof bij hem aan tafel. We hadden een geweldig gesprek over het leven en hij vertrok zonder te betalen, want dat vond ik die daghap niet waard. Een week later belde hij voor een reservering van 20 personen. Dat was niet mijn bedoeling geweest, ik kon dat natuurlijk niet voorzien maar vond het wel vreselijk leuk. En had er weer een vaste gast bij die elke keer dat hij in de stad kwam, ons restaurant aandeed, al dan niet vergezeld van collega’s, vrienden of familie.

Zo gaf ik wel vaker gratis eten weg. Op een dag kwam er vroeg op de avond een hoog bejaard echtpaar naar binnenschuifelen dat graag een hapje wilde eten. Dat kon natuurlijk en ze gingen helemaal achterin de zaak zitten, aan een tafel bij het raam, met hun rug naar de keuken. Naast elkaar zittend konden ze lekker naar buiten kijken met uitzicht op de gracht. Ze zaten zich helemaal te verkneukelen. Daar zaten ze na een paar uur nog. Later bleek dat hun bestelbon achter het fornuis was gevallen. De tent liep vol, iedereen rende heen en weer en zij zaten zonder één klacht te uiten uren te wachten op hun bestelling die maar niet kwam.

Aan het eind van de avond vertrokken de gasten, het werd weer wat rustiger en ik keek het restaurant in. Wie zaten daar achterin? Dat was toch niet dat bejaarde stel dat uren geleden naar binnen was komen schuifelen? Ik liep er naar toe en vroeg of alles in orde was, had het gesmaakt? En kwam erachter dat ze nog altijd braaf op hun eten zaten te wachten! Ik kan me nog schamen bij de gedachte alleen al! Natuurlijk kregen ze alsnog hun maaltijd mét toet en hoefden ze daar niet voor te betalen. Op mijn vraag waarom ze niets hadden gezegd, was het antwoord dat ik het zo druk had in de keuken en dat we allemaal zó hard werkten. Zelden zulke lieve geduldige gasten gehad die bij het weggaan ook nog bedankten voor een heerlijke avond. Ik vrees dat ikzelf toch echt een stuk ongeduldiger ben als een bestelling lang op zich laat wachten!

Ben jij wel eens vergeten door restaurantpersoneel?

Terug in de tijd

Een paar weken geleden had ik een reünie van mijn lagere schoolklas. Eigenlijk waren er bij aanvang van de schoolcarrière twee eerste klassen en het lukte ons ongeveer de helft van die mensen te bereiken. 25 mensen kwamen, van wie ik het merendeel toen ik de deur achter me dichtdeed aan het eind van de zesde klas, echt nooit meer heb gezien. Juf Mieke, onze favoriete juf uit de 3e en 4e klas kwam ook. En was nog net zo leuk en aansprekend als in mijn herinnering.

Het was een heerlijke middag, de zon deed flink mee, we zaten buiten op een terras aan het water op een plek waar alle oud-Wormenezen wel herinneringen hebben liggen, het oude Weromeri dat nu De Hofjes heet. Wat hapjes, wat drinken en warme maaltijd ter afsluiting. Wat grappig dat je zoveel vertrouwdheid kunt voelen met mensen die je 35 jaar niet hebt gezien. Vooraf twijfelde ik, wat moet ik daar, ik heb toch niets meer met deze mensen? Maar dat bleek niet te kloppen. We hebben een gezamenlijke jeugd gehad en dat bindt, ook nog na zoveel tijd blijkbaar.

Ik heb een vriendin die ik al vanaf mijn 5e ken. De vriendschap kende verschillende fasen, afhankelijk van waar we zelf mee bezig waren in het leven. Soms was er overlap en soms ook niet. Maar wat altijd bond was dat ik nog haar opa en oma heb gekend, weet hoe het daar vroeger thuis was en zij ook met één woord van mij genoeg weet over mijn vroegere thuissituatie.

Dat vond ik terug in de ontmoeting met mijn oude klas. Waarbij het opviel dat sommigen helemaal niet veranderd leken. F. ziet er nog steeds uit alsof hij net iets stouts heeft gedaan en K. houdt zich nog steeds wat afzijdig met zijn kalme en wijze uitstraling. Grappig genoeg gingen de mensen als vanzelf zitten bij degenen waarmee ze vroeger ook het meeste optrokken maar dat werd losgelaten naarmate de middag vorderde. Misschien meer dan vroeger bereid om verder te kijken dan de neus lang is?

Eén jongen uit mijn klas was altijd heel sloom. Hij vertelde zelf dat hij vaak een wekker zette om wakker te blijven in de klas. Die wekker kon ik me niet herinneren maar wel wist ik nog dat hij weinig zei en soms in slaap viel. Ik heb nog wel eens aan hem gedacht. Wat zou hij in het leven zijn gaan doen? Van de slaapkop van toen was weinig over. Het was nu een hele drukke praatgrage man die heel succesvol is met betrekking tot geld  verdienen en die duidelijk gewend is in het middelpunt van de belangstelling te staan. Hij kwam binnen of ‘hij maakte zijn entree’ is misschien een betere omschrijving en als vanzelf kwamen er mensen om hem heen staan. De ene na de andere lachsalvo, niets deed nog denken aan die slaapkop van vroeger.

Ouder worden kan heel bevrijdend zijn. Mensen hebben een beeld van je en misschien is het heel moeilijk om je daaraan te ontworstelen. Passen we ons eigen gedrag aan naar het beeld dat anderen van ons hebben? De meeste klasgenoten vonden mij trouwens helemaal niet veranderd. Wat dit over mij zegt? Juf Mieke vertelde dat ik altijdzo leergierig was, altijd vragen stelde en altijd het naadje van de kous wilde weten. Ja, daar herken ik me wel in, dat gedrag vertoon ik nog steeds.

De reünie was in ieder geval zo’n succes dat hij volgend jaar weer wordt gehouden. Dan gaan we zeilen op de Friese meren. Leuk, kan ik nu al naar uitkijken.

Heb jij nog contact met mensen van vroeger?

Succes

Al zo lang als ik me kan herinneren, wil ik trots zijn op mezelf. Dat is natuurlijk voer voor psychologen. Ik kreeg te véél aandacht, te weinig aandacht, de verkeerde aandacht, vul maar in. Ik zal best onzeker zijn en dat willen compenseren door perfectionisme. Maar de helft van de tijd is het streven naar succes volgens mij ook gewoon een ingesleten patroon, waar ik overigens héél hard van af probeer te komen want veel leverde het tot nu toe niet op, een overprikkeld zenuwstelsel niet mee gerekend.

Met verbazing kijk ik soms naar mezelf. Als ik ergens ga werken, dan wil ik degene zijn die de minste fouten maakt, het beste van de afdeling is. Als ik ziek ben, wil ik degene zijn die het beste herstelt, ook al is het een aandoening waar maar 7 % van herstelt. Hoe dan ook, ik ga bij die 7 % horen! Start ik een blog en zie ik dat de bezoekersaantallen stijgen, dan wil ik per se dat de aantallen blijven stijgen. En een blog is dan natuurlijk niet voldoende. Een boek! Ik moet een boek schrijven! Liefst een boek dat goed verkoopt.

Al het mediteren en ademhalingsoefeningen ten spijt, dat streefgedoe van mij levert stress op. Nu was er natuurlijk eerst het streven, toen de stress en toen pas het mediteren. Bijna als mosterd na de maaltijd. Maar de stress verdwijnt niet alleen omdat je het wilt, ook niet na veel mediteren, want gedrag verandert niet meteen.

Toch lukt het wel. Heel langzaam ontdek ik dat ik niet ben wat ik doe, maar dat ik ben omdat ik euh, nou ja, ademhaal. Ik ben die ogen die me aankijken in de spiegel. Het probleem met het gevoel nooit goed genoeg te zijn, is dat ik weet wat de intenties zijn van die vrouw in de spiegel. Een ander kijkt veel platter naar mij. Die denkt: daar ligt die vrouw op de bank die stukjes schrijft. Ze zien wat ik doe. Wat ze niet zien is alle bagage, dromen, intenties en verlangens die ik wél (de hele tijd) voel. Die berg shit is soms zó hoog en zó zwaar dat het geen wonder is dat ik soms bijna niet van de bank af kan komen.

Het enige dat mij tot nu toe redelijk moeiteloos afgaat is moeder zijn (even afkloppen natuurlijk want we staan aan de rand van de puberteit). Ik ben niet de leukste, beste en zeker niet de meest energieke moeder. Maar ik voel vreemd genoeg geen of weinig stress over mijn eigen functioneren. Natuurlijk twijfel ook ik regelmatig of ik de opvoeding wel goed aanpak maar over het algemeen geniet ik er gewoon van. Ik geniet enorm van mijn kind en ik geniet van het moeder zijn.

Laat het moeder zijn nou toevallig het enige in mijn leven zijn waar ik vooraf geen beeld bij had. Al zo lang als ik me kan herinneren, hoorden kinderen niet bij het plaatje van mezelf ‘als ik later groter zou zijn’ wat ik voor ogen had. Ik zag mezelf niet als moeder en was ook helemaal niet van plan moeder te worden. Ik heb dus jaren in mijn dagdromen en fantasieën mijn toekomst ingevuld zonder gedachte aan een kind.

Dat ik tóch moeder ben geworden is werkelijk waar de grootste verrassing van mijn leven. En omdat ik daar vooraf helemaal geen plaatje of beeld bij had, ben ik maar als het ware meegedreven met wat er gebeurde. En dan bedoel ik niet passief gedobber – S. was geen moetje en juist zeer gewenst na een voor mij volkomen uit de lucht vallende behoefte om toch moeder te worden – maar gewoon mee gaan met de stroom zonder te denken dat ik eigenlijk 20 meter verderop moet zijn of dat ik per abuis in het verkeerde water zwem. Ik ben eindelijk eens bezig met wat ‘is’ en niet met hoe het zou moeten zijn. En dat kan ik best wel een groot succes noemen. Mijn grootste succes is dat waarvan ik niet wist dat het er zou zijn.

Het leert me dat verwachtingen een grote belemmering kunnen zijn en dat het echte leven hier en nu is. En dat succes misschien wel het loslaten van het streven naar succes is. Althans mijn succes. Misschien is dat voor een ander niet het geval. Misschien heb jij juist wel een duwtje in de rug nodig.

Wat belemmert jou? Ben jij ook een perfectionist?