Meer ruimte voor jezelf

Laatst schreef ik een logje over een dag dat ik me niet goed voelde en dat slechtere dagen tegenwoordig zo makkelijk voorbij glijden omdat ik die omroeper in mijn hoofd heb ontslagen. Wat een rust. Ik kreeg nogal wat reacties, ook per mail, waarbij de strekking was:  
– Doe mij ook eens zo’n recept voor meer rust in je hoofd.
– Geef eens een voorbeeld van de ontslagbrief zodat mijn commentator ook opstapt.

Het is blijkbaar heel herkenbaar voor veel mensen. We zijn ons eigen ergste criticus. Genadeloos becommentariëren we onszelf over ons uiterlijk, gedrag, niet gezond zijn, onze gedachten. Soms is het maar op één gebied, maar als je pech hebt leef je samen met een commentator in je kop, die de hele dag brult wat voor nietsnut en sukkel je bent. En het erge is dat we dat dan soms ook gaan geloven.

Dat kan er toe leiden dat bij alles wat we doen een gevoel van onzekerheid meereist en dat we onze successen niet kunnen waarderen of niet kunnen genieten van wat goed gaat. Wanneer word ik ontmaskerd? Ik heb dit of dat wel goed gedaan maar toch voelt het alsof er straks een grote pijl op mij wordt gericht, met veel herrie en lawaai en dan ziet iedereen dat ik eigenlijk een mislukking ben, dat ik maar doe alsof….

Ik ben jaren lang heel streng voor mezelf geweest. De licht manische trekjes van mijn geest in combinatie met een neiging tot perfectionisme en ‘een het moet wel allemaal kloppen’- neiging hadden tot gevolg dat ik nooit aan mijn eigen standaard kon voldoen. Dus leefde ik continu met de teleurstelling van nooit waar gemaakte torenhoge verwachtingen, in combinatie met die omroeper in mijn kop die steeds harder ging brullen wat voor een loser ik was.

Toen werd ik ziek. Nou als dat geen falen was! Dus tetterde die omroeper nóg harder: je kunt niet eens de trap oplopen, lig je hier een beetje op de bank slap te doen terwijl je moeder/kind/man je moet verzorgen. Wat ben jij nou voor moeder dat je elke voorstelling/judo-examen/voetbalwedstrijd of rapportgesprek mist. Gek werd ik er van. En erger: ik geloofde die stem.

Totdat ik ermee stopte. Dat gebeurde niet van de ene op de andere dag. Maar het gebeurde wel. Van een keer tegen die commentator zeggen dat ie zijn snater moest houden, tot het moment dat ik ‘ineens’ dacht, wat een rust en later dat ik merkte dat ik tegen mezelf kon zeggen dat ik iets goed had gedaan. Hoe deed ik dat?

Word fan van jezelf
Ik heb geen commentator met negatieve opmerkingen meer in mijn hoofd. In plaats daarvan ben ik mijn eigen grootste fan geworden. Dat is iets anders dan mezelf geweldig vinden, dat bedoel ik niet. Maar in plaats van te benoemen wat slecht ging, ging ik aandacht vestigen op wat goed ging. Dat ging heel kort gezegd zo:
Ik heb 5 minuten gelopen vandaag, wauw!
in plaats van:
Ik heb maar 5 minuten gelopen vandaag en buurvrouw van 90 haalde me in.

Dat scheelt echt een slok op een borrel! In het begin gaat het misschien wat krampachtig en moet je soms heel hard nadenken om het positief om te draaien, maar het went snel.

Stel verwachtingen bij
Mijn verwachtingen bleken heel vaak niet realistisch te zijn of gebaseerd op wat ik dacht dat anderen van mij verwachten. Ja, dat is vragen om moeilijkheden. Nu verwacht ik niet meer zoveel en daardoor word ik regelmatig blij verrast.

Wees realistisch in wat kan
Lijkt op wat hierboven staat maar is net wat anders. Tegenwoordig werk ik niet meer met te-doenlijstjes en hobbel ik gewoon achter mijn eigen energie aan. Ik heb geleerd dat een te-doenlijst mij een heel erg opgejaagd gevoel geeft. Toen ik nog wel te-doenlijstjes maakte, zag ik op een bepaald moment dat wat ik dacht te kunnen doen, niet matchte met wat ik kan doen op een dag. Niet alleen qua energie maar vooral ook qua tijd dat het kost om een taak uit te voeren. Ik onderschatte de meeste activiteiten in tijdsduur. Ja, zo krijg je een te-doenlijst nooit af…

Doe lekker rustig aan en maar één ding tegelijk.
Hoe langzamer je dingen doet, hoe meer er lukt en hoe rustiger je blijft. Niet meer alles ‘snel snel’ en ‘even tussendoor’ en liefst ook nog alles tegelijk maar gewoon één ding per keer doen met je volle aandacht en in een prettig tempo. Hoe gejaagder ik was, hoe meer die stem in mijn hoofd begon te brullen. Waarschijnlijk stapte mijn commentator gewoon van pure verveling op, omdat ik alles zo traag en rustig ging doen. 

Stop met jezelf te straffen
Wat ik daarmee bedoel? Nou, bijvoorbeeld niet in de zon gaan zitten omdat je werkloos of arbeidsongeschikt bent en bang bent voor het commentaar van anderen op je bruine hoofd. Stop daarmee! Ook als je werkloos of ziek bent mag je genieten. Ik vond dat in het begin héél moeilijk. Tegenwoordig denk ik: die paar zonnige maanden dat ik in de tuin kan zitten terwijl anderen aan het werk zijn is mijn beloning voor die ellenlange winter dat ik me meestal beroerd voel en soms dagen niet buiten kom.

Schep ruimte
Vraag je bij alles af: moet dit echt? Wat gebeurt er als ik dit niet nu doe? Hoe kan ik het makkelijker voor mezelf maken?

Ontspanning
Voorheen ging ik pas ontspannen als ik klaar was met alles. Maar die situatie kwam nooit, er bleef altijd wel iets te doen ook al kon ik het helemaal niet doen. Dus bleef het brein voortdurend malen en actief denken over alles wat er moest gebeuren. Nu zorg ik tijdens de dag heel bewust voor momenten van ontspanning. Of iets nu af is of niet, dat boeit me niet zo. Wel dat ik elke dag een paar momenten heb dat ik echt ontspan. Door te lezen, te mediteren, muziek te luisteren, onder de douche te staan of wat dan ook.

Compassie en zachtheid
De belangrijkste wat mij betreft. Met mildheid en zachtheid voor je zelf zorgen en naar jezelf kijken. Kijk wie er in jouw omgeving compassie bij jou opwekt en projecteer dat gevoel op jezelf. Klinkt compassie en zachtheid je te wollig in de oren, vervang dat dan voor vriendelijkheid. Wees vriendelijker voor jezelf. Oefen jezelf in mildheid. Wordt niet boos als je iets vergeet of fout doet maar constateer in plaats daarvan dat je blijkbaar je dag niet hebt of dat je misschien wat veel aan je hoofd hebt. Vat het als een signaal op dat je misschien even een pauze moet nemen. Het zegt niets over wie je bent. Je zou toch ook niet tegen een kind van 8 dat met een slecht cijfer voor rekenen thuis komt zeggen dat hij een nietsnut en een sukkel is en dat dit maar weer bewijst dat hij niets waard is en iemand op wie niemand kan bouwen? Waarom dan wel tegen jezelf? Niet alles in het leven is een bevestiging van dat je niets waard bent. Die omroeper in je hoofd heeft gewoon continu een slechte dag en hoe meer jij hem gelooft, hoe harder hij gaat gillen.  Dus heb compassie met jezelf en stuur hem de laan uit.

Voor mij was een combinatie van het bovenstaande voldoende om de omroeper in mijn hoofd langzaam te laten verdwijnen. Ik heb geleerd dat te veel overprikkeling en te weinig ontspanning leidt tot meer stress en meer vatbaarheid voor negatief commentaar. Dus probeer ik dat te vermijden. Nu is mijn positie anders dan veel anderen. Ik kan verplichtingen vermijden omdat ik niet werk. De meeste mensen hebben wel verplichtingen en dingen die ze dagelijks moeten. Maar ook dan kun je met meer compassie met jezelf omgaan. Dat kan soms net het verschil maken tussen iets volhouden of niet. Bovendien vind ik het voordeel van compassie en zachtheid dat je veel meer beseft waarom je ergens voor kiest. Kies voor jezelf in plaats van dat je de verwachtingen van anderen waarmaakt.

Dit was mijn recept. Wat voor mij werkt hoeft natuurlijk niet voor jou te werken. Maar wie weet pik je er wél iets uit of heb ik je op een idee gebracht.

Heb jij nog tips die je wilt delen met anderen?

Geduld

Toen ik nog als kok in een klein restaurantje in de Amsterdamse Jordaan werkte, kwam ik in aanraking met veel soorten gasten. Na een paar jaar horeca zag ik soms al na één seconde wat voor vlees ik in de kuip had.
– Dat stel krijgt in de loop van de avond ruzie, alleen hij weet dat nog niet.
– Deze mensen gaan vertellen dat het niet heeft gesmaakt in de hoop op een gratis toetje.
– De man aan dat tafeltje achterin heeft veel aandacht nodig en gaat straks het telefoonnummer van de serveerster vragen.

Hoewel ik mensen altijd een tweede kans zal geven, geloof ik wel in een eerste indruk. En helaas klopte die maar al te vaak. Uit eten gaan staat voor veel mensen synoniem aan verwachtingen en die komen soms niet uit. Het gezelschap valt tegen, de inrichting van de zaak is niet goed, het eten is niet lekker, de bediening niet attent genoeg, er is altijd wel wat, het is net het echte leven ;-).

Maar er waren natuurlijk ook hele leuke gasten. Dat waren vaak de vaste gasten, meestal buurtbewoners, voor wie het restaurant in sommige gevallen een tweede huiskamer was en die op avonden dat het zó druk was dat we het niet meer aankonden, de keuken in kwamen rennen en hielpen met afwassen. Of die in de middag belden en vroegen of ik alsjeblieft de kip met appeltjes en portsaus die ik vorige maand op het menu had staan, als daghap wilde maken, want daar hadden ze zo’n trek in. Die met hun eigen gemaakte chocolademousse de keuken in kwamen wandelen om te laten proeven, met de vraag of ik nog suggesties had.  Die me aan het eind van de avond een hand of een zoen kwamen geven omdat het zo heerlijk gesmaakt had.

Koken heeft voor mij altijd te maken gehad met gastvrijheid en zorgen voor een ander. Of het nu een kat of een mens is, ik prop er graag eten in. En dat werd vaak gewaardeerd. Toen ik op een keer laat op de avond de keuken aan het schoonmaken was, kwam er een man binnen. Hij had een congres in de stad gehad, was niet toegekomen aan eten en had nu gierende honger maar geen zin in een snackbar. Of ik nog wat eten wilde maken om 11 uur ‘ s avonds? De keuken was eigenlijk dicht, de voorraadkasten zo goed als leeg en de energie was ook wel op. Maar ja tegen een rammelende maag kon ik geen nee zeggen en de man zag er zo verloren uit. Dus maakte ik een gewone prak voor hem, niets bijzonders, hetzelfde wat wij als personeelseten hadden gegeten die dag, hete bliksem. Een aardappelgerecht met appels, ui, en gehakt.

Hij at het op en ik schoof bij hem aan tafel. We hadden een geweldig gesprek over het leven en hij vertrok zonder te betalen, want dat vond ik die daghap niet waard. Een week later belde hij voor een reservering van 20 personen. Dat was niet mijn bedoeling geweest, ik kon dat natuurlijk niet voorzien maar vond het wel vreselijk leuk. En had er weer een vaste gast bij die elke keer dat hij in de stad kwam, ons restaurant aandeed, al dan niet vergezeld van collega’s, vrienden of familie.

Zo gaf ik wel vaker gratis eten weg. Op een dag kwam er vroeg op de avond een hoog bejaard echtpaar naar binnenschuifelen dat graag een hapje wilde eten. Dat kon natuurlijk en ze gingen helemaal achterin de zaak zitten, aan een tafel bij het raam, met hun rug naar de keuken. Naast elkaar zittend konden ze lekker naar buiten kijken met uitzicht op de gracht. Ze zaten zich helemaal te verkneukelen. Daar zaten ze na een paar uur nog. Later bleek dat hun bestelbon achter het fornuis was gevallen. De tent liep vol, iedereen rende heen en weer en zij zaten zonder één klacht te uiten uren te wachten op hun bestelling die maar niet kwam.

Aan het eind van de avond vertrokken de gasten, het werd weer wat rustiger en ik keek het restaurant in. Wie zaten daar achterin? Dat was toch niet dat bejaarde stel dat uren geleden naar binnen was komen schuifelen? Ik liep er naar toe en vroeg of alles in orde was, had het gesmaakt? En kwam erachter dat ze nog altijd braaf op hun eten zaten te wachten! Ik kan me nog schamen bij de gedachte alleen al! Natuurlijk kregen ze alsnog hun maaltijd mét toet en hoefden ze daar niet voor te betalen. Op mijn vraag waarom ze niets hadden gezegd, was het antwoord dat ik het zo druk had in de keuken en dat we allemaal zó hard werkten. Zelden zulke lieve geduldige gasten gehad die bij het weggaan ook nog bedankten voor een heerlijke avond. Ik vrees dat ikzelf toch echt een stuk ongeduldiger ben als een bestelling lang op zich laat wachten!

Ben jij wel eens vergeten door restaurantpersoneel?

Terug in de tijd

Een paar weken geleden had ik een reünie van mijn lagere schoolklas. Eigenlijk waren er bij aanvang van de schoolcarrière twee eerste klassen en het lukte ons ongeveer de helft van die mensen te bereiken. 25 mensen kwamen, van wie ik het merendeel toen ik de deur achter me dichtdeed aan het eind van de zesde klas, echt nooit meer heb gezien. Juf Mieke, onze favoriete juf uit de 3e en 4e klas kwam ook. En was nog net zo leuk en aansprekend als in mijn herinnering.

Het was een heerlijke middag, de zon deed flink mee, we zaten buiten op een terras aan het water op een plek waar alle oud-Wormenezen wel herinneringen hebben liggen, het oude Weromeri dat nu De Hofjes heet. Wat hapjes, wat drinken en warme maaltijd ter afsluiting. Wat grappig dat je zoveel vertrouwdheid kunt voelen met mensen die je 35 jaar niet hebt gezien. Vooraf twijfelde ik, wat moet ik daar, ik heb toch niets meer met deze mensen? Maar dat bleek niet te kloppen. We hebben een gezamenlijke jeugd gehad en dat bindt, ook nog na zoveel tijd blijkbaar.

Ik heb een vriendin die ik al vanaf mijn 5e ken. De vriendschap kende verschillende fasen, afhankelijk van waar we zelf mee bezig waren in het leven. Soms was er overlap en soms ook niet. Maar wat altijd bond was dat ik nog haar opa en oma heb gekend, weet hoe het daar vroeger thuis was en zij ook met één woord van mij genoeg weet over mijn vroegere thuissituatie.

Dat vond ik terug in de ontmoeting met mijn oude klas. Waarbij het opviel dat sommigen helemaal niet veranderd leken. F. ziet er nog steeds uit alsof hij net iets stouts heeft gedaan en K. houdt zich nog steeds wat afzijdig met zijn kalme en wijze uitstraling. Grappig genoeg gingen de mensen als vanzelf zitten bij degenen waarmee ze vroeger ook het meeste optrokken maar dat werd losgelaten naarmate de middag vorderde. Misschien meer dan vroeger bereid om verder te kijken dan de neus lang is?

Eén jongen uit mijn klas was altijd heel sloom. Hij vertelde zelf dat hij vaak een wekker zette om wakker te blijven in de klas. Die wekker kon ik me niet herinneren maar wel wist ik nog dat hij weinig zei en soms in slaap viel. Ik heb nog wel eens aan hem gedacht. Wat zou hij in het leven zijn gaan doen? Van de slaapkop van toen was weinig over. Het was nu een hele drukke praatgrage man die heel succesvol is met betrekking tot geld  verdienen en die duidelijk gewend is in het middelpunt van de belangstelling te staan. Hij kwam binnen of ‘hij maakte zijn entree’ is misschien een betere omschrijving en als vanzelf kwamen er mensen om hem heen staan. De ene na de andere lachsalvo, niets deed nog denken aan die slaapkop van vroeger.

Ouder worden kan heel bevrijdend zijn. Mensen hebben een beeld van je en misschien is het heel moeilijk om je daaraan te ontworstelen. Passen we ons eigen gedrag aan naar het beeld dat anderen van ons hebben? De meeste klasgenoten vonden mij trouwens helemaal niet veranderd. Wat dit over mij zegt? Juf Mieke vertelde dat ik altijdzo leergierig was, altijd vragen stelde en altijd het naadje van de kous wilde weten. Ja, daar herken ik me wel in, dat gedrag vertoon ik nog steeds.

De reünie was in ieder geval zo’n succes dat hij volgend jaar weer wordt gehouden. Dan gaan we zeilen op de Friese meren. Leuk, kan ik nu al naar uitkijken.

Heb jij nog contact met mensen van vroeger?

Succes

Al zo lang als ik me kan herinneren, wil ik trots zijn op mezelf. Dat is natuurlijk voer voor psychologen. Ik kreeg te véél aandacht, te weinig aandacht, de verkeerde aandacht, vul maar in. Ik zal best onzeker zijn en dat willen compenseren door perfectionisme. Maar de helft van de tijd is het streven naar succes volgens mij ook gewoon een ingesleten patroon, waar ik overigens héél hard van af probeer te komen want veel leverde het tot nu toe niet op, een overprikkeld zenuwstelsel niet mee gerekend.

Met verbazing kijk ik soms naar mezelf. Als ik ergens ga werken, dan wil ik degene zijn die de minste fouten maakt, het beste van de afdeling is. Als ik ziek ben, wil ik degene zijn die het beste herstelt, ook al is het een aandoening waar maar 7 % van herstelt. Hoe dan ook, ik ga bij die 7 % horen! Start ik een blog en zie ik dat de bezoekersaantallen stijgen, dan wil ik per se dat de aantallen blijven stijgen. En een blog is dan natuurlijk niet voldoende. Een boek! Ik moet een boek schrijven! Liefst een boek dat goed verkoopt.

Al het mediteren en ademhalingsoefeningen ten spijt, dat streefgedoe van mij levert stress op. Nu was er natuurlijk eerst het streven, toen de stress en toen pas het mediteren. Bijna als mosterd na de maaltijd. Maar de stress verdwijnt niet alleen omdat je het wilt, ook niet na veel mediteren, want gedrag verandert niet meteen.

Toch lukt het wel. Heel langzaam ontdek ik dat ik niet ben wat ik doe, maar dat ik ben omdat ik euh, nou ja, ademhaal. Ik ben die ogen die me aankijken in de spiegel. Het probleem met het gevoel nooit goed genoeg te zijn, is dat ik weet wat de intenties zijn van die vrouw in de spiegel. Een ander kijkt veel platter naar mij. Die denkt: daar ligt die vrouw op de bank die stukjes schrijft. Ze zien wat ik doe. Wat ze niet zien is alle bagage, dromen, intenties en verlangens die ik wél (de hele tijd) voel. Die berg shit is soms zó hoog en zó zwaar dat het geen wonder is dat ik soms bijna niet van de bank af kan komen.

Het enige dat mij tot nu toe redelijk moeiteloos afgaat is moeder zijn (even afkloppen natuurlijk want we staan aan de rand van de puberteit). Ik ben niet de leukste, beste en zeker niet de meest energieke moeder. Maar ik voel vreemd genoeg geen of weinig stress over mijn eigen functioneren. Natuurlijk twijfel ook ik regelmatig of ik de opvoeding wel goed aanpak maar over het algemeen geniet ik er gewoon van. Ik geniet enorm van mijn kind en ik geniet van het moeder zijn.

Laat het moeder zijn nou toevallig het enige in mijn leven zijn waar ik vooraf geen beeld bij had. Al zo lang als ik me kan herinneren, hoorden kinderen niet bij het plaatje van mezelf ‘als ik later groter zou zijn’ wat ik voor ogen had. Ik zag mezelf niet als moeder en was ook helemaal niet van plan moeder te worden. Ik heb dus jaren in mijn dagdromen en fantasieën mijn toekomst ingevuld zonder gedachte aan een kind.

Dat ik tóch moeder ben geworden is werkelijk waar de grootste verrassing van mijn leven. En omdat ik daar vooraf helemaal geen plaatje of beeld bij had, ben ik maar als het ware meegedreven met wat er gebeurde. En dan bedoel ik niet passief gedobber – S. was geen moetje en juist zeer gewenst na een voor mij volkomen uit de lucht vallende behoefte om toch moeder te worden – maar gewoon mee gaan met de stroom zonder te denken dat ik eigenlijk 20 meter verderop moet zijn of dat ik per abuis in het verkeerde water zwem. Ik ben eindelijk eens bezig met wat ‘is’ en niet met hoe het zou moeten zijn. En dat kan ik best wel een groot succes noemen. Mijn grootste succes is dat waarvan ik niet wist dat het er zou zijn.

Het leert me dat verwachtingen een grote belemmering kunnen zijn en dat het echte leven hier en nu is. En dat succes misschien wel het loslaten van het streven naar succes is. Althans mijn succes. Misschien is dat voor een ander niet het geval. Misschien heb jij juist wel een duwtje in de rug nodig.

Wat belemmert jou? Ben jij ook een perfectionist?