Een motorboot in bed die honger heeft

Het is dus zaak voor de viervoetigen om de tweevoetigen nauwlettend in de gaten te houden. En dan met name het voedseluitgiftepunt. Ik word daarom rond etenstijd achtervolgd, gadegeslagen – soms meestal dwingend aangestaard – en hier en daar wordt wat actie ondernomen om mij aan te moedigen het juiste te doen.

Dat begint bij voorkeur vroeg in de ochtend en het zijn altijd dezelfde katten die me wakker maken. Moos en Gerrie zitten meestal keurig beneden te wachten tot we verschijnen maar Smoes en Dibbes hebben een andere aanpak.

Dibbes parkeert zich tegen de tijd dat ik ga slapen 9 van de 10 keer tegen mijn buik aan. Enerzijds uit bezitsdrang en behoefte aan samenzijn denk ik. Anderzijds zou het me niet verbazen dat die plek ook handig is omdat je het dan meteen weet als het mens wakker wordt en er iets gaat gebeuren. Zoals brokjes geven!

Smoes ligt meestal op het voeteneind. Moos ook. Tegen de tijd dat het licht wordt reageren ze allebei heel anders. Moos loopt naar beneden en gaat daar niet al te ver van zijn bak staan wachten. Maar Smoes blijft. En staat paraat. Heel erg paraat. Inmiddels weet hij dat het niet gewaardeerd wordt als hij over me heen gaat lopen en prakken terwijl ik nog slaap. Iets wat hij wel regelmatig heeft gedaan en wat werd bestraft met een tijdelijke verbanning uit de slaapkamer.

Dát maakte grote indruk dus zit hij zich tegenwoordig enorm in te houden terwijl ik slaap. Stokstijf zit hij daar, met zijn ogen wijd open naar mij starend, zie ik als ik stiekem door mijn oogleden gluur. Stiekem, want als hij weet dat ik wakker ben kan ik het wel vergeten. Hij staart en staart en zit als een standbeeld zo stil. Hij kan alleen wel stilzitten maar niet stoppen met spinnen.

De gedachte aan eten én het feit dat het elk moment kan gaan gebeuren doet een spinmachine aanslaan die een vergelijking met een motorboot met gemak doorstaat. En dat hoor ik. Terwijl ik uitgeplugd ben. En dan echt bijna niets hoor. Dat is knap hoor.

Zodra ik mijn grote teen beweeg, springt Dibbes op en rent weg. Maar komt ook meteen weer terug. Waar blijf je nou! Eten! Nu! Kom op! Waar blijf je nou! 

Zodra Smoes die bewegende teen heeft gespot, springt ook hij op. Rent over mij heen, gaat staan prakken alsof zijn leven er van af hangt, duwt Dibbes opzij die mij in blinde paniek komt halen want het duurt allemaal veel te lang.

Wat de heren niet in de gaten hebben is dat één teen bewegen niet betekent dat je het bed wilt verlaten. En mocht je toevallig toch het bed willen verlaten, dan is het handig als er niet twee katten in de weg zitten die aan hun mens vastgeplakt zitten.

Vroeger dacht ik dat spinnen van katten altijd een teken was van blijdschap of ontspanning. Tegenwoordig weet ik dat het heel veel betekenissen heeft. Het kan voorpret en spanning betekenen zoals bij Smoes, bij de gedachte aan lekkere hapjes. Het kan tevredenheid betekenen of een uiting van genegenheid zijn, naar mij als mens toe. Het komt ook wel voor dat Dibbes bij de dierenarts op de behandeltafel keihard gaat knorren. Een uiting van stress in combinatie van afhankelijkheid tonen naar mij toe, denk ik dan.

Geen kat spint hetzelfde. Het is net zo persoonlijk als het stemgeluid van een mens. En de intensiteit kan per situatie verschillen maar ook zeker per kat. Smoes klinkt dus als een motorboot en als hij tegen mij aanligt en spint dan heb ik altijd het idee dat ik op een motorisch massagebed lig.

Gerrie daarentegen, die horen we bijna niet en ik voel zijn gespin ook vrijwel niet. Geheel passend bij zijn ingetogen karakter. Dibbes spint steeds harder naarmate hij langer bij ons woont. Dat is dus een gevalletje aangeleerd gedrag. Hij neemt dat vast over van Smoes. En Moos? Die spint soms hard, soms zacht, soms niet. Hij houdt er niet van in hokjes te worden gestopt en vindt überhaupt al die aandacht wat ongepast. Houd daar mee op!

De vergelijking van Smoes met een motorboot is natuurlijk wat overdreven maar wisten jullie dat er een kat is – Merlin – die wereldrecordhouder spinnen is? Zijn gespin produceert 67,8 decibel. Dat schijnt vergelijkbaar te zijn met het geluid van een vaatwasser of wasdroger. Zeker weten dat Smoes daar met gemak overheen komt.

Sommige mensen scheppen op over hun kinderen. Anderen over hun kat. 

Terug in de tijd

Omdat ik heel nieuwsgierig was naar de serie The Handmaids Tale nam ik een proefabonnement op Videoland. Je kunt dan 2 weken lang onbeperkt kijken, voor 1 cent. The Handmaids Tale is een verfilming van het gelijknamige boek van Margareth Atwood en een absolute aanrader. Ik zal eerlijk zeggen dat ik het boek niet heb gelezen omdat normaliter boeken over onze wereld in de toekomst waarbij de mensheid gaat uitsterven en nog meer miserabels, normaal niet op mijn te lezen lijstje staat. Maar na het zien van de adembenemende serie en met name het geweldige spel van Elisabeth Moss (bekend van Top of the lake) en Yvonne Strahovski (ook wel bekend als Hannah uit Dexter) wil ik het boek zeker gaan lezen!

Kort gezegd is het een kijk op het Amerika van de toekomst waarin kinderen een zeldzaamheid zijn geworden wegens onvruchtbaarheid van de meeste mensen. Een enge Christelijke beweging met nazitrekjes heeft de macht heeft gegrepen en de republiek Gilead gesticht. In deze republiek heeft iedereen een vaste rol. Heersers en dienaren. Zo worden vruchtbare vrouwen als dienstmaagden gedwongen worden zich voort te planten. Prachtig en indrukwekkend. En eng, dat ook.

Maar goed, dáár gaat dit niet over. Nadat ik klaar was met kijken wilde ik het proefabonnement al gaan opzeggen. De rest van het assortiment spreekt me niet aan. Veel troep, althans wat ik troep vind. Tot mijn oog ineens op Twin Peaks viel.

Twin Peaks! Die prachtige en voor mij vaak onbegrijpelijke serie, maar desalniettemin niet te versmaden. Op Videoland staat het 3e seizoen, wat verder gaat daar waar het tweede seizoen 25 jaar geleden werd afgesloten.

Dus plakte ik er nog een maandje Videoland aan vast, dit keer betalend, en begon met kijken. Weer nét zo mysterieus en onbegrijpelijk maar toch, wat een genot.

Toen ik de prachtige intro muziek van Angelo Badalamenti hoorde, gebeurde er iets heftigs. In één klap was ik terug in de tijd, ik denk dat het beginjaren 90 was dat ik keek. Ik had toen net een TV gekocht na jaren zonder te hebben geleefd. Twin Peaks was echt het hoogtepunt van mijn week. Ik MOEST dat kijken. Toen hadden we natuurlijk nog geen ‘uitzending gemist’ of streaming diensten dus heb ik me vaak op mijn fiets door Amsterdam een ongeluk gehaast om maar op tijd thuis te zijn. Want ik wilde niets missen, zeker de begintune niet.

Onvoorstelbaar toch wat muziek een emoties kan oproepen, in dit geval verbonden met herinneringen uit de tijd dat ik begin 20 was. Een tijd dat ik met mijn vriend D. was, we naast elkaar woonden, geen cent te makken hadden maar ons de koning te rijk voelden. De wereld lag aan onze voeten en we gingen de wereld bovendien een stukje beter maken. Want wij waren nogal van de ‘peace & happiness’ en jointjes roken. Die jointjes in combinatie met de wonderlijke prachtige beelden uit Twin Peaks zorgden voor een onvergetelijke ervaring 😉 . En die muziek nu ineens zoveel jaren later weer horen, zorgt voor heimwee en geluk tegelijk. Het leven was goed en alles was nog mogelijk.

ps: ik ben wat aan het rommelen met hoe het er uit ziet. WordPress gaat over op een nieuwe manier van invoeren. En ik snap nog niet helemaal hoe het werkt. Dat óf het nieuwe programma werkt nog niet zo goed. Dus alinea’s zijn ineens geen alinea’s meer ook al waren ze dat eerder wel. Curieus…

 

 

Gerrie en de vlooien

Mijn aankondiging van een paar dagen geleden dat ik het blog of in ieder geval sommige artikelen achter een wachtwoord ga zetten, heeft tot een stortvloed aan mails geleid. Iets wat ik niet echt had voorzien. De meest gestelde vraag was of ik alsjeblieft niet de kattenstukjes achter slot en grendel wilde gaan zetten.

Dat ga ik inderdaad niet doen. Sterker nog, hier komt er één, vangen!

De dag nadat we van vakantie terugkwamen vertelde de googlekalender mij dat onze Gerrie een vlooienpil moest. Ik gebruik weliswaar nog steeds een papieren agenda, maar dit soort dingen, vlooien- en wormenbestrijding en zo, zet ik graag in de agenda op mijn telefoon. Ik krijg op de dag zelf een reminder en zo weet ik vanzelf welke kat de bofkont van de dag is. Ik doe ze nooit allemaal tegelijk, want als ik er twee heb gedaan krijg ik de andere twee niet meer te pakken. Dus doe ik een kat per keer en is de volgende een dag of twee dagen later aan de beurt.

Nu is dat toedienen bij Gerrie niet heel makkelijk. Hij kent drie standjes:
1) bang, ik vertrouw jou niet,dit is het einde van alle fijne dingen
2) ik zit op de trap en gluur naar potentieel enge dingen
3) extreem aanhankelijk en knuffelig, ik ben nu Chef Kopstoot

Toen hij hier net woonde gaf ik hem een paar keer een vlooienpipet. Dát was geen succes. Geen enkele kat vind dat fijn maar meestal herstellen ze zich daar snel van. Het is vooral verontwaardiging dat dit ze nu wéér overkomt, die ongepaste smerige geur op hun rug.

Maar Gerrie herstelde er niet van als ik het deed. Hij bleef tot wel twee dagen erna angstig en geagiteerd, durfde ook niet meer naar binnen te komen. Na het toedienen gaat hij een soort van buikschuiven. Alsof het spul op zijn rug eraf valt als hij gaat tijgeren, echt te zielig.

Dus stapte ik na een tip van een bloglezer over op Comfortispillen. Dat zijn pillen ter grootte van een aspirientje dat zeer effectief is. Alleen de pil moet dus wel in de bek worden gepropt. Omdat de pil zo groot is, moet hij bovendien in vieren worden gesneden. Je propt er dus niet een pil in maar vier keer een kwart pil.

Dat lukte redelijk. Gerrie was in het begin zo schuw en bang dat als ik hem eenmaal vast had, hij compleet verstijfde en zich als een mak lammetje liet ‘mishandelen’. Want zo voelt het wel als je een kat iets tegen zijn zin in zijn bek moet proppen.

Nu ben ik echt een ervaren pillengever. Ik ken inmiddels alle trucjes die je kunt toepassen. Maar Gerrie is een geval apart. Hij laat zich – waarschijnlijk omdat hij gewoon wat sterker is inmiddels en meer zelfvertrouwen heeft – niet meer zomaar oppakken en een pil in zijn bek stoppem. Hij heeft een tactiek dat hij met alle vier poten de lucht in springt als je hem probeert te pakken, zo glibberig als zeep. Heb je hem eenmaal tóch vast dan lukt vast blijven houden bijna niet. Laat staan dat je dan een gevierendeelde pil in zijn bek krijgt. Een wormenpil lukt over het algemeen wel, die is veel kleiner.

De laatste paar keer was het al een drama om hem de Comfortis toe te dienen en ik vroeg daarom nu deze keer aan de man hulp. Het eindigde met opengekraste armen, gekwetste zielen, een kat die van de stress overmatig ging kwijlen en waarbij er ook iets in zijn bek was beschadigd, ik denk door het scherpe randje van die kloterige gevierendeelde pil. In ieder geval het bloed kwam er uit. Om het geheel compleet te maken had hij tot vier dagen na toediening een soort zenuwtic met zijn bek en kop, ik denk van de stress. En vond ik delen van de pil later op de grond.

Nou, mens en dier hebben hadden hier een groot trauma te verwerken. 

Dit wil ik niet meer maar ik wil natuurlijk ook geen kat met vlooien en hij laat zich niet kammen. Dus bedacht ik dat ik hem bij zijn jaarlijkse dierenartscontrole en enting, meteen een vlooieninjectie wil laten geven. Dat werkt een half jaar en bespaart me het maandelijkse worstelen met vier stukken pil.  Ik stop hem eerlijk gezegd liever twee keer per jaar in een mand en ga met hem naar tante dierenarts dan dat ik maandelijks die pil in zijn bek moet proppen. 

Maar hem optillen is ook een ‘ding’. Dus oefen ik nu met optillen. Tijdens onze knuffelsessies pak ik hem af en toe op en zet hem dan meteen weer neer. Zodat de weerstand wat minder wordt. De reismand staat al weer klaar en hij krijgt lekker hapjes in de buurt van die mand.

Een echte kat-in-de-mand-training wordt het niet. Dat heb ik wel geprobeerd vorig jaar maar is met hem – in tegenstelling tot Dibbes – geen succes. Hij stapt niet uiteindelijk zelf de mand in, hoeveel lekkere brokjes ik er ook in leg. Het valt hem gewoon niet aan te leren.  Ook niet als ik de bovenkant van de reismand eraf haal, zodat het wennen in etappes gaat. Dibbes had ik na 5 maanden zover dat hij in de mand zet met deksel dicht en dat ik de mand al kon optillen. Gerrie zat toen na 5 maanden nog steeds op een meter afstand naar het lekkers in de mand te kijken. Lekkers vóór de mand wordt wel gepakt, maar lekkers in de mand is ‘de vijand’.

Ik weet uit ervaring dat als ik hem eenmaal in de mand heb, hij wel rustig blijft. Dus ligt de nadruk nu vooral op hem op kunnen pakken.

Je kunt de kat wel uit het trauma halen – zoals het leven op straat bij Gerrie heeft veroorzaakt –  maar je haalt het trauma helaas nooit meer uit de kat. Honden kunnen volgens mij makkelijker een verleden achter zich laten. Bij Gerrie is toch wel het hoogst haalbare dat hij tevreden is en zich veilig voelt en geen vlooien heeft. En dat is goed zo.

Privacy

Vanwege een aantal redenen wil ik mijn blog of in ieder geval sommige artikelen op slot gaan gooien. Wil jij mee blijven lezen, dan kun je een mail sturen naar aanminofmeer@gmail.com. Waarbij ik er meteen eerlijk bij zeg dat ik niet iedereen toelaat en dat over de uitslag niet gecorrespondeerd wordt.

Opruimen

Nu zo’n 10 jaar geleden pakten wij onze financiën aan. Ik raakte wegens ziekte mijn baan kwijt. We waren vlak voor ik ziek werd net verhuisd naar een veel duurder huis. De economische crisis sloeg toe. Huis onder water. Minder inkomen. Ik kan er nog buikpijn van krijgen als ik er aan terugdenk.

Afijn, we pasten onze leefstijl aan en vooral onze uitgaven. Iets wat ik ook deed was onze administratie aanpakken. Daarvoor hanteerde ik jarenlang naar volle tevredenheid de tactiek van iets in een map stoppen zonder een echt logisch systeem en als de map vol was, dan kocht ik een nieuwe map en ging ik verder met mijn ‘systeem’. 

Dus had ik zeker 12 mappen in de kast staan. Sommige met alleen mijn spullen maar andere mappen dateren vanaf het moment dat onze twee huishoudens en administratie werden samengevoegd.

Tijd voor een opruiming dus. Ik gooide papiertroep van zeker 20 jaar verzamelen weg en bewaarde alleen dat wat volgens de Belastingdienst bewaard moest worden. Ik hield 3 mappen over, dat ruimde lekker op!

En toen, ja toen. Ik heb de administratie lang netjes bijgehouden. Maar ergens kwam de slof erin. En van de week stoorde het me dat die 3 mappen toch weer meer mappen zijn geworden. Soms is het ook onvermijdelijk, de hele correspondentie rond het omzetten van onze hypotheek en woekerpolis in 2013 is  bijvoorbeeld al één hele map. Mijn ziek zijn en keuringstraject bij het UWV weer een andere map. En weggooien durf ik nog niet. Ook omdat die map veel kennis bevat, ik kan teruglezen en denken ‘o ja, zo zat het, daar komen we vandaan!

 

Maar opschonen kan natuurlijk wel! Salarisstroken uit 2011 en 2012 hoeven echt niet meer bewaard te blijven. En facturen van een mobiele telefoon die ik al 5 jaar niet meer heb, ook niet.

Dus dat ruimde lekker op. Meteen ook even de twee mappen die ik het meest gebruik anders ingedeeld, volgens een voor mij wat logischer systeem. Mezelf verwend met nieuwe kartonnen tabbladen omdat degene die ik gebruikte zeker 20 jaar oud waren en zó vaak beschreven, doorgekrast en daar weer overheen geschreven, dat ik die €4,85 die de nieuwe bladen mij hebben gekost, wel kan rechtvaardigen. Ik kon voor mezelf zelfs goed praten dat ik ze gewoon bij Bol bestelde in plaats van dat ik ze ging halen bij de Hema, waar ze zeker goedkoper zijn. Wat dat betreft gaat energie besparen nog steeds voor op geld besparen en daar ben ik trots op want het heeft me jaren gekost om zover te komen.

Dus dat is klaar. Nou ja, nu nog even de zooi uitzoeken die ik sinds januari in een kast heb gegooid en in die prachtig georganiseerde mappen stoppen. Dat ga ik vandaag doen. Of morgen. En anders toch zeker deze maand.

Over ezeltjes en stenen

Wát hoort Ome Dibbes? Ben je nu al weer over je grenzen gegaan. Dom mens! Toch wel om iets leuks te doen hoop ik? Nee, niet eens! Tsssss.

Deze week maakte ik een vliegende start nadat ik voor mijn doen volledig opgeladen terugkwam van vakantie. Omdat het moeilijk is het gevoel van energie te negeren (energie! ENERGIE!!!!!) maakte ik de fout die ik al jaar in jaar uit maak (en niet alleen ik denk ik). Ik gaf de energie uit alsof ik rijk was. En kwam weer in het rood te staan.

Dom. Heel dom. Ik hielp kind met zijn kamer. Daar moest flink worden opgeruimd en gereorganiseerd. En omdat het me allemaal te traag ging, bemoeide ik me er mee, kwam in een adrenalinekick terecht en tegen de tijd dát ik de grens voelde was ik hem al kilometers gepasseerd.

Gelukkig kreeg ik gisteren een heerlijke massage van de fysio, waardoor de spieren wat kalmeerden. En voor nu moet ik even de pijn uitliggen.

Het goede nieuws is dat ik wel weer goed slaap. En dat ik het gevoel heb dat ik er met een paar dagen wel weer ben. Hopelijk kan ik daarna wat rustiger de draad oppakken.

Een van de redenen dat ik me op vakantie zoveel beter voelde is denk ik dat ik naast het goede slapen ook veel minder stappen op een dag zette (gemiddeld 1500 minder op een dag zie ik op mijn fitbit). En dus nooit mijn fysieke grenzen over ging. Dat is echt wel iets om in het achterhoofd te houden (zei de vrouw die zich als een ezel gedroeg deze week).

Voor nu heb ik in ieder geval een nieuwe kruk op wielen voor in de keuken besteld. De oude zadelkruk bleek niet meer te reanimeren en viel ook niet meer onder de garantie. Dan maar een ander gekocht, ik hoop dat deze morgen wordt geleverd. Die kruk gaat in ieder geval al weer wat stappen uitsparen.

Nou ja. Dat was het vallen. Nu weer overeind komen. Vooruitgang is niet dat je nooit valt. Het is telkens weer opstaan en niet het koppie laten hangen. Dus: voorwaarts kruip!