Gedragsregels

img_20170221_0813161453727193.jpg

Zijn we er allemaal? Iedereen aanwezig? Ik leg het nog één keer uit. En nu graag opletten!

Komen ze!

  1. Eten uit andermans bak heeft de voorkeur.
  2. Opgestaan is plaats vergaan.
  3. Slapen is onze belangrijkste activiteit.
  4. Wij vinden eten lekker tot we zien dat het in ’t groot wordt ingekocht.
  5. Wij kruipen pas op schoot als het voedseluitgiftepunt nét wil opstaan.
  6. De dag begint om 6 uur ’s ochtends.  
  7. Het mens dient te worden aangemoedigd met corrigerende tikjes van de poot om op te staan. Werkt dat niet ga dan over tot niezen in het gezicht, succes verzekerd.
  8. Kots deponeer je naast het bed, nét uit het zicht maar wel in de loop.
  9. Deze is voor jou Gerrie, even opletten graag: poepen doe je tijdens het avondeten van de slaven bij voorkeur op de bak, zodat ze kunnen genieten van het aroma.
  10. Schone was dient als plek waar je overtollige haren kunt achterlaten.
  11. Twee uur vóór etenstijd gaan we klaar zitten. We bevorderen het krijgen van eten met dé blik: langdurig staren zonder knipperen. Smoes kan desgewenst even laten zien hoe het moet.
  12. Aandacht vragen wij op verschillende manieren. Zigzaggend voor het mens uitlopen, die dan nét niet struikelt is bijzonder effectief. Werkt dat niet, ga dán over op dramatisch miauwen.
  13. Het toilet is de plek waar het mens gaat zitten zodat jij op schoot kunt springen, maak daar goed gebruik van. Accepteer het niet als ze de deur sluit. Ga dan over op gillen.
  14. We tolereren geen andere katten in huis. Tenzij ze toch binnendringen, dan negeren we ze.
  15. Het is altijd de schuld van de buurkat, wát er ook gebeurt.

Vragen? Iemand? Nou daar gaan we dan. Jullie kunnen het! Wij zijn geweldig! Glorieus is de weg naar succes! 

De wachtkamer

Toch heb ik nog steeds een hoog aanspreekgehalte. Was altijd al zo. Toen ik nog rookte en studeerde zat ik vaak op de trappen van het Bungehuis in de Spuistraat een peuk te roken, omdat dat binnen niet meer mocht. Het viel een vriend van mij op dat ik vaker dan anderen werd aangesproken door voorbijgangers om een vuurtje of de weg of om geld. Dus deden we een test. Ik ging telkens op een andere plek zitten. Driekwart van de tijd werd ik aangesproken terwijl er toch zeker zo’n 20 man ook op die trappen zat, aanspreekbaar te zijn. Dát kostte me heel wat sigaretten.

Waar dat aan ligt? Het zal vast met uitstraling te maken hebben. Blijkbaar straal ik uit dat ik een watje ben en geen nee zal zeggen of dat ik makkelijk benaderbaar ben. Dat is nog steeds zo. Zet mij in een wachtkamer en ik ben de vrouw aan wie mensen vertellen dat hun grote teen pijn doet, hun vrouw is weggelopen en hun kinderen in het buitenland studeren.

Dat vind ik niet altijd fijn. Mijn houding straalt blijkbaar uit ; ‘deponeer uw problemen en kletspraatjes hier‘. Mijn hoofd denkt meestal ‘donder op en laat me met rust‘. Dat klinkt chagrijnig en dat is het wellicht ook. Maar kletspraatjes kosten mij vaak meer energie dan ik heb. Als ik ergens naar toe ga is dat vaak een aanslag op de energievoorraad en onverwacht praten is dan vaak nét de druppel die maakt dat ik onderuit ga.

Niet dat ik mensen makkelijk zal afkappen. Ik ben namelijk HEEL AARDIG. Ik zeg niet snel nee en ik zal ook niet snel wegkijken als iemand tegen me praat. Ik ga vaak ook nog geïnteresseerde vragen stellen in reactie op het gesprek en dan weet ik aan het eind toch maar mooi dat begrafenisondernemer een machtig interessant beroep is.

Laatst zat ik in de wachtkamer bij de huisarts en toen maakte ik iets nieuws mee. Ik wekte duidelijk de woede van een man op. Het wachten duurde lang, er waren wat spoedgevallen en de assistente had haar excuses aangeboden dat het ‘allemaal wat, nou ja zeg maar soort van heel erg uitliep, echt heel vervelend en sorry daarvoor.’

Nu ben ik heel goed in stoïcijns wachten. Ik maak me niet snel druk om afspraken die uitlopen. Als je iets als patiënt leert, dan is het wachten. Wachten op medicijnen die er niet zijn, onderzoek dat niet wordt gedaan en ook wachten tot je aan de beurt bent, tot je een ons weegt.

De mededeling van de assistente had op een mede-wachtende een groot effect. De man begon te snuiven en te zuchten en wild om zich heen te kijken. Ik dacht ‘nu komt het, hij gaat me vertellen waarom hij hier zit. Straks ken ik de naam van zijn parkiet en weet ik wat hij vanavond gaat eten.’

Niets van dat alles. Hij was boos. Op mij. Zo leek het. Elke paar seconden keek hij mij doordringend en boos aan en keek dan weer weg. Veegde continu zijn handen aan zijn broek af en keek dan weer razend op, alsof ik groene zeep op zijn handen gesmeerd had, of nog erger, lijm die verschrikkelijk jeukt.

Natuurlijk rook ik even onder mijn oksels. Maar dat rook heel plezierig, vond ik zelf dan toch. Er zat geen poep onder mijn schoenen. Ik meende ook zeker te weten dat ik mijn tanden had gepoetst dus aan mijn geur kon het niet liggen. Toch maakte iets in mij de man boos.

Gelukkig kwam er op dat moment net een allerschattigst baby’tje binnen met zijn ouders. Nu ben ik geen babyliefhebber, ik heb weinig met baby’s. Die van ons vond ik heel leuk maar de rest wekt niet heel veel in mij op. Zet me in een kamer met kittens en ik smelt. Zet me in een kamer vol baby’s en ik wil in paniek weg rennen.

Maar dit exemplaar was bijzonder goed gelukt. Stralend lachen, veel tatatata!! en gerammel met een speeltje, verrukt zwaaiend naar wat hij zag en nét voldoende kwijl in de mondhoek om het compleet te maken.

Dus negeerde ik de boze man en richtte mijn aandacht op de baby. Zwaaide naar hem, ging gekke bekken trekken en de ouders groeiden van trots en liefde dat hun jochie – denk ik, dat was even een gok aangezien elke baby een bol hoofd heeft en kleuren van babykleding geen definitief uitsluitsel gaven over het geslacht-  dat in een ander wist op te roepen.

Nét op het moment dat ik wilde aanbieden petemoei te worden, riep de huisarts mij. Gelukkig.

Hoffelijkheid

Vroeger schreven we brieven die voldeden aan de beleefde omgangsvormen die algemeen geaccepteerd werden. Etiquette maakte dat de omgang met elkaar voldeed aan bepaalde beleefdheidsregels. Mensen werden opgevoed in het plezierig en correct benaderen van de medemens. Dat gaf houvast, je wist hoe iemand te benaderen in verschillende sociale situaties. Het gaf vast ook veel benauwdheid. Niet voor niets zijn de omgangsvormen versoepeld.

Maar of dat echt fijn is betwijfel ik. Ook ik stuur wel eens appjes zonder interpunctie naar iemand die ik goed ken. Maar ik probeer meestal toch wel een volledige zin te typen. En ik probeer zeker altijd mijn woorden zorgvuldig te kiezen.

Daarom schrik ik toch ook altijd weer zo als mensen hier of elders ineens voor mij vanuit het niets de aanval openen. In de FB-groep voor ME-patiënten waarin ik zit en waar meestal een heel fijne sfeer hangt, begon recent iemand ineens gif te spuien tegen iedereen die het niet eens was met haar. Pure verbale agressie.

De aanleiding was blijkbaar een vraag of wij ons laten vaccineren tegen griep. Geen vreemde vraag. Veel mensen reageerden dat ze dat niet (meer) doen. Veel ME-patiënten reageren nu eenmaal buitensporig op alles, dus ook op een griepvaccin. Bovendien heerst er een vermoeden – ook in de medische wereld – dat ME zou kunnen samenhangen met vaccinaties. Of dat zo is, weet ik niet.

Maar goed, blijkbaar is de discussie die volgde ontspoord omdat één persoon, die zich naar ik begreep stoorde aan sommige antwoorden, werd aangesproken door anderen over haar toon en zij daarop een post plaatste vol haat en venijn. Het kwam erop neer dat iedereen de rambam kon krijgen.

Wat bezielt iemand? Ik weet het niet. Vaak laat ik iets gaan maar nu plaatste ik toch ook wel een reactie waarbij ik schreef dat het de toon is die de muziek maakt en dat die van haar nu wel heel erg vals klonk.

Het is normaal dat mensen het niet met elkaar eens zijn. Maar tegenwoordig – zeker met onderwerpen als Zwarte Piet en vaccineren – komt er een venijn bij kijken wat heel diep zit. We zijn verleerd om het met elkaar oneens te zijn en op een hoffelijke manier daarover te discussiëren.

Wat mij betreft mogen ze op elke school debatteren op de agenda zetten. En mag elke volwassene die op internet zit daar bijlessen gaan volgen.

Kattenhuishouden

In de nieuwsbrief van onze dierenarts stond een stuk van een kattengedragtherapeut dat inging op de vraag of katten solitaire dieren of groepsdieren zijn. Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden want ligt vooral aan de leefsituatie én aan het karakter van katten.

Een kat zal niet zomaar vrijwillig in een grote groep leven. Al blijven vrouwelijke exemplaren wel vaker bij elkaar als ze in het wild leven. Een angstige niet gesocialiseerde kat zal zich sowieso niet prettig voelen in een groep. En multi-kattenhuishoudens zijn vaak door mensen gecreëerde kunstmatige situaties waar veel katten zich helemaal niet prettig bij voelen. Daarom is het zo belangrijk om katten aan elkaar te laten wennen en niet zomaar een nieuwe kat te nemen omdat je denkt dat je huidige kat dat op prijs stelt. Aldus de kattendeskundige.

Mijn ervaring is dat daar vooraf geen zinnig woord over te zeggen is. Natuurlijk ligt het aan het karakter van je kat maar daar kun je je enorm in vergissen. Onze Moos is namelijk al jaren de schrik van de buurt. Nou ja, nu hij oud en bejaard is, is hij helemaal geen heer en meester meer, maar dáár hebben we het niet over, te pijnlijk. Op grond van zijn karakter en gedrag heb ik in het verleden er altijd voor gekozen om niet zomaar een kat erbij te nemen. Toen Smoes erbij kwam, was Moos net een paar weken bij ons en ze waren van dezelfde leeftijd, dat scheelde.

Maar een nieuwe kat? Ik zou mijn hand ervoor in het vuur steken dat dit niet goed zou gaan en mijn schoen opeten als toetje. Dat dus. Lekker stellig. Maar juist Moos vond het wel prima dat onze zwervers erbij kwamen. Er zijn wel wat vervelende momenten geweest, vooral die ene keer dat Dibbes in de kont van Moos beet. Maar toch, het viel reuze mee. Voor Smoes ook, die vindt alles en iedereen lief, leuk en aardig, vooral als het vier poten heeft en flink harig is.

Wij hadden natuurlijk het geluk dat de introductie heel geleidelijk ging. De zwervers wurmden zich gewoon steeds meer het huis in. Bovendien stelden ze zich heel onderdanig op naar Moos en Smoes (op die ene beet in de kont na dan, hè Dibbes!).

Dibbes en Gerrie waren allebei heel angstig en daardoor juist op hun gemak in een groep. Ze konden namelijk gedrag kopiëren en zo leren wat normaal is qua gedrag en kattentaal. Ze voelen zich duidelijk veilig zo in een groep van vier.  Vooral de eerste twee jaren deden ze eigenlijk de hele dag alles na. ‘O, nu gaan we slapen, lopen, spelen, klieren, eten!’ Weinig eigen initiatief en grote volgzaamheid. Inmiddels volgen ze iets meer hun eigen agenda. 
Maar de hele familie gaat nog steeds na het avondeten een avondronde doen en stapt dan gezamenlijk de straat op.

Natuurlijk zijn er wel wat conflicten geweest. Naarmate de heren ex-zwervers meer zelfvertrouwen kregen, hebben ze wel eens een ongepaste mep uitgedeeld. En vooral Gerrie snapt nog niet altijd wanneer het speeltijd is en wanneer niet. Hij snapt vooral de signalen niet die Moos uitzendt. Maar Gerrie snapt wel meer niet want hij is ook bang voor aardappelpuree. En mensen die aanbellen. Iemand die hoest. Geritsel. Opgepakt worden. Hebben jullie even? Ik kan de rest van de dag vertellen over waar Gerrie bang voor is 😉 .

Dat een angstige niet aan mensen gewende en niet gesocialiseerde kat als Gerrie tóch bewust ons leven binnendrong en een plek veroverde, is dus op zijn hoogst heel opmerkelijk te noemen. Want dit is geen normaal gedrag volgens de kattentherapeut. Volgens mij was het pure overlevingsdrang. Ga daarheen waar er voedsel is, het warm is en meerdere katten zijn. Dát is blijkbaar een goede plek.

Ook denk ik dat Gerrie Dibbes misschien nog herkende van het zwerversbestaan. In het jaar voordat we Dibbes opnamen, zagen we hem en Gerrie vaak samen. Eerst dachten we dat het dezelfde kat was, zo lijken ze op elkaar. Maar waarschijnlijker is het dat ze uit hetzelfde nest kwamen. Nestbroeders of niet, op straat waren ze elkaars concurrent. En dus zaten ze soms blazend naar elkaar hier in de tuin op eten te loeren.

Dat gaat nu een stuk beter al zijn ze wel verschrikkelijk jaloers op elkaar en onhebbelijk tegen elkaar. Dat geldt vooral in situaties waar ik in beeld ben. Gisteren lag Gerrie in totale katzwijm tegen mijn buik aan, poten in de lucht, het leven was goed. Dibbes sprong op bed en was getuige van een potje vreemd gaan waar hij grote moeite mee had. Hij hield zich een half uur in maar besloot toen toch tot ingrijpen. Genoeg!

Dus kroop hij achter langs over mij heen, kroop in mijn hals, parkeerde zich achterwaarts in en ik zag Gerrie met een paniekblik onder Dibbes verdwijnen. Die vervolgens heel achterbaks opkijkt, hé, jij hier ook, ik had je niet gezien. Ik heb diepe bewondering voor het feit dat hij blijkbaar zo vooruit kan denken om een ander weg te pesten. Maar onhebbelijk blijft het. Al boeken we ook hier vooruitgang want twee jaar geleden zou hij gewoon meteen op Gerrie gesprongen zijn.

Voor mij was het vooraf daarom het hoogst haalbare als alle katten of in ieder geval de twee generaties elkaar tolereren en niet in de haren vliegen. Om die reden kunnen ze ook altijd overal in huis liggen. Er is ruimte zat om zich terug te trekken. En dus liggen ze altijd overdag op bed, met zijn vieren op een vierkante meter, soms zelfs allemaal tegen elkaar aan, een poot tegen kont, een kop op een staart van een ander.

In een volgend leven kom ik terug als kattengedragstherapeut. Of nóg beter, als kat! En dan zoek ik mezelf als baasje uit. Strak plan.

Lang leve Google translate

Besten Meneer,

Dankjewel voor uw bericht. 

Zie ik. Het lijkt me dat wanneer u heeft uw bestelling geplaatst hebben we geen vooraad voor. Nu hebben we wel. 

Wilt u uw pakketje nog? Ik verwacht het zal ons magazijn verlaten deze week. 

Het spijt me voor het verdraging met uw artikel. 

Als u wilt uw pakketje niet meer dan kunnen we u een terugbetaling geven. 

Met vriendelijk groet, 

Behandeling ME: orthomoleculaire therapie

Zo lang ik me kan heugen heb ik buikpijn en buikkrampen. Geen pretje. Ik paste mijn voeding behoorlijk aan (geen gluten/lactose/suiker) en dat hielp lange tijd best iets. Tot eind vorig jaar de boel escaleerde en ik na een aantal onderzoeken gastvrouw van een bijzonder hardnekkige parasiet bleek te zijn.

Behandeling met reguliere en niet reguliere medicatie hielp niets en uiteindelijk zocht ik hulp bij een orthomoleculaire therapeut die hierin gespecialiseerd is. Zij is bovendien ook een klassiek geschoold diëtist én gespecialiseerd in fytotherapie, Chinese en Ayurvedische voedingsleer. Zij kan het probleem dus van alle kanten tackelen.

En dat deed zij ook. Ik kreeg voedingsadviezen en supplementen voorgeschreven en binnen een paar weken werden de krampen en buikpijn minder. Mijn ontlasting verbeterde ook heel langzaam.

De grootste verandering qua eten voor mij was dat ik anders ging combineren – ik mag geen eiwitten met koolhydraten als rijst/pasta/aardappelen combineren – en de bereiding. Ik kook, stoom en stoof alles. Even wennen voor iemand die bij voorkeur grilt of wokt maar goed te doen.

Onlangs liet ik weer wat ontlastingsonderzoeken doen. Uit de parasietentest kwam helaas dat het kreng er nog steeds zit. De andere test – een darmfloratest – gaf wel een heel positief beeld. Dat ook klopt met wat ik voel en ervaar.

Twee hele agressieve bacteriën die veel klachten veroorzaken zijn gedaald naar een normaal waarde. Mijn candida infectie is verdwenen. Aandachtspunt is nog de zuurvormende flora, de goede bacteriën zeg maar. Die zijn sterk gestegen maar nog onder de normaal waarden.Dus er is nog sprake van een lichte disbalans – dybiose zoals ze dat noemen – maar we zijn op de goede weg.

Mijn darmen zouden nu in staat moeten zijn om te herstellen. Omdat de basis als het ware verstevigd is. Grote kans dat de parasiet verdwijnt als ik doorga met dit eetpatroon. De parasiet nu verder gericht bestrijden heeft volgens haar geen zin. Je kunt je energie en geld beter stoppen in de boel versterken, zei ze afgelopen vrijdag toen ik bij haar was om alles door te nemen.

Dus dat gaan we doen. 

En verder
Toen ik voor het eerst bij haar kwam in april had ik twee vragen aan haar: of ze mij kon helpen met mijn darmproblemen én of ze iets kon betekenen om mijn energiehuishouding op te krikken. Het is nu tijd voor die tweede stap.

Bloedonderzoek
We gaan een uitgebreid bloedonderzoek laten doen om te kijken of er meetbare tekorten zijn op het gebied van de B vitamines, foliumzuur, D, zink, selenium, ijzer, ferritine, homocysteïne en jodium. Op grond van de uitslag kan zij dan weer heel gericht adviseren om bepaalde voeding (meer) te eten of supplementen te slikken.

Noodzakelijke suikers
Door middel van een door mij in te vullen vragenlijst gaat zij kijken of ik alle noodzakelijke glyconutriënten – suikers – binnen krijg. Die voeden de goede darmbacteriën en helpen je darmmilieu verder te herstellen. Dat is gewoon heel praktisch een lijst doornemen met allerlei soorten voeding en aankruisen wat ik nooit/soms/vaak gebruik. Zij ziet dan wat ik mis of tekort komt en wat ik vaker moet gaan eten.

Lekkende bek
Zij adviseert mijn amalgaamvullingen te laten verwijderen. Daar heeft ze het al eerder over gehad. Ze heeft me uitgebreid geïnformeerd over de schadelijke effecten van kwik, wat immers in die vullingen zit. Met name ME-patiënten die moeite hebben om gifstoffen te lozen, kunnen hier veel last van krijgen.

Dit is een moeilijk overweging vind ik. Zoek op internet naar amalgaamvullingen vervangen en je komt in heftige disputen met voors en tegens terecht. Ik heb op de FB-groep van ME-patiënten de vraag gesteld wie dit heeft gedaan en wie daar baat bij had. Een aantal heeft dit inderdaad laten doen, er was echter niemand die effect merkte. Maar bijna iedereen vertelde wel blij te zijn dát ze dit hadden laten doen. Natuurlijk weet ik niet of iedereen het ook op de veilige manier heeft laten doen, met behulp van een kofferdam. Want zomaar een amalgaam vulling verwijderen kan een grote hoeveelheid kwik doen vrijkomen met een enorme belasting van je systeem tot gevolg.

Moeilijke overweging dus. De eerste stap die ik heb gezet is mijn dossier opvragen bij de tandarts, waar ik toch al naar toe moest maandag. Voor de zekerheid nog even nagevraagd of zij ook doen aan veilig verwijderen van amalgaam vullingen maar ze keken alsof ze water zagen branden. Nee dus 😉 .  

Ik heb van haar een adres gekregen van iemand waar ik terecht kan en waar zij goede ervaringen mee heeft. Dat is toevallig ook de voor mij dichtsbijzijnde tandarts, dus gaan we dat denk ik doen. Stap voor stap, rustig aan.

De weerzin die ik voel is groot. Omdat ik a) niet van tandartsen houd en B) dit hele onderwerp zo controversieel is. Maar ik zal toch verdorie maar net die ene patiënt zijn die hier wel wat van opknapt. Jullie lezen het, een wanhopig mens is tot veel bereid ook als ze het niet wil/fijn vindt of echt gelooft dat het kan werken.

De energiecentrales activeren
Die bereidheid van mij  om van alles te proberen wordt wel op de proef gesteld. Ik kreeg namelijk ook het advies dagelijks bottenbouillon te gaan drinken, van rund of kip. Dat heeft vele gezondheidsvoordelen: goed voor de darmen, helpt de maag eten beter te verteren, geeft het immuunsysteem een boost (niet voor niet wordt kippensoep Joodse Penicilline genoemd) én het is een belangrijke leverancier van allerlei mineralen en aminozuren waaronder carnitine.  Carinitine vind je vooral in vlees en kip maar specifiek bouillon die echt uren heeft getrokken bevat  grote gezondsheidsvoordelen

Een hartstikke logisch advies dus. Enige probleem is dat ik vegetariër ben. 😉 Ik was al op haar aandringen vette vis gaan eten en nu ga ik aan de bouillon. Ik heb daar psychisch best moeite mee maar probeer het dan maar als medicijn te zien.

Energiecentrales
Die carnitine haal je vrijwel alleen uit dierlijke eiwitten. Supplementen slikken kan ook, maar ik héb al jaren carnitine geslikt, wat mij toen werd voorgeschreven door het ME-centrum. Dat haalde weinig uit, het is moeilijk opneembaar en carnitine uit voeding zal hopelijk meer effect hebben.

Carnitine zorgt er onder meer voor dat er noodzakelijke vetzuren getransporteerd kunnen worden naar de cellen in je lichaam. Bij ME patiënten is er een probleem in die cellen. De mitrochondiale huishouding is defect. Simpel gezegd: op celniveau hebben we mitrochondiën – energiefabriekjes – en die zorgen er bijvoorbeeld voor dat er zuurstof naar je spieren gaat. Zijn die energiecentrales kapot, dan kun je letterlijk niet of nauwelijks in beweging komen.  Heb je een carnitine tekort, dan wordt er dus ook geen voorraad afgeleverd in de energiefabriekjes die dus ook hun werk niet kunnen doen. Een veel voorkomend symptoom van een tekort is vermoeidheid.

De therapeut wil nu dus gaan kijken of we die mitrochondiale energiehuishouding kunnen verbeteren. Hier ben ik heel blij mee want al sinds mijn diagnose ben ik eigenlijk op zoek naar iemand die daar verstand van heeft. In het ME centrum werd toentertijd al geconstateerd dat dit niet werkte bij mij maar door problemen daar, werd mijn behandeling niet voortgezet. Het Vermoedheidcentrum Lelystad deed hier verder niets mee, anders dan Carnitine voorschrijven, en de huisarts kijkt me alleen maar wazig aan als ik het erover heb.

Dus! Veel te doen/onderzoeken/overwegen. Vanmiddag ga ik naar de huisarts om verwijzingen voor de bloedonderzoeken te vragen. En vandaar uit weer verder met de volgende stappen.

ps: het carnitine verhaal is opgeschreven zoals ik het begrijp maar ik ben natuurlijk een leek.

(afbeelding Pixabay)

De week

Vorige week was een pittige week met meer drukte dan goed voor mij is. Met name de ouderavond op dinsdag en het bezoek aan de orthomoleculair therapeut op vrijdag lieten hun sporen na. De klap kwam gisteren. In de ochtend riep ik nog naar M. dat ik naar de middagvoorstelling in de bioscoop wilde die dag. Gelukkig zei M. dat hij echt totaal geen zin had om ook maar iets te doen die dag. De weersvoorspelling deed elke lust daar toe verdwijnen. Tegen de tijd dat de film begon lag ik trouwens ook volledig uitgeteld in bed, dus het was maar goed dat we thuisbleven.

Een groot deel van de dag in bed liggen deed me goed. Mijn lijf voelt weer iets acceptabeler aan. Mijn brein nog niet helemaal. Het is ook nog erg vol van het gesprek met de orthomoleculair therapeut. Er zijn weer beslissingen te nemen, stappen die moeten worden gezet, dat kost weer geld en belangrijker: tijd en energie. Het is altijd weer een afweging: wat stop ik erin en wat krijg ik er voor terug. Het is helaas nu eenmaal geen exacte wetenschap met een vaststaande uitkomst, dus moet ik afgaan op de informatie die ik krijg en mijn gevoel. Ik zal er binnenkort meer over schrijven.

Deze week is beduidend rustiger. Vandaag staat er een tandartsbezoek op het programma, later in de week ga ik naar de fysio. M. gaat geloof ik op vrijdag hier klussen dus ga ik ook even mogelijk onderdak zoeken die dag (mama, als je dit leest? 😉 ), zeker als klusmaat G. hier die dag zal zijn.

Verder hoop ik deze week gewoon wat bij te kunnen tanken en mijn energie te kunnen stoppen in fijne dingen. Mijn bioscoopplan is nog steeds actueel, ik hoop morgenochtend te gaan. Eens in de maand heeft onze bioscoop een ochtendvoorstelling en dat vind ik heerlijk, want heel rustig. Ik wil naar The Children Act met Emma Thompson. Hebben jullie deze film al gezien?

Dus. Nu naar de bekkentrekker. En verder relaxen en hopelijk een fijne rustige week.