Een rustige week deze week. Ik las en schreef, werkte wat recepten uit en rende telkens hard naar buiten als de zon zich liet zien. Ik had na de drukte van vorige week in het weekend een flinke terugslag. Maar ook hier merk ik vooruitgang, na twee dagen voelde alles weer normaal. Ik herstel echt sneller nu ik regelmatig b12-injecties krijg. De assistente moest erg om mij lachen toen ik dinsdag op de praktijk mijn broek liet zakken en riep “een keer volgooien graag!” Maar zo voelt het echt, alsof ik word volgegoten met iets dat energie geeft, heerlijk.
Maandag was ik naar de ortho voor de maandelijkse controle. Ze schrokken wel van mijn verhaal over de klachten die ik afgelopen maand had gehad, met de oorpijn en kiespijn die werd veroorzaakt door de beugel. De orthodontist keek mee naar aanleiding van mijn verhaal en hij constateerde dat de kies die pijn deed, gebroken is. De druk van de beugel wordt nu niet goed verdeeld en een deel van die kies wordt omhoog geduwd.
Nu had de tandarts ook wel geconstateerd dat een deel omhoog kwam, maar hij heeft het niet over een breuk gehad. Denk ik, want ik versta mijn tandarts vrijwel niet. De combinatie van mijn doofheid, met het mondkapje dat hij draagt én het feit dat Nederlands niet zijn moedertaal is, maakt dat ik veel naar de beste man lach, braaf mijn mond opendoe en alles maar over me heen laat komen. De ortho zegt dat ik na het beugeltraject een kroon moet laten plaatsen. Voor nu hopen we dat ik niet meer pijn en ongemak op die plek ga krijgen. In juni moet ik voor de halfjaarlijkse controle naar de tandarts en dan bespreek ik het wel met hem. Maar een beetje vreemd vind ik het wel.
Donderdag had ik een geweldig leuk uitje. Vriendin M. krijgt eind mei een puppie. Ik mocht nu alvast mee op kraamvisite bij moeder Nanouk, een prachtige huskie. De pups zijn nu twee weken oud, de oogjes waren net open en hier en daar werd er ook al gelopen. Té schattig. Ik had nog nooit pups gezien die nog zo jong zijn en ik heb genoten.
Geen plannen dit weekend anders dan lezen en relaxen en hopen dat het mooi weer wordt. En jullie?
Vorige week deelde ik hier mijn voornemen om mij te verdiepen in veganistisch eten. Geïnspireerd door culinair journalist Mark Bittman volg ik zijn methode van Vegan Before 6: overdag veganistisch eten, daarna eten als een flexitariër. Dat betekent in mijn geval twee tot drie keer per week vis, vlees of kip en de rest van de tijd vegetarisch of veganistisch. Mijn overwegingen om dit te doen kun je lezen in de menubalk, bovenaan het blog. Daar vind je alle stukjes die ik hierover publiceer.
Als jullie dit lezen heb ik de eerste twee weken er al bijna op zitten, aangezien ik zaterdag 25 maart van start ging. Allereerst bedankt voor de enorme stapel reacties en mails met tips en opmerkingen. Alles is genoteerd! Ik heb in de bibliotheek ook wat boeken over veganistisch eten gehaald en dook in mijn eigen kast om te kijken wat ik al had. Ik kocht het Vegan Before 6 kookboek van Mark Bittman én zijn (niet vertaalde Engelstalige) boek VB6 waarin hij ingaat op zijn motieven. Dat laatste moet ik nog lezen.
Het Vegan Before 6 kookboek is absoluut een aanrader. Als ik door kookboeken blader, dan markeer ik met post-its meestal die recepten die ik wil uitproberen. Dit boek is één en al post-it geworden! Het is heel erg inspirerend. Ik zal volgende week een review plaatsen. Voor nu wil ik het gewoon even over mijn ervaringen hebben.
Overdag geen vlees/vis/kip/eieren/zuivel/kaas of wat voor dierlijke producten dan ook. Dat lijkt een forse overgang maar eigenlijk valt het tot nu toe reuze mee. Het ontbijt hoefde ik niet te veranderen. Dat bestaat nog steeds uit meestal havermoutpap met plantaardige melk. Als het straks weer warmer wordt, ga ik dat afwisselen met smoothies maar ook die zijn natuurlijk ook plantaardig. Wel wil ik daar dan wat extra eiwitten aan toevoegen zoals tahinpasta of henneppoeder.
De lunch bestond bij mij vaak al uit soep en/of een salade of soms wat broodjes. Hier heb ik kleine aanpassingen moeten doorvoeren. Soep op basis van groentebouillon, geen kaas door de salade of op brood. Ik gooide hier en daar wat extra linzen of kikkererwten over de salades of door de soep en ik at heerlijk. Ik maakte een linzenspread voor op brood en een rucola-paprikaspread en ik paste het recept voor mijn glutenvrije teffbrood aan.
Brood zonder gluten is vrij poreus en snel brokkelig. Om die reden voeg ik altijd xanthaangom en twee eieren toe. Nu verving ik de eieren voor 3 el lijnzaad met warm water. Even staafmixer erop en dan wordt het vanzelf een papje, dat ik door het deeg mengde. Het resultaat was prima en ik merkte geen verschil met hoe ik het normaal deed.
De avondmaaltijden waren niet heel anders dan normaal, met dat verschil dat ik een paar keer vegetarisch at terwijl de mannen wel vlees aten. Ik at dus uiteindelijk vaker vegetarisch dan ik van plan was en minder vlees of kip. Gewoon omdat ik de behoefte voelde.
Ik maakte een heerlijke tempehburger (zie recept op mijn kookblog)en at dit terwijl de mannen merquezworstjes naar binnen werkten. Ook was deze burger een voor mij volwaardig alternatief voor het broodje bal dat hier meestal op vrijdag wordt gegeten (dan eten we altijd makkelijk in verband met een voetbaltraining tot 19 uur). Dit keer maakte ik de burger met aubergine erdoor maar ik wil wedden dat als ik de groente weglaat, het flink op smaak breng en er een pittige knoflooksaus bij serveer, de puber dit ook naar binnen werkt.
De grootste overgang voor mij was aanpassen wat ik tussendoor eet. Ik at overdag vaak een gekookt eitje als tussendoortje of een stukje kaas. Dat miste ik ook echt en ik voelde me wat onthand. Ik heb het vervangen voor een handje walnoten of paranoten. Maar ik merk ook dat als ik voldoende eet bij de lunch de behoefte aan een tussendoortje minder is.
Mijn broeken zitten trouwens allemaal een stuk wijder. Ik pas bovendien ineens in een spijkerbroek die ik al jaren niet meer aankon. Dát is wel fijn! Het is niet de insteek en ik wil niet enorm focussen op afvallen (voorbij die tijd) maar iets minder van mij is wel welkom.
Voor nu is de conclusie dat dit bevalt. Het plan was om dit een maand te proberen maar het zou me verbazen als ik hier na een maand mee stop. De insteek is dat ik hiermee door wil gaan en stap voor stap meer vegetarisch/veganistisch wil eten en minder dierlijke producten. Ik lees er nu veel over en vind het belangrijk om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Mijn lijf reageert nu eenmaal vaak extreem en afwijkend en ik denk dat het goed is het met kleine stapjes aan te pakken Ook geeft mij dat de tijd alles op mijn gemak uit te zoeken. Voor komende week staat er op stapel voor mij:
Toen ik een kind kreeg had ik vooraf weinig verwachtingen. Ik heb jaren rondgelopen met het idee dat ik kinderloos door het leven zou gaan. Ik zag het niet voor me, een huis met man en kind. Niet zoals ik in het leven stond. Dat ik toch een kind kreeg, samen met een man die ik nog niet eens zó lang kende, was dan ook een grote verrassing. Zeker ook voor mijn omgeving.
Omdat ik dus niet al van jongs af aan met een kinderwens rondliep, had ik weinig verwachtingen. Ik had sowieso niet echt nagedacht over het moederschap en opvoeden. Omdat ik vrij laat een kind kreeg – in vergelijking met mijn vrienden – heb ik natuurlijk hier en daar wel wat opgepikt. Ook had ik regelmatig opgepast op neef en nicht en ik had op zich wel een redelijke voorstelling van hoe het leven met kleine kinderen verliep, gebaseerd op wat ik in mijn omgeving zag.
Alleen niemand die ik kende had een huilbaby. Wij wel. S. begon in de tweede week van zijn leven met huilen en stopte toen hij ongeveer een jaar was. Niet continu huilen maar wel veel uren per dag en per nacht, véél meer dan 3 uur per dag, wat de norm is voor een huilbaby. Slapen deed hij bijna niet en wij dus ook niet. In de ochtend was hij meestal rustig maar zo na het middaguur gingen de stembanden open en begon hij. Er is niets dat je hierop voorbereidt. Ik voel nu nog soms de wanhoop omhoog kruipen als ik wel eens het gehuil van een huilbaby opvang.
Vol overgave huilen!
In eerste instantie dacht ik dat ik het huilen van mijn baby niet begreep. In boeken over baby’s las ik over moeders die vrij snel het huilen van hun kind konden onderscheiden in verschillende categorieën met bijbehorende behoeften. Een baby kan alleen maar huilen om zijn behoeften duidelijk te maken, dus huilt hij als hij honger heeft, bij pijn, verdriet, een vieze broek of als hij moe is en wil slapen maar het niet lukt. Er schijnt overal een huiltje voor te zijn.
Ik hoorde alleen maar HEEL HARD HUILEN en dat ging maar door. Dus probeerde ik alles om het te doen stoppen: de wieg werd anders neergezet, zodat hij minder prikkels zou krijgen, ik plaatste een ouderwetse wekker in de wieg want het getik daarvan zou doen denken aan de hartslag die hij had gehoord in mijn baarmoeder, inbakeren, een speen, rust/reinheid/regelmaat, heen en weer wiegen.
Dat laatste had het meeste effect. S. werd rustig van heen en weer wiegen en schommelen. Dus deed ik dat, zó veel en zó vaak dat ik carpaal tunnel syndroom had toen hij drie maanden was. Het geluid van een stofzuiger of een föhn werkte ook goed om hem te kalmeren. Als we hem naast een föhn op de hoogste stand neerlegden zagen we zo de spanning uit zijn lijfje vloeien en viel hij in slaap. Tot we de föhn uitzetten, dan begon het weer opnieuw.
Natuurlijk kregen we adviezen. Van iedereen in onze omgeving. Gevraagd en ongevraagd, zinnig en onzinnig. Het consternatiebureau consultatiebureau deed het af als onervarenheid van onze kant. De 20 jarige huppeltrut/pleegzuster Bloedwijn die ons begeleidde vroeg niet door en het enige advies dat zij had was dat ik wat fermer moest zijn. Want onze baby manipuleerde ons, was het professionele oordeel. ‘U kunt gerust uw kindje bijvoorbeeld even in een kinderwagen in de schuur of garage leggen met de deur dicht, zodat u het gehuil niet hoort’. Echt, dat werd in 2002 geadviseerd door het consultatiebureau in de Pijp in Amsterdam. Het wordt weer zwart voor mijn ogen als ik daar aan terugdenk!
De huisarts wist het ook niet. Had geen tips en vroeg ook niet door. Vond de term huilbaby maar overtrokken ook al gaven wij aan dat S. meer dan 5 uur per dag huilde. Het zou vast allemaal beter worden. Inderdaad, maar niet dank zij hem. Allergieën of iets fysieks kon het volgens hem niet zijn want ik gaf vrij lang borstvoeding (tot 6 maanden). Mijn suggestie dat ik via wat ik at hem eventueel voedingsstoffen gaf waar hij misschien niet tegen kon, werd weg gewapperd.
Als je een huilbaby hebt en je bent een onervaren ouder dan denk je snel dat je iets fout doet. Je voelt je mislukt en wanhopig, je bent moe en helemaal door gedraaid. Je wilt nog maar een ding en dat is dat je kind stopt met huilen. Want dat gehuil vertelt je dat er iets mis is. Maar je weet niet wat, laat staan wat je moet doen om ermee om te gaan.
Ik haalde stapels boeken uit de bieb, las alles hierover waar ik mijn hand op wist te leggen, heb weken een methode uitgeprobeerd van hem steeds een paar minuten langer laten huilen voordat ik hem weer oppakte. Maar met geen enkel effect. Nou ja, wel op mij, ik had inmiddels een halve zenuwinzinking. Soms kon ik mensen wel aanvliegen als ze vroegen of ik genoot van mijn kraamtijd en of ik lekker op een roze wolk zat. Natuurlijk was het niet alleen maar hel. Er waren ook veel momenten met een blije baby, goddank, en dat maakte veel goed. Maar toch.
En toen stuitte ik op het boek ‘De taal van huilen’ van Aletha Solter en werden mijn ogen geopend. Een geweldig boek dat ingaat op het nut van huilen en dit vanuit een positieve invalshoek benadert. Dát scheelde al enorm. Wat het boek voor mij deed was dat ik inzag dat al die tijd dat S. aan het huilen was, ik hem probeerde te laten stoppen. Speen erin, wiegen, sussen, alles om hem maar niet te laten huilen. Dus deed hij dat, huilen, uren lang. Mijn reactie op huilen hield het huilen in stand. Want wat gebeurt er als iemand je iets vertelt en je snoert hem de mond? Hij blijft het proberen, nét zo lang tot je luistert.
Solter legt uit dat de meeste kinderen huilen om een bepaalde basisbehoefte aan te geven: honger,dorst, willen slapen. Het gewone huilen zeg maar. Daarnaast huilen kinderen omdat er soms iets mis is, bijvoorbeeld krampjes, koorts, ziekte, ongemak. Tot slot huilen sommige baby’s omdat ze willen huilen. Soms vanwege een geboortetrauma of een onbalans. Zij ziet dit specifieke huilen als een genezingsproces. De baby huilt om iets te verwerken en is geen teken van acute pijn maar een manier om met dingen om te gaan. Zij heeft het in dit verband over bijvoorbeeld een geboortetrauma bij de baby of complicaties bij de geboorte. Het overmatige huilen is dan om de emotionele pijn van deze ervaring te verwerken.
Een ander interessant aspect was dat Solter ingaat op wat huilen doet met ons. We zijn zo geconditioneerd dat huilen als ongemakkelijk wordt ervaren. Mijn reactie op zijn huilen zei veel over mij. Ik was bang voor huilen, altijd al geweest. Als ik wel eens huilde in gezelschap werd het snel zo’n hikhuil. Als mensen bij mij huilden vond ik dat vaak eng. Omdat ik me machteloos voelde en het gevoel had dat ik het moest oplossen. Jij huilt en dan geef ik je een pleister en klaar. Ik ben meer van de woorden.
“Wat kunnen ouders doen? Allereerst is het belangrijk om te controleren of er directe behoeften of ongemakken zijn, zoals honger of kou. Maar als je baby nog steeds onrustig is nadat je zijn basisbehoeften hebt vervuld, is het echt zinvol om hem gewoon liefdevol vast te houden en hem in staat te stellen om door te huilen. Baby’s hebben nabijheid en aandacht nodig wanneer ze huilen. Geen kind zou ooit aan zijn lot overgelaten moeten worden om in z’n eentje te huilen. Ook al voel je je misschien niet effectief wanneer je je huilende baby vasthoudt, in werkelijkheid geef je hem de broodnodige emotionele steun terwijl hij op deze manier spanning ontlaadt. Je baby wijst jou niet af wanneer hij huilt. Hij voelt zich gewoon veilig genoeg om jou zijn gevoelens te laten zien, net zoals jij in tranen zou kunnen uitbarsten als een goede vriend zijn arm om je heen zou slaan en onderkennen dat je een rotdag had gehad. Ouders die hun baby’s vasthouden en hen in staat stellen om zich op deze manier te uiten, merken vaak dat hun baby’s ontspannen en tevreden zijn na een huilbui, en ’s nachts beter slapen.” (Solter, awareparenting).
Dus ging ik aan de slag met haar tips. Die zijn eigenlijk heel eenvoudig: erken je kind in zijn behoefte om te huilen. Laat hem huilen in contact met jou. Dus concreet: je baby huilt en jij bent bij hem, kijkt hem aan, maakt oogcontact en laat hem huilen. Zonder te sussen, wiegen,schommelen. Hij huilt en jij luistert. En toen? Nou toen viel S. stil. Niet van de ene dag op de andere maar het ging heel beter. Hij huilde minder vaak en minder lang en ik wist beter hoe ik ermee om kon gaan.
Wat de oorzaak van het huilen was? Ik weet het niet. De bevalling ging bepaald niet van een leien dakje, voor zowel hem als mij. Maar eigenlijk maakte het niet uit waarom hij huilde. Hij huilde en dat mocht hij eerst niet van mij. Ik deed alles om hem te laten stoppen. Maar toen ik hem liet huilen, op een veilige geborgen manier, was hij eigenlijk best snel uitgehuild.
Huilbaby’s worden pubers en dan zijn er weer andere dingen ;-). Maar ik heb veel geleerd van deze tijd met mijn huilbaby en dit boek. Onder meer hoe belangrijk het is om emoties te kunnen en mogen uiten, ook voor een baby. Juist voor een baby.
Nog niet zo lang geleden
was Gerrie een zwerfkat.
Dat hij nu een geliefd vachtje is,
weet hij soms wel en soms niet.
Het verleden laat zich niet
zomaar uitgummen.
De reflexen van vluchten,
niet kunnen vertrouwen
en wegduiken voor klappen
zitten nog pal
onder het oppervlak.
Hij lijkt heel wat
maar zeg je één keer “boeh!”
dan verandert onze Gerrie
in een hoopje ellende.
Dus hebben we met hem
een inmiddels vertrouwde cyclus
van genieten,
schrikken,
hard weg rennen
ALLES IS ENG!!
dagen in sluipgang
door huis en tuin lopen
en zich vaak verstoppen,
naar “o ja, maar jij bent niet eng!
Nou vooruit, ik geef je een kopje.
weet je wat, ik ga voor je liggen rollen
en ach, dan kruip ik ook
gelijk maar bij je in bed”.
Gerrie is vaak erg ongelukkig.
Bang en schrikkerig.
En zijn ‘normale’ staat
is gematigd en voorzichtig
in het leven staan.
Zijn verleden vormde hem
tot wat hij nu is:
een voorzichtige angstige kat
met weinig zelfvertrouwen.
Hoe hij echt is,
zagen we nog nauwelijks.
Het duurde even
voordat deze kat begreep
dat niet iedereen
‘he-jij-daar-vieze-zwerver-ksst-ga-weg”
tegen hem zegt.
Net zoals het even duurde
tot de klitten en teken
uit zijn vacht verdwenen
en de wondjes heelden.
Langzaam aan
valt bij hem het kwartje
dat hij Gerrie is
en dat hij mag zijn
wie hij is.
In de ochtend heeft hij
een ren- en speeluurtje.
Doet lekker gek en maf,
rent trappen op en af,
speelt verstoppertje
en kiekeboe
met de andere katten.
En met knuffelen,
vergeet hij soms
zichzelf en zijn angsten
en laat zich gaan.
Soms zelfs bij een ander mens
dan de kattenvrouw.
En héél soms zijn er momenten
dat hij zich echt veilig voelt.
alles is goed zoals het is.
Die momenten
komen steeds vaker voor.
En dat ontroert,
steeds weer.
Dit is Gerrie.
Gerrie miauwt en kletst,
knuffelt en geniet.
Slaapt en rolt en spint.
Geeft kopstoten, likjes,
achtervolgt me overal
en poept op de bak,
elke avond precies
om kwart voor 7.
Alle dagen.
Een kat van
de klok en regelmaat
en niet meer van de straat.
Toen S. zijn A-diploma haalde, kreeg hij van Oma een abonnement op de Donald Duck. Dat is nu 9 jaar geleden. Jaar na jaar verlengde ze dit in de wetenschap dat het blad verslonden werd. Op donderdagmiddag wordt het bezorgd en het was nog net niet zo dat S. op de deurmat ging klaar liggen om het uit de handen van de postbode te rukken. Maar vaak was het wel zo dat hij het blad meteen zodra hij het zag uit de bus haalde en ging lezen. Hij had een tijd ook een abonnement op de Donald Duck Extra, dat hij betaalde van zijn zakgeld. Dat werd na twee jaar opgezegd omdat hij het aantal pagina’s van het blad niet in verhouding vond met wat hij er voor betaalde (ja ja, kritische consument, kind van zijn moeder).
De afgelopen twee jaren jaar viel het me op dat ik telkens degene was die de Donald Duck van de deurmat pakte. Op mijn vraag of het niet tijd werd het abonnement op te zeggen werd echter zeer heftig gereageerd, nee, hij kon écht nog niet zonder. Maar sinds een jaartje is het blad soms al twee dagen in huis voordat het gelezen wordt. Soms leg ik het wat in het zicht, bijvoorbeeld op de trap en neemt hij het mee naar boven. Toen ik op zijn kamer een ongelezen Donald Duck vond van weken oud, nog met het cellofaanfolie erom heen, stelde ik de vraag opnieuw. Wordt het geen tijd afscheid te nemen? Het abonnement loopt tot juli en in geval van opzegging moeten we dat wel snel doorgeven.
Nu ging hij wel overstag. Hij vindt het blad nog wel leuk maar ziet na 9 jaar ook dat sommige verhalen telkens terugkeren. Hij wordt ook wat ouder natuurlijk (alhoewel ik ook volwassenen ken die het met veel plezier lezen). Oma werd geïnformeerd en zei meteen dat de Donald Duck wat haar betreft mocht worden ingeruild voor een ander blad, hadden we suggesties?
Nu heeft S. jaren geleden toen hij nog op de lagere school zat een keer een promotie-exemplaar van de National Geographic Junior gekregen, wat hij erg leuk vond. De onderwerpen in dit blad vindt hij interessant. Veel verhalen over landen en diersoorten, geologie, ongerepte gebieden, steensoorten, klimaat en duurzaamheid maar wel gegoten in een makkelijk leesbaar format.
Op de proef kochten we laatst een gewone National Geographic en dat beviel. Oma vond het ook een prima idee en vorige week viel de eerste op de mat. Wél wat meer uren leesvoer dan de Donald Duck maar net zo blij ontvangen. Niet alleen door S. trouwens want M. en ik lezen het ook heel graag.
Vorige week schreef ik een stuk over vlees eten. Over wat de berichtgeving over de wantoestanden in het Belgische varkensslachthuis met mij deed als bewuste vleeseter. Ik koop vlees bij kleinschalige bedrijven die mij verzekeren dat de dieren zo goed mogelijk begeleid worden als het zo ver is. Maar toch. Het wringt wel. Ik ben dol op dieren maar eet ze wel. Mijn emotionele besluit om geen varkensvlees meer te eten slaat natuurlijk nergens op. Een varken staat niet hoger in de rangorde dan een koe of een kip, dat besef ik heel goed. De eetbaarheid van een dier hangt bovendien niet samen met zijn lieve uitstraling of intelligentie.
Waarom dan niet vegetarisch of veganistisch eten als ik het zo erg vind? Eigenlijk wil ik dat ook wel merk ik. Er zijn veel voordelen te benoemen als ik dat doe, vooral natuurlijk dat er dan voor mij geen dier hoeft te sterven en dat het ook veel beter is voor de planeet, gezien de enorme belasting van de vleesindustrie voor het milieu. Bovendien at ik al eens eerder 10 jaar vegetarisch. Alleen toen was ik jong & gezond en had ik geen gezin. Ik at nooit vlees en hoefde het ook niet voor anderen te bereiden. Dat is nu wel anders.
Ik denk niet dat het eten van vlees onnatuurlijk is. Dieren eten elkaar ook op. Dat is de natuur. Ik denk niet dat er iets mis was met de jagers of vissers van vroeger. Je at wat voorhanden was. Wel denk ik dat het onnatuurlijk is zoals het momenteel gebeurt. De schaal waarop er nu dierlijk eten wordt genuttigd is niet zoals het voorheen gebeurde. Bij de huidige vleesconsumptie kun je vraagtekens zetten, er zijn immers zoveel alternatieven.
Kom ik bij het volgende punt. Ik eet geen gluten en lactose. Peulvruchten eet ik soms maar alleen in hele kleine hoeveelheden omdat ik er meestal buikpijn van krijg. Noten kan ik nu niet goed eten in verband met mijn slotjesbeugel. Ik leef dus met aardig wat voedselbeperkingen. Nog iets schrappen maakt het denk ik niet eenvoudiger. Bovendien ben ik bang dat als ik ‘zomaar’ overstap naar een veganistische eetwijze ik wellicht tekorten oploop, aangezien het onderdeel bonen / noten / peulvruchten / volkoren brood bij mij is geschrapt vanwege intoleranties en ik daar dus geen calcium, ijzer en B12 uit kan halen. Die B12 is sowieso al een ding, ik krijg injecties en dat is niet voor niets. Toen ik al eens eerder jaren vegetarisch at had ik wel tekorten. Ik denk doordat ik te weinig peulvruchten at en gewoon ook minder wist over de voedingswaarden van eten.
Ik moet dus wel flink uitkijken met wat ik naar binnen werk en niet zomaar voedsel gaan schrappen omdat er al veel is geschrapt. Mijn gezondheid is me veel waard vooral omdat ik daar niet veel van bezit. Vleesvervangers waar vitaminen aan toe zijn gevoegd zijn vaak geen opties omdat daar gluten in zitten. En me storten op allerlei sojaproducten wil ik ook niet. Veel van de sojaproducten die als plantaardig en dus gezond worden aangeprezen beschouw ik als enge producten vol met toevoegingen en suikers die volgens mij helemaal niet zo gezond zijn (met uitzondering van tofu of tempeh). Ik denk oprecht dat als je daar veel van naar binnen werkt, je net zo ongezond bezig bent als wanneer je grote hoeveelheden rood vlees naar binnen werkt. Bovendien is de productie van soja of bijvoorbeeld notenmelk óók heel belastend voor het milieu.
Koken levert dus best wat gedoe op vanwege mijn intoleranties. De mannen kunnen wel alles naar binnen schuiven en ik kan ze niet zomaar van alles gaan ontzeggen (ik ben hier de kok) omdat ik het niet verdraag. Helaas zijn ze niet bereid hun vlees op te geven. Het compromis dat we tot nu toe hebben is dat we hooguit 2 tot 3 keer in de week vlees eten. Ik zie dus op tegen nog meer apart koken dan ik tot nu toe al deed.
Nu kun je natuurlijk helemaal gaan denken in beperkingen of gewoon kijken hoe iets zich ontwikkelt. Want ik voel wél de behoefte om dit toch meer te onderzoeken. In het verleden sprong ik meteen in het diepe maar dat doe ik niet meer. Ook vanwege mijn gezondheid. Ik heb op dit moment eindelijk weer een redelijke balans gevonden en schuif langzaam de goede kant uit met wat meer energie en wil niet zomaar winst wegsmijten door als een idioot alles om te gooien.
Kleine stapjes dus. Culinair journalist Mark Bittman introduceerde een aantal jaar geleden het begrip VB6: Vegan before 6. Overdag veganistisch eten en vanaf 6 uur in de avond geldt die beperking niet. Dan eet je vlees of vis of kip of vegetarisch of gewoon weer veganistisch, als je dat die dag wilt. Het leidde bij hem tot een enorme verbetering van zijn gezondheid en gewicht. Buiten de andere redenen die hij had om dit te gaan doen en waar het bij mij nu ook om te doen is.
Voor mij is dit een milde overgang die redelijk makkelijk vol te houden is, verwacht ik. Ik hoef dan even nog geen grote aanpassingen te doen bij de avondmaaltijd, we houden het gewoon op 2 tot 3 keer per week vlees of vis. Maar overdag schrap ik dus al het dierlijke eten. Voor mij betekent dat in de praktijk dat ik vooral veel eieren schrap en wat kaas, boter, wat vleesbeleg. Yoghurt eet ik al meestal in de avond met fruit dus daar hoef ik dan nog even geen alternatief voor te bedenken.
Ik ben zaterdag 25 maart hiermee van start gegaan en wil dit een maand proberen. Gewoon kijken hoe dit bevalt en wat dit met me doet, vooral emotioneel maar ook qua gezondheid en energie. Ik heb ter inspiratie Mark Bittmans boek hierover aangeschaft. Ook wil ik de komende tijd gaan gebruiken om wat meer recepten uit te proberen of zelf te bedenken die in ieder geval vegetarisch zijn en wellicht veganistisch en me meer inlezen over dit onderwerp. En wie wat de volgende stap dan wordt.
Wat kunnen jullie verwachten?
binnenkort een review van het boek van Bittman
ik houd jullie op de hoogte van hoe het gaat
ik deel de culinaire ontdekkingen die ik doe met jullie. Ik heb mijn kooksite na een jaar stilte weer nieuw leven ingeblazen want de inspiratie begint al weer te stromen
Toen ik nog vegetarisch at was ik in mijn twintiger jaren. De vegetarische kookboeken die ik hierover heb zijn zwaar gedateerd. De meeste gerechten zijn enorm machtig met veel kaas en room en eieren en hier en daar wat tofu. Er is enorm veel veranderd op dit gebied maar ik merk dat ik zelf nog heel zwaar leun op wat ik toen kookte, áls ik vegetarisch kook. Ik ben dus op zoek naar inspiratie. Veel recepten die ik vind op internet moeten bewerkt worden omdat er vaak gluten in gebruikt worden
Ogma’s Tineke schreef laatst over het ‘O she glows kookboek’. Dat staat al genoteerd maar is helaas nog niet aanwezig in onze bieb en ik vind het wat prijzig om zomaar aan te schaffen. Het boek ‘Puur plantaardig’ heb ik al.Ik ken wel wat sites zoals bijvoorbeeld die van Vegadutchie maar wie heeft er nog meer tips voor mij van leuke sites of boeken met aandacht voor veganistisch en vegetarisch eten? Of dé ultieme tip van een glutenvrij veganistisch kookboek 😉
Sinds ruim 1,5 jaar heb ik een slotjesbeugel. S. moest gaan beugelen en ik greep toen de gelegenheid aan om zelf ook een beugel te nemen. De tandarts had hier al jaren op gezinspeeld en ik begreep goed waarom. Mijn overbeet was gigantisch, de tanden stonden rommelig, sommige zelfs half achter elkaar en goed schoonhouden werd een steeds grotere toer.
Aan het begin van het traject werd verteld dat het ongeveer twee jaar tijd in beslag zou nemen. Inmiddels weet ik dat dit wel heel optimistisch was. De orthodontist met wie ik toen de intakegesprekken voerde, is verdwenen. De daar nu werkende orthodontisten zijn een stuk gematigder en minder positief. Of ze zijn gewoon eerlijker 😉 en dat vind ik wel zo prettig.
Het eerste jaar ging vooral op aan het corrigeren van de gaten achterin die waren ontstaan door het kiezen trekken, twee boven en twee onder. En alles werd netjes in rij gezet. Dat was al een wereld van verschil. Daarna lag de focus vooral op het dichten van de gaten bovenin naast de voortanden, die na het corrigeren van de gaten achterin waren verschenen.
Dat is inmiddels bijna klaar. Nu zijn we vooral de overbeet aan het aanpakken. Dat is echt een gepuzzel. Want de overbeet corrigeren gebeurt door de tanden naar achteren te duwen. Maar inmiddels komen ze daar de tanden van de onderkant tegen. Dus moet de onderkant weer verder gecorrigeerd worden. Het gaat heel langzaam en tijdens het laatste bezoek is weer nadrukkelijk gezegd dat dit nog wel even tijd in beslag gaat nemen.
Waar ik tegenaan loop is dat ik in de nacht enorm strak mijn kaken op elkaar klem. Ik moet in de nacht elastiekjes dragen die ik aan de slotjes vasthaak en die druk uitoefenen naar binnen toe. Zo wordt de overbeet gecorrigeerd. Maar op de één of andere manier klem ik door die druk mijn kiezen zo op elkaar dat er bijna geen beweging mogelijk is. Dat vertraagt het proces. Dus nu draag ik die elastiekjes overdag. Dan heb ik meer kans om mijn mond en kaken wat ontspannen te houden en gaat het hopelijk wat sneller.
Qua ongemak valt het allemaal nog steeds reuze mee. De dag na het aanschroeven en vast sjorren heb ik iets pijn maar verder niet echt. De laatste tijd heb ik wel vaak dat het tandvlees van mijn lip aan de onderkant ‘wordt vastgepakt’ door mijn tanden en de slotjes aan de bovenkant als ik zit te eten. De ruimte daar verandert, sowieso de hele stand van de mond en dat is even wennen. En ik heb de laatste tijd flink pijn als ik iets kouds eet of drink, vooral links, en dit was een tot nu toe voor mij onbekend fenomeen. Dat komt door de druk weet ik inmiddels omdat ik voor de zekerheid even naar de tandarts ben gegaan, vorige week. Ik wilde uitsluiten dat ik een gaatje had of een ontsteking.
Wat vind ik van het resultaat tot nu toe? Ik moet eerlijk zeggen dat het verschil het eerste jaar het best zichtbaar was, vooral aan de onderkant. Dus kijk ik om mezelf gemotiveerd te houden vaak naar de eerste foto’s die toen gemaakt zijn. Het afgelopen jaar schoot het niet zo op, het is millimeterwerk en dat is nu eenmaal minder snel zichtbaar.
Qua kosten is het goed te overzien en allemaal volgens de begroting die ik eerder kreeg. Het eerste jaar waren er natuurlijk veel kosten, door het maken van de foto’s & de gebitsmodellen en het plaatsen van de beugel zelf. Nu vallen de kosten wel mee. Ik betaal voor de maandelijkse controle €38. Maar als er tussentijds iets is, kan ik altijd langskomen zonder dat hier extra kosten voor worden gerekend. De laatste keer zijn er weer röntgenfoto’s gemaakt en de komende rekening is natuurlijk dus wat hoger. Dat ligt meestal zo rond de €80 (uit mijn hoofd gezegd). In totaal verwacht ik op een bedrag van rond de €2500 uit te komen, waarvan er €500 vergoed is door de verzekeraar.
Heb je zelf ook een rommelgebit of een overbeet en mocht jij twijfelen of zo’n traject de moeite waard is, ik vind van wel. Mijn gebit is nu veel makkelijker schoon te houden. Buiten dat voelde ik me vaak erg onzeker. Ik durfde nooit met open mond te lachen omdat ik het een echt lelijk gezicht vond, ik schaamde me voor mijn gebit. Natuurlijk weet ik dat je je daar niets van hoeft aan te trekken. Maar ik voel me nu veel prettiger qua uiterlijk en dan zitten die slotjes er nu nog in. Maar verder ga ik niet hoor, geen botox, rimpels opvullen of andere correcties voor mij.
Inmiddels ziet het er zo uit (let niet op de weinig florissante foto’s, het gaat even om de tanden zelf):
Even ter herinnering om te laten zien waar ik vandaan kom:
We hebben deze week allemaal kunnen lezen en soms zelfs gezien wat voor gruwelen er kunnen gebeuren in slachthuizen. Ik heb zelf de beelden die afgelopen dagen naar buiten kwamen over wat er gebeurt in het inmiddels gesloten varkensslachthuis Debra niet durven bekijken. De omschrijvingen waren al zodanig dat ik er wakker van lag de nacht erop volgend. Ik snap niet hoe dit kan gebeuren. Of nou ja, ik snap het wel, dit is het gevolg van het feit dat het merendeel van de mensen elke dag een stuk vlees wil eten tegen een bodemprijs. Dus worden in Nederland elk dag 1 miljoen dieren geslacht, 1000 per minuut, dat is pittig doorwerken voor de slachtindustrie en wij vinden het normaal. Nou ja, ik niet..
Dat betekent dat er regelmatig vrachtwagens vol dieren opgepropt in een te kleine ruimte of gestapeld in kratten uren staan te wachten voordat ze naar binnen worden gebracht voor de slacht. Er kleven grote bezwaren aan die massaproductie: het transport van de dieren, het ruimtegebrek én het lange wachten is zeer stressvol en ondanks gemaakte afspraken worden veel dieren niet of niet goed verdoofd voordat ze geslacht worden en niet met voldoende respect en mededogen behandeld. Het lijkt mij noodzaak dat er in elk slachthuis camera’s komen te hangen die medewerkers controleren bij het doen van hun werk. Doen we dat niet dan heeft dit blijkbaar nadelige gevolgen voor het dierenwelzijn. Natuurlijk is slachten nooit prettig, voor geen enkel dier, maar de manier moet echt anders.
Het eerder gebruikte argument dat camera’s de privacy aantasten van de medewerkers is gewoon bullshit. We geven massaal en vrijwillig onze privacy op met Facebook, Google en Whatsapp. Op straat en in winkels hangen overal camera’s. In verpleeghuizen worden demente bejaarden die bij elkaar in bed willen kruipen, toegesproken alsof het kleuters zijn (echt waar, dit overkwam onlangs een oude kennis van mijn moeder die ook nu nog terwijl hij dement is, nog steeds een enorme vrouwenverslinder is en binnen de kortste keren bij een andere demente dame in bed kroop – die zich niet meer kon herinneren dat ze getrouwd is – waarop de dochter van de man werd gebeld en het een enorme rel werd). Als demente bejaarden al geen privacy wordt gegund waarom dan wel medewerkers van een slachthuis? De tijden zijn veranderd. Als we vanwege terroristendreiging onze privacy kunnen opgeven, dan kan dat ook vanwege dierenwelzijn.
Keer op keer komen er schandalen naar buiten over voedselveiligheid en dierenmishandeling gerelateerd aan de bio-industrie. Niet heel vreemd, de bio-industrie is te groot en oncontroleerbaar geworden. Natuurlijk kun je zeggen: zo is het nu eenmaal. Laat de politiek de regels maar aanpassen. Dat is onder meer een reden dat ik Partij voor de Dieren stem. Als het aan mij lag werd er alleen nog maar biologisch vlees verkocht. Of werd vlees uit de bio-industrie véél duurder, om zo duidelijk te maken aan de consument dát er een prijskaartje aan hangt, niet alleen op het gebied van dierenwelzijn en voedselveiligheid maar ook vanuit klimaatoogpunt.
Als consument kun je niet alleen een verschil maken door op partijen te stemmen die het belang van dieren of de planeet in zijn geheel voorop stellen. Ook je gedrag in de supermarkt maakt verschil. Elke keer dat je vlees uit de bio-industrie laat liggen of vlees eten überhaupt een dag overslaat, maakt verschil. Zo lang er namelijk vraag naar is, wordt er vlees uit de bio-industrie aangeboden. U vraagt, wij draaien en desnoods voeren we het tempo zo op dat de varkens aan hun oren uit wagens worden gesleept, worden geschopt en geslagen, want daar maken we wel tijd voor, dat dan weer wel.
Veel mensen eten uit het oogpunt van dierenwelzijn biologisch vlees. Met dierenwelzijn bedoel ik dieren een goed leven bieden in een voor hen natuurlijke omgeving en vol compassie en respect begeleiden als ze worden geslacht. Maar een groot deel van het biologische vlees of vlees met 1 of 2 sterren dat in de winkels ligt, is afkomstig uit dezelfde slachthuizen van de bio-industrie. Een alternatief om te voorkomen dat jouw stukje vlees zo’n gruwelijk einde heeft gehad, is zoeken naar lokale en kleinschalige initiatieven.
Los van de discussie of je wel of niet vlees moet eten, vind ik het belangrijk dat áls je besluit vlees te eten je dit bewust doet. Dus niet te vaak, liefst biologisch vlees van dieren die een goed leven hebben gehad. Slachten is nooit leuk maar het kan ook op een andere manier dan met gruwel en martelen. Ik stelde naar aanleiding van het nieuws deze week een gerichte vraag aan één van de slagers waar ik vlees koop:
“Natuurlijk hebben jullie ook de horrorverhalen gelezen en wellicht gezien over het slachthuis Debra. Nu heb ik toevallig net weer een bestelling bij jullie geplaatst, in de overtuiging/hoop dat het bij jullie wel goed zit. Maar toch even een concrete vraag: waar worden de dieren die jullie tot vlees verwerken geslacht en hoe waarborgen jullie dat dit op een respectvolle manier gebeurt? Dit omdat ik nu op diverse plekken in de media lees dat het dus blijkbaar niet uitmaakt om biologisch of scharrelvlees te eten, aangezien de beesten allemaal in hetzelfde slachthuis op ellendige wijze eindigen.”
Hij reageerde heel snel met het volgende antwoord:
“Ja, ik ben op de hoogte van dit verschrikkelijke verhaal. Juist hierom (onder andere) heb ik gekozen voor mijn eigen formule Waterlant’s Weelde. Mag ik je verwijzen naar een blog dat ik vorig jaar heb geschreven? Ik denk dat veel van je vragen beantwoord worden. En anders hoor ik het nog graag, want wat wij doen heeft niets te maken met hetgeen je gezien hebt“.
Deze slager (Natuurvlees.nl) werkt lokaal, met kleine bedrijven die vooral in het Waterland liggen. Het vlees wordt niet overal geleverd (alleen in Noord-Holland), maar lokale initiatieven van biologisch liefst antibioticavrij vlees met respect voor het dier, vind je inmiddels op meerdere plekken in Nederlands (zie onderaan voor wat tips). Natuurlijk is de prijs iets hoger dan vlees uit de bio-industrie, al vind ik dat op zich reuze meevallen. Om die iets hogere prijs te compenseren eten wij hooguit 2 tot drie keer in de week vlees, kip of vis. Meer hebben wij ook helemaal niet nodig. Echt niet. Wij eten in vergelijking met 50 jaar geleden bijna twee keer zoveel vlees. Dit is niet goed langer vol te houden. Niet qua dierenwelzijn, maar ook zeker niet qua belasting voor het milieu. De bevolking blijft groeien en de uitstoot van de vleesindustrie is enorm. Met onze huidige vleesconsumptie hebben we 10 miljoen hectare grond nodig (onder meer om de beesten te voeden). Dat is drie keer Nederland mensen! (bron: de correspondent). Alleen al daarom lijkt het me zinnig om te zorgen dat we kleinschaliger gaan produceren en minder consumeren.
Nog even over de prijs. Het probleem is natuurlijk niet zozeer dat vlees van kleinschalige diervriendelijke initiatieven te duur is. Het probleem is dat het merendeel van de mensen beroerd of verdrietig wordt van het zien van de beelden van afgelopen week en toch vlees uit de bio-industrie blijft kopen omdat dit zo goedkoop is en ze er niet meer voor over hebben of zeggen dat ze zich geen diervriendelijk alternatief kunnen veroorloven. Maar wel op vakantie gaan, roken of een dure dagcrème kopen. Wat ik maar wil zeggen: dat zijn keuzes, net zoals ik een keuze maak om niet mee te doen aan de bio-industrie.
Natuurlijk heb ik makkelijk praten met ons bovenmodaal inkomen kun je zeggen. Alleen, ik at ook biologisch toen we niet over dat inkomen beschikten en dat kon door zorgvuldige keuzes te maken. Zodra ik financieel klem kom te zitten en het me niet meer kan veroorloven, word ik vegetariër. Iets wat ik eerder al eens 10 jaar was. Ik vind vlees lekker en vanwege intoleranties eet ik geen gluten en lactose en verdraag ik peulvruchten niet goed. Dat is mijn motivatie om toch vlees te blijven eten, maar dan wel op een manier dat ik mezelf in de spiegel kan aankijken zonder misselijk te worden.
Ik heb wel besloten om geen varkensvlees meer te eten. Het enige van een varken dát ik wel eens at was spek maar ik kan goed zonder. De mannen willen dit wel blijven eten dus zorg ik voor mezelf dan wel voor een alternatief als het op het menu staat. Ik voel bij een varken een emotie die maakt dat ik het dier niet meer wil eten. Waarmee maar weer is bewezen dat het eten van vlees meer is dan alleen letten op de productie ervan, emoties spelen ook een grote rol.
Onderstaand vind je de adressen waar ik sinds een aantal jaren mijn vlees koop. Vaak is het zo dat je best forse verzendkosten betaalt onder een bepaald bestelbedrag. Om die reden koop ik het vlees meestal samen met mijn moeder in, zodat we op een hoger totaal bedrag uitkomen en scheelt dat weer zo aan gemiddeld € 8 tot € 9 aan verzendkosten: Natuurvlees.nl Okvlees.nl Schotse hooglanders.nl
Terwijl ik op de stoep zit te lezen, heb ik gezelschap van Moos die ook geniet van de zon
Deze week had ik een voor mijn doen heel redelijke week. Ik moest er drie keer vroeg uit, twee keer voor de B12-injecties en één keer voor een mammogram in het kader van het bevolkingsonderzoek. Ik ging naar de bibliotheek om gereserveerde boeken op te halen en een keer naar het postkantoor om een pakje weg te brengen. Ik zat uren buiten te lezen en genoot met volle teugen. Vrijdagmiddag werden er hier ook al wat voorbereidingen gedaan voor de keukenrenovatie en vanavond hoop ik uit eten te gaan met de mannen, oma, mijn zus en nichtje.
Ex-zwerfkat Gerrie vindt het erg spannend buiten dus blijft hij dicht bij mij in de buurt.
Veel drukte dus voor mijn doen. Buiten dat maakte ik ook een keer ruzie. Huh, ruzie? Ja ruzie! Als in op niet mis te verstane wijze duidelijk maken dat ik mij onheus behandeld voelde. Ik liep aan het eind zelfs boos weg. De personen in kwestie stonden binnen een half uur hier op de stoep, geschrokken maar wel met de intentie om het uit te praten omdat ze zich realiseerden dat ik zeker wel een puntje had. De volgende dag kreeg ik zelfs een bos bloemen en inmiddels is het weer pais en vree.
Waar het omging doet er niet zo toe. Waarom ik het wel benoem is omdat ik trots op mezelf ben dat ik me uitsprak. Ik heb namelijk ondanks mijn grote mond en humor namelijk de neiging niet goed voor mezelf op te komen. Hoewel ik wel regelmatig opkom voor mensen en dieren die niet over veel vechtlust of woorden beschikken, vind ik het verdomd moeilijk om mijn eigen grenzen aan te geven. Laat staan om tegen iemand te zeggen dat ik gedrag niet prettig vind.
Dat is werkelijk waar jarenlang een terugkerend onderdeel in therapie voor mij geweest. Want keer op keer kwam ik hierdoor in de problemen. Vooral op het werk vertaalde dit zich in het afwerken van andermans agenda. Toen ik ziek thuis kwam te zitten, kreeg ik eerst de diagnose burn out en ging ik in therapie. Daar leerde ik dat je best af en toe nee mag zeggen als iemand je iets vraagt. Want mensen proberen je vaak met werk of karweitjes op te zadelen omdat ze daar zelf geen zin in hebben. En verbloemen dat door je eerst complimenten te geven – “jij bent zo goed in schrijven” – en dan slaan ze toe – “wil jij alsjeblieft deze brief/dit stuk/deze instructies schrijven?”. Zo gebeurde het me regelmatig dat ik dan een weekend zat door te werken terwijl de persoon wiens taak het feitelijk was, in de kroeg zat maar wel op maandag met de eer ging strijken.
In therapie leerde ik dat te doorzien en ernaar te handelen. Nu ben ik helaas nooit meer aan het werk gegaan maar ik zeg wel tegenwoordig soms nee tegen mensen als ze hulp vragen. Mijn antwoord hangt af van hoe ik mij voel en hoe het met mijn energie gesteld is, natuurlijk met uitzondering van noodsituaties. Ik help graag maar niet als dit ertoe leidt dat ik bepaalde dingen niet meer kan doen. De marge is bij mij heel klein, er is ruimte voor douchen, koken en nog een andere activiteit, en ik ben er dus heel zuinig op. Ik zie inmiddels dat andermans problemen niet perse mijn problemen zijn of wollig gezegd, ik begrijp beter wie de eigenaar van een probleem is. Ik heb ook geleerd dat nee zeggen geen drama is. Wat ik namelijk nooit doorhad is dat als iemand je een vraag stelt je twee antwoorden kunt geven. Het voelde alsof er maar een antwoord mogelijk was. Maar bij een “nee” draaien mensen zich gewoon om en zoeken een andere oplossing.
Wat ook kan is ja zeggen en aangeven dat het nu niet uitkomt en een ander moment voorstellen. Dus wel helpen maar op een tijdstip dat het mij uitkomt omdat ik dan vooraf rekening kan houden met de activiteit. Dat geef al veel ruimte.
Nee zeggen of een ja onder voorbehoud lukt dus tegenwoordig. Maar iemand vertellen dat ik teleurgesteld ben, of dat ik iemands gedrag niet acceptabel vind, dát was heel lang een brug te ver. Want ik wil wel aardig gevonden worden. En toch zei ik dat ineens zomaar deze week, het kwam uit mijn tenen. Wat ik ervan leerde is dat als ik tegen iemand zeg iets niet prettig te vinden, het plafond niet omlaag komt en dat er iets uitgepraat kan worden. Blijkbaar heb ik nu weer een volgende stap gezet onderweg naar betere zelfzorg en grenzen aangeven. Nu nog leren om het op een iets nettere manier te verwoorden, maar oefening baart vast en zeker kunst ;-).
Als kind was ik te dik. Typisch gevalletje van babyvet dat niet snel genoeg verdween. Mijn moeder benoemde mijn gewicht niet maar liet wel bij de bakker de sneetjes van het brood extra dun snijden. Want ik had altijd honger en nam graag nog een broodje en nog een en nog een.
Altijd honger hebben en heel goed door hebben dat er iets te veel van mij was. In de puberteit ging ik lijnen. Ik ben bekend met elk hongerdieet dat er bestond en mijn gewicht schommelde jaren lang tussen de 60 en 80 kilo. Met extremere uitschieters van 50 en van 90 kilo. Voor de beeldvorming: ik ben 1,67. Niet groot dus, wel een grote mond maar dát is een ander verhaal.
Ik las boeken over eten, schrapte vetten, eiwitten, koolhydraten, deed beweeg- en afvalcursussen bij de sportschool, volgde een workshop om het verschil tussen buikhonger en lekkere trek te leren en ben na dat laatste traject ongeveer 10 jaar geleden gestopt met calorieën tellen. Ik eet als ik honger heb en ik ga mezelf niet meer uithongeren. Meteen was het klaar met de vreetbuien die ik sinds mijn puberteit had en waarvan ik dacht dat het een psychische kwestie was. Niks geen emotie-eter, je lijf schreeuwt om goede voeding als je het uithongert!
Toen ik niet lang daarna ziek werd had ik net een periode van intensief sporten en bewegen achter de rug. Ik woog rond de 75 kilo en was niet heel ver meer verwijderd van mijn ideale gewicht van 72 kilo. Waarom specifiek 72? Omdat ik dan een gezond BMI zou hebben, want dat bleef ik erg belangrijk vinden. Maar goed, ik kwam van de ene op de andere dag tot stilstand en toen ik na een paar maanden continu platliggen weer eens op de weegschaal ging staan woog ik 90 kilo. Dat was wel even schrikken. Ik was wel gestopt met bewegen maar niet met eten. De uitspraak dat je niet veel honger hebt als je weinig doet, gaat overduidelijk niet op voor mij. Bovendien zou het ook zo kunnen zijn dat ziek zijn veel energie vreet. In ieder geval de trek was uitstekend ;-).
Toch was er iets veranderd. Ik had eigenlijk wel andere zaken om me druk over te maken dan het bereiken van een ideaal gewicht. Daarmee bedoel ik niet dat gezond eten niet belangrijk is en het was zeker geen vrijbrief om te snoepen en te vreten. Maar ik liet het denken over een ideaal gewicht los.
Sindsdien is mijn gewicht gaan dalen. Na een traject bij een orthomoluculair voedingstherapeut ben ik gestopt met het eten van gluten en lactose. Mijn darmen kwamen tot rust en ik viel ineens kilo’s af.
Sindsdien schommel ik tussen de 77 en 80. Het wordt niet minder maar ook niet meer. Ik geniet van eten en het is geen issue meer. Ik voel me ook lekker in mijn lijf zitten, schaam me niet voor de vetrollen die er zijn. Het is goed zo. Ik laat me niet meer gek maken, eet gezond en gevarieerd en mijn lijf reageert daar op eigen wijze op. Wellicht als ik straks weer meer kan bewegen dat er weer wat van afgaat. Maar voor nu vind ik het eigenlijk al een prestatie dat ik stabiel blijf, zonder de enorme uitschieters die ik vroeger had.
Loslaten van het beeld van mezelf als een slanke dame, geeft rust. Ik ben niet een etherische verschijning die aan een fee doet denken. Ik ben een fee met een maatje meer en dat is ook goed.