Kattige toestanden – operatie pil toedienen

Wie katten heeft, ontkomt niet aan het aspect verzorging. Ze moeten ontvlooid worden, je vindt soms teken in een hals of oksel, het gebit vraagt aandacht – vooral als ze wat  ouder worden – en soms is er ook iets anders. Een abces of zo en moeten er medicijnen worden toegediend.

Na jaren met katten samenleven ben ik hier natuurlijk wel aan gewend geraakt. Pillen toedienen bij een kat – zeker de vier die ik nu heb – blijft helaas vaak neerkomen op veel gedoe, al reageren ze allemaal op geheel eigen wijze.  Ze krijgen allemaal minimaal 4 keer per jaar een pil, omdat ik er elk kwartaal een wormenpil in gooi. Daarnaast krijgen twee van de vier katten antivlooienpillen, omdat ze hysterisch worden van een pipetje en de pipetjes ook niet voldoende werken. Die vlooienpillen werken vier weken. Ze krijgen natuurlijk alleen in het vlooienseizoen maar de eerste antivlooienpil heb ik nu al weer moeten geven. Het immuunsysteem van de ex-zwervers werkt niet optimaal en vlooien hebben dat heel goed door.

Elke kat hier thuis heeft zijn eigenaardigheden en dat heeft ook gevolgen voor het toedienen van pillen. Ze reageren allemaal anders. Wat ik niet meer doe, is ze allemaal op dezelfde dag een wormenpil te geven. Dat werkt niet met vier katten. Tegen de tijd dat ik één pil in iemands strot heb weten te mikken, zijn de andere drie spoorloos verdwenen. Dus doe ik een pil per dag.

Wil ik een pil geven dan leg ik de pil klaar op het aanrecht en een injectiespuit gevuld met water. Dat water is bedoeld om meteen in de bek te spuiten zodra ik de pil naar binnen heb weten te krijgen. Ze moeten dan wel slikken, zeker omdat ik dan tegelijkertijd ook over hun keel wrijf.

Ik dien de pil meestal toe als ze eten. Ik zet een bak natvoer voor de neus, het slachtoffer gaat lekker eten, ziet me niet aankomen,  wordt opgetild en op het aanrecht gezet. Snel handelen levert het beste resultaat op.

Moos en Smoes vormen de grootste uitdaging. Til ik Moos op dan weet hij meteen wat er gaat gebeuren en past  een hele slimme tactiek toe. Hij gaat op zijn achterpoten staan, strekt zich helemaal uit en steekt zijn voorpoten zo ver mogelijk in de lucht, onderwijl naar het plafond turend, nadenkend over deze verschrikkelijke onheuse bejegening. Sta ik daar met mijn 1 meter 67 en een uitgestrekte boze kat op het aanrecht. Probeer er dán maar eens een pil in te gooien. Dat eindigt dus met een potje vrij worstelen en dat heeft gevolgen voor de goede band tussen mens en kat. Tot uren erna wenst hij geen contact met mij.

Dibbes is redelijk makkelijk met pillen. Het is ook de kat die van de huidige vier het meest pillen kreeg toegediend, dus enige gewenning is er wel. Hij eet, ik til hem op, knijp in zijn kaak, die klapt open, ik mieter de pil naar binnen, water erbij, keeltje wrijven en klaar. Het is dan zaak hem meteen weer op de grond bij zijn bak te zetten en dan is het “oh eten! Lekker!” en gaat hij verder waar hij gebleven was. Helaas zijn de antivlooienpillen zó groot dat ik die door vieren moet snijden en is er na het toedienen van de eerste kwart voldoende agitatie om ook dit te laten eindigen in een potje vrij worstelen. Maar een wormenpil is meestal geen probleem.

Gerrie vindt alles eng dus ook het toedienen van pillen maar laat zich toch heel goed benaderen en oppakken. Hij stribbelt wel wat tegen maar is meer onder de indruk dan dat hij echt tegenwerkt. En ook hij is het snel vergeten als ik hem weer snel bij zijn volle bak voer neerzet. Hij blijft juist in de uren erna vaak bij mij in de buurt, alsof hij denkt dat hij iets met mij moet goed maken, de schat.

En dan Smoes, ja Smoes. Als ik heel zacht denk “nu is Smoes aan de beurt” dan vangt hij dat op en gaat er vandoor, meestal zo door het kattenluik naar buiten. Geen kat is zó snel als Smoes dus die krijg ik dan echt niet meer te pakken. Behoedzaam op hem aflopen terwijl hij eet, fluitend, lieve woordjes uitsprekend, allemaal zinloos, weg is ie! Dus is de enige optie hem grijpen als hij slaapt, hem klem zetten tussen mijn knieën, pil erin duwen en klaar. Dat werkt redelijk al heeft het wel tot gevolg dat hij de eerste dagen na het toedienen alleen nog maar slaapt op voor mij onbereikbare plekken.

Je hoeft natuurlijk niet een pil in de bek te proppen, er zijn andere manieren. Wat ik ook wel eens doe is de pil helemaal fijnmalen, mengen met water, dat opzuigen in een injectiespuit en spuiten in de bek. Wordt niet gewaardeerd maar het werkt meestal wel. Pillen in eten verstoppen is kansloos hier, de eerste keer lukte dat – “hmm lekker leverworst”. De tweede keer is het al “Dat ruik raar. Getver wat is dat, denk je dat ik gek ben!” en de derde keer komen ze niet eens meer in de buurt van de bak, diep beledigd over mijn doorzichtige gedrag. Het doorslaande succes van de easypill – een vouwbare pasta met de smaak van kattenbrokjes en waar je pillen in kunt verstoppen – was dus ook eenmalig.

Gelukkig wordt het tandpoeder dat ik dagelijks over het eten strooi wél zonder morren naar binnen gewerkt. Maar alleen als ik ze het alle vier geef. Iets wat afwijkt, wordt niet getolereerd. Dus krijgen hier vier katten tandpoeder over het eten omdat één kat dat nodig heeft. Maar, het is ook goed om te voorkomen dat ze tandklachten krijgen dus zeker geen weggegooid geld.

Met weemoed denk ik nog wel eens aan Poes Dorrit. Die moest ik 5 jaar lang alle dagen een schildklierpil geven.  De eerste maand was het een drama en daarna deed ze braaf haar bek open, slikte de pil door en klaar. Maar dat was een vrouw, dat zal vast schelen ;-).

 

Positivisme voor pessimisten

Vroeger had ik een beetje moeite met mensen die altijd positief in het leven staan en dat heel erg etaleren. Alles is gewéééldig! Super! Of daar dan weer de overtreffende trap van. Ik werd daar altijd een beetje nerveus van. Ik was namelijk best een zwartkijker – met een altijd half leeg glas en me overal druk om makend –  en wist nooit zo goed wat ik met positivo’s aan moest. Ook was mijn ervaring dat sommige mensen zeggen dat ze positief in het leven staan maar op mij kwam het soms over als manisch ontkennen dat niet alles leuk of fijn is. Laat staan dat je gewoon eerlijk mag benoemen wat niet prettig voelt.

Ook had ik – nu ik toch begin met biechten – een hekel aan mensen die overal een les in zien. Je bent ziek, dat is klote en dan moet je daar lering uit trekken. Ik snap dat best in sommige gevallen, bijvoorbeeld als je overspannen bent geraakt en je grenzen niet goed hebt aangegeven, maar zo denken is wel een glijdende schaal. Wat is de les van kanker? Parkinson? Of van andere nare aandoeningen? Dat je ook iets niet goed deed?

Inmiddels ben ik geen zwartkijker meer. Mentaal voel ik me stabieler en fijner dan vroeger en ook mijn depressieve buien zijn vrijwel verdwenen. Ik sta tegenwoordig eigenlijk wel heel positief in het leven maar heb nog steeds moeite met mensen die hard roeptoeteren dat je gewoon positief moeten denken, dan ziet de wereld er een stuk beter uit, krijg je makkelijker voor elkaar wat je wilt. Gewoon niet zo sippen maar gaan met die banaan! Positieve mensen hebben meer leuke ervaringen en leven langer, schijnt. Ja leuk, maar  ‘gewoon positief denken’, hoe moet dat dan?  Mijn ervaring is dat als je tegen iemand zegt “je mag niet negatief denken”, dat het dan niet lukt. Zoals de beroemde “denk niet aan een olifant met roze stippen”meteen op je netvlies staat gebrand, zo  druk je ook niet zomaar negatieve gedachten weg.

Het leven bestaat nu eenmaal uit fijne en moeilijke momenten en soms overheerst het moeilijke. Toen ik ziek werd, was ik heel erg bang dat mensen mij negatief zouden vinden. Ik gaf dan ook vaak een sociaal wenselijk antwoord als ze vroegen hoe het ging. Ik uitte vrijwel niet wat er in mij omging en was dwangmatig op zoek naar verbetering van de situatie. Want accepteren dat dit het was, an me nooit niet! Het duurde best lang om te zien dat erkennen en accepteren van mijn situatie niet betekent dat ik bij de pakken neerzit of het koppie laat hangen. Juist door acceptatie komt er ruimte voor andere dingen, voor fijne dingen.

Inmiddels zie ik nu dat situaties weliswaar soms ongewenst of naar zijn en niet zomaar te veranderen, maar dat ik wel een keus heb in hoe ik daarmee omga. Ik kan kiezen om er op een andere manier, positievere manier, mee om te gaan. Ik weet ook nog heel precies het moment dat dit besef kwam: ik lag op de bank met pijn en was volledig uitgeput. Voor me lag wéér een dag dat ik niet kon doen wat ik wilde doen en dat was de dag ervoor en ervoor en ervoor ook al zo. Ik zag op tegen wat voor me lag.  “Is dit nou mijn leven? Blijft het nu altijd zo? Dit houd ik niet vol.” Maar omdat niet volhouden geen optie is – je kunt nu eenmaal niet naar de winkel met een kassabon en zeggen “doet u mij maar een ander lijf, dit doet het niet meer” –  kon ik twee dingen doen, zo liggend op de bank. Meegaan in mijn overweldigend boze zielige gevoel of kijken wat er nog wel goed was in mijn leven. Het zal je niet verbazen dat ik voor het tweede koos en dat de lijst van fijne dingen best heel lang was.  Net als dat ik ook leerde dat ik soms best wel eens eerlijk tegen iemand kan zeggen: “vandaag heb ik geen goede dag maar wat leuk dat je er bent.” Het maakt het contact alleen maar waarachtiger.

Voeg iets toe werkt wel.  Iets toevoegen werkt soms beter dan iets weglaten of wegdrukken. Dus in plaats van te focussen op negatieve gedachten en te proberen die te stoppen, richt je de aandacht op wat wél positief is. In mijn situatie betekende dat ik bijvoorbeeld benoemde wat wél fijn was op een dag dat ik pijn had, niets kon en plat op de bank lag. Soms waren dat hele kleine dingen, zoals dat ik vanaf de bank door het raam een koolmeesje zag zitten op het stuur van de fiets van S. en dat ik merkte dat ik daar blij van werd.  Of dat kat Smoes die altijd heel schuw was, ineens veel socialer werd door mijn altijd thuis zijn. Eenmaal begonnen zag ik steeds meer positiefs. Ik kan dan weliswaar niet meer werken…. maar heb ook geen last meer van sommige vervelende collega’s of treinen met eindeloos veel vertraging of de ratrace in het algemeen/ kan wel altijd kind aanhoren en luisteren wat er speelt/ ben toch in staat om sommige dingen die ik heel graag doe in etappes te blijven doen zoals koken, lezen, schrijven/ blabla.

Als je merkt dat sommige negatieve gedachten omhoog blijven ploppen dan vraagt er ook vaak iets gewoon om aandacht. Het kan helpen om dan naar de situatie te kijken. Is die te veranderen? Nee? Plopt de negatieve gedachte omhoog uit gewoonte? Is het een oordeel over jezelf? Gedachten zijn niet de waarheid en we hoeven er niet in mee te gaan. Gaan we er wel in mee dan roepen ze vaak emoties op. Emoties zijn ook niet de waarheid. Het zijn gewoon maar emoties.

Omdenken werkt goed in heel veel situaties is mijn ervaring. En dan niet het flauwe “denk in kansen en niet in problemen” want een beetje onzeker mens is dan meteen lam geslagen.  Maar denken wat wel kan in een situatie die voelt alsof er niets kan, lukt het best als ik de situatie in stukjes hak. Denk ik dat iets niet lukt op een dag? Ik bedenk dan wat ik wel kan. Ik kan niet koken want ik ben te moe voor de hele handeling van het koken. Maar, ik kan nu wel het eerste stapje zetten, bijvoorbeeld alles klaarleggen. En dan een uur later een ui snijden. En weer een uur later een courgette in blokjes snijden. In plaats van dat ik mezelf commentaar geef op weer een dag dat het niet lukt om te koken, juich ik mezelf toe dat het wel lukt om het eerste stapje te zetten. “Daar gaat ze mensen, Min of Meer staat op de van de bank en snijdt een ui. Echt, ze doet het gewoon, geweldig wat een prestatie!” Moet je eens kijken wat dát doet voor je humeur ;-).

Verleg je focus naar de juiste dingen. Soms worden we zo gegrepen door het leven van alledag, door wat moet en door het gevoel dat we klem zitten dat we helemaal vergeten die dingen te doen waar we blij van worden. In de tijd of ruimte die er is meer doen van wat je oplaadt, blij maakt of goed voor je is, doet ook wonderen voor je humeur.

Positief denken kan een gewoonte worden, net als negatief denken. En het denken ombuigen gaat niet vanzelf. Het is een pad dat je aanlegt in je brein. De eerste paar keer gaat dat moeizaam, met kapmes baan je je een weg door jaren niet gecorrigeerde negatieve shit (sorry, mijn fantasie slaat nu eenmaal makkelijk op hol), maar ben je eenmaal begonnen met hakken, dan gaat het steeds makkelijker.

Positief denken met daarbij in staat zijn tot eerlijkheid, zelfonderzoek, dingen durven benoemen en relativeren mét een beetje humor erbij, dan heb je iets waar veel mensen jaren naar zoeken:balans. En zoeken we dat niet allemaal?

Schrijven en taalgevoel

 

machine-writing-1035292_1920

Onlangs kreeg ik een mail van een bloglezeres met feedback. Ze leest mijn blog al geruime tijd en wilde persoonlijk reageren op een tekst van mij. Buiten dat wilde zij ook even haar ei kwijt. Het viel haar op dat ik in een door haar net gelezen stuk een taalkundige fout maak die zij al vaker heeft gezien bij mij. Ondanks mijn ‘bijna perfecte Nederlands’ (haar woorden, maar ik beschouw dat als een groot compliment) wilde ze mij hier toch even op wijzen.

Heel attent vind ik dat. De fout die ze benoemde is inderdaad één van mijn blinde vlekken. Prettig leesbaar schrijven, een correcte grammatica & spelling en soepel lopende zinnen vind ik belangrijk. Ik vind het tof dat iemand dit aanvoelt, de moeite neemt me te wijzen op een foutje en dat ook nog eens heel plezierig brengt.

Schrijven is één ding, correct taalgebruik is een ander ding. Natuurlijk heeft iemand die goed kan schrijven meestal een goed ontwikkeld taalgevoel. Maar dat is niet hetzelfde als alle regels kennen en weten toe te passen. Dat weet ik sinds ik een tijdje meedraaide op de redactieafdeling van een uitgeverij en gedesillusioneerd raakte over de teksten die door de auteurs werden ingeleverd. Zoveel fouten! Achter een goede schrijver staat een goede redacteur weet ik nu en redigeren is een vak apart.

Andermans teksten redigeren gaat mij redelijk af, misschien omdat er meer afstand is. Met mijn eigen teksten vind ik dat moeilijker. Ze zeggen wel eens dat schrijven vooral bestaat uit het kritisch schrappen – ‘kill your darlings’ – van je tekst. Dat is best moeilijk maar ik probeer het toch toe te passen op mijn eigen teksten. Hoewel ik blog voor mijn plezier en ik niet vind dat elke tekst hier van journalistiek niveau hoeft te zijn, bekijk ik wel bijna alles wat ik schrijf met een bepaalde blik. Is het een logisch geheel? Heeft elke alinea nut? (verbazingwekkend hoe vaak ik soms een hele alinea kan schrappen). Heeft de tekst een begin, middenstuk en eind? Zijn er woorden die te vaak worden gebruikt? (dan zoek ik even naar synoniemen) en zeer belangrijk: maak ik geen stomme fouten qua spelling en grammatica.

Dat laatste is altijd mijn angst geweest. Toen ik op de middelbare school kwam, had ik nog nooit van het kofschip gehoord! “Fokschaap dan?” probeerde de docent Nederlands nog even. Maar ik – en met mij alle pubers die op de Faunaschool in Wormer hadden gezeten – keken hem glazig aan. Kofschip? Nee, nooit van gehoord. We gingen wel altijd met de hele school leuk stoepkrijten als het mooi weer was. En we hadden een volière in de klas. Ook wisten wij buitensporig veel van motoren, de hobby van onze meester. Maar het onderdeel grammatica en spelling had wat minder aandacht gekregen.

Dat is altijd een gebrek gebleven. Ik heb mezelf veel aangeleerd door er over te lezen en vaak iets op te zoeken. Gelukkig heb ik van nature wel taalgevoel en zijn de d’s en de t’s bij mij meestal wel goed. Maar, ik ben wel kampioen ‘zin omgooien’ geworden. Bij twijfel (ook over een d of t) gooi ik de zin altijd om en hop, het probleem  is meestal opgelost. En dan nog maak ik fouten. Gewoon omdat ik het soms niet zie, soms te lui ben, soms een slechte dag heb en me niet kan concentreren en soms ook echt niet weet dat iets fout is.

Vreemd genoeg werd tijdens mijn universitaire opleiding Publicistiek nauwelijks aandacht besteed aan grammatica en spelling. Ik stroomde na het propedeusejaar Geschiedenis door naar Culturele Studies en dan specifiek Publicistiek. Een opleiding waarbij wij getraind werden onze kennis – in mijn geval was dat cultuurgeschiedenis – te gieten in goed leesbare verschillende soorten teksten. Denk aan artikelen voor een tijdschrift of krant. Onze teksten werden door journalisten en auteurs zoals bijvoorbeeld Arnold Heumakers, Willem van Toorn, Michaël Zeeman en Pauline Slot, regelmatig volledig met de grond gelijk gemaakt (in mijn geval zeker, ik was een matige student). Maar al te vaak diende ik een tekst vijf keer opnieuw in – allemaal op een ouderwetse typemachine geschreven – voordat het enigszins acceptabel was volgens de schrijfgoden. We kregen overal kritiek op, denk aan het ritme van de zinnen, hoe we de boodschap brachten, het onderwerp zelf, gebruik van stijl, citaten. Ik heb er enorm veel van geleerd. Maar zelden of nooit was er voor mij bruikbare kritiek op mijn spelling en grammatica. Dat werd bekend verondersteld. Je werd geacht het Groene Boekje in je bezit te hebben en verder zocht je het maar uit.

Schrijven via internet is weer een vak apart. Toen ik studeerde in de oertijd, was internet nog helemaal niet aan de orde en ook nog niet tijdens mijn latere baan bij een uitgeverij. Publiceren was een langzaam proces met veel correctielagen en nam veel tijd in beslag. Het voordeel van internet is de snelheid. Het nadeel van internet is natuurlijk ook de snelheid. Als blogger kun je zó iets publiceren en snelheid maakt maar al te vaak slordig.

correcting-1870721_1920Gelukkig kun je tegenwoordig alles heel snel opzoeken en ook je kennis opfrissen op sites als die van Onze Taal, wat ik dan ook regelmatig doe. Maar dat kan alleen wanneer ik door heb dat ik iets niet weet. Ik twijfel wel vaak – schrijf je ‘hierop wijzen’ of ‘hier op wijzen’? Hé, nu staat er iets heel anders!- wat nu correct is.  En zo ontdekte ik pas een paar jaar geleden dat het ‘onmiddellijk’ is en niet ‘onmiddelijk’, ondanks regelmatig gebruik van spellingcontroles. Ik ben dan zo’n gek die ondanks mijn onzekerheid dan tóch denkt dat de spellingscontrole het fout heeft ;-). Blinde vlekken zullen er altijd zijn.

Wat is jouw blinde vlek?

 

(bron afbeeldingen Pixabay)

De beste plek

Het is zondagochtend, nog héél vroeg.
Ik voel een pootje tegen mijn wang tikken.
Als ik niet meteen reageer,
voel ik een likje op mijn neus.
Dibbes is wakker.
Dus ik ook.
Tijd om te kroelen.
Zo doen we dat elke ochtend,
Dibbes en ik.

Hij installeert zich naast mij.
Ronkend en knorrend.
Ik word vol aanbidding aangekeken
en ik kijk net zo verliefd terug.
Voor Dibbes is het leven perfect.
Van zielige zwerfkat schuilend onder de struiken
nu liggend in de arm van een kattenmens.
Dibbes heeft de beste plek
op deze zondagmorgen.
Wat wil je nog meer?

Ineens horen we een geluid.
Smoes springt op de plank naast het bed.
Loopt naar mijn glas water dat daar altijd staat.
Water! Lekker!
Steekt zijn kop in het glas en drinkt.
Even ben ik bang dat hij klem komt te zitten.
Hij ook, dus gaat hij verder met zijn poot.
Lekker water hengelen.
Ondertussen kijkend naar Dibbes.
Zie jij wel wat ik doe?

Nou dat ziet Dibbes zeker!
Weg geluk. Weg rust.
Smoes heeft water!
Dat wil ik ook!
Dat er in huis overal bakken water staan,
wordt voor het gemak even vergeten.
Het gaat om dit water in dit glas!

Smoes is klaar met drinken.
Maar denk niet dat hij wegloopt.
Ben je gek, nee, hij gaat liggen naast het glas.
Zodat Dibbes hem goed kan zien.
Die wordt nu overmand door jaloezie.
Ik wil dit ook! Hoe kom ik daar?
Ja, dát is de vraag.
Smoes gaat niet opzij.

Dibbes staat op, loopt heen en weer.
Kijkt zeer dwingend naar Smoes.
Die doet of zijn neus bloedt.
Dibbes kan het niet meer aan.
Weg fijn gevoel,
weg genieten van de beste plek.
De beste plek is nu die plek
die net buiten bereik is.
Stomme Smoes!

Dibbes verlaat de plek
die een minuut geleden
nog zó aantrekkelijk was.
Loopt gedesillusioneerd weg.
Installeert zich op de hoek van het bed.
Met zijn rug naar alles toe.

Smoes knalt zowat uit elkaar.
Plan geslaagd, doel bereikt!
En gaat weer verder met de dag.
Want dat water,
daar was hij toch al klaar mee.
Nu kan hij weer op zoek
naar een nieuwe beste plek.

Stemmen en een verschil maken

 

Natuurlijk ga ik stemmen, Dat doe ik altijd sinds ik mag stemmen. Ik heb voor de vorm een paar kies- en stemwijzers ingevuld maar er komt vrijwel altijd hetzelfde uit. Al die wijzers lijken op elkaar en meestal staat de partij van mijn voorkeur op nummer 1 en heel soms op 2. Beetje afhankelijk van de vraagstelling denk ik.

Ik kies niet strategisch omdat ik liever kies vanuit mijn overtuigingen en niet vanuit angst. Ik wil niet kiezen uit twee kwaden ‘om erger te voorkomen’. Bij mijn stemkeuze vind ik het belangrijk om te kijken naar de toekomst en niet alleen naar het nu. Hoewel ik geld niet onbelangrijk vind, kies ik niet vanuit mijn portemonnee. Want zou ik daar voor kiezen dan is het vaak korte termijn denken en belangen en ook al ‘snel ieder voor zich’. Liever kies ik  voor saamhorigheid, voor elkaar zorgen,  voor emancipatie, voor kinderen die mogen studeren zonder meteen een enorme schuld, voor betaalbare zorg, voor het zoeken naar alternatieven voor dierproeven, voor een betaalbare arbeids-ongeschiktheidsregeling voor zzp-ers, voor het afschaffen van de bio-industrie, voor een duurzaamheidsmeetlat op alle gebieden. “Wat is de impact van het handelen nu op de samenleving van straks?”  Alle keuzes die we nu maken hebben immers gevolgen voor onze kinderen straks.

Ik hoop dat jij ook gaat kiezen. Wat mijn voorkeur is zal niemand verbazen denk ik, Partij voor de Dieren. Heb ik de illusie dat PvdD de grootste partij wordt? Nee, niet deze verkiezingen. Wel denk ik dat ze er een paar zetels bij gaan krijgen. Zou ik strategisch kiezen, dan zou ik voor Groen Links kiezen. Ook een partij die mijn sympathie heeft en iets pragmatischer dan de PvdD. Maar ik kies liever vanuit volle overtuiging dan ‘deze dan maar om erger te voorkomen’.

Wat jouw voorkeur is moet je natuurlijk helemaal zelf weten. Maar ga wel stemmen. Denk niet dat het niet uitmaakt. Wist je dat de uitslag van de verkiezingen voor een deel wordt bepaald door juist die mensen die niet gaan stemmen, omdat ze denken dat het toch geen donder uitmaakt? Stem je niet dan laat je gebeuren dat de stem van mensen die wel die moeite nemen, zwaarder telt. Zelfs als je stemt op een kleine partij zoals ik doe, dan maakt dat uit. Want mijn stem maakt misschien wel nét het verschil tussen 4 of 5 zetels. En kan er dus  voor zorgen dat wat ik belangrijk vind  meer aandacht krijgt.

Ga stemmen. Er zijn mensen die hun eigen land ontvluchten, omdat ze niet mogen stemmen. Er was een tijd dat je als vrouw niet mocht stemmen. Nu wel, maak daar gebruik van. Weet je het nog steeds niet? Een stemwijzer invullen kost hooguit een paar minuten! Dus. Ga. Stemmen.

 

Koken voor veel mensen – mét recept

butternut-squash-399415_1920-1
(bron afbeelding Pixabay)

 

(Bij het inplannen van dit bericht drukte ik per ongeluk op de verkeerde knop, sommige mensen hebben dit bericht per mail dus al eens gezien, waarvoor duizendmaal nederige excuses en zo…)

Koken is altijd mijn passie geweest. Als wij bezoek kregen vond ik het altijd leuk om flink uit te pakken.  Het duurde even voordat ik begreep dat dit in mijn huidige situatie niet altijd het slimste is om te doen. Nog niet eens zo heel lang geleden stond ik toch altijd wel zeer uitgebreid te koken en te bakken voor bijvoorbeeld de verjaardag van kind. Dat is eigenlijk de enige verjaardag die we echt vieren met bezoek in dit huis. Aangezien sommige gasten van ver moeten komen, blijven er altijd mensen eten. Eigenlijk iedereen die komt. Dat is zo gegroeid. En dus pakte ik altijd uit met verschillende gerechten. Ik ben immers kok geweest! Maar ook al deed ik de voorbereidingen in etappes, vaak denderde ik toch over allerlei grenzen heen en zo kostte een verjaardag soms weken hersteltijd, gewoon door mijn eigen achterlijke gedrag.

Tegenwoordig pas ik de maaltijd die ik aanbied tijdens een verjaardagsviering aan naar hoe ik me voel op het moment zelf (qua energie en pijn) en wat praktisch is. Omdat ik glutenvrij en lactosevrij moet eten is een pan pasta maken bijvoorbeeld onhandig. Want óf ik doe makkelijk en bied iedereen glutenvrije pasta aan (wat heel duur is) óf ik kook normale pasta af voor de gasten en glutenvrije pasta voor mezelf. Dat kan heel goed en zo doe ik dat ook als we hier thuis gewoon met zijn 3tjes eten. Maar met een groter gezelschap ga ik liever voor gemak. Maximaal resultaat met zo min mogelijk pannen tegelijk op het vuur en minder handelingen. Pasta betekent bijvoorbeeld vanwege mijn dieet  twee pannen afgieten.

Natuurlijk kun je ook eten laten komen of kant en klaar eten kopen, een paar blikken soep en een stokbroodje erbij en je bent ook klaar. Alleen stoppen ze in blikken soep vaak gluten en lactose. Bovendien is het me ook wel gebeurd dat ik makkelijk deed en brood met wat salades aanbood en dat mijn glutenvrije brood – wat ik toch echt wel goed had verstopt, dacht ik – werd gevonden en opgegeten terwijl ik nog heen en weer liep om alles op tafel te zetten. En dat is prima, mensen moeten gewoon alles in hun mond kunnen stoppen als ze hier te gast zijn en het is aan mij om dat wat handiger aan te pakken.

De laatste tijd kies ik daarom wat vaker voor een eenpansgerecht met daarbij rijst. Ik hoef zo geen onderscheid te maken tussen voor mij veilig en  onveilig voedsel en dat is wel zo makkelijk. Vorige weet aten wij tijdens het vieren van de verjaardag van S.  rijst met een pittige tomaten-gehaktsaus met pompoen, mango en koriander. Dat is heel makkelijk te maken en echt heel lekker.

Ik kreeg daar wat vragen over, dus hier komt het recept, onderstaande hoeveelheid was bedoeld voor 11 personen maar had met gemak ook geschikt geweest voor 15 personen (vooraf hadden ze ook taart en wat borrelhapjes gegeten). Pas de hoeveelheden dus aan naar jouw situatie.

  • 2 flespompoenen, geschild en in blokjes gesneden (je kunt ook andere pompoensoorten nemen maar ik vind zelf flespompoenen het lekkerst en ze zijn hier bij onze Deen het hele jaar door verkrijgbaar)
  • 1100 gram rundergehakt
  • wat olie of vet om in te bakken
  • 4 grote uien gesneden
  • 5 tenen knoflook, gesnipperd
  • 4 pakken gezeefde tomaten
  • 2 el sambal (of meer als je van pittig houdt, je kunt altijd op het laatst nog wat toevoegen)
  • 1 el gedroogd munt
  • 1 el gedroogde peterselie
  • 1/2 el paprikapoeder
  • 1 el kaneelpoeder
  • 1/2 chilipoeder
  • 1 theelepel cayennepeper
  • 1 mango geschild en in blokjes gesneden
  • peper, zout
  • verse koriander gesneden

pompoensausVerwarm de olie of het vet in een grote pan met dikke bodem. Voeg de gesneden uien en de gesnipperde knoflook toe. Bak even en doe er dan het gehakt bij. Als het is los gebakken, doe je alle kruiden behalve de koriander erbij, samen met de pompoenblokjes. Schep even goed om en giet dan de gezeefde tomaten erbij. Breng even aan de kook en laat daarna op zacht vuur pruttelen tot de pompoenblokjes gaar zijn (afhankelijk van de grootte duurt dat 15 tot 30 minuten). Voegde de laatste 5 minuten de mangoblokjes toe. Proef af, voeg zout en peper naar smaak toe en bestrooi met koriander. Serveer met rijst. Maar ook lekker als vulling in wraps.

Flespompoenen hoeven niet geschild te worden omdat de schil in principe eetbaar is. Maar zo laat in de herfst/winter is deze schil toch wel taai, is mijn ervaring. Dus schil ik dan meestal wel als ik het verwerk in een saus of soep. Een flespompoen in de oven bereiden kan wel altijd met schil.

ps: in de zomer gebruik ik meestal verse peterselie en munt uit eigen tuin, dan is het nóg lekkerder.

Zaterdag

Smoes geeft een demonstratie ‘ontspannen en bijkomen doe je zó’

Deze week was er weinig Pippipret. Ik lag op de bank, las, keek Netflix, schreef wat stukjes, warmde eten uit de vriezer op en knuffelde met de katten. Meer was er niet. Maar het was goed zo. We vierden de verjaardag van S. afgelopen zondag en het was erg gezellig. Ik genoot en ouwehoerde voor mijn doen heel veel en verdomde het om me vooraf druk te maken over de terugslag achteraf (dat is ook wel Pippi, bedenk ik me nu). Die komt toch wel, of ik daar nu over pieker of niet dus dat doe ik niet meer. Dus had ik me er op ingesteld, de agenda vrijgehouden, gezorgd voor een volle vriezer en voldoende leesvoer en dan vallen dingen altijd mee. Echt.

Omdat ik veel plat lag heb ik de deur niet opengedaan toen de deurbel ging. Ik verwachtte geen pakjes of zo en als mensen aanbellen terwijl ik me zo voel hebben ze pech. Ik doe niet open. Achteraf gezien bleek het de glazenwasser te zijn die eens kwam kijken of wij goed voor zijn ladder hadden gezorgd die hij begin februari bij ons in de achtertuin had achtergelaten, “het is maar voor een paar dagen hoor”. Of het was niet de glazenwasser en dan is nu zijn ladder gejat, dat kan ook. Maar dat is niet mijn zorg.

Dit weekend houd ik me nog rustig. Ik voel wel dat ik al weer iets opkrabbel maar moet nog wel uitkijken.  Als ’t lukt gaan we morgen even kijken naar een keuken. De man die onze keuken gaat renoveren, heeft voor zijn eigen keuken frontjes gemaakt en hij kwam laatst met een voorbeeld aanzetten waar we erg gecharmeerd van waren. In zijn keuken kunnen we zien hoe dat uitpakt en dan een beslissing nemen.

Verder geen plannen. Ik verwacht dat ik vanaf hier wel weer verder opkrabbel en dan pakken we de draad weer op. En misschien binnenkort dan weer wat Pippi-pret!

Fijn weekend allemaal. Wat zijn jullie plannen?

Loslaten: prestatiedrang

perfectionist

De laatste tijd is loslaten een terugkerend thema voor mij. Loslaten kan op alle gebieden.  Ik ga bijvoorbeeld tegenwoordig veel losser met financiën om (voor een ander zal ik nog heel dwangmatig zijn maar ik vind mezelf nu super relaxed). Maar ook op andere gebieden laat ik los. Het één versterkt het ander, merk ik. Eenmaal begonnen met loslaten, ontdek ik steeds meer dat het toch nooit loopt zoals je vooraf denkt en dat heel strak plannen dus meestal zinloos is. Bovendien is het nadeel van strak plannen en de touwtjes in handen willen houden dat er ook torenhoge verwachtingen zijn. Inmiddels durf ik wel te beweren dat ik kampioen verwachtingen bijstellen ben en dat levert me best veel op. Bijvoorbeeld meevallers. Als je weinig verwacht, valt er heel veel mee ;-).

Het loslaten heeft ook gevolgen voor mijn blog. Toen ik begon in december 2010 was dat omdat ik merkte dat schrijven -iets wat me altijd redelijk makkelijk afging –  een moeizaam proces was geworden. Door het ziek zijn had ik concentratieproblemen en maakte ik veel fouten. Dat mijn ziekte ook op dit gebied impact had, hakte er best in. Schrijven was immers altijd ‘mijn ding’ geweest.

Dus ging ik zonder enig echt vooropgezet plan bloggen onder het motto  ‘wie schrijft, die blijft’ en dan specifiek om mijn stem te laten horen vanaf de bank en tegelijk mijn vaardigheden te blijven oefenen voordat ze helemaal wegzakten. Dat een beetje onderhouden zou vast schelen als ik na herstel weer de wereld zou in stappen.

Ik ben helaas nog niet de wereld ingestapt maar wel blijven schrijven. Omdat ik snel doorhad dat het goed is om te bloggen  vanuit een bepaalde invalshoek als je überhaupt gelezen wil worden,  stortte ik me vol overgave op dat wat mij toen het meeste bezig hield: geld. Of liever gezegd: ‘minder geld maar wel meer lasten, hoe ga je daarmee om?’

Dat dit onderwerp leeft bij zo veel mensen had ik helemaal niet verwacht en ik was stomverbaasd toen mijn blog echt regelmatig bezoekers begon te trekken. Op het moment dat dát gebeurde werd de oude streber in mij wakker en zou ik wel eens even de beste blogger op het gebied van besparen en consuminderen worden. Ik schreef de blaren op mijn vingers met de beperkte energie die er was, ook op dagen dat ik me slecht voelde en eigenlijk helemaal geen inspiratie had. Een dag niet bloggen, leverde een dip in de lezersstatistieken op. Ik wilde juist meer, meer, meer! En dat lukte, de pageviews stegen van 20.000 naar 50.000 per maand naar 80.000 per maand.

Dat ik er door anderen op werd gewezen dat er potentie in mijn blog zat, hielp niet echt om die streber de mond te snoeren. “Zit er geen boek in jou?”. “Wil je samenwerken”, dat soort vragen triggerde mij enorm.Ik ging nergens op in want ik was nog niet beter en zat immers niet vanwege mijn zweetvoeten thuis. Maar ik verzon wel veel om meer bezoek te trekken. Schreef een serie over ontwoekeren, interviewde schuldenaars, vroeg mensen naar de inhoud van hun portemonnee, naar hun aflosverhalen en zag de pageviews stijgen naar 100.000 en meer per maand. Wauw! Maar met het stijgen van de bezoekersaantallen kreeg ik ook meer stress.

Stress vanwege mijn eigen gedoe. Om de drukte die ik zelf genereerde. Wat was ik toch aan het doen? Ik was toch begonnen met bloggen omdat ik schrijven zo leuk vond? In de begintijd dacht ik vaak:  “dit blog is van mij, ik doe dit puur voor mezelf, ik hoef er niets mee en niemand pakt dit van me af”. Maar ik pakte zelf mijn eigen blog af door er iets van te maken waarmee ik wilde presteren.

Het is sommige lezers wellicht opgevallen dat ik de afgelopen jaren veel minder blogde. Van alle dagen naar twee, hooguit drie keer in de week. Ik heb alle lopende interviews afgestoten, mezelf verboden alle dagen te bloggen en alleen maar op die dagen dat ik echt inspiratie en zin had. En die was vaak ver te zoeken.

machine-writing-1035292_1920 (1)
(bron afbeelding Pixabay)

Maar misschien is het ook opgevallen dat ik sinds de overstap van Blogger naar WordPress veel frequenter blog. Gewoon omdat ik weer zin heb en ik het leuk vind. Maar vooral omdat ik me vrijer voel.  De overstap van Blogger naar WordPress greep ik aan om naar buiten te brengen dat ik niet meer specifiek over één onderwerp wil bloggen. Er is geen bindend thema meer en dat zal vast impact hebben op de bezoekersaantallen maar ik merk dat dit eigenlijk helemaal niet meer relevant is voor mij.

Natuurlijk vind ik het prettig als lezers me wel weer kunnen vinden en heb ik vermeldingen op de social media aangepast. Maar ik ga geen wedstrijdjes meer houden met die streber in mij, die stuurde ik al een tijdje terug de laan uit. Ook lees ik geen boeken over ‘zo krijg je meer lezers op je blog’, laat staan dat ik een cursus ‘succesvol bloggen’ ga doen. Ik hoef er niets meer mee te bereiken, het schrijven ‘an sich’, de reacties van lezers en de interactie die er is, geeft voldoening genoeg.  En ook dat is weer een grote stap voor iemand die altijd de beste wilde zijn. Ik blog dus gewoon over wat me te binnen schiet en mij bezig houd, om de lol van het schrijven zelf en het bindende thema,  nou dat ben ik ;-).

Kijktip: Rectify

rectify

Onlangs keek ik op Netflix de Amerikaans serie Rectify, over een man die na jaren dodencel vrij onverwacht wordt vrijgelaten. De hoofdpersoon is Daniel Holden , een man van ergens halverwege de 30,  die 19 jaar heeft vastgezeten in de  dodencel wegens verkrachting en moord op zijn jeugdliefde. Door nieuwe ontwikkelingen op het gebied van dna-onderzoek wordt hij vrijgelaten. Niet zozeer omdat hij onschuldig is maar omdat zijn schuld niet langer vaststaat.

Na 19 jaar cel in de samenleving gedropt worden terwijl je sinds einde puberteit daar geen deel meer van uitmaakte, doet wat met je natuurlijk. Dat is waar de serie over gaat. In 6 afleveringen volgen we hem als hij probeert te wennen aan zijn nieuwe vrije bestaan, daarbij nauwlettend gadeslagen door zijn overbezorgde zus, moeder en andere familieleden.

Het wordt al snel duidelijk dat niet iedereen even enthousiast is over zijn vrijlating. Niet alleen vanwege de twijfel of hij nu wel of niet zijn vriendin Hannah heeft vermoord, maar ook omdat mensen zich bedreigd door hem voelen. Het leven is in die 19 jaar doorgegaan, zijn moeder is hertrouwd en met name zijn stiefbroer zit niet te wachten op een broer die wellicht zijn plek opeist in de familiezaak. Ook is er veel onrust in zijn woonplaats nadat hij is vrijgelaten.

Buiten deze verwikkelingen vond ik de serie vooral indrukwekkend en bijzonder omdat de totale vervreemding die Daniel voelt bij alles wat hij meemaakt zo prachtig in beeld wordt gebracht. Zonlicht, gras onder zijn voeten, het hebben van privacy, de beschikbaarheid van sexpartners, de opdringerigheid van mensen die denken te weten wat er door hem heen gaat en hem verstikken met goede bedoelingen. Met een vrijwel uitdrukkingsloos gezicht ondergaat hij alles zo op het eerste gezicht stoïcijns.

Het is geen serie als je van veel snelle actie  houdt, het gaat allemaal erg traag en het zoemt vooral in op de emoties (of het schijnbaar ontbreken daarvan) van Daniel en het ongemak en onbehagen die zijn vrijlating opwekt bij anderen. Evengoed vond ik het soms ondragelijk spannend en zat ik regelmatig met kromme tenen door de subtiele dreiging die continu onder het oppervlak ligt en al die emoties die niet geuit worden maar wel in de rondte vliegen.

Het eerste seizoen eindigt zonder duidelijke antwoorden.  Gelukkig is er een tweede seizoen dat dit jaar beschikbaar komt op Netflix, Kijken mensen, echt een aanrader!

 

Voorjaar!

3d797-csc_0137
Foto van een paar jaar terug, bij ons achter in de sloot

 

Nu weet ik het zeker, het is voorjaar! In de tuin komt al van alles op. Ik noem geen namen van planten want ik kan nog geen krokus van een blauw druifje onderscheiden,maar het ziet er leuk en voorjaarsachtig uit. Het licht is anders, het ruikt anders en ik heb al een paar keer gehad dat ik de verwarming vergat aan te zetten omdat het naar binnen schijnende zonlicht voldoende warmte gaf. Ik zat zelfs ook al een keer in het halletje met de deur open, kop in de zon en genieten maar.

De definitieve bevestiging van komende goede tijden is de terugkeer van de zwanen in de sloot bij ons achter. Zien we die dan weten we dat er weer warmere tijden aanbreken. Vaak bouwen ze hun nest aan de overkant van de sloot, bijna pal tegenover onze tuin en hebben wij zicht op het broeden en het opgroeien van de kleine zwaantjes.

Helaas zijn er geen zwarte zwanen meer, die hadden we vroeger ook in de sloot en het park. Die zijn heel vriendelijk van aard en maken schattige geluiden, om verliefd op te worden en hun veren krullen zo mooi om.

In plaats daarvan hebben we de laatste jaren een wit zwanenkoppel. Ook heel mooi en sierlijk maar wel een stuk agressiever. Soms is het wel een uitdaging om de tuin uit te lopen en de steeg door te gaan. Ze zijn niet altijd gediend van mensen. Tegelijkertijd sissen ze wel “eten! eten!” en komen dan helemaal omhoog, wat nogal dreigend overkomt.

Maar toch, ze zijn er weer. Nu is het officieel, het is voorjaar!

d1ffa-dsc_0040