omdat alles
ps: ‘Waar je gaat, daar ben je’ is ook de titel van een fantastisch boek, voor wie meer wil weten over Mindfulness….
ps: ‘Waar je gaat, daar ben je’ is ook de titel van een fantastisch boek, voor wie meer wil weten over Mindfulness….
Het is sommigen van jullie vast niet ontgaan, ik had de laatste tijd een energie-opleving. In de eeuwige zoektocht naar meer energie, stapte ik eind mei over op paleo eten en bereikte een prachtig resultaat. Ik voel dat dit iets voor mijn energie doet. Wat volgde was een gestage uitbreiding van activiteiten.
Zo lang ik die activiteiten zelf in de hand heb (lees: meester ben van mijn eigen agenda) gaat dat goed. Niet altijd, want ik ben nogal eens overmoedig en daarom is het belangrijk dat na overmoed ruimte is voor niets doen (lege agenda).
Dat lukte niet zo goed de laatste drie weken met de drukte van het afscheid nemen van de lagere school. Iemand zonder energiebeperking kan zich dit misschien niet goed voorstellen en denkt misschien: ‘mens stel je niet zo aan’. Kan ik me best indenken. Voor mij was twee avonden in de week achter elkaar naar school gaan voor de musical en de afscheidsavond heel wat. Laat naar bed, interactie met andere ouders en leerkrachten, veel prikkels (muziek, discobol, veel mensen) en daarbij nog mijn eigen emoties (WAUW, IK STA HIER, OM 9 UUR IN DE AVOND, IK LIJK WEL EEN NORMAAL MENS!!
Toen volgden ook diverse logeerpartijen in wisselende combinaties, voetbalavonden en het loslaten van de normale dagelijkse routine omdat het ‘ineens’ vakantie was. Best veel bij elkaar. Dit weekend viel het me weer op dat meer doen op sociaal gebied, betekent dat ik iets inlever op een ander gebied, meestal is dat ‘de rest’. Dus is het huis een zwijnestal, vooral boven en doe ik echt het minimale. Ik kan daar overigens goed mee leven. Me niet druk maken om zooi betekent ook vooruitgang voor mij.
Op andere gebieden lever ik ook in in zo’n situatie en dat is kwalijker. Als eerste gaat dan mijn dagelijkse wandelrondje er aan. Voor mij heel belangrijk. Ik heb namelijk elke extra meter die ik kan lopen, letterlijk veroverd. Startte ik twee jaar geleden met lopen in de straat vanuit huis tot de tweede lantaarnpaal en weer terug (duur 3 minuten), nu is dat rondje een wandeling langs het IJsselmeer van ongeveer 20 minuten.
Ook de officiële revalidatie begon er onder te lijden want ‘ineens’ doen al mijn spieren weer raar. Niet alleen kan ik niet meer met de fysio de oefeningen doen waarvoor ik kom, nee ze moet ook weer allerlei klachten weg masseren.
Gisteren bereikte ik een soort dieptepunt, ik dacht de hele dag aan mijn bed en lag er ook een groot deel van de dag in. Vandaag bedank ik mijzelf hartelijk voor de met veel moeite en plezier gegeven les. Kortom: ik ben weer geland op aarde. Ik weet weer waar mijn prioriteiten liggen. Ik ben niet normaal al voelde ik me even normaal maar dat maakt niet uit want het niet normaal zijn is normaal voor mij en dat is goed genoeg. Dus ik trek weer mijn eigen plan en houd het lekker rustig.
Gewoon weer dagelijks een kleine wandeling, vroeg naar bed, paleo eten, mijn gupta-oefeningen doen, twee keer in de week de revalidatie bij de fysio en als er dan nog wat overblijft: leuk maar niet elke week.
Heb jij ook wel eens last van overmoed?
Wie hier al langer meeleest, weet misschien nog wel dat er nog een zwerfkat was toen onze Dibbes voor het eerst vorig jaar in de picture kwam. Ze lijken sprekend op elkaar en het duurde daarom even voordat we doorhadden dat we twee zwervers te eten gaven. Afijn, het verhaal is misschien bekend: omdat de twee katten niet goed met elkaar op konden schieten, ‘verdeelden’ we ze. Dibbes werd ons project en de ander het project van buren drie huizen verderop.
Dibbes is inmiddels een enorm opgeknapte licht verwende huiskat, maar die ander is nog steeds wat hij was: een zwerver. Hij heeft een vaste slaapplek – onder de veranda van de mensen die hem eten geven – maar verder schiet het niet zo op. Ik zag hem nooit meer maar hoorde wel dat het socialiseren niet echt opschoot. Ook omdat de daar al aanwezige huiskat niets van Gerrit (ja ik kan er niets aan doen, maar zo hebben ze hem genoemd) moet hebben.
Nu zat deze ZwerfGerrit hier ineens weer in de tuin, een paar weken geleden. En een dag later weer. Ik gaf hem wat brokjes. En daar was hij weer een paar dagen later. Gerrit komt nu toch alle dagen even wat brokjes bietsen. Soms staat hij ineens in de keuken, de andere katten staan er naast en kijken ernaar, weten niet goed wat ze met dit schuwe beest aanmoeten.
Vreemd genoeg bereik ik best veel. Hij is weliswaar heel schuw – ik denk dat dit een in het wild geboren kat is – maar ik kan inmiddels steeds dichterbij komen. Dus ‘zit ik weer met een zwerfkat’. Nu ben ik niet van plan deze ook te adopteren. Dibbes zou dat niet trekken, die begint heel klagelijk te miauwen als hij ziet dat ik Gerrit eten geef, hoog verraad! Maar misschien kan ik deze zwerver wel wat socialer en minder schuw maken. Zijn mandje wacht al op hem want die andere mensen zijn echt heel lief en aardig en dol op katten. Maar ze werken allebei en zijn dus veel weg overdag, ik niet. Misschien kan ik wat ‘voorwerk’ doen.
![]() |
| Tja de ex-zwerver ligt volledig ontspannen op de laptoptas |
![]() |
| terwijl de ander gespannen afwacht of hij eten krijgt |
Vandaag gaat S. voor het laatst naar zijn school. Als achtste groeper lijkt het schoolbestaan al weken uit feest te bestaan: op kamp, oefenen voor de musical, spelletjes doen op school. Er wordt niet echt meer les gegeven. Hij ging ook al een middag naar zijn nieuwe school om kennis te maken met zijn nieuwe klas en zijn mentor. Vandaag heeft hij les tot half 11 en dan is het klaar. De rest van de school gaat ‘ophogen’, de kinderen maken dan kennis met hun nieuwe juf of meester. Voor hem is er dus niets te doen. Beetje hangen vanmiddag en toewerken naar de grote finale: een maaltijd met alle docenten, bereid door de ouders. Daarna begint om half 8 een groot afscheidsfeest tot 12 uur vanavond. Jullie begrijpen dat ik daarbij graag aanwezig wil zijn, hoewel ik niet weet of ik het tot middernacht vol houd, maar ik doe mijn best.
Die 8 jaar lagere school lijkt omgevlogen. Als kleuter liep hij naar binnen en nu is hij een lange slungel aan het worden, met grote voeten. Geen kind meer maar een puber, met alle gedragsveranderingen die daarbij horen. We gaan een nieuwe tijd tegemoet en dat vind ik best heel spannend!
Die lagere schooltijd is voor mij als ouder heel anders geweest dan ik vooraf had gedacht. Door mijn ziekte was ik sinds groep 3 afwezig bij vrijwel alle grote gebeurtenissen die elk schooljaar terugkomen. De meeste schooluitvoeringen, sportdagen, rapportgesprekken en schooluitjes gingen aan mij voorbij. Elk jaar weer moest ik uitleggen aan de juf dat het geen onwil is dat ik me nooit aanmeld voor voorlezen/groepen begeleiden/helpen met de Sint Maarten lampions of eten maken voor de kerstmaaltijd. M. deed wat hij kon maar zijn bordje was al meer dan vol met de zorg voor een zieke vrouw, zorg voor een kind en voltijds werken.
Het zó afwezig zijn bij het schoolleven gaf mij veel verdriet en onmacht. Het merendeel van de schooltijd van S. lag ik plat en werd hij door M. of door mijn moeder & moeders van vriendjes (M!XX) naar school gebracht en gehaald. Tussen de middag at hij meestal bij anderen. Mijn moeder en oppas A. kwamen hier ook wel broodjes smeren voor hem en voor mij of met S. spelen. Zo terugkijkend besef ik hoe ziek ik was en hoeveel ik nu al opgeknapt ben. Hoewel ik weet dat hij heel erg toe is aan de volgende fase in zijn leven, zou ik best de lagere schooltijd met een jaartje willen rekken. Want net nu ik aan het opknappen ben, is mijn (fysieke) aanwezigheid minder gewenst. Natuurlijk moeten we sturen en blijven opvoeden, maar de ouderbetrokkenheid zoals die op de lagere school is, zal op de middelbare school anders zijn, zo hoor ik van ouders met pubers.
Niet alleen S. neemt afscheid. Ik neem ook afscheid, van een periode die anders liep dan ik had verwacht. Waarin ik heel veel verdriet had om wat niet kon. Maar waarin ik ook leerde dat een kind opvoeden, liefhebben, steunen en aanmoedigen ook vanaf de bank kan. Dat betrokkenheid tonen ook lukt als je plat ligt. Ik neem afscheid met een beetje verdriet om wat niet was en zie uit naar de komende jaren waarin ik met meer energie samen met mijn kind de puberteit tegemoet kan treden! Mijn prachtige kind dat in 8 jaar lagere school van een klein verlegen zacht mannetje uitgroeide tot een lieve inlevende superslimme puber met veel belangstelling voor de wereld om hem heen, een groot rechtvaardigheidsgevoel, onweerstaanbaar mooi haar en een dito karakter.
ps: tijdens de zomervakantie zal ik met wat minder regelmaat bloggen.
Als we het partijtje van Sem vieren, maak ik me vooraf zorgen over Dibbes. Gaat dat wel goed? Rent hij niet in paniek het huis uit als er een meute jongens van 12 het huis komt binnenvallen? Ik maak me druk om niets, blijkt later. Ik heb nog altijd het beeld van de kwetsbare schuwe zwerfkat op mijn netvlies en zie daardoor de werkelijkheid niet altijd even goed.
De realiteit is dat hij nieuwsgierig de jongens tegemoet loopt. Als ze hem niet zien, dan zorgt hij er wel voor dat hij gezien wordt, werpt zich voor een voet en biedt zijn buik aan. Geeft kopjes tegen benen. Is zeer aanwezig. Trek zich weinig tot niets aan van herrie. Alleen onverwachte bewegingen zijn niet prettig, maar hee, even aaien en hij is het zo weer vergeten.
Dibbes heeft niets nodig in het leven, buiten ons en zijn eten en dat laat hij merken. Zijn wereld is heel klein geworden. Liep hij vroeger de hele dag zijn eten bij elkaar te scharrelen, nu komt hij tot het tuinhek. Heel soms loopt hij verder, wandelt door de steeg, gaat de hoek om en zit dan voor de voordeur. Als hij ziet dat ik hem zie door het raam, dan begint hij onbedaarlijk te miauwen. Laat me erin! Nu! Belangrijk! Binnengekomen volgt een ritueel van op tafel springen, rollen, buik aanbieden en neusjes geven. Dan probeert hij me naar de keuken te lokken, wellicht ben ik vergeten dat hij net nog eten kreeg. Je kunt het altijd proberen toch?
Toen we een paar dagen weg gingen, had ik bijna buikpijn van de zorgen. De door mij ingeschakelde kattenoppas had hij weliswaar al vaker gezien maar toch. Hoe zou hij reageren? De andere katten weten van de hoed en de rand en schakelen zodra wij weg zijn over op de ‘het is weer zover modus’. Dat betekent kopjes geven aan ‘die ander’, zodat de bakken netjes gevuld worden en blijven. Dibbes kende het fenomeen weekendje weg of vakantie nog niet. Ook hier bleek dat hij veel relaxter is dan ik dacht. Hij vond het allemaal prima, al was hij bij thuiskomt wel erg jaloers naar de anderen toe. Die kwamen ook extra knuffels halen en dat trok hij bijna niet.
Dat hij vooruit gaat, is te merken aan zijn gedrag naar mij toe. Waar hij me eerst continu achtervolgde en belaagde, wordt dat minder. Eerst durfde hij alleen op bed te springen langs mijn kant. Dan knuffelde hij mij langdurig en zeer zorgvuldig, met zijn neus tegen mijn neus, om zich vervolgens uitgebreid te poetsen. Pas als die boeddhabuik echt drie keer schoon gelikt was, ging hij liggen en slapen. Nu springt hij vanaf alle kanten op bed. Soms krijg ik voor de vorm nog even een kopje tegen mijn neus, maar nog vaker gaat hij meteen liggen. Het was wél even wennen na al die maanden op een voetstuk te zijn geplaatst door deze kat maar het is natuurlijk een zeer gezonde ontwikkeling dat hij nu meer zijn eigen gang gaat.
![]() |
| Zoals Vlasje laatst omschreef: de mooiste bloem in de tuin |
Hoewel hij grote sprongen maakt, moet hij nog veel leren. Alles wat onverwacht is, maakt hem gestrest. Wij wonen aan een park. Sinds twee weken wordt er aan de weg gewerkt die langs het park loopt. Om 7 uur in de ochtend beginnen grote machines te brullen en te graven. De eerste paar dagen was Dibbes helemaal geflipt. En elke beweging van ons, maakte ineens weer dat hij een meter de lucht in sprong. Hij had pupillen waar een junk nog een puntje aan kan zuigen. Maar na een paar dagen zakte de stress en had hij weer wat geleerd: ‘harde continu geluiden zijn niet eng en ik krijg nog steeds eten en knuffels….’
Zijn ogen staan door de operatie wat eigenaardig. Mooi zeegroen zijn ze maar de ooghoeken staan wat vreemd en trekken een beetje. Hij ziet er wat verdrietig uit door die rare stand van zijn ogen en dat past helemaal niet bij zijn uitbundige karakter. Zijn vacht glanst en hij is zeer gesteld op het onderhoud ervan. Poetsen is echt een hobby, iets wat ik hem nooit zag doen toen hij nog een zwerver was, geen tijd voor. Ook zag ik hem niet rollen, spelen, achter vliegjes aan huppelen of contact hebben met anderen. Ik hoorde hem nooit miauwen, nu kletst hij de oren van mijn kop. Er is zoveel veranderd. Het leven is goed voor Dibbes en het leven met hem is top.
Een tijd geleden schreef ik een stukje over woede die je kunt voelen als je ontslagen wordt. Ontslagen worden is vervelend, naar, pijnlijk en vaak heel onpraktisch. Je hele leven staat op zijn kop. Maar het is ook een nieuw begin, al duurt het soms een tijdje voordat je dat kunt zien. Ik ken veel mensen die er op vooruit gaan na hun ontslag. Niet zozeer financieel, maar wel mentaal. Vaak vinden mensen een nieuw evenwicht, een ander evenwicht dat beter bij ze past. Soms worden ze zelfs gelukkiger.
Dat je gelukkig kunt zijn na je burn out, ziekte of ontslag geloven veel mensen niet. In het magazine van De Volkskrant stond afgelopen weekend een artikel met de opwekkende titel ‘Geluk is een keuze’. Als vrij snel kwam ik er na lezing achter (net als Vlasje die er dit stukje over schreef) dat het artikel een bepaalde toon had en naar mijn mening niet zoveel om het lijf had. Er waren wat mensen bij elkaar gescharreld, die helemààl niet gelukkiger werden na hun ontslag of hun chronische immuunziekte met veel pijn. Velen ervaren bovendien dat positieve gedoe van ‘lering trekken uit de ellende en er sterker uit komen’ als gelul en als iets wat geen recht doet aan de situatie.
Natuurlijk is leven met pijn heel naar en heel afschuwelijk. Maar voorkomt dit geluk? Dat hoeft niet. Het probleem is volgens mij dat sommigen tegenwoordig gelukkig zijn als een doel zien, of zelfs een recht, en het als een probleem ervaren als ze het niet zijn. Alsof het iets is dat op komt poppen als aan alle voorwaarden wordt voldaan. Maar geluk zit juist in het hoekje waar je eerder niet keek, in die ervaring waar je vroeger aan voorbij ging. Niemand kiest voor ziekte maar als je het wordt, kun je misschien ervaren (sommigen wel en sommigen niet) dat het leven ondanks ziekte of misschien zelfs dankzij ziekte de moeite waard is. Ikzelf word nu gelukkig van zaken waar ik voor mijn ziekte nauwelijks bij stil stond, dat is de winst die ik heb gekregen.
Daar ging een proces aan vooraf en tijdens dat proces waren er meerdere omslagpunten mogelijk. Als je leven tot stilstand komt en je niet meer kunt doen wat je altijd deed, dan vraag je je af of je nog wel bent wie je was. Je voelt je aangetast. En als je die persoon niet meer bent, wie ben je dan nu? Wat is de zin van je bestaan als wat je deed niet meer kan? Erkennen dat mijn leven voorbij was, omdat ik op de bank lag was heel erg depressief makend. En zo voelde het wel, best lang. Inzien dat een leven op de bank ook de moeite waard is, was heel erg moeilijk en kwam me bepaald niet aanwaaien. Maar op een dag kantelde mijn gezichtspunt. Ik kon blijven mokken op de bank of lachen op de bank. En met dat laatste kwam ook ‘het meer oog krijgen voor het kleine en het fijne’. Het roodborstje dat ik vanuit mijn raam zag, de katten die bij me kwamen liggen, mijn kind dat me niet zag als zieke maar als ‘gewoon als mama’.
In het artikel van de Volkskrant stond ook een reactie van Roos Vonk. Zij stelde dat je door een crisis twee kanten uit kan: afglijden of herstellen. Ook schreef ze gisteren op twitter: “Door je situatie te veranderen, verander je je gedrag.” Deze uitspraak kan je ook anders zien. Als iets of iemand anders je situatie verandert, kun je ook je gedrag veranderen. Een nieuwe situatie biedt kansen voor je gedrag en je reacties. Een andere situatie is in die zin misschien een kans om nieuw gedrag uit te proberen.
Noodgedwongen uit de ratrace gestapt, komen velen er achter dat die ratrace verwoestend was voor het humeur, de gezondheid en de financiën. Veel geld wordt immers uitgegeven om alle ballen in de lucht te houden. Een duur sportschoolabonnement om de stress te lijf gaan, koken uit pakjes en zakjes met voorgesneden groenten omdat de puf ontbreekt, geld uitgeven aan een dure kantoorlunch omdat een broodje smeren in de ochtend ten koste gaat van tien minuten kostbare slaaptijd. En in het weekend zijn we zoveel van plan maar het komt er maar niet van. Voor je het weet is het weer maandagmorgen en heb je weer niet uitgezocht of je nu wel of niet een woekerpolis hebt.
Niemand zit te wachten op ontslag of ziekte. Maar als het gebeurt kun je dat misschien wel aangrijpen om de bezem er eens flink door te jagen. Weg met al die stofnesten en ingebakken gewoontes! Ontdek opnieuw wat je belangrijk vindt en nodig hebt in het leven. Onderzoek op welk minimum jij nog prettig kunt leven, welke mensen je om je heen wilt hebben, hoe je de beperkte energie die je hebt, wilt uitgeven. Voor mij was dat kantelpunt het begin van heel regelmatig een geluksgevoel ervaren. Niet omdat ik positief zijn als levensdoel heb, maar omdat ik véél realistischer ben dan vroeger. Ik baal niet meer dat ik niet een dagje naar Amsterdam kan om daar een museum te bezoeken, nee in plaats daarvan zie ik het kunnen kijken bij een voetbaltraining van mijn kind hier aan de overkant van de straat, als een gigantische meevaller. Daarmee geef ik mezelf een heel ander gevoel.
Sinds een tijd volg ik het blog van Ragna Ja, een jonge vrouw wier leven vrijwel tot stilstand kwam na een hersenbloeding. Een lange revalidatie volgde. Het blog droop soms van wanhoop en woede maar ook van levenslust. Laatst vierde zij dat het vier jaar geleden was sinds ‘het gebeurde’. Wat zij schreef over die 4e verjaardag raakte me enorm:
“Ik ben er. En dat is genoeg.
Ik heb geleerd dat wát het leven mij ook toe mag gooien er nog net zoveel geluksgevoelens in mij kunnen huizen als toen ik vrij als een vogeltje was en zwerven kon waar en wanneer ik maar wilde.
Dat mijn hart kan zingen zoals het zong.
En geen hersenbloeding ter wereld brengt daar verandering in.”
Elk einde is een nieuw begin. Hoe pijnlijk het soms ook begint dat einde, het blijkt ook vaak een afscheid van zaken te zijn die je achteraf kunt missen als kiespijn. De kunst is het begin niet te zien als een wederopbouw van dat wat je kende (en waarmee het eindigde) maar er echt een nieuw begin van te maken. Uiteindelijk kun je het misschien zo ervaren, dat het niet om dat einde gaat maar om het nieuwe begin.
Ter ere van Ragna, van Vlasje, van Firma Fluitekruid die nu een heftige tijd meemaakt, van mijzelf en van al die mensen die als een zalm tegen een stroom van pech in zwemmen en tóch geluksgevoelens kunnen ervaren plaats ik (net als Ragna in haar blog) ook hier:
PS: ik zet de woordverificatie weer tijdelijk aan want het is weer dolle pret met de spammers!
Het is mooi weer.
We gaan op stap!
De mannen op de fiets,
ik op mijn elektrieke wonder.
we ploffen neer
bij een zwemplek
aan het IJsselmeer.
We spelen met een bal
in het niet eens zo koude water.
Na best lang spelen,
voel ik dat het klaar is.
Ik laat me opdrogen
in de knallende zon
en verdiep me
in mijn boek.
Ik voel me zorgeloos,
voor het eerst
in jaren.
Geen gedachten
over dat ik nu
naar huis moet gaan
omdat het straks op is.
Ik schiet vol
omdat ik zó aanwezig
kan zijn bij iets
dat voor anderen
misschien heel normaal is.
Ik voel me normaal.
De mannen gaan spelen
met een volleybal
en bekenden
van de voetbalclub,
een jongen met zijn ouders.
Ze blijven lang weg
maar af en toe
is er contact
Gaat het nog?
Lukt het nog?
Wil je naar huis?
Nee zeg ik,
ik zit goed,
ik zit best
en ik geniet
van het feit
dat ik ‘zomaar’
op de grond kan zitten
zonder stoel
en dat ik ook
weer overeind kom
als ik dat wil.
Eind van de middag,
we gaan naar huis.
De bekenden waarmee
de mannen hebben gespeeld
komen ook langslopen,
zij gaan ook naar huis.
De vrouw loopt
met uitgestoken hand
op mij af
om zich voor te stellen
en roept luid
dat ik volgende keer
moet meedoen
met volleybal
en niet zo lui
moet blijven lezen.
Ze zegt het stralend.
De energie spat van haar af.
Een glimlach van oor tot oor.
Wat doe ik nu?
Wat zeg ik nu?
Ik kies voor dezelfde tactiek
en zeg ook stralend
dát ik al heb gesport
door daar aanwezig te zijn.
Dat ik enorm geniet
van het feit
dat ik een boek kan lezen
op het strand,
na jaren plat liggen
voelt dat goed.
Dat komt binnen.
Ze schrikt zich een ongeluk..
‘Maar dat zie ik niet aan je’,
stamelt ze.
‘Ja’ zegt mijn liefje,
‘dat is nu nét het probleem.
Mensen zien het niet
maar het is er wel’.
Daarna hadden we
een heel leuk gesprek.
Niet over ziek zijn
maar over genieten
van beter worden,
en over leuke dingen doen.
Toen gingen we weg,
elk een eigen kant op.
met de belofte
van mij
dat ik volgend jaar
misschien wel mee doe.
Al zo lang als ik me kan herinneren, wil ik trots zijn op mezelf. Dat is natuurlijk voer voor psychologen. Ik kreeg te véél aandacht, te weinig aandacht, de verkeerde aandacht, vul maar in. Ik zal best onzeker zijn en dat willen compenseren door perfectionisme. Maar de helft van de tijd is het streven naar succes volgens mij ook gewoon een ingesleten patroon, waar ik overigens héél hard van af probeer te komen want veel leverde het tot nu toe niet op, een overprikkeld zenuwstelsel niet mee gerekend.
Met verbazing kijk ik soms naar mezelf. Als ik ergens ga werken, dan wil ik degene zijn die de minste fouten maakt, het beste van de afdeling is. Als ik ziek ben, wil ik degene zijn die het beste herstelt, ook al is het een aandoening waar maar 7 % van herstelt. Hoe dan ook, ik ga bij die 7 % horen! Start ik een blog en zie ik dat de bezoekersaantallen stijgen, dan wil ik per se dat de aantallen blijven stijgen. En een blog is dan natuurlijk niet voldoende. Een boek! Ik moet een boek schrijven! Liefst een boek dat goed verkoopt.
Al het mediteren en ademhalingsoefeningen ten spijt, dat streefgedoe van mij levert stress op. Nu was er natuurlijk eerst het streven, toen de stress en toen pas het mediteren. Bijna als mosterd na de maaltijd. Maar de stress verdwijnt niet alleen omdat je het wilt, ook niet na veel mediteren, want gedrag verandert niet meteen.
Toch lukt het wel. Heel langzaam ontdek ik dat ik niet ben wat ik doe, maar dat ik ben omdat ik euh, nou ja, ademhaal. Ik ben die ogen die me aankijken in de spiegel. Het probleem met het gevoel nooit goed genoeg te zijn, is dat ik weet wat de intenties zijn van die vrouw in de spiegel. Een ander kijkt veel platter naar mij. Die denkt: daar ligt die vrouw op de bank die stukjes schrijft. Ze zien wat ik doe. Wat ze niet zien is alle bagage, dromen, intenties en verlangens die ik wél (de hele tijd) voel. Die berg shit is soms zó hoog en zó zwaar dat het geen wonder is dat ik soms bijna niet van de bank af kan komen.
Het enige dat mij tot nu toe redelijk moeiteloos afgaat is moeder zijn (even afkloppen natuurlijk want we staan aan de rand van de puberteit). Ik ben niet de leukste, beste en zeker niet de meest energieke moeder. Maar ik voel vreemd genoeg geen of weinig stress over mijn eigen functioneren. Natuurlijk twijfel ook ik regelmatig of ik de opvoeding wel goed aanpak maar over het algemeen geniet ik er gewoon van. Ik geniet enorm van mijn kind en ik geniet van het moeder zijn.
Laat het moeder zijn nou toevallig het enige in mijn leven zijn waar ik vooraf geen beeld bij had. Al zo lang als ik me kan herinneren, hoorden kinderen niet bij het plaatje van mezelf ‘als ik later groter zou zijn’ wat ik voor ogen had. Ik zag mezelf niet als moeder en was ook helemaal niet van plan moeder te worden. Ik heb dus jaren in mijn dagdromen en fantasieën mijn toekomst ingevuld zonder gedachte aan een kind.
Dat ik tóch moeder ben geworden is werkelijk waar de grootste verrassing van mijn leven. En omdat ik daar vooraf helemaal geen plaatje of beeld bij had, ben ik maar als het ware meegedreven met wat er gebeurde. En dan bedoel ik niet passief gedobber – S. was geen moetje en juist zeer gewenst na een voor mij volkomen uit de lucht vallende behoefte om toch moeder te worden – maar gewoon mee gaan met de stroom zonder te denken dat ik eigenlijk 20 meter verderop moet zijn of dat ik per abuis in het verkeerde water zwem. Ik ben eindelijk eens bezig met wat ‘is’ en niet met hoe het zou moeten zijn. En dat kan ik best wel een groot succes noemen. Mijn grootste succes is dat waarvan ik niet wist dat het er zou zijn.
Het leert me dat verwachtingen een grote belemmering kunnen zijn en dat het echte leven hier en nu is. En dat succes misschien wel het loslaten van het streven naar succes is. Althans mijn succes. Misschien is dat voor een ander niet het geval. Misschien heb jij juist wel een duwtje in de rug nodig.
Wat belemmert jou? Ben jij ook een perfectionist?
Op de deurmat lag een brief, met een bekend blauw logo. Elke ‘uitkeringstrekker’ weet waar ik het over heb, het logo van het UUUWWWVVV. Altijd als ik dat logo zie maakt mijn hart een salto. Niet van vreugde maar van angst.
Ik wil wel werken maar kan het (nog) niet. En altijd heb ik angst dat deze instantie mij sommeert te gaan werken op een moment dat ik dat nog niet kan. Mijn arbeidsethos heeft mij eerder in de problemen gebracht. Ooit meldde ik me ziek – ik bleek ME te hebben maar wist dat nog niet – en ben na een aantal maanden weer gaan werken omdat het moest van de bedrijfsarts. Een paar maanden forceerde ik mezelf, tot ik op een dag zo zat te schudden in de trein dat ik me weer heb omgedraaid. Met mijn poging netjes te doen wat me werd verteld, heb ik een verergering van mijn toestand veroorzaakt die voorkomen had kunnen worden als ik steviger in mijn schoenen had gestaan. En als iemand wat eerder had herkend wat er met mij aan de hand was.
Het gekeurd worden om afgekeurd te worden zodat ik een W.IA-uitkering kreeg, is werkelijk waar één van de dieptepunten in mijn leven geweest. Het niet kunnen werken heeft bij mij toen tot een enorm schaamtegevoel geleid en het hebben van ‘zo’n vage aandoening als ME’, versterkte dit alleen maar. Hoe kan je uitleggen aan de arts die tegenover je zit, dat 30 keer boven je hoofd reiken in 1 uur niet lukt en dat één keer door je knieën zakken misschien wel lukt maar dat je dan niet meer overeind komt. Hoe kun je begrip en inlevingsvermogen verwachten van iemand die jou maar 1 uur ziet en die continu te maken heeft met mensen die zwak, ziek en misselijk zijn? Hoeveel sympathie kan iemand dan nog opbrengen, want is afstompen niet normaal in zo’n omgeving? En wat als die arts een rotdag heeft? Of last van PMS? Of moet voldoen aan normen zoals 60 % afkeuren en 40 % goedkeuren?
Aan de buitenkant zie je niets aan mij. Sterker nog, ik kan heel leuk praten en maak makkelijk een goede eerste indruk. Dat ik na de gesprekken met het UUWWVV een terugslag van weken had, kunnen ze daar niet weten natuurlijk. Ik heb het ze wel verteld dat het zou gaan gebeuren, maar of ze dat geloven is natuurlijk een tweede. Veel mensen begrijpen niet dat je moe wordt van praten alleen. Toen ik vorig jaar een uitnodiging om te gaan eten met wat oud-klasgenoten afsloeg, bood iemand aan me te halen en te brengen, echt super. Alleen ook dan gaat het niet. Waarop hij zei dat niet te begrijpen, ‘we gaan niet sporten of om de tafels rennen hoor, gewoon even een hapje eten’. Nee, hij gaat een hapje eten en voor mij zou het zijn alsof ik een marathon loop, want zó werkt mijn lijf. De meeste uitjes moeten worden gepland, het kost me in het goede geval dagen, maar als ik pech heb weken, aan hersteltijd. Dus maak ik zorgvuldige keuzes. Even ‘zomaar een hapje eten’ bestaat niet in mijn wereld.
Overigens begrijp ik inmiddels volkomen dat hij me niet begreep want zelf was ik vroeger ook niet zo begripvol. Voorstellingsvermogen komt vaak uit een kader en als dat kader vooral gezond en actief is, dan is het niet vreemd als je niet kunt voorstellen wat het betekent om ziek te zijn. Met uitzondering van mensen die vol inlevingsvermogen worden geboren, want die zijn er ook (tjee wat dwaal ik af!).
Terug naar die envelop op de deurmat. De angst is enorm. Het gevoel beoordeeld te worden en het besef dat de uitslag vaak buiten je macht ligt, hakt er in. En dat terwijl ik tot nu toe altijd goede ervaringen heb met het UUUWWWVVV. De arts was weliswaar niet aardig (maar dat hoeft niet, als ze maar competent is natuurlijk) maar begreep wel de aard van mijn aandoening. De arbeidsdeskundige was wél heel aardig en zei letterlijk dat hij niet met droge ogen kon beweren dat ik aan het werk moest gaan. De keren na de keuring dat ik ben gebeld om te informeren hoe het ervoor staat, trof ik alleen maar hele aardige meneren die me het gevoel gaven dat ik gehoord werd. En dan toch die angst voor die envelop met dat blauwe logo.
Trillend maakte ik hem open. Het was een overzicht van het vakantiegeld dat deze maand wordt overgemaakt. En bovendien was het nog een flinke meevaller ook, € 100 meer dan vorig jaar! Pffieuw, nu weer verder gaan met mijn dagelijkse leven.
Nu ik enige tijd op Facebook zit, gebeurt er iets wonderlijks. Ik ga steeds verder terug in de tijd. Werd ik eerst vrienden met mensen uit mijn dagelijkse omgeving – mijn vaste trouwe kern – toen waren de ex-collega’s aan de beurt, oud-klasgenoten van de middelbare school kwamen voorbij en de laatste tijd ‘zit’ ik ineens weer helemaal in mijn klas van de lagere school.
Ik kreeg een uitnodiging van ene Jacqueline, via haar kwam ik bij Lars en Jacques terecht, Sonja ontdekte mij en al snel leek het wel een virus, zó snel breidde het zich uit. We bogen ons over de namen van dat ‘jochie in die lichtblauwe trui op de tweede rij naast Kees’ en ‘dat meisje naast Jeannine’. Sommige namen blijken zich maar slecht verstopt te hebben in mijn brein en komen makkelijk naar boven drijven. Een aantal namen echter is volledig opgeslokt door mijn brein en wordt niet meer prijsgegeven. Als anderen wél de bewuste namen weten op te lepelen, gebeurt er niets in mij, geen één teken van herkenning. Iets wat mij een gevoel van schaamte oplevert.
Sommige kinderen lieten schijnbaar niets achter in mij, anderen wel. Sommige kinderen waren toen mijn beste vriend(in) en nu kan ik me nog nauwelijks herinneren waarom dat was. Anderen – waar ik toen nauwelijks mee speelde omdat er geen klik was – blijken nu bezig met zaken die ikzelf óók belangrijk ben gaan vinden. Die verlegen stille en slimme jongen uit de klas blijkt een enorme leuke sociale vent te zijn geworden voor wie het achterlaten van de lagere schooltijd blijkbaar een enorme bevrijding was. De dromer uit de klas – die we altijd de bioloog noemden, blijkt grappig genoeg echt bioloog te zijn geworden en werkt in Artis. Degene die het hoofd altijd zo koel hield, is nu rechter en dat wekt bij mij geen enkele verbazing. Veel zijn blijven wonen in ons dorp of vlak eromheen, anderen zijn tot in Bangkok terecht gekomen.
We hebben allemaal beelden in ons hoofd van ‘de ander’ en dat belemmert vaak dat we de ander zien zoals hij is. Misschien belemmert het de ander ook wel te worden wie hij wil zijn. Eind september is er een reünie. Het uitgangspunt is een foto uit de eerste klas. We zoeken elkaar op en leggen contacten. Ik vind het leuk maar ook eng. Ook weet ik niet of naar een reünie gaan voor mij wel haalbaar is, fysiek en qua prikkelverwerking. Dat zie ik dan wel weer, september is nog ver weg.
Ik moet nu vaak denken aan de Up-documentaires van regisseur Michael Apte, kennen jullie deze serie? Uitgangspunt in deze documentaire reeks is de spreuk ‘Give me a child until he is seven and I will give you the man’. Met andere woorden: al op de leeftijd van 7 jaar openbaart zich hoe het leven van een kind eruit gaat zien. Althans, in deze serie wordt onderzocht of bestemming en persoonlijkheid al bij de geboorte vastliggen. Uit verschillende sociale lagen van de Britse samenleving werden 14 kinderen geselecteerd en gevolgd vanaf 1963, toen ze allen 7 waren. Elke 7 jaar werden ze geïnterviewd over hun leven. Er zijn dus afleveringen 7-up, 14-up, 21-up en zo verder. Inmiddels waren ze 56 jaar in de aflevering uit 2012 (die ik niet heb gezien realiseer ik me).
Aanvulling na wat nadenken: Als kind was ik dol op lezen en schrijven en dus deed ik dat, veel, heel veel. Ik las me een ongeluk. Elke week naar de bieb om 7 boeken te halen, daarmee kwam ik net de week door. En als het einde van een boek me niet beviel, dan herschreef ik het, net zo tot het me wel beviel En ik verzon zelf verhalen. Schrijven en lezen wou ik als kind. Eigenlijk is er weinig veranderd bedenk ik me…