
Verlanglijstje van Dibbes voor Kerst.
Blijkbaar wordt hij nog niet genoeg op handen gedragen.


Dag vier van de PEM. Wat deze dag gaat brengen weet ik nog niet. Maar dat de PEM nog niet helemaal voorbij is, is duidelijk.
Voor PEM-maagden: PEM staat voor Post Exertionele Malaise en betekent een terugslag na een fysieke, cognitieve of emotionele inspanning. Het lichaam en brein van ME-patiënten reageren abnormaal op activiteiten die voor anderen doodnormaal zijn.
De PEM werd ditmaal veroorzaakt door een opeenstapeling van stress, waarna tot slot een enorme huilbui de grootste boosdoener was. Gekmakend natuurlijk, emoties moeten er nu eenmaal uit. Maar keihard lachen of huilen wordt genadeloos afgestraft.
De eerste dag was de hartslag nog redelijk laag met af en toe felle uitschieters. Ik had veel griepachtige klachten, opgezette lymfeklieren, keelpijn, duizelingen, misselijkheid, oogbolpijn en veel zenuwpijn in mijn benen en voeten. Veel van deze klachten heb ik altijd maar tijdens een PEM is het vele malen erger.
Dag twee was er vooral pijn, pijn en pijn. Had ik al pijn genoemd? De tijd gaat langzaam voorbij als je de uren aftelt tot de volgende lading pijnstillers die je erin kan gooien. Ik moest een paar keer huilen en dat veroorzaakte natuurlijk stress, wetend wat de gevolgen van huilen zijn. De hartslag was flink opgelopen die dag en reageerde als een dolle op kleine bewegingen. Even omdraaien in bed? Hop, die hartslag was meteen 30 slagen hoger.
Dag drie was er gelukkig mildere pijn maar enorme uitputting. Die uitputting is er natuurlijk altijd al, alleen dit was vele malen erger. Het was overduidelijk een reactie op de extreme pijn van de tweede dag. Want dat vreet energie. Dus rustte en sliep ik vooral en had ik af en toe wat digitale contacten. Lezen of Netflixen lukte niet. Normaal praten gaat niet goed, Ik verhaspel elk woord dat uit mijn mond rolt.
‘S avonds werd ik misselijk en voelde ik migraine opkomen, ik ging daarom heel vroeg slapen. Om drie uur ’s nachts werd ik wakker en de migraine was gelukkig weg. Ingeruild voor de vertrouwde zenuwpijnen die me de rest van de nacht wakker hielden.
Dag vier: wat deze dag brengt weet ik niet. De hartslag is nog te hoog en de pijn is zeer aanwezig, dus moet ik erg oppassen. Dat ik zo slecht sliep, werkt niet mee natuurlijk.
PEM uit zich bij iedereen anders, al is er wel vaak een overlap in uitingen. De gemeenschappelijke deler is een escalatie van klachten. Soms zijn dat klachten die altijd aanwezig zijn, soms klachten die alleen tijdens een PEM voorkomen.
De keelpijn en opgezette lymfeklieren komen bij mij tegenwoordig alleen tijdens een PEM voor. Voor mij dus een belangrijk signaal. Net als de stijging van de hartslag of de uitschieters. Want door adrenaline kan het gebeuren dat ik niet besef dat de PEM is gearriveerd.
PEM kent net als ME gradaties in duur en heftigheid. Begin dit jaar was het zo heftig dat ik niets meer kon. Ik was veranderd in een groot pijnpunt en cognitief zeer slecht. Ik ging van PEM naar PEM en een klein geluid was eigenlijk al genoeg om weer een PEM te ontketenen.
Want dat is een PEM, een reactie. Hoe ernstiger de ME, hoe ‘kleiner’ en moeilijker te vermijden de aanleiding voor een PEM zal zijn. Dan is tanden poetsen, een onverwachte deurbel of moeten praten al voldoende voor een PEM. Dat maakt ook meteen duidelijk waarom het zo moeilijk op te knappen is als de ME in dat stadium is. Het lichaam kan nooit herstellen omdat het een PEM krijgt van niet te vermijden prikkels.
Sinds ik Mestinon slik duurt een PEM bij mij korter en is het, op de afschuwelijke pijnen na, iets minder heftig dan bijvoorbeeld begin van het jaar. Maar niet iedereen verdraagt Mestinon en bij sommigen doet het niets.
Evengoed ervaar ik de PEM elke keer weer als hel en moet ik maatregelen nemen. De prikkelinput wordt beperkt want alles komt heftiger binnen (geluid, licht, emoties, aanraking, de mogelijkheid informatie te verwerken), ik kan mezelf niet wassen, ik beperk cognitieve inspanning (vooral verwerken van info) en live contact (met mijn gezin) en ik rust langer en vaker.
Een PEM heeft vaak gevolgen. Zo kreeg ik begin november een PEM na het lopen van vijf traptreden en daarna was de fysieke vooruitgang van maanden teniet gedaan. In één klap lukte het niet meer om elke dag even naar de badkamer te lopen om mijn handen te wassen of af en toe een loopje over de bovenverdieping te doen. Handelingen waar ik maanden over heb gedaan om ze op te bouwen.
Mijn behandelaar meldde hierover dat als er een dip komt in een situatie zo ernstig als mijn situatie, het vervelend lang duurt met forse terugval in mogelijkheden voordat ik weer op hetzelfde niveau kom. Áls dat lukt. Dus kreeg ik de opdracht niet meer overmoedig te zijn.
En laat dat even tot je doordringen. Vijf traptreden lopen is overmoedig zijn. Dat is ME. Een afschuwelijk heftige les in nederigheid en loslaten.
Dus lig ik de PEM weer uit. Ditmaal niet veroorzaakt door overmoedigheden. Want dat kun je het uiten van emoties niet noemen natuurlijk. En wat de overmoedigheden betreft, ik weet na die vijf traptreden wel waar ik sta en waar ik mijn energie in kan stoppen. Dat is niet in traplopen. Het wordt tijd voor een traplift. Dus daar gaan we mee aan de slag in het nieuwe jaar.

Zwevend door de wereld
in mijn eigen wereld,
waar alles aanwezig is
en toch zoveel ontbreekt.
Perfecte imperfectie,
met dagen vol liefde en pijn,
die jaren lijken te duren
en toch zo voorbij zijn.
Zwevend door de wereld
in mijn eigen wereld,
waar ik mezelf en jou ontmoet
op zoveel verschillende manieren.
Zwevend door de wereld
in mijn eigen wereld,
waar ik zo aanwezig ben
en mezelf toch zo mis.
(Afbeelding Pixabay)

Ik ben altijd dol op van die sneeuwbollen geweest. Een stille wereld op zich, vol magie.
Tegenwoordig leef ik in zo’n bol. Zo voelt het. Afgesloten van de wereld, in mijn eigen wereld. Maar dan zonder de magie.
Voor 2021 wens ik meer magie. Dat er wonderen gebeuren. Voor mij en voor iedereen die dat nodig heeft. Dat we genieten van wat de dagen brengen en dat we veerkracht hebben om te dragen wat op ons pad komt.
Ik heb één hartewens. Dat er een deurtje in mijn bol komt en dat de wereld weer groter wordt. En dat er veel chocola en liefde op mijn pad komt. (Dat waren drie wensen)
Jou, lief mens die dit leest, wens ik gezondheid, veel liefde en pret toe. Ik hoop dat we elkaar ook in 2021 (digitaal) mogen ontmoeten.
Fijne dagen en een magisch 2021 ❤️

En jawel, daar gaan we
ik wil me schrap zetten
want ik weet wat er komt.
Maar beter geef ik me over.
Deze week was er stress,
maakte ik me zorgen
had ik een telefonisch consult
met mijn behandelaar
en zag ik mijn zus even.
Gisteren huilde ik.
Mijn ogen uit mijn lijf.
Verdriet dat er uit moest.
Vandaag kwam de rekening,
natuurlijk niet onverwacht.
De tinnitus is zo hard,
dat het lijkt alsof er geklust wordt
in mijn eigen hoofd.
De pijn rukt op, mijn lijf gilt.
Ik wil ook gillen maar doe het niet.
De prijs ligt ver buiten mijn bereik.
Ook ver buiten mijn bereik
is controle over wat er nu gebeurt
in mijn gekwetste gekneusde lijf
Ik lig en zet me schrap
maar beter geef ik me over.
Beter omhels ik mijn vijand,
geef ik liefdevolle aandacht
aan de altijd terugkerende PEM
die me continu straft voor huilen,
voor hard lachen en genieten,
voor een traptrede teveel lopen,
voor elke heftige emotie die ik voel,
voor elke beweging die ik maak,
voor elke vorm van levenslust
die ik waag te vertonen.
Daar gaan we dan.
Ik lig en zet me schrap
maar beter geef ik mij over.

Onze zoon gaat het huis uit. Hij heeft een kamer gevonden in Amsterdam. Al maanden hoor ik hem aan, luister naar zijn plannen, zijn ervaringen met de zoektocht en nu is het zover. Dit verhaal heeft twee kanten. Blijdschap en verdriet.
Laat ik met het mooie beginnen.Wat ben ik blij voor hem want wat is hij er aan toe! Zijn eigen leven opbouwen, op eigen benen staan, een andere woonomgeving. Ik zie zijn blijdschap en levenslust en het is hartverwarmend.
Ook ben ik blij voor hem dat hij vertrekt. Weggaat uit deze omgeving van ziekte en voortdurend rekening houden met. Gewoon zingend door zijn kamer kunnen lopen, muziek kunnen opzetten, niet meer in het donker eten en om de beurt moeten praten omdat zijn snel overprikkelde moeder anders in elkaar klapt. Hij heeft meer gezien dan wenselijk is en nu is het tijd voor iets anders. Het is tijd om lekker door Amsterdam te fietsen, zijn eigen boodschappen te doen, zijn eigen boontjes te doppen. Waarbij wij hem natuurlijk blijven steunen.
Dan het verdriet. Er zal geen ouder zijn die alleen maar juicht als een kind het huis uitgaat. Hoewel het een natuurlijke gang van zaken is, is het toch dubbel. ‘Ineens’ is het zover. Vreemd, mooi en pijnlijk tegelijk. Het ging te snel. Hoe je het wendt of keert, het is een afscheid. Ook al gaat er vast een andere deur open.
Buiten dat normale verdriet, is er een ander verdriet. Hoewel ik zie dat hij er aan toe is, weet ik ook dat mijn situatie het vertrek heeft versneld. Ik had hem meer onbekommerdheid gegund. Een normalere jeugd. Want alles stond toch altijd in het teken van ‘rekening houden met’. Dat hoeft niet per definitie slecht te zijn. Ik was er wel altijd voor hem, op mijn manier en hij heeft ervaringen opgedaan die hem hebben gevormd, wellicht een bepaalde wijsheid hebben gegeven. Ook al hebben we hem jaren afgeschermd voor al te heftige details.
Maar ik heb veel, heel veel, gemist en hij ook. Al die kleine en grote momenten die moeders met hun kind delen, hadden wij niet of nauwelijks. Mijn moederschap speelde zich af op de bank en in bed. Er zit een gat in mijn hart dat nooit meer kan worden gevuld. Het is de leegte van wat had kunnen zijn en niet was. De leegte van alle momenten dat ik schitterde door afwezigheid. De leegte van mijn kind meegeven aan anderen die hem naar judo en partijtjes brachten, meenamen op uitjes of met hem de stad ingingen om kleding te kopen voor hem, die naar zijn voetbalwedstrijden kwamen kijken en hielpen op school namens mij.
En er is meer verdriet. Mijn kind verlaat het ouderlijk huis en ik kan hem straks niet bezoeken. Ik help niet met verhuizen, kan geen praktische bijdrage leveren. Ik zie niet waar hij terecht komt. Ook al gaat hij het filmen, het is niet hetzelfde. En dat is iets waarover ik slechts in korte stukjes per keer kan nadenken. Het is te groot en het doet te veel pijn. Mijn kind verlaat het huis en ik zie niet waar hij terecht komt. Ik ben er niet bij, zoals wij samen al zóveel hebben gemist. Ik zwaai hem binnenkort uit en gun hem de wereld. Alleen had ik ons samen ook zoveel meer gegund.
Dit is rauwe rouw die gevoeld en uitgesproken moet worden. Anders vreet het mij op.

Gisteren was een cadeautje.
Ik was zomaar ineens pijnvrij.
De hele lange dag pijnvrij.
Waarom, dat weet ik niet.
Zo grillig gaat dat met ME.
Maar het was een cadeautje
waar ik volop van genoot.
Mijn lijf kon iets ontspannen,
een heel klein beetje opladen.
Want pijn vreet veel energie.
Vandaag werd ik weer
als vanouds vroeg wakker.
Wakker door de vertrouwde pijn.
En kijk ik terug op gisteren,
een dag pijnvrij, wat was het fijn.
Pijnvrije dagen zijn als
bonusdagen en spijbeldagen,
als onverwacht vrije dagen.
Want ziekzijn gaat altijd door,
24 uur per dag, 365 dagen per jaar.
Gisteren was een cadeautje
waar ik vandaag van nageniet.
Zomaar pijnvrij, een hele dag
maakt dat ik vandaag beter verdraag
en iets minder bang ben voor morgen.

Al eerder schreef ik over pacing, een strategie om balans te houden tussen activiteiten en rust. Pacen is monitoren hoe, wanneer, hoe lang en óf je überhaupt iets doet, activiteitenmanagement dus. Een hels karwei en verdomd moeilijk.
Voorheen hield ik altijd mijn stappen in de gaten. Ik wist waar mijn grens lag en zorgde ervoor dat ik alle dagen ongeveer hetzelfde aantal stappen zette. Met mijn achteruitgang verlaagde ik ook het maximale aantal stappen. Die werden gemeten met een Fitbit.
Qua hartslag hield ik me altijd aan de maximale hartslag van 100. Zo bleef ik onder mijn anaerobe drempel. Kom ik daarboven, dan loop ik op melkzuur en krijg ik een PEM (die je overigens ook van cognitieve activiteiten kunt krijgen).
Normaal wordt die drempel bij ME-patiënten gemeten tijdens een inspanningstest. Omdat sommige patiënten te slecht zijn voor een dergelijke (fiets)test wordt er soms ook gewerkt met een formule:
Milde ME: (220-je leeftijd) x 0,60
Matige ME: (220-je leeftijd) x 0,55
Ernstige/zeer ernstige ME: (220-je leeftijd) x 0,50
Het zegt niet alles en er zijn nuances en als je daar meer over wilt lezen, de Workwell Foundation en Visser, Van Campen en Rowe hebben hierover gepubliceerd. Het is ook een kwestie van uitproberen.
Een terugblik
De afgelopen jaren ging ik langzaam achteruit en paste ik weliswaar mijn stappen aan, maar niet de hartslaggrens. Als ik zag dat ik erg boven de 100 kwam, ging ik even liggen. Met de nadruk op even.
In maart 2019 ging ik naar het ronde tafelgesprek in Den Haag. Dat hakte er dermate in dat ik een gigantische PEM kreeg. Vervolgens ben ik toch in mei naar Gent gegaan voor de expo ‘ME in woord en beeld’, waar ik aan mee mocht doen.
Daarna trok ik niet meer bij en ik ontwikkelde klachten waarvan ik nu weet dat het POTS is (een abnormale hartslagstijging bij het overeind komen met allerlei klachten tot gevolg). Omdat ik niet wist wat dat was, wist ik niet hoe de symptomen te duiden. Ik keek nog steeds niet naar mijn hartslag.
Vorig jaar november keek ik eens terug in mijn Fitbitgeschiedenis en zag dat mijn hartslag sinds het ronde tafelgesprek enorm was gestegen. Zowel de ochtendhartslag in rust, als de hartslag gedurende de dag. Ik heb toen de maximale hartslag aangepast naar 92. Ik kocht een Fitbit met de mogelijkheid om een alarm in te stellen.
Alleen kwam ik nooit meer onder die 92. Gewoon zittend op de bank was mijn hartslag al rond de 95. Op zich is daar niets mis mee, er zijn meer mensen die dat hebben. Het gaat om veranderingen in een patroon wat het zorgwekkend maakt. Voorheen was mijn hartslag 60 als ik zat.
In december 2019 kreeg ik de diagnose POTS, als onderdeel van ernstige ME. Met betablokkers en andere medicatie hebben we er maanden over gedaan die hartslag weer iets onder controle te brengen. En ik kreeg het advies om te rekenen volgens de formule voor ernstige ME, dat betekent een maximale hartslag van 84.
Monitoren hartslag
Vorig jaar las ik het verhaal van een vrouw in een Engelse pacinggroep die een jaar lang consequent 10% onder haar maximale hartslag bleef. Daardoor kalmeerde haar autonome zenuwstelsel, ze ging vooruit en kon uiteindelijk weer iets meer bewegen. Dat advies las ik ook bij de Workwell Foundation: zorg dat je consequent ruim onder die grens blijft.
Met POTS is dat natuurlijk een uitdaging aangezien de hartslag meteen 30 of meer stijgt bij het overeind komen (nu iets minder door medicijnen). Door consequent te wachten tot mijn hartslag laag is voor ik overeind kom, heb ik bereikt dat ik nog zelden de voor mij maximale hartslag overschrijd. Hooguit een paar minuten per dag.
Ter vergelijking, in de maanden na het ronde tafelgesprek zie ik in de Fitbitgeschiedenis dat ik soms 10 uur per dag boven de 100 zat. Geen wonder dat het één langgerekte PEM was die me enorm heeft doen verslechteren.
Merk afwijkingen gedurende de dag op

Als ik iets heb gedaan en mijn hartslag blijft bijvoorbeeld na tien minuten nog steeds 10 slagen of meer hoger dan mijn ochtendhartslag in rust die dag, dan moet ik gas terugnemen en niets meer doen tot het kalmeert. Ik doe natuurlijk fysiek weinig dus in mijn geval betekent dat dan geen prikkels meer tot me nemen.
Ochtendhartslag in rust
De ochtendhartslag in rust moet ook in de gaten gehouden worden. Dat is de hartslag die je meet na het ontwaken voordat je in beweging komt. Ik keek daar altijd wel naar. Een stijging kan verschillende oorzaken hebben:

Gemiddeld eens per 14 dagen wast Mischa mijn haren. Soms als ik erg slecht ben, zit er wat meer tijd tussen.
De afgelopen maanden lukte het om het aan de wastafel te doen. Ik zit dan op een douchekruk, leg mijn hoofd neer in de wastafel en Mischa doet zijn ding.
Omdat ik fysiek toch weer wat teruggang merk, zijn we weer overgestapt op haren wassen op bed. Dat doen we met een opblaasbare wasbak met een slang aan de onderkant, zodat het water in een emmer kan weglopen.
Liggend op bed haren wassen heeft voordelen en nadelen. Het is voor mij veel minder belastend. Alleen Mischa’s rug denkt daar anders over.
Het uitspoelen is bovendien een stuk lastiger. Veel gedoe met water gieten en vervolgens via een slang laten weglopen in een emmer. Ik heb veel en dik haar, dus het is best een klus. Aan de wastafel lukt dat veel beter.
Haren wassen luistert heel nauw. Ook dit is iets wat we met vallen en opstaan hebben geleerd. Ik vind aanraking aan mijn hoofd heel onplezierig nu. Dat weet Mischa en daarom deden we het in het begin zo vlug mogelijk.
Alleen dat maakte het alleen maar erger. Tegenwoordig masseert hij heel langzaam de shampoo in. Elke snellere beweging leidt acuut tot misselijkheid en overprikkeling. Dat uit zich onder meer in enorme irritatie 😳.
Afdrogen doe ik zelf. Ik wikkel een handdoek om mijn hoofd en na een minuut of wat föhn ik het. Die föhn is hoogst onplezierig maar met gehoorapparaten uit net te doen. Doe ik het niet, dan is mijn haar in de koudere tijd van het jaar nog uren nat. Op je eigen natte haar liggen in de winter is niet prettig natuurlijk.
Het plan was eigenlijk mijn haar weer heel kort te knippen. Dat maakt het wassen en drogen makkelijker. Maar ik stel het nog even uit. Mijn haar is zowat het enige van mij dat door de ME niet is aangetast. Noem me ijdel maar ik ben blij met mijn volle bos haar. Zeker als die bos weer acceptabel ruikt.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op fb.
Alles staat of valt met beeldvorming lijkt wel. Heb je een aandoening waar een flink stigma aan kleeft, dan ligt daar een flinke taak om dat op te heffen.
Het gaat onder meer om de woorden die we gebruiken en de beelden die die woorden oproepen. Net als dat het woordje moe zwaar ontoereikend is in verband met ME, zijn de beelden die worden geplaatst bij “informatieve” artikelen over ME/CVS zwaar misleidend. Helaas kan ik hier geen voorbeelden plaatsen in verband met auteursrecht.
Die afbeeldingen zijn vaak hetzelfde: een beeldschone vrouw, tiptop aangekleed en gekapt, die schijnbaar in acute onmacht achter de laptop in slaap is gevallen. Ernaast ligt vaak een bril en een rekenmachine.
Die rekenmachine fascineert. Zou ze daarmee haar kansen om beter te worden willen uitrekenen? Die kans is bij ME 5%. Valt niet veel aan uit te rekenen lijkt mij. Al denk ik dat als ze achter die laptop blijft zitten, ze bij de 95% gaat horen.
Een variant op de foto’s is een al weer beeldschone vrouw zittend op een prachtig opgemaakt bed, vaak met haar hoofd naar beneden. Overweldigd door de emoties die ME oproept? Of omdat ze geen flauw idee heeft wat ME inhoudt en dus maar wat doet?
Ook zag ik een paar keer een man, liggend in bed, met zijn armen over zijn hoofd. Ook daar valt weer op hoe mooi de styling is. Pyjama matcht met bed en lichtval.
Natuurlijk willen we allemaal beeldschoon zijn, zowel van buiten als van binnen. En ik snap dat de gemiddelde ME-patiënt, zeker diegene die bedgebonden is, niet de droom van een fotograaf is.
Maar kom op, iets meer realiteit mag wel. Ik zie er vaak uit ‘like shit’, mijn bed is meestal een zooitje omdat er alles ligt wat ik nodig heb. Langdurig ziekzijn betekent dat je toch ook gaat kiezen voor praktisch in plaats van mooi. Mijn pyjama’s zitten vaak onder de vlekken want half liggend eten zorgt ervoor dat er nogal eens iets in bed of op mijn shirt terecht komt. En ik ben al blij dát ik een pyjama aan kan doen, dus meestal matcht het niet. Ik pak iets wat op de stapel naast mijn bed wordt gelegd.
Willen wij dat er iets verandert, dan moeten we de juiste woorden en beelden gebruiken. Een kwetsbaarheid tonen die voor onszelf niet prettig is. Maar die wel beter aan de buitenwereld meer duidelijk maakt wat de realiteit is. ME is niet sexy of mooi, het is shit.